CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Goede ruimtelijk onderbouwing

Gemeenteraad 8 april 2025, gemeente HoornBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning aanvraag perceel Nieuwe Steen 6 Hoorn13.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Goede ruimtelijke onderbouwing Nieuwe Steen

24/29

Milieu- en omgevingsaspecten

Ten behoeve van het plan is de digitale watertoets3 (zie bijlage 4) uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat de korte procedure van toepassing is omdat het plan beperkte invloed heeft op het watersysteem en/of afvalwaterketen. Waterkwaliteit en riolering Uitgangspunt is dat een gescheiden rioolstelsel wordt aangelegd. De ambitie van het hoogheemraadschap is om 100% van het hemelwater van nieuwe oppervlakken te scheiden van het afvalwater. Toepassing van uitloogbare materialen, zoals koper, lood en zink zal zoveel mogelijk worden voorkomen. Betekenis voor het project Het hemelwater wordt gescheiden van het afvalwater aangeboden en deels geïnfiltreerd en/of gebufferd voordat dit vertraagd afgevoerd wordt naar het (gescheiden) gemeenteriool. Het gebruik van uitloogbare materialen, zoals zink, lood en koper wordt beperkt. Ruimtelijke adaptatie HHNK adviseert om in het ontwerp van het plan het principe van ruimtelijke adaptatie op te nemen. Betekenis voor het project Het plan biedt voldoende kansen om te voldoen aan het advies van HHNK. Het dak van de parkeergarage wordt als daktuin ingericht. De parkeervakken worden half verhard ingericht. Ook kan bij bijvoorbeeld de aanleg van de niet bebouwde gronden gebruik worden gemaakt van waterdoorlatende verharding met bijbehorende afvoer vertragende onderlaag of waterberging op straat en in verlaagde groenstroken.

4.3

Bodem

In het kader van een ruimtelijke procedure waarin een nieuwe functie mogelijk wordt gemaakt dient de bodemgesteldheid in kaart te worden gebracht. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bouwplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Betekenis voor het project Door Landview is verkennend en aanvullend bodemonderzoek4 (zie bijlage 5) uitgevoerd. Naar aanleiding van dit onderzoek is in een latere fase nog aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd 5 (zie bijlage 6). Tijdens het veldwerk is in de boringen ter plaatse van de gedempte sloten zintuiglijk geen afwijkend materiaal ten opzichte van de andere boringen waargenomen. In de mengmonsters bg1 van de bovengrond en og1 van de ondergrond is een lichte verhoging van som chloordaan gemeten. In mengmonster og2 van de ondergrond zijn lichte verhogingen van som DDD, som DDE, som chloordaan en som OCB aangetroffen. In mengmonster bg2 van de bovengrond zijn geen verhogingen van OCB’s aangetroffen. In het grondwater zijn geen verhogingen van OCB’s aangetroffen.

De hypothese dat in de bodem mogelijk verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen aanwezig zijn, wordt in het onderzoek bevestigd. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij elk beoogd gebruik. 3

Digitale watertoets, 10 oktober 2023 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek, Landview, 23 november 2022 5 Aanvullend bodemonderzoek, Landview, 19 december 2023 4

Goede ruimtelijke onderbouwing Nieuwe Steen

25/29

Milieu- en omgevingsaspecten

Bodemonderzoek dient in principe NA eventuele sloop van opstallen plaats te vinden. Aangezien inpandige boringen niet mogelijk waren, kan het bevoegd gezag aanvullend onderzoek eisen NA sloop. Dit om na te gaan of onder de (voormalige) bebouwing afwijkend bodemmateriaal aanwezig is. Bij graafwerkzaamheden op het terrein kunnen er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie bestaan. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Indien vrijkomende grond niet op de locatie zelf hergebruikt kan worden en afgevoerd dient te worden, kan het noodzakelijk zijn om de grond aanvullend te onderzoeken op de gehalten aan PFAS. Voor grotere partijen grond kan een partijkeuring AP04 (inclusief PFAS) nodig zijn.

4.4

Archeologie

Nieuwe ontwikkelingen kunnen archeologische waarden aantasten. In dat kader dienen dan ook de aanwezige of verwachte waarden te worden beschouwd. In de Monumentenwet 1988 is de bescherming van het archeologisch erfgoed geregeld, dit conform het Verdrag van Malta. Deze wet verplicht om bij ruimtelijke plannen, rekening te houden met de in de bodem aanwezige, dan wel te verachten archeologische waarden. Betekenis voor het project In het bestemmingsplan Risdam en Nieuwe Steen-West is ter plaatse van het projectgebied een archeologisch beschermingsregime opgenomen waarbij voor bouwwerken groter dan 10.000 m2 een archeologisch rapport moet worden overlegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. Het plan blijft binnen de geschetste drempelwaarden. Er is geen archeologisch onderzoek nodig.

4.5

Cultuurhistorie

Op grond van de Modernisering Monumentenwet (MoMo) dient in een ruimtelijk plan een beschrijving te worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Betekenis voor het project Het plangebied heeft geen specifieke cultuurhistorische waarden. Er is ook geen sprake van een aardkundig waardevol gebied. Het bouwplan leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden.

4.6

Natuur

In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden. Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied. De soortenbescherming is geregeld in de Wet natuurbescherming. Hierin zijn verschillende beschermingsregimes voor soorten aangewezen. Betekenis voor het project Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd natuurgebied en ligt ook niet in de nabijheid van een beschermd natuurgebied. Op 1 km afstand ligt het Natura-2000 gebied Markermeer & IJmeer. Dit is geen stikstofdepositie gevoelige habitat. Het Natura-2000 gebied Eilandspolder ligt op 13 km afstand en op 10 km afstand ligt Polder Zeevang.

Goede ruimtelijke onderbouwing Nieuwe Steen

26/29

Milieu- en omgevingsaspecten

Afbeelding 4.1: Ligging projectlocatie ten opzichte van stikstofgevoelige Natura2000 gebieden.

Vanwege de jurisprudentie met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is noodzakelijk om te kijken of de beoogde herontwikkeling kan leiden tot stikstofdepositie ter plaatse van één of meerdere Natura 2000-gebieden. Door M&A Omgeving B.V. is een stikstofberekening uitgevoerd6 (zie bijlage 7). Hierbij is zowel de aanlegfase als de gebruiksfase in beeld gebracht. De maximale projectbijdrage van de aanleg en het gebruik van de gebouwen is 0,00 mol/ha/jaar op de meest dichtbijgelegen stikstofgevoelige habitattypen. De stikstofdepositie die uitvoering van de plannen zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de meest kritische ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. Soortenbescherming Door Ecologie Op Maat is een Quickscan natuurwetgeving uitgevoerd7 (zie bijlage 8) Uit de Quickscan komt naar voren dat er in het plangebied geen beschermde soorten voorkomen en dat het plangebied ook geen geschikt habitat vormt voor beschermde soorten. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met enkele algemeen voorkomende diersoorten.

Het verwijderen van groen dient buiten het broedseizoen plaats te hebben.

4.7

Verkeer en parkeren

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient inzicht te worden geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. Door Goudappel is onderzoek 8 (zie bijlage 9) uitgevoerd naar verkeer en parkeren. 4.7.1 Verkeer Nieuwe functies of een verandering van bestaande functies leiden tot een ander verkeersbeeld. Iedere functie heeft een bepaalde verkeersgeneratie die is opgebouwd uit aankomend en vertrekkend verkeer.

6

Stikstofbereking, M&A Omgeving B.V., 16 oktober 2023 Quickscan natuurwetgeving, Ecologie Op Maat, 4 december 2023 8 Verkeer en parkeren, Goudappel, 4 september 2024 7

Goede ruimtelijke onderbouwing Nieuwe Steen

27/29

Milieu- en omgevingsaspecten

In 2022 is door Goudappel een verkeersonderzoek 9 uitgevoerd (zie bijlage 10) naar de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling in Nieuwe Steen. In deze studie is onder andere de verkeersafwikkeling in Nieuwe Steen voor de toekomstige situatie doorgerekend. Uit deze studie is gebleken dat in de toekomstige situatie in Nieuwe Steen op de verkeerskundig meest relevante kruispunten geen knelpunten optreden met betrekking tot de verkeersafwikkeling. De verkeersgeneratie voor de toekomstige situatie van Nieuwe Steen 6 is berekend. Uit de berekening blijkt dat de ontwikkeling in de toekomstige situatie circa 400 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal genereert. Op een gemiddelde werkdag genereert de ontwikkeling circa 450 motorvoertuigbewegingen. Aanvullend is gekeken naar het planeffect tijdens de maatgevende momenten: de ochtend- en avondspitsperioden. Hierbij is voor het drukste uur tijdens de ochtend- en de avondspits de verkeersgeneratie van de ontwikkelingsplannen inzichtelijk gemaakt. Op basis van de berekende verkeersgeneratie is een vertaling gemaakt naar verkeersgeneratie voor de beide spitsperioden en verder onderscheid in aankomende en vertrekkende motorvoertuigbewegingen. Aan de hand van de verkeersgeneratieberekeningen en de verdeling naar richtingen en spitsperioden is het verkeerseffect van de ontwikkeling voor de beide spitsperioden bepaald.

Hierbij is tevens onderscheid gemaakt naar in- en uitgaande verkeersbewegingen. De toekomstige verkeersgeneratie van de ontwikkeling Nieuwe steen 6 bedraagt afgerond maximaal 41 mvt tijdens het drukste spitsuur. Verkeerskundig is deze toename zeer beperkt, valt binnen de marge van de eerdere verkeersonderzoeken en gaat in de praktijk op in het reguliere verkeersbeeld. In de eerdere studie is de ontwikkellocatie van Nieuwe Steen 6 opgenomen als kantoorfunctie zonder baliefunctie. Rekening houdend met salderen van deze oude verkeersgeneratie zal het daadwerkelijk planeffect van de ontwikkeling in de praktijk nog lager uitvallen. Derhalve kan worden gesteld dat de ontwikkeling niet leidt tot het ontstaan, of verergeren, van nieuwe knelpunten met betrekking tot doorstroming en verkeersafwikkeling in het omliggende gebied. 4.7.2 Parkeren De parkeervraag van de verschillende functies binnen de ontwikkeling is berekend door de omvang van de functies te vermenigvuldigen met het bijbehorende parkeernorm. Niet alle functies kennen op alle momenten van de week en dag een even grote parkeervraag. Door toepassing van aanwezigheidspercentages is rekening gehouden met dit effect; en daarmee de mogelijkheid tot dubbelgebruik van parkeerplaatsen.

Uit de parkeerbalansberekening (conform gemeentelijke parkeerbeleid) en op basis van een bezoekersnorm van 0,15 (anticiperend op een aanpassing van het gemeentelijk beleid dat nu nog een bezoekersnorm van 0.3 kent), bedraagt de toekomstige parkeerbehoefte 104 parkeerplaatsen. Met de realisatie van de 98 parkeerplaatsen in het plangebied en 6 parkeerplaatsen in de openbare ruimte ontstaat hiermee een sluitende parkeerbalans. Het gemeentelijk parkeerbeleid biedt de mogelijkheid om beargumenteerd af te wijken van het parkeerbeleid. Hierbij kan onderbouwd een passende maatwerk parkeernorm worden toegepast. In het rapport ‘Verkeer en Parkeren’, opgesteld door Goudappel, is berekend dat op basis van maatwerk kan worden volstaan met 92 parkeerplaatsen. Echter, onderhavige planontwikkeling valt binnen de gebiedsontwikkeling Nieuwe Steen waarbinnen meerdere ontwikkellocaties zijn. De gemeente hanteert voor alle ontwikkellocaties binnen het gebied Nieuwe Steen dezelfde parkeernormen waardoor er geen afzonderlijke maatwerk oplossingen per ontwikkellocatie worden toegepast. Met de beschikbare parkeercapaciteit van 104 parkeerplaatsen heeft de ontwikkeling voldoende parkeercapaciteit om te voorzien in de volledige toekomstige parkeercapaciteit (hoofdzakelijk op eigen terrein).

9

Actualisatie bereikbaarheid IKEC Hoorn, Goudappel, 29 april 2022

Goede ruimtelijke onderbouwing Nieuwe Steen

28/29

Milieu- en omgevingsaspecten

4.8

Geluid wegverkeer

Op grond van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen op de nieuwe woningen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden. Indien er sprake is van hogere waarden, dient er te worden getoetst aan het geluidbeleid bij het verlenen van hogere waarden. De nieuwe appartementen liggen binnen de geluidzones

van een aantal wegen. Betekenis voor het project Door AWG geluidadvies is akoestisch onderzoek 10 (zie bijlage 11) uitgevoerd naar geluidbelasting vanwege wegverkeer. De geplande appartementen liggen binnen de 200m brede geluidzones van de Nieuwe Steen, de Zwaagmergouw, Liornestraat en de 350m brede zone van de Provinciale weg. De geluidbelasting is berekend op Lden=63 en 61 dB of lager op de zuidgevels van gebouw A resp. B vanwege de Provinciale weg. Op gebouw C is dat Lden=51 dB of lager (Provinciale weg). Op de noordgevels van gebouw D geeft de Nieuwe Steen een bijdrage van Lden=52 dB. Door de gekozen opstelling van de gebouwen ontstaat er een groot geluidluw binnenterrein. Dit geldt met name voor de begane grond. Volgens de Wet moet onderzocht worden of met bron- en/of overdrachtsmaatregelen het mogelijk is om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. In het akoestisch onderzoek is gemotiveerd dat bron- en/of overdrachtsmaatregelen niet doelmatig zijn. Op basis van de onderzoeksresultaten uit het akoestisch onderzoek resteert een hogere grenswaarde. De gemeente wordt gevraagd een hogere grenswaarde vast te stellen. Alle appartementen beschikken over een geluidluw geveldeel en een luwe buitenruimte met de geadviseerde gebouwgebonden maatregelen, waarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft het geluidaspect.

In plaats van de geadviseerde gebouwgebonden maatregelen uit het akoestisch onderzoek heeft LBP|SIGHT een onderzoek11 (zie bijlage 12) uitgevoerd naar alternatieve geluidreducerende gebouwgebonden maatregelen per gebouw, en meer specifiek, per woning. Met deze maatregelen (akoestisch gesloten borstweringen, variërend in hoogte) wordt bij alle woningen een geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte nagestreefd. Ter compensatie van het ontbreken van individuele geluidluwe buitenruimtes bij de appartementen in blok B wordt in dit blok een gemeenschappelijk geluidluwe buitenruimte gerealiseerd. Door het toepassen van een geluidluwe gemeenschappelijke buitenruimte hebben de toekomstige bewoners van woonblok B een mogelijkheid om binnen de grenzen van het gebouw geluidluw te verblijven. De tussenwoningen in woonblok B hebben aan de noordzijde een geluidluwe gevel. De hoekwoningen in woonblok B hebben geen geluidluwe gevel of geluidluwe individuele buitenruimte. Als compenserende maatregel kan men gebruikmaken van de geluidluwe gemeenschappelijke buitenruimte aan de noordzijde van woonblok B. De gevelgeluidwering is afgestemd op basis van de geluidbelasting van alle wegen samen. Er is in de berekeningen van de gevelgeluidwering geen rekening gehouden met de afschermingen op de balkons, dus toekomstige bewoners blijven binnen voldoende beschermd tegen het wegverkeer.

Er is sprake van een aanvaardbare woon- en leefsituatie voor het aspect geluid voor toekomstige bewoners van woonblok B. Een en ander is uitgewerkt in de oplegnotitie12 geluidluwe gemeenschappelijke buitenruimte. De benodigde karakteristieke geluidwering van de gevel (GA;k) om te voldoen aan de eisen uit Bouwbesluit 2012 varieert van 20-32 dB. In het onderzoek13 Karakteristieke geluidwering van 10

Akoestisch onderzoek, AWG geluidadvies, 4 september 2023 Uitwerking geluidreducerende gebouwgebonden maatregelen, LBP Sight, 13 december 2023 12 Oplegnotitie geluidluwe gemeenteschappelijke buitenruimte, LBP Sight, 24 juli 2024 13 Karakteristieke geluidwering van de gevel, LBP Sight, 4 december 2023 11

Goede ruimtelijke onderbouwing Nieuwe Steen

29/29

Milieu- en omgevingsaspecten

de gevel, uitgevoerd door LBP|SIGHT (zie Bijlage 14), zijn de geluidwerende gevelvoorzieningen gegeven waarmee voldaan kan worden aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012. De benodigde karakteristieke geluidwering om te voldoen aan het Bouwbesluit varieert van Ga;k =20-32 dB. Hiervoor zal bij de bouwaanvraag een separaat bouwakoestisch onderzoek worden aangeleverd.

4.9

Luchtkwaliteit

Op basis van wetgeving die bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit' kunnen ruimtelijkeconomische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan: • grenswaarden niet worden overschreden; • de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft; • het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit; • het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering voor. Het voormalige ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NOx, SO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling.

Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld: • woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen; • kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m 2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. Betekenis voor het project De ontwikkeling van het plangebied bevat de realisatie van minder dan 1.500 woningen. Op basis van deze gegevens kan worden geconcludeerd dat onderzoek naar luchtkwaliteit voor de ontwikkeling die met het voorliggende plan mogelijk worden gemaakt niet nodig is en dat de ontwikkeling niet bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor het huidige planologisch gebruik (kantoor zonder baliefunctie) wordt een verkeersgeneratie van 147 aangehouden. De 81 appartementen en 270 m2 kantoorruimte genereren 379 verkeersbewegingen. De toename van 223 verkeerbewegingen per etmaal is ingevoerd in de rekentool NIBM.

Goede ruimtelijke onderbouwing Nieuwe Steen

30/29

Milieu- en omgevingsaspecten

De bijdrage van het extra verkeer draagt niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de informatie die beschikbaar is via de Monitoringstool NSL blijkt dat de jaargemiddelde concentraties fijn stof en stikstofdioxide langs wegen in de nabijheid van het plangebied onder de 35 µg/m³ liggen. Ter plaatse van het gehele plangebied zal dan ook worden voldaan aan de grenswaarden omdat de concentraties luchtverontreinigende stoffen afnemen naarmate een locatie verder van de weg ligt. Met betrekking tot luchtkwaliteit is in het plangebied sprake van een goed woon- en leefklimaat.

4.10

Externe veiligheid

Bij een locatiekeuze moet rekening worden gehouden met risico’s die veroorzaakt kunnen worden door bedrijven in de omgeving of door de nabijheid van transportroutes van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, door leidingen en over water. Het betreft risico’s zoals ontploffingen of vrijkomen van giftige gassen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. De locaties van risicobronnen en risicocontouren zijn terug te vinden op www.risicokaart.nl. In de directe omgeving van het bouwplan bevindt zich de provinciale weg N506 die relevant is qua externe veiligheid vanwege het vervoer gevaarlijke stoffen over deze transportas. Ook is een gasdrukregel- en -meetstation aan de Nieuwe Steen 10 gesitueerd. Ten noordwesten van het plangebied is een trafokast gesitueerd. Deze laatste heeft geen relatie met de externe veiligheid. In het Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit externe veiligheid inrichtingen is beschreven hoe in Nederland met risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke goederen en inrichtingen dient worden omgegaan. Hoewel dit geen wettelijke bepaling betreft is het van belang planologisch rekening te houden met het Besluit. Betekenis voor het project Door M&A Omgeving BV is onderzoek14 (zie bijlage 15) externe veiligheid uitgevoerd.

Ten aanzien van het doorgaande vervoer van gevaarlijke stoffen blijkt dat de oriënterende waarde voor het groepsrisico zowel in de huidige als nieuwe situatie niet wordt overschreden. Door de toename van maximaal 204 personen door de realisatie van de 81 appartementen en 270 m2 bedrijfsruimten ten opzichte van het kantoorgebouw met 88 personen, wordt het groepsrisico niet verhoogd.

14

Onderzoek externe veiligheid, M&A Omgeving BV, 16 oktober 2023

Goede ruimtelijke onderbouwing Nieuwe Steen

31/29

Milieu- en omgevingsaspecten

Doordat het groepsrisico niet hoger wordt, is slechts een beperkte verantwoording groepsrisico noodzakelijk. In het onderzoeksrapport (paragraaf 4.3) is een aantal argumenten gegeven ter onderbouwing van het groepsrisico. Voor het gasdrukregel- en -meetstation bedraagt de veiligheidszone 25 meter. Alle appartementengebouwen worden ruimschoots buiten deze contour gerealiseerd. De kortste afstand bedraagt 40 meter. Er zijn dus verder geen maatregelen noodzakelijk ten gevolge van het gasontvangstation. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het afgeven van de omgevingsvergunning.

4.11

Bedrijven en milieuzonering

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).

Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Betekenis voor het project De omgeving van de planlocatie kan worden aangemerkt als een gemengd gebied. Er zijn verschillende niet-woonfuncties rondom de projectlocatie aanwezig en ten zuiden loopt de provinciale weg. Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Risdam en Nieuw Steen-West” is geïnventariseerd welke functies er rondom Nieuwe Steen 6 te Hoorn aanwezig zijn.

Aan de noord,west- en oostzijde van de projectlocatie zijn kantoor- en zorgfuncties aanwezig. Aan de zuidzijde (aan de overkant van de provinciale weg) bevinden zich woningen. Verder in oostelijke richting bevindt zich een gasdrukregel- en -meetstation (zie verder paragraaf 4.10). De veiligheidszone van dit station bedraagt 25 meter. Alle appartementengebouwen worden ruimschoots buiten deze contour gerealiseerd. De kortste afstand bedraagt 40 meter. Rondom het gasdrukregel- en -meetstation zijn al bestaande woonfuncties aanwezig. De nutsvoorziening wordt door de komst van de appartementen dan ook niet verder beperkt in eventuele ontwikkelmogelijkheden.

Goede ruimtelijke onderbouwing Nieuwe Steen

32/29

Milieu- en omgevingsaspecten

De richtafstand voor kantoren bedraagt volgens de VNG brochure 0 meter ten opzichte van woningen in een gemengd gebied. De afstand tot het dichtstbijzijnde kantoor (het gezondheidscentrum Nieuwe Steen 8) aan de oostzijde is 8 meter. Er wordt voldaan aan de richtafstanden, dus er zijn geen belemmeringen voor de realisatie van het onderhavige project.

4.12

Bezonning

Naarmate de breedte of hoogte van een gebouw groter is, kan het negatieve effect op de bezonning van de omgeving toenemen. Een smalle toren belemmert de bezonning van de omgeving voor een kortere tijd dan een wand van diezelfde hoogte, of zelfs een wand van minder hoogte. Hoogbouwinitiatieven dienen daarom te worden onderworpen aan een bezonningsonderzoek. Onderhavig plan betreft geen hoogbouwplan. Betekenis voor het project Ondanks dat het bouwplan geen hoogbouw betreft is ten behoeve van de ontwikkeling is een bezonningsstudie15 (zie bijlage 3) uitgevoerd. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de mogelijke invloed van de geplande bouwvolumes op de omliggende bebouwing. Wegens het ontbreken van een officiële bezonningsnorm is de analyse uitgevoerd conform de strenge TNO norm uitgevoerd. Conform Hoornse hoogte, visie op stedelijke groei en hoogbouw moet een plan minimaal voldoen aan de lichte TNO norm. Zowel de bestaande situatie als de nieuwe situatie zijn in beeld gebracht. Daartoe is een 3Dmodel opgesteld waarop de bezonning en schaduwwerking zijn geprojecteerd. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van SketchUp. De start- en eindtijd van de berekening wordt automatisch aangepast aan de hand van de zon data in SketchUp. Deze werkt op basis van de in SketchUp ingegeven locatie. In de analyse zijn de maanden januari, februari, oktober en november getoetst.

Op deze data staat de zon op zijn laagste punt en is deze lage stand vaak leidend voor de normering. • 21 januari: de eerste dag van de strenge norm; • 19 februari: de eerste dag van de lichte norm; • 21 juni: de dag met de hoogste zonnestand; • 21 oktober: de laatste dag van de lichte norm; • 22 november: de laatste dag van de strenge norm. Er zijn geen officiële tijdstippen als meetpunten. Voor een goed beeld is er gekozen voor een interval van 2 uur op de volgende tijdstippen: 08:00, 10:00, 12:00, 14:00, 16:00, 18:00 uur Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat: • Het ontwerp voldoet aan de lichte TNO-norm. • Het verruimen van de maximaal planologisch toegestane bouwhoogte heeft nauwelijks effect voor de bezonning op de omgeving.

4.13

Kabels en leidingen

Straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke kunnen van invloed zijn op de planvorming. Er dient daarom geïnventariseerd worden of dergelijke kabels en leidingen binnen het plangebied aanwezig zijn. Betekenis voor het project

15

Bezonningsstudie, TBE-ZA. 29-08-2023

Goede ruimtelijke onderbouwing Nieuwe Steen

33/29

Milieu- en omgevingsaspecten

Binnen (of in de directe omgeving van) van het besluitgebied komen blijkens de provinciale risicokaart en blijkens de verbeelding van het geldende bestemmingsplannen geen leidingen of kabels voor met een dusdanige planologische-juridische beschermingszone dat zij een belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling. Door middel van een Klic-melding worden alle (ruimtelijk niet relevante) kabels en leidingen binnen het projectgebied en de directe omgeving in kaart gebracht. Afspraken over eventuele verplaatsing en beheer worden gemaakt tussen initiatiefnemers, netbeheerders en de gemeente. Het aspect ‘kabels en leidingen’ vormt geen belemmering voor onderhavig bouwplan.

4.14

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

In Nederland is het verplicht om de effecten op het milieu volwaardig onderdeel te laten zijn van de voorbereiding en de besluitvorming over ruimtelijke plannen. Daarvoor is in de Wet milieubeheer de methodiek van de milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling is niet direct m.e.r. beoordelingsplichtig op basis van het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Echter, omdat de voorgenomen ontwikkeling wel valt onder de noemer van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling verplicht. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is in feite een beknopte opsomming van de beoordeling van de ontwikkeling op verschillende milieuaspecten. Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer). Uit de bij deze GRO opgenomen Aanmeldnotitie m.e.r.16 (zie bijlage 16) volgt dat de kenmerken van de activiteit en de mogelijke gevolgen voor het milieu geen aanleiding geven voor het opstellen van een milieueffectrapportage.

4.15

Conclusie milieu- en omgevingsfactoren

Uit bovenstaande paragrafen kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan voor de woningbouwontwikkeling in het plangebied.

16

Aanmeldnotitie m.e.r., DNS Planvorming, 7 november 2023

Goede ruimtelijke onderbouwing Nieuwe Steen

34/29

Uitvoerbaarheid

5.1

Procedures

Op grond van artikel 3.7 Wabo, gelezen in samenhang met artikel 3.10 Wabo, kan worden vastgesteld dat op de voorbereiding van een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. De beslistermijn is 26 weken en kan door het bevoegd gezag eenmaal met 6 weken worden verlengd. Omdat de omgevingsvergunning de bouw van meer dan 11 woningen mogelijk maakt, is de Crisis- en Herstelwet (Chw) van toepassing met als gevolg dat de bestuurlijke versnellingen van toepassing zijn zoals opgenomen in afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Chw.

5.2

Participatie

De voorgenomen planvorming is in overleg met omwonende en belanghebbende tot stand gekomen. In een eerste participatiebijeenkomst in 2020 zijn de concept plannen aan de buurt gepresenteerd. Tijdens de inloopbijeenkomst zijn gesprekken gevoerd over het concept ontwerp. Reacties op het concept ontwerp zijn meegenomen in de verdere planvorming. Eind 2022 heeft er in overleg met de gemeente Hoorn een tweede bijeenkomst plaatsgevonden. Gedurende de avond waren zo’n 40 omwonenden aanwezig. Het doel van de bijeenkomst was het laten zien wat A-zeven projectontwikkeling heeft gedaan met de reacties die zij hebben gekregen op de eerdere ontwerpen en wat omwonenden daarvan vinden. Daarnaast is er ook naar de mening gevraagd van omwonenden over de uitstraling van de woongebouwen. Omwonenden konden dit kenbaar maken door een sticker te plakken bij het ontwerp welke hen voorkeur had. Voorkeur ging uit naar de uitstraling van woongebouwen als een ‘Stedelijk blok’. Ook de Gemeente was aanwezig om vragen te beantwoorden over het proces, verkeer en parkeren in de buurt. Er zijn zorgen geuit over het parkeren, de verkeersveiligheid in de wijk en over de bezonning. Er worden kansen gezien ten aanzien van het groener maken van de omgeving die nu veel verharding kent. Men is blij met het feit dat er is geluisterd over het bijstellen van de hoogte van het gebouw aan de Provincialeweg.

Omwonenden gaven ook aan het fijn te vinden om betrokken te worden, goed en eerlijk geïnformeerd te worden over de plannen en dat er eindelijk wat gaat gebeuren met het leegstaande gebouw. Medio juli 2023 hebben A-Zeven projectontwikkeling en De Selectie omwonenden uitgenodigd voor de derde en ook laatste inloopbijeenkomst van het participatietraject over de toekomst van het woningbouwplan aan de Nieuwe Steen 6. De inloopbijeenkomst vond plaats in de Copernicusschool en is als voortzetting op de eerder bijeenkomsten georganiseerd. Het gehele participatieproces en de uitkomsten daarvan zijn vastgelegd in een participatienota 17 met bijlagen (zie bijlage 17).

5.3

3.1.1 overleg

Ten behoeve van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is de ruimtelijke onderbouwing toegezonden aan de overlegpartners. 17

Participatienota, 19 oktober 2023

Goede ruimtelijke onderbouwing Nieuwe Steen

35/29

Uitvoerbaarheid

Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, de Veiligheidsregio en de Omgevingsdienst NHN hebben geadviseerd over het plan. Deze adviezen zijn verwerkt en hebben geleid tot aanpassing van eerder ingediende gegevens. Omdat er sprake is van een binnenstedelijke ontwikkeling die qua aantal en typen woningen regionaal is afgestemd, is een afzonderlijk overleg met de provincie Noord-Holland niet nodig.

5.4

Financiële uitvoerbaarheid

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het ruimtelijk besluit een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij het onderhavige plan als bouwplan kan worden aangemerkt. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. De kosten voor het bouwplan alsmede de plankosten worden gedragen door de ontwikkelaar van het plan. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Hiervoor wordt een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente gesloten. De ambtelijke kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd in deze overeenkomst. Om deze reden is een exploitatieplan niet nodig. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.

Goede ruimtelijke onderbouwing Nieuwe Steen

36/29

37/54

Bijlage 1

Beeldkwaliteitplan Nieuwe Steen 6

38/54

Bijlage 2

Maaiveldinrichting

Bijlage 3

Bezonningsstudie

Bijlage 4

Digitale watertoets

Bijlage 5

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek

Bijlage 6

Aanvullend bodemonderzoek

Bijlage 7

Stikstofberekening

Bijlage 8

Quickscan natuurwetgeving

Bijlage 9

Verkeer en parkeren

Bijlage 10

Actualisatie bereikbaarheid IKEC Hoorn

Bijlage 11

Akoestisch onderzoek

Bijlage 12

Uitwerking geluidreducerende gebouwgebonden maatregelen

Bijlage 13

Oplegnotitie geluidluwe gemeenschappelijke buitenruimte

Bijlage 14

Onderzoek karakteristieke geluidwering van de gevel

Bijlage 15

Onderzoek externe veiligheid

Bijlage 16

Aanmeldnotitie m.e.r.

Bijlage 17

Participatienota

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=274a70cf-389f-4907-a530-00d5694fda1c