CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 - Bijlage regelsBijlage 2 Cultuurhistorie

Gemeenteraad 13 april 2023, gemeente HoornBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Keern naast nr. 192 (1941168)3.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TOELICHTING OP DE CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART RISDAM EN NIEUWE STEEN-WEST N.B. In onderstaande toelichting zijn de archeologische waarden niet meegenomen. Zie hiervoor het afzonderlijk advies van Carla Soonius d.d. 21-10-2013. Bestemmingsplangebied Het bestemmingsplangebied wordt globaal begrensd door de Westfrisiaweg, de spoorlijn HoornMedemblik, de provinciale weg N506, De Tocht, de Geldelozeweg, het Keern, de Bobeldijkerweg en de Rijksweg A7. Binnen dit vanaf de jaren zeventig verstedelijkte gebied zijn eeuwenoude toegangsroutes richting Hoorn bewaard gebleven, zowel over land als over water. Ook ligt binnen het plangebied het dorpslint van Zwaag, van oorsprong een twaalfde-eeuwse ontginningsas. Verder zijn er nog veel middeleeuwse kavelsloten te vinden. Naast deze belangrijke historische structuren zijn in het plangebied enkele cultuurhistorisch waardevolle terreinen aanwezig en een aantal cultuur- en architectuurhistorisch waardevolle gebouwen, vooral langs de linten Keern en Dorpsstraat. De belangrijkste historische structuren en elementen worden hieronder een voor een beschreven. Elke beschrijving eindigt met een beknopt advies.

Keern Het Keern is een eeuwenoude toegangsweg richting Hoorn. Het is een voormalige binnendijk die in oorsprong dateert uit de twaalfde eeuw. Binnen het plangebied strekt het Keern zich vanaf de Geldelozeweg lineair in noordelijke richting uit om na een flauwe bocht over te gaan in de Zwaagdijk.1 Vanouds heeft het Keern slechts aan één kant van de weg, de oostzijde, een wegsloot. Deze is nog grotendeels aanwezig. De vroeger eenzijdige bebouwing aan de westkant van het Keern grensde direct aan de weg. Aan deze kant loopt de sloot achter de erven langs. Dit is al eeuwenlang het geval en reeds zichtbaar op de oudste kaart van Jacob van Deventer uit circa 1559. Laatstgenoemde sloot valt tussen Geldelozeweg en Bobeldijkerweg echter net buiten het plangebied en is tussen Bobeldijkerweg en Zwaagdijk alleen nog fragmentarisch aanwezig. Langs het Keern staan binnen het plangebied de volgende gemeentelijke monumenten: de stolpboerderijen Keern 139 en 217 (De Gare Goeds Bogert). Keern 142 (Deus Adjutor) en 213 en Zwaagdijk 469 zijn rietgedekte stolpboerderijen die vanwege hun stolpvorm cultuurhistorische waarde hebben en mogelijk ook bouwhistorisch interessant zijn. Zwaagdijk 469 heeft bovendien nog steeds een traditioneel, geheel door sloten omgeven sober boerenerf met hoogstamboomgaard. Zwaagdijk 469

Van belang zijn ook twee evenwijdig aan het Keern gelegen historische kavels met achterliggende sloot: een stuk grasland tussen Keern 215 en 215a en een smal, met bomen beplant perceel tussen Keern 227C en 229. Beide zijn belangrijk omdat hier het oorspronkelijke landelijke karakter van het Keern nog herkenbaar is. Het eerstgenoemde perceel is ook waardevol, omdat hier nog duidelijk te zien is dat het Keern een dijk is (zie foto volgende pagina). 1

Uit oude kaarten (o.a. die van Govert Oostwoudt uit 1723) blijkt dat het gedeelte van het Keern tussen de bocht en Zwaagdijk ook wel Krom(me) Elleboog genoemd werd, ongetwijfeld vanwege de flauwe bocht in de weg.

Van belang is de historische route van het Keern tot aan de Zwaagdijk inclusief de wegsloot en kade aan de oostzijde te behouden en te versterken. Belangrijk is de genoemde gemeentelijke monumenten te behouden. Van de overige lintbebouwing zijn de stolpen Keern 142, 213 en 469 van belang vanwege hun hoofdvorm en mogelijke bouwhistorische waarde. Ook behoudenswaard zijn het door sloten omgeven boerenerf van Zwaagdijk 469 en de twee genoemde historische kavels met achterliggende sloot. Daarnaast hebben Keern 159 en 192 cultuurhistorische waarde. Middeleeuwse kavel langs het Keern. Hier is nog goed te zien dat het Keern (rechts) van oorsprong een dijk is.

Geldelozeweg De tussen het Keern en de Koepoortsweg gelegen Geldelozeweg vormde de noordelijke grens van de banne en later de gemeente Hoorn. De weg is aangelegd in de Middeleeuwen, maar wanneer is onbekend. Op de oudste stadsplattegrond van Jacob van Deventer uit circa 1559 staat de weg weergegeven. Hierop is ook te zien dat de Geldelozeweg toen vanaf de haakse bocht naar de Koepoortsweg verder in oostelijke richting doorliep tot aan de Holenweg. Daarmee was het vroeger een belangrijke verbindingsweg tussen de dorpen ten westen en ten oosten van Hoorn.2 Met de aanleg van de Nieuwe Weg (nu provinciale weg) tussen Koepoortsweg en Holenweg in de zeventiende eeuw boette de oostelijke helft van de Geldelozeweg aan belang in om uiteindelijk geheel te verdwijnen: op de eerste druk van de kaart van Drechterland van Govert Oostwoudt uit 1723 komt het deel van de Geldelozeweg tussen de bocht en de Holenweg niet meer voor.3 Het deel van de Geldelozeweg tussen de provinciale weg en de haakse bocht werd tot ver in de achttiende eeuw tot de Koepoortsweg gerekend.4 Van dit gedeelte heeft met name de zuidelijke helft tussen de provinciale weg en het Karrenpad nog het oorspronkelijke karakter van een smalle, door hoogopgaande bomen (nu merendeels Italiaanse populieren) geflankeerde weg gelegen op een smal, met gras begroeid dijklichaam met aan weerskanten wegsloten.

Even ten westen van de bocht bevindt zich in de Geldelozeweg al eeuwenlang een brug op het punt waar deze De Tocht kruist. Al op de oudste stadskaart van Jacob van Deventer uit circa 1559 is hier een brug weergegeven. In zijn huidige vorm dateert de brug vermoedelijk uit het tweede kwart van de twintigste eeuw. Deze karakteristieke vaste brug heeft gemetselde bruggenhoofden, een betonnen brugdek en een traditionele ijzeren leuning.5 Tussen de Sluiswachter en het Keern volgt de Geldelozeweg nog steeds het middeleeuwse tracé, maar heeft door wegverbreding en grootschalige 2 3

4

5

B. Renckens, ‘Geldelozeweg: vroeger een belangrijke verkeersader’, in: Noord-Hollands Dagblad 2-11-1974 Bibliothèque nationale de France, département Cartes et plans, GE DD-2987 (4579 B), Nieuwe kaarte van het Dyckgraafschap van Dregterlandt MDCCXXIII Op de derde druk van de kaart van Oostwoudt uit 1775 is dit nog het geval. De vóór 1832 vervaardigde eerste kadastrale kaart vermeldt de huidige naam. Op een foto uit het begin van de 20ste eeuw is te zien dat de brug vroeger een houten brugdek en dito leuning had (W.A. Braasem en H.O.J. de Ruyter de Wildt, Hoornse Herinneringen, p. 160). In het gemeenteverslag van 1913 wordt op p. 58 melding gemaakt van schilderwerk aan de brug en het aanbrengen van een ‘nieuw leuningbord’. Uit het laatste valt op te maken dat de oude houten brug toen nog aanwezig was. De huidige brug dateert dus van na 1913.

nieuwbouw ter weerszijden veel van het oorspronkelijke karakter verloren. Van belang is het nog grotendeels oorspronkelijke gedeelte van de Geldelozeweg tussen Sluiswachter en provinciale weg, inclusief groen talud, flankerende bomen en wegsloten met kades, te behouden en te versterken. Een belangrijk element in deze historische structuur is de brug over de Tocht, op het punt waar deze uitmondt in De Groene Wijzend. Behoud van deze karakteristieke brug is gewenst.

Middeleeuwse kavels aan de Geldelozeweg Tussen de binnenstad en De Groene Wijzend bestond de middeleeuwse veenverkaveling uit zuidwestnoordoost lopende lange, smalle akkers gescheiden door sloten. Van deze verkaveling zijn drie percelen bewaard gebleven aan de oostzijde van de Geldelozeweg (nrs. 2, 2A en 4). Als een van de laatste restanten van de middeleeuwse veenverkaveling ten noorden van de binnenstad zijn deze drie kavels met omringende sloten zeldzaam en historisch waardevol. Van de vooroorlogse bebouwing aan de Geldelozeweg zijn de nrs. 2 en 2A uit architectuurhistorisch en cultuurhistorisch oogpunt van belang. Beide panden bezitten voldoende waarden voor een mogelijke toekomstige aanwijzing als beeldbepalend pand. Van belang is dat de drie genoemde kavels aan de oostzijde van de Geldelozeweg en de bijbehorende omringende sloten en kades als een van de laatste restanten in de Risdam van de middeleeuwse veenverkaveling behouden blijven.

De Tocht Aan de zuidkant grenst het bestemmingsplan gedeeltelijk aan De Tocht, de ten westen van en evenwijdig aan de Koepoortsweg gelegen waterloop die in het noorden uitmondt in De Groene Wijzend. De Tocht is naar alle waarschijnlijkheid een gegraven afwatering uit de tijd van de ontginning van dit gebied in de late twaalfde eeuw, dus geen natuurlijk veenriviertje zoals wel verondersteld.6 De Tocht is voor Hoorn van groot historisch belang, omdat de stad ontstaan is rond de monding van deze waterloop, waar deze via een sluis uitmondde in de Zuiderzee (deze sluis lag volgens Velius aan de oostkant van de Roode Steen). Vanuit het Westfriese achterland werden goederen per boot via De Tocht aangevoerd om in Hoorn verkocht te worden. Mede hierdoor werd Hoorn een belangrijke marktplaats. De Tocht vormde eeuwenlang een van de belangrijkste verbindingen tussen de stad en het achterland; tot in de twintigste eeuw maakten tuinders tot Andijk aan toe gebruik van deze vaarroute om hun producten per schuit aan te voeren naar de groente- en fruitmarkt op het Nieuwland en, later, het stationsemplacement. Op de westoever van De Tocht bevond zich een 6

Met dank aan Christiaan Schrickx.

beklinkerd paadje voor de schuitentrekkers. De opkomst van de veilingen in Zwaag en Blokker betekende het einde voor de Hoornse groente- en fruitmarkt en daarmee verloor De Tocht zijn functie als aanvoerweg voor agrarische producten.7 Van belang is de twaalfde-eeuwse Tocht, die in de (ontstaans)geschiedenis van Hoorn een belangrijke rol heeft gespeeld, als historisch zeer waardevolle structuur te behouden en te versterken.

Dorpsstraat Het plangebied wordt van oost naar west doorsneden door de Dorpsstraat van Zwaag. Deze weg is in de tweede helft van de twaalfde eeuw aangelegd als ontginningsas om het veengebied van de banne Zwaag in cultuur te kunnen brengen.8 Haaks op deze as werden sloten gegraven om het veen te ontwateren. Van deze middeleeuwse kavelsloten is er ter weerszijden van de Dorpsstraat een groot aantal bewaard gebleven, waarvan enkele doorlopen tot ver in de omringende nieuwbouw. Behoud van deze sloten is een bewust uitgangspunt geweest bij de aanleg van de wijk Risdam (vanaf 1970).9 Tussen het Keern en de Torenwachter heeft de Dorpstraat nog grotendeels het oorspronkelijke karakter van een door wegsloten geflankeerde weg voorzien van een met gras begroeid talud waarin bomen. Ten oosten van de Torenwachter is de Dorpsstraat in de jaren zeventig verbreed en is alleen de noordelijke wegsloot nog merendeels aanwezig, met de bijbehorende groene berm aan de noordkant van de weg. In het laatste gedeelte voorbij de kruising met het Turfschip tot aan de spoorlijn Hoorn – Medemblik zijn behalve de zuidelijke wegsloot ook de bomen aan weerskanten van de weg verdwenen. Onder de tweezijdige lintbebouwing van de Dorpsstraat bevindt zich nog een aantal monumenten en beeldbepalende panden dat herinnert aan het agrarische verleden van Zwaag.

De stolpboerderij Dorpsstraat 14 (d’Hofstede Swaegh) is beschermd als rijksmonument. Verder staan aan de Dorpsstraat binnen het plangebied de volgende gemeentelijke monumenten: de stolpboerderijen Dorpsstraat 7 (Geertje-hoeve), 20, 32, 37 en 39, de voormalige tuinderswoningen Dorpsstraat 5 en 70, en de vroegere rentenierswoning Dorpsstraat 16. Dorpsstraat 1, 17, 33, 51, 65, 69 en 74 zijn stolpboerderijen die vanwege de stolpvorm cultuurhistorische waarde hebben en mogelijk ook bouwhistorisch interessant zijn. Ook Dorpstraat 2b vertegenwoordigt cultuurhistorische waarde. Van belang is het van oorsprong middeleeuwse dorpslint van Zwaag inclusief groen talud, flankerende bomenrijen en wegsloten met kades als waardevolle historische structuur te behouden en te versterken. Belangrijk is om naast de lintstructuur ook de genoemde stolpboerderijen en (tuinders)woningen aan het lint te behouden. Verder is van belang het behoud van de nog aanwezige middeleeuwse kavelsloten met kades die (vrijwel) haaks op de Dorpsstraat gegraven zijn.

7

8

9

W.A. Braasem en H.O.J. de Ruyter de Wildt, Hoornse Herinneringen. Van dingen die voorbij zijn in een oud Zuiderzeestadje, Hoorn 1972, p. 162. Zie: J. Buchner, R. Lodde-Tolenaar, Christiaan Schrickx, De Hervormde Kerk van Zwaag. De kerk, het dorp, de geschiedenis, Hoorn 2010, p. 17. J. Buchner, Architectuurgids Hoorn 1960-2010, Hoorn, 2012, p. 58.

Middeleeuwse kavels aan de Dorpsstraat Ten noorden van De Groene Wijzend bestond de middeleeuwse veenverkaveling uit noordzuid gerichte lange, smalle akkers gescheiden door sloten. Van deze verkaveling zijn ter weerszijden van de Dorpsstraat enkele percelen geheel of gedeeltelijk bewaard gebleven, vooral in het gebied tussen Paardenweide en Zwaagmergouw (wijkpark De Weide). Op de kaart zijn deze groenpercelen exact aangegeven. Als een van de laatste restanten van de middeleeuwse veenverkaveling ten noorden van de binnenstad zijn deze kavels met omringende sloten zeldzaam en historisch waardevol. Ook zijn deze weiden waardevol omdat ze in belangrijke mate bijdragen aan het nog landelijke karakter van dit gedeelte van de Dorpsstraat. Van belang is de bovengenoemde kavels aan de Dorpsstraat en de bijbehorende omringende sloten met kades te behouden, zowel als een van de laatste restanten van de middeleeuwse veenverkaveling in de Risdam en als onmisbare elementen voor het nog landelijke karakter van dit deel van de Dorpsstraat.

De Groene Wijzend Tussen de Geldelozeweg en de spoorlijn Hoorn-Medemblik wordt het plangebied van west naar oost doorsneden door De Groene Wijzend. De Groene Wijzend is naar alle waarschijnlijkheid een gegraven afwatering uit de tijd van de ontginning van dit gebied in de late twaalfde eeuw. Vanaf 1823 tot 1969 vormde het de grens tussen de gemeenten Hoorn en Zwaag. De Groene Wijzend was vanouds een belangrijke waterweg; het vormde de schakel tussen enerzijds De Tocht (zie daar) die uitkwam in de Hoornse binnenstad en aan de andere kant zowel de trekvaart richting Medemblik (zie daar) als de Grote Wijzend richting De Streek en Enkhuizen. Op oude kaarten wordt De Groene Wijzend daarom wel aangeduid met ‘Enkhuizer vaart’ en, vermoedelijk vanwege de veerdienst per trekschuit op Medemblik, ‘Veersloot’. Eeuwenlang voerden tuinders en fruitkwekers hun producten per schuit vanuit het Westfriese achterland via De Groene Wijzend naar de markt in de Hoornse binnenstad.10 Van belang is om de in oorsprong vermoedelijk twaalfde-eeuwse Groene Wijzend met kade als historisch waardevolle structuur te behouden en te versterken.

10

Zie: N.J. Groot e.a., Risdam, een Hoornse stadswijk. Wie weet nog hoe…, Hoorn s.a., pp. 19 en 22.

Hoogstamboomgaard aan De Groene Wijzend Ten noordoosten van de bocht in de Geldelozeweg is aan De Groene Wijzend een historische hoogstamboomgaard met fruitbomen bewaard gebleven. Als een van de laatste restanten van de vele fruittuinen die in de Risdam gestaan hebben, is deze hoogstamboomgaard cultuurhistorisch waardevol. Van belang is de hoogstamboomgaard aan De Groene Wijzend vanwege de cultuurhistorische waarde te behouden en in stand te houden.

Medemblikker Trekvaart Tussen De Groene Wijzend en de Westfrisiaweg wordt het plangebied van zuid naar noord doorsneden door de Medemblikker Trekvaart. Deze vaart is in 1656 gegraven vanaf De Groene Wijzend (toen Enkhuizer Vaart geheten) tot aan de dijksloot langs Zwaagdijk om een betere verbinding te krijgen met het achterland ten noorden van de stad en met Medemblik. Tot in de twintigste eeuw brachten tuinders uit het achterland ten noorden van Hoorn hun produkten per schuit via de Medemblikker Trekvaart (en aansluitend De Groene Wijzend en De Tocht) naar de markt in de Hoornse binnenstad. Behalve voor het vervoer van agrarische producten was de Medemblikker Trekvaart ook van belang voor het personenvervoer. Zo maakte de trekschuit Hoorn - Medemblik gebruik van deze vaarroute. Van belang is om de Medemblikker Trekvaart met kade uit 1656 als historisch waardevolle structuur te behouden en te versterken.

Bobeldijkerweg Van de op het Keern uitkomende Bobeldijkerweg, een middeleeuwse binnendijk, heeft het binnen het plangebied gelegen gedeelte door omlegging en recente verbreding veel van zijn oorspronkelijke karakter verloren. Alleen het nu doodlopende gedeelte tussen de rijksweg A7 en de toegang tot het woonwagencentrum Bobeldijkerweg heeft nog grotendeels de oorspronkelijke verschijningsvorm behouden van een smalle dijkweg met een groen talud en aan weerskanten wegsloten. Van belang is het genoemde nog oorspronkelijke gedeelte van de middeleeuwse Bobeldijkerweg inclusief groen talud en flankerende wegsloten met kades als waardevolle historische structuur te behouden en te versterken.

Leekerpad Tussen de A7 en het Keern en op ruim 300 meter ten zuiden van het huidige Leekerpad is nog de historische route aanwezig van het vroegere Leekerpad, in oorsprong een voetpad tussen het Keern en het ongeveer twee kilometer westelijker gelegen dorpje Leek. Op de kaart van Johannes Dou van circa 1655 staat dit pad al getekend, overigens zonder naamsvermelding. Het Leekerpad dateert in aanleg dus zeker van vóór het midden van de zeventiende eeuw. De naam Leekerpad komen we voor het eerst tegen op de kaart van 1745 van het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen: ‘Leecker Padtje’. Het historische Leekerpad begint ten zuiden van de stolpboerderij Keern 217 (De Gare Goeds Bogert) en heeft vooral ten westen van de kruising met Hoefijzer/Stijg beugel nog het oorspronkelijke karakter van een smalle weg met aan weerszijden een groen talud met bomen (knotwilgen) en flankerende wegsloten. Voorbij dit middendeel zet de weg zich al eeuwenlang onder een flauwe knik voort in westelijke richting en wordt aan de noordzijde geflankeerd door een wegsloot. Van belang is de nog grotendeels aanwezige historische structuur van het oorspronkelijke Leekerpad inclusief groen talud en bijbehorende wegsloten met kades te behouden en te versterken. Het huidige, noordelijker gelegen Leekerpad is uit cultuurhistorisch oogpunt niet waardevol.

Middeleeuwse kavelsloten Ondanks de verstedelijking zijn in het hele plangebied nog opvallend veel middeleeuwse kavelsloten behouden gebleven (zie ook onder ‘Dorpsstraat’). Deze overwegend in noordzuidrichting lopende sloten dateren nog grotendeels uit de tijd van de ontginning van het gebied in de tweede helft van de twaalfde eeuw. Ze zijn cultuurhistorisch waardevol en als zodanig op de kaart aangegeven. Van belang is de nog aanwezige middeleeuwse kavelsloten met kades te behouden en, waar deze door latere ingrepen worden onderbroken of aangetast, ze zo mogelijk te herstellen.

Sloot langs de spoorlijn Hoorn - Medemblik Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de historische lokaalspoorlijn Hoorn – Medemblik uit 1887. Hoewel het talud van de spoorlijn net buiten het plangebied valt, geldt dit niet voor de naastgelegen sloot aan de westzijde die er over de volle breedte binnen ligt. Deze brede sloot is gegraven bij de aanleg van de lijn en over vrijwel de gehele lengte tussen provinciale weg en Westfrisiaweg nog intact. De sloot maakt deel uit van een historische waardevolle infrastructuur en draagt in belangrijke mate bij aan de herkenbaarheid en belevingswaarde van de spoorlijn.

Van belang is de beeldbepalende sloot met kades langs de spoorlijn Hoorn - Medemblik als essentieel en oorspronkelijk onderdeel van deze historisch waardevolle infrastructuur in zijn huidige vorm te behouden.

Stadhuis aan de Nieuwe Steen Van de nieuwbouw uit de tijd van de aanleg van de wijk Risdam (jaren ’70 en ’80) is het stadhuis aan de Nieuwe Steen 1 van bovengemiddeld belang vanwege de kwaliteit van de architectuur die uitwendig nog grotendeels in de originele staat verkeert en vanwege de bijzondere ligging op de grens van de vroegere gemeente Zwaag en gedeeltelijk boven De Groene Wijzend. Deze situering is bewust gekozen om de historische band van Hoorn met het water te benadrukken en om het samengaan met de gemeente Zwaag vorm te geven door de gemeentegrens letterlijk te overbruggen.11 Vanwege de hoge architectuurhistorische, cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden is het van belang het beeldbepalende exterieur van het stadhuis aan de Nieuwe Steen te behouden. Het gebouw is een potentieel gemeentelijk monument. Vooruitlopend op een mogelijke toekomstige aanwijzing wordt geadviseerd aan het stadhuis de dubbelbestemming ‘karakteristieke bebouwing’ te geven waardoor instandhouding van de hoofdvorm kan worden geborgd.

Herdenkingsbomen Binnen het plangebied staan vijf gemeentelijke bomen die officieel aangewezen zijn als herdenkingsboom: • een koningslinde aan de zuidkant van de Scheerder, in 2004 geplant naar aanleiding van de geboorte van prinses Amalia; • een klimaatbosje bestaande uit drie walnoten, op 18-12-2007 geplant in de voortuin van het stadhuis aan de Nieuwe Steen; • een koningslinde in de voortuin van het stadhuis aan de Nieuwe Steen, op 21-3-2013 geplant ter herinnering aan de inhuldiging van koning Willem-Alexander op 30 april van dat jaar. Ondanks hun relatief jonge leeftijd zijn de bovengenoemde herdenkingsbomen uit cultuurhistorisch oogpunt van belang en daarom op de kaart aangegeven.

Bureau Erfgoed gemeente Hoorn maart 2015

11

J. Buchner, Architectuurgids Hoorn 1960-2010, Hoorn, 2012, p. 63. Het stadhuis is in twee fasen (1975-1977 en 1979-1981) gebouwd naar ontwerp van architectenbureau Tauber in Alkmaar. De op het grondgebied van de voormalige gemeente Zwaag gebouwde tweede fase aan de achterzijde wordt door een loopbrug over De Groene Wijzend verbonden met de eerste fase.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=7ecc0d49-0530-476e-aaa8-68f231c58115