CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.16 - aanmeldnotitie m.e.r.

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente HoornBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning aanvraag perceel Nieuwe Steen 6 Hoorn (portefeuillehouder Helling)3.338 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente

Hoorn

opdrachtgever opstellers projectnummer versie datum

A-Zeven Projectontwikkeling B.V. M. Schmeink Concept 1 7 november 2023

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding ......................................................................................................................... 3 Nieuwe Steen 6 ............................................................................................................. 3 Aanleiding aanmeldnotitie ............................................................................................. 3 Activiteiten in relatie tot het Besluit m.e.r. ..................................................................... 3 M.e.r.-beoordeling ......................................................................................................... 4

2 2.1 2.2

Locatie en kenmerken van het project .......................................................................... 5 Locatie........................................................................................................................... 5 Kenmerken van het project ........................................................................................... 6

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13

Kenmerken van het potentiële effect ............................................................................ 7 Algemeen ...................................................................................................................... 7 Verkeer.......................................................................................................................... 7 Geluid ............................................................................................................................ 7 Luchtkwaliteit................................................................................................................. 8 Natuur ........................................................................................................................... 9 Bodem ........................................................................................................................... 9 Water........................................................................................................................... 10 Externe veiligheid ........................................................................................................ 10 Geur, stof en gevaar ...................................................................................................

10 Cultuurhistorie en archeologie .................................................................................... 10 Bezonning ................................................................................................................... 11 Sloop- en aanlegwerkzaamheden .............................................................................. 11 Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen .................................................................... 11

4

Conclusie .................................................................................................................... 12

DNS Planvorming BV

2

Aan de Nieuwe Steen 6 te Hoorn bestaat het voornemen om een bestaand leegstaand kantoorgebouwgebouw te vervangen door appartementengebouwen voor in totaal 81 appartementen en enkele bedrijfsruimten. De ontwikkeling past niet in het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

Op grond van de Wet milieubeheer is voor projecten die mogelijk grote gevolgen hebben voor het milieu, een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. In dit geval gaat het om m.e.r.-plichtige activiteiten waarvoor een milieueffectrapportage (MER) opgesteld dient te worden. De m.e.r.-procedure is bedoeld om de belangrijk milieugevolgen van het project mee te wegen bij de besluitvorming. In het besluit m.e.r. is opgenomen voor welke projecten het doorlopen van een m.e.r.-procedure verplicht is. Indien een m.e.r.-procedure niet verplicht is, volstaat een vormvrije m.e.r.beoordeling. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is van toepassing op alle ruimtelijke ontwikkelingen die genoemd worden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., maar die onder de drempelwaarden blijven. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Door het college van de gemeente Hoorn dient een afzonderlijk besluit genomen te worden of een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. In voorliggende aanmeldnotitie wordt gemotiveerd dat geen sprake is van aanzienlijke milieugevolgen, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat.

Een m.e.r. is verplicht bij bestemmingsplannen (en uitgebreide Wabo’s) indien de activiteiten in het plan mogelijk tot significante gevolgen leiden voor Natura 2000-gebieden, zodat een passende beoordeling nodig is en/of het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor volgens de Wet milieubeheer een besluit m.e.r.(-beoordeling) verplicht is. Uit het uitgevoerde natuuronderzoek en onderzoek naar stikstofdepositie blijkt dat ten gevolge van het project geen negatieve effecten optreden op relevante waarden van Natura 2000‐gebieden en zeker geen significant negatieve effecten. In het Besluit milieueffectrapportage zijn m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten en indicatieve drempelwaarden opgenomen. Op de D-lijst onder categorie D 11.2 geldt voor het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een drempelwaarde van 100 hectare en van 2.000 woningen. De onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van circa 81 woningen. Het plangebied is ongeveer 5.200 m2 groot. Het blijft daarmee ruim onder de drempelwaarden. De voorgenomen ontwikkeling is ook niet direct m.e.r.-beoordelingsplichtig. De drempelwaarden zijn indicatief.

Daarom moet vervolgens worden gekeken naar de kenmerken van de ontwikkeling, de plaats van de ontwikkeling en de kenmerken van mogelijke effecten. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die

DNS Planvorming BV

3

voorkomen op de D-lijst van het nieuwe Besluit milieueffectrapportage die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • •

belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

De vormvrije m.e.r.-beoordeling is dus altijd nodig als een besluit of plan wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst en die onder de drempelwaarden liggen.

Naar aanleiding van het gestelde hierboven moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Op grond van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer moet worden ingegaan op de volgende aspecten: • een beschrijving van de activiteit, met in het bijzonder: o een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerken; o een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; • een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; • een beschrijving, voor zover er informatie over deze gevolgen beschikbaar is, van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van: o indien van toepassing, de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; o het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit.

DNS Planvorming BV

4

Het projectgebied grenst aan de noordzijde aan het doorgaande deel van de straat met de naam Nieuwe Steen, aan de oostzijde aan het perceel Nieuwe Steen 8 en aan een doodlopende zijstraat met ook de naam Nieuwe Steen. Aan de westzijde wordt het plangebied begrenst door het perceel van het belastingkantoor. Aan de zuidkant grenst het plangebied aan het fietspad met de naam Stenenpad en de direct daar weer aangrenzende Provincialeweg

Afbeelding: weergave plangebied op de luchtfoto

Het gebied maakt onderdeel uit van het bestaande stedelijke gebied van Hoorn en ligt niet in een kwetsbaar gebied en/of een gebied met beschermde status zoals stiltegebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en aardkundige monumenten. Het gebied ligt ook niet in Natura-2000 gebied of een NNN-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft het Markermeer op ongeveer 1.8 kilometer afstand. De bestaande bebouwing heeft geen monumentale status en verkeert in slechte staat van onderhoud. Binnen het plangebied liggen geen archeologische monumenten. Het plangebied is in de indicatieve kaart archeologische waarden niet gekarteerd. Wel geldt binnen het plangebied volgens het geldende bestemmingsplan een archeologische dubbelbestemming. Hierbinnen geldt dat voor grond- en bouwwerkzaamheden van meer dan 10.000 m2 een archeologisch onderzoek is vereist. Het bouwplan blijft ruim onder deze drempel.

DNS Planvorming BV

5

Het project bestaat uit de sloop van het bestaande gebouw en de nieuwbouw van appartementengebouwen voor in totaal 81 woningen en enkele bedrijfsruimten. De te verwachten milieueffecten van het woningbouwplan hangen samen met de verkeersaantrekkende werking en parkeren en tijdelijke hinder tijdens de bouwfase. De realisatie van maximaal 81 woningen leidt niet tot een nadelig effect op de luchtkwaliteit en tevens niet tot een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van nabijgelegen natuurgebieden. Er wordt geen negatief effect verwacht op de waterhuishouding en de kwaliteit van de bodem aangezien geen sprake is van lozing of bodembedreigende activiteiten. Daarnaast zorgt de realisatie van het plan niet voor negatieve geluidseffecten op de omgeving. Er is tevens onderzocht of de realisatie van de woningbouw een negatief effect heeft op de omliggende inrichtingen. Hiervan kan geconcludeerd worden dat de afstand tussen de omliggende inrichtingen en de projectlocatie voldoende is om te borgen dat deze niet belemmerd worden in hun bedrijfsvoering.

DNS Planvorming BV

6

De impact van de voorgenomen ontwikkeling wordt in kaart gebracht door de beoogde ontwikkeling te vergelijken met de referentiesituatie. In de komende paragrafen worden de mogelijk relevante milieueffecten behandeld. Het gaat hierbij om de effecten op het milieu die het plan met zich meebrengt. De onderzoeken waarnaar in deze Aanmeldnotitie wordt verwezen maken allen deel uit van de Goede Ruimtelijke Onderbouwing voor de Nieuwe Steen 6 en zijn daarin als bijlage opgenomen.

In de directe omgeving van het plangebied is sprake van een aantal bestaande wegen. De functie die zich in de toekomstige situatie gaan vestigen binnen het plangebied genereren een bepaalde hoeveelheid verkeer. Dit verkeer heeft invloed op de intensiteiten in en in de directe omgeving van het plangebied. Het CROW (een non-profit kennispartner voor overheden, aannemers en adviesbureaus) heeft landelijke richtlijnen opgesteld voor de verkeergeneratie van bepaalde type functies. Op basis van deze richtlijnen (rekentool “Verkeersgeneratie en parkeren”) moet voor het plangebied worden bepaald hoeveel verkeer er door het plangebied in de toekomstige situatie wordt gegenereerd. De eventuele toename van de verkeersgeneratie is afhankelijk van de invulling van de beoogde ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling van 81 appartementen en 270 m2 bedrijfsruimte kent op basis van CROW-kentallen een worst case verkeersgeneratie van 370. De verkeersgeneratie ten gevolge van de huidige bestemming kan hierbij in mindering worden gebracht. In de huidige situatie is ter plaatse van het plangebied sprake van een kantoorbestemming. Het bestaande gebouw heeft een brutovloeroppervlak van 2.635 m2 en kent op basis van CROW-kentallen een verkeersgeneratie van minimaal 147 verkeersbewegingen per etmaal.

Resumerend is er sprake van een toename van de verkeersgeneratie ten gevolge van de beoogde ontwikkeling van 223 verkeersbewegingen per etmaal. Uit de uitgevoerde verkeersstudie1 is gebleken dat in de toekomstige situatie op de verkeerskundig meest relevante kruispunten geen knelpunten optreden met betrekking tot de verkeersafwikkeling. De verkeerssituatie leidt niet tot significante negatieve milieugevolgen.

De projectlocatie is gelegen in het stedelijk gebied van Hoorn. De geplande appartementen liggen binnen de 200m brede geluidzones van de Nieuwe Steen, de Zwaagmergouw, Liornestraat en de 350m brede zone van de Provinciale weg. In het akoestisch onderzoek2 is de geluidbelasting berekend op Lden=63 en 61 dB of lager op de zuidgevels van gebouw A resp. B vanwege de Provinciale weg. Op gebouw C is dat Lden=51 dB of lager (Provinciale weg). Op de noordgevels van gebouw D geeft de Nieuwe Steen een bijdrage van Lden=52 dB.

1 2

Verkeer en parkeren, Goudappel, 27 juli 2023 Akoestisch onderzoek, AWG geluidadvies, 4 september 2023

DNS Planvorming BV

7

Door de gekozen opstelling van de gebouwen ontstaat er een groot geluidluw binnenterrein. Dit geldt met name voor de begane grond. Hoewel er sprake is van een hogere geluidbelasting dan de in de Wet geluidhinder genoemde grenswaarden beschikken alle appartementen over een geluidluw geveldeel en een geluidluwe buitenruimte. De bedrijvigheid rond de planlocatie ligt in het algemeen op voldoende afstand. Aangrenzend aan de projectlocatie zijn kantoor- en zorgfuncties gevestigd. Voor deze functies gelden op basis van de VNG-richtlijn ‘Bedrijven en milieuzonering’ geen richtafstanden. Voor overige nietwoonfuncties in de nabijheid van de projectlocatie geldt dat de bedrijfsvoering van deze functies reeds wordt beperkt door bestaande woningen die dichterbij deze functies zijn gelegen. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Belangrijke nadelige milieugevolgen als gevolg van geluid zijn uitgesloten.

Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing) en locaties waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben. Op 15 november 2007 is dit deel van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm.

In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.

Op www.nsl-monitoring.nl is te zien dat er ter plaatse van de Nieuwe Steen geen meetpunten zijn gelegen. Bij de meest nabij gelegen meetpunten blijven de concentraties stikstofdioxide NO2, fijnstof PM10 en fijnstof PM2,5 allen ruim onder de grenswaarden. De grenswaarde voor toetsing voor stikstofdioxide NO2 is 40 µg/m3, voor fijnstof PM10 is 40 µg/m3 en voor fijnstof PM2,5 is 25 µg/m3 de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. Als gevolg van de ontwikkeling neemt het aantal verkeersbewegingen ter plaatse van de projectlocatie en de directe omgeving daarvan licht toe. Deze toename is dermate ondergeschikt van aard dat geen sprake is van een relevante toename van concentraties fijnstof en/of stikstofdioxide. De concentraties zullen ook na realisatie van het project ruim voldoen aan de grenswaarden en een goed woon- en leefklimaat kan voor de te realiseren woningen gewaarborgd worden. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn voor het aspect luchtkwaliteit zijn uitgesloten.

DNS Planvorming BV

8

Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op ca. 1.800 m afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, het Markermeer & IJmeer. Overige Natura 2000-gebieden liggen op nog grotere afstand. Gezien de aard van de werkzaamheden en de ligging ten opzichte van de betrokken Natura 2000-gebieden zijn negatieve effecten als verstoring, geluid en licht op voorhand uit te sluiten. Om vast te stellen of het project kan leiden tot verhoogde depositie van stikstof in Natura2000gebied is een stikstofberekening3 gemaakt met behulp van het rekenprogramma AERIUS. Markermeer & IJmeer is geen stikstofdepositie gevoelige habitat. Het Natura-2000 gebied Eilandspolder ligt op 13 km afstand en op 10 km afstand ligt Polder Zeevang. De maximale projectbijdrage van de aanleg en het gebruik van de gebouwen is 0,00 mol/ha/jaar op de meest dichtbijgelegen stikstofgevoelige habitattypen. De stikstofdepositie die uitvoering van de plannen zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de meest kritische ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen.

Gezien de werkzaamheden betreft de hoogste bijdrage van het project de tijdelijke inzet en het tijdelijke effect van mobiele werktuigen. Deze tijdelijke effecten zijn vaak gemakkelijker op te vangen door de natuurlijke fluctuaties binnen het natuurgebied of eventueel herstelbeheer, dan effecten van permanente activiteiten. In de gerealiseerde bebouwing wordt door het afzien van stookinstallaties in de bebouwing (vrijwel) geen stikstof meer geëmitteerd. De transitie van oude bebouwing met zekere uitstoot van stikstof naar de beoogde bebouwing in dit project draagt daarmee bij aan de gewenste permanente daling van stikstof op kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming In het kader van de GRO is een Quickscan4 natuurwetgeving uitgevoerd. Uit de quickscan komt naar voren dat in het plangebied geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels en/of zoogdieren voorkomen. In het plangebied kunnen wél broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen duurt ruwweg van half maart tot half juli. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn voor het aspect natuur uitgesloten.

Op basis van verkennend bodemonderzoek 5 is een verontreiniging tot boven de interventiewaarde met zink en een matige verhoging van lood geconstateerd. In het aanvullend onderzoek zijn in geen van de enkelvoudige monsters verhogingen van lood en zink aangetroffen. Voor het overige zijn in de mengmonsters van de boven- en ondergrond maximaal licht verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters geconstateerd. In het grondwater zijn lichte verhogingen van arseen en barium aangetroffen. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering of verklaarbaar uit omgevingsfactoren, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij elk beoogd gebruik.

3

Stikstofbereking, M&A Omgeving B.V., 16 oktober 2023 Quickscan natuurwetgeving, van der Goes en Groot, 2 november 2021 5 Verkennend bodemonderzoek, Landview, 23 november 2022 4

DNS Planvorming BV

9

Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn voor het aspect bodem uitgesloten.

In de huidige situatie bestaat het plangebied voor 2.700 m2 uit verharding. In de nieuwe situatie neemt de verharding af tot circa 2.592 m2. Er is geen sprake van het dempen van water. Er is voor de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van noodzakelijke watercompensatie. Er vinden geen activiteiten plaats die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Er wordt een gescheiden stelsel aangelegd. Daarnaast wordt het advies opgevolgd om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn voor het aspect water uitgesloten.

Er is onderzoek externe veiligheid6 uitgevoerd. Ten aanzien van het doorgaande vervoer van gevaarlijke stoffen blijkt dat de oriënterende waarde voor het groepsrisico zowel in de huidige als nieuwe situatie niet wordt overschreden. Door de toename van maximaal 204 personen door de realisatie van de 81 appartementen en 270 m2 bedrijfsruimten ten opzichte van het kantoorgebouw met 88 personen, wordt het groepsrisico niet verhoogd. Doordat het groepsrisico niet hoger wordt, is slechts een beperkte verantwoording groepsrisico noodzakelijk. In het onderzoeksrapport (paragraaf 4.3) is een aantal argumenten gegeven ter onderbouwing van het groepsrisico. Voor het gasdrukregel- en -meetstation bedraagt de veiligheidszone 25 meter. Alle appartementengebouwen worden ruimschoots buiten deze contour gerealiseerd. De kortste afstand bedraagt 40 meter. Er zijn dus verder geen maatregelen noodzakelijk ten gevolge van het gasontvangstation. In gebouw D wordt een trafostation gerealiseerd. Deze heeft echter geen relatie met de externe veiligheid. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn voor het aspect externe veiligheid uitgesloten.

In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich geen (geurrelevante)bedrijven. Tijdens de bouw zal sprake zijn van tijdelijke effecten (verkeer, stof, geluid, licht, trillingen). Deze effecten verdwijnen na de bouwfase. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn voor de aspecten geur, stof en gevaar uitgesloten.

Cultuurhistorie Zoals beschreven in hoofdstuk 2 zijn in het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig.

6

Onderzoek externe veiligheid, M&A Omgeving BV, 16 oktober 2023

DNS Planvorming BV

10

Archeologie Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 geldt voor het plangebied een archeologische verwachtingswaarde. Hierbinnen geldt dat voor grond- en bouwwerkzaamheden van meer dan 10.000 m2 of een archeologisch onderzoek is vereist. Het is lastig om in de huidige situatie archeologisch onderzoek uit te voeren vanwege de bestaande bebouwing.

Uit de bezonningsstudie blijkt dat er alleen sprake is van schaduwwerking bij omliggende bedrijvigheid en niet bij nabijgelegen woonfuncties. Het onderdeel bezonning heeft geen significante invloed op de leef- en verblijfsomstandigheden in en rond het plangebied.

Gelet op de tijdelijkheid van sloop- en aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Om het geluidseffect van de werkzaamheden te beperken zijn voldoende mogelijkheden om de ontsluiting van het bouwverkeer op ruime afstand van woningen te leggen. Indien noodzakelijk zullen geluidsreducerende maatregelen worden getroffen om geluidsoverlast tijdens sloop- en aanlegwerkzaamheden te beperken.

Voor het bouwplan worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal.

DNS Planvorming BV

11

De activiteit die mogelijk worden gemaakt met voorliggende ontwikkeling (woningbouw), gelet op de kenmerken en de plaats van de activiteiten en de kenmerken van de potentiële effecten, niet zodanig van invloed op het milieu dat een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Het voorstel is om het college van burgemeester en wethouders van Hoorn op basis van deze notitie te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.

DNS Planvorming BV

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=ec4edd4a-0802-4141-84bb-08e1ffb194e2