Bijlage 2 - Hondenbeleid 2020 Hoorn
Tekst van het document
Hondenbeleid Hoorn
Inhoudsopgave
Inhoud 1 1.1 1.2 1.3
Inleiding ........................................................................................................................................ 3 Waarom hondenbeleid? ................................................................................................................ 3 Wat staat er in het hondenbeleid? ................................................................................................ 3 Relatie met andere stukken........................................................................................................... 3 1.3.1 Groenvisie+ “Verbindend Groen” 2019-2029 .......................................................................... 3 1.3.2
2 2.1
2.2
Doelstellingen .............................................................................................................................. 5 Wat zijn de doelstellingen in Hoorn? ............................................................................................. 5 2.1.1 Ruimte bieden aan hondenbezitter en honden ........................................................................ 5 2.1.2
Overlast van honden beperken................................................................................................ 5
2.1.3
Hinderlijke/gevaarlijke honden ................................................................................................. 5
2.1.4
Aanpassen bebording .............................................................................................................. 5
Ruimte bieden aan hondenbezitter en honden ............................................................................. 5 2.2.1 Looploopgebieden ................................................................................................................... 5 2.2.2
2.3
2.4
Verordening Hondenbelasting ................................................................................................. 3
Specifieke voorzieningen ......................................................................................................... 8
Overlast van honden(poep) beperken ......................................................................................... 10 2.3.1 Algemene opruimplicht .......................................................................................................... 10 2.3.2
Naleefgedrag opruimen hondenpoep verbeteren .................................................................. 10
2.3.3
Hondenbezitters informeren en stimuleren ............................................................................ 10
2.3.4
Pilot afvalbakken en poepzakjes ........................................................................................... 11
2.3.5
Handhaving op opruimplicht .................................................................................................. 11
Hinderlijke/gevaarlijke honden .................................................................................................... 12 2.4.1 Kort aanlijngebod ................................................................................................................... 12 2.4.2
Muilkorfgebod ........................................................................................................................ 12
2.4.3
Muilkorf op eigen terrein ........................................................................................................ 12
2.4.4
Artikel 172 Gemeentewet ...................................................................................................... 12
2.4.5
Wanneer vervalt een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod? ....................................................... 12
2.4.6
Kort aanlijngebod of een kort aanlijngebod en muilkorfgebod? ............................................ 13
2.4.7
Rapportage naar aanleiding van incident .............................................................................. 13
2.4.8
Meldpunt incidenten hinderlijke/gevaarlijke honden .............................................................. 13
Hondenbeleid Hoorn |
2/14
1
Inleiding
1.1 Waarom hondenbeleid? Honden hebben in onze samenleving een belangrijke rol als gezinslid, hulphond of als politiehond. Mensen gaan met honden naar buiten om ze hun behoeften te laten doen en ze te laten rennen en spelen. Een hond die de ruimte krijgt om zijn normale gedrag te vertonen, is een blije hond. Het is belangrijk dat hondeneigenaren en hun medeburgers zonder ergernissen kunnen samenleven en dat honden hun soortspecifieke gedrag ook in de openbare ruimte kunnen vertonen. Hondeneigenaren zijn wettelijk verantwoordelijk voor het gedrag van hun hond en het voorkomen van overlast voor medeburgers. Om dit alles mogelijk te maken zodat er zo min mogelijk overlast ontstaat, heeft de gemeente Hoorn hondenbeleid opgesteld. Hoorn telt ruim 72.000 inwoners en 4.149 (peildatum: 27 januari 2020) geregistreerde honden. Daarnaast zijn nog een onbekend aantal honden niet geregistreerd. Het hondenbeleid is niet direct opgenomen in het Coalitieakkoord Hoorn 2018-2022. Wel blijkt uit de reacties op de Groenvisie en de hoge score in de ergernissen binnen de gemeente Hoorn dat dit een onderwerp is dat leeft. Er komen veel klachten over bijvoorbeeld hondenpoep binnen.
1.2 Wat staat er in het hondenbeleid? Allereerst staat in het hondenbeleid hoe we in de gemeente Hoorn om willen gaan met honden in de openbare ruimte. We geven bijvoorbeeld aan welke specifieke voorzieningen we voor honden in de gemeente Hoorn hebben gerealiseerd en willen gaan realiseren. Ook komen overlast en voorkomen van bijtincidenten aan de orde. Daarnaast heeft de gemeenteraad regels opgesteld. Deze zijn opgenomen in de Algemene plaatselijke verordening Hoorn (Apv Hoorn). Deze regels betreffen loslopende honden, opruimplicht voor hondenpoep en gevaarlijke/hinderlijke honden. In dit beleid wordt nader uitgewerkt hoe invulling wordt gegeven aan deze regels. Dat is het onderdeel uitvoeringsbeleid.
1.3 Relatie met andere stukken 1.3.1 Groenvisie+ “Verbindend Groen” 2019-2029 De Groenvisie is in nauwe samenspraak met ‘de stad’ opgesteld. Naast groene belangenorganisaties, hebben ongeveer 1800 inwoners meegedacht. Overlast van honden(poep) kwam veel naar voren in de gesprekken met de stad. Tegelijkertijd vragen hondenbezitters om meer en betere ruimte voor honden. De Groenvisie geeft aan dat een andere inrichting van het groen kan bijdragen aan betere ruimte voor honden en het verminderen van de overlast. Het gaat dan over het maken van specifieke voorzieningen voor honden en hondenbezitters of voldoende alternatieve routes buiten de verharde paden. Op dit moment wordt op veel plaatsen invulling gegeven aan deze wensen. Daarnaast zal het toekomstige hondenbeleid ook andere maatregelen bevatten om de overlast van honden(poep) te verminderen. 1.3.2 Verordening Hondenbelasting In de Verordening Hondenbelasting staat de regels over het betalen van belasting door hondenbezitters. De hondenbelasting is geen doelbelasting maar een algemene belasting. Dit betekent dat de inkomsten uit deze belasting vallen onder ‘algemene middelen’ en dus niet direct, één op één, gekoppeld zijn aan de uitgaven ten behoeve van hondenbeleid. Jaarlijks vinden er controles plaats op hondenbezit (ongeregistreerde honden).
Het vaststellen van de Verordening Hondenbelasting is een bevoegdheid van de gemeenteraad. In het raadsvoorstel voor het vaststellen van de Verordening Hondenbelasting zal deze belastingmaatregel Hondenbeleid Hoorn |
3/14
verder worden toegelicht. Dit onderwerp zal in dit beleid vastgesteld door burgmeester en het college van burgemeester en wethouders dan ook niet nader aan de orde komen. De gemeenteraad zal buiten dit uitvoeringsbeleid om geïnformeerd worden over de (toezegging omtrent) hondenbelasting. 1.3.3 Nota Dierenwelzijn Hoorn 2017-2021 In de Nota Dierenwelzijn staat dat de gemeente in overleg met dierenbeschermingsorganisaties en inwoners hondenbeleid opstelt, gericht op het voorkomen van overlast en bijdraagt aan het welzijn van honden. Het welzijn van honden staat hierin centraal. Het onderhavige hondenbeleid is echter een vaststelling van de huidige stand zaken. Van hieruit kan gewerkt worden naar een meer integrale aanpak.
Hondenbeleid Hoorn |
4/14
2
Doelstellingen
2.1 Wat zijn de doelstellingen in Hoorn? 2.1.1 Ruimte bieden aan hondenbezitter en honden Hoorn heeft het streven om voldoende en gevarieerde losloopgebieden met een goede spreiding over de stad aan te bieden aan de hondenbezitters en hun honden. De voorkeur gaat uit naar een combinatie van loslooproutes en uitrenvelden. Ook zwemplekken in de binnenstad zijn voorzieningen om ruimte te bieden aan de hondenbezitter en hun honden. Deze doelstelling is nader uitgewerkt in paragraaf 2.2. 2.1.2 Overlast van honden beperken De gemeente Hoorn wil graag ruimte bieden aan honden en hondenbezitters, maar de gemeente wil ook de overlast van honden in de openbare ruimte beperken. Het is belangrijk dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor de eigen woon- en leefomgeving. Het is daarom van belang dat ook hondenbezitters die verantwoordelijkheid voelen en zich aan de regels houden. Om de overlast van hondenpoep te beperken geldt een algemene opruimplicht. En om deze opruimplicht te ondersteunen wordt gezocht naar maatregelen om de naleving te verbeteren. Daarnaast wordt gestreefd naar meer ruimte voor honden, met name in de vorm van uitrenvelden. Velden die afgeschermd zijn en waar honden naar hartenlust kunnen rennen en spelen. Deze uitrenvelden hebben als specifieke doelgroep hondenbezitters waardoor zij minder in aanraking komen met andere gebruikers van de openbare ruimte.
Hier wordt in paragraaf 2.3 nader op ingegaan. 2.1.3 Hinderlijke/gevaarlijke honden Daarnaast wil de gemeente ook de meer ernstige vorm van overlast van hinderlijke/gevaarlijke honden tegengaan en het aantal bijtincidenten zoveel mogelijk reduceren. Deze doelstelling is nader uitgewerkt in paragraaf 2.4. 2.1.4 Aanpassen bebording De huidige borden hebben geen positieve uitstraling en zijn gevoelig voor vandalisme. De borden worden vaak vernield, beklad en gedraaid. In Hoorn hebben we recent de bebording veranderd om aan te geven waar een opruimplicht geldt. Deze bebording is zo geplaatst dat de gevoeligheid voor vandalisme minimaal is.
2.2 Ruimte bieden aan hondenbezitter en honden 2.2.1 Looploopgebieden Het streven is voldoende en gevarieerde losloopgebieden met een goede spreiding over de stad. De voorkeur gaat uit naar een combinatie van loslooproutes en uitrenvelden. Door voldoende ruimte en voldoende keuze te bieden aan hondenbezitters zal men zich naar verwachting beter aan de regels (gaan) houden. Een loslooproute is een looproute waarbij de hond niet aangelijnd hoeft te worden.
Hondenbeleid Hoorn |
5/14
Foto: Einde losloopgebied, van hier moet de hond weer aangelijnd zijn Voor het bepalen van een losloopgebied gebruikt de gemeente globaal de volgende criteria: De losloopgebieden liggen zo mogelijk verspreid over de stad. Een stuk lopen is echter soms onvermijdelijk; De eigenaar mag de loslopende hond niet uit het oog verliezen. Het losloopgebied moet daarom zo veel mogelijk in zijn geheel te overzien zijn; Er is voldoende ruimte voor honden om te rennen zonder overlast te bezorgen voor recreanten en spelende kinderen; De gebieden kennen een logische, liefst fysieke begrenzing, door onder andere begroeiing. Voorbeelden zijn water, hagen, hekken of gebouwen. Bij de entrees staan borden met ‘losloopgebied’. Voor de hondenbezitter mag geen misverstand bestaan over de gebieden waar honden los mogen lopen; De verkeersveiligheid moet gegarandeerd zijn. De losloopgebieden bevinden zich niet pal naast drukke fietspaden en wegen, waar het risico groot is dat de honden de weg op rennen; De losloopgebieden bevinden zich niet op speelplekken, sportvelden en schoolpleinen; De losloopgebieden bevinden zich niet bij kwetsbaar groen, zoals schooltuintjes, vaste planten, stadslandbouw, tenzij goed afgeschermd. Een uitrenveld is een veldje omringd met een hek waarbinnen honden los kunnen lopen. Een aantal van deze veldjes liggen in een loslooproute.
Tezamen zijn zij de losloopgebieden in de gemeente Hoorn. Echter, Hoorn is dichtbebouwd en heeft weinig ‘buitengebied’. Er zijn geen grote recreatiegebieden of bossen binnen de gemeentegrenzen. Het betekent dat de openbare ruimte binnen Hoorn gebruikt wordt door meerdere doelgroepen, zoals wandelaars, sporters en spelende kinderen. Het is daarom lastig grote gebieden en lange routes specifiek aan te wijzen voor loslopende honden. Ook mensen die niet van honden houden of zelfs bang zijn voor honden maken gebruik van de openbare ruimte. In de parken zijn gebieden en routes aangewezen waar honden wel los mogen lopen. De openbare ruimte is een schaars goed dat door meerdere doelgroepen naar tevredenheid gebruikt zal kunnen worden. Met bovenstaande criteria wordt geprobeerd een balans te vinden tussen de gebruikers met en zonder hond. Wat zijn de hoofdregels voor het uitlaten van honden? Het is in principe niet toegestaan om honden los te laten lopen. De uitzonderingen komen in het kopje hieronder aan de orde en zijn hierboven ook al geintroduceerd. De hoofdregel is dat honden niet los mogen lopen. Daarnaast is het verplicht om een hond te laten voorzien van een halsband of ander identificatiekenmerk dat duidelijk maakt wie de eigenaar of houder van de hond is. De hoofdregel is dat honden overal in de publieke ruimte mogen komen. Daarop zijn ook uitzonderingen die hieronder worden
Hondenbeleid Hoorn |
6/14
toegelicht. Op privaatterrein, zoals bijvoorbeeld een winkelcentrum die niet in eigendom is van de gemeente, gelden de regels van de eigenaar. Waar mogen honden loslopen? In Hoorn zijn 30 gebieden (te weten: 26 routes en 4 veldjes) waar honden los mogen lopen (peildatum: 1 januari 2020). De plaatsen waar de hond los mag lopen staan weergegeven op de kaart behorende bij het aanwijzingsbesluit Algemene plaatselijke verordening Hoorn (te raadplegen op www.overheid.nl). Deze hondenloslooproutes worden aangegeven met bordjes. Om het voor inwoners makkelijker vindbaar te maken zijn de losloopgebieden ook op de website van de gemeente Hoorn onder uitlaatplekken te vinden. Waar mogen honden niet komen? Plekken waar de hond niet mag komen zijn kinderspeelplaatsen (foto), zandbakken en speelweides (foto). In de periode van 1 april tot 1 november zijn honden niet toegestaan op het strand en recreatiepark Schellinkhouterdijk en aan de Westerdijk. Bij het merendeel van de speelplekken zijn borden geplaatst. Daarnaast zijn op verschillende locaties hekken geplaatst of hagen geplant om de speelplekken af te schermen. Het verbod volgt rechtstreeks uit de door de gemeenteraad vastgestelde kaders uit de Algemene plaatselijke verordening Hoorn.
Foto: kinderspeelplaats
Hondenbeleid Hoorn |
Foto: speelweide
7/14
Foto: regels voor honden in het Julianapark/ Recreatiegebied Schellinkhouterdijk
2.2.2 Specifieke voorzieningen Uitrenvelden In de afgelopen jaren zijn op enkele locaties uitrenveldjes gerealiseerd. Omheinde veldjes waar de honden lekker kunnen rennen en samen kunnen spelen. Voorbeelden zijn: ten noorden van de nieuwe begraafplaats aan de Zuiderdracht aan ’t Erf in Risdam Noord in de groenstrook aan de Oostergouw. Een idee is het aantal uitrenvelden nog uit te breiden met: Een veld naast de tennisbaan in het Dwaalpark Een veld naast het parkeerterrein aan de Nieuwe Wal/Julianapark Het betreft hier niet alleen het realiseren van een uitrenveld maar ook aanpassing van de route. Hierbij moet rekening gehouden worden met wensen van hondenbezitters en mogelijke bezwaren van omwonenden of andere betrokkenen. De uitrenvelden worden zoveel mogelijk gerealiseerd binnen bestaande loslooproutes. Zwemplekken voor honden Op dit moment zijn er verschillende strandjes en zwemplekken langs de kustlijn van Hoorn. Deze zijn in het zwemseizoen echter niet bedoeld voor honden. Er is slechts twee officiële zwemlocaties voor honden, namelijk in het Julianapark aan het eind van de Nieuwe Wal. Dit willen we uitbreiden met enkele locaties aan het binnenwater mits de waterkwaliteit en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier het toelaat: Aan hondenroute 27 in de Bangert & Oosterpolder; Hondenbeleid Hoorn |
8/14
De realisatie van de oeverdijk biedt de mogelijkheid na 2021 een apart hondenstrand te realiseren ten zuiden van de Galgenbocht. In het Dwaalpark is er overleg met HHNK om te kijken of daar een hondenzwemplek kan en mag komen.
Foto: hondenzwemplek 1 in het Julianapark
Hondenbeleid Hoorn |
Foto: hondenzwemplek 2 in het Julianappark
9/14
2.3 Overlast van honden(poep) beperken Hondenpoep staat in de top van het lijstje van zaken die ergernis of overlast veroorzaken in de directe woon– en leefomgeving. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de resultaten van de enquête voor de Groenvisie in het najaar van 2018. Hierboven is al ingegaan op hoe om te gaan met (loslopende) honden in de openbare ruimte gezamenlijk met andere functies. De genoemde dan wel beoogde pilots en projecten zullen afzonderlijk aan het college en indien noodzakelijk aan de gemeenteraad worden voorgelegd ter besluitvorming. De kostenramingen zullen dan onderdeel zijn van de besluitvorming. 2.3.1 Algemene opruimplicht In de gemeente Hoorn geldt, met uitzondering van de losloopgebieden, een algemene opruimplicht. Voordelen daarvan zijn: Duidelijkheid; Deze regel is eenvoudig te communiceren en het wordt makkelijker hondenbezitters aan te spreken door omwonenden en handhavers. Losloopgebieden zijn aangewezen en bekend gemaakt. Volksgezondheid; In Hoorn zijn ruim 4200 honden geregistreerd en naar verwachting nog een paar honderd die niet geregistreerd zijn. Een hond produceert poep welke nu grotendeels in het openbaar gebied terecht komt. In de poep zitten onder andere spoelwormen. Als de poep wegregent komen de larven in de grond terecht. Hier overleven de wormen totdat een nieuwe drager zich aandient.
Kleine kinderen die in het gras spelen en in de modder graaien of in de grond wroeten lopen een groot risico op besmetting. De wormen kunnen astma en allergieverschijnselen verergeren. Medegebruik openbaar gebied; Hoorn heeft geen uitgestrekte buitengebieden, bossen of recreatieterreinen. Men is dus aangewezen op de parken en het openbaar groen binnen de bebouwde kom. Deze gebieden worden ook volop gebruikt door niet-hondenbezitters, circa 80% van de inwoners. Er is op de meeste plaatsen sprake van meervoudig gebruik. Het is dus wel zo prettig dat men niet struikelt over de hondenpoep. Kwaliteit directe woonomgeving; Minder hondenpoep draagt bij aan de kwaliteit en de beleving van de directe woonomgeving. Dit past binnen het principe Schoon, Heel en Veilig. Vooral in de zomer zijn sommige routes niet alleen bezaaid met drollen, ook de stank die het met zich meebrengt draagt niet bij aan de woonkwaliteit. Beheer openbaar groen; Het onderhoud van het groen, vooral het maaien van het gras, zal een aangenamere klus zijn wanneer de hoeveelheid hondenpoep minder is. 2.3.2 Naleefgedrag opruimen hondenpoep verbeteren Het handhaven op het opruimen van hondenpoep is moeilijk uitvoerbaar. Er moet sprake zijn van een ‘heterdaad’. Er zijn verschillende manieren om het naleefgedrag te verbeteren.
Zo is het mogelijk om een verplichting in te stellen tot het dragen van hondenpoepzakjes of andere (duurzamere) opruimmiddelen. Het bij je dragen van opruimmiddelen zorgt niet automatisch voor een betere naleving en de handhaving hiervan kost (extra) capaciteit die de handhavers op een andere manier kunnen besteden. Het gaat erom dat de eigenaar de inspanning wil doen en daardoor doet om daadwerkelijk de hondenpoep op te ruimen. Het gaat om bewustwording bij hondenbezitters en een omslag in het gedrag. Hoe zorg je ervoor dat een eigenaar van een hond de poep van zijn hond opruimt? Uiteraard zijn er elementen die dit gedrag kunnen stimuleren. Daarbij wordt gedacht aan: Hondenbezitters informeren en stimuleren (paragraaf 2.3.3) Routes voorzien van afvalbakken (paragraaf 2.3.4) Hondenpoepzakjes beschikbaar stellen (paragraaf 2.3.5) 2.3.3 Hondenbezitters informeren en stimuleren Uit onderzoek blijkt dat er drie groepen hondenbezitters zijn. Een groep, ongeveer de helft, die bereid is om de hondenpoep van de eigen hond op te ruimen mits daar voorzieningen voor aanwezig zijn. Een kleinere groep, Ongeveer een derde, die te beïnvloeden is door een heldere communicatie en het aanspreken op gedrag door anderen. Voor deze groep is het ook van belang dat duidelijk is waarom men hondenbelasting betaalt en dat dit niet automatisch betekent dat de gemeente opruimt.
Tot slot is er een kleine groep, ongeveer 15%, die zich niet aan de regels houdt en ook niet bereid is het gedrag te
Hondenbeleid Hoorn |
10/14
veranderen. Met name voor de eerste twee doelgroepen zijn voldoende voorzieningen en een goede communicatie van belang. Hondenbezitters worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid als het gaat om opruimen. Zo krijgen ze bij het betalen van de hondenbelasting een flyer waarin de opruimplicht staat. Ook bij plekken waar veel overlast is van hondenpoep kunnen borden worden geplaatst. Ook via de gemeentelijke kanalen worden hondenbezitters regelmatig aangesproken op hun gedrag en verplichting. Daarbij zal niet alleen de gemeente de afzender zijn, maar ook hondenbezitters die wel het goede voorbeeld geven. Ook is het een mogelijkheid dat mensen die overlast ondervinden, bijvoorbeeld kinderen, via communicatie de niet-opruimende hondenbezitter aanspreekt. Dit valt of staat echter wel met goede voorzieningen, zoals afvalbakken en zakjes. 2.3.4 Pilot afvalbakken en poepzakjes In 2012 heeft er een proef plaatsgevonden met zakjesdispensers op een locatie in de Kersenboogerd en een locatie in de Grote Waal. Uit de evaluatie is toen gebleken dat men onvoldoende gebruik maakt van de zakjes en dat zowel volle als lege zakjes alsnog in de bosjes of sloot belanden. Reden om op dat moment de proef geen vervolg te geven. In 2020 is er een pilot met betrekking tot het plaatsen van poepbakken in Hoorn-Noord/Venenlaan.
Daarbij zullen ook wederom poepzakjes worden aangeboden met dispensers. Afhankelijk van de uitkomsten van de pilot en de kosten/baten analyse zal deze pilot een vervolg worden gegeven. In de hele gemeente Hoorn zullen in 2020 tevens tien extra afvalbakken met zakjes worden geplaatst speciaal met het oog op het beter kunnen weggooien van de hondenpoep door de eigenaar. 2.3.5 Handhaving op opruimplicht De handhaving van de opruimplicht valt in het ‘Uitvoeringsplan vergunningverlening, toezicht en handhaving Wabo en openbare ruimte 2019-2020 Gemeente Hoorn’ onder de categorie ‘Normaal’. Dat wil zeggen: “Toezicht op het betreffende onderwerp wordt uitgevoerd tijdens reguliere controles, maar het krijgt geen bijzondere aandacht. Tevens wordt er op basis van klachten en projectmatig gecontroleerd. De controle vindt steekproefsgewijs of gebieds- / objectgericht plaats.”
Hondenbeleid Hoorn |
11/14
2.4 Hinderlijke/gevaarlijke honden In de periode van juni 2015 tot juni 2018 zijn er 55 meldingen binnengekomen van hinderlijk, agressief gedrag en bijtincidenten met honden. Hier zitten ook meerdere meldingen per hond tussen. Het is vooral de eigen verantwoordelijkheid van de hondenbezitters om verantwoord met het bezit van een hond om te gaan. Het is onverantwoordelijk om met een hond die agressief gedrag vertoont en niet onder appèl staat in het losloopgebied te lopen. Volgens de wetgever is een houder verantwoordelijk voor zijn of haar hond. Echter, als de openbare orde dan wel veiligheid in gevaar komen, heeft de burgemeester een aantal instrumenten gekregen om maatregelen te nemen. Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. Een hond die een gebod opgelegd heeft gekregen moet gechipt zijn, ongeacht of deze voor of na 2013 (na 2013 is chippen sowieso verplicht) is geboren. 2.4.1 Kort aanlijngebod Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
2.4.2 Muilkorfgebod Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 2.4.3 Muilkorf op eigen terrein Wanneer er aan een eigenaar of houder van een hond een kort aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, mag de hond ook niet zonder muilkorf op eigen terrein loslopen. Dit geldt niet wanneer: op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht; en het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen. 2.4.4 Artikel 172 Gemeentewet Als de situatie daartoe aanleiding geeft, dan kan de burgemeester besluiten om gebruik te maken van zijn lichte bevelsbevoegdheid.
De hond wordt dan uithuisgeplaatst voor een gedragsonderzoek waaruit moet blijken of terugplaatsing tot de mogelijkheden behoort. Wel dient de burgemeester in dat geval aannemelijk te maken dat daadwerkelijk vrees is voor verstoring van de openbare orde. Allereerst wordt in deze situatie gesproken met eigenaar of houder om af te stemmen of deze bereid is om vrijwillig de hond uit huis te plaatsen om een risico-assessment (door de faculteit Dierengeneeskunde van de universiteit Utrecht) uit te laten voeren voor zijn of haar hond. Bij een testresultaat dat terugplaatsing niet tot de mogelijkheden behoort, wordt alvorens maatregelen op te leggen, aan de eigenaar gevraagd vrijwillig de hond in te laten slapen. Hoewel dit voor de eigenaar of houder vaak een emotioneel traject is, is dit soms gelet op de openbare orde een noodzakelijke stap. De kosten van vervoer, verblijf, test en eventueel laten inslapen van de hond komen voor rekening van de houder van de hond. 2.4.5 Wanneer vervalt een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod? Het gebod is gericht op de hond, niet op de eigenaar. Bij het overlijden van de hond vervalt dan ook het gebod en gaat het niet over op een eventuele nieuwe hond van de eigenaar.
Hondenbeleid Hoorn |
12/14
Indien de houder/eigenaar van de hond van mening is dat zijn of haar hond niet (meer) hinderlijk of gevaarlijk is, dient dit te blijken uit een risico-assessment die in opdracht van de houder/eigenaar van de hond is afgenomen. Het risico-assessment dient te worden uitgevoerd door het assessmentteam van de faculteit Dierengeneeskunde van de Universiteit Utrecht of een NVGH erkend gedragstherapeut. De kosten van vervoer, verblijf en test van de hond komen voor rekening van de houder van de hond. Naar aanleiding van een positief resultaat kan de burgemeester besluiten om het gebod in te trekken. 2.4.6 Kort aanlijngebod of een kort aanlijngebod en muilkorfgebod? Wanneer er sprake is van een hinderlijke of gevaarlijke hond geeft dit aanleiding tot het opleggen van een maatregel. Om te bepalen of er een kort aanlijngebod opgelegd wordt of dat dit gecombineerd wordt met een muilkorf wordt in het besluit per geval een overweging gemaakt. Daarbij worden onder andere de volgende factoren overwogen: 1. Wat voor soort incident is er voorgevallen? (bijtincident?) 2. Wat is de ernst van het incident/letsel? 3. Wat is de (sociale) impact van het incident? 4. Is er sprake van herhaling? 2.4.7 Rapportage naar aanleiding van incident De toezichthouder met taakaccent gevaarlijke honden maakt een rapportage op naar aanleiding van een incident.
Daarin neemt hij de volgende gegevens zoveel mogelijk op: personalia eigenaar/houder (bijtende) hond; verklaring eigenaar/houder (bijtende) hond; personalia benadeelde partij; verklaring benadeelde partij; personalia getuige(n) en verklaring; gegevens van bijtende hond inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie van paspoort en/of stamboomgegevens; indien van toepassing gegevens slachtoffer (persoon); indien van toepassing gegevens van gebeten hond of inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie paspoort en/of stamboomgegevens; indien van toepassing gegevens van gebeten dier of object; aard en omvang van letsel en schade (eventueel met foto’s/factuur dierenarts); omstandigheden en aanleiding waaronder de hond heeft gebeten; of de hond mee naar huis is of in beslag is genomen en op welke grond (straf- of bestuursrecht); of er andere of ‘oudere’ meldingen (tot 2 jaar terug) over desbetreffende hond in het systeem aanwezig zijn; omstandigheden/aanleiding van het incident; eventuele bevindingen van de medewerkers van de politie; bevindingen van een huisbezoek. 2.4.8 Meldpunt incidenten hinderlijke/gevaarlijke honden Via www.hoorn.nl/melding kan je eenvoudig een melding maken van een gevaarlijke hond.
Hondenbeleid Hoorn |
13/14
Gemeente Hoorn Nieuwe Steen 1 Postbus 603 1620 AR Hoorn T 0229 25 22 00 www.hoorn.nl