CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ruimtelijke Onderbouwing

Gemeenteraad 11 juli 2023, gemeente HoornBij agendapunt: Herontwikkeling voormalig kantoorgebouw Koopvaarder 1 in Hoorn (2030905)15.112 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

pect “Geluid”. Wel dienen er hogere waarden te worden vastgesteld.

het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m3).

4.3.2

Onderzoek

Op basis van artikel 4 lid 1 en bijlage 3b voorschrift 3B.2 (woningbouwloConform gangbaar ontheffingenbeleid wordt bij een verzoek om hogere

caties) regeling NIMB draagt het onderhavige project niet in betekende

waarden onderzocht of de geluidbelasting gereduceerd kan worden door:

4.3 Luchtkwaliteit

mate bij aan luchtverontreiniging. Er worden namelijk slechts 26 woningen

1. bronmaatregelen, zoals het toepassen van een geluidreducerend

4.3.1

gerealiseerd.

wegdek; 2. overdrachtsmaatregelen, zoals het toepassen van een afschermende voorziening; 3. maatregelen bij de ontvanger. Wanneer maatregelen onvoldoende effect hebben of niet gewenst zijn om redenen van stedenbouwkundige, landschappelijke, verkeerskundige of financiële aard, dan kan het bevoegd gezag hogere waarden vaststellen. De gemeente heeft als wegbeheerder aangegeven dat het vervangen van het wegdek niet als een doelmatige investering wordt gezien omdat dit te kostbaar is. Bovendien is door hen aangegeven dat het plaatsen van

Ruimtelijke onderbouwing Koopvaarder 1

Toetsingskader

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de be-

In figuur 4.1 is de planlocatie (rood) en het dichtstbijzijnde rekenpunt (blauw) van de NSL monitoringstool weergegeven. Het dichtstbijzijnde rekenpunt ligt op circa 1,5 km afstand.

langrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: 

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;

het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;

19

4.4

Bedrijven en milieuzonering

mengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieuge-

4.4.1

Toetsingskader

voelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren.

Figuur 4.1: Planlocatie (rood) en dichtstbijzijnde rekenpunt (blauw)

naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. 4.4.2

Onderzoek

De uitstoot op het dichtstbijzijnde rekenpunt is weergegeven in tabel 4.4.

Richtafstanden

De omgeving van de planlocatie kan worden aangemerkt als een ge-

De uitstoot ligt ruim onder alle normwaarden er is dus sprake van een

Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging

mengd gebied. Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Risdam en

van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en

Nieuw Steen-west” is geïnventariseerd welke functies er rondom de Koop-

milieuzonering’5. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen.

vaarder 1 te Hoorn aanwezig zijn. Aan de west- en oostzijde van het com-

Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de mili-

plex zijn woonfuncties aanwezig in de vorm van appartementen. Aan de

euaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een in-

noordwestzijde zijn kantoorpanden gevestigd. Aan de noordzijde van deze

dicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de

kantoorpanden zijn weer woningen gevestigd. Ten zuiden van de koop-

nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend

vaarder 1 zijn er wederom kantoren gevestigd.

goed woon- en leefklimaat op het gebied van luchtkwaliteit. Tabel 4.4: Dichtstbijzijnde rekenpunt Id

NO2 μg/m3

PM10 μg/m3

PM10 overschrijdingsdagen

PM 2.5 μg/ m3

Jaar

is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemoti-

15819973

18.1

15.3

6.0

7.7

2020

Norm

40

40

35

25

x

4.3.3

Conclusie

veerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelas-

De richtafstand voor kantoren bedraagt volgens de VNG brochure 10 me-

ting (in plaats van de richtafstanden).

ter ten opzichte van woningen in een rustig woongebied. De afstand tot het dichtstbijzijnde kantoor (Lumicast B.V.) aan de noordzijde is 16 meter.

Omgevingstype

De afstand tot de kantoren (politiebureau & het naastgelegen complex)

De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt

aan de overzijde bedraagt circa 68 meter vanaf het complex.

nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype

Het aspect “Luchtkwaliteit” vormt geen belemmering voor de realisatie van

(zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een

Bovendien kan gezien de aanwezigheid van diverse functies en grote ont-

het plan.

rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van

sluitingswegen, er in onderhavig geval ook gesproken worden van een ge-

functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel

mengd gebied. Dat zou betekenen dat er een richtafstand geldt van 0 me-

geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen ge-

ter tussen kantoren en woningen.

5

‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.

Ruimtelijke onderbouwing Koopvaarder 1

20

Er wordt voldaan aan de richtafstanden, dus er zijn geen belemmeringen

In de landelijke wet- en regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het

Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans, per jaar, op overlijden van een onbeschermd

voor de realisatie van het onderhavige project.

gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's,

individu ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid van een

waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aan-

persoon is fictief. Niet wordt beoordeeld hoe groot de kans op de aanwezigheid van een

vaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral

persoon feitelijk is.

4.4.3

Conclusie

Vanuit het aspect “Bedrijven en milieuzonering” zijn er geen belemmeringen.

4.5

Kabels en leidingen

4.5.1

Toetsingskader

Straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke kunnen van invloed zijn op de planvorming. Er dient daarom geïnventariseerd worden of dergelijke kabels en leidingen binnen het plangebied aanwezig zijn. 4.5.2

Onderzoek

Binnen (of in de directe omgeving van) van het besluitgebied komen blijkens de provinciale risicokaart en blijkens de verbeelding van het geldende bestemmingsplannen geen leidingen of kabels voor met een dusdanige planologische-juridische beschermingszone dat zij een belemmering vormen voor de beoogde woningen. 4.5.3

Conclusie

Het aspect ‘kabels en leidingen’ vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.6 4.6.1

Externe veiligheid Toetsingskader

samen met: 

activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen;

Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld

transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen;

10, 100 of 1000 personen het slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water.

Het groepsrisico wordt ook beschouwd als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting.

Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens ook de externe

4.6.2

Onderzoek

veiligheid in ogenschouw genomen.

Het beoogde bouwplan maakt de realisatie van 26 woningen mogelijk. Woningen zijn aan te merken als kwetsbaar object.

De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan op de

Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobron-

kaart worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten

nen getoond worden, blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen met een ex-

verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Via het plaatsgebonden

terne werking op het plangebied zijn en dat er geen vervoer van gevaar-

risico wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. Bij het groepsri-

lijke stoffen plaatsvindt via het spoor. Wel vindt er vervoer van gevaarlijke

sico wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in

stoffen plaats via de A7 en N307. Dit gebeurt op een afstand van respec-

de omgeving kunnen bevinden. Voor het groepsrisico geldt geen grens-

tievelijk circa 1,5 kilometer ten westen en 1,7 km ten noorden van het

waarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veran-

plangebied. De maatgevende stof van deze wegen is GF3 met een in-

deringen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschre-

vloedsgebied van 355 meter. Het plangebied is niet gelegen binnen het in-

den worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Samen

vloedsgebied van het groepsrisico van deze weg waardoor een verant-

met de hoogte van groepsrisico moet andere kwalitatieve aspecten wor-

woording van het groepsrisico niet noodzakelijk is.

den meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze as-

Verder liggen ten zuidoosten van het plangebied (op een afstand van circa

pecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze argumentatie is

520 meter) een LPG met een buisleiding met een diameter van 8,6 inch

een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico. Onderdeel

en een werkdruk van 40 bar. Hierbij hoort een invloedsgebied van 95 me-

van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale

ter. Het invloedsgebied reikt niet over het plangebied heen.

brandweer. 4.6.3

Conclusie

Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben

Het aspect “externe veiligheid” vormt geen belemmering voor de realisatie

op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is lan-

van het plan.

delijke wet- en regelgeving van toepassing.

Ruimtelijke onderbouwing Koopvaarder 1

21

4.7

Ecologie

kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet

Soortenbescherming

4.7.1

Toetsingskader

is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan

De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soor-

de volgende drie voorwaarden:

ten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die

1. alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden;

vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de

2. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang,

Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie

De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd gezag. Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming

met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3. de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-net-

soorten;  soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); 

tikel 3.5);

werk bewaard blijft. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben

soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (ar-

andere soorten (artikel 3.10).

op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig.

Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

het bevoegd gezag. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de

Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur

artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn be-

(EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen

schreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door

natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuur-

het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die

ontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel na-

plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of

tuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te

ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.

verbinden. 4.7.2

De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. Als er

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde

naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in

staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding

combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante ef-

van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuur-

fecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een bestemmings-

netwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die

plan in kaart te worden gebracht en beoordeeld.

tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsre-

Onderzoek

Er is door BRO een onderzoek uitgevoerd voor het plangebied. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar bijlage 3 en 8. Wettelijke gebiedsbescherming

gimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de pro-

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat

vinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen.

aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura

moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habi-

Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Activi-

afstand ten zuidwesten van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn

tats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een

teiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve ef-

van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren

Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een pas-

fecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kun-

als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de af-

sende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke

nen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

stand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als

Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken,

Ruimtelijke onderbouwing Koopvaarder 1

2000-gebied, “Markermeer & IJmeer”, bevindt zich op circa 1,9 kilometer

licht, geluid en trillingen uitgesloten.

22

Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er bij zowel de bouwfase als de

het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van

gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee

individuen te voorkomen.

kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Omdat significant negatieve

4.7.3

Conclusie

gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ontwikkeling geen passende be-

Het aspect ‘ecologie’ vormt niet bij voorbaat een belemmering voor de rea-

oordeling opgesteld te worden. Omdat er van het project geen significant

lisatie van het planvoornemen. Wel dient er –alvorens wordt begonnen

negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht

met de sloop- en bouwwerkzaamheden- middels vervolgonderzoek uitge-

van de Wet natuurbescherming.

sloten te worden dat er vleermuizen in het pand aanwezig zijn.

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Het plangebied is niet gelegen binnen het NNN. Het dichtstbijzijnde onder-

4.8

Bodem

deel van het NNN ligt ongeveer 1,8 kilometer ten zuidwesten van het plan-

4.8.1

Toetsingskader

gebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNN wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de be-

Soortenbescherming

oogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan al-

saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat

leen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provin-

indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de

ciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uit-

beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan

voeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescher-

worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren).

ming in acht wordt genomen:

Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden ge-

Met betrekking tot de transformatie van het kantoorpand zijn overtre-

realiseerd. Derhalve is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 richt-

dingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van rust en/of ver-

lijnen noodzakelijk.

blijfplaatsen van een vleermuissoort op basis van de quickscan niet uit

te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hier-

4.8.2

Onderzoek

omtrent uitsluitsel te geven;

Er is door Aeres een vooronderzoek NEN 5725 uitgevoerd voor het plan-

Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand rede-

gebied. In deze ruimtelijke onderbouwing worden de belangrijkste conclu-

lijkerwijs te voorkomen, buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd,

sies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar bijlage 4.

of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; 

In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om vol-

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek kan de onderzoekslocatie als “onverdacht” worden beschouwd op het voorkomen

van bodemverontreiniging. De geplande uitbreiding van de bebouwing bestaat uit het aanbrengen van een extra verdieping bovenop het gebouw. De bestemming zal worden gewijzigd van ‘kantoor’ naar ‘wonen’. Op basis van de Nota Bodembeheer is de te verwachten ontgravingsklasse van de bodem in beide gevallen gelijk (ontgravingsklasse is landbouw/natuur). Er zijn geen grondroerende werkzaamheden voorzien, met uitzondering van grondwerkzaamheden aan de kabels en leidingvoorzieningen. Op basis van de bodemkwaliteitskaart zal de vrijkomende grond (zowel de bovengrond als de ondergrond) de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ hebben. Als er grondverzet zal plaatsvinden waarna grond moet worden afgevoerd, zal dat minder zijn dan 50 m3 en dan betreft het volgens de Nota bodembeheer West-Friesland een kleine partij grond afkomstig van een gebied waarbij vrij grondverzet binnen het gebied van de bodemkwaliteitskaart mogelijk is. Voor een dergelijke kleine partij grond is er binnen de Nota bodembeheer regio West-Friesland een vrijstelling voor bodemonderzoek. Er bestaat geen aanleiding te vermoeden dat ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een bodemverontreiniging. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (niet verdacht).

Als de bodem van de locatie op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek “onverdacht” lijkt, dan kan in principe een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 achterwege blijven. In plaats van een bodemonderzoek uit te moeten voeren kan dan gebruik gemaakt worden van de gegevens zoals vastgelegd in de bodemkwaliteitskaart van de gemeente. Het is nadrukkelijk de keuze van de initiatiefnemer of hij gebruik maakt van de bodemkwaliteitskaart of dat hij toch een bodemonderzoek laat uitvoeren. Voordat hij deze keuze maakt zal hij zich moeten vergewissen van de voor- en nadelen en de eventuele risico’s. 4.8.3

Conclusie

Het aspect ‘bodem’ is geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.

doende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al

Ruimtelijke onderbouwing Koopvaarder 1

23

4.9

Water

de inzameling en transport van het afval-, en hemelwater, en het voorko-

Hemelwater

4.9.1

Toetsingskader

men van structurele grondwateroverlast. Hierbij wordt ingezet op het af-

Door de beperkte uitbreiding met nieuw verhard oppervlak (ca. 15 m2) is

koppelen van het gemeentelijk rioolstelsel. Zo worden inwoners en perceel

voor de ontwikkeling geen wateropgave aanwezig. Wel dient gestreefd te

eigenaren gestimuleerd om het hemelwater af te koppelen en te lozen op

worden naar een duurzamere invulling en kan aanvullend op het dak of in

het oppervlaktewater, mits het hoogheemraadschap hier goedkeuring voor

het groen aanvullend water vastgehouden worden. Hergebruik in het pand

heeft gegeven.

kan hierbij ook overwogen worden. Er worden verschillende duurzame

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt.

elementen ingezet om de afvoer van hemelwater goed te laten verlopen, 4.9.2

Onderzoek

Het provinciaal beleid van Noord-Holland is in de Watervisie 2022-2027

dit wordt nader toegelicht in bijlage 5 op pagina 11.

opgenomen. De Watervisie is een zelfbindend, strategisch beleidsdocu-

Er is door Aeres Milieu een onderzoek uitgevoerd voor het plangebied. In

ment voor de waterschappen. De Watervisie beschrijft de ambitie en ka-

deze ruimtelijke onderbouwing worden de belangrijkste conclusies ver-

Het hemelwater kan zoals bestaand afgevoerd worden naar het geschei-

ders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland en biedt tevens een

meld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar bijlage 5.

den stelsel in de straat. Door rekening te houden met de genoemde aspecten is door het planvoornemen geen verhoogd risico op wateroverlast

doorkijkje naar 2040. De visie dient bovenal werkbaar te zijn voor zowel de provincie als haar (water-) partners: de 11 waterschappen, Rijkswater-

Grondwater

staat, gemeenten en andere relevante stakeholders.

Het bestaande kantoorpand wordt verbouwd en uitgebreid voor de realisa-

te verwachten en wordt hydrologisch gezien neutraal ontwikkeld.

tie van 26 appartementen. Er wordt binnen het plangebied geen verhoogd

De overige aandachtspunten en randvoorwaarden zijn opgenomen in het

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar

risico op grondwateroverlast verwacht door het aanhouden van het be-

gehele onderzoek in bijlage 5.

partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange

staand vloerpeil.

termijn (Waterplan) opgesteld voor de periode 2022-2027. Binnen dit Wa-

4.9.3

Conclusie

terplan zijn de programma’s en beheerstaken van het hoogheemraad-

Oppervlaktewater

Het aspect ‘water’ is geen belemmering voor de realisatie van het plan-

schap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbe-

Het plangebied grenst op ca. 80 meter van een primaire watergang. Dit

voornemen.

heer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te

oppervlaktewater wordt beheerd door het hoogheemraadschap en heeft

maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, waterte-

een belangrijke functie in het lokaal en regionaal waterbeheer. Gezien de

kort, schoon en gezond water en crisisbeheersing.

bestaande bebouwde situatie vormt dit aspect geen belemmerende factor.

Voor het beheer heeft het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Afvalwater

De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in

aanvullende regels en de Keur vastgesteld. De Keur Hoogheemraadschap

Binnen het planvoornemen is reeds een gescheiden rioolstelsel aanwezig.

de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is

Hollands Noorderkwartier bevat regels voor het beheer, het gebruik en het

De nieuwbouw zal ook op dit stelsel aangesloten worden. De toekomstige

in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cul-

onderhoud van waterstaatswerken, zoals waterkeringen en watergangen.

afvalwaterstroom zal circa 0,7-0,8 m3/ uur bedragen. Dit kan zonder aan-

tureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988.

De regels hebben tot doel watersystemen in stand te houden en water-

passingen door het bestaande stelsel verwerkt worden. Voor de wijziging

staatswerken goed te laten functioneren.

aan de aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel dient te zijner tijd een

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet

aanvraag ingediend te worden.

is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescher-

4.10 Archeologie 4.10.1 Toetsingskader

Het beleid van de gemeente Hoorn is opgenomen in het Programma ste-

ming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus

delijk water en riolering 2022-2027. De gemeente is verantwoordelijk voor

in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt”

Ruimtelijke onderbouwing Koopvaarder 1

24

uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ be-

verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische ge-

3. de kenmerken van het potentiële effect;

houden.

ografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel

sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele

Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld

beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu,

of archeologische waarden in het geding raken.

maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potenti4.11.2 Onderzoek

ele effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het

4.10.2 Onderzoek

Binnen het plangebied is geen sprake van specifieke cultuurhistorische

plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk

Ter plaatse van de bouwdelen die buiten de contouren van het huidige

waarden. Cultuurhistorie is geen belemmerende factor voor de voorgeno-

nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-

kantoorpand komen te liggen is in het vigerende bestemmingsplan de

men ontwikkelingen in dit gebied.

procedure noodzakelijk maken. De m.e.r. aanmeldnotitie is opgenomen in bijlage 6.

dubbelbestemming ‘Waarde’– Archeologie 5’ opgenomen. Voor de 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden geldt een onderzoeksverplichting bij werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 10.000 m².

4.11.3 Conclusie Het aspect “Cultuurhistorie” vormt geen belemmering voor het plan.

Deze grenswaarde wordt niet overschreden. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. 4.10.3 Conclusie

4.12 Toetsing Besluit m.e.r. / Vormvrije m.e.r.beoordeling

Het aspect “Archeologie” vormt geen belemmeringen voor het onderha-

Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoorde-

vige plan.

len of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een

4.11 Cultuurhistorie

m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het be-

4.11.1 Toetsingskader

voegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige mili-

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan.

eugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Onderzocht is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De aanmeldingsnotitie met vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen als separate bijlage in bijlage 6.

De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan

Geconcludeerd is dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en

Ruimtelijke onderbouwing Koopvaarder 1

25

5

Uitvoerbaarheid

e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor

Een omgevingsvergunning wordt vergezeld door een motivering waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaar-

f.

heid.

5.2.1

Omgevingsdialoog

andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel,

In het kader van de omgevingsdialoog is er met alle direct betrokkenen

dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² bruto-vloerop-

gesproken. Bewoners Intermaris flat

pervlakte bedraagt;

Voor de bewoners van de Intermaris flat is er een bijeenkomst georgani-

de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m²

seerd in de flat zelf. De plannen voor de Koopvaarder 1 zijn gepresenteerd

bruto-vloeroppervlakte.

en de bezwaren van de bewoners zijn gehoord. Aan de hand van de terugkoppeling van de bewoners is het plan aangepast, gezien er zorgen

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie (Afdeling 6.4 Wro) in werking getreden. In de Grondexploitatiewet is bepaald dat de gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel waarin mogelijkheden voor een bouwplan gecreëerd worden, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan.

De voorgenomen ontwikkeling, is een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12

waren over de eventuele schaduwwerking van het plan. Om dit te com-

(er worden 26 appartementen gerealiseerd deels binnen een bestaand

penseren is er een set back toegevoegd in het plan. Dit heeft de zorgen

kantoorpand). Op grond daarvan is de gemeenteraad verplicht om voor

omtrent het verlies aan bezonning enigszins weggenomen, maar door

het wettelijk kostenverhaal een exploitatieplan vast te stellen in de zin van

sommige bewoners zijn nog foto’s nagestuurd om aan te geven dat er

artikel 6.12, lid 1 Wro. De raad kan besluiten daarvan af te zien wanneer

toch veel schaduwslag zou zijn. Er is hiernaast een bezonningsstudie uit-

het wettelijk kostenverhaal wordt verzekerd met een anterieure grond ex-

gevoerd om de zorgen van de bewoners omtrent het verlies aan bezon-

ploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 2 Wro juncto artikel

ning weg te nemen. In paragraaf 3.4.4. is reeds aangegeven dat uit de be-

6.24 Wro.

zonningsstudie blijkt dat er voldaan wordt aan de TNO-normen. Op dit moment lopen er nog steeds goede gesprekken met de vertegenwoordiging

Indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd, dan kan de gemeente afzien van het opstellen van een exploitatieplan. Eveneens is de gemeente niet verplicht een exploitatieplan vast te stellen in bij het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven gevallen waar het kostenverhaal

De uitvoering van de ontwikkeling is volledig voor rekening en risico van

van de bewoners van de Intermaris flat. De gesprekken worden als prettig

een particuliere initiatiefnemer. Er wordt gesproken over het sluiten van

ervaren, maar er blijven enige zorgen over het verlies van bezonning.

een anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente Hoorn.

De Kluis Met een afvaardiging van De Kluis is persoonlijk gesproken over de plan-

minimaal is, of niet opweegt tegen de bestuurlijke lasten (artikel 6.12, lid 2, aanhef, juncto artikel 6.2, lid 1 Bro). Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c.

de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen;

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking

nen met Koopvaarder 1. Er zijn enige bezwaren gekomen op de parkeerplaatsen, deze zijn daarna herpositioneerd. Verder zijn er geen bezwaren geuit.

op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend bestemmingsplan. Op de onderhavige aanvraag is (ex artikel 3.10 lid 1, onder a

Eigenaar Intermaris Flat

Wabo) de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. In deze

Er is zowel telefonisch als schriftelijk contact geweest met de eigenaar van

paragraaf wordt de procedure rondom de omgevingsvergunning toege-

de Intermaris flat. Zelf had men geen bezwaren. Er waren inzake scha-

licht.

duwslag wel wat meldingen binnengekomen bij de eigenaar.

d. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd;

Ruimtelijke onderbouwing Koopvaarder 1

26

Vanuit verschillende omwonenden zijn er zorgen geuit met betrekking tot

5.2.2

Vooroverleg

het verlies van zonlicht. Om deze reden is er een bezonningsstudie uitge-

De concept ontwerp omgevingsvergunning met de bijbehorende stukken

stuursrechtspraak van de Raad van State. Indien binnen de beroepster-

voerd. In paragraaf 3.4.4. is reeds aangegeven dat uit de bezonningsstu-

is in het kader van vooroverleg toegezonden aan de vooroverlegpartners.

mijn geen beroep wordt ingesteld, is de omgevingsvergunning na het ver-

die blijkt dat er voldaan wordt aan de TNO-normen.

vergunning bij de rechtbank en later in hoger beroep bij de Afdeling be-

strijken van de beroepstermijn onherroepelijk. Belanghebbenden kunnen De Veiligheidsregio heeft op 22 november 2022 aangegeven dat het as-

eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de omgevingsver-

Politiebureau

pect externe veiligheid geen belemmering vormt voor het planvoornemen.

gunning.

Het politiebureau dat gevestigd is tegenover de Koopvaarder 1 heeft de

Het planvoornemen voldoet aan de uitgangspunten die in de handreiking

plannen ingezien en heeft geen bezwaren.

bluswatervoorziening en bereikbaarheid VRNHN 2021 staan beschreven. Er wordt geadviseerd de brandweer te betrekken bij verdere uitwerking

Omnyac (eigenaar twee naastgelegen kantoorpanden)

van de plannen zodat we inzichtelijk kunnen maken met welke (on)moge-

Omnyac bezit de twee kantoorpanden aan de achterzijde aan van de

lijkheden de brandweer te maken kan krijgen.

Koopvaarder 1. Omnyac wil deze kantoorpanden ook gaan transformeren naar woningen, echter zijn de plannen hiervoor nog niet ver gevorderd.

Het waterschap heeft op 11 november aangegeven verder geen opmer-

Omnyac heeft enige bezwaren aangegeven zoals de verminderde ver-

kingen te hebben op het plan.

huurbaarheid van de kantoren en de bezwaren van de nieuwe bewoners van de Koopvaarder 1 als hun kantoorpanden gaan transformeren. Op 14 februari 2023 is er nogmaals een informatiebijeenkomst geweest. De genodigden waren alle direct betrokken omwonenden; De Kluis, Omnyacc, alsmede de bewoners van de seniorenwoningen (Intermaris flat). Hiernaast waren ook de betrokken vanuit de gemeente Hoorn aanwezig, de initiatiefnemers van het plan en de architect. Tijdens de informatiebijeenkomst is een presentatie gegeven op acht grote borden. Omwonenden konden zo met de verschillende aanwezige in gesprek. De omwonenden hebben zo de gelegenheid gekregen om informatie te vergaren, vragen te stellen en input te leveren. Er waren circa 11 omwonenden aanwezig op de bijeenkomst. De reacties waren overwegend positief, zo werd het plan in het algemeen gezien als een verbetering voor de omgeving. De bewoners van de seniorenflat (Intermaris) hebben wel wederom hun zorgen ge-

5.2.3

Tervisielegging

De ontwerp omgevingsvergunning wordt gedurende een periode van zes weken ter visie gelegd. De aanvraag, de bijlagen en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing zijn onderdeel van de (ontwerp) omgevingsvergunning. Gedurende de termijn van de ter visie legging kan eenieder een zienswijze indienen. Op basis van de zienswijzen neemt het college van burgemeester en wethouders een definitief besluit over het al dan niet afgeven van de omgevingsvergunning. Naast de ontwerpomgevingsvergunning wordt ook het concept Beeldkwaliteit en het ontwerp hogere waarden ter inzage gelegd. Ook is er een verklaring van geen bedenkingen nodig van de gemeenteraad. 5.2.4

Beroep / hoger beroep

uit over de toename van schaduwslag. Een kort verslag van de bijeenkomst is opgenomen in de bijlage.

Na verlening van de omgevingsvergunning wordt deze voor de tweede maal voor een periode van zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen de omgevings-

Ruimtelijke onderbouwing Koopvaarder 1

27

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Ruimtelijke onderbouwing Koopvaarder 1

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=15f471b0-bf97-42a7-bc12-bdd66cb704fd