Bijlage 1 - OEP N307 Landschappelijke inpassing - Voorkeursvariant
Tekst van het document
Potentieel oppervlakte: Aansluiting
0,3 ha Lokaal maatwerklocatie
1,0 ha
OEP N307 Landschappelijke inpassing
65/104
scope optimalisatie verkennen
LEGENDA Opstellingen
BLIK MEDEM N R O O H
Opstelling - dakjes Opstelling - tafels Opstelling - talud
Landschappelijke inpassing Opgaande beplanting Landschappelijke haag Rietkraag
Beleid NNN BPL
LEGENDA
UNESCO
Opstellingen
Overig
Opstelling - dakjes
Aanduiding profiel Scope kansrijk
Opstelling - tafels
Scope afgevallen
Opstelling - talud
Scope aanvulling Scope pilot
Landschappelijke inpassing Opgaande beplanting Landschappelijke haag Rietkraag
Beleid NNN BPL UNESCO Overig Aanduiding profiel Scope kansrijk Scope afgevallen Scope aanvulling Scope pilot
N
N 50
100
150
200
250
66/104
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Perceel bij Zwaagdijk Mits goed ingepast, lenen de percelen tussen de Zwaagdijk en de N307 zich goed voor de inpassing van zon. Het is van belang dat er voldoende ruimte wordt behouden tussen de dorpskern en het zonnepark. De bufferstrook hiertussen kan worden ingezet om een ommetje te maken dat aansluit op het park. In deze uitwerking is het perceel opgesplitst naar de oorspronkelijke kavelmaat. In de overhoeken die onstaan tussen de weg en de opstelling is ruimte voor een landschappelijke inpassing, zoals de hier weergegeven waterpartijen met rietkraag.
Geldende ontwerpregels:
Potentieel oppervlakte:
4.1
3,4 ha
4.4
OEP N307 Landschappelijke inpassing
67/104
LEGENDA Opstellingen Opstelling - dakjes Opstelling - tafels Opstelling - talud
Landschappelijke inpassing
MEDEMBLIK HOORN
Opgaande beplanting Landschappelijke haag Rietkraag
Beleid NNN BPL
LEGENDA
UNESCO
Opstellingen
Overig
Opstelling - dakjes
Aanduiding profiel Scope kansrijk
Opstelling - tafels
Scope afgevallen
Opstelling - talud
Scope aanvulling Scope pilot
Landschappelijke inpassing Opgaande beplanting Landschappelijke haag Rietkraag
Beleid NNN BPL UNESCO Overig Aanduiding profiel Scope kansrijk Scope afgevallen Scope aanvulling Scope pilot
N
N 50
100
150
200
250
68/104
Impressie van een mogelijk zonnepark bij Zwaagdijk, bekenen vanaf de weg.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
69/104
70/104
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Aansluiting Noorderboekert Aansluiting Noorderboekert is een autonoom vormgegeven aansluiting, en gaat dus geen relatie aan met het omliggende landschap. In deze uitwerking is daarom ook gekozen voor een autonome inrichting. De opstelling wordt geplaatst in de waterpartijen aan de zuidzijde van de aansluiting, parallel aan de weg. Om te voorkomen dat aan één van beide zijden zicht ontstaat op de achterzijde van de panelen wordt voor een dakjesopstelling gekozen. Het geheel wordt ingepast met een rietkraag.
Geldende ontwerpregels:
Potentieel oppervlakte:
4.1
1,0 ha
4.3
OEP N307 Landschappelijke inpassing
71/104
LEGENDA Opstellingen Opstelling - dakjes Opstelling - tafels Opstelling - talud
Landschappelijke inpassing Opgaande beplanting
LIK MB AND E D RL ME HTE C E DR
Landschappelijke haag Rietkraag
Beleid NNN BPL
LEGENDA
UNESCO
Opstellingen
Overig
Opstelling - dakjes
Aanduiding profiel Scope kansrijk
Opstelling - tafels
Scope afgevallen
Opstelling - talud
Scope aanvulling Scope pilot
Landschappelijke inpassing Opgaande beplanting Landschappelijke haag Rietkraag
Beleid NNN BPL UNESCO Overig Aanduiding profiel Scope kansrijk Scope afgevallen Scope aanvulling Scope pilot
N
N 50
100
150
200
250
72/104
Impressie van zonnepanelen in aansluiting Noorderboekert.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
73/104
74/104
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Aansluiting Markerwaardweg De aansluiting Markerwaardweg is een bijzondere. De aansluiting bevindt zich op de overgang van het deel van de weg wat haaks staat op de verkaveling en het deel wat parallel ligt aan de verkaveling. In de noordelijke helft van de aansluiting loopt dit verkavelingspatroon door in de vorm van ruime landstrips in een grote waterpartij. Buiten de aansluiting, tussen de N505 en de N307, loopt deze inrichting door. In deze uitwerking volgt de inrichting van zon deze vormgeving. De landstrips worden ingevuld met een opstelling van zon met een inrichting van grofweg zuid georienteerde rijen haaks op de percelen.
Geldende ontwerpregels:
Potentieel oppervlakte:
4.1
4,7 ha
4.2
4.4
OEP N307 Landschappelijke inpassing
75/104
LEGENDA Opstellingen
LIK MB ND DE A ME TERL H C E DR
Opstelling - dakjes Opstelling - tafels Opstelling - talud
Landschappelijke inpassing Opgaande beplanting Landschappelijke haag Rietkraag
Beleid NNN BPL
LEGENDA
UNESCO
Opstellingen
Overig
Opstelling - dakjes
Aanduiding profiel Scope kansrijk
Opstelling - tafels
Scope afgevallen
Opstelling - talud
Scope aanvulling Scope pilot
Landschappelijke inpassing Opgaande beplanting Landschappelijke haag Rietkraag
Beleid NNN BPL UNESCO Overig Aanduiding profiel Scope kansrijk Scope afgevallen Scope aanvulling Scope pilot
N
N 50
100
150
200
250
76/104
Impressie van zon in de aansluiting Markerwaardweg.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
77/104
78/104
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Aansluiting Hoogkarspel/Lutjebroek Deze aansluiting is in principe autonoom ingericht. Maar omdat de weg hier de verkavelingsrichting volgt, doet de opstelling dat ook. Daarom is hier, anders dan bijvoorbeeld aansluiting Grootebroek, gekozen voor een dakjesopstelling. Deze opstelling bestaat uit panelen in oostwest orientatie enzorgt er tevens voor dat er geen zicht is op achterkanten van de opstelling. Aan de oostzijde van de aansluiting wordt de huidige beplanting behouden.
Geldende ontwerpregels:
Potentieel oppervlakte:
4.1
0,9 ha
4.3
OEP N307 Landschappelijke inpassing
79/104
LEGENDA Opstellingen Opstelling - dakjes Opstelling - tafels Opstelling - talud
Landschappelijke inpassing Opgaande beplanting Landschappelijke haag Rietkraag
Beleid NNN BPL
LEGENDA
UNESCO
Opstellingen
Overig
Opstelling - dakjes
Aanduiding profiel Scope kansrijk
Opstelling - tafels
Scope afgevallen
Opstelling - talud
Scope aanvulling Scope pilot
Landschappelijke inpassing Opgaande beplanting Landschappelijke haag Rietkraag
Beleid NNN BPL UNESCO Overig Aanduiding profiel Scope kansrijk Scope afgevallen Scope aanvulling Scope pilot
N
N 50
100
150
200
250
80/104
Impressie van zonnepanelen in aansluiting Hoogkarspel/Lutjebroek
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
81/104
82/104
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Aansluiting Grootebroek Aansluiting Grootebroek is landschappelijk vormgegeven. Dit uit zich in een uitsparing in het perceel in de vorm van een waterpartij, die zich voegt naar de richting van de verkaveling van het omringende landschap. Deze vorm loopt door buiten de aansluiting. Gezien de oriëntatie van de weg is het logisch om te kiezen voor een zuidopstelling. Wel is het hierbij zaak dat de noordzijde van de zuidelijke helft goed wordt afgeplant, met bijvoorbeeld een landschappelijke haag of een rietkraag, om te voorkomen dat er vanaf de weg gekeken wordt op de achterkanten van de panelen.
Geldende ontwerpregels:
Potentieel oppervlakte:
4.1
1,0 ha
4.2
OEP N307 Landschappelijke inpassing
83/104
EC BRO D DE N STE TERLA CH
DRE
LEGENDA Opstellingen Opstelling - dakjes Opstelling - tafels Opstelling - talud
Landschappelijke inpassing Opgaande beplanting Landschappelijke haag Rietkraag
Beleid NNN BPL
LEGENDA
UNESCO
Opstellingen
Overig
Opstelling - dakjes
Aanduiding profiel Scope kansrijk
Opstelling - tafels
Scope afgevallen
Opstelling - talud
Scope aanvulling Scope pilot
Landschappelijke inpassing Opgaande beplanting Landschappelijke haag Rietkraag
Beleid NNN BPL UNESCO Overig Aanduiding profiel Scope kansrijk Scope afgevallen Scope aanvulling Scope pilot
N
N 50
100
150
200
250
84/104
OEP N307 Landschappelijke inpassing
Perceel bij kruising spoorlijn en N505 Ingekaderd door de spoorlijn, een industrieterrein, de N505 en een hoogspanningsleiding, leent dit perceel zich goed voor de inpassing van zon. De inrichting volgt de verkavelingsrichting en respecteert de watergang met een bufferafstand en opgaande beplanting, mede door de aanlegplek van de McDonalds aan de noordzijde.
Geldende ontwerpregels:
Potentieel oppervlakte:
4.1
1,2 ha
4.3
OEP N307 Landschappelijke inpassing
85/104
LEGENDA Opstellingen Opstelling - dakjes Opstelling - tafels Opstelling - talud
Landschappelijke inpassing Opgaande beplanting Landschappelijke haag Rietkraag
Beleid NNN BPL
LEGENDA
UNESCO
Opstellingen
Overig
Opstelling - dakjes
Aanduiding profiel Scope kansrijk
Opstelling - tafels
Scope afgevallen
Opstelling - talud
Scope aanvulling Scope pilot
Landschappelijke inpassing Opgaande beplanting Landschappelijke haag Rietkraag
Beleid NNN BPL UNESCO Overig Aanduiding profiel Scope kansrijk Scope afgevallen Scope aanvulling Scope pilot
N
N 50
100
150
200
250
86/104
OEP N307 Landschappelijke inpassing
MEEKOPPELKANS Zonnecarport Zuiderzeemuseum Op de parkeerplaats van het Zuiderzeemuseum ligt een kans om in de lijn van OEP zonnecarports te ontwikkelen. In de huidige situatie is het volledige terrein verhard en wordt dus erg heet in de zomer. Met zonnecarports zou je hier zowel veel energie kunnen opwekken als schaduw creëren voor de auto’s.
Potentieel oppervlakte carport: 0,5 ha
Locatie van de meekoppelkans voor zonnecarports op de parkeerplaats van het Zuiderzeemuseum
OEP N307 Landschappelijke inpassing
87/104
Zicht op de parkeerplaats vanaf de N307
Beeld van de parkeerplaats van het Zuiderzeemuseum
Inspiratiebeeld zonnecarport Jan Wolkershof in Culemborg
88/104
Bijlage
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
89/104
90/104
Visiekaart
NOORD-HOLLANDSE ZONNEKETTING
OEP N307 Landschappelijke inpassing
OEP N307 Landschappelijke inpassing
91/104
92/104
OEP N307 Landschappelijke inpassing
3.2 Noord-Hollandse Zonneketting De Visie voor zonnepanelen langs de A7 en A8 heeft als motto ‘de Noord-Hollandse Zonneketting’. Dit motto benadrukt de kwaliteiten van het typische NoordHollandse landschap met afwisselend droogmakerijen, veenweidegebieden en af en toe stedelijk gebied. De autoweg en het landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Niet alleen fysiek, maar ook visueel. De Visie houdt daarom rekening met deze tweezijdige beleving: vanuit het landschap en vanaf de autoweg.
Eenheid en verscheidenheid
Rijgsnoer en zonnekralen
Buiten het weglandschap van taluds, aansluitingen en verzorgingsplaatsen liggen kansen in de omgeving van de weg. Deze locaties zijn nadrukkelijk geen onderdeel van de Noord-Hollandse Zonneketting en worden verder worden uitgewerkt als lokaal maatwerk, met principes die uit het landschap volgen.
De Noord-Hollandse Zonneketting bestaat uit de autoweg als rijgsnoer door afwisselende (zonne)kralen. Het rijgsnoer (de weg) wordt op enkele plekken aangezet met zon in de vorm van zonnetaluds en zonneschermen die in vormgeving familie van elkaar zijn en die elkaar complementeren, maar alleen daar waar dit geen negatieve impact heeft op het zicht vanaf de weg en vanuit het landschap richting weg. De kwaliteiten van de verschillende autowegen (A8 als Zaanse As en A7 als Pure Route) vormen aanleiding voor variatie in de uitwerking van de Zonneketting. Daar waar de weg langs stedelijke gebieden gaat vormt een aantrekkelijk vormgegeven Zonnescherm de begeleiding langs de weg, waardoor contrasten tussen stad en land worden versterkt. De zonnekralen aan het rijgsnoer bestaan uit compacte zonneparken met duidelijke (groene) afbakening. Deze kralen zijn als zonnepark beleefbaar vanaf de weg. Vanuit het landschap zijn deze kralen eerder zichtbaar als groene eilanden in het Noord-Hollandse landschap.
Beleving vanuit de automobilist Rijdend over de Noord-Hollandse Zonneketting staat de beleving van het afwisselende landschap centraal met contrasten tussen besloten stedelijke randen en open veenweidelandschappen en droogmakerijen. De stedelijke gebieden liggen achter aantrekkelijk vormgegeven zonneschermen. Bij knooppunten en aansluitingen rijdt je echt een zonneknoop binnen: een helder afgebakende en met groen ingepakt zonnepark langs de autoweg. Deze binnenwerelden versterken juist de beleving van het weidse Noord-Hollandse landschap dat zich weer opent buiten de zonneknoop. De weg als Pure Route met een rustig wegbeeld dat niet afleid van het omringende landschap wordt hiermee versterkt.
De inrichting binnen de zonnekralen mag varieren zolang ze duidelijke familie van elkaar zijn en de Zonneketting als eenheid herkenbaar blijft. Heldere ruimtelijke bouwstenen met consistente ontwerpprincipes voor zullen hiervoor zorgdragen. In paragraaf 2.3 worden de ruimtelijke bouwstenen van de Noord-Hollandse Zonneketting verder toegelicht.
Lokaal maatwerk
Aanscherping van de scope De visie van de Noord-Hollandse Zonneketting leidt er toe dat bepaalde delen van de scope afvallen. Zo wordt ruimte op taluds of in buitenbermen alleen meegenomen waar dit geen negatieve impact heeft op de beleving van het landschap en waar zonnepanelen goed landschappelijk kunnen worden ingepast. Op andere plekken kan de scope mogelijk juist worden aangevuld omdat eerder gebieden onterecht waren afgevallen (bijvoorbeeld waterpartijen). Binnen aansluitingen wordt gezocht naar clustering en optimalisatie van de scope, terwijl verspreid gelegen snippers juist afvallen. Hiermee dragen we zorg voor een helder en consistent verhaal en een aantrekkelijk en rustig ruimtelijk beeld voor de NoordHollandse Zonneketting.
Beleving vanuit de bewoner De aanleg van de Noord-Hollandse Zonneketting heeft een positieve impact op de ruimtelijke beleving van de autoweg vanuit het landschap. Het plaatsen van zonnepanelen op taluds is aangegrepen om de landschappelijke inpassing van de autoweg te verbeteren en daarmee de autoweg als litteken in het landschap te verzachten. De met groen ingepakte zonnekralen vormen groene eilanden in het Noord-Hollandse landschap waardoor ze minder als verkeersknooppunt beleefd worden. Een win-win situatie.
OEP N307 Landschappelijke inpassing
93/104
3.3 Bouwstenen van de Noord-Hollandse Zonneketting 1
Zonnetaluds (langs het rijgsnoer) Zonnepanelen op de taluds daar waar dit past bij het karakter van de weg en waar zonnepanelen landschappelijk goed in te passen zijn.
2
Zonneschermen (langs het rijgsnoer) Waar de weg aan bebouwd gebied grenst ,vormen zonneschermen een nieuw ruimtelijk element langs de weg. Deze lokale meer lijnvormige elementen benadrukken plaatselijk het ‘snoer’ van de Zonneketting.
3
Zonneknopen (zonnekralen van de ketting) De knooppunten en aansluitingen worden ingericht als helder afgebakende zonneknopen waar de weg doorheen loopt. Beplanting rondom deze verkeersknooppunten zorgt ervoor dat deze zonneknopen als groene eilanden beleefbaar zijn vanuit het landschap.
4
5
Zonnevelden buiten de Zonneketting Binnen de scope van het OER A7-A8 traject zitten meerdere percelen die ruimtelijk gezien buiten het weglandschap vallen. Deze percelen zijn geen onderdeel van de Zonneketting maar horen bij het omringende landschap.
1
Zon bij verzorgingsplaatsen (zonnekralen van de ketting) Zonnepanelen kunnen worden gecombineerd kunnen met andere functies. Bijvoorbeeld als verfraaiing van meubilair, als windscherm bij een rustplek of als zonnedak boven de parkeerplaats.
4
3
5
2
Schematische principeschets waarin de verschilende bouwstenen van de Noord-Hollandse Zonneketting in samenhang tot elkaar verbeeld zijn
94/104
OEP N307 Landschappelijke inpassing
3.3.1 Zonnetaluds Belangrijk uitgangspunt voor zonnetaluds is dat paneelopstellingen geen negatieve impact hebben op de beleving van het omringende landschap vanaf de weg bezien, en dat er ruimte is om de panelen zorgvuldig landschappelijk in te passen. Dit kan ofwel door ervoor te zorgen dat de zonnepanelen zo min mogelijk zichtbaar zijn, of juist door met zonnepanelen te benadrukken dat de weg hier (tijdelijk) omhoog loopt.
De paneelopstellingen op taluds zijn in uitstraling en vormgeving familie van elkaar en van de zonneschermen (3.3.2). Hierdoor ontstaat een rustig beeld en is de Noord-Hollandse Zonneketting herkenbaar.
Omdat de visie waarde hecht aan het gastvrije landschap, zijn hekwerken onwenselijk. Taluds die direct langs fietsen wandelpaden liggen vallen af of dienen voldoende ruimte te hebben om een landschappelijke afscherming te maken tussen zonnetalud en pad/weg.
NIET: verschillende stukken van talud invullen
WEL: locaties waar het talud onversnipperd ingezet kan worden
OEP N307 Landschappelijke inpassing
95/104
ZORGVULDIG INGEPASTE ZONNETALUDS Uitgangspunten: Kernkwaliteiten wegontwerp
Gastvrij landschap
• Door zonnepanelen alleen op buitenbermen
• Waar recreatieve paden langs de Zonnetaluds
te plaatsen als er sprake is van talud, blijft het
liggen wordt ruimte vrijgehouden tussen het pad
vrije zicht vanaf de snelweg op het omliggende
en de zonne-opstelling voor een aantrekkelijke
landschap - één van de kernkwaliteiten van het
landschappelijke inpassing met water of
snelwegontwerp - behouden.
groenstroken, zodat geen hekwerken in het zicht zijn.
Kernkwaliteiten landschap • De landschappelijke inpassing van de zonnepanelen op de taluds wordt gerealiseerd
Geen versnippering maar heldere keuzes • Er worden heldere keuzes gemaakt om
met karakteristieke landschapselementen uit het
zonnepanelen als samenhangend zonnetalud
omliggende landschap.
vorm te geven, dus niet in snippers.
• De zonnetaluds benadrukken de (tijdelijke) hoogteligging van de snelweg Keuzes op grote schaal, aandacht voor maatwerk • Bij het ontwerp van de zonne-opstelling wordt voortgebouwd op het lokale karakter en de Meekoppelkansen
huidige kwaliteiten van het betreffende talud en haar omliggende landschap. Hierbij speelt de
• De opstelling van zonnepanelen op de taluds
zichtbaarheid van de Zonnetaluds van verder uit
biedt aanleiding om de landschappelijke
de omgeving vandaan ook een belangrijke rol.
inpassing van de snelweg te verbeteren.
• Paneeltypes en -kleur is over de hele Zonneketting gelijk.
Omgaan met beplanting en ecologie • Eventuele beplanting op de taluds die moet wijken voor de zonne-opstelling wordt zo lokaal mogelijk gecompenseerd en waar mogelijk ingezet als onderdeel van de landschappelijke inpassing / de versterking van de landschappelijke kwaliteiten. • De ecologische kwaliteit en stabiliteit van de taluds dient behouden te blijven, dit vraagt om een gezonde verhouding tussen panelen en vrije ruimte.
96/104
OEP N307 Landschappelijke inpassing
3.3.2 Zonneschermen Waar stedelijk of sterk bebouwd gebied aan de snelweg grenst, vormen zonneschermen een nieuw ruimtelijk element langs de snelweg. De schermen vormen een ruimtelijke scheiding tussen snelweg en de bebouwing en versterken daarmee de beleving van de weg ingesloten in het stedelijk gebied. Bij Zaandam en Hoorn wordt dit ontworpen in samenhang met de bestaande geluidsschermen. Bij Agriport kan dit als een nieuw ruimtelijk element worden toegevoegd om de (uitbreiding van) dit bebouwingscluster in te passen.
NIET: zonnescherm in het open landschap
De schermen zijn in uitstraling en vormgeving familie van elkaar en van de panelen op taluds. Hierdoor ontstaat een rustig beeld en is de Noord-Hollandse Zonneketting herkenbaar.
WEL: zonnescherm in bebouwd gebied
OEP N307 Landschappelijke inpassing
97/104
CONTINU ZONNE-ELEMENT TER HOOGTE VAN BEBOUWD GEBIED Uitgangspunten: Kernkwaliteiten snelwegontwerp
Gastvrij landschap
• De plaatsing van Zonneschermen bij bebouwd
• Zonneschermen mogen de barrièrewerking van
gebied versterkt het contrast tussen stedelijk en landschappelijk gebied.
de snelweg in het landschap niet versterken. • Zonneschermen mogen dwarsverbindingen onder en over de snelweg niet onaantrekkelijker of ontoegankelijker maken.
Kernkwaliteiten landschap • Door de Zonneschermen alleen ter hoogte van bebouwd gebied te plaatsen, blijven de kwaliteiten van het omliggende landschap behouden.
Geen versnippering maar heldere keuzes • Door het toepassen van Zonneschermen kan de verrommeling door de huidige versnipperde geluidswerende maatregelen omgezet worden in een continu ruimtelijk element dat een rustiger wegbeeld kan opleveren.
Meekoppelkansen • Met het ontwerpen van Zonneschermen kan een combinatie worden gemaakt met de koppeling aan bestaande of nieuwe geluidswerende voorzieningen. De Zonneschermen kunnen het ontwerp en/of de werking hiervan versterken. • Een Zonnescherm kan worden ingezet voor de ruimtelijke inpassing van (nieuwe) bebouwing aan de snelweg en deze aan het zicht onttrekken.
Keuzes op grote schaal, aandacht voor maatwerk • Bij het ontwerp van de Zonneschermen speelt de lokale situatie een grote rol. Daarom dient op grote schaal te worden gekozen voor de inzet van Zonneschermen als een samenhangend en eenduidig element bij het bebouwd gebied. Een Zonnescherm mag niet gefragmenteerd worden. • Elk Zonnescherm moet een helder vormgegeven begin en einde hebben, zodat het opgaat in de
Omgaan met beplanting en ecologie • Eventuele beplanting op plekken waar het Zonnescherm moet komen, wordt zo lokaal
continuïteit van het snelweglandschap. • Paneeltypes en -kleur is over de hele Zonneketting gelijk.
mogelijk gecompenseerd en waar mogelijk ingezet voor versterking van de landschappelijke kwaliteiten in de omgeving. • Zonneschermen kunnen ontworpen worden met een ecologisch waardevolle ‘groene voet’.
N.B. De haalbaarheid van het realiseren van de Zonneschermen is afhankelijk van de technische geschiktheid van de huidige geluidsschermen, dan wel het effect van de Zonneschermen op de geluidswerende functie van bestaande geluidsschermen en geluidswallen. Zonneschermen mogen geen positief dan wel negatief effect hebben op de huidige geluidswerende voorzieningen.
98/104
OEP N307 Landschappelijke inpassing
3.3.3 Zonneknopen Zonnepanelen worden binnen de aansluitingen als samenhangend en eenduidig ontwerp vormgegeven, als onderdeel van het snelweglandschap. De ruimte binnen een aansluiting wordt optimaal ingericht om als helder afgebakend zonnepark te kunnen worden ingezet. Binnen een aansluiting is het altijd het vlakke deel dat wordt ingericht. In aansluitingen die ingericht zijn met waterpartijen, kan het wateroppervlak worden uitgebreid zodat dat volledige vlak benut kan worden, met hierlangs zichtbaar water en een rietkraag. Veel aansluitingen zijn nu al stevig ingeplant met bomen aan buitenzijde en binnen in de knoop. Bomen die binnenin verwijderd dienen te worden ten behoeve van een zonneveld kunnen direct aan de buitenzijde
gecompenseerd worden. Door de buitenzijde van de zonneknopen groen in te richten met beplanting die kenmerkend is voor het landschap waarin de locatie ligt ontstaan groene eilandjes in de open ruimte, met een binnenwereld van zon. Dit versterkt niet alleen de ruimtelijke afbakening van de Zonnekraal, maar ook het bestaande ontwerp van de karakteristieke beplantingen rond de snelweg. Indien de huidige inrichting binnen een aansluiting te waardevol wordt bevonden om in te zetten voor zon, wordt een aansluiting een ‘Landschapskraal’ aan het snoer: een groene parel waarbinnen ruimte wordt geoptimaliseerd voor landschap en/of natuur.
NIET: versnipperde inrichting
WEL: duidelijke keuze zonnekraal, of duidelijke keuze landschapskraal