Bijlage 1 - Hoorn, haven voor creativiteit Uitgangspunten van cultuurbeleid 2012-2020
Tekst van het document
............................................................................42 4.7 Evenementen..............................................................................................43 4.8 Verleden-toekomst......................................................................................43 5 Kunsten.........................................................................................................44 5.1 Amateurkunst..............................................................................................44 5.2 Professionele kunsten.................................................................................44 5.3 Kunsteducatie .............................................................................................45 5.4 Cultuurparticipatie .......................................................................................45 5.5 Volkscultuur ................................................................................................45 5.6 Kunstgebouwen ..........................................................................................46 6 Dwarsverbanden ..........................................................................................46 6.1 Culturele voorzieningen ..............................................................................46 6.2 Horeca
........................................................................................................47 6.3 Water en toerisme.......................................................................................47 6.4 Samenwerking ............................................................................................47 7 Voorlopige Conclusies en antwoorden .....................................................48
35
Bijlage I 1
Uitgangspuntennotitie
INLEIDING
Zoals hierboven gesteld, is ARRD, onderzoeksbureau voor de kunsten, in juli 2011 door de gemeente Hoorn gevraagd om een offerte uit te brengen voor een notitie atelierbeleid en de nieuwe cultuurnota van de gemeente Hoorn. In september 2011 is ARRD de opdracht gegund. De notitie atelierbeleid is inmiddels afgerond. Met de werkzaamheden voor de cultuurnota is in november 2011 begonnen. De eerste fase (fase 1 van de opdracht; paragraaf 1.2.3) op weg naar de nieuwe cultuurnota is het formuleren van een cultuurvisie. Voortschrijdend inzicht bracht ons ertoe niet een kant-en-klare cultuurvisie af te leveren, maar een conceptcultuurvisie. Zij moest later immers worden getoetst aan de resultaten van de expertmeetings en de sociale media. Vandaar dat de hieruit voortvloeiende notitie, in afwijking van het in hoofdstuk 1 gestelde, niet ‘Visiedocument’ maar ‘Uitgangspuntennotitie’ is genoemd. In deze fase hebben wij gesprekken gevoerd met de wethouder en de cultuurambtenaren.
Het doel van deze gesprekken was om grofmazige antwoorden te krijgen op de volgende vragen: • Wat is de functie van kunst en cultuur in Hoorn tijdens de nieuwe cultuurnotaperiode? • Welke rol ziet de gemeente voor haarzelf weggelegd bij de ontwikkeling van kunst en cultuur (voorwaardenscheppend, stimulerend, uitvoerend en/of regisserend)? • Wat is het ambitieniveau van de nieuwe cultuurnota (korte, middellange en lange termijn)? • Hoe breed is het terrein van de cultuurnota (welke aandachtsgebieden wel/niet/met accent)? • Hoe groot is de financiële ruimte? • Hoe integraal dient de cultuurnota te zijn (verhouding tot regionale en landelijke ontwikkelingen)? • Hoe ver reikt de interactieve wijze van betrokkenheid van de Hoornse bevolking bij de totstandkoming van de cultuurnota? De vorm van deze gesprekken was de dialoog; de vragen dienden als input van gesprekken waarin ieders kennis en ervaring maximaal werden benut. Deze vorm vloeit voort uit onze (in de offerte genoemde) benadering: • Wij benaderen (de notitie atelierbeleid en) de cultuurnota inhoudelijk; • Wij benaderen kunst en cultuur als onderdeel van andere vormen van vrijetijdsbesteding; • Wij nemen een onafhankelijke positie in; • Wij beschouwen de begeleiders niet alleen als beoordelaars, maar ook als sparringpartners. 36
De resultaten van deze gesprekken hebben we verwerkt in het voorliggende, op een voor acht jaar geldende visie georiënteerde document. 2
BEGRIPSBEPALING EN -BENADERING
Wij benaderen cultuur letterlijk, als het geheel van geestelijke verworvenheden. Voorbeelden van dergelijke verworvenheden zijn vreedzaam samenleven, verenigingsleven en kunst. Het belangrijkste is het geheel van de culturele verworvenheden (in de praktijk: culturele domeinen). Daarom gaan wij op zoek naar verbindingen tussen de verschillende culturele domeinen. Om dat te kunnen doen, moeten we die domeinen natuurlijk eerst herkennen. In onze visie is, gechargeerd gesteld, cultuur alles wat niet natuur is. Verloopt natuurlijke selectie op natuurlijke wijze, cultuur is van oudsher mensenwerk, dat daardoor vraagt om ‘cultuurlijke’ selectie. Het maken van een dergelijke selectie is wat wij doen, althans: wij formuleren een advies daartoe. Wat zijn de culturele domeinen van Hoorn, en hoe vruchtbaar zijn ze? Daarbij kan ‘vruchtbaar’ letterlijk worden opgevat, als het vermogen om zich voort te planten met (lees: aan te sluiten op) een of meer andere domeinen. Met dien verstande, dat reputatie van een gevestigd domein even zwaar moet wegen als potentie van een jong domein. Cultuur heeft voor ons een duidelijke functie: zij draagt bij aan sociale cohesie. Onze benadering is ook functioneel van aard: wij gaan uit van culturele functies, waar (mogelijk) bepaalde organisaties en instellingen bijhoren – niet andersom.
De zoektocht naar (potentieel) vruchtbare Hoornse culturele domeinen en de mogelijke samenhang van die domeinen is een kerntaak in het vervolgonderzoek. 3
BELEIDSDOELEN
Het gemeentebestuur van Hoorn heeft gekozen voor de ontwikkeling van een cultuurvisie voor een periode van acht jaar. Deze vormt het uitgangspunt van nader te maken beleidskeuzes. Een cultuurvisie die drie bestuurlijke periodes beslaat, dient breed gedragen te worden door de inwoners van Hoorn. Daarom stellen wij de bevolking centraal, eerder dan de kunsten zelf. Het doel van het nieuwe beleid is tweeledig: • Een zo groot mogelijke deelname aan cultuur; actief en passief; • Een divers cultureel aanbod. 37
Dit doel is ingegeven door de opvatting dat cultuur bereikbaar moet zijn voor iedereen. Het beoogde diverse culturele aanbod staat een verlangen naar profilering van Hoorn als stad van de uitvoerende kunsten (zie paragraaf 3.1) niet in de weg; er wordt in Hoorn eenvoudigweg veel aan uitvoerende kunsten (concerten, theatervoorstellingen enzovoorts) gedaan. 3.1
Ideaalplaatje
Idealiter is de culturele infrastructuur in Hoorn zodanig dat er voor de jongsten en voor de oudsten voldoende voorzieningen zijn in de wijk. Voor het meer specifieke aanbod (bijvoorbeeld galeries, jazz en klassieke muziek) en voor het bovenlokale aanbod (provinciaal en landelijk) is er dan een plek in de binnenstad. Daarbij zijn er drie specifieke wensen: • veel verbindingen tussen professionals en amateurs; • Hoorn stad van de uitvoerende kunsten; • hoogwaardige kunsteducatie. Deze drie wensen hangen in Hoorn samen; van de vele amateurs beoefent het leeuwendeel een uitvoerende kunst. Nota bene wij kiezen bewust voor de term ‘uitvoerende kunsten’ in plaats van ‘podiumkunsten’. ‘Uitvoerende kunsten’ is een inhoudelijke term die de artistieke handeling (performance) uitdrukt. ‘Podiumkunsten’ is een beleidsmatige term waarin de infrastructuur (podium) centraal staat. De keuze voor ‘uitvoerende kunsten’ is een internationaal georiënteerde keuze (performing arts, arts de la scène, darstellende Kunst, arti dello spettacolo). Overigens is het van belang zich ervan bewust te zijn dat het leeuwendeel van de muziek niet langer als podiumkunst wordt gemaakt en beluisterd, maar een scheppings- en waarnemingsproces van en voor geluidsdragers kent. In Hoorn gaat muziek echter overwegend over optredens, vandaar de keuze voor uitvoerende kunsten.
Een Westfries Centrum voor de Kunsten zou kunnen dienen als een plek waar professionals en amateurs samenkomen. 3.2
Gemeentelijke rol en ambities
De culturele ambities van het gemeentebestuur staan verwoord in het Coalitieakkoord 2010-2014 (hoofdstuk 6). De rol van de gemeente in het nieuwe beleid is voorwaardenscheppend. Concreet wil de gemeente: 38
•
• • •
Dat amateurverenigingen meer naar buiten treden; daarom wil zij alleen projectmatig subsidiëren (amateurverenigingen moeten meer projectmatig denken); Het voorzieningenniveau op pijl houden en clusteren indien nodig of gewenst; Een oplossing vinden voor huisvestingsproblemen van De Blauwe Schuit en het hoofdgebouw van de bibliotheek (beide instellingen zoeken een nieuwe locatie); Herijking van culturele functies zoals van de schouwburg en de bibliotheek.
In de nieuwe cultuurnotaperiode is er beduidend minder geld te besteden dan voorheen. Wij zien de ontwikkeling van een terugtredende overheid niet a priori als negatief. Te lang is het stedelijke culturele leven door subsidieregelingen gesegregeerd geraakt – waar ‘cultuur’ werd gezegd, werd ‘kunst’ bedoeld – en daardoor losgezongen van de samenleving. Een culturele sector die voor financiering minder kan leunen op de overheid, komt in zijn zoektocht naar middelen vanzelf meer in de samenleving te staan. En zij die daarin niet slagen, vloeien op ‘natuurlijke’ wijze af. 3.3 • • •
• 4 4.1
Aandachtspunten Talentontwikkeling en cultuurparticipatie op jonge leeftijd blijven belangrijk; Voor de verbinding tussen amateurkunst en kunsteducatie in Hoorn zijn De Blauwe Schuit en Theater Het Pakhuis belangrijke schakels; De Poort van Hoorn is van essentieel belang: de ontwikkeling van het stationsgebied met voldoende aandacht voor het aanwezige erfgoed en bijvoorbeeld de plaatsing van de bibliotheek bij het station; De zelfredzaamheid van kunstenaars wordt op de proef gesteld, er moeten scherpe keuzes worden gemaakt. TRENDS EN ONTWIKKELINGEN Bevolkingsopbouw
In Hoorn woonden op 1 januari 2010 70.206 inwoners. De opbouw van de bevolking in de gemeente lijkt veel op die van (de rest van) West-Friesland. Momenteel is 25% van de bevolking jonger dan 20 jaar en is 13% 65 jaar of ouder (Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn, 2010). Over tien jaar wonen er naar verwachting circa 73.000 mensen in Hoorn. Ook in de jaren erna wordt een lichte groei verwacht. Naar verwachting daalt het aantal geboorten in Hoorn de komende jaren licht. Op zowel gemeentelijk als regionaal niveau zal er rond 2025 nauwelijks nog natuurlijke groei zijn. Het aantal 20-minners in Hoorn is de afgelopen jaren afgenomen. Naar verwachting zet deze ontgroening van de bevolking door; het is een trend die zich in heel West-Friesland voordoet. Het aantal 65-plussers zal sterk toenemen. 39
Tegen 2025 zijn er naar verwachting bijna evenveel 65-plussers als jongeren tot 20 jaar. Voor de gemeente Hoorn luidt de regionale bevolkingsprognose dat de grijze druk tussen 2009 en 2025 sterk toeneemt. Dit resulteert in een stijgende demografische druk; per werkende zullen er steeds meer niet-werkers zijn. Hoorn telt per 1 januari 2009 30.521 huishoudens. Dit aantal is de afgelopen jaren gestegen en zal dit naar verwachting blijven doen, met name de eenpersoonshuishoudens. Wij streven naar de selectie van door de Hoornse samenleving gedragen culturele waarden. Daarom stellen wij in de totstandkoming van de nieuwe cultuurnota de bevolking centraal, met name de 65-plussers en de 20-minners. De 65-plussers vanwege hun grote vertegenwoordiging en hun vrije tijd (domein cultuurparticipatie); de 20-minners omdat wij vinden dat zij kansen moeten krijgen (domein kunsteducatie). 4.2
Aard en achterland
Hoorn is een monumentenstad, stad aan het water, voormalig VOChoofdkwartier en ‘hoofdstad’ van West-Friesland. De stad heeft zich in de geschiedenis altijd naar het water gekeerd, daar kwam de welvaart vandaan. In de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw was er naast de visserij een bloeiende handel in zuivel en fruit. De afsluiting van de Zuiderzee bracht die handel en de visserij een zware slag toe. De stad werd economisch afhankelijker van het nabije grote en hongerige Amsterdam. Die symbiotische relatie met Amsterdam werd in de tweede helft van de 20ste eeuw nog eens bevestigd toen Hoorn functioneerde als ‘overloop’ om de grote Amsterdamse bevolkingstoename op te vangen. In nieuwe wijken als Kersenboogerd en Grote Waal wonen veel mensen die uit Amsterdam komen (Hoornaars). De oorspronkelijke Hoornse bevolking (Horinezen) is trots op haar wortels en de Westfriese Omringdijk. Afgaande op de vele historische verenigingen in Hoorn is er een sterk historisch bewustzijn. Er is sprake van een collectief bewustzijn van ‘wij Westfriezen’, dat in de praktijk neerkomt op onafhankelijkheidsgevoel, hard werken, nuchterheid en ‘los’ kunnen gaan. Daarnaast hebben de Horinezen ook een nadrukkelijk éigen mentaliteit, die vaak getekend is door lange familiegeschiedenissen. In bestuurlijke zin is er sprake van schaalvergroting binnen West-Friesland door gemeentelijke fusies. 40
Hoorn vervult een centrumfunctie in West-Friesland. Daar komt bij, dat de landelijke overheid en provinciale overheden steeds meer verantwoordelijkheden bij gemeentes leggen. Met al deze factoren zal rekening worden gehouden in het formuleren van het nieuwe beleid. 4.3
Aantrekkelijkheid
Een vitaal cultureel leven staat niet op zichzelf. Wij benaderen cultuur in de context van andere domeinen als economie en toerisme. Cultuur en cultuurhistorie hebben een positieve invloed op bijvoorbeeld regio- en stadsontwikkeling, aantrekkelijkheid van de stad, werkgelegenheid, sociale agenda’s en zelfs grondprijzen (Marlet & Woerkens, 2011, pp. 18-20). Een zorgvuldig ontwikkelde culturele infrastructuur toont samenhang, structuur en geeft ruimte aan initiatief, verenigingsleven en bovenlokale ambities. Een zichtbaar, toegankelijk en dynamisch cultureel leven draagt bij aan de aantrekkelijkheid van Hoorn. 4.4
Vestigingsklimaat
Volgens Gerard Marlet (Marlet, 2009) spelen kunst en cultuur een prominente rol in de concurrentiepositie van steden. Steden met een groot en gevarieerd cultureel aanbod zijn doorgaans ook de populaire woonsteden. Die steden hebben de sterkste aantrekkingskracht op hoger opgeleiden en mensen uit de hogere inkomensgroepen en doen het economisch beter. Waar hogeropgeleide en creatieve mensen wonen, vestigen zich graag bedrijven. De werkgelegenheid neemt dan over het algemeen toe. Volgens het Centraal Plan Bureau wordt de aantrekkingskracht van de stad in de 21e eeuw niet alleen bepaald door de productiekant van de economie, maar ook door de consumptiekant: het aanbod van winkels, cultuur en bijvoorbeeld een historisch stadshart (De Groot et al., 2011). 4.5
Grond- en huizenprijzen
Grondprijsverschillen laten zich hoofdzakelijk verklaren vanuit factoren als bereikbaarheid van banen, overlast en voorzieningen als cultuur, winkels, en horeca. Factoren aan de productiekant (bereikbaarheid van banen) en consumptieve voorzieningen verklaren elk de helft van de grondprijsverschillen. Het aanbod van luxe winkels, een historische binnenstad, horeca en cultuur bepalen gezamenlijk eenderde van de grondprijsverschillen (ibid., p. 6).
41
Vooral de nabijheid van concerten en theatervoorstellingen hangt sterk samen met de grondprijs op een woonlocatie. Samen met het aantal rijksmonumenten als aandeel van de woningvoorraad, dragen de aanwezigheid van podiumkunsten en musea sterk bij aan de huizenprijzen en grondprijzen (ibid., p. 71). Ook de nabijheid van natuurgebieden zorgt voor hogere grondprijzen. Naast een stadspark in de buurt willen mensen in steden ook natuur op acceptabele afstand van hun woning hebben (ibid., p. 73). De stad biedt aantrekkelijke voorzieningen: winkels, cultuur en geschiedenis. De hoge prijs van stadsgrond is een uitdrukking van die voordelen van de stad (ibid., p. 139). De aantrekkingskracht van de stad in onze tijd wordt vooral bepaald door ruimtelijke verschillen en verschillen in lonen en grondprijzen. Het bovenstaande is een extra argument om in Hoorn een accent te leggen op uitvoerende kunsten. 4.6
Winkelaanbod en horeca
De meest aantrekkelijke steden weten historie, uitgaan (cultuur en horeca) en winkelen op een goede manier te combineren. De bereikbaarheid van de binnenstad is daarom van belang, maar de verkeersdruk mag niet het verblijfsgenot aantasten. Essentieel voor een aantrekkelijke stad is een compleet winkelaanbod, dat past bij recreatief winkelen. Een aantrekkelijk aanbod van horecavestigingen verlengt daarbij de verblijfsduur. Er moet worden voorzien in levendigheid, ook in de avonduren en weekends. De aanwezigheid van cultuur in en nabij de binnenstad draagt ook bij aan de levendigheid en is van groot belang voor de centrumfunctie van Hoorn. Interessante voorbeelden zijn het Pieter Vreedeplein in Tilburg met grootschalige winkels, fitness en bioscoop in de binnenstad, en de Boreelkazerne Deventer met grootschalige winkels, fitness, bioscoop, bowling en casino aan de rand van de binnenstad. Het is ons nog niet duidelijk vanuit welke visie regie wordt gevoerd op de culturele infrastructuur in Hoorn. Er wordt wel gerept van een ‘cultuurroute’ en een ‘culturele ring’, maar dit lijkt eerder een selectie van culturele voorzieningen en muziekcafés in de historische binnenstad dan dat er sprake is van specifieke beleidskeuzes voor een culturele infrastructuur (een aandachtspunt in het vervolgonderzoek).
42
Met regie en een positieve benadering van de culturele instellingen, de goede en gezellige horeca, zorg voor het groen en kwalitatieve detailhandel is er van Hoorn een nog levendigere stad te maken. In het vervolgonderzoek wordt de vraag gesteld of het culturele aanbod in het centrum zowel kwalitatief als kwantitatief voldoende is om bij te dragen aan de hier beschreven binnenstadfunctie. 4.7
Evenementen
Er zijn relatief veel evenementen in Hoorn. In de Atlas voor gemeenten 2011 neemt Hoorn als 48ste gemeente op dit onderwerp zelfs de 6de plaats in. Evenementen zijn uitstekende marketinginstrumenten voor een stad. Ze brengen levendigheid en dragen bij aan de lokale economie. Tegelijkertijd zetten ze de stad ook onder druk qua veiligheid, verkeer, vervuiling, overlast enzovoorts. Evenementen zorgen voor piekmomenten, niet alleen voor de inwoners van Hoorn, maar voor de gehele regio en toeristen. Voor de woonaantrekkelijkheid zijn “alleen unieke, kleinschalige en aan de historie van de binnenstad gebonden voorzieningen, waar elke dag en op elk moment van de dag behoefte aan bestaat (…) een reden om vanwege dergelijke attracties in een bepaalde stad te willen wonen” (Marlet, 2009, p. 361). In het oog springend zijn de activiteiten van Hoorn Kunst en Cultuur. Deze stichting organiseert onder meer een Kunstmarkt – in zijn soort de grootste van Nederland – en een cultuurmarkt (uitmarkt) met ongeveer 45.000 bezoekers per jaar. Er wordt bijvoorbeeld samengewerkt met Cinema Oostereiland, Het Pakhuis, Bibliotheek, de Boterhal, Hotel Mariakapel en Schouwburg het Park. Daarnaast is de Hoornse kermis een fenomeen met als afsluiting de roemruchte traditionele Lappendag. Er zijn de Hoornse Stadsfeesten met drie dagen lang muziek, dans, beeldende kunst enzovoorts in de Hoornse binnenstad.
Ook bestaat er een levendige carnavalscultuur. Ten slotte zijn er tal van kleinere culturele evenementen. 4.8
Verleden-toekomst
De Gouden Eeuw heeft Hoorn veel opgeleverd. Economie, kunst en architectuur gingen hand in hand. De explosieve groei van het inwonersaantal van Hoorn in de jaren zeventig van de vorige eeuw heeft uitbreidingswijken opgeleverd die qua omvang vele malen groter zijn dan het oude Hoorn. Zij roepen echter het beeld op van een stad waar de buitenwijken niet goed aansluiten bij de historische binnenstad. 43
Als overloopgemeente van Amsterdam lijkt de balans tussen de economische motor en het aantal inwoners verstoord. Cultuur, erfgoed en architectuur vormen de etalage van de stad. Investeren in architectuur lijkt ons gewenst, waarbij we ons realiseren dat dit een kwestie van lange adem is. Hoorn leunt sterk op het verre verleden, het is de trots van de stad. De dynamiek van de 21ste eeuw is nog niet zo voelbaar. Wil Hoorn een aantrekkelijke stad zijn voor jonge generaties, zal daarin meer geïnvesteerd moeten worden. Het in deze paragraaf (4) beschrevene vormt de basis van te formuleren vragen voor de expertmeetings op het gebied van het vergroten van de aantrekkelijkheid van de stad. Indien mogelijk wordt het ook bij de burgerparticipatie ingezet. 5
KUNSTEN
Hoorn kent een brede basis van de beoefening van (amateur)kunsten, die nergens contact lijkt te maken met de (professionele) top. Oostereiland zien wij als een kans- en glansrijk icoon waar cultuurhistorie, amateurkunst en professionele kunsten op ‘natuurlijke’ wijze met elkaar verbonden kunnen raken. Dit wordt nader onderzocht en uitgezet bij zowel expertmeetings als sociale media. 5.1
Amateurkunst
De amateurkunsten beschouwen wij als een essentieel fenomeen van en voor het culturele leven in Hoorn. Amateurkunsten zorgen voor betrokkenheid van jong en oud. Via de amateurkunst wordt professionele kunst toegankelijk voor jonge mensen. Het is tevens de basis voor talentontwikkeling. De ‘beleefbaarheid’, zichtbaarheid en hoorbaarheid van de amateurkunsten moeten worden vergroot. Een centraal aanspreekpunt is wenselijk. 5.2
Professionele kunsten
In onze visie maken de professionele kunsten deel uit van het culturele leven; zij staan niet langer centraal (conform de opdracht om een eenheid met erfgoed en toerisme na te streven en verbindingen met andere vormen van vrijetijdsbesteding op te zoeken). Gezien de ambitie van Hoorn als stad van uitvoerende kunsten, zullen accenten worden gelegd op muziek, theater en dans. De concrete invulling per kunstvorm vloeit voort uit de resultaten van de expertmeetings en de burgerparticipatie. Draagvlak van de bevolking is, zoals eerder gesteld, essentieel bij het maken van beleidskeuzes.
44
Genoemde resultaten zullen wij in het inputdocument (fase 2 van de opdracht; paragraaf 1.2.3) wegen en toetsen. Op basis van die afwegingen zullen in dat document ook specifieke keuzes voor de professionele kunsten worden gemaakt. Dat worden onze keuzes, maar gevoed door de bevolking. 5.3
Kunsteducatie
Kunsteducatie zien wij als humus voor het culturele leven in Hoorn. Wil Hoorn stad van de uitvoerende kunsten zijn, dan is kunsteducatie van wezenlijk belang. Kinderen en middelbare scholieren komen alleen nog maar in contact met, bijvoorbeeld, één van de duizenden muziekculturen op aarde, en dat is die van de Anglo-Amerikaanse popmuziek. In de praktijk komt het erop neer dat de muzikale bagage van een scholier bestaat uit een deuntje waarvan hij aan het begin weet dat het goed afloopt – en wel binnen drie minuten. De verantwoordelijkheid voor dit probleem wordt tot op landelijk niveau afgeschoven van de ene overheidslaag op de andere. Voor Hoorn is dit een kans; Hoorn kan dit probleem zelf oplossen. Dat is ook noodzakelijk. Noodzakelijk voor een wens als stad van de uitvoerende kunsten, maar nog meer voor een beleid dat diversiteit nastreeft. Weg met het romantische idee dat het zelf maken van kunst leidt tot inzicht in de kunst; het leren waarnemen van veel verschillende soorten kunst leidt tot inzicht. Educatie op een dergelijke inhoudelijke wijze integreren in het reguliere onderwijs van Hoorn; dat zou – zelfs als pilot – een landelijke sensatie zijn.
Deze visie is puur inhoudelijk en is geen kritiek op het huidige kunsteducatie, die nader wordt onderzocht en tijdens de expertmeetings een belangrijk thema zal zijn en indien mogelijk ook bij de burgerparticipatie wordt ingezet. 5.4
Cultuurparticipatie
In onze visie hebben maatregelen ter bevordering van cultuurparticipatie vaak weinig effect, omdat de doelgroep niet geleerd heeft om te participeren. Participatie moet daarom voortvloeien uit en aansluiten op (de pilot) kunsteducatie. 5.5
Volkscultuur
Het huidige college heeft het begrip ‘volkscultuur’ geïntroduceerd, waarmee het carnaval en de kermis worden bedoeld. Carnaval is overigens een geïmporteerde vorm van (katholieke) cultuur; in West-Friesland vinden de echte feesten plaats rond de kermis. Maar de carnavalsoptocht van Zwaag is wel de grootste benoorden de grote rivieren. De aanwezigheid van een relatief grote
45
katholieke enclave in overwegend protestantse contreien is een interessant gegeven voor het vervolgonderzoek. 5.6
Kunstgebouwen
Er zit een keerzijde aan het geven van culturele bestemmingen aan historische gebouwen: • Het is kostenintensief om het fysieke gebouw goed aan te laten sluiten bij het functionele gebouw; • De kosten voor onderhoud en energie zijn vaak hoog en komen op het conto van de gehuisveste culturele instelling. De relatie van de (regio)functie van de schouwburg en de financiering ervan, wordt tegen het licht gehouden. 6
DWARSVERBANDEN
In het vervolgtraject zullen de volgende (mogelijke) verbindingen nader worden onderzocht: • Verbindingen tussen domeinen (erfgoed, toerisme, onderwijs, sport en economie) en streven naar minder versnippering van cultuur en sport, bijvoorbeeld vanuit economisch oogpunt sport en cultuur samenbrengen op meer centrale plekken zoals de Open Water Wedstrijden; • Dwarsverbanden tussen cultuur en economische zaken, zoals evenementen. Hoorn heeft geen specifiek evenementenbeleid, maar er is wel een aantal Aevenementen benoemd; • Hoorn als het Blauwe Hart; • Agriport: idee voor een weg langs de as van Hoorn-Leystad-Zwolle; • Stoomtrammuseum heeft al aansluiting met Medemblik; ook aansluiting zoeken bij Amsterdam en de Omringdijk; • Het project van de Westfriese Omringdijk wordt opgestart door de provincie; de regionale agenda daarvoor moet nog komen; • Meer met de waterkant doen, zoals het creëren van een stadstrand; • Een duidelijk regionaal en stadsprofiel creëren, vestigen en behouden. 6.1
Culturele voorzieningen
Door herschikking van functies van culturele voorzieningen kunnen dwarsverbanden worden gecreëerd: 1. Bibliotheek als knooppunt op het gebied van cultuur, kennis en informatie; 2. Schouwburg als ontmoetingsplek voor amateurpodiumkunst en professionele podiumkunsten. Het herschikken van dit soort culturele functies kan door organisatorische efficiëntie een kostenbesparing opleveren, maar vanuit cultureel oogpunt zijn de mogelijke synergie-effecten belangrijker. 46
Ook richting erfgoed zijn er verbanden te leggen. Daarbij moeten jongeren worden betrokken. Hun historisch bewustzijn wordt vergroot door meer aansluiting bij hun eigen cultuur te vinden. 6.2
Horeca
Horeca en cultuur hebben vaak een symbiotische relatie. Beide horen bij ‘een compleet avondje uit’. Samenwerking en afstemming dragen bij aan de verblijfskwaliteit in Hoorn. Er zijn initiatieven waarbij cultuur in samenhang met horeca wordt gepresenteerd, zoals bijvoorbeeld in het Huis Verloren en het cultuurcafé De Kapel. Verder worden er door Schouwburg het Park in het voormalige restaurant ook regelmatig muziekmiddagen en -avonden georganiseerd. Een sterk arrangement van cultuuraanbod, van met name podiumkunsten en horeca, versterkt het profiel van Hoorn als aantrekkelijke stad voor bezoekers en bewoners. Hierbij verdient het aanbeveling om, naast de aandacht voor kort verblijf, te onderzoeken of de toerist kan worden verleid tot langer verblijf, met tenminste een overnachting, bijvoorbeeld met een bijzondere hotelaccommodatie aan het water. 6.3
Water en toerisme
De haven, de nautische geschiedenis en de verbondenheid met water hebben de stad en haar bewoners gevormd. Water geeft ruimte, uitzicht, speelt met licht en brengt dynamiek met zich mee: toeristisch, bedrijfsmatig en ruimtelijk. Aan water ontstaan levendige plekken, aantrekkelijk in zomer en winter, contrasterend met de binnenstad. Het biedt kansen voor unieke combinaties van wonen, werken en recreëren (Vrolijks, 2003). Een blik op het basistoervaartnet uit 2008 wekt de indruk dat Hoorn nog niet optimaal is aangesloten bij het recreatietoervaartnet. Verbetering zou het toerisme wellicht verder kunnen aanjagen op een manier die geheel past bij het eigen karakter van de stad. 6.4
Samenwerking
Natuurlijk wordt er, net zoals in andere plaatsen, samengewerkt in Hoorn. Een goed voorbeeld is Hoorn Kunst en Cultuur met de Kunstmarkt en de Cultuurmarkt. Toch zijn we van mening dat de huidige tijd vraagt om intensivering van samenwerking en het aanleggen van nieuwe samenwerkingsverbanden. Daarmee zijn synergie-effecten te bereiken en wordt een efficiëntieverbetering mogelijk.
47
Denk bijvoorbeeld aan het delen van faciliteiten, inhoudelijke afstemming, gezamenlijke promotie, zakelijke ondersteuning en het ontwikkelen van arrangementen voor bezoekers. Ook zijn positieve effecten te verwachten van samenwerkingen tussen domeinen als erfgoed, horeca en cultuur, zoals dat zichtbaar wordt op Oostereiland. Het werken vanuit gezamenlijke concepten of kwalitatieve uitgangspunten is in onze visie verrijkend voor het geheel. Het plan voor het Westfries Centrum van de Kunsten is bemoedigend. Ook (mogelijke) samenwerking wordt een onderwerp van de expertmeetings. 7
VOORLOPIGE CONCLUSIES EN ANTWOORDEN
(Voor de goede orde: dit zijn de voorlopige conclusies van de visie op cultuur; de invulling van cultuur is hier nog niet aan de orde.) Cultuur is alles wat niet natuur is. De functie van cultuur is het zorgen voor sociale cohesie. De benadering van cultuur is functioneel van aard: uitgaan van culturele functies, waar (mogelijk) bepaalde organisaties en instellingen bijhoren – niet andersom. Bij het maken van keuzes voor de cultuurnota staat de Hoornse bevolking centraal. De zoektocht naar de (potentieel) vruchtbare Hoornse culturele domeinen en de mogelijke samenhang van die domeinen is een kerntaak in het vervolgonderzoek.
Samengevat luiden de antwoorden op de in de opdracht (paragraaf 1) gestelde vragen als volgt: • De functie van cultuur in Hoorn tijdens de nieuwe cultuurnotaperiode is het bijdragen aan sociale cohesie; • De gemeente heeft bij de culturele ontwikkeling een voorwaardenscheppende rol; • Zij doet dat vanuit de ambitie om een groter aandeel van de bevolking (passief) bij cultuur te betrekken, om amateurs met professionals (actief) te verbinden en om van Hoorn een stad van de uitvoerende kunsten te maken; • Kunsteducatie krijgt hoge prioriteit; in professionele kunsten wordt scherp gekozen; • De financiële ruimte is beperkter dan voorheen; • Vooralsnog is alleen de regionale ontwikkeling van belang; het landelijke beleid is meer financieel dan cultureel gemotiveerd, en kan daardoor niet richtinggevend zijn voor de cultuurnota van Hoorn. • De wijze van interactieve betrokkenheid van de Hoornse bevolking is vooralsnog 48
zo breed en open mogelijk; geheel in de geest van de nieuwe media vindt redactie pas achteraf plaats.
49
Bijlage II
Inputdocument
1 Expertmeetings ............................................................................................51 1.1 Inleiding en methode...................................................................................51 2 Expertmeeting I, 10.00-12.00 uur ................................................................52 2.1 Hoorn de ideale stad?.................................................................................52 2.2 Bezoekersmotieven/aantrekkelijkheid/beleving van de stad Hoorn............53 2.3 Wat kan er beter in Hoorn?.........................................................................53 2.4 Hoe verbind je de regio met de eigenheid van Hoorn?...............................53 2.5 Cultuur in de nieuwe tijd (overheid in regierol; burger staat centraal).........54 2.6 Aanbevelingen ............................................................................................55 3 Expertmeeting II, 14.30-16.30 uur ...............................................................56 3.1 Schets van het ideale Hoorn (horizon 2025)...............................................56 3.2 Cultuur in de nieuwe tijd..............................................................................57 3.3 Aanbevelingen ............................................................................................57 4 Expertmeeting III, 19.30-21.30 uur
..............................................................59 4.1 Hoe kijken amateurverenigingen tegen de toekomst aan?.........................59 4.2 Talentontwikkeling: doen verenigingen er wat mee? ..................................59 4.3 Wat is nodig om de amateurkunsten vitaal te houden? ..............................60 4.4 Zijn verenigingen bekend/zichtbaar genoeg bij hun doelgroepen? ............60 4.5 Aanbevelingen van de verenigingen aan Hoorn .........................................61 5 Hoofdpunten uit de expertmeetings ..........................................................62 6 Reflectie ........................................................................................................63 6.1 Visies op de ideale stad ..............................................................................63 6.2 Visies op de huidige stad ............................................................................64 6.3 Suggesties ter verbetering ..........................................................................65 6.4 Vergelijking resultaten met de uitgangspuntennotitie .................................66 6.5 Conclusies ..................................................................................................68
50
Bijlage II 1 1.1
Inputdocument
EXPERTMEETINGS Inleiding en methode
Op woensdag 22 februari organiseerde ARRD drie expertmeetings in de raadzaal van het Stadhuis in Hoorn: een in de ochtend met ambtenaren, een in de middag met vertegenwoordigers van de professionele cultuurinstellingen en een in de avond met vertegenwoordigers van de amateurkunsten. Elke bijeenkomst duurde twee uur. Het doel van de expertmeetings was het verkrijgen van inzichten voor de nieuwe cultuurnota. Het uitgangspunt van de expertmeetings luidde: de stad en haar bevolking staan centraal. De vorm van de expertmeetings was een discussie op basis van argumenten. De fasering van die discussie was als volgt: 1. Gezamenlijk werd een ideale toekomstige situatie vastgesteld, door deze zodanig te schetsen, alsof er op dat moment sprake van was; 2. Gezamenlijk werd de geschetste ideale situatie bediscussieerd; 3. Gezamenlijk werd de voor Hoorn haalbare toekomstige situatie vastgesteld. Geld stond bewust niet op de agenda; budgetten worden later aan het te formuleren beleid toegekend. De discussie werd gevoed door en getoetst aan de inventarisatie van uitgangspunten voor de cultuurnota. De deelnemers werden in samenspraak met de gemeente geselecteerd. ARRD maakte de uiteindelijke keuze. Tot de deelnemers behoorden ook degenen die tot dan toe de volgens ARRD meest interessante bijdragen aan het Cultuurforum Hoorn (burgerparticipatie op LinkedIn) leverden.
Vanuit betrokkenheid woonden de drie cultuurambtenaren van de gemeente Hoorn, te weten de heer Danny de Vries, de heer Ger Laning en mevrouw Gerdien de Galan, ook de expertmeetings II en III bij. Om de schijn van mogelijke belangenverstrengeling tussen opdrachtgevers en onafhankelijke onderzoekers te voorkomen, hadden zij hier een toehoordersfunctie. In expertmeeting I had de klankbordgroep, bestaande uit Hoornse gemeenteraadsleden, een toehoordersfunctie. Dit om de mogelijkheid van politiek bedrijven uit te sluiten. 51
De gespreksleiding was in handen van Geurt Grosfeld. Erwin Roebroeks had de rol van ‘doorvrager’ als iets niet duidelijk was of meer toelichting gewenst was. Stagiaire Marisje Kruizinga maakte het verslag. De resultaten van de expertmeeting zijn door ons gevat in het voorliggende, puntsgewijze verslag met reflectie, dat hierbij als inputdocument aan u wordt voorgelegd. 2
EXPERTMEETING I, 10.00-12.00 UUR
Deelnemers Dhr. Joost Buchner Dhr. Evert van Dam Dhr. Bert van Elswijk Mevr. Gerdien de Galan Dhr. Maarten Hoogland 2.1 • •
• • • • • • •
• • • •
Dhr. Ron Jansen Dhr. Ger Laning Dhr. Bert Mennings Dhr. Jos van Putten
Dhr. Martien Schurink Mevr. Margriet Talstra Dhr. Edwin Voorbij Dhr. Danny de Vries
Hoorn de ideale stad? Hoorn is toch de binnenstad? De identiteit van de binnenstad van Hoorn wordt bepaald door haar structuur, ligging en historie; Dan moet Hoorn het knooppunt in het stedelijk netwerk van de regio zijn waar alle lijnen bij elkaar komen: economie, cultuur, toerisme enzovoorts. Om een dergelijk stedelijk knooppunt te worden, heeft Hoorn meer draagvlak nodig voor cultuur, voorzieningen, detailhandel en dergelijke; Als Hoorn een gevarieerd aanbod heeft en daardoor een levendige centrumstad is in de regio, met een historische binnenstad als unique sellingpoint; Als Hoorn een stad is die je verbaast, verrast, uitnodigt en uitdaagt; Als Hoorn goed aansluit bij de regio, bijvoorbeeld met de historische driehoek: Medemblik, Enkhuizen, Hoorn; Als Hoorn een goed woon- en leefklimaat heeft met de daarbij horende voorzieningen; Als de interne en externe mobiliteit op orde zijn: bereikbaarheid is van belang voor de toekomstige positie van Hoorn; Als de verbinding met het water en de verbinding tussen de binnenstad en de buitenwijken in Hoorn wordt versterkt: Hoorn moet meer een geheel worden; Als Hoorn een meer gastvrije stad wordt die trots is op haar regiofunctie en die openstaat voor de regio: Hoorn en regio moeten meer als organisatorische eenheid optreden; Als antwoord wordt gegeven op de vraag welke rol Hoorn speelt in de regio en wat die regio precies is; Als Hoorn
haar geschiedenis tot nu duidelijk weet te vertellen; Als de controverse rondom het VOC-verleden een duidelijke plaats heeft gekregen; Als Hoorn een plek is van beleving, dynamiek en authenticiteit.
52
2.2 •
• • • • • •
• 2.3 • • • • • • • 2.4 • • • • • •
Bezoekersmotieven/aantrekkelijkheid/beleving van de stad Hoorn De entrees tot Hoorn via weg en spoor zijn niet aantrekkelijk: de bezoeker moet door meerdere schillen heen om de binnenstad te bereiken, de toegangswegen geven de bezoeker geen informatie over waar hij zich bevindt, de nabijheid van het historische centrum wordt niet gecommuniceerd; Hoorn bereiken via het water is wel aantrekkelijk, maar niet uitgewerkt; Waar ligt de meerwaarde van Hoorn? Hoe zien verschillende groepen Hoorn: bezoekers, werkgevers, inwoners, jeugd? Gastvrijheid is van belang voor de aantrekkelijkheid van Hoorn; De vergelijking met andere steden wordt nogal eens gemaakt om aan te geven dat het ergens anders niet beter is: Volendam, Utrecht, Zaandam enzovoorts; Het opzoeken van de contradictie en de confrontatie: een stad is niet alleen aantrekkelijkheid door de mooie dingen, de stad moet een authentiek verhaal vertellen (van de VOC-tijd?). In de geschiedenis van J. P. Coen ligt controverse. Is dat erg of juist niet? Ander authentiek verhaal: de wrakken uit de VOC-tijd bij de Hoornse Hop zichtbaar maken. Wat kan er beter in Hoorn? Het stadscentrum heeft te weinig verbindingen met wijken als Zwaag en Blokker: het zijn eigen ‘identiteiten’ met eigen voorzieningen; Eigen identiteit van wijken en omliggende dorpen is belangrijk.
De identiteit van een wijk versterkt daarin de samenhang; De eigenheid van de wijken is een kracht; Er is nog te weinig evenwicht tussen voorzieningen op wijkniveau en op centrumniveau. Welke functies horen waar, en hoe zijn ze onderling verbonden? Mensen gaan naar de stad voor de gezelligheid, de winkels, de horeca en dergelijke; Vinden de inwoners van Hoorn toeristen wel belangrijk (genoeg)? De toeristen maken Hoorn levendig. Hoe verbind je de regio met de eigenheid van Hoorn? Wat is de economische structuur van West-Friesland? Noord-Holland trekt vooral kusttoeristen; hoe trek je toeristen uit Amsterdam en Volendam naar Hoorn? Gastvrijheid in Hoorn is van groot belang; Hoorn moet de samenwerking met andere steden beter benutten, bijvoorbeeld in de stedendriehoek; Verleiding is belangrijk; Meer vanuit het geheel denken: Hoorn, de binnenstad en de wijken als geheel en Hoorn als onderdeel van de regio.
53
2.5
Cultuur in de nieuwe tijd (overheid in regierol; burger staat centraal)
Cultuur en sociaal • Culturele interventies, bijvoorbeeld Camping Castricum: de regio als camping; • Evenementen om mensen samen te brengen, om elkaar te kunnen vinden, verbindingen te kunnen leggen; • Maar: eigenheid wijken (Blokker, Zwaag en dergelijke) intact laten, omdat daar een eigen cultuur aanwezig is die de dorpsgemeenschap versterkt (sociale cohesie). Grootschalige evenementen kunnen worden benut om het eigene van deze wijken zichtbaar te maken; • Bij de organisatie van evenementen is geen rol weggelegd voor de gemeente, evenementen komen voort uit de gemeenschap zelf; • Mogelijke rol voor de gemeente: het versterken van de eigen kracht van wijken door deze een budget in eigen beheer te geven. Cultuur en ruimte • Functionele en toegepaste kunst, landschapskunst en kunst in de openbare ruimte als meer integraal deel van de gebouwde omgeving: gebouwen, bruggen, rotondes. De architect als kunstenaar, de kunstenaar als architect; • Bij projectontwikkeling, vooral in tijden van schaarste, kijken naar de toekomst.
Projecten tekenen voor decennia de omgeving: ondoordachte en goedkope maatregelen bij grote projecten blijven de stad achtervolgen; • Duidelijke keuzes maken, een leidend motief benoemen: vanzelfsprekend voor iedereen, zichtbaar in de hele stad (bijvoorbeeld tekens in gebouwen en dergelijke); • Architectuur in Hoorn vertelt een verhaal, zoals in de wijken Bangert/Oosterpolder en de Kersenboogerd die gebaseerd zijn op de geschiedenis van de Hoornse fruittuinen. Waar wordt dit uitgedragen? • Het draait om een consistent verhaal; • Ingrepen in het landschap, bijvoorbeeld bij de Omringdijk, kunnen over de bijzondere kwaliteit ervan communiceren; • Er is in Hoorn veel kunst in de openbare ruimte, maar deze is niet bekend genoeg: er is een kunstroute nodig. Cultuur en stadsontwikkeling • Welk verhaal vertel je? Hoe past het bij Hoorn? Het moet voelbaar zijn tot in de vezels van de stad (zie bijvoorbeeld Deventer); • Het verhaal van Hoorn moet herkenbaar en vindbaar zijn. Daarop consequent inzetten; • De Bierkade, de oude pakhuizen en de waterkant zijn kenmerken voor de identiteit van Hoorn, maar verderop in de stad niet meer zichtbaar: er is dan geen link meer naar de gebouwen of het water; • Geen namaakstad maken, zoals dat bijvoorbeeld in Zaandam is gedaan.
• Niet alleen naar nieuwe ontwikkelingen kijken, maar naar het aanleggen van nieuwe verbindingen met het bestaande; • Is onze stad bijna af? Een dode stad is af, een dynamische stad is altijd in beweging; 54
• •
Niet bang zijn voor de controverse tussen nieuw en oud; Alleen het authentieke verhaal overtuigt. Dan denken mensen: “Ja, dat is Hoorn”.
Opmerking De expertmeeting genereerde een groter aantal invalshoeken dan uiteindelijk kon worden besproken. Met name de economische en toeristische verbindingen met cultuur konden niet verder worden uitgediept. 2.6 • • • • • • • • • • • •
Aanbevelingen Hoorn moet vanuit cultuur verbindingen leggen met toerisme, economie, onderwijs en dergelijke; Hoorn moet zich profileren met één unique sellingpoint en dat doorvoeren, bekend maken; Cultuur moet draagvlak hebben binnen alle geledingen van Hoorn; Hoorn heeft soms eenduidigheid nodig en soms een controverse; Hoorn herkenbaar maken: welke boodschap geeft Hoorn mee? Blijf verwarren; Toeristische en economische dragers zijn onderleggers voor belangrijke ontwikkelingen; Betrokkenheid genereren; De stad herdefiniëren; Meer aandacht hebben voor synergie; Een stad is nooit af: ‘Hoorn, slapende monumentenstad’ of ‘Hoorn, dynamische stad met historie’? Minder bekrompenheid en meer zicht op de wereld.
55
3
EXPERTMEETING II, 14.30-16.30 UUR
Deelnemers Dhr. Joop Brakenhoff Dhr. René van den Broeke Mevr. Cokky Bronsgeest Dhr. Ron Dol Dhr. Tinus Duinmayer 3.1 • • • • • • • • • • • • • •
•
•
• • •
Dhr. Rinke van der Feer Mevr. Gerdien de Galan Dhr. Ad Geerdink Dhr. Wouter Hakhoff Mevr. Lineke Kortekaas
Mevr. Ingrid van Laere Dhr. Ger Laning Dhr. Hans Lastdrager Mevr. Josine Siderius Dhr. Danny de Vries
Schets van het ideale Hoorn (horizon 2025) Stadse dynamiek en landelijke ‘relaxedheid’; Cultuur verbindt, ongeacht ras, klasse enzovoorts; Het actief kunnen ontwikkelen: persoonlijke groei met een belangrijke rol voor onderwijs en ontmoetingen; Hoorn heeft een duidelijke keuze gemaakt in de profilering: hefboom tot nieuwe ontwikkelingen (metafoor: smurfendorp Italië); Hoe keuze vertalen naar Hoorn? Inzetten op cultuurhistorie. Trends: hang naar authenticiteit, onderscheidend vermogen en mobiliteit; Authenticiteit Hoorn: Hoorn is een havenstad die contact heeft gehad met de hele wereld; ‘wereldstad’. Hoorn is daardoor naar buiten gekeerd: een kracht; Kenmerkend voor Hoorn is de kustlijn. Concreet: stadsstrand, cultureel eiland, sport, strandroute, kunst in de openbare ruimte, Julianapark (evenementen); Enerzijds moet Hoorn zich in 2025 niet meer richten op het water, maar op de regio en het binnenland; Hoorn als mainport (kennisindustrie, Seed Valley) van West-Friesland; Hoorn als ‘educatieve stad’ van de regio; Anderzijds moet Hoorn in 2025 de waterfunctie uitbuiten en ontwikkelen, bijvoorbeeld in de vorm van een boulevard of stadstrand; Uniek in Hoorn is de ligging aan het water, maar Hoorn moet ook verbinding zoeken met het achterland.
Bijvoorbeeld per boot beter bereikbaar; Er zijn twee elementen die Hoorn versterken: enerzijds de centrumfunctie naar het achterland en anderzijds het cultuurhistorisch verleden aan het water. Deze twee elementen kunnen niet los van elkaar gezien worden; Hoorn als centrumfunctie/hoofdstad van West-Friesland? Hoorn moet opschieten om dat nog te kunnen worden: de stad heeft dan kunst, cultuur en basisvoorzieningen nodig; De kracht van Hoorn is de creativiteit in Hoorn: in 2025 is creativiteit pijler voor beleid, educatie enzovoorts. Nu is er de potentie voor creativiteit in Hoorn: dus dat stimuleren; Er moeten duidelijk keuzes gemaakt worden, heldere lijnen uitgezet worden en basisvoorwaarden gecreëerd worden: roept creativiteit op; Hoorn moet een statement maken; Hoorn moet investeren in wat er al is en dat helder formuleren (Zutphen is 56
• • • • • 3.2
daarvan een goed voorbeeld); Hoorn moet meer openheid krijgen en breder worden: vestiging hoger onderwijs maakt ontplooiing mogelijk; Idee van ‘Hoorn Summerschool’ om speciaal onderwijs in Hoorn te organiseren: expertise op het gebied van architectuur, zang, enzovoorts is al aanwezig; Hoorn is nu een gesloten en op haarzelf gerichte stad: ook van het water afgekeerd. Openheid is nodig zowel naar het achterland als naar het water toe; Hoorn moet een herkenbare stad zijn met een duidelijke eigenheid; Hoorn moet een geheel worden: verbinden van de culturele eilanden. Cultuur in de nieuwe tijd
Cultuur en sociaal • Samenhang door samenspel; • Evenementen zouden beter benut en uitgebuit moeten worden; • Hoorn zou evenementen beter op elkaar kunnen afstemmen; beter communiceren (HIER). Hoe agenda’s op elkaar afstemmen? • Door middel van samenwerking, educatie, cultuurcafé, ontmoetingen en elkaar laten weten wat de ander doet; • Hoorn zou meer naar buiten moeten brengen wat er in Hoorn gebeurt door middel van citymarketing; • De beste citymarketing is geloof in eigen kracht (bijvoorbeeld HIER): het verhaal moet kloppen en authentiek zijn en dan pas promoten; • Hoorn zou meer verbindingen moeten leggen tussen de wijken en de stad; • In de buitenwijken spelen wijkcentra een belangrijke rol; • Persoonlijk groei: doorlopende leerlijn. Goed voorbeeld is het kunstencentrum in Alkmaar. Ze hebben het daar gedaan zonder regiefunctie van de gemeente.
Cultureel en haven/water • Hoorn zou de kustlijn beter kunnen benutten, omdat daar belangrijke elementen in verweven zijn: sociaal, economisch, sport, toerisme, cultureel enzovoorts; • Hoorn zou cultureel gezien meer kunnen doen met het water, bijvoorbeeld theater op het water; • Hoorn zou de verschillende eilanden en domeinen met elkaar kunnen verbinden om meer samenhang te creëren; • Hoorn zou buiten de eigen stads- en watergrenzen moeten kijken: naast citymanager ook regiomanager nodig; toeristenplatform creëren; • De Omringdijk in Hoorn wordt veel gebruikt ter promotie van activiteiten, evenementen en festivals; • Kiezen, het is voor Hoorn nodig om keuzes te maken: Omringdijk of kustlijn? • Magneetfunctie: je wilt delen met mensen; • Hoorn heeft te lang te veel dubbele dingen gekozen; • Slogan: ‘Hoorn, haven van creativiteit’. 3.3 •
Aanbevelingen Hoorn zou nieuwe kunst- en cultuuriconen in de stad moeten ontwikkelen; 57
• • • • • • • •
Hoorn moet oog hebben voor talent; Enerzijds geen regie van de gemeente nodig: we spelen samen de haven van creativiteit. Samenspelen is rollen spelen; Gemeente dient ondersteunende en faciliterende rol te spelen; Anderzijds wel regie nodig van de gemeente: platform voor ontmoeting realiseren; Crossing borders: verbinden culturele eilanden, sportverenigingen, ondernemers enzovoorts (bijvoorbeeld kustlijn.) Bedrijfsleven is nodig voor samenhang; Hoorn zou de samenwerkingen kunnen faciliteren en structureren en daarbij dient Hoorn ook over de grenzen te kijken; ‘Maïzena’: laat de gemeente de rol spelen van bindmiddel van partijen. Partijen zijn creatief genoeg om hun regie zelf in te vullen en initiatief te nemen; De bindende functie is een rol die bij de gemeente past.
58
4
EXPERTMEETING III, 19.30-21.30 UUR
Deelnemers Dhr. Patrick Castenmiller Dhr. Klaas Eijgelaar Mevr. Gerdien de Galan 4.1 •
• • • • • • •
• • • • • • • 4.2 •
•
Dhr. Ger Laning Dhr. Ron Oosterbeek
Dhr. Jeroen van Rhijn Dhr. Danny de Vries
Hoe kijken amateurverenigingen tegen de toekomst aan? Vroeger leverden contributies voldoende geld op. Tegenwoordig niet meer als gevolg van afname van het ledenaantal. Er moeten nu actief andere bronnen aangeboord worden; Hoe komt het dat dit ledenaantal afneemt? Door vergrijzing, het aanbod van verschillende verenigingen (divers en veel) en verenigingen nemen het werven van leden te weinig als speerpunt in hun beleid; Het ledenaantal bepaalt in hoeverre de vereniging in de samenleving is ingebed; De gemeenschap en de identiteit is belangrijk voor de leden van de vereniging; Het is van belang om eerst het product neer te zetten en dan pas naar subsidies en fondsen kijken (Bijvoorbeeld Kids on stage); Er moet een brug worden geslagen tussen de mensen die willen spelen en tussen gelegenheden en podia waar gespeeld kan worden (bijvoorbeeld Pophoorn); Verenigingen missen vaak het zakelijke inzicht.
Zij hebben moeite met vragen als: wat voor prijs kunnen verenigingen vragen voor een concert? Vorm je samen met je partner een totaalproduct of niet? Enzovoorts; Het is belangrijk dat er in de toekomst samenwerking is tussen verenigingen door bijvoorbeeld het delen van ruimtes en gezamenlijke promotie; Het is van belang dat verenigingen elkaar gemakkelijker weten te vinden om bijvoorbeeld projecten samen te doen; De kwestie van vraag en aanbod: het aanbod is aanwezig, vraag/verlangen moet gecreëerd worden; Verenigingen maken naast amateurs ook veel gebruik van beroepsmusici en professionals om de aantrekkelijkheid voor de leden te vergroten; De instroom van leden is voornamelijk van 7 jaar t/m 18 jaar en 40+. Er is een duidelijke lacune van leden tussen 18 en 40 jaar; Verenigingen missen hoger onderwijs in Hoorn, omdat hoger onderwijs leden kan aantrekken; Niet alle verenigingen gaan met de tijd (technische ontwikkeling) mee (hebben geen website enzovoorts). Talentontwikkeling: doen verenigingen er wat mee? Verenigingen ondervinden moeilijkheden in de samenwerking met professionele instellingen. De talentontwikkeling wordt bemoeilijkt doordat verenigingen geen platform of groeimogelijkheden kunnen bieden aan talenten. Verenigingen zien in andere steden wel voorbeelden van goede samenwerkingsverbanden tussen professionals en amateurs, zoals Sappho in 59
• •
• •
• 4.3 • • • •
•
• •
•
• 4.4 • •
• •
Purmerend; Hoe vinden leden aansluiting bij de vereniging? Door mond-tot-mondreclame en het doorverwijzen naar andere verenigingen. Verenigingen verwijzen ook talenten door naar andere verenigingen/instellingen waar zij zich beter kunnen ontwikkelen; Talenten zoeken ook voornamelijk hun eigen weg om zich te kunnen ontplooien; jong talent heeft zijn eigen omgeving nodig; Verenigingen hebben soms professionele leiders en docenten om leden te begeleiden in het leerproces en om leden uit te dagen. Daarnaast zoeken leden een invalshoek die bij hun eigen ontwikkeling past (bijvoorbeeld Sinfonia en Kids on stage); Verenigingen realiseren zich dat niet ieder kind geïnteresseerd is in kunst.
Wat is nodig om de amateurkunsten vitaal te houden? Er is een flexibel veld nodig waarin de amateurs zich kunnen bewegen; Verenigingen moeten zich meer gaan richten op talentontwikkeling; Er is dynamiek in het culturele veld nodig; Er is nu geen samenwerking of gezonde concurrentie tussen verenigingen en professionele instellingen: zij proberen leden en publiek van elkaar te werven, bijvoorbeeld muziekscholen ten opzichte van verenigingen; Het is de taak van de gemeente om draagvlak in de kunsten te steunen; een muziekschool moet dienstverlenend zijn en meer contact zoeken met verenigingen; De kruisbestuivingen tussen amateurverenigingen en professionals vormen een terugkomend probleem; Professionele instellingen zijn vroeger onder meer opgericht om verenigingen te helpen, maar deze instellingen zijn geïnstitutionaliseerd geraakt waardoor professionele instellingen en de amateurverenigingen elkaars concurrenten zijn geworden; de muziekschool zou zich bijvoorbeeld weer dienstbaar moeten opstellen naar verenigingen toe; Belangrijk verschil tussen professionals en amateurs is dat professionele instellingen een professioneel management hebben, van rijkswege erkend zijn en meer mogelijkheden kunnen bieden; Professionele instellingen hebben een breed netwerk en een brede bereikbaarheid die ze zouden moeten delen met verenigingen.
Zijn verenigingen bekend/zichtbaar genoeg bij hun doelgroepen? Verenigingen zijn niet zichtbaar genoeg bij hun doelgroepen: hoe oplossen? Door bijvoorbeeld een beurs te organiseren waar alle verenigingen zich kunnen presenteren, zoals bij de Hoornse stadsfeesten, de kunstmarkt, de kunst & cultuurbeurs. Maar is dat voldoende? Ook via het onderwijs kinderen interesseren voor verenigingen; Verenigingen houden zich niet als ‘core business’ bezig met hun zichtbaarheid; zij zijn niet zo bezig met het werven van nieuwe leden of het aangaan van samenwerkingsverbanden; 60
•
• •
• • • • • 4.5 • • • • • • • • •
Verenigingen zouden meer gebruik moeten maken van online media. Op deze manier zouden zij een ander publiek kunnen genereren en nieuwe leden kunnen benaderen; vooral jonge mensen zijn daar te vinden; Publiek is tegenwoordig een omnivoor publiek; verenigingen richten zich nog te veel op een eigen ‘platform’; Verenigingen zouden zich meer moeten richten op mogelijkheden van gezamenlijke platforms: voor meer samenwerking, om vraagstukken te bespreken, voor synergie tussen verenigingen; Verenigingen moeten buiten hun eigen grenzen treden om bij elkaar te komen en elkaar te zien; wat heeft de andere partij nodig? Is er een duidelijke afstemming met evenementen? Verenigingen stemmen wel af met de officiële agenda, zoals Lappendag, kermis enzovoorts en met de sportagenda; Onderling is er weinig afstemming: geen goede uitwisseling van informatie; maar aanbod is ook te groot voor een volledige afstemming onderling; De UITagenda probeert informatie over activiteiten bekend te maken en uit te wisselen.
Aanbevelingen van de verenigingen aan Hoorn De markt zou meer open moeten zijn: minder gesloten eenheden vormen; De oprichting van een Westfries Centrum voor de Kunsten is wenselijk, omdat dit mogelijkheden geeft voor nieuwe ontwikkelingen en projecten; De ontwikkeling van een dynamisch subsidiemodel is gewenst: dit ligt nu te vast; Vaker met de mensen uit het veld rondom de tafel gaan zitten; Concurreren is belangrijk, maar niet ten koste van elkaar: het moet elkaar versterken; ‘concullega’s’ zijn; Samenwerking is belangrijk: in hoeverre kun je van elkaar leren en samen iets opbouwen? Er is een coördinerende rol nodig van de gemeente, bijvoorbeeld presentatieruimte beschikbaar stellen; De gemeente zou gebruik kunnen maken van verenigingen bij activiteiten, zoals de nieuwjaarsreceptie; Zoek aansluiting bij scholen en bij de muziekschool.
61
5
HOOFDPUNTEN UIT DE EXPERTMEETINGS
•
Kernwoorden: verbazen, verassen, uitdagen, uitnodigen, verleiden, authenticiteit (verhaal vertellen), delen, onderscheiden, controversie, ontsluiten, ontmoeten, ontplooien, verbinden, dynamiek, beweging en creativiteit als motor; Enerzijds moet van Hoorn meer een geheel gemaakt worden; het leggen van verbindingen tussen verschillende eilanden, wijken en domeinen; anderzijds moet Hoorn zich ook onderscheiden; Er moeten duidelijke keuzes worden gemaakt in de speerpunten/profilering van Hoorn: welke heldere richtlijnen en basisvoorwaarden worden er geformuleerd? Hoorn moet gastvrijer zijn; Hoorn moet meer openheid krijgen naar het achterland en het water toe; Hoger onderwijs zou in Hoorn een impuls kunnen geven aan nieuwe ontwikkelingen op het gebied van kunst, economie, toerisme enzovoorts; Hoorn moet investeren in het karakter en het profiel van de stad; Hoorn zou meer buiten de eigen stads- en watergrenzen moeten kijken; Hoorn zou evenementen en agenda’s beter op elkaar moeten afstemmen; betere communicatie nodig; ‘Samenhang door samenspel’; ‘Hoorn, haven van creativiteit’; Enerzijds is er behoefte aan een regierol van de gemeente: platforms realiseren voor ontmoetingen en het leggen van verbindingen; anderzijds geen behoefte aan regiefunctie van de gemeente, maar wel aan een ondersteunende en faciliterende functie van de gemeente; Of maïzena: laat de gemeente de rol spelen
van bindmiddel van partijen. Partijen zijn creatief genoeg om hun regie zelf in te vullen en initiatief te nemen; Amateurverenigingen zijn niet zichtbaar genoeg bij hun doelgroep; Samenwerkingen tussen professionele instellingen en verenigingen zijn vaak problematisch; Afstemming van de agenda’s van amateurverenigingen onderling, van evenementen, van culturele activiteiten, van festivals enzovoorts.
•
• • • • • • • • • •
• • • •
62
6
REFLECTIE
Door de pluriforme samenstelling van de expertgroepen werd er vanuit verschillende perspectieven op Hoorn gereflecteerd. Dit leidde niet tot geheel verschillende visies op de stad, integendeel; de verschillende benaderingen vulden elkaar aan waardoor een samenhangende visie ontstond. Aanvankelijk had de klankbordgroep, bestaande uit Hoornse gemeenteraadsleden, die aanwezig was bij expertmeeting I, een toehoordersfunctie gekregen. Dit om de mogelijkheid van politiek bedrijven uit te sluiten. Vanwege de constructieve sfeer waarin elke vorm van politiek uitbleef, heeft ARRD vanuit voortschrijdend inzicht besloten ook leden van de klankbordgroep tijdens die expertmeeting hun zegje te laten doen. Ook de toehoordersfunctie van de drie cultuurambtenaren van de gemeente Hoorn (de heer Danny de Vries, de heer Ger Laning en mevrouw Gerdien de Galan) in de expertmeetings II en III lieten we, wanneer de dynamiek van het gesprek daar om vroeg, op grond van voortschrijdend inzicht los. De cultuurambtenaren stelden zich in hun antwoorden op vragen voldoende terughoudend op. 6.1
Visies op de ideale stad
Scherp gesteld, bestaan er over het ideale Hoorn twee opvattingen: 1. De opvatting waarin de kracht van de stad wordt gezien vanuit haar historische belang. Met de stad wordt de binnenstad bedoeld. Met de historie wordt grofweg de VOC-tijd bedoeld. Vanuit dat perspectief is de stad min of meer af. Wensbeelden voor de toekomst liggen onder meer in het beter zichtbaar en beleefbaar maken van historische relicten, in het creëren van verbindingen met de historische driehoek Medemblik, Enkhuizen, Hoorn en in het ontwikkelen van een succesvol programma rond de Omringdijk. In de bevolkingsopbouw van Hoorn ligt het gewicht in de toekomst op senioren. Dat sluit prima aan bij hetgeen de stad te bieden heeft. 2. De stad is organisch verbonden met haar omgeving: de oude kern, de wijken, de Omringdijk, de Westfriese gemeenten. Vanuit deze richting is Hoorn erin geslaagd om aan te sluiten bij de ‘nieuwe’ tijd. Creativiteit is belangrijk. Er is de kennisregio ‘Seed Valley’ waaromheen opleidingsinstituten zijn opgericht. Er is een dynamische wisselwerking tussen de oude stad en de nieuwe kenniseconomie van de 21ste eeuw. Deze wisselwerking heeft een aanzuigende werking op jongere generaties, op onderwijs en op het vestigingsklimaat voor kennisintensieve bedrijven. Hoorn staat als knooppunt in een stedelijk netwerk op de kaart.