Bijlage 1 Nota preventief jeugdbeleid 2025-2031
Tekst van het document
nota preventief jeugdbeleid 2025 – 2031
INHOUD Voorwoord
2
Samenvatting
3
1 Inleiding
4
2 Missie, visie en strategie
6
3 Kaders
8
4 Analyse
10
5 Ambities en doelen
13
6 Kinder- en jongerenwerk
19
7 Uitvoering
21
1
Voorwoord Met de voorliggende nota geven we vorm aan ons preventief jeugdbeleid 2025-2031. Een goed preventief jeugdbeleid is belangrijk voor een positieve ontwikkeling van de Hoornse kinderen en jongeren (jeugdigen). Investeren in jeugdpreventie heeft grote maatschappelijke voordelen. We leggen hiermee de basis voor een gezonde, veilige en kansrijke omgeving waarin onze jeugdigen opgroeien en zich optimaal kunnen ontplooien. Maar wat verstaan we precies onder preventief jeugdbeleid? Gezond, veilig en kansrijk opgroeien behelst zóveel onderwerpen! Om als gemeente de regie te kunnen voeren binnen het brede preventieve veld is het belangrijk om duidelijke kaders te stellen, door keuzes te maken en te bepalen waar onze focus ligt. Dat doen wij in deze nota. De uitdaging hierbij is om het preventief jeugdbeleid aan de ene kant duidelijk af te bakenen, zonder hierbij de integraliteit uit het oog te verliezen, en aan de andere kant voldoende open te laten om zo blijvend te kunnen inspelen op de - al dan niet latente - vraag en meest actuele ontwikkelingen. Daarbij bouwen we verder op de inzichten die in achterliggende jaren zijn opgedaan over wat wel of juist niet werkt. In onze zoektocht naar de voor ons beste aanpak, hebben wij gekozen voor de Kansencirkel.
Dat is een model waarin een achttal wetenschappelijk onderbouwde elementen zijn opgenomen die onmisbaar zijn bij het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van ieder kind. Als gemeente willen wij de komende jaren aan het werk met deze elementen. Samen vormen zij de perfecte ‘kapstok’ om alles wat met opgroeien en opvoeden te maken heeft aan op te hangen. We realiseren ons dat voor de realisatie van de ambities die we in deze nota aan de hand van de acht elementen beschrijven, een lange adem nodig is en bovenal dat we dit niet alleen kunnen. Een in deze context veelgehoorde uitspraak is het Afrikaanse gezegde: “It takes a village to raise a child.” Voorliggende nota verbindt de belangen van alle Hoornse jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar èn hun ouders op alle beleidsterreinen. Het is een integraal kader dat ons de uitgangspunten en handvatten biedt voor toekomstige beleidsontwikkeling en -uitvoering, bedoeld ter algehele ondersteuning bij het opgroeien en opvoeden. Het is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de gemeenteraad en de stad. Tijdens een uitgebreid participatietraject, dat in afstemming met de raadswerkgroep bestuursakkoord is vormgegeven, is gesproken met jeugdigen, ouders, samenwerkingspartners en betrokkenen bij flankerend beleid.
Gemeenteraadsleden hebben een actieve rol gespeeld bij het voeren van gesprekken en het verzamelen van de informatie die uiteindelijk geleid heeft tot voorliggend stuk. Zodra deze beleidsnota is vastgesteld, volgt de vertaling naar een actieplan om genoemde ambities en doelen te behalen. Dit actieplan staat niet op zichzelf, maar verbinden wij aan deelname aan het CFCIprogramma van UNICEF Nederland, waarover meer in hoofdstuk 7.
Noot vooraf: Waar in deze nota ‘we’ of ‘wij’ staat, wordt ‘gemeente Hoorn’ bedoeld. Wanneer ‘we’ of ‘wij’ breder is en ook jeugdigen, ouders en/of samenwerkingspartners worden bedoeld, wordt dit vermeld. De begrippen ‘gemeente Hoorn’ en ‘we’ of ‘wij’ worden beide gebruikt. Daar waar ‘ouders’ staat, bedoelen we alle soorten ouders, dus ook alleenstaande, groot-, stief-, pleeg- en adoptieouders. 2
Samenvatting Wat willen we bereiken? We willen dat Hoornse jeugdigen (in de leeftijd van 0-18 jaar) gezond, veilig en kansrijk opgroeien.
Wat willen we daarvoor doen? We willen bijdragen aan een gezonde, veilige en kansrijke omgeving waarin jeugdigen zich optimaal kunnen ontplooien en we willen voorkomen dat alledaagse opgroei- en opvoedvragen uitgroeien tot problemen waarvoor specialistische hulp moet worden ingeschakeld. We maken ons hard voor een soepele overgang van 18- naar 18+ en willen erkend worden als Child Friendly City door UNICEF.
Hoe gaan we dit doen? We gaan de pedagogische basis in de gemeente versterken, zodat het aanbod laagdrempelige en vrij toegankelijke ondersteuning aansluit bij de (latente) vraag. We gaan hiervoor een actieplan opstellen en uitvoeren dat periodiek wordt aangescherpt, zodat de pedagogische basis zo goed mogelijk in lijn blijft met de actuele visie op de beste inrichting.
Wanneer zijn we tevreden? We maken gebruik van de Kansencirkel (zoals, vooruitlopend op voorliggende nota, op 8 februari 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld). Deze bestaat uit acht wetenschappelijk onderbouwde elementen die onmisbaar zijn bij het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van ieder kind. We zijn tevreden als Hoornse jeugdigen de kans hebben om: • Actief te zijn: o o
Jeugdigen spelen, sporten en ontmoeten elkaar in de openbare ruimte. Jeugdigen nemen op regelmatige basis aan sport-, culturele of overige sociale activiteiten deel.
• Gerespecteerd te worden: o o
Jeugdigen voelen zich geaccepteerd. Voor alle jeugdigen is een passende plaats in de samenleving.
• Verantwoordelijk te zijn: o o
Ouders nemen hun verantwoordelijkheid voor het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van hun kinderen (naar vermogen). Jeugdigen nemen, al naar gelang hun leeftijd, ook eigen verantwoordelijkheid om gezond, veilig en kansrijk op te groeien.
• Erbij te horen: o o
Jeugdigen denken en beslissen mee over zaken die hen aangaan. De vraag en behoeften van jeugdigen staan centraal.
• Veilig te zijn: o o
Jeugdigen groeien op in een veilige omgeving. Er is geen sprake van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit.
• Gezond te zijn: o o
Jeugdigen groeien gezond op. Jeugdigen zijn mentaal weerbaar.
• Zich te ontplooien: o o
Jeugdigen hebben voldoende ontwikkelmogelijkheden. Jeugdigen en ouders ervaren ondersteuning uit hun netwerk en van professionals in hun omgeving bij kleine vragen over opgroeien en opvoeden.
• Gekoesterd te worden: o Jeugdigen voelen zich geborgen.
Financiering We hebben voor de uitvoering van het preventief jeugdbeleid de beschikking over de budgetten, zoals opgenomen in de gemeentelijke begroting, waar mogelijk aangevuld met incidentele middelen. 3
1.
Inleiding
Deze nota gaat over de wijze waarop de gemeente Hoorn invulling wil geven aan het preventief jeugdbeleid: wat we willen bereiken en waar we op sturen. Het bouwt voort op de kaders preventief jeugdbeleid die op 8 februari 2022 zijn vastgesteld door de gemeenteraad. Het stuk is tot stand gekomen in samenwerking met jeugdigen, ouders en samenwerkingspartners uit de stad. De centrale vraag waar we in deze nota antwoord op geven is tweeledig: a. Wat doen we om bij te dragen aan een gezonde, veilige en kansrijke omgeving waarin jeugdigen in de gemeente Hoorn zich optimaal kunnen ontplooien? b. Wat doen we om te voorkomen dat alledaagse opgroei- en opvoedvragen rond jeugdigen in de gemeente Hoorn uitgroeien tot problemen waarvoor specialistische hulp moet worden ingeschakeld? Met deze nota borgen we de samenhang tussen verschillende beleidsvelden en faciliteren we een integrale aanpak, om zo de zorg voor en ondersteuning van de Hoornse jeugdigen en hun ouders te verbeteren. In het bij deze nota behorende actieplan staan de afspraken opgenomen om tot resultaten te komen, want we kunnen dit niet alleen. Van elke professional, manager en bestuurder verwachten wij dat ook zij hun verantwoordelijkheid nemen, net zoals we dat verwachten van ouders, jeugdigen (vanaf een zekere leeftijd) en hun netwerk.
In partnerschap, ieder vanuit zijn of haar eigen rol, met een gezamenlijk doel dat domeinoverstijgend is:
Context De afgelopen jaren stonden sterk in het teken van de transitie en transformatie van de jeugdhulp. Met de transitie is de verantwoordelijkheid voor jeugdhulp sinds 2015 overgedragen van het Rijk en de provincies aan de gemeenten, waarmee één wettelijk kader en één financieringssysteem is ontstaan. De reden dat voor deze overheveling is gekozen, was de wens tot transformatie: om het anders te gaan doen dan hoe het tot dan toe gedaan was, met als doel om de ondersteuning aan jeugden en hun ouders te verbeteren. Achterliggende gedachte hierbij was dat, doordat gemeenten dichterbij hun inwoners staan dan de provincies en het Rijk, ze beter in staat zijn om zorg op maat te leveren. Omdat het Rijk er vanuit ging dat de transformatie een bezuiniging zou opleveren, ging de overdracht van de jeugdhulptaken naar de gemeenten gepaard met een korting op het bijbehorende budget. Doordat er met de transitie echter diverse onvoorziene knelpunten aan het licht kwamen, heeft de transformatie niet opgeleverd wat er van verwacht was en is het jeugdstelsel financieel onhoudbaar gebleken. In reactie hierop is de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 opgesteld, die moet leiden tot een financieel beheersbaar en duurzaam jeugdstelsel en kwaliteitsverbetering van de hulpverlening. Binnen de Hervormingsagenda is veel aandacht voor preventie en vroegsignalering.
Van gemeenten wordt verwacht dat zij meer dan ooit gaan inzetten op preventie, om zo de noodzaak tot dure specialistische jeugdhulp waar mogelijk te verminderen.
4
Afbakening onderwerp We maken in (het actieplan behorende bij) deze nota onderscheid in universele, selectieve en geïndiceerde preventie (zie afbeelding). Bij universele preventie gaat het om het ‘versterken’ en bij selectieve en geïndiceerde preventie om het ‘beschermen’ van jeugdigen en ouders. Zodra vragen, risico’s of beginnende problemen zijn uitgegroeid tot problemen waarvoor behandeling of intensievere vormen van begeleiding nodig zijn, is er geen sprake meer van preventie, maar van specialistische jeugdhulp. Dit valt buiten de reikwijdte van het preventief jeugdbeleid. Belangrijke toevoeging: naast ‘problemen voorkomen of voorkomen dat ze groter worden’ heeft preventie ook ‘ontwikkeling en ontplooiing’ tot doel!
Leeswijzer In hoofdstuk 2 staan onze missie, visie en strategie centraal. We geven antwoord op de vraag wat we met het preventief jeugdbeleid voor ogen hebben en hoe we dit willen bereiken. Hoofdstuk 3 geeft het kader van waaruit we het beleid vormgeven. Dit kader is, vooruitlopend op voorliggende nota, op 8 februari 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. In hoofdstuk 4 richten we ons op de huidige situatie. Het geeft een beeld van de Hoornse jeugd en de wijze waarop we de pedagogische basis in Hoorn hebben ingericht. We bespreken wat goed gaat, maar ook wat beter kan. Hoofdstuk 5 schetst de gewenste situatie die we voor ogen hebben. We formuleren de ambities en werken deze uit in concrete doelen. Hoofdstuk 6 beschrijft onze visie op het kinder- en jongerenwerk, als centrale basisvoorzieningen in het preventief voorveld. In hoofdstuk 7, tot slot, wordt vooruitgekeken naar het bij deze nota behorende actieplan. In dit plan vertalen we ons beleid naar concreet benodigde inzet om de ambities te behalen. Ook benoemen we hierin de indicatoren aan de hand waarvan gemeten kan worden of onze aanpak het gewenste resultaat oplevert. We scherpen dit actieplan periodiek aan, zodat we blijven bouwen op basis van kennis en ervaring en de pedagogische basis zo goed mogelijk in lijn blijft met de actuele visie op de beste inrichting.
Totstandkoming Deze nota is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de gemeenteraad en de stad. Tijdens een uitgebreid traject is gesproken met jeugdigen, ouders, samenwerkingspartners, gemeenteraadsleden en betrokkenen bij flankerend beleid. Ook Join The Project en de Sociale Cliëntenraad hebben als stem van de Hoornse inwoners input geleverd. De opbrengst van dit alles vormt de basis van voorliggende nota. 5
2.
Missie, visie en strategie
Missie Het gezond, veilig en kansrijk opgroeien en opvoeden van jeugdigen zien wij op de eerste plaats als verantwoordelijkheid van de ouders. Zij zijn eerst- en eindverantwoordelijk voor de zorg voor hun kind(eren). Vanaf een zekere leeftijd dragen jeugdigen ook eigen verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld om naar school te gaan en voor hun gedrag in de openbare ruimte). Opvoeden doen ouders echter niet alleen. Zij doen dit samen met andere volwassenen als medeopvoeders: in de familie- en vriendenkring, in de buurt, het onderwijs, de kinderopvang, de sportvereniging, in andere vrijetijdsvoorzieningen en eventueel in hun geloofsgemeenschap. De verschillende omgevingen waarin het opvoeden plaatsvindt en de sociale relaties waarbinnen gezinnen functioneren, hebben veel invloed op wie jeugdigen zijn en wie ze worden. Het geheel van deze sociale relaties en leefomgevingen wordt ook wel ‘de pedagogische basis’ 1 genoemd. Onze missie is om bij te dragen aan een pedagogische basis waarin ouders en jeugdigen in staat zijn om hun verantwoordelijkheid te nemen om gezond, veilig en kansrijk op te voeden en op te groeien.
We zetten ons in voor een omgeving waarin jeugdigen worden gestimuleerd om hun talenten te ontwikkelen, interesses uit te bouwen en leeftijdsgenoten te ontmoeten, om hen hiermee de best mogelijke startpositie te geven en hen optimaal toe te rusten voor sociale participatie en actief burgerschap. We maken ons hard voor een soepele overgang van 18- naar 18+.
Visie Vanuit het preventief jeugdbeleid streven we naar een omgeving waarin ouders zo goed mogelijk in staat zijn om hun kinderen een gezonde, veilige en kansrijke jeugd te bieden. We streven naar optimale mogelijkheden voor alle jeugdigen in de leeftijd tot 18 jaar, om op te groeien en zich te ontwikkelen en te ontplooien tot competente volwassenen met een hoog ontwikkeld gevoel van eigenwaarde en sociale verantwoordelijkheid, die naar eigen vermogen optimaal participeren in onze samenleving. Doelgroep Alle jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar 2 en hun ouders, waarbij we een onderverdeling maken in ‘kinderen’ (0-12 jaar) en ‘jongeren’ (12-18 jaar). Doel Hoornse jeugdigen groeien op in een gezonde, veilige en kansrijke omgeving waarin zij zich optimaal kunnen ontwikkelen en ontplooien. Ze doen naar eigen vermogen mee in de samenleving en leveren daar een positieve bijdrage aan.
1 De pedagogische basis maakt onderdeel uit van de sociale basis, dat als het ware een vangnet van allerlei
voorzieningen en mensen in een wijk vormt. De pedagogische basis is het deel van dat vangnet dat speciaal bedoeld is om jeugdigen te helpen gezond, veilig en kansrijk op te groeien – denk aan scholen, sportverenigingen, kinder- en jongerenwerk, maar ook speel- en chillplekken in de openbare ruimte en ondersteuning van ouders bij de opvoeding. 2 Het aantal jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar in gemeente Hoorn bedroeg op 1 januari 2024 14.667, wat neerkomt op 19,5% van de totale bevolking (bron: CBS). 6
Strategie Om de centrale vragen uit de inleiding van deze nota te beantwoorden en daarmee de doelstelling van het preventief jeugdbeleid te behalen, zetten we in op het versterken van de pedagogische basis in de gemeente. We gaan hierbij uit van het volgende gewenste domino-effect:
7
3.
Kaders
De kaders zijn, vooruitlopend op voorliggende nota, op 8 februari 2022 door de gemeenteraad vastgesteld.
Wettelijk kader Vanuit de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp aan jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 183 jaar. Een belangrijk doel van de Jeugdwet is het voorkomen van problemen en het vroegtijdig inzetten van hulp en zorg om zo (zwaardere) vormen van specialistische jeugdhulp te voorkomen. Preventief jeugdbeleid maakt hiermee onderdeel uit van de Jeugdwet. Het gaat om: ‘meer preventie, meer eigen verantwoordelijkheid, het benutten van ‘eigen kracht’ en het sociale netwerk van jeugdigen en hun ouders’. Gemeentelijk preventiebeleid moet vanuit de Jeugdwet gericht zijn op: ▪ Het voorkomen van, het vroegsignaleren van en het vroeg interveniëren bij een risico op opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen en stoornissen; ▪ Het versterken van het opvoedkundige klimaat; ▪ Het bevorderen van de opvoedvaardigheden van ouders; ▪ Het inschakelen, herstellen en versterken van de eigen mogelijkheden en het probleem-oplossend vermogen van de jeugdigen, hun ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren; ▪ Het bevorderen van de veiligheid van de jeugdigen in de opvoedsituatie.
Inhoudelijk kader De Kansencirkel (zie de afbeelding op pagina 10) bestaat uit acht wetenschappelijk onderbouwde elementen die jeugdigen nodig hebben om goed te kunnen opgroeien en waar iedere jeugdige volgens het kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties recht op heeft. De elementen sluiten goed aan bij de ambities en opgaven van de gemeente Hoorn en vormen gezamenlijk het inhoudelijk kader van ons preventief jeugdbeleid. Deze acht elementen als gedachtegoed doen recht aan de wens van de Hoornse jeugdigen om niet alleen naar problemen te kijken, maar vooral naar hun talenten, om gehoord te worden en om erbij te kunnen horen.
Financieel kader Voor de Jeugdwet bestaan, in tegenstelling tot de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg, geen landelijk vastgestelde bekostigingsregels. Elke gemeente stelt eigen regels vast met betrekking tot de voorwaarden voor en wijze van financiering van preventie.
3 Met de mogelijkheid tot verlenging tot 23 jaar, als de behandeling na de 18e verjaardag doorloopt of als de hulp die
nodig is niet vanuit een andere wet geleverd kan worden. 8
Het preventief jeugdbeleid, zoals opgenomen in deze nota, wordt binnen de reeds bestaande middelen uitgevoerd (zie bijlage 3 voor meer informatie). Door de pedagogische basis efficiënter en effectiever in te richten en uit te gaan van het principe ‘nieuw voor oud’ (waarbij bestaand aanbod plaats maakt voor nieuw aanbod, als dit beter aansluit op de actuele - al dan niet latente - vraag), willen we Hoornse jeugdigen en hun ouders ondersteunen om meer in hun kracht te staan. Waar mogelijk en gewenst zal ter aanvulling op de bestaande, structurele middelen gebruik worden gemaakt van incidentele middelen, zoals de externe stimuleringsgelden (brede SPUK-regeling) die wij vanuit het Rijk ontvangen.
9
4.
Analyse
Om ieder kind een goede basis te bieden, zijn de gemeente Hoorn en samenwerkingspartners jeugd(zorg) en onderwijs voortdurend op zoek naar wat goed gaat en wat beter kan, wat daarvoor nodig is en hoe een verbetering standhoudt. Na een periode waarin veel aandacht is uitgegaan naar de procedurele kant van de transitie (de aanbestedingen, de inrichting van een goed werkend berichtenverkeer en de vermindering van administratieve lasten), is er in de achterliggende periode steeds meer ruimte gekomen om de focus te richten op ‘het kind’. De gemeente heeft hiervoor een centrale rol belegd bij GGD Hollands Noorden (jeugdgezondheidszorg JGZ) en 1.Hoorn. Zowel de JGZ-medewerkers als de gebiedsteams van 1.Hoorn bieden informatie, advies en ondersteuning bij gezond opgroeien en opvoeden. Ze zijn dichtbij en makkelijk aanspreekbaar. Ouders en jeugdigen die zich met een vraag melden, worden zo goed mogelijk geholpen door de GGD, het gebiedsteam of via 1.Hoorn door (één van) de samenwerkingspartners. Waar nodig worden zij tevens voorzien van regie, zodat zij overzicht houden en geholpen worden bij het maken van keuzes. In theorie is dit een dekkende werkwijze, waarin iedere opvoed- of opgroeivraag vroegtijdig en afdoende beantwoord wordt. In de praktijk echter, blijkt er nog winst te behalen. Knelpunten waar we tegenaan lopen zijn onder meer: •
Niet alle ouders en jeugdigen met vragen of problemen weten (tijdig) de weg naar de JGZ en/of 1.Hoorn te vinden. Jeugdigen en ouders gaan met hun vragen naar iemand die goed en vertrouwd voelt. Wie dat is, verschilt van persoon tot persoon. Vooral jongeren hebben in het algemeen de voorkeur om online en eerst anoniem hun vragen te stellen en problemen te bespreken, voordat zij de stap zetten naar fysiek contact met een consulent van het gebiedsteam.
•
Er is geen passend aanbod beschikbaar. Er wordt in verhouding nog weinig maatschappelijk geïnvesteerd in het versterken van gezinnen en het voorkomen van problemen. Dit heeft tot gevolg dat 1.Hoorn in de praktijk niet altijd in staat is om ouders en jeugdigen vroegtijdig passende ondersteuning te bieden, om daarmee problemen in de toekomst te voorkomen.
Daar komt bij dat de vraag naar preventieve ondersteuning, zowel absoluut als relatief, toeneemt. Zoals uit diverse onderzoeksrapporten blijkt, heeft dit alles te maken met het feit dat in algemene zin kan worden gesteld dat de pedagogische basis in Nederland de afgelopen jaren is versmald en verschraald. Dit maakt het voor veel ouders een grotere opgave om hun verantwoordelijkheid te nemen voor het gezond, veilig en kansrijk opvoeden en opgroeien van hun kinderen. Belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen die de kwaliteit van de hedendaagse pedagogische basis onder druk zetten, zijn4: •
het ontbreken van hulpbronnen: door kleinere gezinnen, lossere familieverbanden, grotere mobiliteit, anoniemere woonomgevingen en grotere kansenongelijkheid in de toegang tot voorzieningen is de steun in de directe nabijheid van gezinnen minder vanzelfsprekend;
•
de opvoedingsparadox: ouders beschikken over meer kennis over de opvoeding (onder andere via internet), maar worden daardoor juist onzekerder en zoeken houvast bij professionals;
•
de individualisering: het omgaan met problemen rond opgroeien en opvoeden wordt niet meer als verantwoordelijkheid van de gemeenschap gezien.
4 Bron: Nederlands Jeugdinstituut (NJi)
10
Gevolg hiervan is dat ouders bij alledaagse opvoedvragen of kleine problemen steeds meer en eerder aangewezen zijn geraakt op professionele kennis en hulp, terwijl deze lang niet voor iedereen toegankelijk en beschikbaar is, of de weg daarnaartoe niet gevonden wordt. Met als gevolg dat vragen (langer) onbeantwoord blijven, waardoor zij kunnen uitgroeien tot problemen waarvoor uiteindelijk wèl specialistische hulp moet worden ingeschakeld. Alle reden om dit tij te keren! Aanbevelingen Er hebben in de aanloop naar deze nota, gesprekken plaatsgevonden met jeugdigen, ouders, samenwerkingspartners, gemeenteraadsleden en betrokkenen bij flankerend beleid. Zie voor een beschrijving van het uitgevoerde participatietraject met de stad bijlage 6. De opbrengst van al deze gesprekken is omgezet in een aantal aanbevelingen en aandachtspunten ter versterking van de pedagogische basis. Zij worden meegenomen bij het formuleren van de ambities en doelen van het beleid in hoofdstuk 5:
11
Hoornse jeugd Hoorn telde op 1 januari 2024 14.667 jeugdigen in de leeftijd van 0-18 jaar. Deze groep is als volgt opgebouwd:
0-4 jarigen 4-12 jarigen 12-18 jarigen Totaal
in aantal 3.159 6.393 5.115
in % van Hoornse bevolking 4,2% 8,5% 6,8%
14.667
19,5%
Uitgaande van de zorgpiramide jeugd van het NJi gaat het met het overgrote deel van de jeugdigen goed (circa 80%). Zij ervaren geen noemenswaardige problemen, maar hebben wel steun nodig bij het opgroeien. Een ander deel van de jeugdigen (circa 15%) ervaart beginnende of lichte problemen op één of meerdere leefgebieden, zoals thuis, op school of in het sociale netwerk. Er is ook een groep jeugdigen met zwaardere problematiek (circa 5%). Deze jeugdigen ervaren problemen waar specialistische (jeugd)hulp voor moet worden ingeschakeld. Vertaald naar Hoorn geeft dit het volgende beeld:
0-4 jarigen 4-12 jarigen 12-18 jarigen Totaal
zonder problemen 2.527 5.114 4.092
lichte problemen 474 959 767
zware problemen 158 320 256
80% = 11.733
15% = 2.200
5% = 734
totaal 3.159 6.393 5.115 100% = 14.667
Bij bestudering van de beschikbare, meest recente en relevante data over de Hoornse jeugd, in combinatie met de opbrengst van het uitgebreide participatietraject dat in de aanloop van voorliggende nota is uitgevoerd, zijn een aantal positieve trends waar te nemen (zie bijlage 3-6 voor meer informatie). Zo valt te zien dat de meeste jeugdigen genoeg vrienden hebben en iemand om mee te praten als ze ergens mee zitten. Ook voelt het merendeel van de jeugdigen zich welkom en voldoende veilig op de plekken waar zij verblijven. Veruit de meeste jeugdigen hebben de mogelijkheid om buiten te spelen en te sporten (al dan niet in verenigingsverband) en jeugd is over het algemeen tevreden over de ontwikkelkansen die het krijgt. Daarnaast zien we echter ook een aantal kwetsbaarheden. Zo is er een stijging van sociaal-emotionele problematiek en voelen Hoornse jeugdigen zich nog altijd minder vaak gelukkig dan voor de coronacrisis. Jeugdigen kampen opvallend veel vaker met stress en eenzaamheid en ervaren minder respect tussen leeftijdsgenoten onderling. Het aantal jeugdigen dat opgroeit in een gezin dat het financieel krap heeft stijgt. Alcohol- en drugsgebruik blijft een belangrijk aandachtspunt, evenals voeding, beweging, gamen en het gebruik van social media. Deze kwetsbaarheden brengen risico’s met zich mee.
Vooral als zij zich voordoen bij jeugdigen uit gezinnen waar toch al problemen zijn en/of waar sprake is van onvoldoende (ontwikkelde) opvoedcapaciteiten van ouders. En aangezien het percentage conflicten binnen het gezin in de afgelopen jaren, net als het percentage ouders dat de opvoeding als (zeer) moeilijk ervaart, is gestegen, is de noodzaak tot preventie. Bij het niet (tijdig) interveniëren ontstaat het risico op steeds groter wordende problematiek, wat kan leiden tot bijvoorbeeld meer uitval in het onderwijs. Door de pedagogische basis te versterken, kan vroegtijdig op kwetsbaarheden worden ingezet om het ontstaan en verergeren van problemen te voorkomen.
12
5.
Ambities en doelen
Om tot versterking van de pedagogische basis te komen, is het in de eerste plaats van belang om te concretiseren wat we daar onder verstaan. Wat willen we bereiken? Wanneer zijn we tevreden? Om deze vraag te beantwoorden, vertalen we de aanbevelingen en aandachtspunten uit de analyse van hoofdstuk 4 en de achterliggende opbrengst van het particitpatietraject naar concrete ambities en doelen voor alle elementen van de Kansencirkel. Hoewel de elementen samen één geheel vormen en in principe niet los te knippen zijn, diepen we ze onderstaand wel stuk voor stuk uit.
Actief zijn Door te spelen leren kinderen de wereld te ontdekken en te ervaren. Het is een natuurlijke manier van ontwikkelen. Om te kunnen spelen is speelruimte nodig. In de openbare ruimte beperkt dit zich niet tot specifiek ingerichte speelplekken. Ook stoepen, grasveldjes en pleintjes voldoen. Zodra kinderen ouder worden, verschuift de behoefte van spelen naar hangen en chillen, voetballen en skaten. Voor veel pubers vormt dit een belangrijk onderdeel van hun vrijetijdsbesteding. Vanaf een jaar of vijftien krijgen zij ook belangstelling voor uitgaansgelegenheden. Om jeugdigen positief te laten opgroeien, helpt het als ze deel kunnen nemen aan sport- en/of culturele activiteiten waarbij ze zowel in contact zijn met leeftijdsgenoten, als met volwassenen die hen aanmoedigen en ondersteunen bij de ontwikkeling van hun talenten en vaardigheden. Sportdeelname is niet alleen een manier om te bewegen en bezig te zijn, maar ook om sociale vaardigheden te ontwikkelen, zoals op je beurt wachten, samenwerken, leren omgaan met winst en verlies en om je grenzen te leren bewaken en verleggen. Door deelname aan culturele activiteiten leren jeugdigen kritisch denken, krijgen ze begrip voor anderen en ontwikkelen ze hun creativiteit. Ambitie Jeugdigen beschikken over geschikte ruimte in hun nabijheid om vrij te spelen, te ontspannen en leeftijdsgenoten te ontmoeten.
Zij hebben de mogelijkheid om deel te nemen aan spel-, sport-, culturele en overige sociale activiteiten die aansluiten bij hun interesses. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar de doelgroep 12-18 jarigen, omdat binnen deze leeftijdscategorie de deelname aan sport- en culturele verenigingen in de regel relatief laag is. Waar mogelijk en gewenst wordt deze leeftijdsgroep zelf in de gelegenheid gesteld om initiatieven op te zetten en activiteiten te ontplooien. Doelen • Jeugdigen spelen, sporten en ontmoeten elkaar in de openbare ruimte: - De openbare ruimte (stoepen, pleintjes, parken etc.) is geschikt voor jeugdigen om er te spelen, te sporten en elkaar te ontmoeten. - De inrichting van sport-, speel- en ontmoetingsplekken voor jeugdigen in de openbare ruimte sluit aan bij hun behoeften en belevingswereld. •
Jeugdigen nemen deel aan sport-, culturele of overige sociale activiteiten: - Jeugdigen ervaren geen belemmering om op regelmatige basis deel te nemen aan sport-, culturele of overige sociale activiteiten. - 12-18 jarigen zijn in de gelegenheid om zelf initiatieven op te zetten en activiteiten te ontplooien.
13
Gerespecteerd worden Het is een belangrijke sociale behoefte van de mens in het algemeen en van jeugdigen in het bijzonder om geaccepteerd te worden en erbij te horen. Jeugdigen zijn druk bezig met de ontwikkeling van hun identiteit en hoe ze zich tot anderen verhouden. Dit gaat voor de meesten met vallen en opstaan, maar een aantal van hen heeft extra hindernissen te nemen. Zij bevinden zich in kwetsbare situaties, die de kans om gerespecteerd te worden in de weg kunnen staan. Het gaat hierbij om: • Jeugdigen met een (fysieke) beperking of gedragsproblemen, waardoor zij niet automatisch met leeftijdgenoten kunnen meedoen. • Jeugdigen die het slachtoffer zijn van pesten; zij voelen zich vaak ongelukkig, onzeker en eenzaam. • Jeugdigen die opgroeien in gezinnen met weinig geld, wat kan leiden tot onzekerheid en (een gevoel van) uitsluiting. • Jeugdigen die te maken krijgen met discriminatie, waardoor zij zich niet welkom voelen, er niet bij horen en regelmatig een toekomstperspectief missen. • Nieuwkomers, statushouders en hun kinderen die hun weg nog moeten vinden in de Nederlandse samenleving. Ambitie Jeugdigen voelen zich geaccepteerd en horen erbij, ongeacht hun afkomst, beperking, geloof en/of seksuele geaardheid.
Zij doen (naar vermogen) mee op school, bij verenigingen en in de samenleving, waarbij de focus ligt op ‘wat wel kan’ in plaats van ‘wat niet kan’ en op ‘samen’ in plaats van ‘apart’. Er is ruimte om ‘anders’ (jezelf) te zijn. Pesten wordt niet geaccepteerd. Speciale aandacht gaat uit naar jeugdigen met een licht verstandelijke beperking. Deze beperking is meestal niet zichtbaar, maar doordat zij door hun gedrag vaak uit de toon vallen, zijn zij extra kwetsbaar voor pesten, uitsluiting en misbruik door criminele vriendjes en loverboys. Doelen • Jeugdigen voelen zich geaccepteerd: - Jeugdigen groeien op in een omgeving waarin ze zich veilig voelen om zich zelf te zijn. - Jeugdigen worden niet gepest, uitgesloten of misbruikt. •
Voor alle jeugdigen is een passende plaats in de samenleving: - Jeugdigen doen (naar vermogen) mee op school, bij verenigingen en in de samenleving. - Jeugdigen ervaren geen belemmering om (naar vermogen) mee te doen op school, bij verenigingen en in de samenleving.
Verantwoordelijk zijn Een belangrijk onderdeel van de opvoeding is om jeugdigen te leren hoe ze verantwoordelijkheid moeten nemen. Het leert hen hoe ze zich vrij kunnen voelen, het bouwt hun zelfvertrouwen op en het geeft hen meer grip op hun leven. Door verantwoordelijkheid te nemen, ervaren zij bovendien dat ze niet alleen een positieve invloed kunnen hebben op hun eigen leven, maar ook op hun omgeving, doordat ze kunnen bijdragen aan bijvoorbeeld een schone en veilige wijk, waar geen plek is voor vandalisme. Bij verantwoordelijk zijn hoort dat jeugdigen laten zien dat ze goede keuzes (leren) maken, waar het bijvoorbeeld gaat om hun gezondheid, school, werk, geld en gedrag in een groep, dat ze afspraken 14
nakomen en zich aan regels houden. Belangrijk aandachtspunt is dat de verantwoordelijkheid niet groter is, dan wat de jeugdige aankan. Ambitie ‘Eigen kracht’ van jeugdigen en hun ouders staat voorop. Dit betekent dat wordt ingezet op het inschakelen, herstellen en versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van jeugdigen en hun ouders. Jeugdigen hebben een passende rol en verantwoordelijkheid in activiteiten voor zichzelf en hun groep en worden aangesproken, gestimuleerd en ondersteund om verantwoordelijkheid te nemen. Doelen • Ouders nemen hun verantwoordelijkheid voor het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van hun kinderen: - Jeugdigen groeien op in een omgeving die ouders in staat stelt om hen een gezonde, veilige en kansrijke jeugd te bieden. - Ouders zijn toegerust om (naar vermogen) verantwoordelijkheid te nemen voor het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van hun kinderen. - Ouders weten waar ze terecht kunnen met opvoedingsvragen. •
Jeugdigen nemen, al naar gelang hun leeftijd, ook eigen verantwoordelijkheid om gezond, veilig en kansrijk op te groeien: - Jeugdigen groeien op in een omgeving die hen in staat stelt om gezond, veilig en kansrijk op te groeien. - Jeugdigen zijn toegerust om (al naar gelang hun leeftijd en vermogen) ook eigen verantwoordelijkheid te nemen om gezond, kansrijk en veilig op te groeien. - Jeugdigen weten waar ze terecht kunnen met opgroeivragen.
Erbij horen Participatie laat jeugdigen zien dat ze ertoe doen, dat ze erbij horen en dat zij een waardevolle plek hebben in de maatschappij. Het geeft hen de kans om mee te doen. Door jeugdigen te laten meebeslissen wordt één van hun meest basale behoeften erkend: het gevoel inspraak en invloed te hebben. Dit is een essentieel onderdeel van positieve ontwikkeling en vraagt erom jeugdigen ècht serieus te nemen. Ambitie Jeugdigen denken en beslissen mee over zaken die hen aangaan. Zij weten waar en hoe zij hun stem kunnen laten horen om invloed uit te oefenen en maken hier gebruik van. Wanneer zij ondersteuning nodig hebben, wordt er niet over, maar met hen gesproken. Hun vraag en behoeften staan centraal. Zij hebben zeggenschap in alle fasen. Doelen • Jeugdigen denken en beslissen mee over zaken die hen aangaan: - De mening van jeugdigen wordt meegenomen bij de totstandkoming en/of herijking van gemeentelijk beleid. •
De vraag en behoeften van jeugdigen staan centraal: - Er wordt waar mogelijk niet over, maar met jeugdigen en/of ouders gesproken. - Ter ondersteuning van jeugdigen en/of het gezin wordt gewerkt met ‘1 Gezin, 1 Plan, 1 Regisseur’.
15
Veilig zijn Iedere jeugdige heeft recht op een veilige thuissituatie, vrij van (fysieke of emotionele) kindermishandeling en huiselijk geweld. Het is een basisvoorwaarde om goed op te groeien. Naast een goede thuisbasis is het ook belangrijk dat jeugdigen zich veilig en beschermd voelen in hun (school)omgeving. Belangrijke thema’s die in dit kader spelen zijn pesten en sexting. Veel jongeren zijn zich niet bewust van de gevaren van social media. Tot slot zijn er jongeren die overlast veroorzaken. Meestal gebeurt dat in groepsverband. Soms belanden deze jongeren in de criminaliteit. Zij creëren onveiligheid voor anderen en zichzelf. Vaak schuilen achter dit gedrag en de keuzes die zij maken problemen in de thuissituatie, psychische problemen en/of het gevoel er niet bij te horen. Ambitie Jeugdigen groeien op in een fysiek en sociaal-emotioneel veilige omgeving, zowel thuis, op school als in de samenleving als geheel. Door nauw samen te werken in de keten, zetten we in op het voorkomen van, vroegsignaleren van en vroeginterveniëren bij een risico op opgroei- en opvoedproblemen. Speciale aandacht gaat uit naar het beperken van de risico’s van social media-gebruik door de jeugd. Doelen • Jeugdigen groeien op in een veilige omgeving: - Er is geen sprake van fysieke mishandeling van jeugdigen. - Er is geen sprake van emotionele mishandeling van jeugdigen.
- Jeugdigen zijn zich bewust van de gevaren van social media-gebruik. •
Er is geen sprake van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit: - Jeugdigen veroorzaken geen overlastsituaties. - Jeugdigen plegen geen strafbare feiten.
Gezond zijn Iedere jeugdige heeft het recht om zo gezond mogelijk op te groeien en zich lichamelijk en geestelijk goed te voelen. Voor 0-18 jarigen is er preventieve gezondheidszorg. Vanaf hun geboorte wordt hun gezondheid en ontwikkeling gevolgd en krijgen hun ouders, en vanaf zekere leeftijd ook zij zelf, informatie en advies over gezond opgroeien. Voor sommige kinderen is extra aandacht nodig, bijvoorbeeld doordat zij zich anders dan gemiddeld ontwikkelen of een groter gezondheidsrisico hebben. Soms is niet meteen duidelijk wat er aan de hand is. Ook dan is het belangrijk dat er vroegtijdig met ouders wordt meegekeken. De laatste jaren is de sociaal-emotionele en psychische problematiek onder jongeren toegenomen, onder andere als gevolg van stress en hoge prestatiedruk. Ook het aantal zelfdodingen onder jongeren is landelijk gestegen. Om gezond te zijn, moet je gezond leven. Je moet weten hoe je gezond eet, genoeg beweegt en een gezond gewicht behoudt. Ook moeten jongeren weten wat de effecten van drank, roken en drugsgebruik op hun gezondheid kunnen zijn en goed geïnformeerd zijn over het belang van veilige seks.
16
Ambitie Jeugdigen hebben - net als hun ouders - toegang tot de juiste kennis en mogelijkheden om gezonde keuzes te maken in een omgeving die hen daartoe stimuleert. Speciale aandacht gaat uit naar het (preventief) versterken van weerbaarheid en mentale gezondheid. Ook is er in het bijzonder aandacht voor de ondersteuning van het jonge kind, in de leeftijd tot circa 4 jaar, omdat in deze periode de lichamelijke, emotionele en psychische basis voor later wordt gelegd. Doelen • Jeugdigen groeien gezond op: - Jeugdigen groeien op in een gezonde thuissituatie en leefomgeving. - Jeugdigen groeien op in een omgeving die hen en hun ouders stimuleert om gezonde keuzes te maken. - Jeugdigen en ouders hebben de juiste kennis om gezonde keuzes te maken. - Jeugdigen en ouders hebben de mogelijkheden om gezonde keuzes te maken. - Jeugdigen en ouders maken gezonde keuzes. - Jeugdigen zijn in staat om de overgang naar volwassenheid zonder problemen te doorlopen. •
Jeugdigen zijn mentaal weerbaar: - Jeugdigen zijn in staat om gevoelens, gedachten en gedrag effectief te beheersen. - Jeugdigen beschouwen uitdagingen als mogelijkheid om te leren en geven niet op bij tegenslagen.
Zich ontplooien Iedere jeugdige heeft het recht om zich van jongs af aan zo goed mogelijk te ontwikkelen. Het onderwijs is bij uitstek de plek die hiertoe uitnodigt en, doordat jeugdigen hier doorgaans meerdere dagen per week verblijven, tevens de plek waar belemmeringen in de ontwikkeling, vragen en problemen vroegtijdig kunnen worden gesignaleerd en opgepakt. Dit vergt een goede samenwerking tussen de scholen en de diverse samenwerkingspartners. Ambitie Jeugdigen worden gestimuleerd om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Ze hebben voldoende ontwikkelmogelijkheden en waar nodig toegang tot ondersteuning die op dit gebied gewenst is. Er is voor iedere jeugdige een passende plek of manier. Jeugdigen en hun ouders weten waar ze terecht kunnen met opgroei- en opvoedvragen. Doelen • Jeugdigen hebben voldoende ontwikkelmogelijkheden: - Jeugdigen krijgen de ondersteuning die nodig is om zich te kunnen ontplooien. •
Jeugdigen en ouders ervaren ondersteuning uit hun netwerk en van professionals in hun omgeving bij kleine vragen over opgroeien en opvoeden: - De pedagogische basis in Hoorn is sterk.
17
Gekoesterd worden Jeugdigen hebben een plek nodig waar ze zich geborgen voelen; waar ze goed worden verzorgd, liefde en aandacht krijgen en gehoord, gewaardeerd en gestimuleerd worden. Het is in de eerste plaats aan ouders om voor hun kinderen die veilige basis te zijn waar zij altijd op kunnen terugvallen. Soms hebben ouders (professionele) ondersteuning nodig bij de opvoeding of de vaardigheden die horen bij het ouderschap. Dit geldt zeker voor kwetsbare ouders, zoals mensen met psychosociale problemen, mensen met een verslaving of een licht verstandelijke beperking, of mensen bij wie sprake is van huiselijk geweld, schulden of werkloosheid. Hun omstandigheden, de stress waarmee zij te maken hebben, beïnvloedt de gezondheid en ontwikkeling van hun kind. Steeds meer jeugdigen maken een scheiding van hun ouders mee. Dit heeft een grote invloed op hun leven en kan sterke gevolgen hebben voor hun ontwikkeling. Kinderen moeten zich in alle fasen van een scheiding veilig en gezond kunnen ontwikkelen. Ouders dragen hier gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor. Ambitie Door nauw samen te werken in de keten, zetten we in op het voorkomen van, vroegsignaleren van en vroeginterveniëren bij een risico op opgroei- en opvoedproblemen. Er is aandacht voor het versterken van het opvoedkundige klimaat en het bevorderen van de opvoedvaardigheden van (aanstaande) ouders.
Jeugdigen die een (echt)scheiding van hun ouders meemaken, kunnen zich in alle fasen van deze scheiding op een veilige en gezonde manier ontwikkelen. Hun ouders geven tijdens en na hun scheiding invulling aan gezamenlijk duurzaam ouderschap. Doelen • Jeugdigen voelen zich geborgen: - Jeugdigen hebben een duurzaam veilige thuissituatie. - Jeugdigen weten bij wie ze terecht kunnen met vragen of voor een luisterend oor. - Ouders voelen zich gesteund bij het opvoeden van hun kinderen. - Ouders nemen, ook in het geval van (echt)scheiding, hun verantwoordelijkheid voor een duurzaam veilig opvoedingsklimaat. - Jeugdigen en gezinnen met een hulpvraag ontvangen tijdig passende ondersteuning.
18
6.
Kinder- en jongerenwerk
Het preventief voorveld bestaat uit een breed palet van voorzieningen die ieder op eigen wijze bijdragen aan het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van jeugdigen. Binnen dit omvangrijke en gemêleerde veld nemen het kinder- en jongerenwerk een centrale rol als basisvoorziening in. Beide vallen onder direct opdrachtgeverschap van de gemeente. Essentie5 Kinder- en jongerenwerkers werken vanuit de leefwereld van hun doelgroep. Zij zijn aanwezig op plekken waar jeugdigen zijn. Dit geldt met name voor de jongerenwerkers: op straat, op school, bij de winkelcentra en op social media. Kinder- en jongerenwerkers zijn in staat om jeugdigen te bereiken en langdurige relaties met hen aan te gaan. Ze kennen de jeugdigen en hun omgeving. Vanuit die positie en hun professionaliteit begeleiden zij groepen, maar ook individuele jeugdigen bij zowel hun sociale als persoonlijke ontwikkeling. Hun bijdrage kan bestaan uit het stimuleren van talentontwikkeling, het functioneren als rolmodel, het helpen opbouwen van een sociaal netwerk, het helpen aanpakken van persoonlijke of sociale problemen, het vinden van positieve vormen van vrijetijdsbesteding, het bevorderen van actieve participatie in de samenleving en het vinden van een toekomstperspectief. Kinder- en jongerenwerkers hebben een pedagogische rol als medeopvoeder-in-de-buurt.
In samenwerking met andere opvoeders in het gezin, de school en andere partijen in de buurt helpen zij jeugdigen opgroeien en zich positief ontwikkelen. Ze ondersteunen en begeleiden, maar stellen ook grenzen en corrigeren hen. Door dichtbij en benaderbaar te zijn, kunnen kinder- en jongerenwerkers in een vroeg stadium risico’s en problemen opsporen en de jeugdigen motiveren hier iets aan te doen. Ze houden de vinger aan de pols, checken terloops hoe het met het kind of de jongere gaat en geven een duwtje in de rug als het nodig is. Zo nodig haalt de kinder- of jongerenwerker tijdig de juiste persoon in de omgeving van de jeugdige erbij. Dat kunnen ouders of overige familieleden, vrienden of buurtbewoners zijn, maar ook professionals uit de keten, zoals een jeugd- en gezinswerker, een leerkracht of docent, of een wijkagent. Doelgroep Het kinderwerk richt zich op alle kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar. Het jongerenwerk richt zich op alle jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar. Hoewel beide voorzieningen in theorie voor alle jeugdigen vrij toegankelijk zijn, is het in de praktijk niet realistisch en ook niet nodig om de volledige doelgroep te (kunnen) bedienen. Zoals in hoofdstuk 4 beschreven, gaat het - uitgaande van de zorgpiramide jeugd van het NJi - met het overgrote deel van de jeugdigen goed.
Deze jeugdigen ervaren geen noemenswaardige problemen, maar hebben wel steun nodig bij het opgroeien en volwassen worden. Het kinder- en jongerenwerk staat open voor deze groep, want het is een openbare voorziening, maar het levert er geen speciale inspanning voor. Deze jeugdigen vinden hun weg, ook zonder inzet van het kinder- en jongerenwerk. Een ander deel van de jeugdigen ervaart beginnende of lichte problemen op één of meerdere leefgebieden, zoals thuis, op school of in het sociale netwerk. Zij hebben veelal geen actieve vrijetijdsbesteding via het georganiseerde verenigingsleven of ontvangen vanuit dit aanbod minder ondersteuning en begeleiding dan wenselijk is. Deze jeugdigen vormen de kerndoelgroep van het kinder- en jongerenwerk. Dan is er tot slot ook een groep jeugdigen met zwaardere problematiek. Deze jeugdigen ervaren problemen waar specialistische (jeugd)hulp voor moet worden ingeschakeld. Ook zij zijn, waar mogelijk en verantwoord, welkom bij het kinder- en jongerenwerk. Met als belangrijke kanttekening dat dit aanvullend op en in samenspraak met de betrokken jeugd(hulp)partners in de keten geschiedt. De kinder- en jongerenwerker onderhoudt met betrekking tot deze jeugdigen zeer korte lijnen met onder andere 1.Hoorn
5 Bron: MOVISIE, kennis en advies voor maatschappelijke ontwikkeling en Nederlands Jeugdinstituut (NJi)
19
en het gemeentelijke Team Veiligheid, zoals vastgelegd in het document ‘richtlijnen informatiedeling jongerenwerk’. Paradox Hoewel de kerndoelgroep van het kinder- en jongerenwerk dus uit jeugdigen met beginnende of lichte problematiek bestaat, kunnen er op voorhand geen kinderen en jongeren worden uitgesloten. Om te ontdekken hoe het met de kwetsbaarheid van een jeugdige gesteld is, zal de kinder- en jongerenwerker in veel gevallen immers eerst in staat moeten zijn om contact te maken en een vertrouwensband met hem of haar op te bouwen. Dat laatste gaat niet vanzelf, maar kost (vaak delicate) inspanning en geduld. In de programmering van het kinder- en jongerenwerk wordt hier rekening mee gehouden. Om zoveel mogelijk jeugdigen te bereiken wordt er om die reden - vooral vanuit het jongerenwerk - (deels) ambulant en vindplaatsgericht gewerkt. Ook is er sprake van een open deur-beleid, waarbij (een deel van) het activiteitenprogramma vooral als middel dient om met jeugdigen in contact te treden en vandaaruit de schifting te kunnen maken tussen ‘kwetsbaar’ (met problemen) en ‘minder kwetsbaar’ (zonder problemen). Taken De taken van het kinder- en jongerenwerk voor de verschillende doelgroepen kunnen schematisch als volgt worden weergegeven:
Criminaliteit Het jongerenwerk richt zich wel op hinderlijke en overlastgevende jongeren, maar niet op criminele jongeren en jeugdbendes. Jongeren(groepen) die zich af en toe bezighouden met lichte criminaliteit, zoals vandalisme en/of diefstalletjes, behoren tot de doelgroep van het jongerenwerk. Anders wordt het wanneer de criminaliteit ernstiger wordt. De aanpak van criminele jongeren is een zaak van politie en justitie en niet van het jongerenwerk. Bron: Handboek modern jongerenwerk – visie, methodiek en voorwaarden (Veenbaas, Noorda en Ambaum)
20
7.
Uitvoering
Zodra deze beleidsnota is vastgesteld, volgt de vertaling naar een actieplan. Hierin staan de concreet benodigde interventies om de ambities en doelen uit hoofdstuk 5 te behalen. Dit actieplan staat niet op zichzelf, maar verbinden wij aan deelname aan het CFCI-programma van UNICEF Nederland. Child Friendly Cities Initiative (CFCI)-programma van UNICEF CFCI is een internationaal netwerk van UNICEF dat als doel heeft om gemeenten te ondersteunen bij het inbedden van kindvriendelijkheid in beleid en praktijk. Het programma sluit naadloos aan bij onze ambities en biedt tools en handvatten om concrete resultaten te behalen. Daarnaast brengt het erkenning van de stappen die we zetten en al hebben gezet binnen het preventief jeugdbeleid. De gemeente doorloopt met het programma een aantal fasen om uiteindelijk een officieel erkende kindvriendelijke gemeente te kunnen zijn. Hierbij geldt het VN-Kinderrechtenverdrag als uitgangspunt (zie bijlage 9 voor meer informatie). Het programma stimuleert domeinoverstijgend werken en biedt toegang tot een breed netwerk met collega-gemeenten voor uitwisseling en ondersteuning. Aan deelname zijn geen kosten verbonden. Aanpak Het gehele CFCI-programma bestaat uit zes fasen en duurt 3-5 jaar: 1. De gemeente en UNICEF Nederland ondertekenen een Memorandum of Understanding (MoU) met de voorwaarden voor samenwerking.
Hier gaat de samenwerking officieel mee van start. De gemeente krijgt de status van kandidaat-kindvriendelijke gemeente. 2. De gemeente vormt een stuurgroep bestaande uit vertegenwoordiging van verschillende beleidsafdelingen, samenwerkingspartners en bij voorkeur jeugdigen. De stuurgroep voert een lokale situatieanalyse uit aan de hand van de Child Friendly Checklist van CFCI. De analyse wordt binnen een jaar na het tekenen van de MoU afgerond en vormt het kader om verbeteringen in het CFCI-programma te monitoren. 3. De gemeente vormt op basis van de resultaten uit de lokale situatieanalyse een actieplan met daarin concrete actiepunten die duidelijk maken wie, wat, wanneer doet en met welk budget. Bij het actieplan hoort ook een communicatieplan om de inwoners te informeren. Voor de uitvoering van het actieplan wordt een gemeentelijk coördinator benoemd en een coördinatiegroep gevormd, bestaande uit gemeentelijke medewerkers van de verschillende betrokken beleidsdomeinen. Het actieplan en de coördinatiegroep worden uiterlijk binnen twee jaar na het tekenen van de MoU vastgesteld. 4. De coördinatiegroep geeft samen met samenwerkingspartners en jeugdigen uitvoering aan het actieplan. De stuurgroep bewaakt de uitvoering en voortgang. UNICEF Nederland ondersteunt en monitort de uitvoering. De uitvoeringsfase duurt maximaal drie jaar.
Naast de uitvoering van het actieplan zelf, worden (social) media actief betrokken en benut om inwoners te informeren over het CFCI-traject. 5. Jaarlijks is er een evaluatiegesprek tussen UNICEF Nederland, de coördinator en de stuurgroep. De evaluatie ziet toe op twee componenten: het proces en de behaalde doelen. Vanaf de tweede evaluatie kan de conclusie zijn dat de resultaten zijn behaald en dat overgegaan kan worden tot erkenning als CFCI-gemeente. 6. Als de resultaten zijn behaald, kent UNICEF Nederland Hoorn de status van CFCI-gemeente toe. De erkenning is voor de duur van vijf jaar. Willen we de erkenning als CFCI-gemeente behouden, dan zullen we binnen deze periode van vijf jaar opnieuw een MoU tekenen, een actieplan vaststellen en deze in uitvoering nemen.
21
22