CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting ontwerpbestemmingsplan De Vrijheid

Gemeenteraad 15 juni 2023, gemeente HoornBij agendapunt: Bestemmingsplan De Vrijheid en beeldkwaliteitsplan Hoorn De Vrijheid (1983388)19.198 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan De Vrijheid Gemeente Hoorn

Planstatus:

ontwerp

Plan identificatie:

NL.IMRO.0405.BPHolenweg6-on01

Datum:

2022-11-01

Contactpersoon Buro SRO:

dhr. J. van Nuland | ir. N. van den Berg

Kenmerk Buro SRO:

SR210014

Opdrachtgever:

Sted Development

Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl

BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:

NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht

2

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 5 1.3 Geldende bestemmingsplannen ......................................................................................................................... 6 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 8

2 Het initiatief ............................................................................................................................................. 9 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................... 9 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 10

3 Beleid ..................................................................................................................................................... 14 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................................................ 14 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 19 3.3 Regionaal beleid ................................................................................................................................................ 22 3.4 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 23

4 Milieu- en omgevingsaspecten ............................................................................................................. 26 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 26 4.2 Milieu ................................................................................................................................................................ 26 4.3 Waterhuishouding............................................................................................................................................. 41 4.4 Archeologie en cultuurhistorie .......................................................................................................................... 45 4.5 Niet-gesprongen Explosieven ............................................................................................................................ 46 4.6 Verkeer en parkeren ......................................................................................................................................... 47

5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 51 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 51 5.2 Verbeelding ....................................................................................................................................................... 51 5.3 Planregels .......................................................................................................................................................... 51 5.4 Wijze van bestemmen ....................................................................................................................................... 52

6 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 53 7 Maatschappelijk uitvoerbaarheid ......................................................................................................... 54 7.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 54 7.2 Vooroverleg ....................................................................................................................................................... 55 7.3 Zienswijzen ........................................................................................................................................................ 55

3

4

1 Inleiding

1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens om de planlocatie aan de Holenweg 6, 8 en 10 in Hoorn te herontwikkelen. De bestaande bebouwing ter plaatse van het plangebied wordt gesloopt. Hiervoor in de plaats wordt een appartementencomplex gerealiseerd. Het appartementencomplex bestaat uit vier bouwvolumes met in totaal 133 appartementen. Daarnaast wordt het plangebied heringericht ten behoeve van de ontsluiting en voldoende parkeerplaatsen. Het voorgenomen plan is voorbesproken met de gemeente en met (toekomstige) omwonenden. De gemeente heeft positief gereageerd op het plan dat binnen de gestelde kaders is uitgewerkt. Het initiatief past echter niet binnen de planologische mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan 'Hoorn-Noord en Venenlaankwartier', vastgesteld op 23 mei 2017 door de raad van de gemeente Hoorn. Momenteel zijn de gronden van het plangebied voorzien van de enkelbestemmingen 'Bedrijf', 'Groen', 'Sport', 'Verkeer-Verblijf', 'Water' en 'Wonen'. De realisatie van een appartementencomplex met in totaal 133 appartementen is niet mogelijk binnen deze geldende bestemmingen. Om het beoogde plan juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt een afzonderlijk bestemmingsplan opgesteld. Het voorliggende bestemmingsplan betreft dit nieuwe bestemmingsplan.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de Holenweg 6, 8 en 10 in Hoorn. Ten noorden van het plangebied ligt het spoor en ten oosten de Provincialeweg. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich de toekomstige woonwijk Holenkwartier. De locatie is gelegen in stedelijk gebied met verschillende functies in de omgeving, zoals wonen, sport en bedrijvigheid. De planlocatie is kadastraal bekend onder de gemeente Hoorn, sectie D, percelen 5483, 6511, 6722, 6938, 7549 en 7550 (deels). De navolgende afbeeldingen tonen de globale ligging en begrenzing van het plangebied.

5

Globale ligging plangebied, rood omcirkeld (bron: Google Maps)

Globale begrenzing plangebied, rood omkaderd (bron: Google Maps)

1.3 Geldende bestemmingsplannen Het plangebied ligt binnen de plangrenzen van het geldende bestemmingsplan 'Hoorn-Noord en Venenlaankwartier'. De gemeenteraad van de gemeente Hoorn heeft dit bestemmingsplan vastgesteld op 23 mei 2017. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van het geldende bestemmingplan.

6

Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan, plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

De gronden van het plangebied zijn voorzien van de enkelbestemmingen 'Bedrijf', 'Groen', 'Sport', 'VerkeerVerblijf', 'Water' en 'Wonen'. Daarnaast beschikken de gronden over de dubbelbestemmingen 'Leiding Water', 'Waarde - Archeologie 5' en 'Waarde - Cultuurhistorie'. Bedrijf Ter plaatse van de bestemming 'Bedrijf' zijn de gronden bestemd voor bedrijven uit de categorie 1 en 2. Tevens zijn dienstverlendend bedrijven en/of dienstverlendende instellingen, productiegebonden detailhandel en productie-bedrijfsgebonden kantoren toegestaan. De gronden met de bestemming bedrijf beschikken over een bouwvlak doe voor 100% mag worden bebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 m. Groen De bestemming 'Groen' is opgenomen voor groenstroken en beplanting, stadslandbouw, speelvoorzieningen, kunstwerken etc. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Sport De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor sport- en speelterreinen en kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen. Daarnaast zijn gebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen, sport- en trainingsfaciliteiten, recreatieve voorzieningen, een zwembad etc. toegestaan. Er is binnen deze bestemming een bouwvlak opgenomen die voor 70% bebouwd mag worden met een maximale bouwhoogte van 8 m. Verkeer - Verblijf In het oosten en zuiden van het plangebied zijn de gronden voorzien van de bestemming 'Verkeer Verblijf'.

Deze gronden zijn bestemd voor wegen en straten, paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, etc. Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan. Water De meest westelijke strook van het plangebied beschikt over de bestemming 'Water'. Binnen deze bestemming zijn sloten, vaarten, waterlopen en waterpartijen, met de daarbij behorende oevers en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan.

7

Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten of bed & breakfast. Tevens zijn binnen deze bestemming tuinen en erven, water, parkeervoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen toegestaan. De gronden met de bestemming 'Wonen' binnen het plangebied zijn voorzien van een bouwvlak. Binnen dit bouwvlak mag maximaal één woning worden gebouwd met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,5 m en 8 m. Dubbelbestemmingen De gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden in de bodem. Voor de meest westelijke strook van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie'. Deze dubbelbestemming is opgenomen voor het behoud, herstel en uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing. Tevens is voor de meest westelijke strook de dubbelbestemming 'Leiding - Water' opgenomen. Hier zijn de gronden mede bestemd voor een waterleiding. Naast het bestemmingsplan 'Hoorn-Noord en Venenlaankwartier' geldt voor het plangebied het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan parkeren & laden en lossen', vastgesteld op 13 november 2018 door de gemeenteraad van de gemeente Hoorn.

Met dit bestemmingsplan is het parkeerbeleid van de gemeente Hoorn juridisch geborgd. Bovendien gelden 'Veegplan', vastgesteld op 8 december 2020 en 'Veegplan 2', vastgesteld op 31 mei 2022 waarin de planlocatie in beide is aangemerkt met de gebiedsaanduiding 'overige zone - HoornNoord en Venenlaankwartier'. De beoogde ontwikkeling van het appartementencomplex past niet binnen de mogelijkheden van de vigerende bestemmingsplannen voor dit gebied. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan vereist. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het plan beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 komen de verschillende omgevingsaspecten aan de orde. Hoofdstuk 5 bevat vervolgens een juridische toelichting. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 en 7 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

8

2 Het initiatief 2.1 Huidige situatie In de huidige situatie (juli 2022) zijn er binnen het plangebied drie verschillende gebouwen aanwezig. In het gebouw aan de Holenweg 6 zit een Sauna gevestigd. Het gebouw bestaat uit twee bouwlagen met een plat dak. Aan de Holenweg 8 bevindt zich een gebouw met een bedrijfsbestemming. Momenteel zit er een huiswerkinstituut en een bedrijf die handelt in gewaszaden in dit gebouw. In het meest westelijke gedeelte van het plangebied staat een vrijstaande woning. De gebouwen zijn ontsloten aan de doodlopende Holenweg. In het oostelijke gedeelte gaat de doodlopende weg over in een fietspad. Langs dit fietspad is een dichtbegroeide groenstrook aanwezig met diverse bomen. Tussen de sauna, het bedrijfsgebouw en de vrijstaande woning ligt een parkeerterrein. Daarnaast zijn er aan de voorzijde van de Sauna en langs de Holenweg parkeerplaatsen aanwezig. De navolgende afbeeldingen tonen de huidige situatie van het plangebied.

Huidige situatie sauna, Holenweg 6 (bron: Google Maps)

9

Huidige situatie vrijstaande woning, Holenweg 10 (bron: Google Maps)

In de omgeving van het plangebied zijn verschillende functies aanwezig. Ten noorden ligt het spoor met daarachter sportvelden en sporthallen. Aan de oostzijde van het plangebied bevindt zich een transformatorstation. De zuidelijk gelegen gronden zijn momenteel in ontwikkeling. In 2021 is gestart met de bouw van de woonwijk Holenkwartier. Deze ontwikkeling voorziet in minimaal 250 en maximaal 400 woningen. Ten westen de planlocatie, aan de overkant van het water zijn woningen aanwezig, bestaande uit vrijstaande woningen.

2.2 Toekomstige situatie Met het voorliggende plan wordt de planlocatie aan de Holenweg 6, 8 en 10 herontwikkeld. Er wordt een appartementencomplex met in totaal 133 appartementen gerealiseerd. Het appartementencomplex bestaat uit twee volumes met een variatie in hoogte van 3 tot en met 8 bouwlagen. De navolgende afbeeldingen tonen een impressie van de maaiveldsituatie en gevels.

10

Plattegrond met de maaiveldsituatie (bron: FKG Architecten aan de Zaan, 25-07-2022)

Impressie concept noordgevel (bron: FKG Architecten aan de Zaan, 25-07-2022)

11

Impressie concept oostgevel (bron: FKG Architecten aan de Zaan, 25-07-2022)

Programma In totaal worden 133 appartementen mogelijk gemaakt, bestaande uit goedkope, middeldure en dure huur- en koopappartementen en sociale huurappartementen. De appartementen hebben een oppervlakte van ca. 40 m² gebruiksoppervlak tot ca. 100 m² gebruiksoppervlak. Parkeren Onder de woningen wordt een parkeergarage gerealiseerd met 108 parkeerplaatsen. Naast parkeerplaatsen voor auto's is er in de parkeergarage ook ruimte voor fietsenstallingen. De in- en uitrit van de parkeergarage bevindt zich aan de noordzijde van het appartementencomplex. Naast de parkeergarage worden er in de openbare ruimte rond het appartementencomplex 45 parkeerplaatsen in de vorm van langs- en haaksparkeerplaatsen gerealiseerd. In toelichting paragraaf 4.6.2 wordt nader ingegaan op het aspect parkeren. Openbare ruimte De openbare ruimte rond het plangebied bestaat uit een nieuw aan te leggen weg, met deels eenrichtingsverkeer (aan de oostzijde), rondom het appartementencomplex. Daarnaast worden er groenstroken aangelegd en bomen geplant. In het westelijke gedeelte van het plangebied wordt de bestaande watergang langs de Holenweg feitelijk hersteld overeenkomstig de historische situatie. Met een groene uitstraling van de openbare ruimte wordt een prettige leefomgeving gerealiseerd. Tussen de appartementen bevindt zich een binnentuin.

Deze binnentuin bevindt zich boven de parkeergarage en is toegankelijk door middel van trappen aan de oost- en westzijde en via de poort aan de zuidzijde.

12

Concept 3D impressie binnentuin (bron: FKG Architecten aan de Zaan, 25-07-2022)

Beeldkwaliteitsplan Er is ook een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit zal onderdeel worden van de Welstandsnota.

13

3 Beleid 3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Gezien de aard en omvang is de NOVI verder niet specifiek van belang. Wel wordt er aangesloten op de ambities en belangen van het Rijk, zoals het realiseren en behouden van een goede leefomgevingskwaliteit, sterke en gezonder steden en regio's, en het realiseren van woningen.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014 en 1 juli 2016 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling valt niet binnen één van de projecten aangewezen in het Barro. Vanuit het Barro zijn er dan ook geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan.

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' die op 1 juli 2017 in werking is getreden.

14

De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2.

3.

4.

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Planspecifiek Stedelijke ontwikkeling Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt 12 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 133 woningen en is daarmee aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Om die reden wordt de ladder voor duurzame verstedelijking nader getoetst. Hiervoor is een quickscan ladderonderbouwing uitgevoerd (Bureau Stedelijke Planning, Quickscan Ladderonderbouwing De Vrijheid Hoorn, d.d. 9 augustus 2022, zie bijlagen bij toelichting bijlage 21). Bestaand stedelijk gebied Het bestaand stedelijk gebied wordt volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) als volgt gedefinieerd: ’bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Het plangebied ligt in het bebouwd gebied van Hoorn.

In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende functies, zoals wonen, sport en bedrijvigheid aanwezig. Daarnaast wordt ten zuiden van het plangebied de woonwijk Holenkwartier gerealiseerd. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de planlocatie binnen bestaand stedelijk gebied ligt. Kwantitatieve vraag Groei huishoudens Voor de komende 10 jaar wordt in de gemeente Hoorn een huishoudensgroei van circa 10% verwacht. In absolute zin neemt het aantal huishoudens toe met 3.335 (Tabel 1). Dit betekent dat er in de komende tien jaar op basis van de provinciale prognose een minimale vraag bestaat van netto 3.335 nieuwe woningen in de gemeente Hoorn. Voor de regio West-Friesland wordt een huishoudensgroei van 7.475 (8%) verwacht.

Huishoudensontwikkeling in het onderzoeksgebied (2022 - 2032) (Bron: Bureau Stedelijke Planning met data van Prognose Provincie Noord Holland 2021)

15

Groeiend woningtekort Achterstanden in de woningbouwproductie en verhuisbewegingen kunnen meewegen in het bepalen van de vraag. In de woningwetregio Noord-Holland Noord is in 2021 een woningtekort geschat van 8.480 woningen (2,8%). Deze loopt de komende jaren op naar 9.950 woningen in 2025 (3,1%). In de Metropoolregio Amsterdam is het woningtekort geschat op 64.730 woningen (5,5%). Deze loopt in de komende jaren op tot 70.140 (5,7%). Om het hoge woningtekort terug te dringen is het noodzakelijk om bovenop de vraag die voorkomt uit de huishoudensgroei extra woningen te programmeren, ook omdat een deel van de plannen vaak niet tot realisatie komt. Vraag vanuit Amsterdam Vanwege de sterke verhuisrelatie met Amsterdam is het aannemelijk dat er, naast de huishoudens uit de Regio Westfriesland, ook vraag komt vanuit huishoudens uit Amsterdam. Omdat Amsterdam niet is meegenomen in het onderzoeksgebied is deze vraag niet kwantitatief meegenomen in de behoefteraming van deze Ladder. Wel is het goed om te benoemen dat het plan eventueel ook huishoudens vanuit Amsterdam aan zou kunnen trekken. Kwalitatieve vraag Voor het totale onderzoeksgebied regio Westfriesland zijn de woonvoorkeuren naar woonmilieu in beeld gebracht aan de hand van het meest recente landelijke woonwensenonderzoek (WoON2021).

Gewenst woningtype De Vrijheid wordt ontwikkeld in een klein stedelijk woonmilieu en het plan bestaat volledig uit appartementen. In de gemeente Hoorn heeft 50% van de huishoudens voorkeur voor een appartement. In de regio ligt de voorkeur voor appartementen lager en heeft 42% van de huishoudens een voorkeur voor een appartement (Tabel 2). Dit komt neer op een vraag naar circa 1.668 appartementen in de gemeente Hoorn en 3.140 appartementen in de regio Westfriesland gedurende de periode 2022-2032.

Woningvraag per woningtype in het onderzoeksgebied 2022 - 2032) (bron: Bureau Stedelijke Planning met data van WoON 2021)

Aanbod Bestaande woningvoorraad De woningvoorraad van Hoorn bestaat uit 33.983 woningen De voorraad bestaat voor 71% uit eengezinswoningen (Figuur 3). Dit percentage ligt boven het Nederlands gemiddelde van 64%. Daarnaast bestaat 60% van de voorraad uit koopwoningen en 30% uit corporatiehuur. Dit ligt in lijn met de huidige beleidslijnen vanuit het Rijk.

16

Woningvoorraad Hoorn naar type en eigendom (bron: Bureau Stedelijke Planning met data van CBS 2022).

Kwantitatief aanbod In de gemeente Hoorn zijn plannen voor 3.539 woningen. In de regio Westfriesland zijn plannen voor in totaal 10.260 woningen (Tabel 3).

• •

Van het totale planaanbod in de gemeente Hoorn zijn 1.666 woningen opgenomen in een vastgesteld bestemmingsplan. In de hele regio Westfriesland zijn 3.704 woningen opgenomen in een vastgesteld bestemmingsplan. Deze woningen vormen het harde planaanbod. Daarnaast zijn forse aantallen woningen opgenomen in zachte plannen. Van de zachte plannen is niet zeker of en wanneer deze woningen daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden. Deze woningen zijn niet meegenomen in de behoefteraming.

Woningen in hard en zacht plaanaanbod in het onderzoeksgebied (Bron: Monitor plancapaciteit Noord-Holland (mei 2022), bewerking Bureau Stedelijke Planning)

Kwalitatief aanbod Appartementen in gepland aanbod Een aanzienlijk deel van de woningen die zijn opgenomen in de plannen waarvan de woningtypologie bekend is bestaat uit appartementen (Tabel 4). In de gemeente Hoorn zijn 828 appartementen (49%) opgenomen in harde plannen en in de hele regio Westfriesland zijn 1.269 appartementen (34%) opgenomen in harde plannen.

Woningtype in hard planaanbod in het onderzoeksgebied (Bron: Monitor plancapaciteit Noord-Holland (mei 2022), bewerking Bureau Stedelijke Planning)

17

Behoefte Kwantitatieve behoefte Op basis van de verwachte huishoudensgroei en het harde planaanbod is de behoefte aan woningen tot 2032 berekend. Er blijkt in de gemeente Hoorn voldoende behoefte voor de ontwikkeling van 133 woningen op de locatie De Vrijheid (Tabel 5). In de gemeente Hoorn is behoefte aan 1.669 woningen. In de regio West-Friesland is behoefte aan 3.771 woningen.

Totale kwantitatieve behoefte in het onderzoeksgebied 2022 - 2032 (Bron: Prognose Provincie Noord-Holland (2021), Monitor plancapaciteit Noord-Holland (16 mei 2022), bewerking Bureau Stedelijke Planning )

Kwalitatieve behoefte Aan de hand van de woonvoorkeuren afgeleid uit het woonwensenonderzoek, de verwachte huishoudensontwikkeling en het planaanbod is de behoefte aan appartementen berekend. Behoefte aan appartementen Het programma de Vrijheid bestaat uit 133 appartementen. De woningen passen ruimschoots binnen de geconstateerde woningbehoefte in de gemeente Hoorn en regio Westfriesland. In de gemeente Hoorn is behoefte aan 840 appartementen. In de Regio Westfriesland is behoefte aan 1.871 appartementen.

Kwalitatieve behoefte gemeente Hoorn aan appartementen in het onderzoeksgebied 2022 - 2032 (Bron: Prognose Provincie Noord-Holland (2021), Monitor plancapaciteit Noord-Holland (mei 2022), bewerking Bureau Stedelijke Planning)

Kwalitatieve behoefte regio West-Friesland aan appartementen in het onderzoeksgebied 2022 - 2032 (Bron: Prognose Provincie Noord-Holland (2021), Monitor plancapaciteit Noord-Holland (mei 2022), bewerking Bureau Stedelijke Planning)

Conclusie Er is voldoende regionale Ladderruimte voor de Vrijheid Hoorn

•

De 133 geplande woningen passen binnen de geconstateerde kwantitatieve Ladderruimte van 1.669 woningen in de periode 2022-2032 binnen de gemeente Hoorn.

•

In Hoorn is kwalitatief Ladderruimte voor 840 appartementen. Daar passen de geplande 133 appartementen ruimschoots binnen. In de regio Westfriesland bestaat de kwantitatieve marktruimte uit 1.871 appartementen.

18

Voor de geplande 133 appartementen in het betaalbare, midden en dure segment op de locatie de Vrijheid is op basis van de vereisten van de Ladder voldoende kwantitatieve en kwalitatieve Ladderruimte aangetoond. Daarmee past de ontwikkeling binnen de vereisten van de Ladder en is sprake van een zorgvuldige ruimtelijke ordening.

3.1.4 Crisis- en herstelwet De Crisis- en herstelwet (Chw) is op 31 maart 2010 in werking getreden en is gericht op versnelling van infrastructurele projecten. Hieronder vallen grote bouwprojecten en projecten op het gebied van duurzaamheid, energie en innovatie. Tevens beoogt de wet een economische impuls te geven aan de bouwsector ten tijde van de kredietcrisis. De Chw versnelt enerzijds de procedures voor deze grote projecten, maar handhaaft anderzijds de noodzakelijke waarborgen voor zorgvuldige besluitvorming. De wet bevat een groot aantal wetswijzigingen, waarmee procedures worden ingekort, het aantal benodigde vergunningen wordt teruggedrongen en meer duidelijkheid wordt geschapen in bestuurlijke verantwoordelijkheden waarbij Europese en internationale regelgeving wel volledig van kracht blijft. In december 2011 heeft de ministerraad ingestemd met een voorstel om de wet voor onbepaalde tijd te verlengen. Sinds 25 april 2013 heeft de Chw een permanent karakter gekregen. In deze wet zijn categorieën projecten aangewezen waarvoor de procedurele aspecten van deze wet van toepassing zijn. In bijlage 1 van de wet is als besluit opgenomen het bestemmingsplan waarmee de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden wordt mogelijk gemaakt.

Voor een dergelijk bestemmingsplan zijn de procedurele bepalingen van afdeling 2 van de Chw van toepassing. De bedoeling daarvan is om de bouwnijverheid als economisch vitale sector een stimulans te geven. Deze stimulans is gevonden in een vergaande stroomlijning en vereenvoudiging van besluitvormingsprocessen. Planspecifiek Het plan maakt de bouw van meer dan 11 woningen mogelijk. De Chw is op het onderhavige bestemmingplan van toepassing. Op grond van artikel 11 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet dient in de bekendmaking van het bestemmingsplan vermeld te worden dat afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Chw van toepassing is.

3.2 Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. Deze vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. Bij voorgenoemde doelen zijn de volgende ambities opgesteld: Gebruik van de leefomgeving a.

b.

Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends.

19

c. d.

Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.

Energietransitie a.

De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie.

Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 geprobeerd om een richting uit te zetten om houvast te bieden naar de onzekere toekomst. Daarvoor wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector

Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Planspecifiek In de Omgevingsvisie wordt gesteld dat wonen en werken zoveel als mogelijk binnenstedelijk wordt gerealiseerd en geconcentreerd. Met de beoogde ontwikkeling worden in totaal 133 appartementen gerealiseerd. Deze ontwikkeling vindt plaats in het stedelijk gebied van Hoorn. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient de bestaande bebouwing gesloopt te worden. Met de ontwikkeling van het appartementencomplex wordt een bijdrage geleverd aan het versterken van de kern Hoorn. Hierbij wordt het gebruik van stedelijk gebied geoptimaliseerd. Er zijn verder geen bijzondere bepalingen van toepassing vanuit de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050.

3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Provinciale Staten van Noord-Holland hebben op 22 oktober 2020 de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn de eerste stappen gezet om de ambities, ontwikkelprincipes en sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie, vastgesteld op 19 november 2018, vorm te geven en wordt er een start gemaakt met werken in de geest van de Omgevingswet. Echter valt de Omgevingsverordening NH2020 nog onder de huidige weten regelgeving. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn alle regels van de provincie die gaan over de fysieke leefomgeving samengevoegd. Merendeel van de regels in deze verordening zijn vrijwel ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2010. Echter zijn een aantal onderdelen wel gewijzigd of nieuw. Belangrijke gewijzigde en nieuwe onderdelen zijn het Landelijk gebied, Bijzonder provinciaal landschap, de mogelijkheden voor kleinschalige woningbouw in landelijk gebied en de ruimte voor windenergie in de MRA regio. De omgevingsverordening heeft de volgende doelstellingen:

•

het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken;

•

het behoud en herstel van de biologische diversiteit;

20

•

het in standhouden en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

Daarnaast is het doel om de provinciale regels in meer samenhang en op een meer overzichtelijke manier kenbaar te maken. Planspecifiek In artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH2020 wordt gesteld dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakt schriftelijke afspraken. In toelichting paragraaf 3.1.3 is ingegaan op de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Hieruit blijkt dat het plangebied zich binnen het stedelijk gebied bevindt en wordt de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond. Hiermee kan geconcludeerd worden dat het plan past binnen de behoefte van de regio. De regionale afstemming van het woningbouwplan heeft plaatsgevonden in de VVRE vergadering van 6 oktober 2022. Het plan is door de regio akkoord bevonden. Het plangebied ligt binnen de volgende werkingsgebieden: 1. 2. 3.

Bodemsanering Terreinen binnen de vastgestelde kritische afstand van Natura 2000 Peilbesluit

Deze werkingsgebieden creëren geen bijzonderheden voor de planlocatie. Verder zijn er geen relevante aanvullende eisen ten aanzien van het voorgenomen plan vanuit de Omgevingsverordening NH2020, waarmee gesteld kan worden dat het plan in overeenstemming is met het provinciale ruimtelijke beleid. Bovendien eist de omgevingsverordening dat het plan moet voldoen aan regionale afspraken. Daaronder valt de 'Regionale Woonvisie West-Friesland 2021', waar op ingegaan wordt in toelichting paragraaf 3.3.1.

3.2.3 Provinciale Woonagenda De Provincie Noord-Holland draagt bij aan het realiseren van voldoende en passende huisvesting (woningtype) op de best mogelijke plek (woonmilieu) voor huidige en toekomstige bewoners van NoordHolland. De Provincie Noord-Holland heeft hiervoor een provinciale woonvisie opgesteld die het kader biedt voor de door de regio’s op te stellen regionale actieprogramma’s. In de regionale actieprogramma’s wordt het woningbouwprogramma zowel kwalitatief als kwantitatief uitgewerkt. Uitgangspunt is om deze woningvraag zoveel mogelijk te realiseren binnen het Bestaand Bebouwd Gebied (tegenwoordig: Stedelijk Gebied). Woonagenda 2020-2025 De huidige regionale woningbouwontwikkeling blijft achter bij de eerdere doelstellingen. De provincie Noord-Holland wil dat er de komende jaren veel betaalbare en duurzame woningen beschikbaar komen. Zij gaat gemeenten met raad en daad helpen om de flinke ambitie op het gebied van wonen waar te maken. Dat staat in de definitieve Woonagenda die is vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten. Versnellen woningbouw Er bestaat momenteel een grote vraag naar woningen, maar de bouw wordt vertraagd doordat bestaande plannen niet worden gerealiseerd. De provincie richt zich in eerste instantie op het stimuleren van de plannen die zijn vastgelegd in een bestemmingsplan met een relatief grote bouwopgave.

In tweede instantie kijkt de provincie naar plannen die nog moeten worden vastgelegd in een bestemmingsplan en, wat betreft productie. ook van betekenis zijn en die passen binnen landelijke en provinciale wet – en regelgeving. Daarnaast wilt de provincie Noord-Holland dat er de komende jaren een groter aanbod aan betaalbare en duurzame woningen komt. Samen met afzonderlijke gemeenten, Metropoolregio Amsterdam en Bouwend Nederland zet de provincie zich in om knelpunten weg te nemen en tot productie te komen via het uitvoeringsprogramma binnenstedelijk bouwen en versnellen woningbouw.

21

Regionale afspraken wonen De provincie richt zich op bouwprojecten waar behoefte aan is. Vooral op de steden omdat daar de meeste mensen nu eenmaal graag wonen. Echter, de stad moet wel leefbaar en aantrekkelijk blijven. Gemeenten maken regionale afspraken over woningbouw, die passen binnen de woningbehoefte en mogelijkheden. De provincie volgt de ontwikkelingen rondom woningbouw nauwgezet. Jaarlijks voert zij de Monitor Woningbouw uit. In de monitorplancapaciteit is de planlocatie opgenomen. Planspecifiek Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van 133 woningen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het aantal te bouwen woningen in Noord-Holland Noord. Er worden appartementen van verschillende prijsklassen en voor verschillende doelgroepen gerealiseerd, waardoor de doorstroming op de woningmarkt verbeterd. De planlocatie is een binnenstedelijk gebied en valt volgens de Omgevingsverordening NH2020 binnen het 'Stedelijk Gebied'. In het plan worden betaalbare en duurzame woningen gerealiseerd. Met het oog hierop is de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd met het provinciaal beleid.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionaal Woonakkoord 2020-2025 Het Regionaal Woonakkoord 2020-2025 Regio Westfriesland en Provincie Noord-Holland loopt tot 1 januari 2026. Het woonakkoord vervangt het Regionaal Actie Programma Wonen 2017-2020. De bestaande regionale woningbouwprogrammering met het afwegingskader wonen Westfriesland 2019 of diens opvolger blijven we toepassen en is een apart document bij dit woonakkoord.

De regio heeft tot doel om de inwoners van Westfriesland naar wens en tevredenheid te laten wonen en een breed scala aan woonwensen binnen de regio te realiseren. Zo kan Westfriesland tot de 10 beste woonregio’s van Nederland behoren en ook huishoudens uit andere regio’s aantrekken. De regio zet hiertoe in op: a. b. c. d. e. f.

versnelling van de woningbouwopgave met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor iedere doelgroep; het op peil houden en uitbouwen van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de bestaande voorraad; leefbaar en bereikbaar Westfriesland tot in de kern; onderscheidende en complementaire nieuwbouw producten; langer zelfstandig wonen bevorderen; werken met een flexibel kader dat de regio houvast biedt en ruimte laat voor marktinitiatieven.

Het doel van Westfriesland sluit ook aan bij de ambities in Noord-Holland Noord (NHN). NHN wil zich verder ontwikkelen als krachtige regio met aantrekkelijke steden, hoogwaardige ov-knooppunten, goede verbindingen, unieke landschappen, fijne woondorpen en een sterke economische structuur. De ambitie, zoals onder andere verwoord in de propositie “Wonen in Noord-Holland Noord” en in de Woondeal NoordHolland Noord, is mede gericht op het vasthouden van huidige bewoners en het verleiden van huidige inwoners van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) om naar de regio NHN te gaan verhuizen. De kwalitatieve aanpak waar Westfriesland aan werkt, sluit hier goed op aan.

22

Aantal woningen

Harde plannen tot 2030

4.300

Zachte plannen tot 2030 (afwegingskade WF 2018)

3.700

Zachte plannen plancapaciteit)

9.000

tot

2040

(monitor

Planspecifiek Voor de regio West-Friesland geldt dat er, gezien de harde en zachte plancapaciteit, ruimte is voor nog 8.000 woningen tot 2030. Het is de bedoeling dat er jaarlijks minimaal 900 nieuwe passende woningen gebouwd worden. De beoogde ontwikkeling van 133 woningen in Hoorn sluit hiermee aan bij de uitgangspunten van de regio en provincie.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Hoorn op 14 februari 2022 is de Hoorn vastgesteld. De Omgevingsvisie beschrijft de gewenste toekomst van de fysieke leefomgeving in Hoorn. Dat is de omgeving waarin we wonen, werken en onze vrije tijd doorbrengen. De Omgevingsvisie is de zogenoemde ‘stip op de horizon’ bij het uitwerken van plannen en ideeën in Hoorn. De Omgevingsvisie beschrijft vijf ambities:

• • • • •

het aantrekkelijk maken van bestaande en nieuwe wijken het voortbouwen op economische en toeristische kansen het verbeteren van bereikbaarheid via weg, spoor en water het werken aan een socialere, gezondere en veiligere omgeving het verder verduurzamen en vergroenen

Hoorn wil ‘Meer stad worden’. Dat is een keuze voor groei. Het is een keuze om nieuwe ontwikkelingen te starten om de gemeente nog aantrekkelijker te maken. Dat is nodig om mensen van alle leeftijden aan de gemeente te binden. De woningbouwopgave is dan ook groot. Hoorn wenst tot 2025 minimaal 500 woningen per jaar te realiseren. Binnen het gebied Hoorn-Noord en Venenlaankwartier wordt de nieuwbouw van 1.800 tot 3.300 woningen voorzien.

23

Planspecifiek Het plangebied is in de omgevingsvisie aangemerkt als 'Intensivering - Gemengd Stedelijk'. In deze gebieden is meer ruimte voor de toevoeging van meer woningen, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen per vierkante meter dan in andere delen van de stad. Denk daarbij bijvoorbeeld aan appartementen voor jongeren en ouderen, flexibele werkruimten voor startende bedrijven en grotere kantoren en de uitbreiding van middelbare scholen en een nieuwe Hbo-opleiding. Het ‘Gemengd Stedelijk’ gebied is bedoelt om veel bewoners, werknemers en scholieren samen te laten komen. Hierdoor ontstaat er meer vraag naar bijvoorbeeld horeca en detailhandel, wat weer leidt tot een 'stedelijke dynamiek'. Functiemenging is in deze gebieden de norm, en de auto wordt zoveel mogelijk uit het straatbeeld geweerd. Alle nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan het vergroenen en verduurzamen van het gebied, en zware bedrijvigheid is hier niet wenselijk. Voorliggend plan geeft hier invulling aan. Daarnaast wordt de ontwikkeling van het Holenkwartier specifiek in de omgevingsvisie benoemt als één van de locaties waar de gemeente Hoorn reeds aan de slag is met transformatie en de bouw van nieuwe woningen. Gelet op het bovenstaande kan gesteld worden dat het voorliggende initiatief in lijn is met de Omgevingsvisie Hoorn.

3.4.2 Woonvisie Hoorn 2020-2025 'Een nieuwe koers' Op 20 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Hoorn de Woonvisie Hoorn 2020-2025 'Een nieuwe koers' vastgesteld. De woningmarkt van Hoorn vraagt om een nieuwe koers. Er is een tekort aan woningen. Tegelijkertijd wil de gemeente 'meer stad' worden. Deze opgave is urgent en noodzakelijk, om in de toekomst ook een aantrekkelijke woonstad te blijven. Deze woonvisie geeft richting aan de opgave voor de gemeente. In de woonvisie staan drie ambities centraal:

• • •

Stedelijk centrum in West-Friesland Inclusieve samenleving Duurzaam, toekomstbestendig en betaalbaar

Uit de drie ambities zijn vier woonopgaven naar voren gekomen. 1. 2. 3. 4.

Versnelling en ontwikkeling Wonen, zorg en welzijn Duurzaam wonen Sociale huurmarkt, woonwagenbewoners en buitenlandse werknemers

De gemeente Hoorn wil zich blijven ontwikkelen om een ook in de toekomst een levendige en aantrekkelijke stad te blijven. Kansen voor groei liggen voornamelijk in de stedelijke rand rondom de binnenstad. Deze rand word ook wel de 'gouden rand' genoemd. De gemeente gaat voor een samenleving waarin iedereen meedoet, met duurzame, toekomstbestendige en betaalbare woningen. Planspecifiek De gemeente streeft naar 12.000 extra woningen in Hoorn. Daarbij komt dat Hoorn weinig ruimte heeft voor ontwikkelingen. Een groot deel van de woningen dient met name in de binnenstad en nabij de stations gebouwd te worden. Hierbij is intensieve hoogbouw, met name in de 1.200 meter zone rond de stations, het uitgangspunt. De planlocatie is gelegen tussen station Hoorn en station Hoorn Kersenboogerd. Daarmee ligt de locatie binnen de 1.200 meter zone. Op deze locatie is woningbouw in de vorm van een appartementencomplex dan ook wenselijk. Met de realisatie van de 133 appartementen wordt er een bijdrage geleverd aan de woningbehoefte in de gemeente. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de Woonvisie Hoorn 2020-2025 'Een nieuwe Koers'.

24

3.4.3 Hoornse Hoogte Op 8 februari 2022 is de visie ‘Hoornse hoogte, visie op stedelijke groei en hoogbouw vastgesteld. Met deze visie wil de gemeente Hoorn richting geven aan de groei van de stad. In eerdere besluiten (Meer Stad Worden, Woonvisie) heeft de gemeenteraad al besloten om meer woningen en arbeidsplaatsen binnen de bestaande stad te willen stimuleren. Deze visie geeft aan wat dat concreet betekent voor de bouwopgave: Waar (op welke plekken in de stad), wat (met welke bebouwing en openbare ruimte) en hoe zijn we erover in gesprek (besluitvormingsproces). De visie heeft een directe relatie met de omgevingsvisie, waarin de gemeente integraal toekomstige ontwikkelingen in beeld brengt. Ook waar het bijvoorbeeld gaat over mobiliteit, klimaatadaptatie en toerisme. In de visie is de inbreng van zoveel mogelijk inwoners en ondernemers meegewogen. Deze inbreng is opgehaald tijdens gespreksavonden, via enquêtes en op scholen. Ook is er de mogelijkheid geboden om te reageren op een concept visie. De rode lijn is: er is veel behoefte aan woningen, maar bouwen in de stad moet wel passen bij de omgeving. Hoorn is een unieke stad en dat wil iedereen graag zo houden.

Hoornse hoogte maakt onderscheid tussen vier verschillende gebieden: Binnenstad en langs de oude dorpslinten, het gemengd stedelijk gebied van de Provincialeweg en stations, klein stedelijke wijken rond binnenstad en stationsgebied, en de Groene woonbuurt. De groei van de stad vangt Hoorn zoveel mogelijk op in intensiveringsgebieden. Plekken in de stad waar, bijvoorbeeld door het vertrek van bedrijven, of in combinatie met bedrijven, ruimte ontstaat in de stad voor wonen, werken en voorzieningen. Planspecifiek De planlocatie ligt in de visie in een gebied dat is aangemerkt als 'klein stedelijk'. Bij herontwikkelingen en transformatie kunnen gebieden aangemerkt als 'klein stedelijk' iets dichter bebouwd worden, met een menging van gezinswoningen en appartementen tot 5 lagen in een vriendelijke woonsfeer. Accenten tot circa 8 lagen kunnen ook worden toegestaan. Pas bij bouwplannen met meer dan 8 bouwlagen wordt een hoogbouweffectrapportage vereist. Het onderhavige bestemmingsplan maakt geen gebouwen planologisch mogelijk met meer dan 8 bouwlagen. Het uitvoeren van een hoogbouweffectrapportage is dan ook niet vanuit de Hoogbouwvisie vereist.

25

4 Milieu- en omgevingsaspecten

4.1 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. b.

c.

d.

het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht.

Planspecifiek Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van voorliggend ruimtelijk plan valt onder mogelijkheid c. Het besluit bevat namelijk wel een activiteit uit kolom 1 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen), maar er wordt niet voldaan aan de gegeven drempelwaarde van 2.000 woningen of meer. Met het voorliggende plan worden in totaal 133 woningen gerealiseerd. Daarmee valt voorliggend plan onder sub c: het plan wordt wel genoemd maar voldoet niet aan de drempelwaarde. Dit betekent dat het Besluit milieueffectrapportage niet van toepassing is en dat er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Desondanks zijn in het kader van dit ruimtelijk plan de belangrijkste milieuaspecten waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en ecologie in beeld gebracht. Hieruit is niet gebleken dat er sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De huidige onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit ruimtelijke plan te nemen. Dit is nader weeggeven in de Aanmeldnotitie: zie bijlagen bij toelichting bijlage 1.

4.2 Milieu 4.2.1 Bodem In het kader van een ruimtelijk plan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een

26

functiewijziging zal er soms een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd in het plangebied. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij een bestemmingswijziging is een bodemonderzoek slechts noodzakelijk, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een strenger bodemgebruik inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, is de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet relevant en is bodemonderzoek niet noodzakelijk. Planspecifiek Het voorliggende initiatief maakt woningen mogelijk. Daarmee vindt er een bestemmingswijziging naar een strenger bodemgebruik mogelijk gemaakt. Om die reden is, met als doel de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater te bepalen, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (24 mei 2019, Infrasoil, zie bijlagen bij toelichting bijlage 1). Uit dit onderzoek zijn de volgende resultaten en conclusies naar voren gekomen:

• • • • •

In het verleden heeft op de locatie een benzinetank en afleverzuil gestaan. Deze zijn verwijderd en nadien is een bodemonderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek zijn geen olieachtige producten aangetoond in de grond en het grondwater. Zintuiglijk zijn er tijdens het veldwerk geen verdachte zaken waargenomen. In de kleiige bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan lood en PAK aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. In de zanderige bovengrond zijn geen verhoogde gehaltes aangetroffen.

•

In de ondergrond zijn licht verhoogde waarden van zware metalen en PAK aangetroffen, ten opzichte van de achtergrondwaarde. De bovengrond wordt indicatief conform het Besluit Bodemkwaliteit ingedeeld als klasse altijd toepasbaar. De ondergrond ter plaatse van twee boringen is beoordeelt als klasse industrie en bij twee andere boringen als altijd toepasbaar.

•

In het grondwater is een licht verhoogde gehalte aangetroffen aan Xylenen en Barium.

De gehaltes geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. De bodem is geschikt voor de woonbestemming. Geconcludeerd kan worden dat het aspect bodem geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.

4.2.2 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer gaat paragraaf 5.2 over luchtkwaliteit en staat ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Deze wet maakt onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in een de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 % bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) (1,2 µg/m³) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 % bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een woonwijk van minder dan 1.500 woningen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit. Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen'. Een belangrijk onderdeel voor de verbetering van de luchtkwaliteit is het Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Binnen dit NSL, dat sinds 1 augustus 2009 in werking is,

27

werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Vanaf 1 januari 2015 geldt er ook een grenswaarde voor een kleinere fractie van fijn stof namelijk PM2,5. De grenswaarde voor PM2,5 bedraagt 25 µg/m³. Gezien het grote verschil tussen de grenswaarde en de achtergrondconcentratie zullen overschrijdingen van deze grenswaarde niet vaak voorkomen. Het blijkt dat als de grenswaarde voor PM10 niet wordt overschreden, er geen overschrijding van de grenswaarde voor PM2,5 zal zijn. Het is de verwachting dat door het schoner worden van de autotechniek de concentratie van met name stikstofdioxide in de toekomst nog verder afneemt. Besluit gevoelige bestemmingen Op 16 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen in werking getreden. Het Besluit gevoelige bestemmingen is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Met het Besluit wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale- en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het Besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), in het bijzonder kinderen, ouderen en zieken.

Indien een project betrekking heeft op een gevoelige bestemming en geheel of gedeeltelijk is gelegen op een afstand van 300 m aan weerszijden van rijkswegen en 50 m langs provinciale wegen (gemeten vanaf de rand van de weg) mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een gevoelige bestemming niet toenemen als overschrijding van de grenswaarden voor PM10 of NO2 dreigt/plaatsvindt. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming:

• • •

scholen; kinderdagverblijven; verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen.

Het gaat niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. In het kader van het opstellen van een bestemmingsplan moeten er twee aspecten in beeld gebracht worden. Ten eerste of de luchtkwaliteit de nieuwe functie toelaat. Ten tweede moet bekeken worden of het plan de luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ verslechtert. Indien het plan wel ‘in betekenende mate’ bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit, is het van belang om te toetsen of de grenswaarden niet overschreden worden. Indien geen overschrijding van de grenswaarden plaatsvindt, kan het plan alsnog gerealiseerd worden. Planspecifiek Het voorgenomen plan maakt de ontwikkeling van nieuwe woningen mogelijk, maar blijft onder de grens van 1.500 woningen. Het initiatief kan derhalve aangemerkt worden als een NIBM-project. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM, niet noodzakelijk. Het project heeft ‘niet in betekenende mate’ invloed op de luchtkwaliteit ter plaatse. Wel is ten behoeve van ‘een goede ruimtelijke ordening’, met behulp van de Atlas Leefomgeving, gekeken naar de luchtkwaliteit in en rondom het plangebied.

Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse ruim voldoet aan de gestelde grenswaarde van 40 µg/m3 voor zowel fijnstof als stikstofdioxide. De specifieke concentraties over 2019 van fijnstof (PM10), fijnstof (PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) in het plangebied bedragen respectievelijk 16 μg/m³ PM10, 8 μg/m³ PM2,5 en 13 μg/m³ NO2. Daarmee worden de wettelijke grenswaarden niet overschreden. Daaruit volgt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Gezien het voorgaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

28

4.2.3 Geluid De mate waarin het geluid, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd (artikel 1 Wgh):

• • •

woningen; geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen, ligplaatsen voor woonschepen); andere geluidsgevoelige gebouwen (onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=819527a0-2006-4099-922a-30ce8d055a26