bijlage 13-16 bij motivering TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase 5B Zuid
Bijlage 13 Bodemonderzoek verkennend - Naast Westerblokker 29 (kadastraal 3239)
1051
x 25-tauw
Se
at.
BI
1’ Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest perceel Hoorn, K 3239 naast Westerblokker 29 te Blokker Bangert Oosterpolder fase 5b-zuid
14 februari 2023
C
AUW Kenmerk
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Verantwoording Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest perceel Hoorn, K 3239 naast
Titel
Westerblokker 29 te Blokker Opdrachtgever
Gemeente Hoorn
Projectleider Auteur(s)
(kwaliteitsborger BRL SIKB 2000 protocol 2018) en
Tweede lezer
Uitvoering meet- en inspectiewerk
TAUW, J
,
en B
e,
certificaatnummer K54913 Projectnummer
1289444
Aantal pagina’ s
20
Datum
14 februari 2023
Handtekening
Colofon TAUW bv
Zekeringstraat 43g Postbus 20748 1001 NS Amsterdam
Nederland T E
tauw
2/20
CTAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Kenmerk
Inhoud 1
Inleiding........................................................................................................................................5
2
Vooronderzoek.............................................................................................................................5 2.1
Algemeen............................................................................................................................. 5
2.2
Regionale bodemopbouw en geohydrologie........................................................................6
2.3
Voormalig, huidig en toekomstig gebruik.............................................................................7
2.4
Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties................................................. 8
2.5
Overzicht verdachte deellocaties......................................................................................... 8
2.6
Asbestverdachtheid van de bodem......................................................................................9
2.7
PFAS-verdachtheid van de bodem.................................................................................... 10
2.8
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie............................................10
2.9
Terreinverkenning...............................................................................................................13
2.10 Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek............................................................13 3
4
5
Onderzoeksstrategie enuitgevoerde werkzaamheden.............................................................. 14 3.1
Onderzoeksstrategie...........................................................................................................14
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden............................................................................................ 15
3.3
Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid................................................................................16
Resultaten.................................................................................................................................. 16 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen......................................................................16
4.2
Resultaten grond en grondwater........................................................................................ 17
4.3
Interpretatie resultaten........................................................................................................19
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................... 20
5.1
Conclusies...........................................................................................................................20
5.2
Aanbevelingen................................................................................................................... 20
3/20
“TAUW Kenmerk
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Bijlage 1
Regionale ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Kadastrale gegevens
Bijlage 3
Kaarten vooronderzoek en topografische kaarten
Bijlage 4
Kaart situering monsternamepunten
Bijlage 5
Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid
Bijlage 6
Boorprofielen
Bijlage 7
Toetsingskader
Bijlage 8
Getoetste omgerekende analyseresultaten
Bijlage 9
Analysecertificaten
Bijlage 10
Kaartmateriaal verontreinigingssituatie
Bijlage 11
Veldformulieren onderzoek asbest in bodem
Bijlage 12
Berekening asbestgehalte
Bijlage 13
Foto’s terreinverkenning en veldwerk
4/20
“TAUW Kenmerk
1
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Inleiding
In opdracht van de gemeente Hoorn heeft TAUW een verkennend bodemonderzoek volgens NEN 57401 en een verkennend onderzoek naar asbest in de bodem volgens NEN 57072 uitgevoerd op perceel Hoorn, sectie K, nummer 32239 naast de Westerblokker 29 in Blokker.
De aanleiding van het onderzoek betreft de voorgenomen aankoop van de locatie en de latere ontwikkeling tot woningbouw waarvoor een aanvraag van een omgevingsvergunning bouwen benodigd is.
Het doel van het bodemonderzoek is het verkrijgen van een beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en om te bepalen of sprake is van verontreinigingen in de bodem die mogelijk een belemmering vormen voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek naar asbest is het bepalen of de verdenking van verontreiniging van de bodem met asbest terecht is.
2 Vooronderzoek 2.1
Algemeen
Er is een vooronderzoek conform de NEN 57253 uitgevoerd. Gezien de aanleiding van het onderzoek is gekozen om de onderzoeksvragen te beantwoorden behorend bij aanleiding A (uitvoeren bodemonderzoek) uit de NEN 5725. In paragraaf 2.10 zijn de onderzoeksvragen en antwoorden hierop beschreven. Een kaart met de regionale ligging van de onderzoekslocatie en een kaart met de ligging van relevante bevindingen zijn opgenomen in bijlagen 1 en 4. Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie
Adres
Naast Westerblokker 29 te Blokker
Kadastrale gegevens (www.kadaster.nl)
Hoorn, sectie K, nummer 3239
Publiekrechtelijke beperking
Ja, Wet voorkeursrecht gemeenten: Besluit aanwijzing gronden. Deze is niet relevant voor het
bodemonderzoek
RD-coördinaten (X/Y)
X: 135517 Y: 519702
Bevoegd gezag Wbb
Provincie Noord-Holland
Bevoegd gezag Wbb heeft bodemtaken uitbesteed aan
Omgevingsdienst Noord-Holland Noord
Bevoegd gezag overige bodemtaken en Bbk
Gemeente Hoorn
1 NEN 5740:2009+A1:2016: Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009/A1:2016 2 NEN 5707+C2:2017: Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017 3 NEN 5725: Bodem - Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017
5/20
“TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Kenmerk
Bevoegd gezag overige bodemtaken heeft bodemtaken
Omgevingsdienst Noord-Holland Noord
uitbesteed aan. Oppervlakte (m2)
810
Verhardingssituatie (m2)
Beton en onverhard
Bebouwing (m2)
Niet aanwezig
Voormalig gebruik
Tuinbouw, pad Betonpad met opslag van hooibalen en
Huidig gebruik
landbouwmateriaal. Toekomstig gebruik
Wonen met tuin
Gebruik conform circulaire bodemsanering (huidige
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en
situatie).
industrie
Gebruik conform circulaire bodemsanering (toekomstige
Wonen met tuin
situatie). Bodemkwaliteitszone (bron Nota bodembeheer West-
Bovengrond: Zone B4 Bangert-Oostpolder in
Friesland).
Hoorn
Ondergrond: Zone O4 Bangert-Oostpolder in Hoorn
Wonen
Bodemfunctieklasse (bron Nota bodembeheer West-
Friesland). Bodemkwaliteitsklasse (bron Nota bodembeheer West-
Bovengrond: Bodemkwaliteitsklasse niet
Friesland).
toepasbaar (op basis van DDE).
Ondergrond: Bodemkwaliteitsklasse industrie (op basis van PCB en OCB).
Bodemkwaliteitskaart inclusief PFAS?
Ja, middels gebiedsspecifiek beleid
Lokale saneringsbeleidsregel PFAS?
Ja
Lokale beleidsregel toepassingsbeleid PFAS
Nee
2.2
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In tabel 2.2 is de regionale bodemopbouw en geohydrologie weergegeven. Tabel 2.2 Regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw Onderdeel Regionale bodemopbouw
Bevinding
Informatiebron
EK79 Tuineerdgronden; zware
Bodemkaart van
zavel en klei, profielverloop 5, of 5
Nederland, WUR1
en 2, of 2 Antropogene lagen
Ja, puinlagen
Veldwerk
Maaiveld hoogte
0.68 m -NAP
AHN2
Stijghoogte freatische grondwater.
2.23 m -NAP
NAGROM3
Verwachte regionale grondwaterstromingsrichting
Noord West
NAGROM3
In een grondwaterbeschermingsgebied?
Nee
INSPIRE View4
Onttrekkingen binnen de onderzoekslocatie?
Nee
wkotool.nl5
van het eerste watervoerend pakket.
6/20
“TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Kenmerk
Onderdeel
Bevinding
Informatiebron
Kwel/infiltratie (tussen deklaag en watervoerende
Infiltratie (0,1-0,5 mm/dag)
Klimaateffectatlas6
Drainerende of infiltrerende situatie aanwezig als
Mogelijk drainerende werking van
Voorgaand onderzoek
gevolg van nabij gelegen waterlichamen.
drains op locatie tankstation
laag).
1 https://www.wur.nl/nl/show/Bodemkaart-1-50-000.htm
2 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3) 3 NAGROM, Nationaal GROndwater Model 4 INSPIRE view service voor AreaManagement van de gezamenlijke provincies 5 Betreft onttrekkingen die zowel vergunningsplichtig als meldingsplichtig zijn 6 Klimaateffectatlas stichting CAS, kwel en infiltratie huidig
2.3
Voormalig, huidig en toekomstig gebruik
Voormalig gebruik Ten westen van het perceel is van voor 1915 een woning met erf gelegen aan de Westerblokker 31. Het perceel maakt dan onderdeel uit van de tuinbouwgronden. Rond de jaren ’60 wordt op dit erfperceel aan de noordkant een opstal gebouwd. Deze is momenteel nog aanwezig en bevat een dak van metalen golfplaten.
Vanaf de jaren ’60 vindt uitbreiding plaats van het oostelijk gelegen erfperceel (huidig tankstation). In de jaren ’70 wordt aan de noordoostkant van het perceel een grote opstal gebouwd (deellocatie 4). Deze opstal wordt rond 1995 weer gesloopt. Bij de aanleg van het erfperceel en de bouw van de opstal wordt vermoedelijk ook het huidige pad aangelegd. Deze activiteiten hebben plaatsgevonden in een asbestverdachte periode (1945-1993). In 2001 wordt aan de zuidoostzijde van het perceel op het naastgelegen terrein een tankstation gebouw wat thans nog aanwezig is.
Het zuidelijke deel van het perceel is onverhard. Tijdens een sanering van de bodem van het naastgelegen tankstation is de grond hier vermoedelijk ontgraven en ontdaan van de
verhardingen. Het voormalig gebruik is op basis van historische topografische kaarten en luchtfoto’s bepaald, zie bijlage 3. Huidig gebruik
Het zuidelijk deel is onverhard en braakliggend. Het verharde pad en het onverharde noordelijk deel is in gebruik voor opslag van hooibalen en landbouwmaterieel en -materiaal. Het pad heeft door het afsluiten vanaf de weg niet meer de functie voor het in- en uitrijden van verkeer.
Toekomstig gebruik Het voornemen is om het perceel te ontwikkelen tot woningbouw.
7/20
“TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Kenmerk
Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties
2.4
Voor het inventariseren van de verdachte deellocaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd: • Kadaster BAG-gegevens Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Bodemloket
• • • • • • • •
Luchtfoto’s van Cyclomedia Streetsmart (2009-heden) Historische topografische kaarten van Topotijdreis 1915-heden Door de opdrachtgever aangeleverde informatie Fysieke terreinverkenning
Actueel Hoogtebestand Nederland
2.5
Overzicht verdachte deellocaties
Uit raadpleging van de in paragraaf 2.3 opgegeven informatiebronnen kwamen de in tabel 2.3 vermelde verdachte deellocaties naar voren. Tabel 2.3 Overzicht verdachte deellocaties Nummers
1
Activiteit/deellocatie
Start
Eind
Benzine-service-
2001
Heden
station 2
Pad
Jaren
Heden
‘70
3
Opslag materieel
-
Heden
Informatiebron
Status
Verdachte stoffen
Streetsmart,
Onvoldoende
Minerale olie,
Topotijdreis
onderzocht
vluchtige aromaten
Streetsmart,
Onvoldoende
Asbest, zware
Topotijdreis
onderzocht
metalen, PAK
Onvoldoende
Minerale olie
Streetsmart
onderzocht 4
Voormalige
1984
1995
Onvoldoende
Asbest, zware
onderzocht
metalen
Grondslag
Onvoldoende
Asbest
2022
onderzocht
Topotijdreis
bebouwing 13
Asbestweg
-
Heden
(puinverharding)
op perceelgrens Gehele
Voormalige
locatie
boomgaarden
1950
2010
Topotijdreis
Onvoldoende
Bestrijdingsmiddelen
onderzocht
De verdachte deellocaties zijn visueel weergegeven op de situatiekaart in bijlage 3. Opgemerkt wordt dat deze kaart onderdeel is van een groter onderzoek. Voor perceel K3239 zijn alleen de verdachte deellocaties 1, 2, 3, 4 en 13 van toepassing.
8/20
S TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Kenmerk
2.6
Asbestverdachtheid van de bodem
Tabel 2.4 Vooronderzoek asbest Asbestverdacht aspect
Verdacht?
Informatiebron/toelichting
(ja/nee/)
Puinhoudende grond
Ja
Topotijdreis: Aan de noordoostzijde van het perceel grenst de locatie aan een
voormalige opstal (1984-1995). Indien puinbijmenging wordt waargenomen is
deze verdacht op asbest. Grondslag 2022: Daarnaast grenst de
locatie aan een asbestweg. Mogelijk loopt dit door tot onder het pad op het perceel.
Asbestverwerkende industrie
Nee
Alle geraadpleegde bronnen.
Asbest in industriële voorzieningen
Nee
Alle geraadpleegde bronnen.
Asbestwegen -erven, -dammen en dempingen
Ja
Grondslag 2022: Het perceel grenst aan
Historische ophogingen met asbesthoudende
Nee
Alle geraadpleegde bronnen.
Ja
Topotijdreis: Aan de noordoostzijde van
oostelijke zijde aan een asbestweg.
bodem of baggerspecie Asbesthoudende bebouwing
het perceel grenst de locatie aan een
voormalige opstal (1984-1995). Indien puinbijmenging wordt waargenomen is
deze verdacht op asbest. Asbesthoudende beschoeiingen of
Nee
Alle geraadpleegde bronnen.
Nee
Alle geraadpleegde bronnen.
Historische calamiteiten met asbest
Nee
Alle geraadpleegde bronnen.
Funderingslaag
Ja
Grondslag 2022: De funderingslaag op het
afperkingsschotten Glastuinbouw/kassen
oostelijk naastgelegen perceel is
asbesthoudend en betreft een asbestweg. Indien puinlagen worden waargenomen zijn deze asbestverdacht. Stortingen
Nee
Alle geraadpleegde bronnen.
Voormalige opslag met asbestverdacht materiaal
Nee
Alle geraadpleegde bronnen.
(Voormalige) aanwezigheid van op- en overslag
Nee
Alle geraadpleegde bronnen.
Nee
Alle geraadpleegde bronnen.
Ja
Grondslag 2022: Op het naastgelegen
van puin of mobiele puinbrekers
(Voormalige) aanwezigheid van depots puinhoudende grond
Aangetoond asbest in eerdere onderzoeken
terrein is sprake van een puinverharding en asbestweg volgens het Besluit asbestwegen (deellocatie 13).
9/20
? AUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Kenmerk
De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is in zijn geheel verdacht op het voorkomen van
een verontreiniging met asbest.
Op of nabij de onderzoekslocatie zijn een aantal asbestverdachte locaties:
Voormalige naastgelegen bebouwing uit de asbestverdachte periode Pad aangelegd in de asbestverdachte periode Asbestweg op naastgelegen perceel (Grondslag 2022)
• • •
2.7
PFAS-verdachtheid van de bodem
Op/nabij de onderzoekslocatie zijn geen terreindelen aanwezig die de bodem verdacht maken voor PFAS-verbindingen als gevolg van puntbronnen De kans op aanwezigheid van PFAS in de bodem als gevolg van aanwezigheid van puntbronnen wordt verwaarloosbaar geacht. De bovengrond en diepere geroerde bodemlagen zijn op basis van de kamerbrief van 8 juli 2019 bij het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van
PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Daarom wordt geconcludeerd dat de bodem diffuus verdacht is voor PFAS met uitzondering van GenX. De gemeente Hoorn volgt de beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019. In deze beleidsregel zijn
achtergrondconcentratieniveaus voor PFOS, PFOA, GENX en overige PFAS vastgesteld. In tabel 2.5 zijn deze achtergrondconcentraties opgegeven. Tabel 2.5 Achtergrondconcentratieniveaus PFAS PFAS
Achtergrondconcentratieniveau (ug/kg d.s.)
PFOS
1,50
PFOA
1,70
GENX
1,50
Overige PFAS
1,50
2.8
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie
In tabel 2.6 zijn de op en nabij de onderzoekslocatie eerder uitgevoerde bodemonderzoeken vermeld en kort samengevat. Een kaart met een overzicht van het uitgevoerde bodemonderzoek
is opgenomen in bijlage 3. Opgemerkt wordt dat de kaart van toepassing is op een groter gebied. Voor perceel K3239 zijn de onderzoeken A, B, E en F relevant.
Op basis van tabel 1 handelingskader PFAS, handelingskader PFAS, Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2018 En op basis van g (2020). An overview of the uses OF per- and POLYFLUOROALKYL Substances (pfas). Environmental Science: Processes & Impacts, 22(12), 2345-2373. doi:10.1039/d0em00291g (Glüge, 2020) Kamerbrief bij Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 8 juli 2019
10/20
“TAUW Kenmerk
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Tabel 2.6 Uitgevoerde bodemonderzoeken en samenvatting Lettercode
Naam onderzoek
Onderzoeksbureau
Kenmerk
Datum
A
Nader bodemonderzoek
Aangrenzend aan oostzijde van perceel 3239.
Grondslag Bodemkwaliteitsbureau;
10-06-2022
achter Westerblokker 29
Meest relevante boringen: 112, 113, 119 t/m 124,
35783
te Blokker (perceel 3463)
In de bovenlaag van 112 is sprake van een puinlaag en bij 113 schoon zand. De ondergrond betreft klei met zand. De grond onder de puinlaag is licht verontreinigd met zware metalen, PAK, PCB en minerale olie.
Halverwege perceel 3239 zijn de peilbuizen 119 t/m 124 verricht rondom een brandstofverontreiniging van oud boorpunt 6 uit 1998. Destijds is een sterke verontreiniging met
minerale olie en aromaten in het grondwater aangetoond. Actualiserend en afperkend onderzoek heeft plaatsgevonden. De bovengrond betreft een puinlaag met daaronder klei met bijmengingen van baksteen en slib. Bij boring 123 en 124 is een sterke brandstofgeur waargenomen van 1-1,5 m -mv. In de grond zijn geen verontreinigingen met minerale olie of aromaten aangetoond. De grond is licht verontreinigd met alkylbenzeen (N-propylbenzeen). Het grondwater is maximaal licht verontreinigd. De resultaten vormen geen duidelijke verklaring voor de waargenomen sterke geur. Vanwege geurhinder wordt bij toekomstige ontwikkeling wel
aanbevolen de bodem te saneren. De zintuiglijke verontreiniging is middels peilbuis 119 richting perceel 3239 begrenst.
De puinlagen zijn op basis van samenstelling- en uitloogonderzoek beoordeeld als NV-bouwstof granulaat. Op basis van asbest is de puinlaag echter niet toepasbaar. Sprake is
van een asbestweg volgens het Besluit asbestwegen.
*,M
\ N
\ E120 0
.
-
"
0101
X
KI
B
0
/
\
\
6134
V
\
\
1
* 2800
Verkennend
Aangrenzend de noordwestelijke kant van perceel 3239.
bodemonderzoek De Strip
Meest relevante boringen: 34 en 36. De grond betreft tot 1 m -mv zintuiglijk schone klei met daaronder zintuiglijk schoon zand.
5A & 5B
SWECO; 51003616
30-03-2022
Landview; 2004173
01-12-2004
De bovengrond is van de betreffende boringen niet onderzocht. De kleiige en zandige ondergrond is niet verontreinigd. Het grondwater van peilbuis 36 is licht verontreinigd met barium.
Op het overig terrein wat niet relevant is voor perceel 3239 is de bovengrond licht verontreinigd met koper, kwik, lood en PAK en overschrijdt OCB zeer plaatselijk de
tussenwaarden. Op basis van PFAS is de grond Altijd toepasbaar. Asbest is in de grond niet aangetoond. E
Bodemonderzoek
Grenzend aan oostzijde van perceel 3239
Westerblokker 27 te
Op het perceel van de voormalige autosloperij zijn vier boringen verricht als gevolg van een verzoek van de Provincie Noord-Holland. Boringen 1 en 2 zijn relevant ten opzichte
Blokker (perceel 3463)
van de ligging tot perceel 3239. De bovengrond betreft een puinlaag. In de kleiige en zandige ondergrond onder de puinlaag zijn tot 3 m -mv brandstofgeuren waargenomen. Tevens zijn van 0,5-0,2 olie-water reacties waargenomen. In de grondlagen rond grondwaterstand is olie maximaal licht verhoogd aangetoond. De overige parameters zijn niet verhoogd gemeten. Het grondwater
van peilbuis 1 is licht verontreinigd met xylenen. Ook hier vormen de resultaten geen duidelijke verklaring voor de waargenomen brandstofgeuren. Op het maaiveld zijn asbestverdachte materialen waargenomen welke niet zijn onderzocht.
11/20
“TAUW Kenmerk
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Lettercode
Naam onderzoek
Onderzoeksbureau
Kenmerk
Datum
F
Evaluatierapport
Afstand tot huidige onderzoekslocatie: grenst aan de oostzijde perceel 3239
EMN b.v.; 01B0067.004
20-12-2001
bodemsanering
Meest relevante boringen: W3, W4, W7, B2, CPB1. Betreft de sanering van een verontreiniging met minerale olie.
Westerblokker 29 Blokker
Grond: De aanwezige verontreinigingen op de saneringslocatie zijn afgegraven en voldoende gesaneerd. De ontstane ruimte is opgevuld met aanvulzand uit het IJsselmeer.
Grondwater: Tijdens de grondsanering is tijdens de eerste fase 5.947 m3 grondwater onttrokken. Tijdens de tweede fase is circa 1.300 m3 onttrokken. Tevens is een grondwateronttrekkingssysteem aangelegd. Na de sanering zijn een viertal restverontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten achtergebleven buiten de saneringslocatie; aan de zuidkant van de locatie (CB10, W19, B20, W42, B48), ten noordwesten van de locatie (W32, W33, W34), onder de inrit naar het achter terrein (W43 t/m W45 en W49 t/m W52) en in het grondwater ter plaatse
van Pb113 (benzeen). De restverontreinigingen zijn op circa 30 meter gelegen ten opzichte van perceel 3239.
12/20
? AUW Kenmerk
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Terreinverkenning
2.9
Op 17 januari 2023 is door een fysieke terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreinverkenning zijn waarnemingen gedaan die van invloed zijn op de keuze van
onderzoeksstrategie, opzet van het onderzoek of uitvoering van het veldwerk. Het perceel was grotendeels bedekt met hooibalen. Bij het materieel wat op de locatie stond opgeslagen was weinig sprake van hydraulische systemen. Op het maaiveld werden geen morsverliezen waargenomen.
2.10
Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek
•
Wat is de afbakening van de locatie en is deze voldoende? De grenzen zijn kadastraal vastgelegd en is weergegeven in het kaartmateriaal van bijlage 2 en 4.
•
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als
het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Op en rondom het perceel zijn voormalige boomgaarden aanwezig geweest waardoor de
bovengrond verdacht is op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen(OCB ’ s). Op basis van de uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat op het oostelijk gelegen
perceel 3463 een asbesthoudende puinlaag aanwezig is en een asbestweg volgens het
Besluit asbestwegen betreft (onderzoek A). Tevens is het pad in een asbestverdachte periode aangelegd en heeft op het noordelijk deel een voormalige opstal gestaan uit de
asbestverdachte periode. Indien langs de grens van de betonverharding of op het onverharde deel puinhoudende (grond)lagen worden waargenomen zijn deze verdacht op asbest. Op het perceel is sprake (geweest) van opslag van landbouwvoertuigen. Als gevolg van
mogelijke morsverliezen van hydraulische systemen of smeermiddelen is de bovengrond verdacht op het voorkomen van een verontreiniging met minerale olie. •
Is de bodem asbestverdacht?
Ja, er zijn diverse asbestverdachte locaties, zie paragraaf 2.6. •
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Zie paragraaf 2.2 voor de bodemopbouw en geohydrologie. Op het onverharde terrein en onder het pad zijn vermoedelijk puin- en funderingslagen aanwezig.
•
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van
het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Nee
13/20
“TAUW Kenmerk
•
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging
vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Ja, mogelijk loopt de met asbestverontreinigde puinverharding van perceel 3463 door op de huidige onderzoekslocatie van perceel 3239
•
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Op het perceel heeft niet eerder bodemonderzoek plaatsgevonden. Verkennend bodemonderzoek is noodzakelijk
•
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van het bodemonderzoek?
Zie paragraaf 3.1 voor de onderzoeksstrategie.
De volgende hypotheses worden gesteld, verwacht wordt dat: -
De bovengrond verontreinigd is met bestrijdingsmiddelen (OCB’s) De bovengrond ter plaatse van het verharde pad en het noordelijk onverharde deel verdacht is op minerale olie als gevolg van morsingen van de machinale installaties
-
Het grondwater op het zuidelijk deel verdacht is op een verontreiniging met minerale olie en aromaten als gevolg van de restverontreinigingen van het tankstation
-
Het grondwater op het overige terrein maximaal licht verontreinigd is De bodem, indien puinhoudend of bij aanwezigheid van puinlagen asbestverdacht is
3 Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden 3.1
Onderzoeksstrategie
Onder de verhardingen is mogelijk asbestverdacht funderingsmateriaal aanwezig. Op het pad vindt opslag plaats van hooibalen en machinale installaties. Tevens grenst het pad aan de
oostzijde aan een gebied waar sprake is van een puinverhard terrein met een gehalte aan asbest boven de interventiewaarde. Aan de zuidzijde grenst het perceel aan een tankstation. Hier hebben in het verleden saneringen plaatsgevonden en zijn restverontreinigingen in de bodem achtergebleven met onder andere benzeen. Op basis van bovengenoemde bevindingen en om de gestelde onderzoeksvragen te beantwoorden is de volgende onderzoeksstrategie uit de NEN 5740 gehanteerd: Strategie voor een verdachte locatie diffuse bodembelasting heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE)
•
Voor het bodemonderzoek naar asbest is de volgende onderzoeksstrategie uit de NEN 5707/NEN 5897 gehanteerd:
•
Verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld
14/20
? AUW Kenmerk
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Bij het onderzoek is niet door de betonverharding geboord maar zijn graafgaten aan de rand van
het pad verricht om te bepalen of sprake is van funderingslagen. In verband met de
restverontreinigingen bij het tankstation is aan de zuidzijde een extra boring met peilbuis geplaatst. Het grondwater is onderzocht op het standaardpakket. Op het noordelijk deel van het perceel, waar veel machines stonden opgeslagen, is getracht een
diepe boring te verrichten. Door aanwezigheid van een puinverharding en harde laag in de
ondergrond is dit niet gelukt. Binnen het onderzoek is extra aandacht geschonken aan eventuele
morsverliezen van brandstof of smeerolie. In figuur 3.1 is een oude luchtfoto opgenomen van het gebied.
Figuur 3.1 Luchtfoto noordelijk deel met opslag machines
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden
De grond is gefaseerd bemonsterd op vrijdag 20 januari door 31 januari 2023 door
27 januari 2023 door
en dinsdag
. Het grondwater is bemonsterd op vrijdag . Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer
K54913.
15/20
“TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Kenmerk
Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Omschrijving
Oppervlakte onderzoekslocatie in m2
810
Veldwerk
Aantal
Monsterpuntnummers
Graafgat tot 0,5 m -mv
5
103, 104, 105, 106, 107
Graafgat met gestaakte boring tot circa 0,7 a 1 m -mv
3
99, 100, 102
Graafgat met gestaakte boring tot 1,6 m -mv met
1
101
Analyses
Aantal
(Meng)monstercodes
Standaard stoffenpakket grond1 + OCB’s
2
103-1, MM20
Standaard stoffenpakket grond1
2
102-2, M19
Standaard stoffenpakket grondwater2
1
Pb 101
peilbuis_______________________________________
Uitsplitsing koper in grond MM19
2
101-2, 101-3
Asbest in grond
2
MMC, MMD
Asbest verzamelmonster
1
AsbVz103
1) Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof 2) Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), BTEXN, VOCl en
minerale olie (GC)
3.3
Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid
Voor een overzicht van de veiligheids-, kwaliteits-, en duurzaamheidsaspecten wordt verwezen naar bijlage 5. Er is wel afgeweken van de vigerende protocollen.
4 Resultaten 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen
Op het zuidelijk deel ter hoogte van het naastgelegen tankstation (boringen 99, 100 en 101) is onder de toplaag sprake van een oud klinkerpad met daaronder zintuiglijk schoon zand tot circa
0,6 m -mv. Daarna is sprake van een geotextiel doek. Dit duidt vermoedelijk op het feit dat hier vergravingen hebben plaatsgevonden welke mogelijk een samenhang hebben met de uitgevoerde sanering van de bodem van het naastgelegen tankstation. Onder het doek is sprake van licht baksteenhoudende klei. Twee van de drie boringen zijn hier gestaakt op 1 m -mv op een harde laag. Boring 101 is verricht tot 1,6 m -mv waarna deze ook gestaakt is. Besloten is om het filtergedeelte van de peilbuis in te korten om alsnog het grondwater te kunnen bemonsteren.
Ter plaatse van monsterpunten 102 en 107 is sprake van een puinlaag tot 0,5 m -mv. Bij boring 102 is getracht door te boren maar hier werd op 0,7 m -mv op een harde laag gestaakt. De bovengrond bij de overige boringen bestaat uit zand met bijmengingen van baksteen, metselpuin,
stenen, metaal, plastic, kooldeeltjes, glas en bij boring 102 ook asbesthoudend plaatmateriaal. Dit plaatmateriaal is bemonsterd als AsbVerz103 en geanalyseerd als verzamelmonster.
16/20
“TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Kenmerk
Als gevolg van een betonverharding en vegetatie was meer dan 75 % van het maaiveld bedekt waardoor geen visuele inspectie van het maaiveld conform protocol 2018 kon plaatsvinden. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 4. De veldwerkformulieren van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 11. De veldmetingen zijn weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1 Veldmetingen Datum
Filterdiepte
Peilbuis
(m -mv)
101
27.01.2023
1,10-1,60
GWS
PH
EC
Troebelheid
(m -mv)
(-)
(uS/cm)
(ntu)
0,68
7,07
593
13
De gemeten waarden worden als normaal beschouwd wanneer de pH: 5,0-8,0, EC: 200 - 2.000 pS/cm en troebelheid: < 10 NTU) is. De waarde voor troebelheid is verhoogd gemeten.
De verhoogde waarde voor de troebelheid in het grondwater bij peilbuis 101 is waarschijnlijk veroorzaakt door het natuurlijk voorkomen van zwevende delen in het grondwater en kan mogelijk leiden tot een overschatting van de concentraties aan gemeten stoffen. Omdat in dit geval maximaal lichte verontreinigingen zijn aangetoond kan ervan uit worden gegaan dat dit geen invloed heeft gehad op de onderzoeksresultaten. De verhoogde waarde voor
de troebelheid in het grondwater bij peilbuis 101 heeft geen effect gehad op de uitvoering van de analyse, aangezien er geen sprake is van verhoogde rapportagegrenzen. Een herbemonstering wordt niet noodzakelijk geacht.
4.2
Resultaten grond en grondwater
In de tabellen 4.2 tot en met 4.4 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7. Voor een volledig naar standaardbodem
omgerekend toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 8. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 9. Kaartmateriaal van de verontreinigingssituatie is opgenomen in bijlage 10. Opgemerkt wordt dat huidig onderzoek, onderdeel is geweest van een groter onderzoek op de percelen achter Westerblokker 27 te Blokker. Het analysecertificaat van het grondwater bevat derhalve ook gegevens van peilbuizen op andere percelen. Hetzelfde geldt voor
het analysecertificaat van asbest in grond. Tabel 4.2 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond Textuur en
> AW
(Meng)
Deel
Diepte
monster
monster
(m -
bijzonderheden
mv)
##
0,5-
Zand, stenen
minerale
0,7
(onv.) 1, br
olie
102 (0,5-
0,7)
102-2
>T
-
>I
-
BBK#
Veiligheids
(indicatief)
klasse
Ind
Geen
Klasse
17/20
“TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Kenmerk
Textuur en
(Meng)
Deel
Diepte
monster
monster
(m -
bijzonderheden
mv)
##
>T
> AW
>I
BBK#
Veiligheids
(indicatief)
klasse
NT
Geen
gestaakt, harde
laag
103 (0,0
0-0,5
103-1
0,5)
Zand,
PAK,
kooldeeltjes 3,
PCB,
stenen (onv) 1,
minerale
glas 1, asbest 1,
olie
-
-
Klasse
baksteen 1, metselpuin 1 MM19
101-2,
0,61
(0,6-1,2)
101-3
1,6
Klei, baksteen 1
Cu
Cd, Hg,
-
Geen
Ind
Pb, Zn,
Klasse
PAK MM20
104-1,
Zand,
Zn,
(0,0-0,5)
105-1,
kooldeeltjes 1,
minerale
106-1
stenen (onv) 1,
olie
0-0,5
-
-
NT
Geen
Klasse
metaal 1, plastic
1, baksteen 1, metselpuin 1 Toepassing op landbodem
# #
#
De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1), licht (2), matig (3)
-
Geen overschrijdingen van geanalyseerdeparameters
Ind/NT
Industrie/Niet toepasbaar
Tabel 4.3 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond uitsplitsing MM19 (Meng)
Deel
Diepte
Textuur en
>
monster
monster
(m -
bijzonderheden ##
AW
101 (0,61
101-2
0,61
Klei, baksteen 1
-
Klei, baksteen 1
-
>I
>T
BBK#
Veiligheids
(indicatief)
klasse
Ind
Geen
Ind
Geen
mv) -
Cu
-
Klasse
1,1
1,1)
101 (1,1
Cu
101-3
1,1-1,6
Klasse
1,59) Toepassing op landbodem
# #
#
De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1)
-
Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters
Ind
Industrie
Tabel 4.4 Toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterstelling
>S
>T
>I
(m-mv)
Pb 101 F
1,1-1,6
Veiligheids
klasse Naftaleen
-
-
Geen Klasse
Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters
18/20
“TAUW R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Kenmerk
Tabel 4.5 Overzicht resultaten asbest
Monstercode
Deel-
T raject
Totale gewogen
Toetsing
Totaal gewogen
Toetsing
monsters
(m -mv)
indicatief7
norm
indicatief gehalte
risiconorm
104-1,
MMC
gehalte asbest
asbest fractie
(mg/kg d.s.)
< 0,5 mm
0-0,5
Niet aangetoond
-
N.v.t.
N.v.t.
0-0,5
92
+
N.v.t.
N.v.t.
105-1, 106-1
MMD +
103-1
AsbVerz103
- 0,5 * Interventiewaarde wordt niet overschreden
4.3
Interpretatie resultaten
De bovengrond op de locatie is licht verontreinigd met zink, PAK, PCB en minerale olie. De ondergrond is overwegend licht verontreinigd met cadmium, kwik, lood, zink, PAK en minerale olie. Uitzondering hierop is boring 101 waar in de bodemlaag van 0,6-1,6 een matige verontreiniging met koper is aangetoond in de licht baksteenhoudende kleilaag.
De lichte verontreinigingen kunnen worden gerelateerd aan de bijmengingen van bodemvreemd materiaal, de opslag van landbouwmachines en de verhoogde achtergrondgehalten welke in het gebied kunnen voorkomen. De matige verontreiniging met koper in de kleilaag bij boring 101 is niet eenduidig te verklaren. Mogelijk wordt deze veroorzaakt door een lichte bijmenging met baksteen en de eigenschap van klei om zware metalen te binden.
Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen. Dit is mogelijk veroorzaakt door het naastgelegen tankstation. De aanwezige puinlagen zijn niet onderzocht omdat de kwaliteit daarvan reeds is bepaald en duidelijk is dat de puinlaag onderdeel is van de asbestweg op het naastgelegen perceel 3463. In de bovengrond bij boringen 104, 105 en 106 (MMC) met diverse bodemvreemde en asbestverdachte bijmengingen is geen asbest aangetoond. In de bovengrond bij boring 103 is in de fractie <20 mm geen asbest aangetoond. Echter vanwege de aanwezigheid van drie
asbesthoudende fragmenten in de fractie >20 mm is omgerekend een totaal indicatief gewogen gehalte van 92 mg/kg ds aan asbest aangetoond. De norm voor nader onderzoek (50 mg/kg ds) wordt overschreden.
7
Bij een verkennend onderzoek conform NEN 5707 heeft de waarde van het analyseresultaat een indicatieve status
19/20
“TAUW Kenmerk
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
5 Conclusies en aanbevelingen 5.1
Conclusies
Zintuiglijk is in de bovengrond sprake van puinlagen, dan wel grondlagen met diverse bodemvreemde bijmengingen ter plaatse van het verharde pad. Het puin heeft een gemiddelde dikte van circa 0,5 m. In de fractie >20 mm is zintuiglijk asbesthoudend plaatmateriaal aangetoond. Op het zuidelijk deel is sprake van een zandlaag, oude klinkerverharding met
daaronder een zandlaag en geotextiel op circa 0,6 m -mv. Onder het doek is sprake van licht baksteenhoudende klei. Geconcludeerd kan worden dat de grond overwegend licht en plaatselijk matig verontreinigd is.
De matige verontreiniging is aangetoond op het zuidelijk deel van 0,6-1,6 m -mv. Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen. In de grond is asbest boven de norm voor nader onderzoek aangetoond. De puinlaag is niet onderzocht op asbest. Nader onderzoek wordt niet zinvol geacht omdat met het bodemonderzoek
van Grondslag 2022 reeds is vastgesteld dat de naastgelegen puinverharding op perceel 3463 heterogeen verdeel verontreinigd is met asbest en sprake is van een asbestweg volgens het Besluit asbestwegen. Geconcludeerd kan worden dat de asbestverontreiniging doorloopt op
perceel 3239. Op basis van de waarnemingen wordt vermoed dat circa 700 m2 van de onderzoekslocatie heterogeen verdeeld verontreinigd is met asbest en dat dit deel onderdeel uitmaakt van de aanwezige asbestweg. Met een laagdikte van circa 0,5 m komt dat neer op 350 m3. De contour van de asbestweg is weergegeven in bijlage 4. Doordat in de asbestweg sprake is van een puinlaag met asbest en puinhoudende grond met
asbest is zowel het Besluit asbestwegen (puin) alsmede de Wet bodembescherming (grond) van toepassing.
De asbestverontreiniging vormt een belemmering voor de voorgenomen nieuwbouwplannen. De activiteiten van de opslag van landbouwmachines, de naastgelegen restverontreinigingen van het tankstation en de voormalige kwekerijen hebben niet geleid tot een sterke verontreiniging van de bodem.
5.2
Aanbevelingen
Voor de sanering van de puinverharding is ILT bevoegd gezag. Geadviseerd wordt om huidige rapportage te overleggen aan ILT en een melding te doen van de aanwezigheid van een
asbestweg. Het is namelijk verboden om een asbestweg in bezit te hebben. Deze dient te worden verwijderd of afgedekt. Doordat in de asbestweg zowel sprake is van delen met minder dan 50 % puin is ook de Wet bodembescherming van toepassing. Voor het saneren van de verontreiniging met asbest in
grond dient een BUS-melding te worden verricht.
20/20
“TAUW Kenmerk
Bijlage 1
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Regionale ligging onderzoekslocatie
Regionale ligging van de onderzoekslocatie
N307
WestwOI
st
se%
drijvent rr in Westfrisia
O o s ter b lo k k er B an g aerde
Klo sterhout
Blokker
Oo s ter o u w
K ers n b o o g rd
H oor n
V
1aan kw
ti D Schel h
k H o o r n 80
Nederland, 1 Schaal
Status
1:25000
Opdrachtgever: Gemeente Hoorn
Definitief Pr ojectnummer
Perceel 3239 bij Westerblokker 29 Blokker Onder deel
Regionale ligging van de onderzoekslocatie
A4 Datum: 8-2-2023
Gat TDA Gec
1 200 m
?
1289444 Tekeningnummer
1 Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon Fax
Y TAUW Kenmerk
Bijlage 2
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Kadastrale gegevens
16
Perceel K3239
2227
3462
7322
2932
7575
3463
7574
2809
7572
1309
7321
2808
80
7576
2800
3241
31 8318
7340 3255
8358 '618
8355
760 6385
7295
8352
21.
1319
38
Scale
Client
#
77,
Subject
Perceel K3239
Het
FINAL Projectnumber
Format
Project
320
Status
1:1500
Onderzoekslocatie
Topo
60 m
30
0
7296
A4 Date
02/08/23
Des.
DKO
App.
DKO
7777777 Drawinghr.
16
F TAUW 7777777_10016M.MXD
BETREFT
kadaster
Hoorn K 3239 UW REFERENTIE
1289444 IPRODUCTIEORDERNUMMER
GELEVERD OP
19-12-2022 - 12:04
S11143359775
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
I VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
16-12-2022 - 14:59
16-12-2022 - 14:59
BLAD
1 van 2
Eigendomsinformatie O ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Hoorn K 3239 Kadastrale objectidentificatie: 071810323970000
Kadastrale grootte 810 m Grens en grootte Vastgesteld
Coördinaten 135517 - 519702
Omschrijving Wegen
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Wet voorkeursrecht gemeenten: Besluit aanwijzing gronden Betrokken bestuursorgaan Gemeente Hoorn Datum in werking 10-12-2020
Afkomstig uit stuk Hyp4 79918/180
Ingeschreven op 11-12-2020 om 09:00
Beperking op basis van een overheidsbesluit (vestiging) Datum kenbaarheid: 09-12-2020
RECHTEN 1
Eigendom (recht van)
Aandeel Onbepaald
Afkomstig uit stuk Hyp4 7225/1 Alkmaar
Aanvullend stuk Hyp4 7253/31 Alkmaar
ngeschreven op
5-02- 994
ngeschreven op 09-03- 994
Is aanvulling op Hyp4 7225/1 Alkmaar
Naam gerechtigde
Adres Wytemastraat 13
1695 BW BLOKKER te BLOKKER
Geboren
Geboorteland Nederland Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Burgerlijke staat Zie akte(n) 1
Eigendom (recht van)
Aandeel Onbepaald
Afkomstig uit stuk Hyp4 7225/1 Alkmaar
Ingeschreven op 15-02-1994
Aanvullend stuk Hyp4 7253/31 Alkmaar
Ingeschreven op 09-03-1994
Is aanvulling op Hyp4 7225/1 Alkmaar
BETREFT
kadaster
Hoorn K 3239 UW REFERENTIE
1289444 IPRODUCTIEORDERNUMMER
GELEVERD OP
19-12-2022 - 12:04
S11143359775
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
I VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
16-12-2022 - 14:59
16-12-2022 - 14:59
BLAD
2 van 2
Naam gerechtigde
Adres Westerblokker 20
1695 AG BLOKKER Geboren
Burgerlijke staat Zie akte(n) 1
Eigendom (recht van)
Aandeel Onbepaald
Afkomstig uit stuk Hyp4 7225/1 Alkmaar
ngeschreven op 15-02-1994
Aanvullend stuk Hyp4 7253/31 Alkmaar
ngeschreven op 09-03-1994
Is aanvulling op Hyp4 7225/1 Alkmaar
Naam gerechtigde
Adres Rijperweg 14
1464 MA WESTBEEMSTER te BLOKKER
Geboren
Geboorteland Nederland Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Burgerlijke staat Zie akte(n)
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens
zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet.
Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
YTAUW Kenmerk
Bijlage 3
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Kaarten vooronderzoek en topografische kaarten
Kaart vooronderzoek percelen Blokker fase 5b
9
7900
2223 7889
7873.
7874-
7875
7878 .7876
2224
7887 7835
2273
7752 7826
12
2547 1361
6 2934
2227
7
5 8
15 3462
10
9 7322
7287
2932
7575
4
14 3463
7574
2
1266
13 3
2809
2805
Onderzoekslocatie 1289444
Deellocaties 13
Asbestweg (puinverharding)
6
| Gedempte watergang '50-1992
12
| Matig tot sterke verontreiniging koper bovengrond
1309
7321
2808 280
| Matige verontreiniging koper bovengrond 2
Opslag materieel ?-heden
5
Opslag materieel en materiaal 2010-2018
3
Pad jaren '70-heden
10
Sterke verontreinig ng koper bovengrond
14
Sterke verontreinig ng minerale olie (1-1,5 m -mv)
15
1 3241
8318
8
Voormalige kassen 1949-1960 Topo
3214
Status
Scale
Project
3215
Voormalig pad ?-2011
Voormalige bebouwing 1984-1995
Client
Gemeente Hoorn
Sterke verontreinig ng zink in grondwater
4
60 m
317
Tankstation 2001-heden 7
30
0
1:1250
Projectnumber
Format
Percelen achter Westerblokker 27 te Blokker
FINAL
A3
Subject
Date
19/12/22
Kaart vooronderzoek percelen Blokker fase 5b
Des.
DKO
App.
DKO
1289444 Drawingnr.
9
“ TAUW 7777777_10009M.MXD
Kaart vooronderzoek percelen Blokker fase 5b
9
9 81
778 78
78
2221
78 1973 46
658
788
78!
783i 781
772
8092
2
2
2220 2216
25.
790
\\1453
X869.
( 861
2223
X 870
788
878 35 7 78%
o
7865 7856
224
887
7835
2!
2273
2225
V
7826
7779 3
2
8
1576
2547
1361
2934 2227
226
66
64
3462
7322
226 7287
2932
757!
2228 5
2229
3463
7574
286 757
1266
7X85
7573
2809
2805
57!
7320
30
7321
757i
2800
3241
8318
730!
541
3255
29
7340
33
3215
5 18
7319
7330
80
12
7291
Onderzoekslocatie 1289444
7678
Uitgevoerde onderzoeken
0
A Nader bodemonderzoek achter Westerblokker 29
50
100
B Verkennend bodemonderzoek De Strip 5A & 5B
4006 Client
C+J Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Westerblokker 21a D Verkennend bodem en asbestonderzoek achter nr 19
Gemeente Hoorn
20
Status
Scale
1:2000 Format
Project
E Bodemonderzoek Westerblokker 27
Percelen achter Westerblokker 27 te Blokker
F Evaluatierapport bodemsanering Westerblokker 29
Subject
Date
Kaart vooronderzoek percelen Blokker fase 5b
Des. DKO
G Nulsituatie Westerblokker 15 A
H+I VO+NO percelen
Topo
, deellocatie 9B
FINAL
A3 19/12/22
App. DKO
1289444 Drawingnr.
9
AUW 7777777_10009M.MXD
Y TAUW
Historische topografische kaarten
N. Y
1915
1934
1925
•••. " . kker V 1945
1952
1961
& TAUW
Historische topografische kaarten
■ ■
CYT YI ' s.
y. —
- .10-
Y W\.\
-
ker
KkerS
Y
ker ƒ
—.911, Ar*. 7\ *21) —nul V...Jus O- :\\X: ASEre tt • X gultues t < E—A* i
KA.10' L _‘ 1
10.29 $ ,7, 07. ° 50
$9.0.2% 1
1975
,N1— 1.1 ova,", "°—. ar InYro. lol,. %. % '
ker “ ha Zrsekrkr? vY
Eaisy 4.
U‘220
2003
1985
,
1995
\ 6
^-. Jaooo t V 1120 - •<
EWW ^h^ •. Yi (18151
0
CRWWUAO.N 2010
. Aoul 2020
“TAUW Kenmerk
Bijlage 4
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Kaart situering monsternamepunten
Situering monsterpunten perceel K3239
16
7322
63
2
13 106
105
104
Boringtype X
Graafgat met gestaakte boring
B0
Graafgat met gestaakte boring met peilbuis
X
Graafgat tot 0,5 m -mv
7321
1
Deellocaties
99 +101
A Asbestweg (puinverharding)
| 100'
Gedempte watergang '50-1992 Matig tot sterke verontreiniging koper bovengrond
Matige verontreiniging koper bovengrond Opslag materieel ?-heden Opslag materieel en materiaal 2010-2018
8
Pad jaren '70-heden
|
| Sterke verontreiniging koper bovengrond Sterke verontreiniging minerale olie (1-1,5 m -mv)
0
10
20 m
8358
Sterke verontreiniging zink in grondwater
I
Client
I Tankstation 2001-heden
Voormalig pad ?-2011
Project
Voormalige bebouwing 1984-1995
Subject
Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest perceel Hoorn K 3239____________________
Situering monsterpunten perceel K3239
Voormalige kassen 1949-1960
Topo
Scale
Gemeente Hoorn
Status
1:750
FINAL Projectnumber
Format
A4 Date
08/02/23
Des.
DKO
App.
DKO
128944 drawingnr.
16
Het 7777777_10016M.MXD
TAUW Kenmerk
Bijlage 5
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid
SIKB veldwerkprotocollen voor bodemonderzoek
seitSWa
2.6
Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s zijn uitgevoerd. TAUW bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001,2002, 2003 en 2018. TAUW bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening is gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
Alle veldwerkzaamheden behorende bij het landbodem- en waterbodemonderzoek zijn uitgevoerd binnen de reikwijdte van het certificatieschema, volgens de eisen uit het certificatieschema BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch landbodem- en waterbodemonderzoek: Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen
• • •
Protocol 2002: Het nemen van grondwatermonsters Protocol 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem
Er is onderbouwd afgeweken van 2001, 2002, 2018 op de volgende onderdelen: Protocol 2018: Er is geen maaiveldinspectie uitgevoerd. Dit bleek niet mogelijk omdat het maaiveld voor meer dan 75 % bedekt was met beton en dichte vegetatie. Aangezien de aard van de asbestverdenking voor onderhavige locatie een andere reden heeft dan een verdacht maaiveld wordt niet verwacht dat deze afwijking van invloed is op de betrouwbaarheid van het onderzoek.
Op de genoemde protocollen is het gebruikte beeldmerk daarom niet van toepassing.
Onderzoeksnormen voor bodemonderzoek en overig onderzoek Er is afgeweken van de in dit onderzoek gebruikte onderzoeksnormen.
•
In afwijking van de NEN 5740 is de bovenkant van het filter van peilbuis 101,226 en 351 niet minimaal op 0,5 m onder de grondwaterstand geplaatst. De peilbuis is 8 cm te ondiep
geplaatst. Peilbuis 101 moest worden gestaakt in de ondergrond waardoor een verkort filter is gebruikt. De grondwaterstand bij plaatsing was hoger gelegen dan bij monstername, vermoedelijk door de aanwezigheid van een slecht waterdoorlatende kleilaag. Omdat in het grondwater maximaal lichte verontreinigingen zijn aangetoond is herplaatsing van de peilbuis niet noodzakelijk. De resultaten zijn voldoende betrouwbaar.
TAUW Kenmerk
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Analysenormen
Er is afgeweken van de in dit onderzoek gebruikte analysenormen.
Het analyseresultaat van PCB 138 in certificaat 2023014736/1 (MM19) is mogelijk overschat vanwege co-elutie met PCB 163. Dit verandert de conclusie van dit onderzoek echter niet omdat PCB niet verhoogd is aangetoond. Van mengmonster MM19 wordt de conserveringstermijn van de voorbehandeling van minerale
olie overschreden (analysecertificaat 2023014736/1). De oorzaak is onbekend. Het gevolg van deze conserveringstermijnoverschrijding is onbekend en volgens het laboratorium niet onderzocht. Verwacht wordt dat de resultaten niet significant zullen afwijken bij een nieuwe monstername omdat minerale olie maximaal licht verhoogd is gemeten.
De analyses zijn uitgevoerd bij een geaccrediteerd milieulaboratorium. Overige veiligheids-, kwaliteits- en duurzaamheidaspecten De aanwezigheid en ligging van kabels en leidingen is bepaald door het doen van een Klic-melding.
Veiligheid en Gezondheid in ontwerpfase (Arbobesluit) Bij de ontwerpwerkzaamheden wordt rekening gehouden met de algemene uitgangspunten van Veiligheid en Gezondheid (V&G) volgens artikel 2.26 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. TAUW heeft als ontwerpende partij de wettelijke verplichting voor het maken van een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) van het ontwerp. TAUW streeft er naar om V&G-risico's bij de bron aan te pakken.
TAUW verklaart hierbij dat het een onafhankelijke positie heeft (en kan behouden) ten opzichte van de opdrachtgever. Dat wil zeggen dat er geen organisatorische relatie bestaat met de opdrachtgever (zuster- of moederbedrijf) of diens eigenaar.
TAUW Kenmerk
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Duurzaamheid Duurzaamheid binnen bodemdiensten TAUW Bij TAUW zijn we ons bewust van het grote belang van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van
de Verenigde Naties (https://sdgs.un.org/goals). Wij streven er naar om de relevante doelstellingen te integreren in elk aspect van ons interne bedrijfsproces en in elke dienst die we met en voor onze klanten uitvoeren. Op het gebied van bodem opereren we onder andere volgens de internationale standaard ISO 18504:2017 ‘Soil quality - Sustainable remediation’ (Bodemkwaliteit - Duurzame sanering) en ons interne begeleidingsdocument ‘Sustainable Soil & Groundwater Remediation’ (Duurzame bodem- en grondwatersanering). Bovendien nemen wij actief deel aan netwerkorganisaties die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben, zoals NICOLE (Network of Industrially Co-ordinated Sustainable Land Management in Europe, (www.nicole.org) en Deltaplan Biodiversiteitsherstel (www.samenvoorbiodiversiteit.nl). Het toevoegen van
duurzaamheidsaspecten en de transparante communicatie daarover in onze projecten dragen bij aan een groter draagvlak in de samenleving voor de gekozen oplossingen, een beter milieu en een betere kosten-batenverhouding. Visie TAUW optimaal en duurzaam grondverzet Het hergebruik van grond wordt in Nederland voornamelijk gestuurd door de regelgeving die hiervoor is opgesteld. Deze regelgeving (Besluit bodemkwaliteit) is gericht op risico’s ten aanzien van het gebruik van de locatie waar grond wordt toegepast. Duurzaamheidaspecten en andere
belangrijke zaken die volgen uit de opgaven waar we voor staan (klimaatadaptatie, biodiversiteit, natuurontwikkeling et cetera) spelen zelden mee bij overwegingen voor hergebruik. Dit terwijl er maar weinig grond beschikbaar is om de noodzakelijke biodiversiteit te vergroten in Nederland. Deze opgave past bij een belangrijke en nodige ontwikkeling waarbij naast risico’s ook gekeken wordt naar aanwezige kansen en het beter uitnutten daarvan. Optimalisatie en duurzaamheid zijn brede en deels ongrijpbare begrippen, ze gaan veelal over maatschappelijke onderwerpen, van economische tot technologische en van milieuaspecten tot aan sociale wetenschappen. Duurzaamheid is een prioriteit in het beleid van Nederland en Europa en draagt bij aan het milieubewustzijn. Het helpt ons onze eigen leefomgeving te sparen voor
toekomstige generaties. Grip op grond en grondstromen gestroomlijnd zijn begrippen die veelvuldig worden gebruikt als men spreekt over optimaal en duurzaam grondstromenmanagement. De keuze om vrijkomende grond te laten vervallen aan de aannemer wordt nog veelvuldig toegepast waarmee een opdrachtgever zijn of haar grip op optimaal/duurzaam grondverzet verliest. Een ontdoener van grond overbrugt met enige regelmaat aanzienlijke transportafstanden om grondstromen elders toe te passen, met onnodige kosten en milieubelasting als gevolg. Koppelkansen en kostenbesparing worden hierdoor vaak onvoldoende
benut. In onze visie zou de term ‘vervalt aan de aannemer’ vanuit duurzaamheidsgedachte beter vervangen kunnen worden door ‘komt circulair beschikbaar’. Onze visie over optimaal en gedegen grondstromenmanagement vraagt om een brede zienswijze waarbij grondstromen en grondverzet mede bekeken worden vanuit waarde (bodem als natuurlijk kapitaal), duurzaamheidsprincipes en kosten (zoals minimalisatie transportbeweging en -milieubelasting).
TAUW Kenmerk
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Inzicht in regionaal vraag en het aanbod in relatie tot de milieuhygiënische kwaliteit en
civieltechnische eigenschappen van de grond zijn hierbij de meest bepalende factoren. Duurzaamheid binnen bodemonderzoek
Voor grond- en grondwateronderzoek streven wij ernaar het verbruik van energie, materialen en chemicaliën en de productie van afval tot een minimum te beperken. In eerste instantie minimaliseren we het aantal reisbewegingen voor veldonderzoek door middel
van een geoptimaliseerde projectplanning, een modelprognose van de verontreinigingssituatie voorafgaand aan onderzoek, combinatieonderzoek, directe veldanalyse en/of telemetrie. We zijn daarnaast gestart met het vervangen van onze fossiel aangedreven veldwerkbussen door een elektrisch aangedreven wagenpark. Tot slot werken we aan materiaal- en afvalbeheer. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van duurzaam geproduceerde, biologisch afbreekbare zeep voor het reinigen van boorapparatuur, de mogelijkheid om gebruik te maken van biologisch afbreekbare peilbuizen en het inzamelen van resten peilbuis- en bemonsteringsmateriaal voor recycling.
Duurzaamheid binnen bodemsanering
TAUW werkt volgens de definitie van ISO 18504 van een duurzame sanering: ‘Eliminatie en/of beheersing van onaanvaardbare risico's op een veilige en tijdige wijze, waarbij de ecologische, sociale en economische waarde van het werk wordt geoptimaliseerd'. In elke fase van het saneringsproces, van de saneringsafweging, het ontwerp, de aanbesteding en de realisatie tot en met de ontmanteling & restauratie, maken we gebruik van
duurzaamheidsindicatoren. Naast voor de hand liggende indicatoren zoals veiligheid & gezondheid, overlast en saneringskosten, beoordelen we saneringsvarianten ook op indicatoren zoals participatie, carbon footprint, invloed op biodiversiteit, impact op reputatie en waardeverhoging van de locatie. TAUW heeft ervaring met en zoekt naar mogelijkheden om ‘nature based’ technieken toe te passen waarmee de milieubelasting kan worden geminimaliseerd (inzet van micro-organismen,
planten, natuurlijke materialen en processen). Bij de ontwikkeling van deze technieken wordt ook intensief samengewerkt met internationale partners in EU-projecten. Bij het opzetten van aanbestedingsprocedures leggen wij duurzaamheidscriteria vast in eisen of
de EMVI-score, zodat duurzaamheid wordt geconcretiseerd in de aanleg, het gebruik en het onderhoud van saneringswerken.
“TAUW Kenmerk
Bijlage 6
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Boorprofielen
Legenda boorprofielen
Datum: X: Y: deskundige
Datum: X:
01-01-2013 202677.98 438991.13 TAUW bv
01-01-2013 136440.12 492314.1 deskundige TAUW bv
monsterpunt nummer----------
0.00 t.o.v. MV
klei kleiig
3 X:Datum:
------------------- plaatsingsdatum boring 01-01-2013 ------------------- x-coordinaat 136440.12 ------------------- y-coordinaat Y: 492314.1 ------------------- deskundige deskundige TAUW bv 0.10 ------------------------ bovenkant peilbuis tov mv
klei zwak fijnzandig
--------------------------- monstercodering
-0.50 g:
G: leem
siltig
leem matig zandig
fijn zand zandig
fijn zand sterk humeus
Indicatieve geurzone 1 = zeer licht
2 = licht
3 = matig 4 = sterk 5 = zeer sterk
-------------------- grondwaterstand --------------------------- steekbusmonster
-------------------- peilbuis
■2.00 matig grof zand
--------------------------- bodemluchtmonster
matig grof zand sterk humeus zwak kleiig
Bijzonderheid ■2.50
1 = zeer licht
2 = licht
3 = matig 4 = sterk 5 = zeer sterk
zeer grof zand
-3.00 -------------------- casing
grind grindig
-3.50 -------------------- bentoniet -------------------- grind
humeus veen
-4.00
-4.50 ----------------------- filter
slib
-5.00
2222222222222222
F TAUW arcering conform NEN 5104
^TAUW
Datum:
99 X:
20-01-2023 135552.04 519652.5
Datum:
100 X: Y:
20-01-2023 135551.93 519652.63
101
Datum: X:
20-01-2023 135551.82 519652.47 0.30
0.00 t.o.v. MV bruin (donker), wortels (2/m.grof)
bruin (donker), wortels (2/m.grof)
bruin (donker), wortels (2/m.grof)
klinkerlaag
klinkerlaag
klinkerlaag
edelman, oliepan, spade
edelman, oliepan, spade
bruin (licht), grijs, schelpen (1/m.grof)
edelman, oliepan, spade
bruin (licht), grijs, schelpen (1/m.grof)
bruin (licht), grijs, schelpen (1/m.grof)
-0.50
— wit doek
bruin (donker), baksteen (1/m.grof)
— wit doek
edelman, oliepan
bruin (donker), baksteen (1/m.grof)
— wit doek
edelman, oliepan
-1.00 br gestaakt
br gestaakt
bruin (donker), baksteen (1/m.grof)
-1.50
-1.50
-1.60
-1.60
edelman, oliepan
br gestaakt
Profielen conform NEN 5104
1289444 : Hoorn, VO+VBO Bangert Oosterpolder fase
^TAUW
102 Datum: o- X: Y:
102 Datum: •• X:
31-01-2023 135496.14
519759.06
Y:
10A Datum: I • X:
31-01-2023 135542.15
519663.43
Y:
31-01-2023 135527.53
519687.39
0.00 t.o.v. MV
bruin, asfalt (3/m.grof), baksteen (3/grof), metselpuin (3/grof), slakken (3/m.grof), stenen (onv) (4/m.grof), wortels (1/fijn), puinlaag
bruin, asbest (1/m.grof), baksteen (1/grof), glas (1/m.grof), kleibrokjes (1/m.grof), kooldeeltjes (3/m.grof), metselpuin (1/m.grof), roest (2), stenen (onv) (1/m.grof), wortels (1/fijn)
ham.bo..., spade, stootijzer
snip
•
spade
1; MMD
1; MMB
-0.50
bruin, baksteen (1/grof), kleibrokjes (1/m.grof), kooldeeltjes (1/m.grof), metselpuin (1/m.grof), roest (2), stenen (onv) (1/m.grof), wortels (1/fijn)
bruin (licht), harde laag, schelpen (1/fijn), stenen (onv) (1/fijn)
spade
1; MMC
edelman
br gestaakt
-1.00
-1.00
-1.00
-1.60
-1.60
-1.60
Profielen conform NEN 5104
1289444 : Hoorn, VO+VBO Bangert Oosterpolder fase
^TAUW
Datum:
105 X:
Datum:
31-01-2023 135514.3 519707.62
106 X:
Y:
107
31-01-2023 135501.3 519728.82
Iel
Datum: X:
31-01-2023 135484.95
Y:
519755.83
0.00 t.o.v. MV
bruin, baksteen (1/m.grof), kleibrokjes (1/m.grof), metaal (1/grof), metselpuin (1/m.grof), plastic (1/fijn), roest (2), stenen (onv) (1/m.grof), wortels (1/fijn)
bruin, baksteen (1/m.grof), kleibrokjes (1/m.grof), metselpuin (1/m.grof), roest (2), stenen (onv) (1/m.grof), wortels (1/fijn)
Profielen conform NEN 5104
spade
1; MMC
1; MMC
-1.60
bruin, asfalt (2/m.grof), baksteen (3/grof), glas (1/m.grof), ham.bo..., metselpuin (3/grof), spade slakken (3/m.grof), stenen (onv) (4/m.grof), wortels (1/fijn), puinlaag
-1.60
1; MMB
-1.60
1289444 : Hoorn, VO+VBO Bangert Oosterpolder fase
TAUW Kenmerk
R005-1289444DKO-V02-aao-NL
Bijlage 7
Toetsingskader
B7.1 Toetsingskader circulaire bodemsanering 2013 De analyseresultaten zijn getoetst aan de volgende, in landelijk beleid opgenomen, toetsingswaarden (normen):
• •
De Streefwaarden (voor grondwater) en/of Interventiewaarden (voor grond en grondwater) uit de Circulaire Bodemsanering8 De Achtergrondwaarden (voor grond) uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit9
Daarnaast is voor grond en grondwater ook getoetst aan de Tussenwaarden. Deze waarde is niet opgenomen in de Circulaire Bodemsanering en/of Regeling Bodemkwaliteit maar wel in de
Regeling Uniforme Saneringen (RUS). De Tussenwaarde is gedefinieerd als T = %(AW + I) voor grond en T = %(S + I) voor grondwater. In tabel B7.1 is vermeld op welke wijze de toetsingsresultaten zijn weergegeven in toetsingstabellen en tekstueel aangeduid in de rapportage. Tabel B7.1 Overzicht toetsingskader Concentratieniveau voor een stof
Weergave in tabellen
Omschrijving in de tekst
< AW/S-waarde (of < rapportagegrens)
-
-
> AW/S-waarde < T-waarde
+
Licht verhoogd/verontreinigd
> T-waarde < I-waarde
++
Matig verhoogd/verontreinigd
> I-waarde
+++
Sterk verhoogd/verontreinigd
Bodemtypecorrectie voor grond Op basis van de (gewijzigde) bijlage G10 onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit wordt vanaf 1 november 2013 bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem het analyseresultaat omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de
toetsingswaarde voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van locatiespecifieke waarden voor organische stof en lutum.
Gevalideerde bodemtoetsing: BoToVa De toetsing van analyseresultaten vindt plaats in een geautomatiseerde toetsingsmodule. Deze toetsingsmodule maakt gebruik van de landelijke BoToVa11-service voor de validatie van de toetsingsresultaten. Op deze wijze is de kwaliteit van de toetsing aan de geldende normen geborgd.
(gewijzigde) Circulaire Bodemsanering die op 1 juli 2013 in werking is getreden (Staatscourant 16675, d.d. 27 juni 2013 (gewijzigde) Regeling bodemkwaliteit die op 1 januari 2014 in werking is getreden (laatste wijzigingen zijn opgenomen in Staatscourant 31950, d.d. 15 november 2013) 10 Deze gewijzigde bijlage van de Regeling bodemkwaliteit is voor het eerst gepubliceerd in Staatscourant 22335, d.d. 2 november 2012 11 BoToVa: Bodem Toets- en Validatieservice. Voor meer informatie zie www.botova-service.nl 8 9