CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 13-16 bij motivering TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente HoornBij agendapunt: Bangert en Oosterpolder Fase 5B Zuid24.202 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid

Bijlage 13 Bodemonderzoek verkennend - Naast Westerblokker 29 (kadastraal 3239)

1051

x 25-tauw

Se

at.

BI

1’ Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest perceel Hoorn, K 3239 naast Westerblokker 29 te Blokker Bangert Oosterpolder fase 5b-zuid

14 februari 2023

C

AUW Kenmerk

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Verantwoording Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest perceel Hoorn, K 3239 naast

Titel

Westerblokker 29 te Blokker Opdrachtgever

Gemeente Hoorn

Projectleider Auteur(s)

(kwaliteitsborger BRL SIKB 2000 protocol 2018) en

Tweede lezer

Uitvoering meet- en inspectiewerk

TAUW, J

,

en B

e,

certificaatnummer K54913 Projectnummer

1289444

Aantal pagina’ s

20

Datum

14 februari 2023

Handtekening

Colofon TAUW bv

Zekeringstraat 43g Postbus 20748 1001 NS Amsterdam

Nederland T E

tauw

2/20

CTAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Kenmerk

Inhoud 1

Inleiding........................................................................................................................................5

2

Vooronderzoek.............................................................................................................................5 2.1

Algemeen............................................................................................................................. 5

2.2

Regionale bodemopbouw en geohydrologie........................................................................6

2.3

Voormalig, huidig en toekomstig gebruik.............................................................................7

2.4

Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties................................................. 8

2.5

Overzicht verdachte deellocaties......................................................................................... 8

2.6

Asbestverdachtheid van de bodem......................................................................................9

2.7

PFAS-verdachtheid van de bodem.................................................................................... 10

2.8

Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie............................................10

2.9

Terreinverkenning...............................................................................................................13

2.10 Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek............................................................13 3

4

5

Onderzoeksstrategie enuitgevoerde werkzaamheden.............................................................. 14 3.1

Onderzoeksstrategie...........................................................................................................14

3.2

Uitgevoerde werkzaamheden............................................................................................ 15

3.3

Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid................................................................................16

Resultaten.................................................................................................................................. 16 4.1

Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen......................................................................16

4.2

Resultaten grond en grondwater........................................................................................ 17

4.3

Interpretatie resultaten........................................................................................................19

Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................... 20

5.1

Conclusies...........................................................................................................................20

5.2

Aanbevelingen................................................................................................................... 20

3/20

“TAUW Kenmerk

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Bijlage 1

Regionale ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Kadastrale gegevens

Bijlage 3

Kaarten vooronderzoek en topografische kaarten

Bijlage 4

Kaart situering monsternamepunten

Bijlage 5

Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid

Bijlage 6

Boorprofielen

Bijlage 7

Toetsingskader

Bijlage 8

Getoetste omgerekende analyseresultaten

Bijlage 9

Analysecertificaten

Bijlage 10

Kaartmateriaal verontreinigingssituatie

Bijlage 11

Veldformulieren onderzoek asbest in bodem

Bijlage 12

Berekening asbestgehalte

Bijlage 13

Foto’s terreinverkenning en veldwerk

4/20

“TAUW Kenmerk

1

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Inleiding

In opdracht van de gemeente Hoorn heeft TAUW een verkennend bodemonderzoek volgens NEN 57401 en een verkennend onderzoek naar asbest in de bodem volgens NEN 57072 uitgevoerd op perceel Hoorn, sectie K, nummer 32239 naast de Westerblokker 29 in Blokker.

De aanleiding van het onderzoek betreft de voorgenomen aankoop van de locatie en de latere ontwikkeling tot woningbouw waarvoor een aanvraag van een omgevingsvergunning bouwen benodigd is.

Het doel van het bodemonderzoek is het verkrijgen van een beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en om te bepalen of sprake is van verontreinigingen in de bodem die mogelijk een belemmering vormen voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek naar asbest is het bepalen of de verdenking van verontreiniging van de bodem met asbest terecht is.

2 Vooronderzoek 2.1

Algemeen

Er is een vooronderzoek conform de NEN 57253 uitgevoerd. Gezien de aanleiding van het onderzoek is gekozen om de onderzoeksvragen te beantwoorden behorend bij aanleiding A (uitvoeren bodemonderzoek) uit de NEN 5725. In paragraaf 2.10 zijn de onderzoeksvragen en antwoorden hierop beschreven. Een kaart met de regionale ligging van de onderzoekslocatie en een kaart met de ligging van relevante bevindingen zijn opgenomen in bijlagen 1 en 4. Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie

Adres

Naast Westerblokker 29 te Blokker

Kadastrale gegevens (www.kadaster.nl)

Hoorn, sectie K, nummer 3239

Publiekrechtelijke beperking

Ja, Wet voorkeursrecht gemeenten: Besluit aanwijzing gronden. Deze is niet relevant voor het

bodemonderzoek

RD-coördinaten (X/Y)

X: 135517 Y: 519702

Bevoegd gezag Wbb

Provincie Noord-Holland

Bevoegd gezag Wbb heeft bodemtaken uitbesteed aan

Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

Bevoegd gezag overige bodemtaken en Bbk

Gemeente Hoorn

1 NEN 5740:2009+A1:2016: Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009/A1:2016 2 NEN 5707+C2:2017: Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017 3 NEN 5725: Bodem - Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017

5/20

“TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Kenmerk

Bevoegd gezag overige bodemtaken heeft bodemtaken

Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

uitbesteed aan. Oppervlakte (m2)

810

Verhardingssituatie (m2)

Beton en onverhard

Bebouwing (m2)

Niet aanwezig

Voormalig gebruik

Tuinbouw, pad Betonpad met opslag van hooibalen en

Huidig gebruik

landbouwmateriaal. Toekomstig gebruik

Wonen met tuin

Gebruik conform circulaire bodemsanering (huidige

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en

situatie).

industrie

Gebruik conform circulaire bodemsanering (toekomstige

Wonen met tuin

situatie). Bodemkwaliteitszone (bron Nota bodembeheer West-

Bovengrond: Zone B4 Bangert-Oostpolder in

Friesland).

Hoorn

Ondergrond: Zone O4 Bangert-Oostpolder in Hoorn

Wonen

Bodemfunctieklasse (bron Nota bodembeheer West-

Friesland). Bodemkwaliteitsklasse (bron Nota bodembeheer West-

Bovengrond: Bodemkwaliteitsklasse niet

Friesland).

toepasbaar (op basis van DDE).

Ondergrond: Bodemkwaliteitsklasse industrie (op basis van PCB en OCB).

Bodemkwaliteitskaart inclusief PFAS?

Ja, middels gebiedsspecifiek beleid

Lokale saneringsbeleidsregel PFAS?

Ja

Lokale beleidsregel toepassingsbeleid PFAS

Nee

2.2

Regionale bodemopbouw en geohydrologie

In tabel 2.2 is de regionale bodemopbouw en geohydrologie weergegeven. Tabel 2.2 Regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw Onderdeel Regionale bodemopbouw

Bevinding

Informatiebron

EK79 Tuineerdgronden; zware

Bodemkaart van

zavel en klei, profielverloop 5, of 5

Nederland, WUR1

en 2, of 2 Antropogene lagen

Ja, puinlagen

Veldwerk

Maaiveld hoogte

0.68 m -NAP

AHN2

Stijghoogte freatische grondwater.

2.23 m -NAP

NAGROM3

Verwachte regionale grondwaterstromingsrichting

Noord West

NAGROM3

In een grondwaterbeschermingsgebied?

Nee

INSPIRE View4

Onttrekkingen binnen de onderzoekslocatie?

Nee

wkotool.nl5

van het eerste watervoerend pakket.

6/20

“TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Kenmerk

Onderdeel

Bevinding

Informatiebron

Kwel/infiltratie (tussen deklaag en watervoerende

Infiltratie (0,1-0,5 mm/dag)

Klimaateffectatlas6

Drainerende of infiltrerende situatie aanwezig als

Mogelijk drainerende werking van

Voorgaand onderzoek

gevolg van nabij gelegen waterlichamen.

drains op locatie tankstation

laag).

1 https://www.wur.nl/nl/show/Bodemkaart-1-50-000.htm

2 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3) 3 NAGROM, Nationaal GROndwater Model 4 INSPIRE view service voor AreaManagement van de gezamenlijke provincies 5 Betreft onttrekkingen die zowel vergunningsplichtig als meldingsplichtig zijn 6 Klimaateffectatlas stichting CAS, kwel en infiltratie huidig

2.3

Voormalig, huidig en toekomstig gebruik

Voormalig gebruik Ten westen van het perceel is van voor 1915 een woning met erf gelegen aan de Westerblokker 31. Het perceel maakt dan onderdeel uit van de tuinbouwgronden. Rond de jaren ’60 wordt op dit erfperceel aan de noordkant een opstal gebouwd. Deze is momenteel nog aanwezig en bevat een dak van metalen golfplaten.

Vanaf de jaren ’60 vindt uitbreiding plaats van het oostelijk gelegen erfperceel (huidig tankstation). In de jaren ’70 wordt aan de noordoostkant van het perceel een grote opstal gebouwd (deellocatie 4). Deze opstal wordt rond 1995 weer gesloopt. Bij de aanleg van het erfperceel en de bouw van de opstal wordt vermoedelijk ook het huidige pad aangelegd. Deze activiteiten hebben plaatsgevonden in een asbestverdachte periode (1945-1993). In 2001 wordt aan de zuidoostzijde van het perceel op het naastgelegen terrein een tankstation gebouw wat thans nog aanwezig is.

Het zuidelijke deel van het perceel is onverhard. Tijdens een sanering van de bodem van het naastgelegen tankstation is de grond hier vermoedelijk ontgraven en ontdaan van de

verhardingen. Het voormalig gebruik is op basis van historische topografische kaarten en luchtfoto’s bepaald, zie bijlage 3. Huidig gebruik

Het zuidelijk deel is onverhard en braakliggend. Het verharde pad en het onverharde noordelijk deel is in gebruik voor opslag van hooibalen en landbouwmaterieel en -materiaal. Het pad heeft door het afsluiten vanaf de weg niet meer de functie voor het in- en uitrijden van verkeer.

Toekomstig gebruik Het voornemen is om het perceel te ontwikkelen tot woningbouw.

7/20

“TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Kenmerk

Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties

2.4

Voor het inventariseren van de verdachte deellocaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd: • Kadaster BAG-gegevens Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Bodemloket

• • • • • • • •

Luchtfoto’s van Cyclomedia Streetsmart (2009-heden) Historische topografische kaarten van Topotijdreis 1915-heden Door de opdrachtgever aangeleverde informatie Fysieke terreinverkenning

Actueel Hoogtebestand Nederland

2.5

Overzicht verdachte deellocaties

Uit raadpleging van de in paragraaf 2.3 opgegeven informatiebronnen kwamen de in tabel 2.3 vermelde verdachte deellocaties naar voren. Tabel 2.3 Overzicht verdachte deellocaties Nummers

1

Activiteit/deellocatie

Start

Eind

Benzine-service-

2001

Heden

station 2

Pad

Jaren

Heden

‘70

3

Opslag materieel

-

Heden

Informatiebron

Status

Verdachte stoffen

Streetsmart,

Onvoldoende

Minerale olie,

Topotijdreis

onderzocht

vluchtige aromaten

Streetsmart,

Onvoldoende

Asbest, zware

Topotijdreis

onderzocht

metalen, PAK

Onvoldoende

Minerale olie

Streetsmart

onderzocht 4

Voormalige

1984

1995

Onvoldoende

Asbest, zware

onderzocht

metalen

Grondslag

Onvoldoende

Asbest

2022

onderzocht

Topotijdreis

bebouwing 13

Asbestweg

-

Heden

(puinverharding)

op perceelgrens Gehele

Voormalige

locatie

boomgaarden

1950

2010

Topotijdreis

Onvoldoende

Bestrijdingsmiddelen

onderzocht

De verdachte deellocaties zijn visueel weergegeven op de situatiekaart in bijlage 3. Opgemerkt wordt dat deze kaart onderdeel is van een groter onderzoek. Voor perceel K3239 zijn alleen de verdachte deellocaties 1, 2, 3, 4 en 13 van toepassing.

8/20

S TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Kenmerk

2.6

Asbestverdachtheid van de bodem

Tabel 2.4 Vooronderzoek asbest Asbestverdacht aspect

Verdacht?

Informatiebron/toelichting

(ja/nee/)

Puinhoudende grond

Ja

Topotijdreis: Aan de noordoostzijde van het perceel grenst de locatie aan een

voormalige opstal (1984-1995). Indien puinbijmenging wordt waargenomen is

deze verdacht op asbest. Grondslag 2022: Daarnaast grenst de

locatie aan een asbestweg. Mogelijk loopt dit door tot onder het pad op het perceel.

Asbestverwerkende industrie

Nee

Alle geraadpleegde bronnen.

Asbest in industriële voorzieningen

Nee

Alle geraadpleegde bronnen.

Asbestwegen -erven, -dammen en dempingen

Ja

Grondslag 2022: Het perceel grenst aan

Historische ophogingen met asbesthoudende

Nee

Alle geraadpleegde bronnen.

Ja

Topotijdreis: Aan de noordoostzijde van

oostelijke zijde aan een asbestweg.

bodem of baggerspecie Asbesthoudende bebouwing

het perceel grenst de locatie aan een

voormalige opstal (1984-1995). Indien puinbijmenging wordt waargenomen is

deze verdacht op asbest. Asbesthoudende beschoeiingen of

Nee

Alle geraadpleegde bronnen.

Nee

Alle geraadpleegde bronnen.

Historische calamiteiten met asbest

Nee

Alle geraadpleegde bronnen.

Funderingslaag

Ja

Grondslag 2022: De funderingslaag op het

afperkingsschotten Glastuinbouw/kassen

oostelijk naastgelegen perceel is

asbesthoudend en betreft een asbestweg. Indien puinlagen worden waargenomen zijn deze asbestverdacht. Stortingen

Nee

Alle geraadpleegde bronnen.

Voormalige opslag met asbestverdacht materiaal

Nee

Alle geraadpleegde bronnen.

(Voormalige) aanwezigheid van op- en overslag

Nee

Alle geraadpleegde bronnen.

Nee

Alle geraadpleegde bronnen.

Ja

Grondslag 2022: Op het naastgelegen

van puin of mobiele puinbrekers

(Voormalige) aanwezigheid van depots puinhoudende grond

Aangetoond asbest in eerdere onderzoeken

terrein is sprake van een puinverharding en asbestweg volgens het Besluit asbestwegen (deellocatie 13).

9/20

? AUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Kenmerk

De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is in zijn geheel verdacht op het voorkomen van

een verontreiniging met asbest.

Op of nabij de onderzoekslocatie zijn een aantal asbestverdachte locaties:

Voormalige naastgelegen bebouwing uit de asbestverdachte periode Pad aangelegd in de asbestverdachte periode Asbestweg op naastgelegen perceel (Grondslag 2022)

• • •

2.7

PFAS-verdachtheid van de bodem

Op/nabij de onderzoekslocatie zijn geen terreindelen aanwezig die de bodem verdacht maken voor PFAS-verbindingen als gevolg van puntbronnen De kans op aanwezigheid van PFAS in de bodem als gevolg van aanwezigheid van puntbronnen wordt verwaarloosbaar geacht. De bovengrond en diepere geroerde bodemlagen zijn op basis van de kamerbrief van 8 juli 2019 bij het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van

PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Daarom wordt geconcludeerd dat de bodem diffuus verdacht is voor PFAS met uitzondering van GenX. De gemeente Hoorn volgt de beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019. In deze beleidsregel zijn

achtergrondconcentratieniveaus voor PFOS, PFOA, GENX en overige PFAS vastgesteld. In tabel 2.5 zijn deze achtergrondconcentraties opgegeven. Tabel 2.5 Achtergrondconcentratieniveaus PFAS PFAS

Achtergrondconcentratieniveau (ug/kg d.s.)

PFOS

1,50

PFOA

1,70

GENX

1,50

Overige PFAS

1,50

2.8

Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie

In tabel 2.6 zijn de op en nabij de onderzoekslocatie eerder uitgevoerde bodemonderzoeken vermeld en kort samengevat. Een kaart met een overzicht van het uitgevoerde bodemonderzoek

is opgenomen in bijlage 3. Opgemerkt wordt dat de kaart van toepassing is op een groter gebied. Voor perceel K3239 zijn de onderzoeken A, B, E en F relevant.

Op basis van tabel 1 handelingskader PFAS, handelingskader PFAS, Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2018 En op basis van g (2020). An overview of the uses OF per- and POLYFLUOROALKYL Substances (pfas). Environmental Science: Processes & Impacts, 22(12), 2345-2373. doi:10.1039/d0em00291g (Glüge, 2020) Kamerbrief bij Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 8 juli 2019

10/20

“TAUW Kenmerk

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Tabel 2.6 Uitgevoerde bodemonderzoeken en samenvatting Lettercode

Naam onderzoek

Onderzoeksbureau

Kenmerk

Datum

A

Nader bodemonderzoek

Aangrenzend aan oostzijde van perceel 3239.

Grondslag Bodemkwaliteitsbureau;

10-06-2022

achter Westerblokker 29

Meest relevante boringen: 112, 113, 119 t/m 124,

35783

te Blokker (perceel 3463)

In de bovenlaag van 112 is sprake van een puinlaag en bij 113 schoon zand. De ondergrond betreft klei met zand. De grond onder de puinlaag is licht verontreinigd met zware metalen, PAK, PCB en minerale olie.

Halverwege perceel 3239 zijn de peilbuizen 119 t/m 124 verricht rondom een brandstofverontreiniging van oud boorpunt 6 uit 1998. Destijds is een sterke verontreiniging met

minerale olie en aromaten in het grondwater aangetoond. Actualiserend en afperkend onderzoek heeft plaatsgevonden. De bovengrond betreft een puinlaag met daaronder klei met bijmengingen van baksteen en slib. Bij boring 123 en 124 is een sterke brandstofgeur waargenomen van 1-1,5 m -mv. In de grond zijn geen verontreinigingen met minerale olie of aromaten aangetoond. De grond is licht verontreinigd met alkylbenzeen (N-propylbenzeen). Het grondwater is maximaal licht verontreinigd. De resultaten vormen geen duidelijke verklaring voor de waargenomen sterke geur. Vanwege geurhinder wordt bij toekomstige ontwikkeling wel

aanbevolen de bodem te saneren. De zintuiglijke verontreiniging is middels peilbuis 119 richting perceel 3239 begrenst.

De puinlagen zijn op basis van samenstelling- en uitloogonderzoek beoordeeld als NV-bouwstof granulaat. Op basis van asbest is de puinlaag echter niet toepasbaar. Sprake is

van een asbestweg volgens het Besluit asbestwegen.

*,M

\ N

\ E120 0

.

-

"

0101

X

KI

B

0

/

\

\

6134

V

\

\

1

* 2800

Verkennend

Aangrenzend de noordwestelijke kant van perceel 3239.

bodemonderzoek De Strip

Meest relevante boringen: 34 en 36. De grond betreft tot 1 m -mv zintuiglijk schone klei met daaronder zintuiglijk schoon zand.

5A & 5B

SWECO; 51003616

30-03-2022

Landview; 2004173

01-12-2004

De bovengrond is van de betreffende boringen niet onderzocht. De kleiige en zandige ondergrond is niet verontreinigd. Het grondwater van peilbuis 36 is licht verontreinigd met barium.

Op het overig terrein wat niet relevant is voor perceel 3239 is de bovengrond licht verontreinigd met koper, kwik, lood en PAK en overschrijdt OCB zeer plaatselijk de

tussenwaarden. Op basis van PFAS is de grond Altijd toepasbaar. Asbest is in de grond niet aangetoond. E

Bodemonderzoek

Grenzend aan oostzijde van perceel 3239

Westerblokker 27 te

Op het perceel van de voormalige autosloperij zijn vier boringen verricht als gevolg van een verzoek van de Provincie Noord-Holland. Boringen 1 en 2 zijn relevant ten opzichte

Blokker (perceel 3463)

van de ligging tot perceel 3239. De bovengrond betreft een puinlaag. In de kleiige en zandige ondergrond onder de puinlaag zijn tot 3 m -mv brandstofgeuren waargenomen. Tevens zijn van 0,5-0,2 olie-water reacties waargenomen. In de grondlagen rond grondwaterstand is olie maximaal licht verhoogd aangetoond. De overige parameters zijn niet verhoogd gemeten. Het grondwater

van peilbuis 1 is licht verontreinigd met xylenen. Ook hier vormen de resultaten geen duidelijke verklaring voor de waargenomen brandstofgeuren. Op het maaiveld zijn asbestverdachte materialen waargenomen welke niet zijn onderzocht.

11/20

“TAUW Kenmerk

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Lettercode

Naam onderzoek

Onderzoeksbureau

Kenmerk

Datum

F

Evaluatierapport

Afstand tot huidige onderzoekslocatie: grenst aan de oostzijde perceel 3239

EMN b.v.; 01B0067.004

20-12-2001

bodemsanering

Meest relevante boringen: W3, W4, W7, B2, CPB1. Betreft de sanering van een verontreiniging met minerale olie.

Westerblokker 29 Blokker

Grond: De aanwezige verontreinigingen op de saneringslocatie zijn afgegraven en voldoende gesaneerd. De ontstane ruimte is opgevuld met aanvulzand uit het IJsselmeer.

Grondwater: Tijdens de grondsanering is tijdens de eerste fase 5.947 m3 grondwater onttrokken. Tijdens de tweede fase is circa 1.300 m3 onttrokken. Tevens is een grondwateronttrekkingssysteem aangelegd. Na de sanering zijn een viertal restverontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten achtergebleven buiten de saneringslocatie; aan de zuidkant van de locatie (CB10, W19, B20, W42, B48), ten noordwesten van de locatie (W32, W33, W34), onder de inrit naar het achter terrein (W43 t/m W45 en W49 t/m W52) en in het grondwater ter plaatse

van Pb113 (benzeen). De restverontreinigingen zijn op circa 30 meter gelegen ten opzichte van perceel 3239.

12/20

? AUW Kenmerk

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Terreinverkenning

2.9

Op 17 januari 2023 is door een fysieke terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreinverkenning zijn waarnemingen gedaan die van invloed zijn op de keuze van

onderzoeksstrategie, opzet van het onderzoek of uitvoering van het veldwerk. Het perceel was grotendeels bedekt met hooibalen. Bij het materieel wat op de locatie stond opgeslagen was weinig sprake van hydraulische systemen. Op het maaiveld werden geen morsverliezen waargenomen.

2.10

Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek

•

Wat is de afbakening van de locatie en is deze voldoende? De grenzen zijn kadastraal vastgelegd en is weergegeven in het kaartmateriaal van bijlage 2 en 4.

•

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als

het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Op en rondom het perceel zijn voormalige boomgaarden aanwezig geweest waardoor de

bovengrond verdacht is op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen(OCB ’ s). Op basis van de uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat op het oostelijk gelegen

perceel 3463 een asbesthoudende puinlaag aanwezig is en een asbestweg volgens het

Besluit asbestwegen betreft (onderzoek A). Tevens is het pad in een asbestverdachte periode aangelegd en heeft op het noordelijk deel een voormalige opstal gestaan uit de

asbestverdachte periode. Indien langs de grens van de betonverharding of op het onverharde deel puinhoudende (grond)lagen worden waargenomen zijn deze verdacht op asbest. Op het perceel is sprake (geweest) van opslag van landbouwvoertuigen. Als gevolg van

mogelijke morsverliezen van hydraulische systemen of smeermiddelen is de bovengrond verdacht op het voorkomen van een verontreiniging met minerale olie. •

Is de bodem asbestverdacht?

Ja, er zijn diverse asbestverdachte locaties, zie paragraaf 2.6. •

Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Zie paragraaf 2.2 voor de bodemopbouw en geohydrologie. Op het onverharde terrein en onder het pad zijn vermoedelijk puin- en funderingslagen aanwezig.

•

Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van

het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Nee

13/20

“TAUW Kenmerk

•

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging

vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Ja, mogelijk loopt de met asbestverontreinigde puinverharding van perceel 3463 door op de huidige onderzoekslocatie van perceel 3239

•

Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Op het perceel heeft niet eerder bodemonderzoek plaatsgevonden. Verkennend bodemonderzoek is noodzakelijk

•

Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van het bodemonderzoek?

Zie paragraaf 3.1 voor de onderzoeksstrategie.

De volgende hypotheses worden gesteld, verwacht wordt dat: -

De bovengrond verontreinigd is met bestrijdingsmiddelen (OCB’s) De bovengrond ter plaatse van het verharde pad en het noordelijk onverharde deel verdacht is op minerale olie als gevolg van morsingen van de machinale installaties

-

Het grondwater op het zuidelijk deel verdacht is op een verontreiniging met minerale olie en aromaten als gevolg van de restverontreinigingen van het tankstation

-

Het grondwater op het overige terrein maximaal licht verontreinigd is De bodem, indien puinhoudend of bij aanwezigheid van puinlagen asbestverdacht is

3 Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden 3.1

Onderzoeksstrategie

Onder de verhardingen is mogelijk asbestverdacht funderingsmateriaal aanwezig. Op het pad vindt opslag plaats van hooibalen en machinale installaties. Tevens grenst het pad aan de

oostzijde aan een gebied waar sprake is van een puinverhard terrein met een gehalte aan asbest boven de interventiewaarde. Aan de zuidzijde grenst het perceel aan een tankstation. Hier hebben in het verleden saneringen plaatsgevonden en zijn restverontreinigingen in de bodem achtergebleven met onder andere benzeen. Op basis van bovengenoemde bevindingen en om de gestelde onderzoeksvragen te beantwoorden is de volgende onderzoeksstrategie uit de NEN 5740 gehanteerd: Strategie voor een verdachte locatie diffuse bodembelasting heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE)

•

Voor het bodemonderzoek naar asbest is de volgende onderzoeksstrategie uit de NEN 5707/NEN 5897 gehanteerd:

•

Verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld

14/20

? AUW Kenmerk

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Bij het onderzoek is niet door de betonverharding geboord maar zijn graafgaten aan de rand van

het pad verricht om te bepalen of sprake is van funderingslagen. In verband met de

restverontreinigingen bij het tankstation is aan de zuidzijde een extra boring met peilbuis geplaatst. Het grondwater is onderzocht op het standaardpakket. Op het noordelijk deel van het perceel, waar veel machines stonden opgeslagen, is getracht een

diepe boring te verrichten. Door aanwezigheid van een puinverharding en harde laag in de

ondergrond is dit niet gelukt. Binnen het onderzoek is extra aandacht geschonken aan eventuele

morsverliezen van brandstof of smeerolie. In figuur 3.1 is een oude luchtfoto opgenomen van het gebied.

Figuur 3.1 Luchtfoto noordelijk deel met opslag machines

3.2

Uitgevoerde werkzaamheden

De grond is gefaseerd bemonsterd op vrijdag 20 januari door 31 januari 2023 door

27 januari 2023 door

en dinsdag

. Het grondwater is bemonsterd op vrijdag . Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer

K54913.

15/20

“TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Kenmerk

Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Omschrijving

Oppervlakte onderzoekslocatie in m2

810

Veldwerk

Aantal

Monsterpuntnummers

Graafgat tot 0,5 m -mv

5

103, 104, 105, 106, 107

Graafgat met gestaakte boring tot circa 0,7 a 1 m -mv

3

99, 100, 102

Graafgat met gestaakte boring tot 1,6 m -mv met

1

101

Analyses

Aantal

(Meng)monstercodes

Standaard stoffenpakket grond1 + OCB’s

2

103-1, MM20

Standaard stoffenpakket grond1

2

102-2, M19

Standaard stoffenpakket grondwater2

1

Pb 101

peilbuis_______________________________________

Uitsplitsing koper in grond MM19

2

101-2, 101-3

Asbest in grond

2

MMC, MMD

Asbest verzamelmonster

1

AsbVz103

1) Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof 2) Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), BTEXN, VOCl en

minerale olie (GC)

3.3

Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid

Voor een overzicht van de veiligheids-, kwaliteits-, en duurzaamheidsaspecten wordt verwezen naar bijlage 5. Er is wel afgeweken van de vigerende protocollen.

4 Resultaten 4.1

Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen

Op het zuidelijk deel ter hoogte van het naastgelegen tankstation (boringen 99, 100 en 101) is onder de toplaag sprake van een oud klinkerpad met daaronder zintuiglijk schoon zand tot circa

0,6 m -mv. Daarna is sprake van een geotextiel doek. Dit duidt vermoedelijk op het feit dat hier vergravingen hebben plaatsgevonden welke mogelijk een samenhang hebben met de uitgevoerde sanering van de bodem van het naastgelegen tankstation. Onder het doek is sprake van licht baksteenhoudende klei. Twee van de drie boringen zijn hier gestaakt op 1 m -mv op een harde laag. Boring 101 is verricht tot 1,6 m -mv waarna deze ook gestaakt is. Besloten is om het filtergedeelte van de peilbuis in te korten om alsnog het grondwater te kunnen bemonsteren.

Ter plaatse van monsterpunten 102 en 107 is sprake van een puinlaag tot 0,5 m -mv. Bij boring 102 is getracht door te boren maar hier werd op 0,7 m -mv op een harde laag gestaakt. De bovengrond bij de overige boringen bestaat uit zand met bijmengingen van baksteen, metselpuin,

stenen, metaal, plastic, kooldeeltjes, glas en bij boring 102 ook asbesthoudend plaatmateriaal. Dit plaatmateriaal is bemonsterd als AsbVerz103 en geanalyseerd als verzamelmonster.

16/20

“TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Kenmerk

Als gevolg van een betonverharding en vegetatie was meer dan 75 % van het maaiveld bedekt waardoor geen visuele inspectie van het maaiveld conform protocol 2018 kon plaatsvinden. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 4. De veldwerkformulieren van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 11. De veldmetingen zijn weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1 Veldmetingen Datum

Filterdiepte

Peilbuis

(m -mv)

101

27.01.2023

1,10-1,60

GWS

PH

EC

Troebelheid

(m -mv)

(-)

(uS/cm)

(ntu)

0,68

7,07

593

13

De gemeten waarden worden als normaal beschouwd wanneer de pH: 5,0-8,0, EC: 200 - 2.000 pS/cm en troebelheid: < 10 NTU) is. De waarde voor troebelheid is verhoogd gemeten.

De verhoogde waarde voor de troebelheid in het grondwater bij peilbuis 101 is waarschijnlijk veroorzaakt door het natuurlijk voorkomen van zwevende delen in het grondwater en kan mogelijk leiden tot een overschatting van de concentraties aan gemeten stoffen. Omdat in dit geval maximaal lichte verontreinigingen zijn aangetoond kan ervan uit worden gegaan dat dit geen invloed heeft gehad op de onderzoeksresultaten. De verhoogde waarde voor

de troebelheid in het grondwater bij peilbuis 101 heeft geen effect gehad op de uitvoering van de analyse, aangezien er geen sprake is van verhoogde rapportagegrenzen. Een herbemonstering wordt niet noodzakelijk geacht.

4.2

Resultaten grond en grondwater

In de tabellen 4.2 tot en met 4.4 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7. Voor een volledig naar standaardbodem

omgerekend toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 8. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 9. Kaartmateriaal van de verontreinigingssituatie is opgenomen in bijlage 10. Opgemerkt wordt dat huidig onderzoek, onderdeel is geweest van een groter onderzoek op de percelen achter Westerblokker 27 te Blokker. Het analysecertificaat van het grondwater bevat derhalve ook gegevens van peilbuizen op andere percelen. Hetzelfde geldt voor

het analysecertificaat van asbest in grond. Tabel 4.2 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond Textuur en

> AW

(Meng)

Deel

Diepte

monster

monster

(m -

bijzonderheden

mv)

##

0,5-

Zand, stenen

minerale

0,7

(onv.) 1, br

olie

102 (0,5-

0,7)

102-2

>T

-

>I

-

BBK#

Veiligheids­

(indicatief)

klasse

Ind

Geen

Klasse

17/20

“TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Kenmerk

Textuur en

(Meng)

Deel

Diepte

monster

monster

(m -

bijzonderheden

mv)

##

>T

> AW

>I

BBK#

Veiligheids­

(indicatief)

klasse

NT

Geen

gestaakt, harde

laag

103 (0,0­

0-0,5

103-1

0,5)

Zand,

PAK,

kooldeeltjes 3,

PCB,

stenen (onv) 1,

minerale

glas 1, asbest 1,

olie

-

-

Klasse

baksteen 1, metselpuin 1 MM19

101-2,

0,61­

(0,6-1,2)

101-3

1,6

Klei, baksteen 1

Cu

Cd, Hg,

-

Geen

Ind

Pb, Zn,

Klasse

PAK MM20

104-1,

Zand,

Zn,

(0,0-0,5)

105-1,

kooldeeltjes 1,

minerale

106-1

stenen (onv) 1,

olie

0-0,5

-

-

NT

Geen

Klasse

metaal 1, plastic

1, baksteen 1, metselpuin 1 Toepassing op landbodem

# #

#

De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1), licht (2), matig (3)

-

Geen overschrijdingen van geanalyseerdeparameters

Ind/NT

Industrie/Niet toepasbaar

Tabel 4.3 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond uitsplitsing MM19 (Meng)

Deel

Diepte

Textuur en

>

monster

monster

(m -

bijzonderheden ##

AW

101 (0,61­

101-2

0,61­

Klei, baksteen 1

-

Klei, baksteen 1

-

>I

>T

BBK#

Veiligheids­

(indicatief)

klasse

Ind

Geen

Ind

Geen

mv) -

Cu

-

Klasse

1,1

1,1)

101 (1,1­

Cu

101-3

1,1-1,6

Klasse

1,59) Toepassing op landbodem

# #

#

De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1)

-

Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters

Ind

Industrie

Tabel 4.4 Toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterstelling

>S

>T

>I

(m-mv)

Pb 101 F

1,1-1,6

Veiligheids­

klasse Naftaleen

-

-

Geen Klasse

Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters

18/20

“TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Kenmerk

Tabel 4.5 Overzicht resultaten asbest

Monstercode

Deel-

T raject

Totale gewogen

Toetsing

Totaal gewogen

Toetsing

monsters

(m -mv)

indicatief7

norm

indicatief gehalte

risiconorm

104-1,

MMC

gehalte asbest

asbest fractie

(mg/kg d.s.)

< 0,5 mm

0-0,5

Niet aangetoond

-

N.v.t.

N.v.t.

0-0,5

92

+

N.v.t.

N.v.t.

105-1, 106-1

MMD +

103-1

AsbVerz103

- 0,5 * Interventiewaarde wordt niet overschreden

4.3

Interpretatie resultaten

De bovengrond op de locatie is licht verontreinigd met zink, PAK, PCB en minerale olie. De ondergrond is overwegend licht verontreinigd met cadmium, kwik, lood, zink, PAK en minerale olie. Uitzondering hierop is boring 101 waar in de bodemlaag van 0,6-1,6 een matige verontreiniging met koper is aangetoond in de licht baksteenhoudende kleilaag.

De lichte verontreinigingen kunnen worden gerelateerd aan de bijmengingen van bodemvreemd materiaal, de opslag van landbouwmachines en de verhoogde achtergrondgehalten welke in het gebied kunnen voorkomen. De matige verontreiniging met koper in de kleilaag bij boring 101 is niet eenduidig te verklaren. Mogelijk wordt deze veroorzaakt door een lichte bijmenging met baksteen en de eigenschap van klei om zware metalen te binden.

Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen. Dit is mogelijk veroorzaakt door het naastgelegen tankstation. De aanwezige puinlagen zijn niet onderzocht omdat de kwaliteit daarvan reeds is bepaald en duidelijk is dat de puinlaag onderdeel is van de asbestweg op het naastgelegen perceel 3463. In de bovengrond bij boringen 104, 105 en 106 (MMC) met diverse bodemvreemde en asbestverdachte bijmengingen is geen asbest aangetoond. In de bovengrond bij boring 103 is in de fractie <20 mm geen asbest aangetoond. Echter vanwege de aanwezigheid van drie

asbesthoudende fragmenten in de fractie >20 mm is omgerekend een totaal indicatief gewogen gehalte van 92 mg/kg ds aan asbest aangetoond. De norm voor nader onderzoek (50 mg/kg ds) wordt overschreden.

7

Bij een verkennend onderzoek conform NEN 5707 heeft de waarde van het analyseresultaat een indicatieve status

19/20

“TAUW Kenmerk

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

5 Conclusies en aanbevelingen 5.1

Conclusies

Zintuiglijk is in de bovengrond sprake van puinlagen, dan wel grondlagen met diverse bodemvreemde bijmengingen ter plaatse van het verharde pad. Het puin heeft een gemiddelde dikte van circa 0,5 m. In de fractie >20 mm is zintuiglijk asbesthoudend plaatmateriaal aangetoond. Op het zuidelijk deel is sprake van een zandlaag, oude klinkerverharding met

daaronder een zandlaag en geotextiel op circa 0,6 m -mv. Onder het doek is sprake van licht baksteenhoudende klei. Geconcludeerd kan worden dat de grond overwegend licht en plaatselijk matig verontreinigd is.

De matige verontreiniging is aangetoond op het zuidelijk deel van 0,6-1,6 m -mv. Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen. In de grond is asbest boven de norm voor nader onderzoek aangetoond. De puinlaag is niet onderzocht op asbest. Nader onderzoek wordt niet zinvol geacht omdat met het bodemonderzoek

van Grondslag 2022 reeds is vastgesteld dat de naastgelegen puinverharding op perceel 3463 heterogeen verdeel verontreinigd is met asbest en sprake is van een asbestweg volgens het Besluit asbestwegen. Geconcludeerd kan worden dat de asbestverontreiniging doorloopt op

perceel 3239. Op basis van de waarnemingen wordt vermoed dat circa 700 m2 van de onderzoekslocatie heterogeen verdeeld verontreinigd is met asbest en dat dit deel onderdeel uitmaakt van de aanwezige asbestweg. Met een laagdikte van circa 0,5 m komt dat neer op 350 m3. De contour van de asbestweg is weergegeven in bijlage 4. Doordat in de asbestweg sprake is van een puinlaag met asbest en puinhoudende grond met

asbest is zowel het Besluit asbestwegen (puin) alsmede de Wet bodembescherming (grond) van toepassing.

De asbestverontreiniging vormt een belemmering voor de voorgenomen nieuwbouwplannen. De activiteiten van de opslag van landbouwmachines, de naastgelegen restverontreinigingen van het tankstation en de voormalige kwekerijen hebben niet geleid tot een sterke verontreiniging van de bodem.

5.2

Aanbevelingen

Voor de sanering van de puinverharding is ILT bevoegd gezag. Geadviseerd wordt om huidige rapportage te overleggen aan ILT en een melding te doen van de aanwezigheid van een

asbestweg. Het is namelijk verboden om een asbestweg in bezit te hebben. Deze dient te worden verwijderd of afgedekt. Doordat in de asbestweg zowel sprake is van delen met minder dan 50 % puin is ook de Wet bodembescherming van toepassing. Voor het saneren van de verontreiniging met asbest in

grond dient een BUS-melding te worden verricht.

20/20

“TAUW Kenmerk

Bijlage 1

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Regionale ligging onderzoekslocatie

Regionale ligging van de onderzoekslocatie

N307

WestwOI

st

se%

drijvent rr in Westfrisia

O o s ter b lo k k er B an g aerde

Klo sterhout

Blokker

Oo s ter o u w

K ers n b o o g rd

H oor n

V

1aan kw

ti D Schel h

k H o o r n 80

Nederland, 1 Schaal

Status

1:25000

Opdrachtgever: Gemeente Hoorn

Definitief Pr ojectnummer

Perceel 3239 bij Westerblokker 29 Blokker Onder deel

Regionale ligging van de onderzoekslocatie

A4 Datum: 8-2-2023

Gat TDA Gec

1 200 m

?

1289444 Tekeningnummer

1 Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon Fax

Y TAUW Kenmerk

Bijlage 2

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Kadastrale gegevens

16

Perceel K3239

2227

3462

7322

2932

7575

3463

7574

2809

7572

1309

7321

2808

80

7576

2800

3241

31 8318

7340 3255

8358 '618

8355

760 6385

7295

8352

21.

1319

38

Scale

Client

#

77,

Subject

Perceel K3239

Het

FINAL Projectnumber

Format

Project

320

Status

1:1500

Onderzoekslocatie

Topo

60 m

30

0

7296

A4 Date

02/08/23

Des.

DKO

App.

DKO

7777777 Drawinghr.

16

F TAUW 7777777_10016M.MXD

BETREFT

kadaster

Hoorn K 3239 UW REFERENTIE

1289444 IPRODUCTIEORDERNUMMER

GELEVERD OP

19-12-2022 - 12:04

S11143359775

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

I VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

16-12-2022 - 14:59

16-12-2022 - 14:59

BLAD

1 van 2

Eigendomsinformatie O ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Hoorn K 3239 Kadastrale objectidentificatie: 071810323970000

Kadastrale grootte 810 m Grens en grootte Vastgesteld

Coördinaten 135517 - 519702

Omschrijving Wegen

AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Wet voorkeursrecht gemeenten: Besluit aanwijzing gronden Betrokken bestuursorgaan Gemeente Hoorn Datum in werking 10-12-2020

Afkomstig uit stuk Hyp4 79918/180

Ingeschreven op 11-12-2020 om 09:00

Beperking op basis van een overheidsbesluit (vestiging) Datum kenbaarheid: 09-12-2020

RECHTEN 1

Eigendom (recht van)

Aandeel Onbepaald

Afkomstig uit stuk Hyp4 7225/1 Alkmaar

Aanvullend stuk Hyp4 7253/31 Alkmaar

ngeschreven op

5-02- 994

ngeschreven op 09-03- 994

Is aanvulling op Hyp4 7225/1 Alkmaar

Naam gerechtigde

Adres Wytemastraat 13

1695 BW BLOKKER te BLOKKER

Geboren

Geboorteland Nederland Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen

Burgerlijke staat Zie akte(n) 1

Eigendom (recht van)

Aandeel Onbepaald

Afkomstig uit stuk Hyp4 7225/1 Alkmaar

Ingeschreven op 15-02-1994

Aanvullend stuk Hyp4 7253/31 Alkmaar

Ingeschreven op 09-03-1994

Is aanvulling op Hyp4 7225/1 Alkmaar

BETREFT

kadaster

Hoorn K 3239 UW REFERENTIE

1289444 IPRODUCTIEORDERNUMMER

GELEVERD OP

19-12-2022 - 12:04

S11143359775

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

I VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

16-12-2022 - 14:59

16-12-2022 - 14:59

BLAD

2 van 2

Naam gerechtigde

Adres Westerblokker 20

1695 AG BLOKKER Geboren

Burgerlijke staat Zie akte(n) 1

Eigendom (recht van)

Aandeel Onbepaald

Afkomstig uit stuk Hyp4 7225/1 Alkmaar

ngeschreven op 15-02-1994

Aanvullend stuk Hyp4 7253/31 Alkmaar

ngeschreven op 09-03-1994

Is aanvulling op Hyp4 7225/1 Alkmaar

Naam gerechtigde

Adres Rijperweg 14

1464 MA WESTBEEMSTER te BLOKKER

Geboren

Geboorteland Nederland Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen

Burgerlijke staat Zie akte(n)

Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens

zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet.

Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.

YTAUW Kenmerk

Bijlage 3

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Kaarten vooronderzoek en topografische kaarten

Kaart vooronderzoek percelen Blokker fase 5b

9

7900

2223 7889

7873.

7874-

7875

7878 .7876

2224

7887 7835

2273

7752 7826

12

2547 1361

6 2934

2227

7

5 8

15 3462

10

9 7322

7287

2932

7575

4

14 3463

7574

2

1266

13 3

2809

2805

Onderzoekslocatie 1289444

Deellocaties 13

Asbestweg (puinverharding)

6

| Gedempte watergang '50-1992

12

| Matig tot sterke verontreiniging koper bovengrond

1309

7321

2808 280

| Matige verontreiniging koper bovengrond 2

Opslag materieel ?-heden

5

Opslag materieel en materiaal 2010-2018

3

Pad jaren '70-heden

10

Sterke verontreinig ng koper bovengrond

14

Sterke verontreinig ng minerale olie (1-1,5 m -mv)

15

1 3241

8318

8

Voormalige kassen 1949-1960 Topo

3214

Status

Scale

Project

3215

Voormalig pad ?-2011

Voormalige bebouwing 1984-1995

Client

Gemeente Hoorn

Sterke verontreinig ng zink in grondwater

4

60 m

317

Tankstation 2001-heden 7

30

0

1:1250

Projectnumber

Format

Percelen achter Westerblokker 27 te Blokker

FINAL

A3

Subject

Date

19/12/22

Kaart vooronderzoek percelen Blokker fase 5b

Des.

DKO

App.

DKO

1289444 Drawingnr.

9

“ TAUW 7777777_10009M.MXD

Kaart vooronderzoek percelen Blokker fase 5b

9

9 81

778 78

78

2221

78 1973 46

658

788

78!

783i 781

772

8092

2

2

2220 2216

25.

790

\\1453

X869.

( 861

2223

X 870

788

878 35 7 78%

o

7865 7856

224

887

7835

2!

2273

2225

V

7826

7779 3

2

8

1576

2547

1361

2934 2227

226

66

64

3462

7322

226 7287

2932

757!

2228 5

2229

3463

7574

286 757

1266

7X85

7573

2809

2805

57!

7320

30

7321

757i

2800

3241

8318

730!

541

3255

29

7340

33

3215

5 18

7319

7330

80

12

7291

Onderzoekslocatie 1289444

7678

Uitgevoerde onderzoeken

0

A Nader bodemonderzoek achter Westerblokker 29

50

100

B Verkennend bodemonderzoek De Strip 5A & 5B

4006 Client

C+J Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Westerblokker 21a D Verkennend bodem en asbestonderzoek achter nr 19

Gemeente Hoorn

20

Status

Scale

1:2000 Format

Project

E Bodemonderzoek Westerblokker 27

Percelen achter Westerblokker 27 te Blokker

F Evaluatierapport bodemsanering Westerblokker 29

Subject

Date

Kaart vooronderzoek percelen Blokker fase 5b

Des. DKO

G Nulsituatie Westerblokker 15 A

H+I VO+NO percelen

Topo

, deellocatie 9B

FINAL

A3 19/12/22

App. DKO

1289444 Drawingnr.

9

AUW 7777777_10009M.MXD

Y TAUW

Historische topografische kaarten

N. Y

1915

1934

1925

•••. " . kker V 1945

1952

1961

& TAUW

Historische topografische kaarten

■ ■

CYT YI ' s.

y. —

- .10-

Y W\.\

-

ker

KkerS

Y

ker ƒ

—.911, Ar*. 7\ *21) —nul V...Jus O- :\\X: ASEre tt • X gultues t < E—A* i

KA.10' L _‘ 1

10.29 $ ,7, 07. ° 50

$9.0.2% 1

1975

,N1— 1.1 ova,", "°—. ar InYro. lol,. %. % '

ker “ ha Zrsekrkr? vY

Eaisy 4.

U‘220

2003

1985

,

1995

\ 6

^-. Jaooo t V 1120 - •<

EWW ^h^ •. Yi (18151

0

CRWWUAO.N 2010

. Aoul 2020

“TAUW Kenmerk

Bijlage 4

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Kaart situering monsternamepunten

Situering monsterpunten perceel K3239

16

7322

63

2

13 106

105

104

Boringtype X

Graafgat met gestaakte boring

B0

Graafgat met gestaakte boring met peilbuis

X

Graafgat tot 0,5 m -mv

7321

1

Deellocaties

99 +101

A Asbestweg (puinverharding)

| 100'

Gedempte watergang '50-1992 Matig tot sterke verontreiniging koper bovengrond

Matige verontreiniging koper bovengrond Opslag materieel ?-heden Opslag materieel en materiaal 2010-2018

8

Pad jaren '70-heden

|

| Sterke verontreiniging koper bovengrond Sterke verontreiniging minerale olie (1-1,5 m -mv)

0

10

20 m

8358

Sterke verontreiniging zink in grondwater

I

Client

I Tankstation 2001-heden

Voormalig pad ?-2011

Project

Voormalige bebouwing 1984-1995

Subject

Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest perceel Hoorn K 3239____________________

Situering monsterpunten perceel K3239

Voormalige kassen 1949-1960

Topo

Scale

Gemeente Hoorn

Status

1:750

FINAL Projectnumber

Format

A4 Date

08/02/23

Des.

DKO

App.

DKO

128944 drawingnr.

16

Het 7777777_10016M.MXD

TAUW Kenmerk

Bijlage 5

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid

SIKB veldwerkprotocollen voor bodemonderzoek

seitSWa

2.6

Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s zijn uitgevoerd. TAUW bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001,2002, 2003 en 2018. TAUW bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening is gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.

Alle veldwerkzaamheden behorende bij het landbodem- en waterbodemonderzoek zijn uitgevoerd binnen de reikwijdte van het certificatieschema, volgens de eisen uit het certificatieschema BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch landbodem- en waterbodemonderzoek: Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen

• • •

Protocol 2002: Het nemen van grondwatermonsters Protocol 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem

Er is onderbouwd afgeweken van 2001, 2002, 2018 op de volgende onderdelen: Protocol 2018: Er is geen maaiveldinspectie uitgevoerd. Dit bleek niet mogelijk omdat het maaiveld voor meer dan 75 % bedekt was met beton en dichte vegetatie. Aangezien de aard van de asbestverdenking voor onderhavige locatie een andere reden heeft dan een verdacht maaiveld wordt niet verwacht dat deze afwijking van invloed is op de betrouwbaarheid van het onderzoek.

Op de genoemde protocollen is het gebruikte beeldmerk daarom niet van toepassing.

Onderzoeksnormen voor bodemonderzoek en overig onderzoek Er is afgeweken van de in dit onderzoek gebruikte onderzoeksnormen.

•

In afwijking van de NEN 5740 is de bovenkant van het filter van peilbuis 101,226 en 351 niet minimaal op 0,5 m onder de grondwaterstand geplaatst. De peilbuis is 8 cm te ondiep

geplaatst. Peilbuis 101 moest worden gestaakt in de ondergrond waardoor een verkort filter is gebruikt. De grondwaterstand bij plaatsing was hoger gelegen dan bij monstername, vermoedelijk door de aanwezigheid van een slecht waterdoorlatende kleilaag. Omdat in het grondwater maximaal lichte verontreinigingen zijn aangetoond is herplaatsing van de peilbuis niet noodzakelijk. De resultaten zijn voldoende betrouwbaar.

TAUW Kenmerk

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Analysenormen

Er is afgeweken van de in dit onderzoek gebruikte analysenormen.

Het analyseresultaat van PCB 138 in certificaat 2023014736/1 (MM19) is mogelijk overschat vanwege co-elutie met PCB 163. Dit verandert de conclusie van dit onderzoek echter niet omdat PCB niet verhoogd is aangetoond. Van mengmonster MM19 wordt de conserveringstermijn van de voorbehandeling van minerale

olie overschreden (analysecertificaat 2023014736/1). De oorzaak is onbekend. Het gevolg van deze conserveringstermijnoverschrijding is onbekend en volgens het laboratorium niet onderzocht. Verwacht wordt dat de resultaten niet significant zullen afwijken bij een nieuwe monstername omdat minerale olie maximaal licht verhoogd is gemeten.

De analyses zijn uitgevoerd bij een geaccrediteerd milieulaboratorium. Overige veiligheids-, kwaliteits- en duurzaamheidaspecten De aanwezigheid en ligging van kabels en leidingen is bepaald door het doen van een Klic-melding.

Veiligheid en Gezondheid in ontwerpfase (Arbobesluit) Bij de ontwerpwerkzaamheden wordt rekening gehouden met de algemene uitgangspunten van Veiligheid en Gezondheid (V&G) volgens artikel 2.26 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. TAUW heeft als ontwerpende partij de wettelijke verplichting voor het maken van een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) van het ontwerp. TAUW streeft er naar om V&G-risico's bij de bron aan te pakken.

TAUW verklaart hierbij dat het een onafhankelijke positie heeft (en kan behouden) ten opzichte van de opdrachtgever. Dat wil zeggen dat er geen organisatorische relatie bestaat met de opdrachtgever (zuster- of moederbedrijf) of diens eigenaar.

TAUW Kenmerk

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Duurzaamheid Duurzaamheid binnen bodemdiensten TAUW Bij TAUW zijn we ons bewust van het grote belang van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van

de Verenigde Naties (https://sdgs.un.org/goals). Wij streven er naar om de relevante doelstellingen te integreren in elk aspect van ons interne bedrijfsproces en in elke dienst die we met en voor onze klanten uitvoeren. Op het gebied van bodem opereren we onder andere volgens de internationale standaard ISO 18504:2017 ‘Soil quality - Sustainable remediation’ (Bodemkwaliteit - Duurzame sanering) en ons interne begeleidingsdocument ‘Sustainable Soil & Groundwater Remediation’ (Duurzame bodem- en grondwatersanering). Bovendien nemen wij actief deel aan netwerkorganisaties die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben, zoals NICOLE (Network of Industrially Co-ordinated Sustainable Land Management in Europe, (www.nicole.org) en Deltaplan Biodiversiteitsherstel (www.samenvoorbiodiversiteit.nl). Het toevoegen van

duurzaamheidsaspecten en de transparante communicatie daarover in onze projecten dragen bij aan een groter draagvlak in de samenleving voor de gekozen oplossingen, een beter milieu en een betere kosten-batenverhouding. Visie TAUW optimaal en duurzaam grondverzet Het hergebruik van grond wordt in Nederland voornamelijk gestuurd door de regelgeving die hiervoor is opgesteld. Deze regelgeving (Besluit bodemkwaliteit) is gericht op risico’s ten aanzien van het gebruik van de locatie waar grond wordt toegepast. Duurzaamheidaspecten en andere

belangrijke zaken die volgen uit de opgaven waar we voor staan (klimaatadaptatie, biodiversiteit, natuurontwikkeling et cetera) spelen zelden mee bij overwegingen voor hergebruik. Dit terwijl er maar weinig grond beschikbaar is om de noodzakelijke biodiversiteit te vergroten in Nederland. Deze opgave past bij een belangrijke en nodige ontwikkeling waarbij naast risico’s ook gekeken wordt naar aanwezige kansen en het beter uitnutten daarvan. Optimalisatie en duurzaamheid zijn brede en deels ongrijpbare begrippen, ze gaan veelal over maatschappelijke onderwerpen, van economische tot technologische en van milieuaspecten tot aan sociale wetenschappen. Duurzaamheid is een prioriteit in het beleid van Nederland en Europa en draagt bij aan het milieubewustzijn. Het helpt ons onze eigen leefomgeving te sparen voor

toekomstige generaties. Grip op grond en grondstromen gestroomlijnd zijn begrippen die veelvuldig worden gebruikt als men spreekt over optimaal en duurzaam grondstromenmanagement. De keuze om vrijkomende grond te laten vervallen aan de aannemer wordt nog veelvuldig toegepast waarmee een opdrachtgever zijn of haar grip op optimaal/duurzaam grondverzet verliest. Een ontdoener van grond overbrugt met enige regelmaat aanzienlijke transportafstanden om grondstromen elders toe te passen, met onnodige kosten en milieubelasting als gevolg. Koppelkansen en kostenbesparing worden hierdoor vaak onvoldoende

benut. In onze visie zou de term ‘vervalt aan de aannemer’ vanuit duurzaamheidsgedachte beter vervangen kunnen worden door ‘komt circulair beschikbaar’. Onze visie over optimaal en gedegen grondstromenmanagement vraagt om een brede zienswijze waarbij grondstromen en grondverzet mede bekeken worden vanuit waarde (bodem als natuurlijk kapitaal), duurzaamheidsprincipes en kosten (zoals minimalisatie transportbeweging en -milieubelasting).

TAUW Kenmerk

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Inzicht in regionaal vraag en het aanbod in relatie tot de milieuhygiënische kwaliteit en

civieltechnische eigenschappen van de grond zijn hierbij de meest bepalende factoren. Duurzaamheid binnen bodemonderzoek

Voor grond- en grondwateronderzoek streven wij ernaar het verbruik van energie, materialen en chemicaliën en de productie van afval tot een minimum te beperken. In eerste instantie minimaliseren we het aantal reisbewegingen voor veldonderzoek door middel

van een geoptimaliseerde projectplanning, een modelprognose van de verontreinigingssituatie voorafgaand aan onderzoek, combinatieonderzoek, directe veldanalyse en/of telemetrie. We zijn daarnaast gestart met het vervangen van onze fossiel aangedreven veldwerkbussen door een elektrisch aangedreven wagenpark. Tot slot werken we aan materiaal- en afvalbeheer. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van duurzaam geproduceerde, biologisch afbreekbare zeep voor het reinigen van boorapparatuur, de mogelijkheid om gebruik te maken van biologisch afbreekbare peilbuizen en het inzamelen van resten peilbuis- en bemonsteringsmateriaal voor recycling.

Duurzaamheid binnen bodemsanering

TAUW werkt volgens de definitie van ISO 18504 van een duurzame sanering: ‘Eliminatie en/of beheersing van onaanvaardbare risico's op een veilige en tijdige wijze, waarbij de ecologische, sociale en economische waarde van het werk wordt geoptimaliseerd'. In elke fase van het saneringsproces, van de saneringsafweging, het ontwerp, de aanbesteding en de realisatie tot en met de ontmanteling & restauratie, maken we gebruik van

duurzaamheidsindicatoren. Naast voor de hand liggende indicatoren zoals veiligheid & gezondheid, overlast en saneringskosten, beoordelen we saneringsvarianten ook op indicatoren zoals participatie, carbon footprint, invloed op biodiversiteit, impact op reputatie en waardeverhoging van de locatie. TAUW heeft ervaring met en zoekt naar mogelijkheden om ‘nature based’ technieken toe te passen waarmee de milieubelasting kan worden geminimaliseerd (inzet van micro-organismen,

planten, natuurlijke materialen en processen). Bij de ontwikkeling van deze technieken wordt ook intensief samengewerkt met internationale partners in EU-projecten. Bij het opzetten van aanbestedingsprocedures leggen wij duurzaamheidscriteria vast in eisen of

de EMVI-score, zodat duurzaamheid wordt geconcretiseerd in de aanleg, het gebruik en het onderhoud van saneringswerken.

“TAUW Kenmerk

Bijlage 6

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Boorprofielen

Legenda boorprofielen

Datum: X: Y: deskundige

Datum: X:

01-01-2013 202677.98 438991.13 TAUW bv

01-01-2013 136440.12 492314.1 deskundige TAUW bv

monsterpunt nummer----------

0.00 t.o.v. MV

klei kleiig

3 X:Datum:

------------------- plaatsingsdatum boring 01-01-2013 ------------------- x-coordinaat 136440.12 ------------------- y-coordinaat Y: 492314.1 ------------------- deskundige deskundige TAUW bv 0.10 ------------------------ bovenkant peilbuis tov mv

klei zwak fijnzandig

--------------------------- monstercodering

-0.50 g:

G: leem

siltig

leem matig zandig

fijn zand zandig

fijn zand sterk humeus

Indicatieve geurzone 1 = zeer licht

2 = licht

3 = matig 4 = sterk 5 = zeer sterk

-------------------- grondwaterstand --------------------------- steekbusmonster

-------------------- peilbuis

■2.00 matig grof zand

--------------------------- bodemluchtmonster

matig grof zand sterk humeus zwak kleiig

Bijzonderheid ■2.50

1 = zeer licht

2 = licht

3 = matig 4 = sterk 5 = zeer sterk

zeer grof zand

-3.00 -------------------- casing

grind grindig

-3.50 -------------------- bentoniet -------------------- grind

humeus veen

-4.00

-4.50 ----------------------- filter

slib

-5.00

2222222222222222

F TAUW arcering conform NEN 5104

^TAUW

Datum:

99 X:

20-01-2023 135552.04 519652.5

Datum:

100 X: Y:

20-01-2023 135551.93 519652.63

101

Datum: X:

20-01-2023 135551.82 519652.47 0.30

0.00 t.o.v. MV bruin (donker), wortels (2/m.grof)

bruin (donker), wortels (2/m.grof)

bruin (donker), wortels (2/m.grof)

klinkerlaag

klinkerlaag

klinkerlaag

edelman, oliepan, spade

edelman, oliepan, spade

bruin (licht), grijs, schelpen (1/m.grof)

edelman, oliepan, spade

bruin (licht), grijs, schelpen (1/m.grof)

bruin (licht), grijs, schelpen (1/m.grof)

-0.50

— wit doek

bruin (donker), baksteen (1/m.grof)

— wit doek

edelman, oliepan

bruin (donker), baksteen (1/m.grof)

— wit doek

edelman, oliepan

-1.00 br gestaakt

br gestaakt

bruin (donker), baksteen (1/m.grof)

-1.50

-1.50

-1.60

-1.60

edelman, oliepan

br gestaakt

Profielen conform NEN 5104

1289444 : Hoorn, VO+VBO Bangert Oosterpolder fase

^TAUW

102 Datum: o- X: Y:

102 Datum: •• X:

31-01-2023 135496.14

519759.06

Y:

10A Datum: I • X:

31-01-2023 135542.15

519663.43

Y:

31-01-2023 135527.53

519687.39

0.00 t.o.v. MV

bruin, asfalt (3/m.grof), baksteen (3/grof), metselpuin (3/grof), slakken (3/m.grof), stenen (onv) (4/m.grof), wortels (1/fijn), puinlaag

bruin, asbest (1/m.grof), baksteen (1/grof), glas (1/m.grof), kleibrokjes (1/m.grof), kooldeeltjes (3/m.grof), metselpuin (1/m.grof), roest (2), stenen (onv) (1/m.grof), wortels (1/fijn)

ham.bo..., spade, stootijzer

snip

•

spade

1; MMD

1; MMB

-0.50

bruin, baksteen (1/grof), kleibrokjes (1/m.grof), kooldeeltjes (1/m.grof), metselpuin (1/m.grof), roest (2), stenen (onv) (1/m.grof), wortels (1/fijn)

bruin (licht), harde laag, schelpen (1/fijn), stenen (onv) (1/fijn)

spade

1; MMC

edelman

br gestaakt

-1.00

-1.00

-1.00

-1.60

-1.60

-1.60

Profielen conform NEN 5104

1289444 : Hoorn, VO+VBO Bangert Oosterpolder fase

^TAUW

Datum:

105 X:

Datum:

31-01-2023 135514.3 519707.62

106 X:

Y:

107

31-01-2023 135501.3 519728.82

Iel

Datum: X:

31-01-2023 135484.95

Y:

519755.83

0.00 t.o.v. MV

bruin, baksteen (1/m.grof), kleibrokjes (1/m.grof), metaal (1/grof), metselpuin (1/m.grof), plastic (1/fijn), roest (2), stenen (onv) (1/m.grof), wortels (1/fijn)

bruin, baksteen (1/m.grof), kleibrokjes (1/m.grof), metselpuin (1/m.grof), roest (2), stenen (onv) (1/m.grof), wortels (1/fijn)

Profielen conform NEN 5104

spade

1; MMC

1; MMC

-1.60

bruin, asfalt (2/m.grof), baksteen (3/grof), glas (1/m.grof), ham.bo..., metselpuin (3/grof), spade slakken (3/m.grof), stenen (onv) (4/m.grof), wortels (1/fijn), puinlaag

-1.60

1; MMB

-1.60

1289444 : Hoorn, VO+VBO Bangert Oosterpolder fase

TAUW Kenmerk

R005-1289444DKO-V02-aao-NL

Bijlage 7

Toetsingskader

B7.1 Toetsingskader circulaire bodemsanering 2013 De analyseresultaten zijn getoetst aan de volgende, in landelijk beleid opgenomen, toetsingswaarden (normen):

• •

De Streefwaarden (voor grondwater) en/of Interventiewaarden (voor grond en grondwater) uit de Circulaire Bodemsanering8 De Achtergrondwaarden (voor grond) uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit9

Daarnaast is voor grond en grondwater ook getoetst aan de Tussenwaarden. Deze waarde is niet opgenomen in de Circulaire Bodemsanering en/of Regeling Bodemkwaliteit maar wel in de

Regeling Uniforme Saneringen (RUS). De Tussenwaarde is gedefinieerd als T = %(AW + I) voor grond en T = %(S + I) voor grondwater. In tabel B7.1 is vermeld op welke wijze de toetsingsresultaten zijn weergegeven in toetsingstabellen en tekstueel aangeduid in de rapportage. Tabel B7.1 Overzicht toetsingskader Concentratieniveau voor een stof

Weergave in tabellen

Omschrijving in de tekst

< AW/S-waarde (of < rapportagegrens)

-

-

> AW/S-waarde < T-waarde

+

Licht verhoogd/verontreinigd

> T-waarde < I-waarde

++

Matig verhoogd/verontreinigd

> I-waarde

+++

Sterk verhoogd/verontreinigd

Bodemtypecorrectie voor grond Op basis van de (gewijzigde) bijlage G10 onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit wordt vanaf 1 november 2013 bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem het analyseresultaat omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de

toetsingswaarde voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van locatiespecifieke waarden voor organische stof en lutum.

Gevalideerde bodemtoetsing: BoToVa De toetsing van analyseresultaten vindt plaats in een geautomatiseerde toetsingsmodule. Deze toetsingsmodule maakt gebruik van de landelijke BoToVa11-service voor de validatie van de toetsingsresultaten. Op deze wijze is de kwaliteit van de toetsing aan de geldende normen geborgd.

(gewijzigde) Circulaire Bodemsanering die op 1 juli 2013 in werking is getreden (Staatscourant 16675, d.d. 27 juni 2013 (gewijzigde) Regeling bodemkwaliteit die op 1 januari 2014 in werking is getreden (laatste wijzigingen zijn opgenomen in Staatscourant 31950, d.d. 15 november 2013) 10 Deze gewijzigde bijlage van de Regeling bodemkwaliteit is voor het eerst gepubliceerd in Staatscourant 22335, d.d. 2 november 2012 11 BoToVa: Bodem Toets- en Validatieservice. Voor meer informatie zie www.botova-service.nl 8 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=6b3e74f0-17e8-40bc-8027-0a3f3f76d891