Bijlage 1 Programma Energietransitie
Tekst van het document
Programma energietransitie Stap voor stap naar energieneutraal Hoorn 2023-2026 met doorkijk 2030 en 2040
Programmaplan Energietransitie, mei 2023 Ambtelijk opdrachtgever Douwe van der Vaart, opgavemanager duurzaamheid Ambtelijk opdrachtnemer Charlotte Bakker, programmamanager energietransitie Beeld voorpagina Nicolas Hoizey on Unsplash
1 Voorwoord
3
2 Samenvatting
4
3 Inleiding 3.1 Waarom een programmaplan energietransitie 3.2 Totstandkoming programmaplan 3.3 Scope programma energietransitie 3.4 Leeswijzer
4 4 6 6 7
4 Vertrekpunt 4.1 Inleiding 4.2 Wat hebben we bereikt? 4.3 Lessen programmaorganisatie 2018-2022 4.4 De kern van dit hoofdstuk
8 8 8 8 10
5 Doelen en strategie duurzaamheid 2023-2030 5.1 Inleiding: ‘wat’ naar ‘hoe’, van ‘denken’ naar ‘doen’ 5.2 Doelen en taken 5.3 Communicatiestrategie 5.4 De kern van dit hoofdstuk
11 11 11 13 14
6 Duurzame stad als ontwikkelopgave: monitoren en leren 6.1 Inleiding 6.2 Monitoren doelen op basis van landelijke gegevensbronnen 6.3 Monitoren door inschatting impact per maatregel 6.4 Rapporteren en leren 6.5 De kern van dit hoofdstuk
15 15 15 15 16 16
7 Organisatie, financiering en risico’s 7.1 Inleiding 7.2 Organisatie 7.3 Programmateam 7.4 Sturing en invulling programma 7.5 Financiering 7.6 Risico’s
17 17 17 18 18 19 19
8 Bijlage: Toelichting op doelen en realisatie (bij H4) 8.2 Realisatie van extra resultaten bovenop gestelde doelen 8.3 Inspanningen en investeringen
20 20 21
1 Voorwoord Een klimaatneutrale stad in 2040: Hoorn is goed op weg. De afgelopen jaren zijn flinke stappen gezet. Dat vormt het fundament voor ons duurzaamheidsbeleid. De gemeente Hoorn was een van de eerste gemeenten die een Transitievisie Warmte heeft gemaakt en begon met de uitvoering ervan. De voorbereidingen voor de aanleg van een warmtenet in de wijk Kersenboogerd zijn in volle gang. En er zijn uitvoeringsprogramma’s gemaakt voor klimaatadaptatie en circulariteit. We gaan aan de slag met activiteiten als circulair inkopen en de kansenkaart voor klimaatadaptatie. Energietransitie is een van de grote onderwerpen binnen duurzaamheid. De omvang, complexiteit en belang van het thema duurzaamheid nemen nog steeds toe. Daar gaat dit programmaplan over. De energietransitie staat hoger op de agenda dan ooit tevoren. Inwoners en bedrijven merken direct de effecten van de gestegen energieprijzen. Zij investeren in verduurzaming, steeds meer woningen gaan ‘van het aardgas af’ en steeds meer inwoners kiezen voor duurzamer elektrisch vervoer. Tegelijkertijd brengt dat weer nieuwe uitdagingen met zich mee. Het elektriciteitsnet raakt ‘vol’, bedrijven merken dat ze lang moeten wachten voor zij een aansluiting krijgen. Ook zijn de ambities zoals geformuleerd in het Klimaatakkoord nog steeds hoog. En worden normen voor CO2-vermindering aangescherpt.
Hoorn heeft de ambitie om meer stad te worden. We verwelkomen nieuwe inwoners graag, vanwege de bijdrage die zij leveren aan een gezonde stad en aan de gemeenschap. De uitdaging die we hebben, is om nieuwe woningen van energie te voorzien. Daar hoort bij dat inwoners met zonnepanelen die energie aan het elektriciteitsnet terug kunnen leveren. Een uitdaging die we niet alleen kunnen oplossen, maar die we samen met inwoners, bedrijven, netbeheerders, de regio en provincie moeten aanpakken. En die ook iets vraagt van het bestuur en de organisatie. Gezamenlijkheid in aanpak en gezamenlijke oplossingen als sleutel voor succes. Dit programmaplan schetst hoe Hoorn er nu voor staat en wat de route is die we in 2023-2026 volgen om de energietransitie een stap verder te brengen, met een doorkijk naar de doelen voor 2030 en 2040.
Arthur Helling Wethouder duurzaamheid en energie
Arthur Helling
4
2
Samenvatting
Onze ambitie als gemeente is om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Onderdeel van die ambitie is dat we streven naar een energieneutraal Hoorn. Het klimaatakkoord (inclusief intensiveringen) is leidend voor dit programmaplan. Het programmaplan gaat in op de doelen, aanpak, de manier waarop het college de doelen wil monitoren en de organisatie die daarvoor nodig is.
voor duurzame opwek gaat over zowel over de omschakeling van particulieren, als de grootschalige initiatieven voor zonneweides en windmolenparken. Het doel voor duurzame opwek is binnen Hoorn moeilijk te realiseren. Hoorn heeft weinig ruimte voor grootschalige initiatieven. We zullen dus vooral inzetten op een regionale aanpak, door het RES-bod (Regionale Energiestrategie) in te vullen.
Doelen
Monitoring
Het programmaplan richt zich op de volgende doelen (ten opzichte van peiljaar 2019): • Reductie CO2-uitstoot -55%; • Warmte, 14% woningen aardgasvrij-gereed; • Duurzame opgewekte energie 31%; • Besparing op elektriciteit 9%.
Voor het bewaken van de doelen maken we gebruik van landelijke gegevensbronnen voor het verzamelen van informatie. Gegevens over energieverbruik, hernieuwbare energie en CO2-uitstoot lopen achter op de werkelijkheid. Daarom bepalen we de impact van maatregelen daarnaast door een werkwijze, waarbij we zowel voor- als achteraf een zo goed mogelijke inschatting maken van de impact op de CO2-vermindering.
Aanpak In onze aanpak zetten we in op uitvoering van de taken die voortvloeien uit het klimaatakkoord: op het gebied van de gebouwde omgeving, duurzame opwek en besparing. We bouwen verder op de ervaringen in de periode 2018-2022. Die heeft ervoor gezorgd dat de doelen op het gebied van minder CO2-uitstoot, energiebesparing en verduurzaming van woningen in 2022 zijn behaald. Om de doelen op gebied van warmte te bereiken, kiezen we ervoor om de duurzame energievoorziening zoveel mogelijk collectief te organiseren. Collectieve oplossingen vragen minder ruimte dan de optelsom van individuele oplossingen en verminderen de piekvraag. Het doel
Organisatie De taken vragen inzet van de gehele organisatie. Het programmateam richt zich op het vertalen van (nieuwe) landelijke ontwikkelingen naar de uitvoering. Het programmateam neemt initiatief, bijvoorbeeld om onderzoek te doen of om maatregelen te ontwikkelen. Daarnaast is een lid van het programmateam in de regio actief als het gaat om de energietransitie. Voor de financiering zetten we, naast bestaande middelen, de extra rijksmiddelen uit het Klimaatakkoord in.
5
3
Inleiding
3.1 Waarom een programmaplan energietransitie
3.1.1 Ambities duurzaamheid vragen focus De opgave om te werken aan duurzaamheid kent meerdere aspecten naast de energietransitie, zoals klimaatadaptatie en circulariteit. Deze onderwerpen hebben onderling samenhang. Tegelijkertijd vraagt ieder van die onderwerpen gerichte aandacht. Gezien de toenemende ambities van het Rijk en daarmee groeiende inspanningen, is meer gerichte aandacht voor de afzonderlijke onderwerpen noodzakelijk. Het voorliggende programmaplan is daarom alleen gericht op energietransitie. Om de samenhang te borgen, brengen we onderwerpen als klimaatadaptatie en circulariteit onder in de bredere opgave duurzaamheid.
Onze ambitie als gemeente is om in 2040 klimaatneutraal te worden. Onderdeel van die ambitie is dat we streven naar een energieneutraal Hoorn. De energie die we verbruiken is volledig duurzaam. We zetten ook stappen om te besparen op elektriciteit. We gaan onze huizen op andere manieren verwarmen. Dit draagt allemaal bij aan minder CO2-uitstoot. Dit programmaplan geeft de raad en college geeft inzicht in de route die we als gemeente volgen in de periode 2023-2026 om de doelen op het gebied van energietransitie te bereiken. Het beschrijft de acties die we voor de energietransitie uitvoeren. Daarmee is het ook de basis voor verantwoording over de inspanningen die we doen. Het programma zelf is afgebakend in tijd. In 2026 kijken we of aanpassing van dit programmaplan nodig is.
3.1.2 Klimaatakkoord betekent aanscherping doelen energietransitie De doelen in het Klimaatakkoord zijn door het kabinet aangescherpt1. De gemeente krijgt er daarmee nieuwe taken bij.
We zien drie ontwikkelingen die maken dat het huidige programmaplan, dat gold voor de periode 2018-2022, aan actualisering toe is: de ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, aanscherping van de doelen van het Klimaatakkoord en de ambitie van de gemeente om “meer stad te worden”. We lichten ze hieronder toe.
1
De doelen vanuit het Klimaatakkoord zijn: • 100% duurzaam opgewekte energie in 2050 • CO2-uitstoot met 55% verminderd in 2030 • Aardgasvrij gebouwde omgeving in 2050 Deze doelen hebben we vertaald naar de doelen voor de gemeente Hoorn in 2026, met een doorkijk naar de doelen voor 2030 en 2040. Die doelen hebben we in onderstaande tabel opgenomen. In hoofdstuk 5 lichten we deze verder toe.
https://www.klimaatakkoord.nl/
6
Rijk 2050 CO2-neutraal
3.1.3 Energietransitie als voorwaarde om “meer stad te worden” Hoorn wil meer stad worden2. Dat is een keuze om nieuwe ontwikkelingen te starten om de gemeente nog aantrekkelijker te maken. We voorzien een groei van het aantal woningen en voorzieningen. De eisen voor nieuwbouw gaan naar verwachting verder omhoog. Bijvoorbeeld voor energiebesparing. Daar moeten we rekening mee houden3. De groei van de stad maakt het nog belangrijker om te werken aan bereikbaarheid en duurzame mobiliteit.
Hoorn 2040 CO2-neutraal
Rijk 2030 55% CO2-vermindering warmte 22%
opwek 57%
besparing 13%
Vanwege de plannen voor het toevoegen van meer woningen en voorzieningen tot 2030, is het noodzakelijk om nu al na te denken over hoe straks in de energiebehoefte wordt voorzien. Onderstaande infographic geeft weer hoe het programma energietransitie bijdraagt aan “meer stad worden”.
Hoorn 2026 33% CO2-vermindering warmte 14% woningen aardgasvrijgereed
duurzame opgewekte energie 31%
besparing op elektriciteit 9%
Plan duurzame bron
Programma Energietransitie
De optimale energiemix
de balans tussen energievraag en energielevering Bijdrage aan Opgave Meer Stad Worden
Opgave Meer Stad Worden
Bedrijven
Mobiliteit
Hoorn
Nieuwbouw
Energie uitwisseling
Circulaire bouw
Bestaande bouw
Netwerkcongestie
Collectief & individueel
Overbelasting & tekorten
Opgave duurzame leefomgeving
Klimaatneutraal 2040
Energie Besparen
Aardgasvrij
a
m Program
e Duurzam Stad
Figuur 1 Focus 2023- 2026 2 3
Zie Omgevingsvisie Hoorn, versie 1 december 2021 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/06/01/beleidsprogramma-versnelling-verduurzaming-gebouwde-omgeving
7
De energievraag stijgt. Het uitbreiden van de energie-infrastructuur vraagt ruimte. De oplossingsroute die we kiezen is om de duurzame energievoorziening zoveel mogelijk collectief te organiseren4 om de energietransitie mogelijk te maken. Collectieve oplossingen vragen minder ruimte dan de optelsom van individuele oplossingen en verminderen de piekvraag.
3.2
Onderwerpen die gaan over energie, maar niet bijdragen aan het realiseren van de transitie, vallen ook buiten de scope. Daarom brengen we energiearmoede in een apart project onder. Wel levert het programma kennis over energiebesparing en subsidiemogelijkheden voor het project energiearmoede. Inzet in de regio voor energietransitie binnen scope Er zijn weinig aspecten van het duurzaamheidsbeleid die we alleen in Hoorn kunnen ontwikkelen en uitvoeren. Dit geldt dus ook voor de energietransitie. De komende periode wordt vooral ingezet op energiebesparing en andere vormen van verwarming (van het aardgas af). Dit zijn onderdelen waar de gemeente zelf binnen de energietransitie de meeste invloed op heeft.
Totstandkoming programmaplan
Bij het opstellen van dit programmaplan, hebben we gebruik gemaakt van de evaluatie van het vorige plan. Dit hebben we in februari 2023 aan de raad aangeboden. De hoofdlijnen van die evaluatie hebben we opgenomen in dit programmaplan. Daarnaast hebben we gebruik gemaakt van deskundigheid uit onze organisatie. De directie en het college hebben in meerdere bijeenkomsten richting gegeven aan dit programmaplan.
De doelen voor duurzaam opwekken van energie willen we in en met de regio realiseren. De volledig vraag naar energie kunnen we niet op eigen grondgebied opwekken. Het stimuleren van bedrijven en particulieren om opwek te realiseren en slimme oplossingen, zoals zonnepanelen boven parkeerplaatsen, zijn niet toereikend. De inspanning die we doen in de regio om de energietransitie in Hoorn te realiseren, valt binnen de scope van dit programmaplan.
Bij het opstellen van dit programmaplan hebben we de inzichten uit de Leidraad Programmatisch Werken toegepast. De opbouw van dit programmaplan bevat de elementen uit de leidraad (visie, doelen, afbakening). De besturing en organisatie van het programma sluit aan bij de ‘best practices’ zoals die we in Hoorn hebben ontwikkeld.
3.3
Vertalen, ontwikkelen en monitoren binnen scope, uitvoering buiten scope De programmaorganisatie en de teams leveren beiden een bijdrage aan de doelen. We volgen de uitgangspunten van de Leidraad Programmatisch Werken voor de rolverdeling tussen programma en lijn. Het programma gaat over het vertalen van landelijke ontwikkelingen naar Hoorn. We ontwikkelen daarvoor initiatieven en projecten en we volgen hoe het met deze projecten gaat (monitoren). We starten een proefproject, als het nodig is om eerst iets uit te proberen. We zorgen voor een goede overdracht naar de lijnorganisatie, die de daadwerkelijke uitvoering gaat doen. Concreet betekent de rolverdeling
Scope programma energietransitie
In deze paragraaf geven we aan waar dit programma wel en waar het programma niet over gaat. Klimaatakkoord is leidend, scope is energietransitie Het klimaatakkoord (inclusief intensiveringen) en het coalitieakkoord zijn leidend voor dit programmaplan, dat zich richt op de energietransitie. In hoofdstuk 5 gaan we dieper in op de doelen en taken voor de komende planperiode die uit deze akkoorden voortkomen. Onderwerpen die niet gaan over energietransitie vallen, zoals eerder aangegeven, buiten de scope van dit programma.
4
https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-binnenlandse-zaken-en-koninkrijksrelaties/documenten/ kamerstukken/2022/06/01/aanbiedingsbrief-beleidsprogramma-versnelling-verduurzaming-gebouwde-omgeving en https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/07/15/voortgang-wet-collectieve-warmtevoorzienig
8
3.4
dat de programmaorganisatie kijkt naar slimme oplossingen om knelpunten op het energienet te voorkomen, de zogenoemde energiecongestie. Binnen het programma kijken we naar de mogelijkheden om de gevolgen van de toekomstige energievraag in beeld te brengen. We brengen in beeld wat dit betekent voor de ontwikkelingen om meer stad te worden. De verantwoordelijkheid van de lijnorganisatie is uitbreiding van het energieinfrastructuur-netwerk. Dit valt buiten de scope van het programma.
Leeswijzer
De opbouw van dit programmaplan volgt onderstaande cyclus. We beginnen met de evaluatie van het vorige programmaplan in hoofdstuk 4. De kaders en randvoorwaarden waarover de raad heeft besloten, de resultaten en geleerde lessen vormen de basis voor dit programmaplan. In hoofdstuk 5 gaan we in op de doelen en acties. Hoofdstuk 6 beschrijft de manier waarop we de doelen willen monitoren, waarmee de cyclus rond is. Tot slot komt in hoofdstuk 7 de organisatie van het programma aan bod.
Hoofdstuk 5
Bijstellen Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 6
9
Monitoren en evalueren
Plannen maken Uitvoeren Hoofdstuk 5
4
Vertrekpunt
4.1
4.2
Inleiding
Wat hebben we bereikt?
We hebben al veel bereikt. Onderstaande figuur geeft een beeld van de resultaten. Een uitgebreidere toelichting op de afzonderlijke doelen is opgenomen in de bijlage.
Met dit programmaplan bouwen we verder op de ervaringen van de afgelopen vier jaar. In dit hoofdstuk komen de belangrijkste resultaten uit die evaluatie aan bod, zover ze het thema energietransitie betreffen. Daarnaast hebben we enkele geleerde lessen opgenomen.
4.3 Lessen programmaorganisatie 2018-2022 We vatten onze ervaringen samen in vijf lessen, die lichten we hieronder toe. We geven aan hoe we deze lessen verwerken in de organisatie en aanpak van het programma energietransitie.
Bijstellen Monitoren en evalueren
Plannen maken Uitvoeren
urzame rzame stad stad
ma mma
Hoofdstuk 4
Doelstellingen Doelstellingen Duurzame Duurzame opgewekte opgewekte energie energie 6% 6%
23%23%
Laatste Laatste standen standen DoelDoel 150.000 150.000 #zonnepanelen #zonnepanelen
2022 2022
2018 2018
-15% -15%
-49% -49% (oude (oude doelstelling) doelstelling) + ) +) -55% -55% (huidige (huidige doelstelling doelstelling
2022 2022
2030 2030
+Sinds+Sinds Rijksoverheid Rijksoverheid Beleidsprogramma Beleidsprogramma Klimaat Klimaat (juli 2022) (juli 2022)
Verduurzaming Verduurzaming vanvan woningen woningen 2022 2022 4400 4400 woningen woningen verduurzaamd verduurzaamd
2022 2022
NietNiet gehaald gehaald
2016
2022 2022** 2022**
2017 2016 2018 2017 2019 2018 2020 2019 2021 2020 2022 2021
-27,5% -27,5% t.o.v.t.o.v. 2016 2016 Totaal Totaal 168.270 168.270 ton ton CO2CO2 uitstoot uitstoot in 2020* in 2020*
Doel behaald Doel behaald
2020* 2020*
>4500 >4500 woningen woningen verduurzaamd verduurzaamd 201820182022*** 2022*** 3040 3040 kleine kleine energiebesparende energiebesparende maatregelen maatregelen (RREW)*** (RREW)*** >4000 >4000 bewoners bewoners actief actief geinformeerd*** geinformeerd***
Doel Doel behaald behaald
Energiebesparing Energiebesparing -5%-5%
120.000** 120.000**
2020* 2020*
2030 2030
Extra Extra Doel:Doel: 150.000 150.000 zonnepanelen zonnepanelen op Hoornse op Hoornse daken daken
CO2 CO2 Uitstoot Uitstoot
DoelDoel 10%10% 23%23%
57%57%
-13% -13%
2030 2030
Circulaire Stad Circulaire Stad
-Kansen -Kansen voorvoor Circulaire Circulaire economie economie in beeld in beeld in deineigen de eigen organisatie organisatie en bedrijven. en bedrijven. -Een-Een route route uitgestippeld uitgestippeld voorvoor Circulair Circulair Hoorn. Hoorn.
Klimaatadaptieve Stad Klimaatadaptieve Stad
- Een - Een klimaatstresstest klimaatstresstest uitgevoerd uitgevoerd in 2019. in 2019.
Totaal Totaal 3367 3367 Terajoule Terajoule -9,4% -9,4% energieconsumptie energieconsumptie in in 2020* 2020* 2020* 2020*
Doel behaald Doel behaald
- Uitvoeringsplan - Uitvoeringsplan Circulaire Circulaire Hoorn Hoorn 202120212024 2024 met met acties acties naarnaar klimaatneutraal klimaatneutraal Hoorn Hoorn 2040. 2040. - Circulair - Circulair Westfriesland, Westfriesland, met met weekweek van van de de circulaire circulaire economie economie
10Doel Doel behaald behaald
- Klimaatstresstest - Klimaatstresstest uitgevoerd. uitgevoerd.
Les 1: d uurzaamheid inclusief energietransitie vraagt om brede inzet en meer verbinding De inzet vanuit het programma heeft ertoe geleid dat we beter weten wat we moeten doen om de gemeente te verduurzamen. Vanuit het programma hebben we veel initiatieven gestart. Dat heeft ook een nadeel. Andere teams hadden minder betrokkenheid bij duurzaamheid. Dat is misschien een compliment voor de inzet van het programmateam, maar vanuit de inhoud minder wenselijk. Immers: duurzaamheid raakt alle disciplines en is niet een onderwerp dat zich apart laat zetten.
Les 3: slim omgaan met capaciteit Vraagstukken op het gebied van duurzaamheid vragen veelal om (boven) regionale oplossingen. Regio Westfriesland is voor ons een belangrijk samenwerkingsverband om kennis te delen op gebied van energietransitie. We blijven daarom investeren in de samenwerking met de regio en daarbuiten, passend bij de verantwoordelijkheid die Hoorn als centrumgemeente heeft. We hebben echter ook gemerkt dat de bijdrage aan de regio een beroep doet op dezelfde capaciteit die we intern nodig hebben. We zullen daarom aan de voorkant nog nadrukkelijker afstemmen wat collegagemeenten wel en niet van ons kunnen verwachten. We geven in de regio aandacht aan onderwerpen als energie-infrastructuur, warmte/aardgasvrij en duurzame opwek. Vooral voor het bereiken van het doel voor duurzame opwek zijn we, zoals eerder aangegeven, afhankelijk van de regio.
Onze uitdaging voor het vervolg in het programma energietransitie is dus meer gezamenlijk uitvoering te geven aan het duurzaamheidsbeleid. Een belangrijke stap die we al hebben gezet, is het inzetten van geld van het programma om kennis en capaciteit direct toe te voegen aan de teams. Bij de Teams Beleid en regie en Realisatie (voorheen Stadsbeheer) hebben we hier nuttige ervaring mee opgedaan.
Les 4: initiatiefkracht blijft nodig, meer oog voor effectiviteit We hebben veel in gang gezet, plannen uitgewerkt met betrokkenen en de raad hierover laten besluiten. We begonnen aanvankelijk met het onderwerp energietransitie, later aangevuld met klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. Uit de terugblik blijkt dat we de tussendoelen grotendeels hebben bereikt. We kunnen echter beperkt aangeven in hoeverre onze inspanningen daaraan hebben bijgedragen. Daar ligt voor de komende periode een uitdaging. We willen meer inzicht krijgen in de effectiviteit van alles wat we op het gebied van duurzaamheid ondernemen, hoe lastig dat soms ook is na te gaan. Dat dient meerdere doelen. We kunnen duidelijker verantwoorden waar de investeringen op gebied van duurzaamheid aan bijdragen en we kunnen de raad beter onderbouwde voorstellen voorleggen om prioriteiten te bepalen.
Les 2: o ntwikkelopgave vraagt om wendbare organisatie De ervaring van de afgelopen programmaperiode leert dat niet alle vragen vooraf te voorzien zijn. De opdracht die we als gemeente hebben, kan gedurende de looptijd veranderen. Een eerste voorbeeld is de aanscherping van het Klimaatakkoord. Het doel voor het reduceren van C02 is bijgesteld van 49% naar 55% . Een tweede, nog recenter, voorbeeld is de inzet van het programmateam voor het vraagstuk van netcongestie en energiearmoede. Daarnaast wil onze raad dat Hoorn ‘meer stad wordt’ en worden er de komende jaren meer woningen gebouwd. De verwachting is dat de beweging van Hoorn van beheer- naar beheeren ontwikkelgemeente (nog) meer dynamiek brengt. Dit doet een beroep op de wendbaarheid van zowel programma- als lijnorganisatie. Die wendbaarheid komt tot uitdrukking in het aanpassen van de (programma)structuur, de inzet (omvang, competenties van medewerkers) en het vermogen om snel te leren. 5 6
Ten opzichte van het referentiejaar 1990 https://www.rijksoverheid.nl/regering/samenvatting-coalitieakkoord
11
4.4
Les 5: eigen communicatiekanaal vanuit gemeente past beter bij behoefte Lange tijd was Puur Hoorn het duurzaamheidsplatform van de gemeente Hoorn, met een eigen huisstijl en website. Het doel was om inwoners kennis te laten maken met het thema duurzaamheid en de kennis en betrokkenheid bij dit thema te vergroten. Dit is gedaan door het laten zien van lokale en gemeentelijke acties, evenementen en initiatieven via de website, facebook en nieuwsbrieven. Ook andere partijen konden zich aansluiten en communiceren onder de vlag van Puur Hoorn. In de praktijk is dat nauwelijks gebeurd en was Puur Hoorn vooral afzender van de duurzaamheidscommunicatie van de gemeente.
De kern van dit hoofdstuk
De doelen die we ons als gemeente gesteld hadden, hebben we grotendeels bereikt. We hebben daar bovenop nog aanvullende inspanningen kunnen doen. Terugkijkend, zien we vijf lessen voor de toekomst. Die lessen leiden tot aanpassing van de organisatie en aanpak van het programma energietransitie: zie hiervoor hoofdstuk 6 en 7. In het volgende hoofdstuk gaan we in op de doelen die we stellen voor de periode 2023-2026.
4.3.1 Hoe vertalen we deze lessen naar de organisatie en aanpak van het programma energietransitie? • We maken afspraken met teams hoe zij bijdragen aan de doelen van de energietransitie, zodat we hier meer gezamenlijk werken; • We passen de programmastructuur aan, met onder meer rollen die gericht zijn op leren; • De verantwoordelijkheid voor het maken van afspraken in de regio beleggen we bij de programmamanager; • We investeren in instrumenten en methodieken gericht op monitoring; • We stellen de communicatiestrategie bij.
12
5 Doelen en strategie duurzaamheid 2023-2030 5.1 Inleiding: “wat” naar “hoe”, van “denken” naar “doen” We zetten in op de ambitie om in 2040 energieneutrale stad te zijn. In de afgelopen jaren hebben we kaders en randvoorwaarden gecreëerd. We hebben een beter beeld van wat ons te doen staat en waarom dat nodig is. Daar waar het bij de start zoeken was waar we moesten beginnen, zijn we die prilste fase van pionieren nu voorbij. Er is een programmaorganisatie en de raad heeft besloten structurele middelen beschikbaar te stellen. We hebben bovendien ervaring opgedaan in een reeks van projecten en initiatieven7.
Hoofdstuk 5
Bijstellen Monitoren en evalueren
Hoofdstuk 5
Rijk 2050 CO2-neutraal Hoorn 2040 CO2-neutraal
Dat is dus waar het programma op kan worden aangesproken: het nemen van initiatieven en ontwikkelen van oplossingen om die doelen te bereiken, deze over te dragen aan de teams en de doelen te monitoren.
Rijk 2030 55% CO2-vermindering warmte 22%
In dit hoofdstuk lichten we de doelen toe. We geven aan welke taken we daarvoor vanuit het klimaatakkoord moeten uitvoeren. We werken dit uit in een overzicht van activiteiten. In het volgende hoofdstuk gaan we in op de wijze waarop we deze doelen gaan monitoren.
opwek 57%
besparing 13%
Hoorn 2026 33% CO2-vermindering warmte 14% woningen aardgasvrijgereed
Doelen en taken
In het inleidende hoofdstuk hebben we de doelen uit het Klimaatakkoord benoemd en vertaald naar doelen voor Hoorn: 7
Uitvoeren
Figuur 2 Van plannen naar uitvoeren en monitoren
In dit plan leggen we meer dan voorheen de nadruk op “doen”: hoe gaan we die doelen voor de energietransitie bereiken. Zo gaan we op basis van de Transitievisie warmte en de ervaringen met het warmtenet in Kersenboogerd, stevig inzetten op wijkuitvoeringsplannen (WUP). Hierin geven we concreet aan hoe we onze wijken aardgasvrij maken door over te stappen naar duurzame manieren van verwarmen en koken. Om te zien of we op de goede weg zijn, besteden we daarnaast meer aandacht aan het monitoren van onze activiteiten. Als we de activiteiten goed volgen, kunnen we ook tussentijds bijstellen.
5.2
Plannen maken
Plan duurzame bron
Zie evaluatie programmaplan 2018-2022, aangeboden aan de raad dd.
13
duurzame opgewekte energie 31%
besparing op elektriciteit 9%
De doelen die we gesteld hebben, vloeien voort uit landelijke afspraken. Het bereiken van deze doelen in Hoorn is afhankelijk van veel factoren. Die liggen daarmee deels buiten de invloed van de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan het effect van de energieprijs op het verbruik.
70% van de elektrische energievraag duurzaam in te vullen. De genoemde 57% in 2030 moet dus zonder interventie te halen zijn. We handhaven de doelstelling en zullen dus vooral inzetten op een regionale aanpak, door het RES-bod (Regionale Energiestrategie) in te vullen. Daarmee kunnen we voldoen aan de doelen die landelijk gesteld zijn.
Het belangrijkste doel waarop we willen sturen is de reductie van CO2-uitstoot, vanwege het effect op de opwarming van de aarde. Vermindering van de CO2-uitstoot is het resultaat van een reeks van maatregelen op drie thema’s: gebouwde omgeving, duurzame opwek en mobiliteit. We gaan in beeld brengen wat het effect van maatregelen is op de CO2-uitstoot (zie hoofdstuk 6). We kunnen dan inzetten op maatregelen die het meest effectief zijn.
Het doel voor warmte is naar verwachting haalbaar. Naar rato van landelijke doelstellingen moet 22% van de woningen aardgasvrij-gereed zijn, wat ongeveer 14% in 2028 betekent. Dit is ook een voorwaarde voor het uitbreiden van warmtenetten. Het is ook een voorwaarde om de groei mogelijk te maken van het aantal woningen die geheel via elektriciteit in hun warmte voorzien. Het gaat om circa 7000 woningen van de totale woningvoorraad van ruim 32000 woningen in Hoorn. Circa 2000 woningen worden aangesloten op een warmtenet, met mogelijk nog 500 in een volgende fase. De 4500 overige woningen zijn aardgasvrij-gereed. Dat betekent dat deze zo goed geïsoleerd zijn dat ze geschikt zijn voor andere vormen van verwarming dan aardgas8.
Het doel voor duurzame opwek gaat over zowel over de omschakeling van particulieren, als de grootschalige initiatieven voor zonneweides en windmolenparken. Het doel voor duurzame opwek is binnen Hoorn moeilijk te realiseren, zoals we eerder aangaven. Hoorn heeft weinig ruimte voor grootschalige initiatieven. Landelijk is het doel om
Figuur 3 Taken volgend uit Klimaatakkoord Gebouwde omgeving 1. Opstellen wijkuitvoeringsplannen 2. Uitvoering wijkuitvoeringsplannen 3. Samenwerking woningcorporaties en VvE’s 4. Vergunning, Toezicht en Handhaving 5. Gemeentebrede communicatie en energieloket 6. Verduurzaming eigen vastgoed 7. Verduurzaming maatschappelijk vastgoed 8. Verduurzaming overige utiliteitsbouw 9. Monitoren en herijken TVW Aanvullende taken 10. Stimulering ontwikkeling duurzame bronnen 11. Stimulering verduurzaming particuliere woningeigenaren
8
Duurzame opwek 1. Monitoren en herijken RES 2. Vergoeden planschade 3. Stimuleren zonneweides 4. Stimuleren windparken Aanvullende taken 5. Stimuleren zon op dak
... en doorgaan met: • RES bod • Transitievisie Warmte • Mobiliteitsplan
Mobiliteit 1. Onderzoeken energiebehoefte laadinfrastructuur 2. Aansluiten bij de regionale aanbesteding voor laadinfrastructuur 3. Opstellen regionaal programma emissieloos in 2030 4. Vormgeven zero-emissiezones 5. Handhaven zero-emissiezones 6. Extra aanpassen stedelijke infrastructuur 7. Stimuleren deelconcepten 8. Verduurzamen eigen mobiliteit 9. Klimaatneutraal inkopen Grond, Weg- en Waterwerken 10. Handhaven CO2-norm mobiliteit Aanvullende taken 11. Stimuleren verduurzaming logistiek
De landelijke norm NTA 8800:2023 is de methode om de energieprestatie van gebouwen te bepalen en dus ook of ze aardgasvrij gereed zijn.
14
5.2.1 Taken In de regio Westfriesland hebben we bovenstaande doelen uitgewerkt in taken binnen de drie genoemde thema's. De uitvoering van deze taken draagt bij aan het realiseren van bovengenoemde doelen voor de energietransitie, ontleend aan het Klimaatakkoord. Figuur 3 bevat een overzicht van de taken.
Voor het bereiken van onze doelen, zetten we verschillende instrumenten in. Hoe we dit willen ondersteunen met communicatie, beschrijven we in onderstaande communicatiestrategie.
We zijn met een aanzienlijk deel van de taken actief aan de slag, vooral binnen de thema’s gebouwde omgeving en duurzame opwek. Binnen het thema gebouwde omgeving gaat het om taken als het verduurzamen ons eigen vastgoed. De renovatie van het stadhuis is daar een voorbeeld van. Ook werken we aan de herijking van de Transitievisie Warmte (TVW) en stimuleren we particuliere woningeigenaren om te verduurzamen. Binnen het thema duurzame opwek krijgt de herijking van de Regionale Energiestrategie (RES) aandacht en het stimuleren van zon op dak.
5.3.1 Uitgangspunten en doelen De energietransitie behoort tot de grootste opgaven van de gemeente Hoorn. Daarom is de koers: de gemeente Hoorn is afzender van de duurzaamheidscommunicatie. Dit is duidelijker voor inwoners. Immers, zij verwachten van de gemeente-informatie over verduurzaming en de subsidies die hiervoor beschikbaar zijn. Dit betekent ook dat we landelijke en regionale campagnes over programmathema’s, als het relevant is, gebruiken. Maar altijd vertalen naar en communiceren vanuit de gemeente Hoorn.
5.3
Communicatiestrategie
5.2.2 Programmastrategie: hoe gaan we de doelen bereiken Kenmerkend voor de energietransitie is het grote aantal belanghebbenden, de veelheid aan thema’s waar de energietransitie op ingrijpt en de ontwikkelingen die elkaar opvolgen. De programmastrategie heeft daarom drie kernpunten: 1. Samen aan zet: de energietransitie vraagt inzet van inwoners, bedrijven en medeoverheden. We besteden daarom veel aandacht aan wijkuitvoeringsplannen, waarin we per wijk aangeven hoe we overgaan naar duurzame oplossingen voor warmte. We richten ons nadrukkelijk op samenwerking in de regio om duurzaam opwekken van energie te realiseren9. 2.
eren en ontwikkelen: L we zetten in op het versterken van monitoring en evaluatie om te leren over de instrumenten en aanpakken die wel en niet werken en gericht bij te kunnen sturen.
3. Ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen: onder andere de maatschappelijke vragen, het rijks- en lokale beleid en de technische mogelijkheden zorgen voor voortdurende dynamiek en de noodzaak om hier vanuit het programma op in te kunnen spelen.
9
Zie onder andere het onderzoek naar gezamenlijk uitvoeren van taken (Capaciteitsonderzoek Klimaatakkoord, 2021)
15
5.3.2 Communicatie en participatie rondom plannen en uitvoering Participatie en communicatie zijn maatwerk en ondersteunend aan de inhoudelijke doelstellingen. We zetten participatie en communicatie in om inwoners/ stakeholders te betrekken en te informeren zoals bij het opstellen van wijkuitvoeringsplannen. Hierbij hebben we duidelijk voor ogen wat het doel: is dat draagvlak vergroten of input ophalen bij een bepaalde groep? Of samen een plan uitwerken of uitvoeren? Het stappenplan participatie van de gemeente is een handig hulpmiddel voor projectleiders die participatie inzetten.
Met de programmacommunicatie hebben we de volgende doelstellingen: • Het toelichten van het nut en de noodzaak van de opgave voor de energietransitie (“wat is er aan de hand?”). • Het bieden van handelingsperspectief aan inwoners voor de thema’s van dit programma. De komende jaren wordt dat steeds meer maatwerk. Een aandachtspunt daarbij is de paradox die zich nu voordoet. Inwoners zijn aan de slag met verduurzaming, bijvoorbeeld via zonnepanelen. Er is toenemende drukte op het energienet: niet alles kan (meer), oplossingen als zonnepanelen (“all electric”) liggen vanwege energiecongestie minder voor de hand. Informatie over het belang van collectieve oplossingen en de inzet op besparingsmaatregelen zullen daarom naar verwachting een prominentere plek krijgen in de communicatie. • Het handelingsperspectief is drieledig: 1. Inwoners informeren welke maatregelen zij kunnen nemen (bijvoorbeeld fysiek aan hun huis). Hiervoor verwijzen we inwoners voor het thema energie naar het Duurzaam Bouwloket van de gemeente. Dit wordt meer maatwerk zodra we in een wijk met een wijkuitvoeringsplan aan de slag gaan. 2. Inzet op gedragsverandering: het aanpassen van het gedrag van inwoners levert een bijdrage aan de duurzaamheidsopgave. Hiervoor ontwikkelen we campagnes of sluiten we aan bij campagnes van anderen.
Voor energie gaat het om de campagne ‘Energie besparen is waardevol’ 3. Inwoners informeren over welke subsidiemogelijkheden zijn er (landelijk, provinciaal, gemeentelijk). Ook hiervoor verwijzen we naar het Duurzaam Bouwloket. • Inwoners informeren wat we als gemeente bijdragen aan de energietransitie.
5.3.3 Jaarplan communicatie Op basis van de inhoudelijke jaarkalender en de strategische communicatie-uitgangspunten maken we jaarlijks een jaarplan communicatie. Hierin staat welke communicatie-activiteiten we op programmaniveau inzetten en wat er nodig is aan inzet van communicatie op de inhoudelijke activiteiten van het programma.
5.4
De kern van dit hoofdstuk
In dit hoofdstuk hebben we de doelen uitgewerkt en aangegeven welke taken we uit gaan voeren om deze te bereiken. Deze komen voort uit het klimaatakkoord. Belangrijk voor de aanpak is dat we samen met anderen werken aan de doelen, aandacht hebben voor leren en ontwikkelen en ruimte hebben om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. We verwachten het bestuur keuzes voor te leggen om de ambities voor de energietransitie verder in te vullen en over de financiering. In het volgende hoofdstuk geven we aan hoe we de inspanningen en de resultaten willen meten en volgen.
16
6 Duurzame stad als ontwikkelopgave: monitoren en leren 6.1
Inleiding
6.2 Monitoren doelen op basis van landelijke gegevensbronnen
De energietransitie vergt een inspanning, zowel in capaciteit als in middelen. De benodigde capaciteit zal naar verwachting in de komende jaren toenemen. Dat blijkt uit onderzoek van Berenschot, dat voor de hele regio Westfriesland is uitgevoerd10. Een belangrijke vraag is of en in welke mate die inspanning bijdraagt aan het realiseren van de doelen. Die vraag is ogenschijnlijk eenvoudig, maar in de praktijk hebben we de afgelopen jaren gemerkt dat die niet altijd even makkelijk te beantwoorden is.
We maken gebruik van landelijke gegevensbronnen voor het verzamelen van informatie. De gemeente Hoorn gebruikt de klimaatmonitoring van de rijksoverheid voor de data over energie en uitstoot. Gegevens over energieverbruik, hernieuwbare energie en CO2-uitstoot lopen achter op de werkelijkheid11. Het duurt soms tot twee jaar voordat landelijk alle gegevens beschikbaar zijn, dit geldt bijvoorbeeld voor gegevens over CO2-uitstoot en energieverbruik van Verkeer en vervoer. Dat betekent dus ook dat totaalgegevens over energieverbruik, hernieuwbare energie en CO2-uitstoot niet eerder berekend kunnen worden. In de bijlage geven we aan welke bronnen we gebruiken voor het beoordelen van de effectiviteit en aanpak.
Toch willen we de voortgang van het programma zo goed mogelijk volgen. Deze monitoring geeft, naast inzicht in de mate waarin we de doelen bereiken (wat), informatie over de aanpak (hoe). We kunnen bijsturen en lessen trekken voor toekomstige programma’s. We blijven streven naar steeds meer datagedreven werken. Hoe beter de informatie, des te beter we keuzes kunnen maken welke maatregelen het meest effectief zijn. Vanuit het programma richten we ons op ontwikkeling en verbetering van monitoringsinstrumenten. In dit hoofdstuk schetsen we welke instrumenten we inzetten.
Bijstellen
Hoofdstuk 6
10 11
Monitoren en evalueren
6.3 Monitoren door inschatting impact per maatregel Het belangrijkste doel waarop we willen sturen is de reductie van CO2-uitstoot, vanwege het effect op de opwarming van de aarde. Dit cijfer wordt door veel factoren beïnvloed. Het is vrijwel onmogelijk om het effect per maatregel af te leiden uit openbare (CBS) data. Daarom zullen we op een andere manier moeten bepalen wat de impact is van de maatregelen die we nemen.
Plannen maken
De werkwijze die we daarbij volgen is dat we zowel voor- als achteraf een zo goed mogelijke inschatting maken van de impact op de CO2-vermindering. Bijvoorbeeld: we doen project X omdat dit zoveel woningen aardgasvrij oplevert tegen X kilo CO2-vermindering. Daarmee krijgen we toch inzicht in de bijdrage van afzonderlijke maatregelen en kunnen we bepalen welke maatregelen in de Hoornse situatie het meeste effect sorteren.
Uitvoeren
Startmemo West-Friesland, Berenschot, september 2022 Zie bron: Berekening gegevens (databank.nl)
17
Ontwikkelen maatregel
Berekening vooraf verwachte bijdrage CO2vermindering
Berekening vooraf verwachte bijdrage CO2vermindering
Meten achteraf verwachte bijdrage CO2vermindering
Bijstellen
Figuur 4 Beoordelen bijdrage maatregelen aan CO2-vermindering
6.4
Rapporteren en leren
•
We willen meer dan alleen monitoren van gegevens: naast inzicht is het waardevol als ze leiden tot verdere verbetering. Daarvoor zetten we de volgende instrumenten in: • We verzorgen regelmatige rapportages over de voortgang, waarvoor we een format ontwikkelen. Die worden besproken in de overlegstructuur, die in het volgende hoofdstuk is uitgewerkt. Naast informeren, is een belangrijke functie van die rapportages om te leren over verbetering van de aanpak van het programma. • We organiseren regelmatig werkconferenties of -sessies, waarin leren en ontwikkelen over het programma centraal staat. Vanuit het programmateam leggen we verbinding breder in de organisatie: we delen de lessen en betrekken experts bij onze werksessies. We maken gebruik van de kennis in de regio, bijvoorbeeld via de Westfriesland Academie.
We maken gebruik van methodieken om kortcyclisch, stapsgewijs leren te ondersteunen (agile technieken) waar dit toegevoegde waarde heeft.
6.5
De kern van dit hoofdstuk
In dit hoofdstuk hebben we aangegeven hoe we de inspanningen en de resultaten willen meten en volgen. Naast het gebruik van openbare bronnen gaan we daarvoor onze methodieken verder ontwikkelen. We besteden meer aandacht aan de effectiviteit van maatregelen en wat we kunnen leren van deze informatie voor de aanpak. In het volgende hoofdstuk gaan we in op de organisatie van het programma.
18
7
rganisatie, financiering en O risico’s
7.1
Inleiding
7.2
Onze gemeente gaat meer bouwen en groeit. We zijn niet langer alleen een ‘beheergemeente’, maar worden ook een ‘ontwikkelgemeente’. Het realiseren van de doelen voor de energietransitie vraagt een goed samenspel van de gemeente met alle andere belanghebbenden. Dit terwijl we weten dat niet alles duidelijk en zeker is. Europese regels kunnen zorgen voor nog ambitieuzere doelen dan we nu weten. We weten nog niet wat de meest effectieve manier is om de doelen te realiseren, er is geen vaststaande, bewezen aanpak. Daar zullen we in de organisatie van het programma rekening mee moeten houden.
Organisatie
Het onderwerp energietransitie is in ontwikkeling en bovendien relatief complex door de vele betrokkenen binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. We gaan daarom door met een programmaplan en programmateam. Programmatisch werken brengt samenhang en zorgt voor sturing op de doelen. De taken vragen inzet van de gehele organisatie. Het programmateam richt zich op het vertalen van (nieuwe) landelijke ontwikkelingen naar de uitvoering. Het programmateam neemt initiatief, bijvoorbeeld om onderzoek te doen of om maatregelen te ontwikkelen. Het programmateam start projecten om maatregelen te ontwikkelen, eerder ging het bijvoorbeeld om het ontwikkelen van een warmtenet. Daarnaast is een lid van het programmateam in de regio actief als het gaat om de energietransitie.
Tegelijkertijd weten we ook veel wel. In voorgaande hoofdstukken hebben we de doelen en taken beschreven, waar we als gemeente mee aan de slag gaan in drie thema’s: de gebouwde omgeving, duurzame opwek en mobiliteit. In dit hoofdstuk komt aan bod wat ervoor nodig is om die taken uit te voeren. Ook staan we stil bij de financiering van het programma als een van de randvoorwaarden om dit programma succesvol uit te voeren. Tot benoemen we enkele risico’s en beheersmaatregelen.
Teams en programmateam gaan ook samen aan de slag. Het gaat om onderwerpen die primair bij een lijnafdeling liggen, maar waar de expertise van het programmateam nodig is om de werkwijze in de lijn te ondersteunen. Het programmateam helpt het leren en ontwikkelen in de lijn. Denk bijvoorbeeld aan energiearmoede. Tot slot zijn er onderwerpen die de teams uitvoeren en waar het programmateam alleen monitort om het overzicht te hebben over alle acties op gebied van energietransitie. Denk bijvoorbeeld aan de uitbreiding van de energie-infrastructuur.
Programmateam aan zet • Vertalen • Initiatief nemen • Pilots • Regio
Samen: programmateam en lijnafdeling • Lijn voert uit en stuurt op doelen • Programmateam ondersteunt lijn met kennis en capaciteit, ondersteunen van het leren
Lijn verantwoordelijk • Lijn voert uit en stuurt op doelen • Programmateam monitort
19
7.3
Programmateam
Bij het invullen van het programmateam hanteren we als uitgangspunten: • De programmaorganisatie is zo ingericht dat zij in staat is om de taken en programmastrategie uit te voeren. Ieder van de drie thema’s (besparing, warmte en duurzame energieopwek) heeft daarom een projectmanager. • In het programmateam zijn inhoudelijke kennis geborgd en – vanuit de programmastrategie – competenties gericht op samenwerken en leren en capaciteit om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. • We voegen kennis en capaciteit toe aan teams om hen te ondersteunen bij hun verantwoordelijkheid voor de uitvoering van taken gericht op de energietransitie. Waar nodig geldt dat ook voor andere programmateams (Omgevingswet). • De capaciteit van het programmateam past bij de omvang van de taken. Het eerder genoemde Westfriese onderzoek naar de capaciteit is daarvoor richtinggevend. • In het programmateam borgen we denkkracht, waar nodig organiseren we ook doekracht ten behoeve van alle teams. In de looptijd van dit programmaplan starten we ook met een onderzoek naar de structureel benodigde beleidscapaciteit. • We evalueren regelmatig welke capaciteit en organisatie het beste past voor de taken zoals we die dan voor ons zien.
7.4
College
Ambtelijk opdrachtgever/vz stuurgroep
Programmamanager
Ondersteuning
Projectmanagers
Figuur 5 Sturing programmaorganisatie
De programmamanager is verantwoordelijk voor realiseren van de doelen en aansturen van het programmateam. Hierin zijn projectleiders ondergebracht en diverse ondersteunende functies, zoals communicatie en monitoring. 7.4.1 Coördinatie We onderscheiden de volgende overleggen: • • • •
Sturing en invulling programma
In opdracht van het college, draagt de ambtelijk opdrachtgever/opgavemanager eindverantwoordelijkheid voor dit programmaplan. De ambtelijk opdrachtgever is voorzitter van de stuurgroep. Naast eindverantwoordelijkheid voor de realisatie van de doelen, ziet de ambtelijk opdrachtgever erop toe dat randvoorwaarden geregeld zijn. Hij of zij heeft een doorslaggevende stem bij veranderingen in de doelen en opzet van het programma (scopewijzigingen). De ambtelijk opdrachtgever zorgt dat betrokkenen op strategisch niveau zich houden aan gemaakte afspraken.
Bestuurlijk overleg (1x 2 maanden); Stuurgroepoverleg (1x 2 maanden); Programmateamoverleg (1x 2 weken); Capaciteitsoverleg, waarbij teams en programma bespreken welke inzet nodig is voor de doelen in komend half jaar met een vooruitblik op het half jaar daarna. Centraal staat de vraag hoe we de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk inzetten.
Daarnaast vertegenwoordigen we de gemeente Hoorn in de regio bij diverse overleggen. De projectleiders zijn aanwezig bij de overleggen voor hun discipline, de programmamanager bij de overleggen waar overkoepelende thema’s aan bod komen.
20
7.5
Financiering
De financiering voor het programma bestaat uit twee componenten: 1) Structureel budget voor de opgave Duurzame stad is jaarlijks € 1,5 mln. 2) Incidentele rijksmiddelen voor de extra taken vanuit het Klimaatakkoord, hiervoor is aanvullend € 1,2 miljoen beschikbaar gesteld voor het onderdeel energietransitie. Dit budget is bedoeld voor capaciteit om de extra taken uit te voeren zoals benoemd in het overzicht van taken in hoofdstuk 5. In het organisatieplan werken we dit uit naar de benodigde functies. Uitgangspunten daarbij: a. De inzet van en SISA-verantwoording over de middelen is de verantwoordelijkheid van de programmamanager; b. Middelen kunnen ingezet worden ter versterking en ondersteuning van de lijnorganisatie, voor zover passend binnen de doelen van het programmaplan; c. Middelen voor capaciteit communiceren met de reserve stimulering duurzaamheidsmaatregelen.
7.6
Risico’s
We zien verschillende risico’s, die maken dat het realiseren van de doelen in de knel kan komen. Voor ieder van die risico’s hebben we een beheersmaatregel geformuleerd.
Risico
Beheersmaatregel
Tijdig aantrekken van voldoende en deskundige medewerkers lukt niet als gevolg van krappe arbeidsmarkt
Regionaal overleg over delen en organiseren van capaciteit.
De voorgestelde acties lopen vertraging op (mensen, Monitoren en bijstellen maatregelen en/of ambities middelen) door stuurgroep De voorgestelde acties dragen in onvoldoende mate bij aan het bereiken van de doelen, bijvoorbeeld omdat externe invloeden doorslaggevend zijn in het bereiken ervan (denk bijvoorbeeld aan geopolitieke ontwikkelingen)
Monitoren en bijstellen maatregelen en/of ambities door stuurgroep
Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak voor investeren in energietransitie neemt af
Aandacht voor participatie (communicatiestrategie) en omgevingsmanagement. Tijdig signaleren in voortgangsrapportages en indien nodig plan bijstellen.
Onvoldoende eigenaarschap in de organisatie op het Meer inzet op directe ondersteuning van de thema duurzaamheid (zie ‘lessen’) organisatie vanuit programma Opgavemanager als ambtelijk opdrachtgever/ voorzitter stuurgroep Doelen en/of nieuwe ambities stapelen op
Via monitoring inzichtelijk maken wat nodig is voor bereiken van doelen Regelmatig informeren raad en keuzes voorleggen
21
8 Bijlage: Toelichting op doelen en realisatie (bij H4) 8.1.1 Doel voor hernieuwbare energie wordt waarschijnlijk niet gehaald In 2020 was er totaal 180TJ aan hernieuwbare energie opgewekt in de gemeente Hoorn. Dit was 5,3% van de totale energie die in dat jaar verbruik is. Daarnaast produceerde HVC in 2020 ook duurzame energie voor 5,3% van de totale energieverbruik van de gemeente Hoorn. Daarmee is de hernieuwbare energie voor de gemeente Hoorn 10,6% in totaal. Ook is de groei van zonnepanelen per jaar tot midden 2022 geteld. Uit deze telling kunnen we opmaken dat we het doel van 23% hernieuwbare energie waarschijnlijk niet gehaald hebben.
energiebesparende maatregelen via de RREW en RRE regeling. Denk hierbij aan vervanging van LED lampen of toepassen van radiatorfolie of tochtstrips. Toch is er nog een lange weg te gaan. De overheid heeft het doel voor minder CO2-uitstoot veranderd van 49% naar 55% en dan ten opzichte van 1990. Ook is 2020 door de COVID pandemie een jaar dat anders is dan andere. Daardoor was ook het energieverbruik van bewoners en bedrijven anders dan vorige jaren. Voor de toekomst zal lokaal elektriciteitsverbruik ook toenemen door een toename in elektrisch vervoer en elektrische individuele warmteoplossingen. Aardgasverbruik zal blijven afnemen en het doel blijft voor 2040 een aardgasvrije gemeente te zijn.
8.1.2 Doel zonnepanelen deels gehaald Over de jaren is het aantal zonnepanelen flink gegroeid. Deze groei is alleen de laatste twee jaar niet sterk genoeg om het doel van 150.000 zonnepanelen op de Hoornse daken te halen. Dit kan komen doordat materialen voor zonnepanelen niet zo snel meer naar Nederland komen. Ook zijn er niet genoeg technische mensen om te zonnepanelen kunnen installeren. Daarnaast groeit het aantal elektrische auto’s en duurzame warmteoplossingen zoals warmtepompen. Deze vragen ook meer elektriciteit. Daarom moet er in de toekomst extra hard gewerkt worden om de Hoornse daken die geschikt zijn voor zonnepanelen zo goed mogelijk te benutten.
Ook het doel om 4400 woningen te verduurzamen is gehaald. Het programma duurzame stad heeft dit doel behaald door de jaarlijkse gemeentelijke energiesubsidie en de inzet van Duurzaam Bouwloket. Duurzaam Bouwloket heeft in opdracht van het programma vijf collectieve inkoopacties georganiseerd en nog meer webinars. Ook door hun onafhankelijk en gratis advies door de jaren zijn bewoners energiebesparende maatregelen gaan nemen. Woningcorporatie Intermaris heeft ook een bijdrage geleverd aan het verduurzamen van hun woning voorraad. In 2023 worden ook al de eerste huurwoningen in de Kersenboogerd aangesloten op het warmtenet. Dit zal in de toekomst een belangrijke eerste stap blijven in het doel naar een aardgasvrij Hoorn in 2040.
8.1.3 Doelen voor CO2, verduurzamen woningen en energiebesparing gehaald Woningen isoleren en energie besparen hebben een impact op de CO2-uitstoot in onze gemeente. Het is de gemeente Hoorn gelukt om de doelen voor een besparing op CO2-uitstoot met 15% en energiebesparing van 5% te halen. Dit is al gebeurd in 2020, toen de CO2-uitstoot 27,5% minder was dan 2016 en voor de energiebesparing 9,4%. Het programma Duurzame Stad heeft gezorgd dat er in meer dan 5000 woningen energiebesparende maatregelen gedaan zijn. Daarnaast hebben we meer dan 3000 huishoudens geholpen met kleine
8.2 Realisatie van extra resultaten bovenop gestelde doelen De gemeente Hoorn is verder gegaan op het thema energietransitie dan de doelen van het programma. Met de regio is er intensief samen gewerkt aan het opzetten van de Regionale Energie Strategie (RES 1.0) en verschillende communicatiecampagnes. Ook heeft het programma Duurzame stad op verzoek van andere afdelingen de handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen Hoorn 22
opgesteld. Deze ondersteunt de afdelingen in het delen van de duurzaamheidsambities van Hoorn naar marktpartijen in de bouw. Met dit belangrijke document is er een intern technisch adviseur duurzaamheid aangenomen. Deze adviseur ondersteunt teams nu bij alle technische vragen van projectleiders over duurzaamheid. Ook helpt de adviseur bij onderhandelingen met de markt. Er wordt verwacht dat in de toekomst nog meer kennis en (technische) ondersteuning wordt gevraagd van de afdelingen. Het programma kan hier passende ondersteuning voor geven: op weg naar een zelfstandige organisatie die werkt aan de doelstellingen voor een klimaatneutraal Hoorn 2040.
8.3
In de planperiode was per jaar € 1,5 miljoen beschikbaar voor de gehele opgave duurzaamheid. Circa een derde deel is besteed aan de projecten op gebied van energietransitie, zoals het ontwikkelen van een warmtenet. Een vergelijkbaar deel hebben we besteed aan het ondersteunen van inwoners bij duurzaamheidsmaatregelen, via informatie en subsidiering. Het grootste deel van deze inspanningen was gericht op de energietransitie. De overige middelen zijn gegaan naar andere duurzaamheidsthema’s en naar de organisatie.
februari 2023
aar
Verdeling van kosten Verdeling van dede middelen 30%
30%
6% 27%
Inspanningen en investeringen
■ Energietransitie ■ Circulaire economie ■ Klimaatadaptatie ■ Stimulering, o.a. subsidies ■ Organisatie
7%
we sterk samen. We zijn met name trots op: 💰💰
Energiesubsidie en lening Jaarlijks +/- 300 woningen duurzamer
Duurzaam Ondernemersloket Unieke ondersteuning voor bedrijven
Gluren bij duurzame buren Advies voor en door inwoners regio Alkmaar heeft format overgenomen
Collectieve inkoopacties Duurzaam Bouwloket 23 +500 huishoudens in 5 acties