CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Projectplan vernieuwing WFM mei 2020

Gemeenteraad 21 september 2021, gemeente HoornBij agendapunt: Keuze voorkeursvariant vernieuwing Westfries Museum9.672 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Projectplan Vernieuwing Westfries Museum Mei 2021

“Het Projectplan Vernieuwing Westfries Museum is een sober en doelmatig plan uitgewerkt in vier bouwkundige varianten.”

Toekomst voor de geschiedenis van Hoorn ‘Sinds 1881’ zou er eigenlijk in het logo van het Westfries Museum moeten staan. Want al zo lang draagt het museum de cultuurgeschiedenis van Hoorn en de regio uit. In 2021 op de kop af 140 jaar. In de lange en rijke geschiedenis van het West­fries Museum zijn er diverse sleutelmomenten geweest, Sternstunden, zoals de Oostenrijke schrijver Stefan Zweig ze zo mooi noemt. Momenten waarop beslissingen zijn genomen die bepalend en richtinggevend zijn geweest voor de toekomst van het museum. Anno 2021 is er opnieuw zo’n sleutelmoment. Je kunt het ook momentum noemen. Dat momentum is deels afgedwongen, want vernieuwing van het Westfries Museum is geen luxe, het is grotendeels bittere noodzaak. De museumpanden verzakken, zijn niet toe­ gankelijk voor mindervaliden, zijn niet duurzaam en voldoen ook op heel veel andere fronten niet meer aan de eisen van de tijd. De grote kracht van het museum, de unieke monumentale huis­ vesting die het museum z’n unieke uitstraling geeft en daarom past als een ouwe jas, is inmiddels een risico, een last en een zwakte geworden. Of om in de gebruikte beeldspraak te blijven. De ouwe jas vertoont inmiddels scheuren, de voering is op heel veel plekken sleets door het veelvuldig gebruik en het museum is er zo langzamerhand volledig uitgegroeid. Maar deze noodzaak is niet wat het huidige momentum heeft gecreëerd.

Dat is de eenmalige kans om het museum uit te breiden met het naastgelegen pand Roode Steen 15. Hierdoor ontstaat een uniek en zeer representatief monumentaal complex op de belangrijkste plek in de stad met een zeer aantrekkelijke binnentuin. En in dat complex ruimte en mogelijkheden voor een nieuw en vernieuwend museaal concept. Een concept dat het unieke karakter van het Westfries Museum versterkt, het aantrekkelijker maakt voor een groter en diverser publiek, het museum in staat stelt meer eigen inkomsten te genereren en zijn functie als visitekaartje van de stad en regio nog beter waar te kunnen maken. In het woordenboek wordt momentum om­schreven als: ‘een kansrijke situatie die vaak

maar kort duurt’ of ‘een moment waarop het belangrijk is door te zetten’. Beide omschrijvingen zijn van toepassing. Een bekend gezegde luidt: buurmans grond komt maar één keer te koop. Het is nu zaak deze unieke kans te verzilveren. Daartoe is dit Projectplan Vernieuwing Westfries Museum opgesteld. Het plan is een uitwerking van de opdracht en de kaders die de Hoornse gemeenteraad op 30 juni 2020 aan de projectgroep heeft meegeven. Het resultaat is een goed doordacht, kostenefficiënt en integraal plan, waarin alle onderdelen van het vernieuwings­ project, zowel bouwkundig als museaal, in onderlinge samenhang zijn uitgewerkt. Kortom, een projectplan met een sterke innerlijke logica. Deze samenhang is de resultante van de goede samenwerking en inbreng van deskundigen en specialisten uit verschillende disciplines, zowel van binnen als buiten de museale en gemeentelijke organisatie. Met het Hoornse architectenbureau TPAHG Hoorn als drijvende kracht achter de bouwkundige onderdelen en Eltje de Klerk van Alpha adviseurs als kundig projectmanager. Dat het projectplan in minder dan een half jaar tot stand is gekomen, geeft aan dat ook de projectgroep zelf momentum had. Het is nu aan de Hoornse politiek om te beslissen of het deze Sternstunde, dit momentun, kan pakken en verzilveren.

We beseffen ons terdege dat het financieel moeilijke tijden zijn, maar hiermee geeft de gemeente niet alleen de unieke monumenten aan de Roode Steen een veelbelovende nieuwe toekomst. Zij investeert in de Hoornse economie én in het verhaal van de geschiedenis van de stad: de identiteit van Hoorn. Zo kunnen we samen de uitdagingen van de toekomst beter aan. Ad Geerdink Directeur

3

Inhoud Toekomst voor de geschiedenis van Hoorn

3

1. Inleiding

7

2. Uitwerking van de opdracht

10

3. Vier ruimtelijk-functionele varianten

16

4. Museaal concept Westfries Museum

32

5. Meerwaarde vernieuwde Westfries Museum voor Hoorn

40

6. Financiële consequenties gemeente Hoorn

43

Colofon

46

BIJLAGEN

48

Bijlage 1: Exploitatieoverzicht varianten Bijlage 2: Mogelijke fasering Separaat bijlage: Programma van Eisen en relatieschema van het Westfries Museum (TPAHG Architecten)

“Vernieuwing van het Westfries Museum is geen luxe. Het is noodzaak, maar het biedt ook kansen.”

Inleiding Aanleiding en opdracht Gemeenteraadsbesluit ‘sober en doelmatig’ In 2016 verzocht het College van B&W het Westfries Museum een visie te ontwikkelen op de uitbreiding van het museum met het naast­ gelegen pand Roode Steen 15 en de achter­ liggende tuin. Dit resulteerde in de visie Hoorn CS, die in 2018 met instemming van de raad werd uitgewerkt in een programma van eisen (PvE). Het PvE voorzag onder andere in een ruim opgezet vrij toegankelijk publieksgebied, de bouw van een museumdepot in de tuin en een verbinding tussen de museumpanden aan de Roode Steen en het Achterom. Tot een bouwkundige uitwerking van dit PvE kwam het niet. Op 30 juni 2020 schatte de gemeenteraad van Hoorn het plan Hoorn CS als te ambitieus in en gaf het college van B&W opdracht om een sober en doelmatig scenario uit te werken voor de vernieuwing van het Westfries Museum. Voor u ligt het resultaat van die opdracht. Het projectplan Vernieuwing Westfries Museum dat door de gelijknamige projectgroep op verzoek van Wethouder Bashara is opgesteld. Een sober en doelmatig plan, uitgewerkt in vier varianten. Onderdelen van de opdracht In het amendement dat op 30 juni 2020 door de raad werd aangenomen, werd gevraagd om het project met name te richten op de volgende onderdelen: 1. Het herstel van de fundering en constructie en het wegwerken achterstallig onderhoud. 2. De verduurzaming van de monumenten.

3. De samenvoeging van het pand Roode Steen 15 met het museum, inclusief de herinrichting tot één tuin en het herstel van de tuinmuur.

“Hoorn staat voor de uitdaging om de geschiedenis en identiteit van de stad toekomstbestendig te maken.”

Aangezien het college op 4 november 2019 heeft toegezegd een voorstel te doen voor de ver­betering van de toegankelijkheid van de openbare ruimte en gebouwen, is daar het volgende onderdeel aan toegevoegd:

4. Het verbeteren van de toegankelijkheid van het Westfries Museum voor mindervaliden. Ad 1. Uit een inventarisatie uit 2017 is gebleken dat herstel van de fundering en gedeeltelijke restauratie van de museale panden noodzakelijk is. Toenemende verzakkingen hebben reeds geresulteerd in schade aan de panden en vervolgschade zal optreden als er geen funderingsherstel plaats zal vinden. Ad 2. Al sinds 2017 staan de klimaatinstallaties van het museum op de nominatie om vervangen te worden. De installaties zijn sterk verouderd, zijn regelmatig defect en vormen daarmee een risico voor de bedrijfsvoering en de collectie van het museum. De vervangingsinvestering is aan­ gehouden in verband met de eventuele uitbreiding en vernieuwing van het museum. Ad 3. Het pand Roode Steen 15 is in 1906 bij legaat aan de gemeente Hoorn geschonken door mevrouw De Vicq-Carbasius. In het legaat wordt bepaald waar de gemeente het pand voor mag bestemmen. Eén van de vermelde bestemmingen is het huisvesten van een museum. Ad 4. Het museum is momenteel vrijwel niet toegankelijk voor mindervaliden. Het ontbreekt aan een lift en op iedere etage zijn er barrières in de vorm van trappen en hoogteverschillen tussen de vloeren. Ook ontbreken geschikte sanitaire voorzieningen voor mindervaliden.

Proces, projectgroep en projectplan Projectgroep Op verzoek van wethouder Samir Bashara is een multidisciplinaire projectgroep aan de slag gegaan met het uitwerken van de opdracht van de gemeenteraad, onder leiding van een ervaren externe projectmanager. De projectgroep heeft daarbij gemaakt van deskundigheid binnen de gemeentelijke en museale organisatie, maar ook van de specialistische kennis van diverse externe deskundigen.

7

De onderbouwing van de bedragen is uitgevoerd door diverse betrokken partijen, te weten: TPAHG Architecten, Groot Partners en NAP Ingenieurs voor de bouwkosten; Subsidiewinst voor de te verwachten middelen uit fondswerving; BMC Advies en het museum voor de museale exploitatie en Alpha Adviseurs voor het onderbrengen van de verschillende financiële gegevens in de business­ cases voor de varianten. Daarnaast heeft BMC Advies een second opinion op het museale plan en de museumexploitatie opgesteld. Projectplan De werkzaamheden van de projectgroep hebben geresulteerd in het voorliggende Projectplan Vernieuwing Westfries Museum. Een sober en doelmatig plan uitgewerkt in vier bouwkundige varianten.

Wanneer het definitief ontwerp leidt tot aan­ vullende financiële inzichten, dan wordt dit opnieuw aan de raad voorgelegd. Pas dan wordt met de aanbesteding en de verbouw gestart. Indien de aanbesteding in 2021 voorbereid wordt, kan de realisatiefase in 2022 starten en zou de exploitatiefase, na oplevering, kunnen starten in 2024. Conclusies onderzoek Er zijn twee belangrijke conclusies te trekken naar aanleiding van het onderzoek dat is uitgevoerd door de projectgroep:

De hoofdstukken 2 en 3 geven inzicht in de bouwkundige componenten van het project. Met een toelichting op de bouwkundige uitdagingen en de oplossingen die daarvoor bedacht zijn. In hoofdstuk 4 staat het museum centraal en wordt een toelichting gegeven op het nieuwe en vernieuwende museale concept en de vertaling daarvan naar de museumexploitatie en -organisatie. In het daaropvolgende hoofdstuk wordt de meerwaarde van het project voor Hoorn beschreven. Het projectplan besluit met de financiële vertaling van het projectplan (in de vier varianten).

8

Fase in het proces en planning Met dit projectplan, waarin de vernieuwing van het Westfries Museum in ruimtelijke, functionele en financiële zin nader is gedefinieerd, wordt de definitiefase van het project afgesloten. Indien de raad een kaderstellend budget vaststelt, gaat het project de Ontwerpfase in.

1. Het funderingsherstel niet kan worden uit­ gesteld. Dit hangt zowel samen met het behoud van de monumenten, als met het behoud van de reeds toegezegde subsidie voor funderingsherstel. 2. De andere conclusie is dat vanwege de samenhang de opdrachten parallel aan elkaar moeten worden uitgevoerd. Dat betekent ook dat het vanuit het oogpunt van (kosten) efficiency niet wenselijk is om de verbinding met Roode Steen 15 later tot stand te brengen. De mogelijkheden tot fasering van het project zijn daarom beperkt.

Initiatieffase

Definitiefase

Ontwerpfase

30 juni 2020: Opdracht gemeenteraad: sober en doelmatig

go/no go financieel (taakstellend budget)

Terugkoppeling ontwerp en eventuele financiële gevolgen

Realisatiefase

Exploitatiefase

“Uit een inventarisatie in 2017 bleek al dat het herstel van de fundering en restauratie van de museale panden hoogst noodzakelijk is.”

2. Uitwerking opdracht Uitgangspositie Één van de oudst bebouwde plekken Hoorn Het huidige Westfries Museum, met panden aan de Roode Steen, de Proostensteeg en het Achterom alsmede het pand Roode Steen 15 zijn gesitueerd op één van de oudst bebouwde plekken van Hoorn. Combinatie van verschillende panden De panden aan de Roode Steen die wij nu aanduiden met de adressen Roode Steen 1, 15 en 16 zijn oorspronkelijk 7 panden waarvan een groot deel van de oorspronkelijke bouwmassa’s nog aanwezig zijn. Door bebouwing langs de straten en stegen zijn binnentuinen ontstaan. Van de oorspronkelijke bebouwing achter Roode Steen 15

is alleen de gevel langs het Achterom aanwezig. Dit verklaart de extra grote binnentuin in de huidige situatie.

Uitwerking onderdelen opdracht Funderingsherstel Funderingsherstel van de panden aan de Roode Steen 1, 15 en 16, en het Achterom zijn noodzakelijk. Sinds 2012 is bekend dat er sprake is van toe­ nemende scheurvorming in de panden. Het Rijksvastgoedbedrijf, toen nog verantwoordelijk voor het pand Roode Steen 1, heeft daarom funderingsonderzoek geïnitieerd. Sindsdien hebben

Impressie buitenzijde Westfries Museum (TPAHG Architecten)

1632-1680

er regelmatig herhalingsmetingen plaatsgevonden die aangeven dat de panden onregelmatig ten opzichte van elkaar blijven zakken. De spanning die dit met zich mee brengt, zorgt voor verdere scheurvormingen in het pand. Plaatselijk zijn vervormingen dusdanig groot dat extra voorzieningen tegen moerbalklagen zijn aangebracht omdat de bovenliggende kinderbinten hun oplegging verloren zijn. De monumentale 17e-eeuwse spiltrap heeft ook last van deze spanningen en is al meerdere malen hersteld. Vanwege de dringende noodzaak om funderingsherstel uit te voeren, heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in 2020 hiervoor een subsidie verleend aan de Gemeente Hoorn. TPAHG Architecten heeft, in samenwerking met NAP Ingenieurs, een plan ontwikkeld voor het funderingsherstel, waarbij nieuwe palen en een nieuwe betonvloer worden aangebracht, zodat de fundering langjarig stabiel blijft. Dit geldt ook voor Roode Steen 15, waar eerder slechts

gedeeltelijk herstel aan de buitenzijde kon worden uitgevoerd omdat er een huurder in het pand zat. De fundering aanbrengen in de bestaande monumentale kelders onder Roode Steen 1 vormt een extra uitdaging, omdat hier de nieuwe palen door de bestaande keldervloeren aangebracht dienen te worden. De kelder en/of begane grondvloeren zullen geheel gedemonteerd moeten worden om het mogelijk te maken een nieuwe betonvloer aan te brengen. Een dergelijk ingreep is complex en kostbaar, maar noodzakelijk voor het behoud van het monument. Verduurzaming De bestaande installaties zijn niet duurzaam en zijn bovendien sterk verouderd. Het staat al enkele jaren op de planning om de installaties te vernieuwen om zo energie te besparen, overlast bij de buren te voorkomen en de grote, beeldverstorende buitenunits uit de tuin te verwijderen. Hiervoor zijn

1790-1871

10

11

vanaf 2017 meerdere ontwerpen gemaakt. Voor een monument met diverse verschillende bouwconstructies en bouwmaterialen is het verduurzamen maatwerk. Door TPAHG Architecten is, in samenwerking met Bureau Groene Grachten, een combinatie van isolatie en installatievoorzieningen uitgewerkt waarin al deze opgaven worden ondervangen. Een deel van de dekking bestaat uit de subsidie die de Provincie Noord-Holland voor het doorvoeren van duurzaamheidsmaatregelen heeft verstrekt. Verbeteren toegankelijkheid De toegankelijkheid van de entree en de delen van het museum die op verdieping liggen, is onvoldoende voor mindervaliden. Er is geen lift en door de verschillende panden en historische structuren verschillen de vloeren in het museum onderling veel van hoogte. Dit geldt zowel voor de begane grond, als voor de verdiepingen.

Impressie Westfries Museum, zichtverbinding met Roode Steen (TPAHG Architecten)

In Roode Steen 1 is een 17e-eeuwse spiltrap de verbinding tussen de verschillende verdiepingen. Deze trap heeft hoge monumentale waarde, maar vormt ook een gevaar voor bezoekers. In het ver­leden zijn er al diverse valincidenten geweest. In het plan is een oplossing gevonden om de toegankelijkheid te vergroten. Dit begint met het nieuwe vloerniveau van een groot deel van de begane grond van Roode Steen 16 en 15. Het maken van een nieuwe entree in Roode Steen 16 en het aanbrengen van een nieuw trappenhuis met lift op een centrale plek in het complex maken het mogelijk om een nieuwe museumroute te realiseren. Er worden op strategische plekken doorbraken gemaakt tussen de verschillende panden. Deze route wordt daar waar nodig voorzien van een heffer of hellingbaan om de nog aanwezige kleine hoogteverschillen te overbruggen voor de bezoekers. Verbinding Onderdeel van de planvorming is de uitbreiding van het huidige museum met het naastgelegen pand Roode Steen 15.

Dit pand bestaat oorspronkelijk uit 3 panden. Om het pand te integreren met het huidige museum en een logische museumroute te creëren is het noodzakelijk om sparingen te maken in de bouwmuren. Het koppelen van de panden op de begane grond betekent dat de huidige expositieruimte niet kan worden gehandhaafd. De locatie van de huidige ruimte voor wisselexposities is door de centrale ligging in het vernieuwde en uitgebreide museum het logistieke knooppunt tussen de overige bouwvolumes, de meest logische plek voor een nieuwe, ruimere entree met museumwinkel. De panden Roode Steen 15 en 16 zijn van oorsprong niet gebouwd als museum. De grote kozijnen - aan zowel de voor- als achtergevel waren voor de oorspronkelijke woonfuncties essentieel. In het nieuwe plan bieden ze de be­zoeker volop zicht op de Roode Steen met zijn unieke monumenten en op de prachtige groene tuinen achter het museum. De routing in het nieuwe plan is zo ontworpen dat de looproutes langs de gevels liggen, terwijl in het middendeel van de panden voldoende ruimte is voor de tentoonstelling. Ingrepen in alle varianten In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op vier verschillende ruimtelijke varianten en de reden waarom deze door de projectgroep ont­ wikkeld zijn. Deze varianten verschillen op onderdelen, maar er is ook een groot aantal overeenkomsten.

• Verbinding tussen het museum en Roode Steen 15 en behorende tuinen; • Ruime toegankelijke entree in Roode Steen 16, met voldoende ruimte voor mindervaliden; • De visuele verbinding tussen het museum en Roode Steen (zie ook de in dit projectplan opgenomen verbeelding hiervan); • Een aparte garderobe; • Een verbeterde horecaruimte; • Een ruimte voor het hospitality-personeel en vrijwilligers (voor bijvoorbeeld omkleden); • Invalidentoilet. In de afbeeldingen op pagina 14 en 15 zijn deze ingrepen die in alle varianten zijn verwerkt verbeeld.

Programma van Eisen en relatieschema Als separate bijlage bij dit projectplan is het Programma van Eisen (PvE), inclusief relatie­schema beschikbaar. In dit PvE zijn de functionele eisen die voor het museum gelden vertaald naar ruimtelijke eisen.

Impressies van het vernieuwde museum Aan het einde van dit hoofdstuk zijn een tweetal impressies opgenomen van de buiten- en de binnenzijde van het museum.

In alle vier de varianten zijn de volgende onder­ delen opgenomen: • Funderingsherstel en bijbehorende restauratie; • Verduurzaming (vervanging verouderde installaties, door duurzamer installaties en isolatie van kappen, kozijnen en wanden); • Een lift ten behoeve van de toegankelijkheid; • Overige ingrepen ten behoeve van de toe­ gankelijkheid; • Het vrij maken van de depotruimte die zich onder de kappen bevindt en deze ruimte geschikt maken als expositieruimten;

12

13

Bestaande situatie

14

Ingrepen in alle varianten

15

3. Vier ruimtelijk-functionele varianten Toelichting op de varianten Waarom 4 varianten? Zoals uit het vorige hoofdstuk blijkt, levert het maken van de verbinding tussen het bestaande museum en Roode Steen 15 het volgende vraagstuk op: de entree dient verplaatst te worden naar de voorzijde Roode Steen 16. Op deze locatie kan namelijk een nieuwe entree gecreëerd worden die voldoende ruim en toegankelijk is. Echter, op deze plek bevindt zich nu de ruimte voor tijdelijke exposities. Dit is een essentiële functie voor het museum. Om voldoende be­ zoekers te trekken, heeft een museum wisselexposities nodig.

De vier ruimtelijk-functionele varianten De zoektocht naar de alternatieve locatie voor de ruimte voor tijdelijke exposities levert de volgende ruimtelijke varianten op: • Variant 1: Eerste etage Roode Steen 15, voldoet niet aan de eisen voor expositieruimte (laag plafond; slecht te klimatiseren). Het PvE kan in deze variant niet in zijn geheel worden doorgevoerd. • Variant 2: Paviljoen in de tuin (tussen Achterom, bebouwing aan de Proostensteeg en Roode Steen 1 en 16). Het PvE kan in deze variant grotendeels worden doorgevoerd, maar een presentatieruimte en voldoende ruimte voor (miva-) toiletten ontbreekt. • Variant 3: Onderkeldering Roode Steen 16. Het PvE kan in deze variant grotendeels worden doorgevoerd, maar een presentatieruimte en voldoende ruimte voor (miva-) toiletten ontbreekt.

Huidige ruimte voor wisselexposities op de begane grond (Roode Steen 16), zie groen vlak. De wisselexpositieruimte zal verplaatst moeten worden om plaats te maken voor entree en het logistieke knooppunt van het museum (lift en oriëntatieruimte). Zie grijze stippellijn.

• Variant 4: Onderkeldering Roode Steen 15 + 16, waardoor tevens ruimte ontstaat voor een presentatieruimte, toiletten en mindervalidentoilet. Het PvE kan in deze variant geheel worden doorgevoerd. Op de volgende pagina wordt weergegeven waar de expositieruimte in de verschillende varianten gepositioneerd is. Daarna volgt een uitgebreide ruimtelijke uitwerking per variant. Ter vergelijking is de uitwerking van het voormalige projectplan voor Hoorn CS toegevoegd. Dit hoofdstuk besluit met een functionele vergelijking van de varianten.

16

“Een ruimte voor tijdelijke exposities is essentieel. Om voldoende bezoekers te trekken, heeft een museum wisselexposities nodig.”

Vergelijking varianten: locatie ruimte voor wisselexposities

18

Variant 1 Ruimte wisselexposities eerste verdieping

Variant 3 Ruimte wisselexposities in nieuwe kelder Roode Steen 16

Variant 2 Ruimte wisselexposities nieuw paviljoen in tuin op een nader te bepalen locatie

Variant 4 Ruimte wisselexposities in nieuwe kelder Roode Steen 16 + toiletten (inclusief minder­ validentoilet) en presentatieruimte in nieuwe kelder Roode Steen 15

Variant 1

* ruimte wisselexposities ingestippeld

20

21

Variant 2 Paviljoen in tuin

22

23

Variant 3 Kelder Roode Steen 16

* kelders in afbeelding ingestippeld

24

25

Variant 4 Kelder Roode Steen 15 en 16

* kelders in afbeelding ingestippeld

26

27

Ter vergelijking: Hoorn CS

28

29

Functionele vergelijking varianten

Voor- en nadelen varianten Ruimte wisseltentoonstellingen Een centraal vraagstuk voor het museum is een geschikte ruimte voor de wisseltentoonstellingen. Dit is nodig om voldoende bezoekers te trekken en daarmee ook van grote invloed op de entree-inkomsten. In variant 1 is er geen goede ruimte beschikbaar. De beschikbare ruimte is te laag (circa 2,7 meter terwijl 3,4 meter hoogte vereist is). Ook is de ruimte niet goed te klimatiseren, waardoor het onzeker is of aan eisen van bruikleners voldaan kan worden. In variant 2 is er wel een geschikte ruimte in het aparte paviljoen, maar de museale routing is hierdoor minder praktisch. Bovendien doet de bebouwing van de tuin afbreuk aan de originele groenstructuur en is dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt nadelig. De expositieruimte in variant 3 en variant 4 (in een nieuwe kelder onder Roode Steen 16) het meest geschikt. De ruimte kan gerealiseerd worden met de juiste hoogte en de klimatolo­ gische condities kunnen in een dergelijke ruimte goed worden gecontroleerd. Toegankelijkheid Voor het museum is het van belang om toegankelijk te zijn voor mindervaliden. Alle varianten zijn toegankelijk voor mindervaliden, maar voor variant 1 geldt dat deze toegankelijkheid beperkt is (geen toegang tot de kelderexpositie van Roode Steen 1).

In variant 2 en variant 3 is de toegankelijkheid voldoende, maar in variant 4 is deze het beste, vanwege de toevoeging van een ruim mindervalidentoilet in de kelder. Ruimte voor toiletten en presentatieruimte Het museum beschikt momenteel over onvoldoende toiletten en alleen in variant 4 is het mogelijk om voldoende toiletten te realiseren. Omdat de vorm van een kelder de gehele ruimte tussen de fundering dient te beslaan geeft deze variant tevens voldoende ruimte voor een presentatieruimte waar lezingen kunnen worden gegeven en om bij de tentoonstellingen behorende films te kunnen bekijken.

Korte omschrijving Voordeel als tuin onbebouwd blijft Bij variant 2 is een paviljoen in de tuin als ruimte voor wisselexposities opgenomen. Er zijn ver­ schillende opties voor de locatie voor dit paviljoen mogelijk. De locatie zou nader onderzocht moeten worden in combinatie met het ontwikkelen van een architectonisch ontwerp. Het voordeel van variant 3 en 4 is dat de tuin onbebouwd blijft, waardoor de groene tuin be­ houden blijft. Overzicht voor- en nadelen Op de volgende pagina is een overzicht opgenomen van de voor- en nadelen van de verschillende varianten. Ter vergelijking is hierin ook het eerder ontwikkelde plan Hoorn CS opgenomen. Afweging vanuit functioneel opzicht Zoals in het overzicht op de volgende pagina te zien is, is variant 4 de variant met de meeste functionele voordelen en deze variant heeft dan ook de voorkeur van het Westfries Museum.

Variant 2

Variant 3

Variant 4

Ter vergelijking: Hoorn CS

Bestaande panden + Roode Steen 15

Bestaande panden + Roode Steen 15 + paviljoen tuin

Bestaande panden + Roode Steen 15 + onderkeldering Roode Steen 16, tbv wisselexpositie en minder­ validen

Bestaande panden + RoodeSteen 15 + onder­keldering Roode Steen 15 en 16, tbv wissel­expositie, mindervaliden, toiletten en presentatieruimte

Ambitieus plan: depot in onderkeldering tuin, wisselexposities in nieuw paviljoen, presentatieruimte in nieuwbouw in de tuin

Voordelen tov huidige situatie Ruimere entrée V V V V Lift voor mindervaliden V V V V Ruimte mindervalidentoilet V V V V Educatieruimte V V V V Ruimte voor horeca V V V V Ruimte voor garderobe V V V V Ruimten onder kappen bruikbaar V V V V Bg + hogere verdiepingen mivaproof V V V V Kantoren/faciliteiten ARBO-proof V V V V Groei naar 70.000 bezoekers V V V Geschikte ruimte wisselexposities V V V Kelder RS 1 miva-toegankelijk V V Ruimte voor algemene toiletten V Presentatieruimte V Collectie in intern depot

V V V V V V V V V V V V V V V

Nadelen tov huidige situatie Geen geschikte ruimte wisselexpo V Geen miva-toegang in kelder RS 1 V Geen ruimte voor algemene toiletten V Geen presentatieruimte V Collectie naar extern depot V Tuin wordt deels bebouwd Voorkeur Westfries Museum

30

Variant 1

X

V V V

V V

V

V

V

V

V

V

VVV

VV

VVV

31

4. Museaal concept vernieuwd Westfries Museum Museaal concept Een enorme kans Er is geen museum in Nederland dat zich speciaal toelegt op de cultuurgeschiedenis van de periode 1450-1800, in de geschiedschrijving ook wel de Nieuwe- of Vroeg Moderne Tijd genoemd. En dat terwijl dit een bepalende en vormende periode is geweest voor het Nederland zoals we het nu kennen. Met name het westen van het land maakte in dit tijdvak de meest welvarendste, enerverende en dynamische periode uit zijn geschiedenis door. Deze lacune vraagt om gevuld te worden en daar ligt een enorme kans. Het Westfries Museum heeft alles in huis om deze kans te verzilveren. De monumentale panden waarin het gehuisvest is, zijn een spiegel van de tijdsperiode, net als de zeer gevarieerde en rijke collectie. Dat is niet vreemd, gelet op het feit dat de stad Hoorn en de regio West-Friesland juist in deze tijd een cruciale ontwikkeling doormaakten, die tot op de dag van vandaag het beeld van met name de steden bepaalt en de regio een zeer sterke cultuur-toeristische troef in handen geeft. Met een duidelijke focus op deze tijdsperiode kan het Westfries Museum zich onderscheiden, een unieke plek innemen in het Nederlandse museumlandschap en een sterke impuls geven aan het cultuur-toeristisch bezoek aan de regio.

Het museum over de Nieuwe Tijd Het Westfries Museum wil zich de komende jaren doorontwikkelen tot het toonaangevende museum van de Nieuwe Tijd. Met daarbinnen een accent op de in vele opzichten uitzonderlijke ‘Gouden’ zeventiende eeuw. Het begrip de Nieuwe Tijd is nog in opkomst en daardoor minder bekend bij een breder publiek. Vooralsnog zal daarom in de marketing een sterke relatie worden gelegd met de ‘gouden’ zeventiende eeuw. Daarbij wordt het museum niet langer als een museum van maar een museum over de

32

Gouden Eeuw neergezet. Dit lijkt een kleine en subtiele verschuiving, maar daarachter gaat een fundamenteel andere benadering van het verleden schuil. Enige afstand Hét verleden bestaat niet. Ons beeld van het verleden wordt sterk bepaald door hoe we ernaar kijken, welke vragen we eraan stellen. Geschiedschrijving zegt daarom vaak meer over de tijd waarin het beoefend wordt dan over de tijd die bestudeerd wordt. Ons beeld van het verleden is dus dynamisch en dat vraagt van een museum dat zich met het verleden bezighoudt een benadering die daarbij aansluit. Het museum past naast de rol van inspirator vooral die van beschouwer, duider en toegangsverstrekker tot het verleden. Daarbij hoort enige afstand tot de tijdsperiode die je bestudeert en presenteert. Pas wanneer je afstand neemt, neem je veranderingen waar en wanneer je afstand bewaart is het makkelijker om je aan te passen. Vandaar de verandering in museum van naar museum over de Gouden Eeuw. Vernieuwend Deze andere benaderingswijze weerspiegelt zich ook in het inhoudelijk concept voor het vernieuwde Westfries Museum. De nieuwe presentatie, die uit vier onderdelen bestaat, geeft niet alleen een boeiend beeld van de Nieuwe Tijd zelf, met daarbinnen een accent op de zeventiende eeuw, maar laat de bezoeker ook kennis maken met de veranderende beeldvorming over die tijd.

In de vernieuwde presentatie is nadrukkelijk aandacht voor de negentiende eeuw, waarin de Nieuwe Tijd als het ware werd herontdekt, en voor onze hedendaagse visie en omgang met deze tijdsperiode. Een duidelijke verbreding van het thema van het museum dus.

De vijf onderdelen van het museum 1. Introductie: West-Friesland en de Wereld De introductie laat de bezoeker kennismaken met het thema van het museum, de cultuurgeschiedenis van de Nieuwe Tijd. Als kapstok en houvast geeft de introductie inzicht in de belangrijkste gebeurtenissen en ontwikkelingen van die tijdsperiode. Voor Hoorn en de regio wordt die gekenmerkt door een sterke handelsexpansie en daaruit voortvloeiende interactie met andere delen van de wereld. Het thema West-Friesland en de Wereld loopt dan ook als een rode draad door het verhaal. De presentatie, die wordt opgehangen aan topstukken uit de museumcollectie, krijgt een sterke ‘WOW-factor’. 2. De Wonderkamers Wat zijn de kenmerkende aspecten of thema’s uit de cultuurgeschiedenis van de tijdsperiode 14501800? Dat wordt de bezoeker duidelijk in een twintigtal thematische presentaties vormgegeven rond objecten uit de museumcollectie. Hoe was het om vrouw, kind of vreemdeling te zijn in deze tijdsperiode? Welke impact had de Tachtigjarige Oorlog op de regio? Was het toeval dat het fluitschip in Hoorn werd uitgevonden? Wie hadden toen de bestuurlijke touwtjes in handen en klopt het dat er ook toen al sprake was van een klimaatcrisis? Stuk voor stuk vragen die zeker aan de orde zullen komen in de presentatie van de tijdsperiode zelf.

34

De presentaties zijn één voor één ‘wonderkamers’. Dat wil zeggen dat het accent sterk op ‘verwondering’ ligt. Iedere presentatie heeft een unieke sfeer, die aansluit bij en uitgaat van de architectonische kwaliteit van de ruimte. Ook kenmerkend is dat de presentaties uit zeer uiteenlopende voorwerpen bestaan, die samen een thema inzichtelijk en beleefbaar maken. Om de rijkdom aan informatie en verhalen voor de bezoeker toegankelijk te maken en de verwondering te stimuleren, wordt een speciale app ontwikkeld, waarin volop gebruik gemaakt wordt van beeld, audio en augmented reality (AR). De app wordt zo opgezet dat die voorziet in de verschillende behoeften en interesses van bezoekers. Kinderen kunnen bijvoorbeeld dankzij de app het museum op hun heel eigen manier beleven. 3. Het Vaderlandsch Gevoel In de negentiende eeuw werd de Nieuwe Tijd herontdekt. Onze voorouders hadden behoefte aan een geschiedverhaal dat de natie samenbond. Het vak ‘vaderlandsche geschiedenis’ werd verplicht op de lagere scholen. De term ‘De Gouden Eeuw’ werd gemunt. Standbeelden van nationale helden, zoals Jan Pietersz Coen werden opgericht. De historieschilderkunst, waarin de hoogtepunten uit de opstand tegen Spanje en de bloeiperiode in de zeventiende eeuw werden vastgelegd, vierde hoogtij, net als het fenomeen van de historische optocht.

Ons huidige beeld van de Nieuwe Tijd is nog altijd sterk beïnvloed door de negentiende-eeuwse beeldvorming. De presentatie ‘Het Vaderlandsch Gevoel’, vormgegeven naar het voorbeeld van een negentiende-eeuwse galerie met meubelen in neostijl, historieschilderkunst, historiserende kunstwerken en beeldhouwwerken van nationale helden, geeft de bezoeker inzicht in de fascinatie van de negentiende-eeuwers met de Nieuwe Tijd. Net als in de ‘wonderkamers’ zorgt de bezoekersapp voor een extra informatielaag. 4. Overvloed en Onbehagen Wat is onze hedendaagse kijk op de Nieuwe Tijd? Welke nieuwe vragen worden er aan dat verleden gesteld? Waar worden we nog altijd door geïnspireerd en wat komt steeds meer onder vuur te liggen? Deze vragen worden beantwoord in de presentatie ‘Overvloed en Onbehagen’ over onze huidige visie op en omgang met de Nieuwe Tijd. De titel is ontleend aan de toonaangevende studie van de Engelse historicus Simon Schama naar de Nederlandse cultuur in de Gouden Eeuw en is ook heel toepasselijk voor onze huidige omgang met het Gouden Eeuw-verleden. Want aan de ene kant doen we nog altijd inspiratie op uit de overvloed aan kunst, monumenten, economische en wetenschappelijke prestaties uit die tijd. Aan de andere kant voelen we ook onbehagen over de keerzijde van de medaille, de ongelijkheid, onderdrukking en slavernij.

Al deze aspecten komen aan de orde in drie afzonderlijke presentaties:

A. De Galerie De presentatie laat de bezoeker aan de hand van hedendaagse kunst en design zien hoe kunstenaars en ontwerpers zich vandaag de dag laten inspireren door de overvloed aan kwaliteit, techniek en/of vormentaal van kunst en ambacht uit de Nieuwe Tijd. Daarnaast is er aandacht voor kunstenaars die hun onbehagen met thema’s uit die tijd of de beeldvorming daarover uiten in hun kunst. B. De Nieuwsredactie Wat is de actualiteit van het verleden? Daarom draait het in ‘De Nieuwsredactie’. Een presentatie die uit louter beeldschermen bestaat en waarin het museum actuele thema’s aansnijdt die betrekking hebben op de Nieuwe Tijd. C. De Tijdreis Het Westfries Museum is koploper waar het gaat om presentaties die door middel van virtual reality-technologie een beeld geven van het verleden. Ook in het vernieuwde museum trekt het museum deze lijn door en biedt het de bezoeker een unieke ‘tijdreiservaring’. 5. Online museum De presentatie van het museum kent ook nog een vijfde onderdeel, met dat verschil dat deze niet fysiek te bezoeken is. Het museum gaat parallel aan de nieuwe opzet van de vaste presentatie ook de presentatie en impact online sterk verbeteren.

35

“De vernieuwing levert een verbeterde museumexploitatie op door de stijging van het bezoekersaantal van 45.000 naar 70.000 per jaar.”

Hierbij is sprake van kruisbestuiving. Zo krijgen thema’s die in ‘De Nieuwsredactie’ worden gepresenteerd een minstens zo sterke presentatie online. Het museum investeert ook in de productie van specifieke online ‘tentoonstellingen’, waarvoor een speciaal verdienmodel wordt ontwikkeld. Uniek museaal concept Los van het feit dat er geen museum in Nederland is dat zich specifiek op de Nieuwe Tijd richt, is er ook geen enkel cultuurhistorisch museum dat zijn thema op de hierboven be­ schreven wijze aanvliegt. Het is een uniek museaal concept dat vele voordelen kent: 1. Verbreding van het thema De verbreding van het thema, met aandacht voor de negentiende-eeuwse en hedendaagse blik op de Nieuwe Tijd biedt het museum veel speelruimte. Het aanbod wordt gevarieerder en door de toevoeging van hedendaagse kunst en design ontstaan er nieuwe en spannende dwarsverbanden. 2. Relevantie De opzet stelt het museum in staat in te spelen op actuele interesses en maatschappelijke thema’s. Daarmee vergroot het museum zijn eigen relevantie en die van de collectie. 3. Vergroting publieksbereik De grotere variatie en diversiteit in het aanbod, de kruisbestuiving met het online museum, de ontwikkeling van een app die inspeelt op de informatie- en presentatiebehoeften van de bezoekers, de relevantie van de gepresenteerde thema’s stelt het museum in staat zijn publieksbereik aanzienlijk te vergroten.

Met het gekozen museaal concept wordt het Westfries Museum voor een groter, gevarieerder en diverser publiek interessant.

Exploitatie Impact van de vernieuwing op de exploitatie Het project Vernieuwing Westfries Museum heeft vanzelfsprekend impact op de exploitatie van het museum. Aan de ene kant is er sprake van stijging van kosten als gevolg van de uitbreiding van het museum. Daar staat een afname van energielasten en een toename van eigen inkomsten tegenover. Zie voor een overzicht van de hogere kosten,

hogere inkomsten en het exploitatieresultaat Bijlage 1. Huisvesting De uitbreiding van het museum brengt een verhoging van de huisvestingslasten mee. Deze extra lasten betreffen de huur van externe depotfaciliteiten, de kosten voor schoonmaak, beveiliging en onderhoud. Hier staat een besparing op de energielasten tegenover als gevolg van de getroffen duurzaamheidsmaatregelen.

Eigen inkomsten In de exploitatie van het vernieuwde Westfries Museum wordt uitgegaan van een substantiële stijging van de eigen inkomsten. De begroting van de eigen inkomsten is realistisch en op basis van benchmarkonderzoek tot stand gekomen. De eigen inkomsten bestaan uit de volgende posten: • • • •

Entree-inkomsten Museumwinkel Horeca Arrangementen

Bezoek Het museum gaat uit van een structurele stijging van het bezoek van 45.000 naar 70.000 be­ zoekers per jaar in varianten 2 tot en met 4. Dat is realistisch gelet op de onderstaande factoren: • Het museum spreekt door zijn nieuwe opzet een veel diverser en daarmee ook groter publiek aan. Het museum wordt interessanter voor kinderen (en gezinnen), voor jongeren en voor Nederlanders met een migratieachtergrond; • Door de verbetering van de toegankelijkheid is het museum ook voor mindervaliden toe­ gankelijk; • De trendmatige stijging van het aantal (buitenlandse) toeristen dat Hoorn en de regio

37

ontdekt, zal zich ook vertalen in een stijgend bezoek aan het museum; • Door verbetering van de groepsfaciliteiten is het nieuwe Westfries Museum interessant voor groepen; • Het nieuwe museum beschikt over zeer goede faciliteiten voor de ontvangst van schoolgroepen. Mede gelet op het gevarieerde aanbod (geschiedenis, kunst en design) de toepassing van digitale presentatietechnieken en de flexibiliteit om in te kunnen spelen op actuele thema’s wordt gerekend op een stijging van groepsbezoek uit het onderwijs. Entree-inkomsten Door aanpassing van het entreetarief naar € 12,50 in varianten 2 t/m 4 en de stijging van het aantal bezoekers in deze varianten nemen de inkomsten uit entree navenant toe. Museumwinkel Het nieuwe Westfries Museum beschikt over een ruime museumwinkel in het entreegebied, die ook toegankelijk is voor niet-museumbezoekers. Door combinatie met de museumbalie en de inzet van vrijwilligers zijn er geen extra personeelskosten. De mogelijkheden van een webwinkel worden onderzocht. In de exploitatie is rekening gehouden met een substantiële stijging van de inkomsten uit de winkel(s). Horeca Het vernieuwde Westfries Museum heeft een passende en goed geoutilleerde tuingerichte horecafaciliteit met terras. De voorkeur gaat uit naar verpachting van de horeca.

Arrangementen Het vernieuwde museum heeft alles in huis om bezoek-, trouw- en vergaderarrangementen aan te kunnen bieden. Ook de inkomsten uit deze arrangementen dragen bij de dekking van de investeringen in het museum.

38

Deze wijzigingen betekenen niet automatisch uitbreiding van de formatie. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande vacatureruimte en waar mogelijk, aanpassing van contracturen. De wijzingen resulteren al met al in een uit­ breiding van de formatie met 0,77 fte. De aanpassingen in de organisatie richten zich op de volgende speerpunten: zakelijker, klantgerichter, zichtbaarder, efficiënter, digitaler, duurzamer en diverser. Zakelijker In de exploitatie van het nieuwe museum ligt een zwaarder accent op het eigen verdienvermogen van de organisatie. Dat vraagt om een zakelijke, meer commercieel gerichte aansturing. Dit wordt de taak van de zakelijk directeur van het museum, die ook verantwoordelijk wordt voor de algehele bedrijfsvoering van het museum. Hij/zij vormt een directieteam met de algemeen inhoudelijk directeur. Hiermee gaat geen uit­ breiding van formatie gepaard. Klantgerichter Om het eigen verdienvermogen optimaal te kunnen benutten, is klantgerichtheid belangrijk. Om dit te kunnen borgen, wordt de functie ‘moderator hospitality’ ingericht. De moderator coördineert de ontvangst van de bezoeker en ziet erop toe dat hun bezoek naar tevredenheid verloopt. Een grote rol in de ontvangst van bezoekers spelen de gastvrouwen- en -heren. Hun aantal wordt uitgebreid. Hiervoor gaat het museum extra vrijwilligers werven.

De coördinatie van de vrijwilligers is in handen van de moderator hospitality. Hiermee gaat geen uitbreiding van formatie gepaard.

Organisatie

Zichtbaarder Een goede en actieve marketing is de basis voor het vergroten van het verdienvermogen van het museum. In de nieuwe organisatie is plek ingeruimd voor de functie ‘marketing/communicatie’. Hiervoor is uitbreiding van de formatie nood­ zakelijk.

Aanpassingen organisatie De vernieuwing van het Westfries Museum vraagt om aanpassing van samenstelling en werkwijze van de bestaande organisatie.

Efficiënter De toekomstige facilitaire dienstverlening zal zich meer gaan richten op ondersteuning en onderhoud. Arbeids- en materiaal-intensieve projecten

worden uitbesteed. Een goede coördinatie van de werkzaamheden wordt belangrijker. Daarvoor wordt de functie ‘coördinator facilitair’ ingericht. Hiermee gaat geen uitbreiding van formatie gepaard, enkel aanpassing inschaling. Digitaler Digitale presentaties vormen een belangrijk onderdeel van het aanbod van het nieuwe Westfries Museum, zowel in het museum zelf als online. Hiervoor wordt de functie ‘coördinator digitale producties’ ingericht. Hiermee gaat geen uitbreiding van formatie gepaard. Onderhoud van de digitale presentatietechnieken in het museum is een belangrijk aandachtspunt. Dit wordt belegd bij de ‘coördinator facilitair’. Duurzamer Het museum heeft de ambitie zich door te ontwikkelen tot hét nationale museum van de Nieuwe Tijd. Om dit waar te kunnen maken, is borging van kennis van groot belang. Hiervoor wordt de functie ‘conservator’ ingericht. Hiervoor is een geringe uitbreiding van de formatie noodzakelijk. Diverser De bestaande museumorganisatie is qua leeftijd en samenstelling geen afspiegeling van de huidige samenleving. Het museum streeft naar verjonging van de organisatie en wil ook de diversiteit van het team vergroten.

Collectie Depotsituatie museum De collectie van het Westfries Museum omvat zo’n 32.000 voorwerpen. Een deel hiervan wordt getoond in het museum. Het merendeel van de objecten wordt bewaard in depots. De depotsituatie van het museum is al vele jaren zorgelijk. De collectie is verspreid over verschillende depots, waarvan er een aantal, met name de inpandige depots, niet aan de eisen voldoen die door de Museumvereniging aan dergelijke ruimten worden gesteld. Het museum heeft hier tot nu toe dispensatie voor gekregen, op voorwaarde dat het zich inspant om verbetering in de situatie te brengen. Zo niet, dan kan de certificering als ‘geregistreerd museum’ in het geding komen.

Extern depot Het projectplan Vernieuwing Westfries Museum voorziet in een oplossing voor de depotproblematiek. In tegenstelling tot het oorspronkelijk plan Hoorn CS wordt die oplossing niet in de bouw van een eigen depot gezocht, maar in de huur van bestaande externe depotfaciliteit met bijbehorende werkruimte. De kosten hiervan zijn verwerkt in de investeringsraming. In- en uithuizing collectie Vanwege de ingrijpende restauratie en verbouwing van het museum zal de volledige collectie uit het gebouwencomplex moeten worden gehaald en in een externe depotfaciliteit moeten worden ondergebracht. Na afloop zal een deel van de collectie terug naar het museum worden gebracht om te worden opgenomen in de vaste presentatie. Dit is een majeure operatie, die door een ervaren externe projectleider zal worden geleid. De kosten van de in- en uithuizing, tijdelijke opslag en projectleiding zijn meegenomen in de eenmalige kosten van het project. Waardering collectie De in- en uithuizing van de collectie wordt aangegrepen om een inhaalslag te maken op het gebied van controle, registratie en waardering van de collectie. Dit laatste houdt in dat per object gekeken zal worden of het museum het object in de collectie wil houden. Dit gebeurt aan de hand van een aantal vooraf opgestelde criteria.

Objecten kunnen in te slechte staat zijn (bij uitzondering), of niet langer passen in het collectieprofiel. Als Museum van de Nieuwe Tijd streeft het museum er naar objecten die buiten de tijdsperiode 1450-1800 vallen zoveel mogelijk elders onder te brengen. Dit scheelt in het beheer en onderhoud van de collectie en in depotruimte. Bij dit ontzamelen worden de richtlijnen van de LAMO, de Leidraad Afstoting Museale Objecten, gevolgd. Voor dit arbeidsintensieve project is samen met Frank Bergevoet, deskundige van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed en Dieuwertje Wijsmuller van het Bureau CCC een plan van aanpak opgesteld. De kosten hiervan zijn opgenomen in de eenmalige kosten in dit projectplan.

39

5. Meerwaarde vernieuwde Westfries Museum voor Hoorn Bijdrage aan citymarketing Hoorn Visitekaartje Het project Vernieuwing Westfries Museum versterkt en vergroot de monumentale kwaliteit en uitstraling van Hoorn. Nog meer dan ze dat al waren, worden de monumentale panden aan de Roode Steen de blikvanger en het visitekaartje van de stad, door de verbinding van de panden en de sterk verbeterde op het plein gerichte uitstraling. Met de realisatie van het nieuwe complex ontstaat ook een prachtige groene stadsoase, die ook zonder toegangsbewijs tot het museum toegankelijk is en die ruimte biedt aan tal van buitenactiviteiten, van concert tot openluchtvoorstelling. Als visitekaartje is het nieuwe Westfries Museum ook een factor van belang voor de toeristische stads- en regiomarketing. Deze functie kan nog worden versterkt door in de entreeruimte ook toeristische informatie over de stad en de regio aan te bieden. Deze functie is in dit projectplan verder niet uitgewerkt. Etalage De kracht van de binnenstad van Hoorn is z’n grote monumentale kwaliteit, die met name vorm heeft gekregen in de zeventiende en achttiende eeuw. Het Westfries Museum is hiervan de etalage. Het museum geeft de bezoeker aan de stad ‘a sense of time and place’.

Er bestaat immers een risico dat het sterke historische karakter zich in de beeldvorming tegen de stad keert, wanneer aspecten van dat verleden onder vuur komen te liggen. De beste manier om hier mee om te gaan is door je open te stellen voor het kritisch bevragen van je eigen verleden. Het museum vervult ook hierin een etalagefunctie en draagt er mede toe bij dat het verleden van de stad een (cultuur toeristische) kracht blijft en geen zwakke plek wordt. Het museum heeft bewezen de aandacht van de media op zich te kunnen vestigen. Het nieuwe museum zal daartoe alleen nog maar beter in staat zijn.

40

Met iedere vermelding in de media zet het museum ook de stad in de etalage en draagt daarmee bij aan de naamsbekendheid van Hoorn.

Maatschappelijke impact voor de stad Hoorn Dialoog en verbinding Het Westfries Museum wil een platform voor dialoog en verbinding zijn. Dit levert een maatschappelijke meerwaarde op voor de stad. Relatie met onderwijs Door de zeer goede contacten met het onderwijs kan het nieuwe Westfries Museum deze rol bovendien effectief invullen.

Economische impact voor de stad Hoorn Meer bezoekers, meer impact Het nieuwe Westfries Museum trekt jaarlijks 70.000 bezoekers naar Hoorn. Voor de vitaliteit van de binnenstad is dat van groot belang. Museumbezoek levert een directe economische spin-off op naar de horeca, winkels en verblijfs­ accommodatie in de stad. Indicatie economische impact Uit onderzoek van het Groninger Museum blijkt dat de gemiddelde museumbezoeker tussen de € 35,- en € 55.- extra besteedt in de stad. Hiervan komt gemiddeld 60% (€ 27,-) terecht bij horeca en detailhandel. Op basis van deze benchmarkgegevens is de economische spin-off van het nieuwe Westfries Museum € 1.890.000 (70.000 x € 45 x 60%).

“Het Westfries Museum kan een unieke plek innemen in het museumlandschap en een sterke impuls geven aan het cultuurtoeristisch bezoek aan de regio.”

6. Financiële consequenties gemeente Hoorn Uitgangspunten In dit hoofdstuk worden de financiële consequenties van het sobere en doelmatige scenario voor de gemeente in beeld gebracht. Dit gebeurt in de vorm van vier varianten die in dit projectplan zijn toegelicht in hoofdstuk 3 Vier ruimtelijk-functionele varianten. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van het voormalige plan, Hoorn CS, ter vergelijking opgenomen in de overzichten. In eerste instantie wordt ingegaan op de investering, de dekking en het nog te dekken deel van de investering. Vervolgens wordt dit vertaald naar de structureel benodigde bijdrage van de gemeente. Het uitgangspunt is hierbij dat het museum verantwoordelijk is voor de investeringen in de

Typering variant

Variant 1

INVESTERINGEN Waarvan investeringen gebouw Waarvan investeringen museum Af: Reeds beschikbare dekking bouwkosten Af: Reeds beschikbare dekking museum Af: Door het museum te verwerven (extern) Af: Dekking uit exploitatie (duurzaamheid en bezoekers)

aangepaste expositie en de inrichting van het museum en de gemeente voor de aanpassingen in het gebouw. Alle bedragen zijn prijspeil 2021 en exclusief btw. Financiële consequenties voor de gemeente Investeringen In de hiernavolgende tabel vindt u de volgende informatie: • de totale investering per variant; • daaronder welk deel daarvan voor het gebouw is bestemd en welk deel voor de museale functie (expositie, depot, bezoekersvoor­ zieningen en dergelijke);

Variant 2 Paviljoen tuin

Variant 3 Kelder RS 16

Variant 4 Ter vergelijking: Kelder RS 15+16 Hoorn CS

€ 14.700.000

€ 16.200.000

€ 16.800.000

€ 18.000.000

€ 22.800.000

€ 12.700.000

€ 13.800.000

€ 14.400.000

€ 15.500.000

€ 20.000.000

€ 2.000.000

€ 2.500.000

€ 2.500.000

€ 2.500.000

€ 2.800.000

€ 3.000.000

€ 3.000.000

€ 3.000.000

€ 3.000.000

€ 3.000.000

€ 500.000

€ 500.000

€ 500.000

€ 500.000

€ 500.000

€ 500.000

€ 1.000.000

€ 1.000.000

€ 1.000.000

€ 1.000.000

€ 280.000

€ 410.000

€ 410.000

€ 610.000

€ 210.000

Benodigde aanvullende dekking gemeente Hoorn in de vorm van eenmalige investering door de gemeente + eenmalige kosten: Aanvullende benodigde eenmalige dekking gemeente Eenmalige kosten gemeente Hoorn

€ 10.400.000 +

€ 11.300.000 +

€ 11.900.000 +

€ 12.900.000 +

€ 18.100.000 +

€ 1.280.000

€ 1.280.000

€ 1.280.000

€ 1.280.000

€ 1.280.000

prijspeil 2021, exclusief btw

43

• met welke reeds beschikbare en met welke te verwachten dekking er rekening gehouden kan worden; • dit wordt vertaald naar een eenmalige investering plus een bedrag voor eenmalige kosten, die beide door de gemeente gedekt zouden moeten worden.

Dan blijft over het deel dat de gemeente zou moeten dekken, variërend van 10,4 miljoen tot 12,9 miljoen euro. Als we de niet-wenselijke variant buiten beschouwing laten, komen we uit op een eenmalige bijdrage van 11,3 tot 12,9 miljoen euro. Ter vergelijking: voor Hoorn CS zou dit een bedrag van 18,1 miljoen euro zijn.

• dit wordt vertaald naar een structurele hogere last voor de gemeente plus een bedrag voor eenmalige kosten, die ook door de gemeente gedekt zouden moeten worden; • tot slot wordt de gemiddelde afschrijvingstermijn (in jaren) voor de verschillende varianten weergegeven.

Toelichting op de dekking van de investeringen De dekking voor het gebouw bestaat uit: de 2,1 miljoen euro Kanjersubsidie van het Rijk voor fundering en restauratie, circa 300.000 euro van de provincie voor duurzaamheid en 600.000 euro uit de reeds beschikbare middelen voor gebouwenbeheer. In totaal circa 3 miljoen euro.

Eenmalige kosten Naast de investeringen zijn er voor iedere variant eenmalige kosten van circa 1,28 miljoen euro. Deze kosten kunnen niet geactiveerd worden en kunnen daarom niet vertaald worden naar een structurele bijdrage. In onderstaande tabel is te zien hoe deze kosten over de verschillende jaren zijn verspreid, ervan uitgaande dat het project start in 2021.

Een gedetailleerd overzicht van de hogere exploitatielasten, dekking vertaald naar jaarlijkse lasten en hogere inkomsten kunt u vinden in bijlage 1. Ook is in dat overzicht te zien dat het museum de verantwoordelijkheid neemt voor de dekking

Dan volgt het legaat dat het museum heeft ontvangen. Hiervan wordt 500.000 euro ingezet voor de dekking van dit plan. Daarnaast is er een dekking uit toekomstige fondsen opgenomen. Hierover heeft het projectteam zich laten adviseren door een gespecialiseerd bureau, Subsidiewinst. Een deel van de dekking komt uit de gekapitaliseerde eigen inkomsten van het museum. Deze bestaan uit entreegelden (het aantal bezoeken stijgt in de varianten 2 t/m 4 naar 70.000), inkomsten uit winkel, horeca en verhuur en een jaarlijkse bijdrage uit fondsenwerving. BMC Advies heeft hierover geadviseerd.

Financiële consequenties voor de gemeente: jaarlijkse lasten Aangezien investeringen in de gemeentelijke begroting vertaald worden naar jaarlijkse lasten, worden deze hogere jaarlijkse lasten voor de gemeente in de hiernaast afgebeelde tabel toegelicht. U vindt de volgende informatie in deze tabel: • hogere lasten per variant; • welk deel daarvan voor het gebouw is bestemd en welk deel voor de museale functie; • met welke reeds beschikbare en welke te verwachten dekking er rekening gehouden kan worden;

2021

2022

2023

2024

Collectie (uithuizen, deels afstoten, inhuizen) € 120.000 € 450.000 € 401.000 Fondsenwerving € 30.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 Huur en in- en uithuizing kantoor € 32.500 € 21.000 € 12.500 Tijdelijke expositie € 30.000 Derving inkomsten tijdens sluiting € 47.500 € 47.500 Schoonmaak gebouw € 30.000 Opening museum € 15.000 Eenmalige kosten

€ 150.000

€ 575.000

€ 484.500

€ 72.500

Totaal

Typering variant HOGERE EXPLOITATIE LASTEN PER JAAR Waarvan kapitaallasten gebouw Waarvan kapitaallasten museum Af: Reeds beschikbare dekking bouwkosten Af: Legaat museum plus te werven externe middelen Af: Dekking uit exploitatie

Mogelijkheden tot fasering Het is beperkt mogelijk om het project zonder extra kosten of aanvullende investeringen te faseren. Deze mogelijke fasering is aangegeven in Bijlage 2. In deze bijlage is tevens een indicatie van de extra investeringen en aanvullende kosten opgenomen indien ervoor gekozen zou worden om de fundering en de verduurzaming eerst uit te voeren en pas later de investeringen in verbinding en toegankelijkheid.

Variant 2 Paviljoen tuin

Variant 3 Kelder RS 16

Variant 4 Ter vergelijking: Kelder RS 15+16 Hoorn CS

€ 860.000

€ 960.000

€ 960.000

€ 1.000.000

€ 1.220.000

€ 540.000

€ 580.000

€ 590.000

€ 620.000

€ 830.000

€ 330.000

€ 370.000

€ 370.000

€ 370.000

€ 390.000

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

€ 80.000 € 200.000

€ 130.000 € 220.000

€ 130.000 € 220.000

€ 130.000 € 240.000

€ 130.000 € 120.000

Benodigde aanvullende dekking door gemeente Hoorn in de vorm van een structurele jaarlijkse bijdrage (1e jr) + eenmalige kosten:

€ 971.000 € 75.000

Totaal benodigde aanvullende dekking gemeente p.j.

€ 66.000 € 30.000

Eenmalige kosten gemeente Hoorn

€ 95.000 € 30.000 € 15.000

Indicatie gemiddelde afschrijvingstermijn (in jaren)

€ 1.282.000

Variant 1

van de investeringen in het museum, terwijl er een beroep gedaan wordt op de gemeente voor investeringen in het gebouw.

€ 490.000 +

€ 520.000 +

€ 520.000 +

€ 540.000 +

€ 880.000 +

€ 1.280.000

€ 1.280.000

€ 1.280.000

€ 1.280.000

€ 1.280.000

21

22

23

24

21

prijspeil 2021, exclusief btw

prijspeil 2021, exclusief btw

44

45

Colofon Verantwoordelijk wethouder gemeente Hoorn: wethouder S. Bashara

Projectplan in opdracht van Gemeente Hoorn Politiek opdrachtgever: wethouder Samir Bashara Ambtelijk opdrachtgever: Douwe van der Vaart Samenstelling projectgroep Vernieuwing Westfries Museum: Projectmanager: Eltje de Klerk, Alpha Adviseurs Directeur Westfries Museum: Ad Geerdink Gemeentelijke projectleiding: Lizzy Bas (tot 04/21) en Chris Kuijer (vanaf 04/21) Architecten: Boudewijn van Langen en Arné Peeters, TPAHG Architecten Hoofd Monumenten & Archeologie, gemeente Hoorn: Pieter Meijers Communicatie: Marian Vleerlaag, Vitamedia Gemeentelijke adviseurs: Archeologie: Michiel Bartels Controller: Daan Knoef

Hoorn, mei 2021

46

Westfries Museum: Museaal concept: museale team Advies programma van eisen en eigen investeringen museum: Johan Senneker Adviseurs: Constructeur: NAP, Adri Verhoef Bouwkosten: Groot Partners, Rob Groot Second opinion concept en museumexploitatie BMC Advies, Marco van Vulpen Advies fondsenwerving: Subsidiewinst, Aryan Postma Advies collectie: Rijksdienst Cultureel Erfgoed Frank Bergevoet en Creative Culture Consultancy Dieuwertje Wijsmuller Projectplan: Fotografie: Benno Ellerbroek e.a. Foto Ad Geerdink: Jacqueline de Haas Vormgeving: Marije Mooij, My Design

“Het museum spreekt door zijn nieuwe opzet een diverser en groter publiek aan en is ook voor mindervaliden toegankelijk.”

Bijlagen

Bijlage 2: Mogelijke fasering Onderstaande fasering is mogelijk zonder aanvullende investeringen en zonder extra eenmalige kosten:

Bijlage 1: Exploitatieoverzicht varianten Typering variant

Variant 1

Variant 2 Paviljoen tuin

Variant 3 Kelder RS 16

Variant 4 Ter vergelijking: Kelder RS 15+16 Hoorn CS

HOGERE LASTEN MUSEUMEXPLOITATIE Gebouw: kapitaallasten Gebouw: groot onderhoud Gebouw: zakelijke lasten Museum: kapitaallasten (museale inrichting) Museum: aanvullende huur depot Museum: hogere kosten personeel Museum: gebruikersonderhoud (incl contracten) Museum: hogere kosten schoonmaak (RS 15) Museum: energie, water, elektra

€ 519.302 €€ 20.000

€ 564.926 €€ 20.000

€ 567.392 €€ 20.000

€ 601.951 €€ 20.000

€ 812.289 €€ 20.000

€ 166.548

€ 211.868

€ 211.868

€ 214.958

€ 229.247

€ 44.150

€ 44.150

€ 44.150

€ 44.150

€-

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 160.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 100.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

€-

€-

€-

€-

€-

TOTAAL HOGERE LASTEN

€ 865.000

€ 955.944

€ 958.410

€ 996.059

€ 1.336.536

HOGERE INKOMSTEN MUSEUMEXPLOITATIE Gebouw: dekking uit reeds beschikb. midd. (sub.) Gebouw: effect duurzaamheidsmaatregelen Gebouw: budget gebouwbeheer Museum: hogere entreegelden Museum: hogere netto-marge horeca/verhuur/winkel Museum: hogere inkomsten sponsoring/fondsen Museum:2021, inzet eenmalige prijspeil exclusief btw bijdrage externe middelen TOTAAL HOGERE INKOMSTEN/DEKKING Saldo exploitatie Saldo exploitatie (afgerond)

€ 72.147

€ 72.147

€ 72.147

€ 72.147

€ 72.147

€ 21.397

€ 21.397

€ 21.397

€ 21.397

€ 21.397

€ 24.072 € 110.000

€ 24.072 € 130.000

€ 24.072 € 130.000

€ 24.072 € 130.000

€ 24.072 € 130.000

€ 56.981

€ 49.606

€ 49.606

€ 70.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 75.375

€ 125.375

€ 374.972 € 490.028 € 490.000

€ 437.597 € 518.347 € 520.000

Typering variant

Variant 1

Variant 2 Paviljoen tuin

Variant 3 Kelder RS 16

Variant 4 Ter vergelijking: Kelder RS 15+16 Hoorn CS

Fasering mogelijk?

ja, 2 fases

ja, 3 fases

ja, 2 fases

ja, 2 fases

ja, 3 fases

Fase 1

Roode Steen (museum)

Roode Steen (museum)

Roode Steen (museum)

Roode Steen (museum)

Roode Steen (museum)

Fase 2

Achterom (kantoren/facil.)

Paviljoen wisselexpo

Achterom (kantoren/facil.)

Achterom (kantoren/facil.)

Paviljoen en depot

Fase 3 nvt Achterom nvt nvt (kantoren/facil.)

Achterom (kantoren/facil.)

Mogelijke fasering dekking (incl. eenmalige kosten) Fase 1 Fase 2 Fase 3

€ 9.200.000 € 2.400.000 €-

€ 9.000.000 € 1.200.000 € 2.400.000

€ 10.800.000 € 2.400.000 €-

€ 11.700.000 € 2.400.000 €-

€ 10.400.000 € 6.500.000 € 2.400.000

Totaal benodigde aanvullende dekking gemeente

€ 11.600.000

€ 12.600.000

€ 13.200.000

€ 14.100.000

€ 19.300.000

Mogelijke fasering (exclusief eenmalige kosten) Fase 1 Fase 2 Fase 3

€ 400.000 € 90.000 €-

€ 380.000 € 50.000 € 90.000

€ 430.000 € 90.000 €-

€ 450.000 € 90.000 €-

€ 420.000 € 370.000 € 90.000

€ 70.000

Totaal benodigde aanv. gemeentelijke dekking p.j.

€ 490.000

€ 520.000

€ 520.000

€ 540.000

€ 880.000

€ 15.000

€ 15.000

Door afronding van getallen kan sprake zijn van enige afwijking in de optellingen.

€ 125.375

€ 125.375

€ 125.375

prijspeil 2021, exclusief btw

€ 437.597 € 520.813 € 520.000

€ 457.991 € 538.067 € 540.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=d9544b24-67dd-491b-9c94-ef2e98a63a46