Bijlage 1 - Notitie Ruimtelijke kaders voor centrumgebied Kersenboogerd
Tekst van het document
Ruimtelijke Kaders voor het Centrumgebied Kersenboogerd
31 augustus 2021
2
Ruimtelijke Kaders voor het Centrumgebied Kersenboogerd
Inhoud 1. Aanleiding en doel 2. Status 3. Grondslagen 4. Wijzigingen 5. Nieuwe opgaven 6. Kaders 3
1. Aanleiding en doel In december 2019 en december 2020 heeft de gemeente Hoorn respectievelijk de Toekomstvisie en 5 sporen aanpak Centrumgebied Kersenboogerd vastgesteld. In de sporen aanpak staan vijf sporen benoemd voor de aanpak, waarvan een groot deel fysiek van aard is. Denk hierbij aan de aanleg van het warmtenet, de herinrichting van de openbare ruimte, het revitaliseren van het winkel- en stationsgebied, het vergroten van de woningdifferentiatie en het verminderen van de kruip-door-sluip-routes. De komende tien tot vijftien jaar worden deze opgaven omgezet in projecten, die vervolgens in uitvoering worden genomen. Zowel voor de gemeente Hoorn als de lokale partners die hieraan vervolg moeten geven, is het gewenst om vooraf te weten vanuit welke gemeenschappelijke ruimtelijke kaders gewerkt moet worden. Vaak worden hiervoor aparte stedenbouwkundige plannen opgesteld. Echter, in de Toekomstvisie Centrumgebied Kersenboogerd is aangegeven dat dit niet nodig is. Immers, aan het Centrumgebied Kersenboogerd ligt een krachtig en nog altijd actueel plan ten grondslag, namelijk het ‘Programma van Eisen 1e fase bestemmingsplan Kersenboogerd’ uit de jaren ’70 (zie: figuur 1). Dit plan is in de loop van de jaren ’80 grotendeels uitgevoerd zoals voorgesteld. Hiermee is de basis gelegd voor wat de sfeer, structuur, kwaliteit en identiteit van de wijk nu is.
En deze sfeer, structuur, kwaliteit en identiteit is, wederom op hoofdlijnen, goed. De opstellers van de Toekomstvisie Centrumgebied Kersenboogerd, de gemeente Hoorn en Intermaris, hebben dan ook gesteld zich schatplichtig te voelen aan het oorspronkelijke plan. Een eerste consultatie onder bewoners bevestigde dit uitgangspunt. Toch kan niet helemaal terug gegrepen worden op het oorspronkelijke plan. Immers, bepaalde onderdelen van het oorspronkelijke plan zijn in de loop der tijd niet uitgevoerd. Deze vragen nu alsnog om een ruimtelijke richting. Daarnaast zijn er enkele nieuwe inzichten over wat een toekomstgerichte wijk nodig heeft. Voor deze nieuwe inzichten kan evenmin terug gegrepen worden op het oorspronkelijke plan. Tenslotte is er in 2021 een Beeldkwaliteitsplan gemaakt voor de buitenruimte en de architectuur, die eveneens nieuwe inzichten oplevert. Deze notitie ‘Ruimtelijke kaders voor het Centrumgebied Kersenboogerd’ komt in de plaats van een stedenbouwkundig plan. Het vat de ruimtelijke principes uit het oorspronkelijke plan samen, het geeft een antwoord op nieuwe inzichten en vertaalt de belangrijkste uitspraken uit het Beeldkwaliteitsplan naar gemeenschappelijke ruimtelijke kaders. Het winkelcentrum en stationsgebied vallen buiten de kaders. Hier worden aparte kaders voor opgesteld. Deze ruimtelijke kaders: •
Borgen de samenhang en identiteit van het centrumgebied;
•
Geven op hoofdlijnen richting aan toekomstige projecten en andere ruimtelijke uitwerkingen; en
•
Voorkomen dat in de komende jaren bij projecten en uitwerkingen telkens opnieuw bepaald moet worden wat nu de gemeenschappelijke ruimtelijke uitgangspunten zijn.
Of in andere woorden; deze notitie geeft richting, duidelijkheid en zorgt voor versnelling.
4
Figuur 1 - Titelblad / Programma van Eisen 1e fase bestemmingsplan Kersenboogerd
5
6
7
2. Status Met het vaststellen van de ‘Ruimtelijke kaders voor het Centrumgebied Kersenboogerd’ geeft het gemeentebestuur van Hoorn aan wat de gemeenschappelijke ruimtelijke richtlijnen zijn voor de aanpak van dit deel van de Kersenboogerd. Deze ruimtelijke richtlijnen vormen de basis voor projecten en andere uitwerkingen die een ruimtelijke impact hebben.
Figuur 2 - Ligging plangebied in Hoorn
8
3. Grondslagen In de tweede helft van de jaren ’70 is het ‘Programma van Eisen 1e fase bestemmingsplan Kersenboogerd’ door een multidisciplinaire werkgroep opgesteld (stedenbouw, tuinarchitectuur, openbare werken, grond- en woningbedrijf, onderwijs en welzijn, verkeer en vervoer). Dit deel van de Kersenboogerd, wat we nu het Centrumgebied Kersenboogerd noemen, is vervolgens tussen 1981 en 1989 gerealiseerd (zie: figuur 2). Dus zo’n veertig tot ruim dertig jaar geleden. Het Centrumgebied Kersenboogerd is opgebouwd rondom een winkelgebied met commerciële en maatschappelijke voorzieningen, zijnde winkels en bedrijvigheid, scholen, sport, gezondheid en welzijn en een eigen station. Hieromheen zijn drie ringen van bebouwing met ieder een eigen bebouwing (die naar het winkelgebied steeds dichter wordt), woningtypologie, segmenten en prijsklassen bedacht. Rond het stations- en winkelgebied; tussen gracht en singel; tussen singel en rand van het centrumgebied (zie: figuren 3-6). Tezamen zou dit een gedifferentieerde woonwijk opleveren met kleine woningen (de zogenoemde ‘Van Dam-eenheden en 2- en 3-kamerwoningen) en meergezinswoningen in een verdeling van 40% huur en 60% koop. Bij de woningen zouden, in de binnenterreinen, gemeenschappelijke hoven komen waar ruimte en aanleiding was om elkaar te ontmoeten.
Naar Deens en Duits voorbeeld was de inzet om deze hoven af te kunnen sluiten, zodat alleen bewoners die aan zo’n hof wonen er gebruik van zouden maken. De opzet van het Centrumgebied Kersenboogerd is versterkt door radialen; de zogenoemde strengen (zie: figuur 7). Deze zijn bedoeld als verbindende routes tussen de ringen en het centrum enerzijds, de aangrenzende wijken om het Centrumgebied Kersenboogerd heen en de historische binnenstad van Hoorn anderzijds. Langs deze strengen/verbindende routes zouden woningen komen, maar de plannenmakers van toen hadden hier ook ruimte voor werk en voorzieningen bedacht. Kenmerkend voor het Centrumgebied Kersenboogerd is een duidelijke water- en groenstructuur. De gracht en de singel markeren de verschillende woongebieden en concentrische opbouw van de gehele wijk (zie: figuur 8). Het plantsoen- en parkgroen volgt dezelfde logica als die van de verschillende bebouwingsdichtheden: in het minst dicht bebouwde deel (tussen singel en rand van het centrumgebied) zijn relatief grotere groenzones en in de twee andere delen heeft het groen meer het karakter van buurtgroen (zie: figuur 9). Het Willem Wiesepark vormt een radiale verbinding tussen centrum en de achterliggende woonwijk. Wat de ontsluiting van het Centrumgebied Kersenboogerd betreft, is de trein een belangrijke rol toegedacht voor het interlokale vervoer.
De plannenmakers hadden een dienstregeling met een hoge frequentie en voldoende fietsenstallingen voor ogen, toen al als volwaardig alternatief voor de auto. Aanvullend hierop is in het oorspronkelijke plan, ten noorden van de spoorbaan, een tracé opgenomen voor een interlokale buslijn. Pas na verloop van tijd, als er voldoende bebouwing zou zijn, zou tevens een lokale buslijn van start gaan, met een maximale loopafstand tot de haltes van 350 meter. Voor de auto was een hoofdstructuur voorzien in het noordelijk deel en het zuidelijk deel. Deze hoofdstructuur is gebaseerd op de gedachte om doorgaand autoverkeer ondergeschikt te maken aan het langzame verkeer (zie: figuren 10-11). Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat de plannenmakers een complete wijk ontworpen hebben, zeker waar het de eerste fase van Kersenboogerd, het Centrumgebied, betreft. De plannenmakers voorzagen echter ook dat er mogelijk onvoorziene ontwikkelingen
9
konden plaatsvinden in de loop der tijd. Om hieraan tegemoet te komen, zijn in de strengen reserveringen opgenomen. Overigens hadden de plannenmakers wel degelijk al een beeld wat zich mogelijk kon voordoen; namelijk meer verdichting in de woongebieden met hierdoor meer voorzieningen, zoals buurtvoorzieningen, kleine winkels en bedrijfjes (zie: figuur 12). Zetten wij de grondslagen van het Centrumgebied Kersenboogerd naast de situatie op dit moment, dan is er een aantal wijzigingen zichtbaar.
Figuur 3 - Plangebied 1e fase
10
Figuur 4 - Woningdifferentiatie naar bouwwijze en
n grootte
Figuur 4 - Woningdifferentiatie naar bouwwijze en grootte
In Centrumgebied Kersenboogerd was een diverse woningvoorraad voorzien. Uiteindelijk is er zeer veel sociale woningbouw gerealiseerd.
Figuur 5 - Principe profielen
Kenmerkend voor het Centrumgebied Kersenboogerd is een duidelijke water- en groenstructuur. Deze kwaliteiten worden behouden en versterkt.
11
Figuur 6 - Woongebieden en inrichting openbare ruimte
Binnenhoven zijn kenmerkend voor Centrumgebied Kersenboogerd. Ze worden echter vaak als ‘niemandsland’ ervaren. De opgave is anonimiteit tegen te gaan.
Figuur 7 - Strengen en voorzieningen
De opzet is versterkt door radialen; de zogenoemde strengen. Hierlangs zouden naast woningen ook voorzieningen komen. Deze structuur wordt geoptimaliseerd.
12
Figuur 8 - Water en bruggen
Kenmerkend voor het Centrumgebied Kersenboogerd is een duidelijke water- en groenstructuur. Deze kwaliteiten worden behouden en versterkt.
Figuur 9 - Groenvoorzieningen
Kersenboogerd is een groene wijk, maar ook versteend. Met de herinrichting komt er meer groen.
13
Figuur 10 - Autoverkeer
Voor de auto was een hoofdstructuur voorzien in het noordelijk deel en het zuidelijk deel. Nu is de auto dominant aanwezig. De opgave is meer ruimte voor fietsers en voetgangers te maken.
Figuur 11 - Langzaam verkeer
Oorspronkelijk zou het autoverkeer ondergeschikt zijn aan het fietsverkeer in Kersenboogerd. Routes voor fietsers en voetgangers moeten geoptimaliseerd worden.
14
Figuur 12 - Reserveringen
Om ruimte voor onvoorziene ontwikkelingen te houden zijn er reserveringen opgenomen in de plannen. Dit biedt kansen voor verdichting of nieuwe voorzieningen.
15
4. Wijzigingen In 1981 wordt de eerste paal geslagen. In oktober 1982 betrekken de eerste bewoners hun woning. Echter, gelijktijdig met de verdere realisatie van Centrumgebied Kersenboogerd raakt Nederland in een diepe economische crisis. Voor verschillende woningbouwprojecten in Nederland worden flinke bezuinigingen afgekondigd. In het Centrumgebied Kersenboogerd leidt dit onder meer tot een substantiële wijziging van het woningbouwprogramma: de verdeling huur – koop gaat op zijn kop. Om aan de oplopende woningvraag, als gevolg van de stadsvernieuwing in steden als Amsterdam te voldoen, wordt de focus verlegd naar sociale huurwoningen. Deze woningen worden kleiner dan aanvankelijk voorzien. De architectuur wordt versoberd. Daarnaast wordt het gemeentelijk bureau dat zou toezien op bewonersbegeleiding en het gemengd wonen opgeheven. Ook de voorzieningen om de binnenhoven mee af te sluiten, worden wegbezuinigd. In de Toekomstvisie Centrumgebied Kersenboogerd van 2019 worden deze bezuinigingen mede als oorzaak gezien van de sociale en ruimtelijke kwetsbaarheden van dit moment.
16
Rondeelstraat - Radboudgracht
5. Nieuwe opgaven Zoals gesteld, het oorspronkelijke gedachtengoed dat ten grondslag ligt aan het Centrumgebied Kersenboogerd dateert van zo’n veertig jaar geleden. Dit gedachtengoed gaat uit van een gevarieerde wijk, voor velen bereikbaar, met veel groen en water, veel voorzieningen nabij en een menselijke maat. Dit gedachtengoed heeft niets aan actualiteitswaarde verloren en blijft richtinggevend. Maar een wijk die is voorbereid op de toekomst, staat ook voor opgaven die eerder niet of minder voorzien waren en hun ruimtelijke impact hebben. Deze zijn in het bijzonder:
Energietransitie Aanleg warmtenet, verduurzaming bestaande woningvoorraad en gasloze nieuwbouw. Groenbeleving Betere beleving en kwaliteit van groen en water, recreatieve kant van het groen. Als tegenhanger van de bebouwde omgeving, maar ook door kwaliteit aan toe te voegen waardoor het gebied aantrekkelijker wordt voor nieuwe doelgroepen en de huidige bewoners. Klimaatverandering Voor stedelijke gebieden vraagt dit om een openbare ruimte en gebouwde omgeving (bestaand en nieuwbouw) die hittestress tegengaat en voorzien is op overmatige regenval bij piekbuien. Gezondheid Stimuleren van beweging, onder meer door omslag te maken van auto naar langzaam verkeer (wandelen, fietsen) en de herinrichting van de openbare ruimte. Circulariteit Benutten/hergebruiken en zo min mogelijk gebruiken van grondstoffen aan de hand van de R-ladder van de rijksoverheid. Biodiversiteit Bevorderen van de wisselwerking binnen ecosystemen (bodem, waterhuishouding, lucht, klimaat en natuur).
17
18
19
6. Kaders Bij de verdere aanpak van het Centrumgebied Kersenboogerd worden, op basis van de grondslagen van de wijk, de noodzakelijke correcties op eerder ongewenste bezuinigingen en nieuwe opgaven, de volgende ruimtelijke kaders gesteld:
A. Buurtjes maken en anonimiteit opheffen Analyse In het Centrumgebied Kersenboogerd zijn er veel openbaar toegankelijke binnenterreinen, mede door eerdere bezuinigingen. Hierdoor lopen, fietsen en rijden er veel mensen, die er niet zouden moeten zijn. Omwonenden van deze binnenterreinen ervaren dit als onaantrekkelijk, anoniem en onveilig. Zij keren zich, letterlijk en figuurlijk, af van de binnenterreinen. Bijvoorbeeld door er geen gebruik van te maken, afval te dumpen of schuttingen en hoge heggen te plaatsen. Dit zorgt er voor dat de binnenterreinen in verschillende delen van de wijk ervaren worden als ‘niemandsland’. Kader Bij de aanpak van de omliggende bebouwing (verduurzaming, inbreiding) en bij het herijken van de parkeervoorzieningen zal per binnenterrein een duidelijke keuze gemaakt moeten worden: blijft het een openbaar toegankelijke doorgangsroute, is het een parkeervoorziening en/of wordt het meer onderdeel van de omliggende bebouwing. Inzet is, zoals oorspronkelijk bedoeld maar door bezuinigingen niet geheel doorgevoerd, om de binnenterreinen beperkt toegankelijk te maken, van een aantrekkelijke functie te voorzien en, wanneer nodig, ook gedeeltelijk ruimte te bieden aan het parkeren. Zo sluiten binnenterrein en omwonenden meer bij elkaar aan, worden de kruip-door-sluip-routes opgeheven en is geen sprake meer van anonimiteit.
Bij het afsluitbaar maken van binnenterreinen worden vier randvoorwaarden gesteld: •
Het verduidelijken van de functie van een binnenterrein – verblijfs- en ontmoetingsruimte, parkeren of een combinatie – moet in afstemming met omwonenden en de eigenaar plaats vinden. Voor het toekomstige gebruik van het binnenterrein worden duidelijke afspraken (‘spelregels’) opgesteld;
•
Bij het afsluiten van het binnenterrein – voor welke functie dan ook – moet de ontsluiting van de wijk gewaarborgd blijven. Inzet is om bij het afsluiten van meer binnenterreinen een duidelijke en meer drukke looproute ‘buitenom’ te creëren;
•
Indien er parkeerplaatsen onttrokken worden aan het binnenterrein – namelijk om dit als verblijfs- en ontmoetingsruimte te benutten –, dan moeten er voldoende parkeerplaatsen op straat blijven;
•
Indien het binnenterrein bestemd wordt/blijft voor (gedeeltelijk) parkeren, dan is de inzet parkeerplaatsen op straat te onttrekken en deze plekken te vergroenen.
20
A
Impressie
21
B. Inbreiding voor een grotere woningdifferentiatie Analyse Vitale wijken zijn wijken met een diverse woningvoorraad. Dat heeft ook weer door de bezuinigingen uit de jaren ’80, anders uitgepakt. Er is zeer veel sociale woningbouw gekomen en heel veel minder andere woningen, zoals oorspronkelijk wel de bedoeling was. Om te zorgen voor sociale stabiliteit in het Centrumgebied Kersenboogerd – en ook bestaande bewoners meer keuzemogelijkheden te bieden – is een grotere woningdifferentiatie nodig. Deze opgave richt zich op het middensegment in de huur en koop. Met deze inzet ontstaat een meer gebalanceerde bevolkingssamenstelling, zoals ook de oorspronkelijke opzet voor het Centrumgebied Kersenboogerd was en aansluit bij het woonbeleid (30%-30%-40%). Kader De woningdifferentiatie in het Centrumgebied zal gerealiseerd worden via inbreiding en het opwaarderen van de bestaande sociale woningvoorraad. Inbreiding kan kleinschalig plaatsvinden, met als neveneffect dat dit bijdraagt aan het sluiten of meer besloten maken van wooncomplexen (zie A0). Daarnaast lenen zich ook enkele grotere locaties in het Centrumgebied Kersenboogerd voor inbreiding, onder de voorwaarde dat er goede balans is tussen openbare ruimte en gebouwde omgeving.
C. Concentreren en mogelijk optimaliseren van parkeervoorzieningen Analyse Onderzoek in het kader van het Beeldkwaliteitsplan wijst uit dat het autobezit binnen het Centrumgebied als volgt is: 0,7 auto per huishouden in het deelgebied binnen de gracht en 1,1 auto per huishouden hierbuiten. Tevens wordt gesignaleerd dat de vele parkeermogelijkheden – zowel op straat als op de binnenterreinen – een beeld oproepen alsof de auto overal in de wijk is. Kader Per buurt wordt onderzocht wat de best passende parkeernorm en parkeeroplossingen zijn. Onderzocht wordt of – en zo ja, welk – verschil er is tussen de parkeernormen en het feitelijk gebruik (inclusief bezoekersparkeren en een aanname voor het toekomstige parkeergebruik). Indien hieruit blijkt dat het parkeerareaal valt te verkleinen, geldt als uitgangspunt om dit bij de herinrichting van de straat en/of het binnenterrein te effectueren. Voorwaarde is om dit in samenspraak met omwonenden te doen en tot gebiedsspecifieke afspraken te komen. Tweede voorstel is om bij inbreiding, waar het middeldure huur- en koopwoningen betreft, als kader te hanteren dat parkeren op eigen terrein plaatsvindt. Derde voorstel is om rondom het station met woonconcepten te komen, waarbij de parkeernorm nog verder omlaag kan. Ook hiervoor zijn gebiedsspecifieke afspraken, met omwonenden een voorwaarde/ (al dan niet in combinatie met parkeerregulering).
22
B
C Impressie
23
24
25
D. Verbeteren van fiets- en voetgangersroutes Analyse Een goed per trein ontsloten woonwijk en de algemene trend in de samenleving om uit te gaan van autogebruik in plaats van autobezit, dragen bij om in de loop der tijd het accent in het Centrumgebied Kersenboogerd te verleggen naar het langzame verkeer. Zoals overigens het oorspronkelijke idee achter de opzet van het Centrumgebied Kersenboogerd was. Kader Het versterken van wandel- en fietsroutes kan hand in hand gaan met het creëren van meer informele en formele routes bij het afsluiten van binnenterreinen en het mogelijk invoeren van beperkt inrichtingsverkeer in het Centrumgebied (zie C). Hiermee worden de routes in het gebied geaccentueerd en krijgt de ruimtelijke kwaliteit een impuls. Onderdeel van het intensiveren van het langzaam verkeer zal een verkenning zijn van de mogelijkheid om een doorgaande fietsroute over het centrale plein van het stations- en winkelgebied te herintroduceren. Dit ter verlevendiging van het stations- en winkelgebied, onder de voorwaarde dat de parkeergelegenheid en verkeersveiligheid gewaarborgd zijn. Ook wordt onderzocht of de belangrijkste verbindingsroutes tussen delen van het Centrumgebied Kersenboogerd naar omliggende wijken en de historische binnenstad – de zogenoemde strengen – verder geoptimaliseerd moeten worden voor de fietser. Dit ook weer ter stimulans van het fietsgebruik.
E. Eenrichtingsverkeer langs grachten Analyse De grachten zijn een van de meest aantrekkelijke, maar tegelijkertijd verborgen kwaliteiten van het Centrumgebied Kersenboogerd. Dit wordt mede veroorzaakt doordat het nu vooral een verkeersareaal is. Kader Onderzocht wordt of eenrichtingsverkeer is in te voeren. Hier wordt rekening gehouden met de effecten op de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten en omrijbewegingen. Indien eenrichtingsverkeer in onderdelen van de Kersenboogerd wordt ingevoerd, gaat de prioriteit uit naar het eenrichtingsverkeer langs de grachten. Hierdoor neemt het autogebruik af en komt er ruimte vrij voor verdere vergroening en het primaat verleggen naar het langzame verkeer.
26
D
Impressie
E
Impressie
27
F. Voorkomen van hittestress: groen voor steen Analyse In het Centrumgebied Kersenboogerd komt het risico op hittestress voornamelijk voor bij de grotere verharde parkeervoorzieningen, de woonstraten en de platte daken van gebouwen. Wat de woonstraten betreft, is sprake van relatief veel verharding omdat deze straten overal tweezijdig berijdbaar zijn (met een minimaal profiel van 4,5 meter verharding). Kader Inzet is om meer schaduw te creëren door bomen te planten in straten en (parkeer)terreinen en het vergroenen van platte daken van gebouwen en bergingen. Particuliere eigenaren zullen hiertoe gestimuleerd worden. Daarnaast zal bij de herinrichting van straten gezorgd worden voor het positioneren van parkeerplaatsen aan de meest schaduwrijke zijde zodat er voldoende schaduw is bij belangrijke looproutes. In smallere straten zullen bomen geplant worden op zo’n manier dat de schaduwvlakken zoveel als mogelijk over verharde oppervlakten vallen.
G. Opvangen van piekbuien Analyse De klimaatverandering veroorzaakt meer en vaker piekbuien. Kader Om piekbuien vertraagd naar het oppervlaktewater af te voeren, zonder wateroverlast in de openbare ruimte, zullen verschillende voorzieningen in de gebouwde omgeving en de openbare ruimte worden aangebracht. Voorop staat om het hemelwater niet te laten infiltreren in de ondergrond en, waar mogelijk, via de straat naar de gracht of singel af te voeren. Om het oppervlaktewater niet te (zeer) te laten belasten met hoge peilstijgingen, wordt het water opgevangen in natuurlijke laagtes in de grotere groenzones/wadi’s. Indien toch een waterpassende bestrating wordt toegepast (bijvoorbeeld in combinatie met het reduceren van hittestress), dan wordt erop ingezet om de ondergrond te draineren. Het hemelwater van daken wordt aan de voorzijde bij voorkeur zichtbaar afgevoerd tussen de gevel en de straat. Hemelwaterafvoer aan de achterzijde wordt zoveel als mogelijk aangesloten op kratjes in de achtertuin en/of wadi’s in de binnenterreinen. Daar waar minder ruimte is om water in groene ruimtes vast te houden – bijvoorbeeld op en rond het winkel- en stationsgebied – moet een andere oplossing verkozen worden, zoals het ondergronds vasthouden in de bergingsruimte onder de bestrating van parkeerplaatsen.
28
F
G
Impressie
29
H. Betere overgang van privé naar openbaar Analyse Door vaak kleine gevelopeningen/portieken en woningen die naar binnen gekeerd zijn, is de wisselwerking tussen de woning en de straat klein. Ook is de straatzijde vooral functioneel ingericht en nodigt nog weinig uit om er te verblijven. Kader Meer wisselwerking tussen de woningen en de straat draagt bij aan de leefbaarheid en levendigheid. Daarom zal bij de aanpak van de bestaande woningen en de herinrichting van de openbare ruimte, bij voorkeur gelijktijdig met de aanleg van warmtenet, ingezet worden op betere overgangen tussen privé en openbaar. Dit kan door aanpassing van portieken, het verbeteren van de verblijfskwaliteit van straten, meer groen en andere vormen van herinrichting van de openbare ruimte. Mede met oog op het borgen van samenhang zijn in het Beeldkwaliteitsplan verschillende strategieën voorgesteld.
H
30
Impressie
31