Bijlage 1 - Was wordt actualisatie Apv Hoorn
Tekst van het document
Was Artikel 2:24 Begripsomschrijving 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g. van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in 2:39 van deze verordening; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg of in de openbare buitenruimte; e. een snuffelmarkt; f. straatfeesten en buurtbarbecues op één dag; g. vechtsportwedstrijden engala’s. 3. In deze afdeling wordt onder klein evenement (categorie I) verstaan een eendaags evenement waarbij wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden: a. het evenement heeft niet meer dan 300 bezoekers; b. er wordt geen tijdelijk bouwwerk geplaatst waarin
Wordt Artikel 2:24 Begripsomschrijving 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g. van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in 2:39 van deze verordening; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg of in de openbare buitenruimte; e. een snuffelmarkt; f. straatfeesten en buurtbarbecues op één dag; g. vechtsportwedstrijden engala’s. 3. In deze afdeling wordt onder klein evenement (categorie I) verstaan een eendaags evenement waarbij wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden: a. het evenement heeft niet meer dan 300 bezoekers; b. er wordt geen tijdelijk bouwwerk geplaatst waarin meer dan 150 personen tegelijk aanwezig zijn;
Toelichting Technische aanpassing: De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet treedt naar verwachting per 1 juli 2021 in werking. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet.
meer dan 150 personen tegelijk aanwezig zijn; c. het (binnen)evenement past binnen de geldende gebruiksvergunning; d. het evenement vindt van maandag tot en met donderdag tussen 08:00 uur tot 23:00 uur, vrijdag en zaterdag tussen 08:00 uur tot 0:00 uur en zondag tussen 13:00 uur tot 23:00 uur plaats; e. het evenement produceert een laag geluidsniveau tot maximaal 70 dB(A) (achtergrondmuziek); f. het evenement vindt niet plaats op de rijbaan, (brom)fietsgelegenheid en belemmert het verkeer en de hulpdiensten ook niet op een andere manier; g. het evenement heeft een incidenteel karakter; h. er wordt (bedrijfsmatig) geen alcohol verkocht; i. er wordt in de openlucht geen vuur gestookt, anders dan kaarsen, fakkels en dergelijke en/of vuur dat gebruikt wordt voor koken, bakken en braden (barbecue); j. er vindt geen ander evenement plaats op dezelfde datum en locatie.
c. het (binnen)evenement past binnen de geldende gebruiksvergunning; d. het evenement vindt van maandag tot en met donderdag tussen 08:00 uur tot 23:00 uur, vrijdag en zaterdag tussen 08:00 uur tot 0:00 uur en zondag tussen 13:00 uur tot 23:00 uur plaats; e. het evenement produceert een laag geluidsniveau tot maximaal 70 dB(A) (achtergrondmuziek); f. het evenement vindt niet plaats op de rijbaan, (brom)fietsgelegenheid en belemmert het verkeer en de hulpdiensten ook niet op een andere manier; g. het evenement heeft een incidenteel karakter; h. er wordt (bedrijfsmatig) geen alcohol verkocht; i. er wordt in de openlucht geen vuur gestookt, anders dan kaarsen, fakkels en dergelijke en/of vuur dat gebruikt wordt voor koken, bakken en braden (barbecue); j. er vindt geen ander evenement plaats op dezelfde datum en locatie.
Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet
Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Artikel 2:34a Begripsbepalingen 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de begrippen: a. alcoholhoudende drank; b. horecabedrijf; c. horecalokaliteit; d. inrichting;
Artikel 2:34a Begripsbepalingen 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de begrippen: a. alcoholhoudende drank; b. horecabedrijf; c. horecalokaliteit; d. inrichting;
Technische aanpassing: De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet treedt naar verwachting per 1 juli 2021 in werking. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet. Technische aanpassing: De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet treedt naar verwachting per 1 juli 2021 in werking. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet.
e. paracommerciële rechtspersoon; f. sterke drank; g. slijtersbedrijf; h. zwak-alcoholhoudende drank verstaan hetgeen de Drank- en Horecawet daaronder verstaat. 2. Lappendag: de laatste dag van de kermis in de Binnenstad van Hoorn. Artikel 2:34d Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet zwakalcoholhoudende drank te verstrekken vanuit locaties als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of artikel 19, tweede lid, onder a, van de Drank- en Horecawet in het gebied Binnenstad begrensd door het IJsselmeer, de Hoge Vest, de Spoorsingel, de Draafsingel en de Nieuwe Wal op Lappendag gedurende de tijdsruimte van 16.00 tot 20.00 uur. Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of het daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. Artikel 2:48 Verboden drankgebruik
e. paracommerciële rechtspersoon; f. sterke drank; g. slijtersbedrijf; h. zwak-alcoholhoudende drank verstaan hetgeen de Alcoholwet daaronder verstaat. 2. Lappendag: de laatste dag van de kermis in de Binnenstad van Hoorn. Artikel 2:34d Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet zwakalcoholhoudende drank te verstrekken vanuit locaties als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of artikel 19, tweede lid, onder a, onderdeel 1 van de Alcoholwet in het gebied Binnenstad begrensd door het IJsselmeer, de Hoge Vest, de Spoorsingel, de Draafsingel en de Nieuwe Wal op Lappendag gedurende de tijdsruimte van 16.00 tot 20.00 uur.
Technische aanpassingen: De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet treedt naar verwachting per 1 juli 2021 in werking. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet. Bij de wijzigingen zijn de artikelen 19 en 20 vernummerd.
Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of het daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Technische aanpassing: Abusievelijk is het tweede lid van dit artikel verkeerd opgenomen in de Apv Hoorn. Door deze wijziging wordt het artikel conform de model Apv van de VNG verbeterd.
Artikel 2:48 Verboden drankgebruik
Technische aanpassing: De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet
1. Het is verboden voor personen van 18 jaar of ouder op een openbare plaats alcoholhoudende drank te gebruiken en/of al dan niet aangebroken flessen, blikjes e.d. met alcoholhoudende drank bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken. 2. Het is verboden voor personen van 18 jaar of ouder op een openbare plaats, die deel uitmaakt van de door het college aangewezen gebieden, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 3. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor: a. een terras dat deel uitmaakt van een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. de plaats, niet zijnde een inrichting als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1. Het is verboden: a. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen; c. op of nabij plaatsen waar en tijde dat er een godsdienstoefening, een kerkelijke plechtigheid, een herdenkingsplechtigheid, een begrafenisplechtigheid of een openbare vergadering wordt gehouden de rust of de orde te verstoren, dan wel zich op
1. Het is verboden voor personen van 18 jaar of ouder op een openbare plaats alcoholhoudende drank te gebruiken en/of al dan niet aangebroken flessen, blikjes e.d. met alcoholhoudende drank bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken. 2. Het is verboden voor personen van 18 jaar of ouder op een openbare plaats, die deel uitmaakt van de door het college aangewezen gebieden, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 3. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor: a. een terras dat deel uitmaakt van een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. de plaats, niet zijnde een inrichting als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
treedt naar verwachting per 1 juli 2021 in werking. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet.
2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1. Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen; c. op of nabij plaatsen waar en tijde dat er een godsdienstoefening, een kerkelijke plechtigheid, een herdenkingsplechtigheid, een begrafenisplechtigheid of een openbare vergadering wordt gehouden de rust of de orde te verstoren, dan wel zich op andere wijze onbetamelijk of hinderlijk te gedragen;
‘zonder redelijk doel’ behoort in lid 1. Zo geldt het voorbehoud ‘zonder redelijk doel’ voor alle subs. Wanneer er sprake is van een redelijk doel, bijvoorbeeld wachten op iemand, is er geen sprake van een verboden gedraging.
andere wijze onbetamelijk of hinderlijk te gedragen; d. zich zonder daartoe gerechtigd te zijn op een schoolplein of een ander bij een school behorend terrein te bevinden. 2.Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen, die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van zo’n gebouw. 2:49a Verbod gebruik lachgas Het is verboden op een openbare plaats of op openbaar water lachgas te inhaleren uit een ballon of enig ander hulpmiddel. -
2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op het water of op een voor het publiek toegankelijke plaats middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te
d. zich zonder daartoe gerechtigd te zijn op een schoolplein of een ander bij een school behorend terrein te bevinden. 2.Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen, die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van zo’n gebouw.
-
Artikel verwijderen. Overbodig door aanpassing van 2:74a. Dit betreft een advies vanuit de VNG en aanpassing in de model APV van juni 2021.
2:65 Bedelarij Het is verboden op of aan de weg of in een voor publiek toegankelijk gebouw om geld of andere zaken te bedelen.
Zowel handhaving als politie hebben regelmatig te maken met bedelaars in Hoorn. Dit bedelen gaat soms gepaard met (verbaal) agressief gedrag. Op dit moment kan niet opgetreden worden tegen bedelarij, terwijl hier wel overlast van wordt ervaren. Door het opnemen van het artikel in de APV wordt zowel handhaving als politie de mogelijkheid geboden om te handhaven hierop. Het uitgangspunt is deze personen toe leiden naar zorg en ondersteuning. In sommige gevallen is dit niet mogelijk en zorgt verbaliseren voor een dossieropbouw, waarna mogelijk toch (verplichte) zorg kan worden ingezet. Aanpassing naar aanleiding van de VNG model APV van juni 2021. Door het toevoegen van ‘of daarop gelijkende waar’ is het gebruik van lachgas op deze manier verboden totdat lachgas
2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op het water of op een voor het publiek toegankelijke plaats middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te
dienen dan wel voorbereidingen daartoe verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
gebruiken, toe te dienen dan wel voorbereidingen daartoe verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
in de Opiumlijst wordt opgenomen.
-
2:79 Woonoverlast als bedoeld in art 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
Het toevoegen van deze bepaling komt overeen met de model APV van de VNG.
2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Artikel 3:5 Weigeringsgronden, schorsing en intrekking vergunning 1. In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning, zoals bedoeld in artikel 3:3, geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander
Artikel 3:5 Weigeringsgronden, schorsing en intrekking vergunning 1. In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning, zoals bedoeld in artikel 3:3, geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;
Toevoeging van deze bepaling zorgt ervoor dat er opgetreden kan worden tegen woonoverlast. Dit geldt met name voor koopwoningen, op dit moment is het als gemeente moeilijk handhaven op bijvoorbeeld geluidsoverlast vanuit een (koop)woning. Het inzetten van deze bevoegdheid is een ultimum remedium en wordt dus alleen ingezet als alle andere opties zijn ingezet. Hierdoor is de verwachting dat de bevoegdheid slechts een enkele keer per jaar zal worden ingezet. Daarnaast heeft een evaluatie van de wet ook uitgewezen dat de eerste stap, een waarschuwing, vaak al voldoende is voor een gedragsverandering. Om invulling te geven aan het begrip woonoverlast en de genoemde vormen in lid 2, worden beleidsregels opgesteld. Technische aanpassing: De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet treedt naar verwachting per 1 juli 2021 in werking. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet. Aanpassing naar aanleiding model Apv VNG: Ook vindt er een aanpassing plaats naar aanleiding van de actualisatie van de model Apv
opzicht van slecht levensgedrag is; c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; f. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel, of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; h.
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: i. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de
c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; f. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel, of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: i.
bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en dit hoofdstuk; ii. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis,
VNG: in het tweede lid, aanhef en onder b. wordt de verwijzing naar de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) geactualiseerd. Technische aanpassing: Ook wordt in het tweede lid, aanhef en onder b. het woord ‘vrijwillige’ voor ‘betaling’ geschrapt wegens een wijziging in het Alcoholbesluit.
Wet arbeid vreemdelingen en dit hoofdstuk; ii. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis, tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; iii. artikel 69 van de Algemene wet rijksbelastingen; iv. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; v. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of vi. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. vii. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen i. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf of escortbedrijf strijd op zal leveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening, een exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g., wordt gelijk gesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a., van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375,bedraagt. 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g.
en h., wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in
420bis, tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; iii. artikel 69 van de Algemene wet rijksbelastingen; iv. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; v. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of vi. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. vii. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen i. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf of escortbedrijf strijd op zal leveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening, een exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt gelijk gesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375,- bedraagt. 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g. en h., wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g.
en h., telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel
het eerste lid, onder g. en h., telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 1:8 of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:4 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend; d. als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; e. het maximum van het aantal te verlenen vergunningen voor seksinrichtingen zoals genoemd in artikel 3.3 lid 4 bereikt is; f. het voorkomen of beperken van overlast; g.
het voorkomen of beperken van aantasting van het woonen leefklimaat; h. de veiligheid van personen of goederen;
1:8 of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:4 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend; d. als de openbare orde, de woonen leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; e. het maximum van het aantal te verlenen vergunningen voor seksinrichtingen zoals genoemd in artikel 3.3 lid 4 bereikt is; f. het voorkomen of beperken van overlast; g. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; h. de veiligheid van personen of goederen; i. de verkeersvrijheid of- veiligheid; j. de gezondheid of zedelijkheid; k. de arbeidsomstandigheden van de prostituee.
i. de verkeersvrijheid ofveiligheid; j. de gezondheid of zedelijkheid; k. de arbeidsomstandigheden van de prostituee.