Bijlage 1a Toelichting
Tekst van het document
3.47 Datacenters Artikel 6.32c van de Provinciale Omgevingsverordening (ONH2020) bevat een instructieregel voor gemeenten om bestemmingsplannen zodanig aan te passen dat nieuwe datacenters met een bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 en een elektrisch aansluitvermogen van meer dan 5 MVA niet langer zijn toegelaten. Deze instructieregel wordt in dit veegplan opgenomen. De regels zijn aangepast. De verbeelding hoeft niet te worden aangepast.
3.48 Bedrijvenlijst bedrijventerreinen In Veegplan 2 was bij artikel 3.1.1 in de bestemming 'Bedrijf' en artikel 4.2.1 in de bestemming 'Bedrijventerrein' een aangepaste bedrijvenlijst opgenomen waarin de bedrijfsactiviteit 'zelfstandige kantoren' was doorgehaald. De doorhaling was niet compleet. In Veegplan 3 is dit hersteld in artikel 3.1.6 en 4.1.3. De regels zijn aangepast. De verbeelding hoeft niet te worden aangepast.
3.49 Dubbelbestemming Leiding - Hoogspanning De dubbelbestemming Leiding - Hoogspanning is niet consequent opgenomen in de gemeente. De leidingen loopt door diverse bestemmingsplannen heen. Ook verschilt de breedte van de bestemde leidingenstrook. De hoogspanningsleidingen worden met voorliggend veegplan in één keer correct opgenomen, waarbij 5 meter aan weerszijden wordt aangehouden. De regels en verbeelding zijn aangepast.
3.50 Omgevingsvergunning 'Schelphoek 103' Op 13 juni 2023 is een omgevingsvergunning vastgesteld voor de locatie De Schelphoek 103. Het projectgebied behoudt zijn huidge bestemmingen en zones, maar krijgt in dit veegplan de toegestane maximale bouwhoogte van 11 meter (in plaats van 10 meter). De verbeelding wordt zodanig aangepast. De regel voor de aangepaste maatvoering wordt ook toegevoegd in bestemmingsplan Schelphoek 2008.
22
Veegplan 3
3.51 Omgevingsvergunning 'Botensteiger' Met een uitgebreide afwijkingsprocedure is op 9 augustus 2023 een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een botensteiger bij het stadsstrand. Bij de botensteiger mogen maximaal 10 boten (van maximaal 10 meter lengte) zijlings afmeren. De steiger is bedoeld voor dagpassage van recreatievaartuigen en is beschikbaar tijdens het vaarseizoen, van 1 april tot 1 november. Overnachting wordt niet toegestaan en er zijn verder geen ondersteunende faciliteiten. De functie en voorwaarden worden gehangen aan een nieuwe aanduiding 'overige zone - botensteiger' binnen de bestemming Water - Markermeer van het plan Stadsstrand en de bestemming 'Markermeer' van het plan Hoornse Hop (1998).
3.52 Omgevingsvergunning 'Jan Willemszstraat 18' Op 23 augustus 2023 is de omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 29 appartementen ter plaatse van de Jan Willemszstraat 18. Het perceel is onderdeel van bestemmingsplan Hoorn-Noord en Venenlaankwartier. Hierin heeft het een maatschappelijke bestemming. Naar aanleiding van de omgevingsvergunning krijgt het perceel op de verbeelding de bestemming 'Wonen - Woongebouw'. Er wordt een maximale bouwhoogte van 9,5 meter, maximaal aantal wooneenheden van 29 en een bouwvlak vastgelegd op de verbeelding. De planregels hoeven niet te worden aangepast.
3.53 Omgevingsvergunning 'Westerblokker 129' Op 21 april 2010 is de omgevingsvergunning verleend voor het vergroten van de supermarkt ter plaatse van Westerblokker 129. Het perceel is onderdeel van het bestemmingsplan Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen-Oost. Dit is destijds niet verwerkt in het bestemmingsplan. De aanduiding 'supermarkt' wordt vergroot op de verbeelding. De planregels hoeven niet te worden aangepast.
3.54 Omgevingsvergunning 'Nieuwland 6' Op 3 juli 2019 is de omgevingsvergunning verleend voor het toestaan van daghoreca bij een bakkerij. Het perceel is onderdeel van het bestemmingsplan Binnenstad en heeft hierin de bestemming 'Centrum - 2' en 'Wonen'. Het hele perceel wordt bestemd als 'Centrum - 2', waar het perceel deze bestemming nog niet had, en het deel waarin de daghoreca vestigt krijgt de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horeca van categorie 2.3'. De huidig aangeduide maatvoering wordt ook doorgetrokken. De wijziging wordt doorgevoerd op de verbeelding en de planregels behoeven geen wijziging.
3.55 Bestaande perifere detailhandel en sportvoorzieningen In de bestemmingsplannen Bedrijventerrein Westfrisia en Bedrijventerrein Hoorn 80 zijn (in de bestemmingsomschrijving) toegestaan: bestaande perifere detailhandel, met uitzondering van perifere detailhandel in meubelen; bestaande commerciële sportvoorzieningen, fitnesscentra en dansscholen en naar aard daarmee vergelijkbare voorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'cultuur en ontspanning'; Het woord 'bestaand' wordt geschrapt in de planregels. De verbeelding hoeft niet te worden aangepast.
3.56 Uitzondering vergunningsplicht archeologie In de dubbelbestemmingen voor archeologische waarden is niet consistent de uitzonderingsgrond voor de vergunningplicht opgenomen dat geen vergunning nodig is in geval volgens een quickscan geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden. In Artikel 23 Waarde - Archeologie, Artikel 24 Waarde - Archeologie 1, Artikel 25 Waarde - Archeologie 2, Artikel 26 Waarde - Archeologie 3, Artikel 27 Waarde - Archeologie 4, Artikel 28 Waarde - Archeologie 4a en Artikel 29 Waarde - Archeologie 5 is deze uitzondering nu toegevoegd.
23
Veegplan 3
3.57 Binnenstad - bestemming Tuin - Binnentuin Het bestemmingsplan Binnenstad kent de bestemming 'Tuin - Binnentuin'. De gebruiksregels in dit artikel zijn niet erg duidelijk wat betreft het toegestane gebruik. Uit jurisprudentie vloeit voort dat het gebruik van de binnentuin overeen moet komen met het gebruik van het hoofdgebouw (Zie ECLI:NL:RVS:2017:1591 r.o. 2.2 en ECLI:NL:RVS:2012:BX8282 r.o. 2.1.). In de definities is het begrip 'binnentuin' toegevoegd. In de gebruiksregels van het bestemmingsplan Binnenstad wordt toegevoegd dat het gebruik van de binnentuin ten dienste staat van de functie van de aanliggende bebouwing.
3.58 Airco-units en warmte-units Uit jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2022:1090, RvS, 202104530/1/R1) blijkt dat een airco-unit kan worden aangemerkt als ondergeschikt bouwdeel en dat deze bij het bepalen van de bouwhoogte van een aan-/uitbouw van een pand niet hoeft te worden meegenomen. In de 'Wijze van meten' wordt voor de duidelijkheid aan de bepaling over ondergeschikte bouwdelen toegevoegd dat airco-units en warmte-units met een bouwhoogte van ten hoogste 1 m en een oppervlakte van ten hoogste 2 m2 tot ondergeschikte bouwdelen worden gerekend.
Hoofdstuk 4 4.1
Juridische vormgeving
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de regels en de verbeelding van het bestemmingsplan. De regels vormen samen met de verbeelding het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Zowel de verbeelding als de regels voldoen aan de verplichte landelijke standaarden voor de uitwisseling en vergelijkbaarheid van digitale bestemmingsplannen (IMRO2012 en SVBP2012). Het bestemmingsplan bestaat uit: een verbeelding van het plangebied waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Bij het bestemmingsplan hoort een toelichting. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg beschikbaar gesteld.
4.2
Regels
De regels bestaan uit drie varianten: 1. 2. 3.
De zuivere partiële herziening per plan. Een algemene partiële herziening voor plannen waarop het onderwerp betrekking heeft. Een actualisering van het geldende plan, waardoor het Veegplan het enige geldende plan is.
Ad .1 De zuivere partiële herziening per plan Voor deze situaties gelden, na vaststelling van het veegplan, twee ruimtelijke plannen. Het gaat hier vooral om de reparatie van specifieke, locatiegerichte herstelonderwerpen. Ad 2. Een algemene partiële herziening Ook voor deze situaties is het zo dat er na vaststelling van het Veegplan twee ruimtelijke plannen per locatie gaan gelden. In deze gevallen wordt in de regels een algemene verwijzing naar de geldende ruimtelijke plannen gemaakt, waarop het aan de orde zijnde onderwerp betrekking heeft.
24
Veegplan 3
Ad 3. Een actualisering van het geldende plan, waardoor het Veegplan het enige geldende plan is In deze gevallen geldt dat het Veegplan het enige geldende ruimtelijke plan voor de betreffende locatie is. De opgenomen regeling sluit aan op de algemene plansystematiek die is opgenomen in de geactualiseerde bestemmingsplannen en dus via het Veegplan opnieuw ingekaderd worden, met inachtneming van het Veegplan.
4.3
Verbeelding
Wat betreft de partiële herziening bestaat de plangrens van de verbeelding uit de contour van alle ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen) die deel uitmaken van het Veegplan. Het omvat vrijwel het gehele grondgebied van de gemeente Hoorn. Vervolgens is per geldend ruimtelijk plan een deelgebied aangemaakt. Dit deelgebied wordt vormgegeven door middel van een gebiedsaanduiding. De gebiedsaanduiding heeft in de naamgeving een link met het geldende ruimtelijk plan, denk hierbij aan "overige zone - Binnenstad". Het werken met gebiedsaanduidingen maakt het mogelijk om in de gml de digitale koppelingen met het onderliggende ruimtelijke plan aan te maken in de gml. Het toevoegen van een dubbelbestemming is mogelijk door middel van een partiële herziening. Hiervoor hoeft geen enkelbestemming te worden opgenomen. Dit komt onder meer voor bij het onderwerp 'beeldbepalende panden in de binnenstad'. Op de verbeelding wordt de dubbelbestemming 'Waarde Beeldbepalend' opgenomen. Daarnaast zijn er onderwerpen die een zelfstandige bestemming voor de betreffende locatie mogelijk maken. In deze gevallen zal de verbeelding eruit zien als een regulier bestemmingsplan, voorzien van een enkelbestemming, eventuele (functie)aanduidingen, maatvoering en de benodigde aanvullende regelingen, zoals archeologie en de parkeerregeling.
4.4
Bestemmingsplanprocedure
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: Ontwerpfase Na aankondiging in de Staatscourant en in één of meer plaatselijke dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, wordt het ontwerpbestemmingsplan zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan een ieder zienswijzen over het ontwerp naar voren brengen. Vaststellingsfase Na afloop van de termijn van de terinzagelegging stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan al dan niet gewijzigd vast. Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Gedurende de periode van zes weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
25
Veegplan 3
Hoofdstuk 5
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op basis van artikel 3.1.6, lid 1, sub f Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Tevens is een paragraaf over handhaving van het plan toegevoegd.
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het kader van de te voeren planologische procedure wordt het ontwerpbestemmingsplan gepubliceerd in het 'Hoorns Nieuwsblad' en de Staatscourant. Ook wordt het ontwerp van het bestemmingsplan voor zes weken ter inzage gelegen in het stadhuis van Hoorn. Het plan zal daarnaast raadpleegbaar zijn op de website van de gemeente Hoorn (www.hoorn.nl) en op www.ruimtelijkeplannen.nl. Tijdens deze periode kan iedereen een zienswijze indienen over het veegplan. Eventuele zienswijzen worden behandeld en waar nodig verwerkt in het veegplan.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Het onderhavige plan is een beheerplan, waarmee geen grote kosten zijn gemoeid. Op basis daarvan mag het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht.
5.3
Exploitatieplan
De Grondexploitatiewet stelt als onderdeel van de Wet ruimteljke ordening (Wro) een gegarandeerd kostenverhaal als eis aan bestemmingsplannen. Een zogenaamd exploitatieplan maakt verplicht deel uit van het bestemmingsplanproces, tenzij het kostenverhaal op een andere wijze is gegarandeerd. Binnen dit bestemmingsplan worden bij recht geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die voor de gemeente kosten met zich meebrengen, waarvan het totaalbedrag van de exploitatiebijdragen meer dan € 10.000,00 bedraagt. Op basis van artikel 6.2.1a van het Bro kan daarom worden gesteld dat het kostenverhaal voor het bestemmingsplan anderszins verzekerd is. Een exploitatieplan op grond van de Grondexploitatiewet is dan ook niet noodzakelijk.
5.4
Handhaving
Het beleid en de doelstellingen van het bestemmingsplan kunnen alleen worden gerealiseerd wanneer het bestemmingsplan ook daadwerkelijk gehandhaafd wordt. Dit houdt in ieder geval in dat het plangebied regelmatig wordt gecontroleerd op illegale bouwwerken en gebruiksvormen en er tijdens bouwwerkzaamheden gecontroleerd wordt dat er gebouwd wordt overeenkomstig de verleende vergunning(en). De gemeente zal hiervoor zorg dragen. Deze werkzaamheden passen binnen het handhavingsbeleid van de gemeente en kunnen binnen de bestaande structuren worden uitgevoerd. De handhaving is gediend met een goed en duidelijk bestemmingsplan. Dit voorkomt immers misverstanden en interpretatiekwesties. Om deze reden is in dit plan gekozen voor gerichte bestemmingen én een duidelijke formulering van de regels. Bovendien bevat de toelichting een heldere beschrijving van het plan en van de regels. De regelingen in het bestemmingsplan zijn mede met het oog op een goede handhaving gemaakt. De regelingen sluiten aan op andere nieuwe bestemmingsplannen in de gemeente. Gemeente, bouwbedrijven en opdrachtgevers hebben in het kader van de handhaving ieder hun eigen verantwoordelijkheid.
Zo heeft de gemeente, naast de toezichthoudende taak, eveneens de taak om alle betrokken partijen van de juiste bestemmingsplaninformatie te voorzien en om een ieder aan te sporen het bestemmingsplan op een juiste manier uit te voeren. Particulieren en bouwbedrijven dienen de gemaakte afspraken en omgevingsvergunningen voor het bouwen na te komen en ook de opdrachtgevers dienen zich aan de
26
Veegplan 3
spelregels te houden. Wat betreft het toezicht en de controle op de regelingen en vergunningen in relatie tot waterstaatkundige zaken, zoals de schouw op sloten, geldt dat hier de verantwoordelijkheid primair bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ligt.
27