CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Nota participatie in de fysieke leefomgeving

Gemeenteraad 8 februari 2022, gemeente HoornBij agendapunt: Participatiebeleid onder de Omgevingswet (1916331)6.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota participatie in de fysieke leefomgeving

December 2021

Inhoud 1

Inleiding........................................................................................................................................3

2

Wetten en kaders over participatie............................................................................................5

3

Hoornse visie op participatie .....................................................................................................7 3.1 Participatie in het algemeen ........................................................................................................................................................................................7 3.2 Visie op participatie......................................................................................................................................................................................................8

4 4.1

Participatie per instrument.........................................................................................................9 Participatie rondom toekomstige Omgevingsvisies.............................................................................................................................................10

4.2 Participatie bij Omgevingsplan ..................................................................................................................................................................................10 4.3. Participatie bij omgevingsvergunningen ...................................................................................................................................................................12 4.5 Participatie bij Projecten ............................................................................................................................................................................................14 4.6 Participatie bij Omgevingstafel ..................................................................................................................................................................................17 4.7 Participatie bij Programma’s ......................................................................................................................................................................................18 5

Tot slot: evaluatie een jaar na inwerkingtreding ....................................................................19

Bijlagen: 1. Overzicht van onderwerpen uit verordeningen met participatieniveau 2. Participatie overzicht per moment 3. Stappenplan Omgevingstafel

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

2/20

1

Inleiding

1.1 Aanleiding De komst van de Omgevingswet is de aanleiding voor de nota ‘participatie in de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet treedt naar verwachting in op 1 juli 2022 en combineert 26 wetten tot één wet over de fysieke leefomgeving. De wet brengt een aantal grote veranderingen voor het werken in het ruimtelijk domein. De wet verandert de bestaande werkwijzen onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en Wet ruimtelijke ordening (Wro). Een hoofddoel van de Omgevingswet is het versimpelen van procedures in het ruimtelijk domein en het verlagen van de zogenoemde regeldruk door het aantal regels te verminderen. Een belangrijk ander doel van de wet is dat inwoners meer betrokken worden bij de totstandkoming van projecten in hun directe leefomgeving. De Omgevingswet stimuleert daarom vroegtijdige participatie. De wet schrijft niet voor hoe participatie er uit moet zien. De gemeente Hoorn heeft daarom de ruimte om een werkwijze te ontwikkelen die past bij de Hoornse context. Deze nota geeft richtlijnen voor participatie bij ruimtelijke initiatieven aan initiatiefnemers, bewoners, raadsleden, bestuurders en medewerkers. De bedoeling achter de Omgevingswet is om niet de regels, maar de fysieke leefomgeving centraal te stellen. De regels vormen slechts het kader. Bij de Omgevingswet gaat het dus om een andere manier van werken en denken.

Door minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk worden overheden, inwoners en ondernemers aangespoord om open, samenhangend, flexibel, uitnodigend en innovatief aan de slag te gaan. In de Omgevingswet wordt uitgegaan van vertrouwen in initiatiefnemers, vertrouwen van de burger in de overheid en vertrouwen tussen overheden. De Omgevingswet wil bijdragen aan het herstel van vertrouwen in de overheid onder meer door het faciliteren van publieksparticipatie. Niet de juridische borging, maar een professionele en open houding wordt gezien als de garantie voor een goed participatieproces.

Inwoners van Hoorn willen steeds vaker meedenken over en invloed hebben op hun leefomgeving. En de gemeente Hoorn en de Hoornse gemeenteraad willen samen met bewoners vormgeven aan de stad. Participatie wordt daarom nu al ingezet bij diverse bouwprojecten. Dit vergroot vaak de kwaliteit van een plan en zorgt voor kennis, creativiteit, oplossingen en verschillende perspectieven. Inwoners, initiatiefnemers, raadsleden, bestuurders en ambtenaren missen soms helderheid over procedures, rollen en bevoegdheden bij participatie-trajecten. Met deze nota wil de gemeente Hoorn meer duidelijkheid geven over hoe participatie in Hoorn de komende jaren vorm krijgt. Zo is het voor alle betrokkenen vooraf duidelijk hoe zij kunnen meedenken en of meedoen. 1.3 Participatie per instrument Voor ieder beleidsinstrument gelden binnen de kaders van de Omgevingswet andere regels voor participatie. Deze regels staan in het Omgevingsbesluit. In hoofdstuk twee wordt hier nader op ingegaan. De te onderscheiden instrumenten zijn de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, programma’s en de omgevingsvergunning. Voor de eerste drie instrumenten, die onder regie van de gemeente worden opgesteld, is participatie verplicht. Bij het instrument omgevingsvergunning is dit nader in te vullen. Hoofdstuk vier gaat op de verschillende instrumenten in.

1.4 Van inspraakverordening naar participatieverordening Er is een wetvoorstel in voorbereiding om op een andere wijze met participatie om te gaan. Dit wetsvoorstel, “Versterking participatie op decentraal niveau”, is een uitbreiding van artikel 150 van de Gemeentewet. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld de huidige inspraakverordening1 te verbreden naar een participatieverordening. Dit gaat dan om participatie in het sociale domein, rondom inclusie, het klimaatbeleid en de lokale democratie. Dit is daarmee veel breder dan de participatie rondom het fysieke domein en de Omgevingswet en maakt daarmee geen onderdeel uit van dit participatiebeleid. Het wordt dan ook niet in het kader van de Omgevingswet uitgewerkt. 1.5 Leeswijzer

1.2 Participatie in Hoorn 1 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR10875/1

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

3/20

In hoofdstuk twee zijn de wettelijke kaders voor ieder instrument uitgeschreven. Daarna wordt in hoofdstuk drie de Hoornse visie op participatie omschreven. In hoofdstuk vier wordt per instrument beschreven hoe participatie eruit gaat zien.

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

4/20

2

Wetten en kaders over participatie

2.1 De Omgevingswet De Omgevingswet heeft als doel om het makkelijker te maken om een bouwproject te starten of een vergunning aan te vragen. Via een online omgeving kunnen initiatiefnemers sneller zien wat mogelijk is en waar bijvoorbeeld een vergunning voor nodig is. Vergunningen worden daarnaast sneller verleend, binnen de standaardtermijn van acht weken, na een eventueel uitgebreid voortraject bij het indienen van een aanvraag. De wet beoogt ook een cultuuromslag waarbij initiatieven worden ontvangen met een ‘ja, mits-houding’. Een ander doel van de wet is dat inwoners meer betrokken worden bij de totstandkoming van projecten in de fysieke leefomgeving door middel van vroegtijdige participatie. De regels voor participatie staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling. 2.2 Participatie volgens de Omgevingswet Met participatie wordt in de Omgevingswet bedoeld ‘het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen (Stb. 2018, 290, p. 134)’. 2.3 De verschillende instrumenten van de Omgevingswet Voor ieder beleidsinstrument gelden binnen de kaders van de Omgevingswet andere regels voor participatie.

Bij de instrumenten van de gemeente (Omgevingsvisie, programma en Omgevingsplan) geldt een motiveringsplicht en moet er altijd participatie plaats vinden. Voor initiatiefnemers gelden weinig verplichtingen volgens de wet. De gemeenteraad heeft onder de Omgevingswet wel de mogelijkheid om speciale initiatieven, die in strijd zijn met het Omgevingsplan (zogenaamde buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten, Bopa), aan te wijzen als gevallen waarbij participatie verplicht is voor de initiatiefnemer.

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

Instrument

Regels

Wie verantwoordelijk?

Omgevingsvisie

Motiveringsplicht

Bevoegd gezag

Programma

Motiveringsplicht

Bevoegd gezag

Omgevingsplan

Kennisgeving en motiveringsplicht

Bevoegd gezag (B&W gemeente)

Omgevingsvergunning

Aanvraagvereiste participatie

Initiatiefnemer

Tabel 1 Regels per instrument

2.4 Participatie regels voor de gemeente Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor participatie bij de Omgevingsvisie, programma’s en het Omgevingsplan. Zodra de gemeente Hoorn dus een programma start of een Omgevingsvisie of Omgevingsplan opstelt of wijzigt is de gemeente verantwoordelijk voor participatie. Participatie is in deze gevallen verplicht, maar vormvrij. De gemeente Hoorn mag zelf invulling geven aan hoe zij de participatie uitvoert. Kennisgeving en motiveringsplicht Voor de drie gemeentelijke instrumenten Omgevingsvisie, programma’s en het Omgevingsplan geldt een motiveringsplicht. Dit houdt in dat het bevoegd gezag aangeeft hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereidingen en wat de resultaten van het participatietraject zijn. Bij het Omgevingsplan is ook een kennisgeving verplicht. Kennisgeving houdt in dat er vooraf uitleg wordt gegeven over hoe de participatie is of wordt vormgegeven. 2.5 Participatie regels voor de initiatiefnemer Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning ligt de verantwoordelijkheid voor het toepassen van participatie bij de initiatiefnemer. Nieuwe vergunningaanvragen in strijd met het Omgevingsplan worden bij voorkeur, vooruitlopend op een aanvraag om omgevingsvergunning, behandeld in de omgevingstafel of als project opgepakt. In beide processen vindt participatie plaats.

Wanneer een omgevingsvergunning wordt aangevraagd geldt alleen een aanvraagvereiste. De initiatiefnemer moet aangeven of en zo ja hoe hij 5/20

aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten daarvan zijn. Als een initiatiefnemer geen participatie heeft toegepast, is dat geen grond voor het niet in behandeling nemen of weigeren van een aanvraag om omgevingsvergunning. Het bevoegd gezag betrekt deze informatie uiteraard wel bij de integrale belangenafweging. Voor een aantal situaties heeft de gemeenteraad gevallen aangewezen waarbij participatie verplicht is. Hier wordt in hoofdstuk vier op in gegaan. 2.6 Niet-gemeentelijke instrumenten Er zijn twee andere instrumenten waarvoor de gemeente geen bevoegd gezag is maar die wel genoemd worden onder de Omgevingswet. Voor de volledigheid worden ze hier genoemd. Omgevingsverordening en Waterschapsverordening De Omgevingswet stelt ook regels voor participatie bij de Omgevingsverordening en Waterschapsverordening. Het bevoegd gezag bij de Omgevingsverordening is Gedupeerde Staten. Bij de Waterschapsverordening is het dagelijks bestuur van het waterschap bevoegd gezag. Omdat de gemeente Hoorn geen bevoegd gezag is bij deze instrumenten vallen deze instrumenten buiten de reikwijdte van deze nota. Projectbesluit De minister, Gedeputeerde Staten en het dagelijks bestuur van een Waterschap kunnen bevoegd gezag zijn voor de projectprocedure en verantwoordelijk voor de participatieprocedure.

Als een ander dan het bevoegd gezag initiatiefnemer is, kan het participatietraject een gezamenlijke actie zijn. Bij een projectbesluit is kennisgeving vooraf en motiveringsplicht verplicht. Ook dit instrument valt buiten de reikwijdte van deze nota.

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

6/20

3

Hoornse visie op participatie

3.1 Participatie in het algemeen Onder de Omgevingswet staat het principe van ‘Ja, mits-denken’ centraal. In principe wordt er gestreefd om zoveel mogelijk aan initiatieven mee te werken (JA) waarbij de initiatiefnemer zo vroeg mogelijk weet wat de randvoorwaarden (MITS) zijn om ook daadwerkelijk mee te werken. “Goed participeren” kan één van de voorwaarden zijn waaraan voldaan moet worden. Maar wat is “goed participeren”? Participatie wordt regelmatig verward met het verkrijgen van draagvlak. Maar participatie is meer dan dat. Participatie omvat een scala aan mogelijkheden van informeren, adviseren, meebeslissen tot als gemeente alleen faciliteren. Om het dit inzichtelijk te maken wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde participatieladder:

Er is geen algemene afspraak te maken over welke trede in de participatie altijd gehanteerd moet worden. In sommige gevallen is het alleen mogelijk om de betrokkenen te informeren zodat ze weten hoe het zit. In andere gevallen is het wel mogelijk dat betrokken een inhoudelijke bijdrage kunnen leveren die meegenomen wordt in de planvorming.

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

7/20

3.2 Visie op participatie In de belangenafweging die rondom initiatieven moet worden gemaakt, is participatie een bijzonder belangrijk aandachtspunt. De gemeente stelt daarom regels vast met betrekking tot de wijze waarop inwoners, belanghebbenden en anderen bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Gemeentewet, artikel 150.1). Bij het zoeken naar balans tussen het benutten en het beschermen van de leefomgeving moet de gemeente vaak afwegingen en keuzes maken die een grote impact hebben op inwoners. Het is belangrijk dat alle belangen en afwegingen op tafel komen om een integrale afweging mogelijk te maken. Ook is de verwachting dat door belanghebbenden vroegtijdig te betrekken bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving er meer draagvlak ontstaat voor initiatieven. Dat kan verder in het proces vertraging door juridische procedures in de realisatie voorkomen. Van de andere kant is het niet mogelijk om alle betrokkenen rondom een initiatief altijd volledig tevreden te krijgen. Er zijn vaak belangen die voor de ene partij positief zijn terwijl er voor de andere partij grote bezwaren aan kleven. Bijvoorbeeld in geval van de bouw van een wooncomplex naast bestaande woningen. De huidige bewoners kunnen hier bezwaren tegen hebben die niet met participatie weg te nemen zijn. Maar de woningen zijn van belang voor de grote groep woningzoekers binnen de gemeente.

Het is dan ook van belang dat de verantwoordelijkheid voor de participatie bij de initiatiefnemer ligt. Maar dat wil niet zeggen dat de gemeente geen vinger aan de pols houdt. Direct in het voortraject wordt de initiatiefnemer daarom geïnformeerd over het belang van en worden afspraken gemaakt over participatie. Gelijk speelveld Bij de meeste initiatieven is sprake van een professionele initiatiefnemer. Vaak staat daar een niet professionele betrokken bewoner of ondernemer tegenover die de gevolgen van het initiatief in zijn directe leefomgeving concreet voelt. De gemeente hecht er aan deze groep een gelijk speelveld te geven. Ook hiervoor wordt in het begin van het traject met de initiatiefnemer afspraken gemaakt. Afhankelijk van de complexiteit van een initiatief wordt een omgevingsmanager of een participatiecoach bij het proces betrokken Participatie zo vroeg mogelijk in het proces Om zoveel mogelijk de belangen van de betrokkenen in de ontwikkeling van een initiatief te betrekken, is het van belang dat participatie zo vroeg mogelijk in het proces start. Hierbij is het steeds van belang dat de initiatiefnemer aangeeft wat met de input van de participatie wel en niet kan worden gedaan om te voorkomen dat er achteraf heel veel discussie over ontstaat.

In de gevallen waarin niet iedereen in zijn belang kan worden tegemoet gekomen, is het van belang aan alle betrokken terug te geven waarom de keuzes gemaakt zijn zoals ze gemaakt zijn. De afweging van de belangen moet transparant en uitlegbaar zijn. Participatie: verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, maar gemeente kijkt mee Een initiatiefnemer heeft het belang om zijn initiatief tot een goed einde te brengen. Hij is daarmee ook degene die het grootste belang heeft om een goede participatie te organiseren. Goede participatie helpt later in het proces wanneer het initiatief voor juridische procedures open staat.

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

8/20

4

Participatie per instrument

In dit hoofdstuk wordt per instrument aangegeven hoe met participatie wordt omgegaan. Bij de Omgevingsvisie, programma’s en het Omgevingsplan is de gemeente verantwoordelijk voor de participatie. Bij de aanvraag voor omgevingsvergunningen is de initiatiefnemer primair verantwoordelijk voor participatie.

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

9/20

4.1 Participatie bij Omgevingsvisie Inleiding In de Omgevingsvisie legt de gemeente de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast. De Omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag hoe de gemeente de stad er in de toekomst uit willen laten zien. Daarom is bij het maken van een Omgevingsvisie de inbreng vanuit de stad door middel van participatie heel belangrijk. Wettelijke basis Omgevingsvisie: motiveringsplicht bij vaststelling Bij een Omgevingsvisie geldt de motiveringsplicht. Dit houdt in dat in de Omgevingsvisie staat hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten hiervan zijn. De gemeente geeft daarbij ook aan hoe zij invulling heeft gegeven aan haar participatiebeleid. De manier waarop participatie heeft plaatsgevonden en wat er uiteindelijk met de inbreng is gedaan maakt onderdeel uit van het besluit tot het vaststellen van de Omgevingsvisie door de gemeenteraad. Participatie bij Omgevingsvisie Hoorn De gemeente Hoorn is eind 2020 gestart met het maken van een Omgevingsvisie. In april 2021 vond het gesprek met de stad plaats. Vanwege de coronamaatregelen vond dit volledig online plaats. Ondanks deze beperking is het gelukt om veel mensen te interesseren om mee te denken over de toekomst van Hoorn. Dat kon op verschillende manieren.

Men kon ideeën delen via vooreenmooiestad.nl, een enquête invullen en meedoen aan de online gesprekken. Bij de gesprekken met de inwoners hebben ook raadsleden een actieve rol gehad. In de Omgevingsvisie staat beschreven hoe de verschillende belanghebbenden bij de voorbereiding zijn betrokken. De opbrengsten van de gesprekken zijn verwerkt in de Omgevingsvisie. Omdat in Hoorn eerder is gestart zijn met het maken van een Omgevingsvisie dan met het maken van een participatiebeleid, kon in deze Omgevingsvisie nog geen link worden gelegd met het participatiebeleid.

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

De concept Omgevingsvisie is zes weken ter inzage gelegd. In die periode konden bewoners en andere belanghebbenden een formele zienswijze (een reactie) geven. Deze reacties zijn waar mogelijk en wenselijk verwerkt in de definitieve visie. Participatie bij aanpassingen Omgevingsvisie Hoorn De Omgevingsvisie van de gemeente Hoorn beschrijft de keuzes die de gemeente vandaag moet maken, om in 2040 als stad nog sterker, mooier en duurzamer te zijn. De Omgevingsvisie is de basis voor de Omgevingsplannen en programma’s onder de Omgevingswet. Deze onderdelen zijn en blijven in ontwikkeling. Dit kan in de toekomst een reden zijn om de Omgevingsvisie weer aan te passen. De Omgevingsvisie (de stip op de horizon) is nu bewust globaal van opzet en kan bij een eventuele toekomstige aanpassing op onderdelen gedetailleerder worden, als dat nodig is. Gaat het om kleine aanpassingen in de Omgevingsvisie? Dan is er geen grootschalige participatie nodig. De gemeente organiseert een of meerdere informatieve sessies om aan te geven waar de visie mee verrijkt is. De 2.0 versie van de Omgevingsvisie wordt vervolgens ter inzage gelegd. In die periode kunnen bewoners en andere belanghebbenden een formele zienswijze (een reactie) geven. Deze reacties worden waar mogelijk en wenselijk verwerkt in de definitieve visie.

Gaat het om grote aanpassingen in de Omgevingsvisie waarbij een andere koers nodig is voor de toekomst van Hoorn? Dan is grootschalige participatie nodig. Op basis van de dan geldende inzichten over participatie wordt de participatie opgezet.

4.2 Participatie bij Omgevingsplan Elke gemeente stelt één omgevingsplan op waarin alle gemeentelijke regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. In het omgevingsplan worden regels gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.

10/20

Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er sprake van een tijdelijk omgevingsplan: een samenvoeging van de bestaande bestemmingsplannen en regels van het Rijk (de bruidsschat). Volgens de Omgevingswet moet dit tijdelijke omgevingsplan in 2029 zijn omgezet naar een nieuw omgevingsplan. Wanneer alle thema’s en gebieden zijn opgenomen in diverse wijzigingen van het omgevingsplan (volgens de nieuwe systematiek) dan is er sprake van één nieuw omgevingsplan. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vier mogelijke manieren om het omgevingsplan te wijzigen. Deze worden hieronder behandeld. Wettelijke basis Omgevingsplan: kennisgeving vooraf, motivatieplicht bij besluitvorming. De gemeente geeft bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen aan hoe ze de participatie vormgeeft. Bij het uiteindelijk besluit wordt tevens beschreven hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke partners en ketenpartners zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn. Ontwikkelingsgerichte wijziging van het omgevingsplan, grote plannen Dit type wijziging van het omgevingsplan maakt een ruimtelijk ontwikkeling in afwijking van het huidige omgevingsplan mogelijk. Op deze wijziging van het omgevingsplan wordt de lichtste vorm van participatie toegepast. Dat is informeren. Het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan wordt gepubliceerd.

Tegen het ontwerp van deze wijziging van het omgevingsplan kunnen zienswijzen worden ingediend. Informeren bij dit type wijziging van het omgevingsplan is voldoende, want voorafgaand aan deze procedure vindt bij de projectmatige aanpak (planvorming) er uitgebreid participatie plaats. Het definitieve ontwerp (project) wordt vervolgens juridisch mogelijk gemaakt met een wijziging van het omgevingsplan. Daarna kan een omgevingsvergunning worden aangevraagd en verleend. Ontwikkelingsgerichte wijziging van het omgevingsplan, kleine plannen Bij kleine plannen kan ook een participatieproces plaatsvinden, doordat deze plannen worden behandeld via de Omgevingstafel. In dit proces zijn drie participatiemomenten opgenomen (zie paragraaf 4.3)

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

Omzetten van bestaande bestemmingsplan/bruidschatregels en Verordening Fysieke leefomgeving door middel van een wijziging van het omgevingsplannen In dit type wijziging van het omgevingsplan wordt bestaand beleid omgezet naar nieuwe regels. Dit gebeurt in principe beleidsneutraal. Er is daarom geen afzonderlijke participatie nodig. Tegen het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan kunnen zienswijzen worden ingediend en tegen het gewijzigde omgevingsplan kan beroep worden ingesteld. Over bestaande regelgeving hoeft geen participatie plaats te vinden. Het omzetten van bestaande regels gaat door tot en met 2029. Reguliere wijzigingen van onderdelen van het omgevingsplan Verschillende onderwerpen die in 2021 nog in afzonderlijke verordeningen staan, maken straks onderdeel uit van het omgevingsplan. De afgelopen jaren werden vele verordeningen jaarlijks herzien. Dit gebeurt vaak zonder participatie. Het omgevingsplan staat wel open voor participatie. Bij het herzien van regels en verordeningen is bepaald op welk niveauparticipatie gewenst is. Dit kan per beleidsterrein verschillend zijn. Om participatie zo helder mogelijk te maken is in een overzicht opgenomen welke vorm van participatie per onderwerp vanuit het omgevingsplan zal worden toegepast. Dit overzicht is opgenomen in bijlage 1. Bij een aantal onderwerpen is uitgebreide participatie niet nodig en gewenst.

De overheid heeft zelf veel deskundigheid in huis om de juiste regels en verordeningen te bepalen. Bij de meeste onderwerpen wordt daarom de lichtste vorm van participatie toegepast: informeren. Bij zeven onderwerpen kunnen inwoners wel meedenken (de tweede trede). Deze onderwerpen zijn: vuurwerk en carbid schieten, plakken en kladden, haven, markten en standplaatsen, grote voertuigen, losloopgebieden honden, wees/wrak (brom)fietsen en buiten de stalling. Ook hier geldt dat tegen het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan zienswijzen kunnen worden ingediend en tegen de vastgestelde wijziging van het omgevingsplan beroep worden ingesteld.

11/20

4.3. Participatie bij omgevingsvergunningen Met een omgevingsvergunning kunnen burgers, bedrijven en overheden toestemming vragen om activiteiten in de leefomgeving uit te voeren. In sommige gevallen moet een initiatiefnemer een melding doen voordat de activiteit mag worden uitgevoerd. Voor een aantal activiteiten kan toch een vergunning nodig zijn. Welke activiteiten dat zijn, staat onder andere in het omgevingsplan. In die gevallen moet de initiatiefnemer een omgevingsvergunning aanvragen en stelt de gemeente beoordelingsregels (en dus geen algemene regels) vast om de aanvraag te kunnen toetsen. Bij de aanvraag voor een omgevingsverunning bestaat voor de aanpak van participatie een belangrijk onderscheid tussen aanvragen die passen in het omgevingsplan en aanvragen die daar niet in passen. Voor de laatste variant geldt dat ze veelal worden behandeld op de omgevingstafel of als project opgepakt. Bij een aanvraag om omgevingsvergunning die niet passen in het Omgevingsplan is de initiatiefnemer primair verantwoordelijk voor participatie. Wettelijke basis omgevingsvergunning: participatie vereist, maar geen weigeringsgrond op basis van de aanvraagvereiste. Voor alle aanvragen om een omgevingsvergunning geldt dat het nadenken over participatie vereist is, maar dat het geen grond is om een vergunning op te weigeren. Dit is een vreemde tegenstrijdigheid in de regelgeving.

Het kan daarom voorkomen dat iemand bij het indienen van de vergunningaanvraag aanvinkt geen participatie te plegen waardoor de aanvraag aan de indieningsvereiste voldoet maar er alsnog geen participatie plaats gaat vinden. De gemeente Hoorn wil dat een initiatiefnemer in principe altijd aan participatie doen maar dit niet verplichtend opleggen. In onderstaande paragrafen wordt voor alle drie de varianten van omgevingsvergunningen hieronder de uitgangspunten van participatie geformuleerd.

4.4 Participatie bij aanvragen passend in het omgevingsplan Plannen waarvoor geen vergunning nodig is of die passen binnen het omgevingsplan: verleiden tot participatie Bij activiteiten waarvoor er geen vergunningplicht is of waarvoor slechts een meldplicht geldt, is participatie niet noodzakelijk. De keuzes die leiden tot een eventuele vergunningplicht worden gemaakt bij de invulling van het omgevingsplan, omdat dat het toetsingskader is voor vergunningverlening. Over het omgevingsplan wordt een eigen participatie-traject gevolgd waarmee de gevallen waarvoor geen vergunningplicht geldt bepaald zijn op basis van die participatie. Voor activiteiten die binnen het omgevingsplan vallen en waar een vergunning voor nodig is, wil de gemeente alle initiatiefnemers verleiden tot participatie. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk om belanghebbenden te informeren en te betrekken. Hoe dat moet vormkrijgen is aan de initiatiefnemer zelf. Elke situatie (plek, omvang, context) vraagt om maatwerk. De gemeente stelt daarvoor spelregels op om houvast te bieden aan initiatiefnemers. Ook kan de gemeente beschrijven wat volgens haar een goed participatieproces is en kan ze initiatiefnemers aansporen om daar rekening mee te houden. Het is niet mogelijk om initiatieven af te wijzen op grond van het participatiecriterium.

Wel mag de gemeente om een toelichting of nadere informatie vragen en de inhoudelijke opbrengst van de participatie meewegen. Voor activiteiten die niet passen binnen het omgevingsplan en waarvoor geen advies van de raad nodig is maar die wel passen binnen de door de raad vastgestelde kaders en geen aanzienlijke aantasting van de stedenbouwkundige of ruimtelijke structuur veroorzaken geldt ook dat participatie niet verplicht is maar dat de initiatiefnemers tot participatie worden verleid. Voor de door de raad vastgestelde kaders geldt immers dat participatie verplicht is. Nu de plannen daar binnen passen is niet opnieuw participatie nodig; de participatieverplichting geldt dus niet voor deze categorie.

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

12/20

Voor de categorie die geen aanzienlijke aantasting van de ruimtelijke structuur opleveren, geldt dat participatie niet verplicht wordt gesteld; het gaat hierbij om kleinere plannen die aansluiten bij de structuur zoals die al aanwezig dan wel de structuur zoals die op grond van de kaders mogelijk is gemaakt. De initiatiefnemers van deze plannen dienen zich er wel van bewust te zijn dat participatie het bevoegd gezag meer handvaten biedt om een goede (belangen)afweging te kunnen maken, waarbij ook de belangen van de belanghebbenden zijn betrokken. Dit kan belangrijk zijn voor de doorlooptijd van het formele traject (bezwaar en beroep). Ook zij zullen tot participatie worden verleid om dit te bewerkstelligen. De instrumenten hiervoor worden in het vervolg van het beleid uitgewerkt.

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

13/20

4.5 Participatie bij Projecten Participatie bij projecten heeft betrekking op bouwinitiatieven die niet passen binnen het proces van de omgevingstafel. Deze bouwinitiatieven krijgen een projectmatige aanpak (project). De projectmatige aanpak wordt gekenmerkt door een projectfasering. Binnen deze fasering is een aantal participatiemomenten opgenomen. Aan de hand van een figuur wordt het proces en de participatiemomenten nader toegelicht. In de bijlage 2 Participatie overzicht per moment, is een overzicht opgenomen waarin de mate van participatie en het doel van de participatie nader zijn toegelicht. Stap 1. Oriëntatiefase De oriëntatiefase start met een bouwinitiatief dat binnenkomt bij de gemeente. Het initiatief kan afkomstig zijn van een grondeigenaar, een ontwikkelaar of de gemeente. Dit initiatief wordt op de intaketafel beoordeeld en gewogen op wenselijkheid en uitvoerbaarheid. Ook maakt de intaketafel de afweging of het bouwinitiatief via het proces van de omgevingstafel kan lopen of een projectmatige aanpak vereist. Vervolgens vindt een intern gemeentelijk proces plaats, waarin het bouwinitiatief in de tijd wordt geplaatst. Wanneer intern de capaciteit beschikbaar is om het bouwinitiatief op te pakken en het initiatief als wenselijk is beoordeeld, wordt contact opgenomen met de initiatiefnemer om de aanpak te bespreken.

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

Stap 2. Initiatieffase Intentieovereenkomst De gemeente is verplicht om kosten die zij maakt ten behoeve van het bouwinitiatief te verhalen op de initiatiefnemer. Daarvoor stelt de gemeente een intentieovereenkomst met de initiatiefnemer op. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt over het verhalen van de kosten en de producten die de gemeente oplevert in deze fase. De kosten worden berekend aan de hand van de zogenaamde plankostenscan (bron: VNG). Na akkoord van de initiatiefnemer wordt de overeenkomst ondertekend. De gemeente maakt de ondertekening van de intentieovereenkomst kenbaar op haar website – initiatiefpagina en stuurt een brief aan de gemeenteraad en omgeving. 1e moment participatie Na ondertekening van de intentieovereenkomst volgt het eerste participatiemoment met de omgeving. Op initiatief van de initiatiefnemer wordt een bijeenkomst georganiseerd waar het beoogde bouwplan wordt toegelicht. De gemeente is hierbij aanwezig om toelichting te geven op het gemeentelijke proces. Het doel van dit eerste participatiemoment is het ophalen van de meningen van de belanghebbenden bij het planinitiatief. De opgehaalde informatie wordt meegenomen in het vervolg van het proces.

14/20

(concept) nota van uitgangspunten In de nota van uitgangspunten zijn de uitgangspunten opgenomen waarbinnen het bouwinitiatief gerealiseerd kan worden. De nota wordt in samenwerking met de initiatiefnemer opgesteld, en bevat alle (beleids)uitgangspunten van de gemeente. Ook de opgehaalde informatie uit de omgeving wordt verwerkt in deze nota. De initiatiefnemer kijkt en denkt mee en past zijn plan gedurende het proces aan. Hiermee wil de gemeente bereiken dat er niet langs elkaar gewerkt wordt, maar de samenwerking wordt opgezocht in een vroeg stadium. De (concept) nota van uitgangspunten wordt door het college vastgesteld. 2e moment participatie Na vaststelling van de (concept) nota van uitgangspunten wordt het tweede participatiemoment met de belanghebbenden georganiseerd. De gemeente organiseert deze bijeenkomst. De initiatiefnemer en gemeente koppelen de opgehaalde informatie uit het 1e participatiemoment terug en lichten de vertaling daarvan in de concept nota van uitgangspunten toe. Het doel van het tweede participatiemoment is de meningen peilen over de concept nota van uitgangspunten en de vertaling van de wensen. Daarnaast worden (mogelijk) aanvullende wensen, ideeën en op- en aanmerkingen op de concept Nota van Uitgangspunten verzameld.

Nota van uitgangspunten Met de opgehaalde informatie uit het tweede participatiemoment past de gemeente de nota van uitgangspunten waar mogelijk en gewenst aan. Vervolgens wordt een oplegnotitie gemaakt waarin de participatie en opgehaalde informatie is opgenomen. In de oplegnotitie wordt gemotiveerd waarom wensen en opmerkingen wel of niet zijn meegenomen in de nota van uitgangspunten. Het college is het bevoegd orgaan om de nota van uitgangspunten vast te stellen. Met het vaststellen van de nota van uitgangspunten is het kader bepaald waarbinnen het bouwinitiatief gerealiseerd kan gaan worden.

De vastgestelde nota wordt tezamen met de oplegnotitie naar de gemeenteraad gestuurd. Zij hebben de gelegenheid om wensen en of bedenkingen te uiten. Ook kan de gemeenteraad ervoor kiezen het onderwerp te agenderen voor verdere bespreking en toelichting. De vastgestelde nota van uitgangspunten wordt gepubliceerd op de projectpagina op de website, per brief aan de gemeenteraad en omgeving projectontwikkeling en via een persbericht voor overige geïnteresseerden. Stap 3. Definitiefase Na afronding van de initiatieffase met het vaststellen van de nota van uitgangspunten, start de definitiefase. Ook in deze fase wordt een aantal stappen doorlopen. Fase 2 intentieovereenkomst Op basis van de vastgestelde nota van uitgangspunten en het bijbehorende bouwplan, wordt opnieuw een plankostenscan uitgevoerd. De plankostenscan vormt de basis voor de financiële afspraken in de definitiefase. De afspraken hebben betrekking op de onderzoeken die uitgevoerd moeten worden als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. Na akkoord van de initiatiefnemer en gemeente op de financiële herberekening starten de onderzoeken. 3e moment participatie Het derde participatiemoment is bedoeld om aan de hand van de nota van uitgangspunten als kader en verbeeldingen van het bouwplan, samen met de belanghebbenden mogelijke verbeteringen van het plan te bespreken.

In een actieve sessie met de belanghebbenden wordt het bouwplan besproken en is er gelegenheid om verbeteringen in te brengen. Het is van belang om de ruimte voor participatie vooraf duidelijk te maken. De nota van uitgangspunten dient als vastgesteld kader voor dit participatiemoment. Participatie vindt dus plaats over de uitwerking van een bouwplan binnen de gestelde kaders. De kaders zelf staan niet opnieuw open voor participatie.

Onderzoeken en definitief ontwerp

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

15/20

De gemeente maakt afspraken met de initiatiefnemer over de taakverdeling voor de uit te voeren onderzoeken ten behoeve van de ruimtelijke procedure. De initiatiefnemer is veelal de aandrager van de onderzoeken en de gemeente heeft een toetsende rol. Vooraf wordt met de initiatiefnemer bepaald welke ruimtelijke procedure wordt gevoerd. Tevens maakt de initiatiefnemer het ontwerp van het bouwplan definitief. Aan de hand van de opgehaalde input uit het 3e participatiemoment worden mogelijke verbeteringen op het bouwplan doorgevoerd. Anterieure overeenkomst Met de afronding van de onderzoeken en de voorbereiding van de ruimtelijke procedure, eindigt de intentieovereenkomst en wordt een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. In de anterieure overeenkomst worden afspraken vastgelegd voor de volgende fasen en het kostenverhaal geregeld. Pas wanneer de anterieure overeenkomst door beide partijen is ondertekend gaat de planologische procedure van start. 4e moment participatie Nadat de anterieure overeenkomst is gesloten, volgt het 4e participatiemoment. Tijdens een informatieavond wordt toegelicht wat met de input uit de voorgaande participatiemomenten is gedaan. Het planologische proces en het definitieve ontwerp van het plan wordt toegelicht. Stap 4.

Voorbereidingsfase Start planologische procedure De ruimtelijke procedure houdt veelal in dat een ontwerpbesluit met alle bijbehorende stukken voor een periode van 6 weken ter inzage wordt gelegd. De gemeenteraad is het bevoegd gezag om in te stemmen met deze ter inzage legging. Tijdens de termijn van ter inzage legging hebben belanghebbenden de mogelijkheid om zienswijze in te dienen.

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

16/20

4.6 Participatie bij Omgevingstafel Wat is de omgevingstafel? Op de omgevingstafel worden plannen die niet passen in het omgevingsplan en of de Omgevingsvisie besproken en beoordeeld met gemeentelijke en andere adviseurs. Hier worden plannen integraal besproken die strijdig zijn aan het omgevingsplan, maar te klein zijn voor een projectmatige aanpak. Bij de omgevingstafel wordt gewerkt volgens een stappenplan in drie rondes met daarin drie participatiemomenten. De initiatiefnemer zit bij de omgevingstafel aan tafel zodat de adviezen van de adviseurs voor de volgende ronde verwerkt kunnen worden. Door de werkwijze van de omgevingstafel kan er voordat een aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend een integrale beoordeling plaatsvinden. In de bijlage 3 is het stappenplan te vinden. Drie participatiemomenten (niet verplicht) Participatie wordt georganiseerd door de initiatiefnemer van een plan (in samenspraak met de gemeente) en de gemeente organiseert de rondes van de omgevingstafel. Na het sluiten van een intentieovereenkomst over het kostenverhaal start het eerste participatiemoment. De initiatiefnemer betrekt belanghebbenden bij het plan door een idee toe te lichten en om informatie vanuit de omgeving hierover op te halen. Deze informatie betrekt hij bij het uitwerken van zijn idee tot een eerste plan.

In de eerste ronde van de Omgevingstafel presenteert de initiatiefnemer het plan, benoemd wat uit het eerste participatiemoment naar voren is gekomen en of en zo ja hoe dat is verwerkt in het plan. Hij haalt aan de Omgevingstafel informatie en advies op bij de deskundigen om zijn plan verder vorm te kunnen geven. De initiatiefnemer verwerkt de informatie van de omgevingstafel uit in een tweede ontwerp en gaat daarover opnieuw participeren (tweede participatiemoment). Naast het ophalen van informatie tijdens deze participatie wordt ook aangegeven welke informatie uit de Omgevingstafel naar voren is gekomen en op weke wijze de informatie uit de eerste participatie en Omgevingstafel wel of niet is verwerkt in de tweede versie van het plan. Met de uitkomst van de tweede participatie wordt een volgende versie van het plan voorgelegd aan de tweede ronde van de

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

Omgevingstafel. De initiatiefnemer legt een ontwerpplan voor aan deskundigen tijdens de tweede ronde van de Omgevingstafel. Hij licht toe op welke wijze de adviezen en reacties van de participanten zijn verwerkt in het plan. Tussen de tweede en derde ronde van de omgevingstafel vindt er opnieuw (derde keer) participatie plaats. Na de derde ronde van participatie en beoordeling van het definitieve ontwerpplan aan de derde ronde van de Omgevingstafel zal blijken of het plan gereed is voor het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning. Participatiedeskundige aan tafel Om ervoor te zorgen dat een effectieve behandeling van de plannen mogelijk is, worden geen bewoners aan de omgevingstafel uitgenodigd. Het uitnodigen van bewoners stuit op een aantal knelpunten zoals de keuze voor welke bewoner wel en welke bewoner niet en welke belangen zij vertegenwoordigen. Om toch een gelijk speelveld en een goede participatie te borgen wordt een onafhankelijke participatiedeskundige aan de omgevingstafel geplaatst. Deze deskundige op het gebied van participatie heeft als rol om de inbreng van de participanten aan de omgevingstafel aan de orde te laten komen. Bij de eerste ronde is dat in algemene zin, bij de tweede en derde ronde is dat de informatie die bij de participatiebijeenkomsten naar voren is gekomen.

17/20

4.7 Participatie bij Programma’s Wat is een programma? Met een programma geven overheden uitwerking aan het te voeren beleid. Het instrument programma is, evenals de Omgevingsvisie, een beleidsdocument. In een programma formuleert de overheid maatregelen voor een aspect van de leefomgeving of voor een bepaald gebied. Een programma is, anders dan bijvoorbeeld een Omgevingsvisie, uitvoeringsgericht. De gemeente Hoorn kent naast projectmatig werken ook het sturingsinstrument programmatisch werken. Dit is wezenlijk anders dan wat verstaan wordt onder programma’s onder de Omgevingswet. Programma’s bedoelt als sturingsinstrument zoals we daar in Hoorn mee werken is bijvoorbeeld het programma Hoorn-Noord/Venenlaankwartier en Kansen voor de Kersenboogerd. Wie stelt een programma vast? Programma’s zoals bedoeld onder de Omgevingswet kunnen door het college van Burgemeester en Wethouders, het bestuur van het waterschap, Gedeputeerde Staten of de minister worden vastgesteld (artikel 3.4 Ow). Regels waarborgen dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties hun mening hebben kunnen geven. Dat gebeurt via participatie en een correcte voorbereidingsprocedure. Soms is ook een milieueffectrapportage (mer) vereist. Participatie bij programma onder de Omgevingswet Bij het vaststellen of wijzigen van een programma is participatie verplicht.

Per programma wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Het karakter van ieder programma bepaalt welke partijen een rol gaan spelen bij de participatie. Per programma wordt vooraf door de gemeente een participatie plan opgesteld waarmee de kaders waaraan het moet voldoen zijn vastgelegd.

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

18/20

5

Tot slot: evaluatie een jaar na inwerkingtreding

De Omgevingswet gaat veel veranderingen met zich meebrengen die voor de inwerkingtreding niet zijn te overzien. Er ontstaat nieuwe jurisprudentie, geschillen, belangen en verantwoordelijkheden. Voorliggend beleid wordt daarom een jaar na inwerkingtreding met de Hoornse gemeenteraad geëvalueerd en wanneer nodig herzien.

Nota participatie in de fysieke leefomgeving | December 2021

19/20

Gemeente Hoorn Nieuwe Steen 1 Postbus 603 1620 AR Hoorn T 0229 25 22 00 www.hoorn.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=6b8d1caf-1862-47dc-abdd-5a7cd0be7fa8