CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Eindrapport onderzoek Warmtebedrijf Hoorn

Gemeenteraad 11 juli 2023, gemeente HoornBij agendapunt: Onderzoek consequenties van een (gemeentelijk) warmtebedrijf in Hoorn (2046613)8.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Consequenties van een (gemeentelijk) warmtebedrijf in Hoorn. Rapportdatum 12 mei 2023

Samenvatting De gemeente Hoorn heeft aan Transact gevraagd advies uit te brengen over haar rol in de ontwikkeling van een warmtenet in Hoorn. Transact werkt hierbij samen met To Realize Concepts b.v.. Ons advies luidt: Neem niet alleen een actieve rol in de regie van de warmtetransitie maar ook in de uitvoering daarvan. Opteer daarvoor niet voor het ontwikkelen van een eigen gemeentelijk warmtebedrijf maar draag zorg voor een sterke samenwerkingsrelatie met HVC Warmte B.V.. Buiten het warmtenet dat HVC voor Intermaris ontwikkeld, ligt er nog veel potentieel in Hoorn om gezamenlijk met bewoners stappen te zetten naar aardgasvrij. Initiatieven uit de Hoornse samenleving kunnen de komende jaren opgroeien tot een volwaardige partner in een Hoornse netwerksamenwerking waarbinnen overheden, corporaties, (lokale) bedrijven en bewonersinitiatieven samenwerken aan een aardgasvrij Hoorn in 2040. Bevindingen HVC is voor veel bewoners van Hoorn vooral bekend van de afvalinzameling en -verwerking. Anders dan bij de afvalverwerking worden de tarieven voor een warmtenet gereguleerd door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). De wetgever beoogt hiermee de consument te beschermen tegen monopolie posities in de warmtevoorziening. Om een zelfstandig warmtebedrijf op te richten moet een warmte-leveringsvergunning worden verkregen.

Daartoe moet een organisatie worden ingericht en dienen er contractuele zekerheden te zijn over financiering, risico’s, aansprakelijkheden, besturing en kwaliteitsborging. Pas als aan al deze zekerheden is voldaan kan het bedrijf contracten afsluiten met klanten. De ACM ziet hierop toe. De gemeente kan daartoe nu de voorbereiding starten, maar dan zal eerst expertise, kennis en kunde van de markt moeten worden aangetrokken. Binnen de gemeentelijke organisatie zijn deze competenties en expertise niet aanwezig. Sowieso is het verstandig dat een gemeentelijk warmtebedrijf als een afzonderlijke juridische entiteit wordt opgericht. Bij een voortvarende aanpak valt te verwachten dat een ontwikkeltijd van 1,5-2 jaar nodig is alvorens een gemeentelijk warmtebedrijf een vergunning heeft. We constateren dat HVC en Intermaris aan de slag zijn om een 70 graden warmtenet in Kersenboogerd-Centrum te realiseren voor 1.946 woningequivalenten. De gemeente heeft hier een faciliterende rol in. HVC heeft in 2021 een haalbaarheidsstudie afgerond om hier een vervolg aan te geven door het warmtenet uit te breiden tot 13.000 woningequivalenten. Daarvoor is een groeiscenario uitgewerkt met uitbreidingen in de periode 2023 – 2039, zo’n 17 jaar doorlooptijd, dus.

In het totaal van aansluitingen zijn naast het bezit van Intermaris (8.000 woningen) ook maatschappelijk vastgoed, grootverbruikers en particulier woningbezit meegerekend. In de haalbaarheidsstudie is ervan uitgegaan dat 25% van de particulieren in het gebied waar het warmtenet komt, op vrijwillige basis, aansluiten. Voor de grootverbruikers in hetzelfde gebied wordt uitgegaan van 50%, ook op vrijwillige basis. Om de uitbreiding van het warmtenet mogelijk te maken zal er een

2

samenwerkingsovereenkomst worden afgesloten tussen HVC, Intermaris en de gemeente Hoorn. Wij constateren dat na realisatie van het volledige warmtenet in 2040 waarbij 13.000 woningequivalenten zijn aangesloten er nog naar schatting 75% van de woningen in Hoorn niet zijn aangesloten op dit warmtenet. Momenteel zijn er nog geen andere concrete initiatieven in Hoorn om gebouwen van het aardgasnet af te koppelen. Wel zijn er enkele bewoners die hierover met hun buren in gesprek zijn en is het initiatief genomen tot de oprichting van ’Buurtwarmte Hoorn’. Landelijk en lokaal zien wij veel beweging die in de komende twee jaar zal leiden tot concrete instrumenten voor de gemeente. De belangrijkste hiervan is de ontwikkeling van de Wet Collectieve Warmtevoorziening (Warmtewet 2.0). Een belangrijke aanpassing ten opzichte van de huidige warmtewet is de verplichting dat een warmte-infrastructuur in publieke handen moet zijn. Daarnaast zijn er financiële regelingen zoals de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) en de Warmte Infrastructuur Subsidie (WIS) die per 1 juni wordt opengesteld. De Wet Gemeentelijk Instrumentarium Warmtetransitie (WGIW) zit in een vergevorderd stadium. De VNG pleit samen met het IPO voor een Waarborgfonds waarmee gemeenten het vollooprisico kunnen dragen waardoor het risicoprofiel van een warmtebedrijf afneemt.

Daarmee kan meer greep ontstaan op de eenmalige aansluitkosten. Ook zijn er ontwikkelingen om de samenwerking tussen overheden, corporaties, (lokale) bedrijven en bewonersinitiatieven in een netwerksamenleving beter vorm te geven zodat naast de publiek-private samenwerking ook een publiek-civiele samenwerking kan ontstaan. Energie Samen, de branchevereniging van energiecoöperaties, ontwikkelt momenteel een Servicebedrijf om daarmee coöperatieve warmte initiatieven van bewoners professioneel te ondersteunen. Een laatste ontwikkeling is die van het warmtenet zelf. Naast de individuele oplossingen (zoals de warmtepomp) en de collectieve warmtenetten met één centrale bron, krijgt het concept van de zogeheten 5e generatie warmte- en koudenetten steeds meer aandacht. Beginnend met kleinschalige netwerken kunnen deze op termijn onderling verbonden worden waardoor energie-uitwisseling mogelijk is. Ook wordt er gewerkt met meerdere bronnen en is het aspect van koeling opgenomen. Analyse We hebben langs vier governance-modellen de mogelijkheden voor Hoorn geanalyseerd. Model A

Model B

Model C

Model D

Gemeente

HVC

Joint Venture

Model A, B of C

Ontwikkel bedrijf

Exploitatie bedrijf

Gemeente

HVC

Ontwikkel bedrijf

Exploitatie

3

bedrijf

Burger initiatief

Ontwikkel bedrijf

Exploitatiebedrijf

Op basis van de Transitievisie Warmte hebben we geconstateerd dat de gemeente een actieve regierol nastreeft. Ook het aspect van sturing op eindgebruikerskosten en maatschappelijke of (nationale) kosten is belangrijk voor de gemeente Hoorn. Om dit te kunnen realiseren heeft de gemeente een positie nodig in de ontwikkeling van het warmtenet en daarmee ook in het warmtebedrijf. In het geval de gemeente zelf een warmtebedrijf opricht (model A) vraagt dit een eigen investering. Met de investeringsraming uit de haalbaarheidsstudie die HVC in 2021 heeft uitgevoerd als referentie, vraagt de netto-investering in een warmtebedrijf om een eigen vermogen vanuit gemeentelijke middelen van minimaal 24 miljoen euro. Het vraagt ook om een aan te trekken vreemd vermogen van 56 miljoen euro (70% van de netto-investering). De netto-investering is bepaald door alle investeringen (in 2021 geraamd op € 187,8 miljoen) samen te nemen en daar de prognose van de Bijdrage Aansluitkosten (BAK, €109,6 miljoen) vanaf te trekken. Hoewel met een gemeentelijk warmtebedrijf de gemeente Hoorn veel zeggenschap creëert zijn de risico’s hiervan hoog. Er moet een bedrijfsorganisatie worden gevormd als juridische entiteit onder aansturing van het gemeentebestuur. Dat zal in de huidige arbeidsmarktsituatie veel tijd kosten.

Bovendien moet er een leveringsvergunning worden verkregen bij de Autoriteit Consument & Markt. Gerekend moet worden op een ontwikkeltijd van 1,5-2 jaar. Een Joint Venture samen met HVC is gezien de opzet van HVC als een collectief publiek warmtebedrijf mogelijk maar kan in de praktijk op weerstand stuiten: de aandeelhouders van HVC zullen hiermee in moeten stemmen. Daarbij zal de invloed op de door HVC gehanteerde warmteprijs per GJ niet toenemen aangezien die voor alle aangeslotenen bij HVC hetzelfde is, ongeacht aan welk warmtenet van HVC zij aangesloten zijn. Bewonersinitiatieven zijn in Hoorn nog niet ver ontwikkeld maar kunnen in de toekomst zeker een rol spelen. Ook in combinatie met HVC zijn daar mogelijkheden voor. De optie om voor HVC als Warmtebedrijf te kiezen heeft dan ook de voorkeur. De risico’s blijven voor de gemeente beperkt en de ruimte voor bewonersinitiatieven is aanwezig. Om te komen tot voldoende zeggenschap voor de gemeente en draagvlak in de gemeenschap zullen in de samenwerkingsovereenkomst hier heldere afspraken over gemaakt moeten worden. Aandachtspunten daarbij zijn de bepaling van de Bijdrage Aansluit Kosten (BAK) en de flexibiliteit om bewonersinitiatieven en publiek-civiele samenwerking verder te ontwikkelen. We zien ook dat de factor ‘tijd’ een rol speelt.

Die tijd is er aangezien de plannen van HVC en Intermaris voor Kersenboogerd-Centrum zich tot 2026 zullen gaan ontwikkelen. Deze tweeen-een half jaar kan de gemeente goed gebruiken om de publiek-civiele samenwerking in Hoorn en/of regio verder te ontwikkelen en in te vullen.

4

Inhoudsopgave SAMENVATTING ............................................................................................................................................. 2

1. INLEIDING ................................................................................................................................................... 6 1.1 AMENDEMENT GEMEENTERAAD 6 DECEMBER 2022 ................................................................................................. 6 1.2 WERKWIJZE ...................................................................................................................................................... 6 2. SITUATIESCHETS WARMTENET HOORN ....................................................................................................... 7 2.1 WETGEVING EN BELEID ....................................................................................................................................... 7 2.1.1 Landelijke ontwikkeling......................................................................................................................... 7 2.1.2 Toezicht ................................................................................................................................................. 7 2.1.3 Transitievisie Warmte ...........................................................................................................................

7 2.2 SCHAALNIVEAUS ................................................................................................................................................ 8 2.2.1 Schaalniveau 1: Kersenboogerd-Centrumgebied (1.946 woningen) ..................................................... 8 2.2.2 Schaalniveau 2: uitbreiding (13.000 woningen) .................................................................................... 9 2.2.3 Schaalniveau 3: Overige woningen/gebouwen ................................................................................... 10 2.3 WARMTEBRONNEN .......................................................................................................................................... 10 3. EEN WARMTEBEDRIJF ............................................................................................................................... 11 3.1 REGIEROL ....................................................................................................................................................... 11 3.2 VERSCHILLENDE OPTIES ..................................................................................................................................... 11 3.2.1 Inleiding en samenvatting...................................................................................................................

11 3.2.2 Model A: gemeentelijk warmtebedrijf ................................................................................................ 14 3.2.3 Model B: Warmtebedrijf HVC.............................................................................................................. 14 3.2.4 Model C: Gemeente samen met HVC .................................................................................................. 15 3.2.5 Model D: Samen met bewonersinitiatief............................................................................................. 16 3.3 WARMTEBEDRIJVEN ELDERS ............................................................................................................................... 16 4. INVESTEREN OP BEWONERSINITIATIEVEN ................................................................................................. 17 4.1 INLEIDING....................................................................................................................................................... 17 4.2 ONTWIKKELING VAN BEWONERSINITIATIEVEN ........................................................................................................ 17 4.3 BEWONERSINITIATIEF IN HOORN ......................................................................................................................... 18 5.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................................................. 19 5.1 INLEIDING....................................................................................................................................................... 19 5.2 KORT EN KRACHTIG .......................................................................................................................................... 19 5.3 DE FEITEN OP EEN RIJ ........................................................................................................................................ 19 5.4 BEELDVORMING OVER HVC EN BEHEERSING VAN TARIEVEN ...................................................................................... 20 5.5 WAT BETEKENT EEN EIGEN WARMTEBEDRIJF VOOR DE GEMEENTE? ............................................................................ 21 5.6 UITVOERING STAAT AL VOOR DE DEUR, ERVARINGSGERICHT LEREN EN ONTWIKKELEN ..................................................... 21 5.7 BEWONERS KUNNEN ZELF INITIATIEVEN BLIJVEN ONTPLOOIEN ................................................................................... 22 5.8 DE ACTUELE VOORTVARENDE PLANNEN GENEREREN TIJD OM TE BESLISSEN ..................................................................

22 5.9 MEE PARTICIPEREN KAN LATER NOG IN BEELD KOMEN ............................................................................................. 23 5.10 WAT VRAAGT HET PROCES VAN DE GEMEENTELIJKE ORGANISATIE? ........................................................................... 23 5.11 AANBEVELINGEN............................................................................................................................................ 23 BIJLAGE......................................................................................................................................................... 25 A: GERAADPLEEGDE PERSONEN ................................................................................................................................ 25 B: LITERATUUR ..................................................................................................................................................... 25 C: WEBSITES ........................................................................................................................................................ 26

5

1. Inleiding 1.1 Amendement gemeenteraad 6 december 2022 Op 6 december 2022 stemde de gemeenteraad van Hoorn in met een geamendeerd Raadsvoorstel met betrekking tot ‘De rol van gemeente en HVC bij de ontwikkeling van het warmtenet’. Besloten werd dat de gemeente een actieve en integrerende rol als regisseur in de Warmtetransitie op zich neemt, een publiek warmtebedrijf het warmtenet aan zal leggen en dat parallel aan de gesprekken en onderhandelingen met HVC er een onderzoek plaats vindt over de consequenties van een investering in een eigen (gemeentelijk) warmtebedrijf en enkele varianten hierop. Aan Transact is gevraagd om het laatstgenoemde onderzoek uit te voeren. Hierbij is samengewerkt met To Realize Concepts b.v. (2RC). De resultaten van dit onderzoek worden in deze notitie weergegeven.

1.2 Werkwijze Om een antwoord te verkrijgen op deze vraag zijn de beschikbare documenten geanalyseerd en zijn er gesprekken gevoerd met de verschillende betrokken partijen. Een overzicht hiervan treft u aan in de bijlagen bij dit rapport. Hierbij hebben we de focus gericht op • het beoogde warmtenet (omvang, bronnen, fasering) en de rol en positie van HVC Warmte b.v. daarbij; • de rol van bewoners in Hoorn en • verschillende bedrijfsvormen (opties van governance-modellen). Voor de verschillende opties van een gemeentelijk aandeel in een warmtebedrijf is langs vijf lijnen inzicht verkregen en onderscheid gemaakt in de governance-aspecten en de bedrijfsvoering. De vijf lijnen zijn: a. Financieel-economisch b. Technisch-ruimtelijk c. Organisatie d. Participatie e. Bestuurlijk-juridisch

6

2. Situatieschets Warmtenet Hoorn 2.1 Wetgeving en Beleid 2.1.1 Landelijke ontwikkeling Het rijksbeleid is nog volop in beweging om de warmtetransitie te faciliteren. Met name de ontwikkeling van een nieuwe warmtewet in een Wet Collectieve Warmtevoorziening is daarbij van belang. In dat kader heeft de minister voor Klimaat op 21 oktober 2022 de Tweede Kamer geïnformeerd over zijn besluit dat hij in het wetsvoorstel Wet collectieve warmtevoorziening zal bepalen dat gemeenten alleen warmtebedrijven voor een nieuw warmtekavel kunnen aanwijzen waarbij de infrastructuur in handen is van publieke partijen of waarbij publieke partijen door een meerderheidsaandeel in het warmtebedrijf doorslaggevende zeggenschap hebben over de infrastructuur. Een ander wetsvoorstel betreft de ‘Wet gemeentelijke instrumenten warmtevoorziening’ waarin niet alleen een gemeentelijk warmteprogramma (voorheen Transitievisie Warmte) en bijbehorende uitvoeringsplannen op wijkniveau worden vastgelegd maar ook dat gasnetbeheerders niet langer verplicht zijn in het betreffende gebied een gasnetwerk “in werking te hebben”. Op het financiële vlak zal op 1 juni de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) tijdelijk worden opengesteld om hiermee tegemoet te komen aan de onrendabele top van warmtenetten.

De VNG en IPO bepleiten ook nog een Waarborgfonds voor investeringen in warmtenetten maar of dat er gaat komen is nog de vraag.

2.1.2 Toezicht Anders dan de afvalinzameling is de Nederlandse warmtevoorziening een gereguleerde bedrijfstak. Dat betekent dat er wettelijke regels zijn opgesteld waar een bedrijf aan moet voldoen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) controleert tweemaal per jaar of de energiebedrijven in Nederland aan deze regels voldoen. Naast regels ten aanzien van de bedrijfsvoering heft de ACM ook de hoogte van de warmtetarieven aan een maximumbedrag gekoppeld.

2.1.3 Transitievisie Warmte In de Transitievisie warmte welke de gemeenteraad van Hoorn op 9 juni 2019 heeft vastgesteld, is in een deel van de gemeente voorzien in de aanleg van een collectief warmtenet. Op 6 december 2022 besprak de gemeenteraad het collegevoorstel om hiervoor een samenwerkingsovereenkomst met HVC aan te gaan. De gemeenteraad heeft besloten dat parallel aan de gesprekken en onderhandelingen tussen gemeente en HVC om te komen tot een samenwerkingsovereenkomst, er ook een onderzoek dient plaats te vinden naar de consequenties van het investeren in een eigen (gemeentelijk) warmtebedrijf. Er is in de Transitievisie Warmte uitgegaan van een warmtebedrijf zoals dat in bijlage 1 van de Transitievisie Warmte is omschreven. Dit is nader uitgewerkt met een haalbaarheidsonderzoek dat is gepresenteerd in april 2021. Er wordt uitgegaan van een open warmtenet met een aanvoertemperatuur van 70oC en een retourtemperatuur van 40oC.

7

In de Transitievisie Warmte (2019) is aangegeven welke warmteopties er zijn per buurt op basis van de laagste maatschappelijke kosten. Hieruit komt naar voren dat in het lichtblauwe gebied de all-electric optie kansrijk is. Dat betreft met name de wijken Bangert en Oosterpolder. Voor een groot (groen gekleurd) gedeelte is een warmtenet kansrijk. In de Transitievisie Warmte wordt al opgemerkt dat diversiteit binnen de wijken mogelijk is: “Het feit dat een wijk is aangeduid als kansrijk voor een warmtenet, betekent niet dat elk gebouw in de wijk op een warmtenet gaat.” (p.20). De kansrijkheid wordt echter wel vergroot door de aanwezigheid van een grootverbruiker of een eigenaar van een grote hoeveelheid vastgoed. In de haalbaarheidsstudie (2021) is het warmtenet vooral uitgewerkt in de groen gemarkeerde gebieden, waar woningcorporatie Intermaris veel bezit heeft (in totaal ruim 8.000 woningen). De aansluiting van het merendeel van het corporatiebezit vormt de basis voor de uitwerking van het warmtenet. Intermaris wil haar woningbezit verduurzamen en daarmee als startmotor fungeren voor de warmtetransitie. Particuliere eigenaren van woningen in het gebied waar het warmtenet is voorzien en grootverbruikers (commerciële, niet-commerciële en maatschappelijke vastgoedeigenaren) kunnen op vrijwillige basis aansluiten op het warmtenet.

2.2 Schaalniveaus 2.2.1 Schaalniveau 1: Kersenboogerd-Centrumgebied (1.946 woningen)

Woningcorporatie Intermaris heeft een aansluitovereenkomst voor 1.946 woningen in de Kersenboogerd-Centrum afgesloten met HVC. Er is een SAH-subsidie1 aangevraagd en toegewezen aan Intermaris. Hierbij is er (vooralsnog) vanuit gegaan dat particuliere woningen niet wordt aangesloten. De mogelijkheid is er wel voor particulieren, maar daartoe bestaat geen verplichting. De realisatie van dit netwerk vindt plaats in de periode 2023-2026. De rol van de gemeente Hoorn is faciliterend. Afspraken tussen gemeente Hoorn en HVC Warmte b.v. liggen vast in de projectovereenkomst d.d. 8 november 2022.

1

S@muleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen

8

2.2.2 Schaalniveau 2: uitbreiding (13.000 woningen) Intermaris wil samen met HVC het warmtenet uitbreiden om in totaal ongeveer 8.000 woningen aan te sluiten op het warmtenet. Dit is het overgrote deel van het bezit van Intermaris in Hoorn (totaal 9.300 woningen). In de business case van het warmtenet wordt ervan uitgegaan dat particuliere woningbezitters en grootverbruikers in de omgeving van het warmtenet, op vrijwillige basis, ook kunnen aansluiten. Het warmtenet bedient dan op termijn 13.000 woningequivalenten. De ontwikkeltermijn van het warmtenet loopt door tot 2039. In dat jaar wordt de volledige omvang van het warmtenet bereikt.

9

2.2.3 Schaalniveau 3: Overige woningen/gebouwen Er zijn ongeveer 34.000 woningen in de gemeente Hoorn, waarvan 20.000 grondgebonden (rijtjes) woningen: • 40% van het totaal aantal woningen is huurwoningen. • 30% van totaal aantal woningen in bezit van woningcorporatie Intermaris (9.600 woningen) • Gemiddeld aardgasverbruik per woning 1.200 m3 (36 GJ)

De meeste woningen en gebouwen in Hoorn worden dus niet aangesloten op het warmtenet uit schaalniveau 1 en 2. In de directe omgeving van dit warmtenet kunnen particuliere woningen en grootverbruikers vrijwillig aansluiten. Op grotere afstand is dat niet mogelijk. Het vergt voor alle andere bewoners een eigen inzet van woningeigenaren en van de gemeente als regisseur van de warmtetransitie om de gebouwen van het aardgasnet te kunnen afkoppelen (nog circa 21.000 woningen).

2.3 Warmtebronnen Om een duurzame warmtebron te kunnen gebruiken zal er een minimumaantal warmteaansluitingen benodigd zijn om in de basis- en middenlast te voorzien. HVC zet voor schaalniveau 2 (8.000 woningen) in op geothermie waar ook een opsporingsvergunning voor is verkregen. Voor geothermie zijn circa 6.000-8.000 woningaansluitingen nodig om de geothermiebron rendabel te kunnen exploiteren. Mocht het aantal aansluitingen uiteindelijk toch lager uitvallen dan kan men terugvallen op de techniek van aquathermie (thermische energie uit oppervlaktewater, omgeving gemaal Oosterpolder), waar 400-2.000 woningaansluitingen voor nodig zijn. Dit betekent dat tot het moment waarop een geothermiebron wordt voorzien (2030) er gebruik gemaakt zal worden van een gasgestookte Tijdelijke Warmte Centrale. Na de

10

overschakeling op geothermie wordt deze omgevormd tot een Hulp Warmte Centrale om eventuele uitval en pieken op te kunnen vangen. Uit zowel de Transitievisie Warmte (2019) als het Haalbaarheidsonderzoek (2021) blijkt dat er uitgegaan wordt van een ‘open’ warmtenet. Dit betekent dat er in de loop der tijd meerdere bronnen op het warmtenet van HVC kunnen worden aangesloten.

3. Een warmtebedrijf 3.1 Regierol Op basis van de Transitievisie Warmte2, het Raadsvoorstel3 en het Amendement4 heeft de gemeente Hoorn gekozen voor de rol als Integrale regisseur. Het beleid wordt afgestemd met: - Andere beleidsopgaves zoals klimaatadaptatie, ruimtelijke ordening en omgevingsplannen (meekoppelkansen) en - Met planningen van andere partners in de wijken (woningcorporaties, netbeheerders, etc.). Afstemming en regie vinden in Hoorn plaats vanuit het Programma Duurzame Stad. Dit programma bestaat uit de onderwerpen Energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie i.c.m. biodiversiteit. Het onderwerp ‘Energietransitie’ is weer onderverdeeld in vier subonderwerpen: duurzame energie, besparing, warmte en mobiliteit. De gemeenteraad van Hoorn heeft gevraagd naar de consequenties van een gemeentelijk warmtebedrijf. Deze consequenties vallen niet alleen te beschrijven in de financiële consequenties maar ook de mate van zeggenschap en draagvlak. Samen met de risico’s hebben we deze nader geanalyseerd.

3.2 Verschillende opties 3.2.1 Inleiding en samenvatting Om zeggenschap en draagvlak te realiseren hebben we naast de optie van volledig eigenaarschap in een gemeentelijk warmtebedrijf (model A), ook drie andere varianten beoordeeld: HVC als eigenaar (model B), Gemeente en HVC gezamenlijk eigenaar in een Joint Venture (model C) en de optie waarbij bewonersinitiatieven eveneens partij zijn (Model D).

2

Transi@evisie Warmte Hoorn: Wonen in Hoorn zonder aardgas - Route naar een aardgsvrije gebouwde omgeving, d.d. 9 juli 2019 3 Raadsvoorstel: De rol van gemeente en HVC bij de ontwikkeling van het warmtenet, d.d. 22 november 2022 4 Amendement: De rol van gemeente en HVC bij de ontwikkeling van het warmtenet, d.d. 6 december 2022

11

Model A Gemeente Ontwikkel bedrijf

Model B

Model C

Model D

HVC

Joint Venture

Model A, B of C

Exploitatie bedrijf

Gemeente

HVC

Ontwikkel bedrijf

Exploitatie bedrijf

Burger initiatief

Ontwikkel bedrijf

Exploitatiebedrijf

Deze vier modellen zijn beoordeeld op basis van een vijftal aspecten: 1. Financieel-economisch o Warmtenet investering o Geothermie en TEO o Warmtenet exploitatie o Warmtenet financiering 2. Technisch-ruimtelijk 3. Organisatie (capaciteit-kennis) 4. Participatie o Grootverbruikers o Particulieren – individueel o Particulieren – collectief 5. Bestuurlijk-juridisch o Contractenstructuur o Positie Intermaris als woningcorporatie o Leveringsvergunning o Aansprakelijkheid Bij de omvang van het warmtebedrijf (schaalniveau 2) is uitgegaan van de raming uit het haalbaarheidsonderzoek (2021). De bruto investeringsraming is € 187,8 miljoen. Er wordt rekening gehouden met € 109,6 miljoen aan inkomsten uit BAK (bijdrage aansluitkosten). De netto- investering is dan € 78,2 miljoen. Gegevens over liquiditeit en financieringsbehoefte zijn niet opgenomen in de Haalbaarheidsstudie van 2021. De gemiddelde eenmalige aansluitkosten per WEQ is € 8.430. De doorlooptijd van de ontwikkeling van het warmtenet is in de haalbaarheidsstudie op 17 jaar gezet (2022 – 2039). De beoordeling vanuit het perspectief van de gemeente is in de volgende tabel schematisch weergegeven en wordt hierna nader toegelicht. Financieel-economisch

Benodigd Eigen vermogen gemeente Aantrekken Vreemd Vermogen GEO en TEO

A: Gemeente €24 miljoen

B: HVC -

C: Joint Venture € 5-20 miljoen

D: inclusief bewonersiniXaXef Zie A, B of C

€56 miljoen

-

€ 0 – 56 miljoen

Zie A, B of C

Afzonderlijke asset; investering buiten business case warmtebedrijf TEO mogelijk als asset van bewonersini@a@ef

12

ExploitaXe

Bijdrage aansluitkosten (BAK) Financiering

Rendement % mogelijk lager dan bij B. Risico’s bij gemeente Door gemeente te bepalen Vreemd vermogen aantrekken Uitkopen HVC in Kersenboogerd-C?

Rendement 6,1% (Genoemd in business case, april 2021) Risico’s bij HVC Afspraken over bepaling hoogte in samenwerkingsover eenkomst Niet van gemeente

Rendement tussen A en B.

Bewonersini@a@ef als zelfstandige en@teit aan te sluiten

BAK beïnvloedbaar door gemeente door par@cipa@e in ontwikkelbedrijf €5-20 miljoen eigen vermogen gemeente

Te bepalen binnen bewonersini@a@ef Als A, B, C. Invloed via BAK mogelijk

Technisch ruimtelijk Groeiscenario

A: Gemeente Volledige Invloed

B: HVC Invloed via afspraken in SOK

C: Joint Venture Grote Invloed in ontwikkelbedrijf

D: inclusief bewonersiniXaXef -

Organisa3e

Kennis en capaciteit

A: Gemeente Juridische en@teit nodig + menskracht (€27-28 miljoen). Ontwikkel@jd 1,5-2 jaar

B: HVC Gemeente faciliterend: Programma Duurzame Stad

C: Joint Venture Ontwikkelbedrijf in JV als gezamenlijke projectorganisa@e gemeente – HVC. Bestuurskracht in ontwikkelbedrijf en Holding

D: inclusief bewonersiniXaXef Zie A, B of C

Par3cipa3e

Grootverbruikers

ParXculieren (individueel) ParXculieren (collecXef)

D: inclusief C: Joint Venture bewonersiniXaXef Vanuit Bewoner ini@a@ef ontwikkelbedrijf als grootverbruiker binnen JV aanbod laten par@ciperen doen Eigen voorstel Afspraken Intermediair tarieven en BAK; gemeente met HVC moet guns@ger zijn binnen dan in model B ontwikkelbedrijf 75% woningeigenaren; 50% grootverbruikers in omgeving warmtenet kiezen nog hun eigen oplossingen.

A: Gemeente Aantrekkelijk aanbod doen vanuit gemeente

B: HVC Gemeentelijk vastgoed inbrengen; overige faciliteren Gemeente faciliteert o.b.v. afspraken in SOK

Bestuurlijk-Juridisch

Contractenstructuur

A: Gemeente

B: HVC

C: Joint Venture

Gemeente

HVC

Joint Venture

Ontwikkel bedrijf

Intermaris

Exploitatie bedrijf

D: inclusief bewonersiniXaXef Model A, B of C

Gemeente

HVC

Bewonersinitiati ef

Ontwikkel bedrijf

Exploitatie

Ontwikkel bedrijf

bedrijf

Aansluitovereenkomst voor 8.000 woningen op warmtenet

13

Exploitatiebedrijf

Leveringsvergunning Aansprakelijkheid

Aanvragen door gemeente (duurt 1,5-2 jaar) Volledig bij gemeente

Aanwezig

Aanwezig (HVC)

Volledig bij HVC

Gemeente en HVC gezamenlijk

Zie A, B of C

Ini@a@ef voor eigen deel; verder A, B, of C NB: De beoordeling van Model D is op een aantal onderdelen sterk afhankelijk van het gekozen basismodel en kan dus niet overal afzonderlijk worden aangegeven.

3.2.2 Model A: gemeentelijk warmtebedrijf De gemeente is verantwoordelijk voor financiële resultaten van het operationeel bedrijf. Een financieel rendement ten behoeve van andere partijen is niet noodzakelijk. Wel kan er gekozen worden voor een maatschappelijk rendement. Financiering vanuit publieke middelen of subsidiëring en garantiestellingen zijn mogelijk nodig om bij het aantrekken van vreemd vermogen bij de financier om meer zekerheid te bieden. De gemeente kan zelf bepalen of ze, gelet of de financieringsstructuur, het beleid t.a.v. tarieven en eenmalige aansluitkosten, een lager rendement accepteert. Ook zal de gemeente dan HVC moeten uitkopen uit de al afgesloten overeenkomst voor schaalniveau 1 of start het vanaf schaalgrootte 2 haar eigen warmtebedrijf. De technische en ruimtelijke uitwerking wordt in de haalbaarheidsstudie van 2021 geschetst als een stapsgewijs groeiscenario. Dit groeiscenario wordt in dit model bepaald door de gemeente. Voor de organisatie zal de gemeente een eigen juridische entiteit gaan vormen waarbinnen eigen en extern personeel wordt aangetrokken met voldoende kennis en vaardigheden. Een directie zal door de gemeente worden benoemd. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om voor grootverbruikers en bewonersinitiatieven een aantrekkelijk aanbod te formuleren door te sturen op financieringscondities, rendement, tarieven en de BAK.

De gemeente krijgt vanuit haar eigen verantwoordelijkheid meer mogelijkheden om het aanbod aan particulieren te socialiseren en te harmoniseren met de positie die andere inwoners, die niet willen of kunnen aansluiten op het warmtenet, innemen. Maar de gemeente zal ook een eigen leveringsvergunning moeten verkrijgen en is volledig aansprakelijk voor de bedrijfsvoering, klantcontacten, voldoende aansluitingen (groeiscenario en vollooprisico), ontwikkeling van duurzame bronnen en inkomsten (tarieven, BAK, subsidies). Hoewel de zeggenschap, vanwege haar eigenaarschap, en draagvlak binnen deze optie van een eigen gemeentelijk warmtebedrijf groot (en dus aantrekkelijk) zijn, zijn de risico’s mogelijk nog groter. Het is zeer de vraag of de gemeente de financiële middelen kan investeren en het benodigde vreemd vermogen aan kan trekken. Daarnaast zijn er risico’s op organisatiegebied gezien de krapte op de arbeidsmarkt.

3.2.3 Model B: Warmtebedrijf HVC HVC is één collectief warmtebedrijf van 51 overheden. Dat betekent dat de kosten worden gesocialiseerd onder de aandeelhouders en er één warmtetarief wordt gehanteerd (€47,38/GJ). Dividend wordt niet uitgekeerd maar opnieuw geïnvesteerd. De BAK wordt per deelproject bepaald.

14

HVC is verantwoordelijk voor financiële resultaten van het warmtebedrijf. Het rendement van 6,1% is, in vergelijking met andere warmtenet initiatieven van commerciële warmtebedrijven, een relatief laag rendement. Alle risico's komen voor rekening van HVC. Zij bepalen ook de tarieven, BAK en het gewenste financiële resultaat. Zij hebben wel te voldoen aan de maximale tarieven opgesteld door de ACM. De technische en ruimtelijke uitwerking wordt in de haalbaarheidsstudie van 2021 geschetst als groeiscenario. Dit groeiscenario wordt in dit model bepaald door HVC. De gemeente is faciliterend naar het warmtenet. Op basis van de samenwerkingsovereenkomst (SOK) worden afspraken gemaakt met HVC over de uitvoering van de publieke, wettelijk vastgelegde, rol die de gemeente heeft en over de inbreng van gemeentelijk, maatschappelijk vastgoed (grootverbruiker). Binnen het programma Duurzame Stad zijn hiervoor al middelen voorzien o.b.v. het raadsvoorstel van december 2022. In dit model ligt de verantwoordelijkheid primair bij HVC om een aantrekkelijk aanbod te maken voor grootverbruikers en particulieren (tarieven, BAK) en met hen te komen tot een aansluitovereenkomst. Bij de grootverbruikers is ook gemeentelijk maatschappelijk vastgoed voorzien, waarover HVC met de gemeente zal onderhandelen.

HVC beschikt al over een landelijke leveringsvergunning en heeft ook ervaring met de bedrijfsvoering van een warmtebedrijf. Het risico dat haar aansprakelijkheid voor de bedrijfsvoering, klantcontacten, voldoende aansluitingen (groeiscenario en vollooprisico), ontwikkeling van duurzame bronnen en inkomsten (tarieven, BAK, subsidies) niet aan kan is klein. De zeggenschap van de gemeente lijkt klein in dit model maar kan via concrete en afdwingbare afspraken over o.a. de bepaling van de BAK (op te nemen in de samenwerkingsovereenkomst) en het groeiscenario in een samenwerkingsovereenkomst worden vastgelegd. Het draagvlak kan worden versterkt wanneer in de communicatie duidelijk wordt gemaakt dat het warmtebedrijf onder toezicht staan van de ACM en wanneer in de communicatie en samenwerking met bewoners wordt geïnvesteerd. De bedrijfsrisico’s lijken bij HVC goed geborgd te zijn.

3.2.4 Model C: Gemeente samen met HVC De werkwijze van HVC (zie model B) maakt dat door samenwerking in een gezamenlijk warmtebedrijf door middel van een Joint Venture de warmtetarieven niet worden beïnvloed. Wel zullen de aandeelhouders van HVC in moeten stemmen met de Joint Venture. De warmtetarieven worden door HVC vastgesteld voor al haar klanten. De belangrijkste reden om een Joint Venture te overwegen is wanneer in de toekomst de mogelijkheid zich voordoet dat fondsen beschikbaar kunnen komen voor gemeenten om het risico van onvoldoende aansluitingen (vollooprisico) af te dekken. Daarmee zou een lagere Bijdrage Aansluit Kosten (BAK) mogelijk kunnen zijn. Wanneer ook de aandeelhouders van HVC instemmen met een Joint Venture zal er een aparte bedrijfsentiteit worden opgericht onder de leveringsvergunning van HVC. Een organisatievorm is om onder een gezamenlijke holding een ontwikkelbedrijf en een exploitatiebedrijf in te richten. Het belang van de gemeente zit in het Ontwikkelbedrijf voor de komende 17 jaar waarvoor een aparte projectorganisatie ingericht zal moeten worden. 15

Door een dergelijke splitsing tussen ontwikkelbedrijf en exploitatiebedrijf kan een lagere BAK, rendement of tarief worden bepaald doordat het grootste risico in het ontwikkelbedrijf het vollooprisico is. Een te doorlopen proces kan worden uitgewerkt als onderdeel van de samenwerkingsovereenkomst (SOK). Onderwerpen die daarin in de periode 2023-2025 besproken moeten worden zijn medefinanciering, medezeggenschap en mede aandeelhouderschap. Ook kan participatie van grootverbruikers en bewonersinitiatieven vanuit het Ontwikkelbedrijf worden georganiseerd. Vooralsnog is de vorming van een Joint-Venture niet aan de orde. Dat speelt pas tegen de tijd dat het warmtenet Kersenboogerd-centrumgebied haar voltooiing nadert (2026) en de volgende wijken in beeld komen om te worden aangesloten. De exploitatie van Kersenboogerd-Centrumgebied kan dan in de Joint-Venture worden opgenomen vanaf 2027.

3.2.5 Model D: Samen met bewonersinitiatief Als er een buurtwarmteproject ontstaat dan kan dit als zelfstandige entiteit worden aangesloten op de backbone van het warmtenet, vergelijkbaar met een grootverbruiker in het gebied. De exploitatie van zo'n buurtwarmte-project moet in zichzelf sluitend zijn of voldoen aan wensen van particulieren, die participeren. Het project kan via een aansluitovereenkomst worden verbonden aan het warmtenet. De haalbaarheidsstudie van 2021 sluit dit niet uit. Door financiële participatie van bewoners kan er ook invloed ten aanzien van de hoogte van de BAK worden gekoppeld. Zo krijgen bewoners ofwel (i) zeggenschap in de besluitvorming en/of (ii) aandelen in het bedrijf met kans op dividenduitkering. Er zijn vele vormen denkbaar waarin inwoners zich hieromtrent kunnen organiseren. Binnen de SOK (samenwerkingsovereenkomst) kunnen hierover, in de periode 2023-2025, afspraken worden opgenomen als de gemeente en HVC het hierover eens worden. Er kan zelfs een arrangement voor huurders worden afgesproken. Dit vraagt geen andere kennis en capaciteit van de gemeente. In de startfase van zo'n initiatief zou de gemeente faciliterend of financieel ondersteunend kunnen zijn op basis van de behoefte vanuit zo'n initiatief. Hierover kunnen, afhankelijk van behoefte en kansen, in 2023 - 2025 afspraken worden gemaakt.

Een VvE, buurtwarmteproject en sommige ondernemersverenigingen kunnen als juridische entiteit kan vanuit het warmtebedrijf ook worden gezien als een grootverbruiker.

3.3 Warmtebedrijven elders De indruk bestond dat de initiatieven in Hengelo en Ede voorbeelden van gemeentelijke warmtebedrijven zijn. Uit het onderzoek blijkt dat er een grote private invloed is. Alleen het warmtebedrijf in Purmerend is 100% publiek, gemeentelijk, eigendom. Het is een tijd ontstaan, waarin een private partij de ontwikkelrisico’s heeft gedragen en is pas sinds 2007 publiek eigendom. Daarmee is de situatie niet vergelijkbaar met een gemeentelijk warmtebedrijf in Hoorn, waar alle aanlooprisico’s direct door de gemeente gedragen moeten worden.

16

4. Investeren op bewonersinitiatieven 4.1 Inleiding Met de realisatie van een warmtenet van HVC voor Intermaris (8.000 woningen) zijn er nog circa 26.000 woningen in Hoorn die (nog) niet aangesloten worden op dit warmtenet. De gemeente zal aan de slag moeten om samen met de bewoners van deze woningen de doelstellingen voor 2040 te realiseren. Het samenspel tussen gemeente en bewoners is in Nederland (en Hoorn) van een hiërarchische relatie aan het transformeren naar een netwerksamenwerking waarbij eenieder haar eigen rollen en verantwoordelijkheden kent. (Platform31, 2020) De NSOB (2017) stelt dan ook dat de gemeente vier rollen tegelijkertijd dient op te pakken zoals in onderstaande figuur is weergegeven.

4.2 Ontwikkeling van bewonersinitiatieven Ondanks het prille bestaan van bewonersinitiatieven is er wel potentie om in het kader van de ontwikkeling van een warmtenet hierop te investeren. Immers, zowel in tijd (tot 2040) als in ruimte (24.000 woningen) zijn er nog geen plannen in ontwikkeling. Wel zijn er ontwikkelingen in de Wet collectieve Warmte (WcW) waarbij er voor bewonersinitiatieven ruimte en ondersteuning wordt gecreëerd. Ook in de professionele ondersteuning van bewonersinitiatieven door Buurtwarmte5 (als onderdeel van de brancheorganisatie van energiecoöperaties, Energie Samen) worden stappen gezet in de oprichting van een eigen servicebedrijf voor bewonersinitiatieven, zo mogelijk met een eigen leveringsvergunning. Hierdoor wordt het mogelijk om delen van het Hoornse warmtenetwerk ook door een coöperatief warmtebedrijf te laten ontwikkelen (governance model D, zie hoofdstuk 4).

5

Voor de helderheid: we spreken over ‘Buurtwarmte’ als zijnde de landelijk opererende organisa@e onder de vlag van Energie Samen en over ‘Buurtwarmte Hoorn’ wanneer we het hebben over het specifieke Hoornse bewonersini@a@ef.

17

Voor dat het zover is, is er nog wel een weg te gaan bij zowel de gemeente als bij de bewoners. Buurtwarmte ontwikkelt een governance model: het Warmteschap. De basis hiervan ligt in de uitwerking van de definitie van energiegemeenschappen die voortkomen uit de Europese Directives. Een Warmteschap maakt de positie in het speelveld duidelijk: naast de gemeenschap kunnen ook lokale overheden en lokale kleine bedrijven hier onderdeel van uitmaken. Een Warmteschap maakt onderdeel uit van het gehele proces in de warmtetransitie en over de gehele warmteketen. In dit kader is ook een nieuw arrangement voor publiek-civiele-samenwerking uitgewerkt: het opgroeirecht. Dit geeft ook de gemeente meer zekerheid in de continuïteit en groei van het initiatief. Anders dan bij een publiek-private samenwerking is hier geen sprake van een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie maar “… een volwaardige samenwerking waarin beide partijen hun eigen rol hebben. De energiegemeenschap heeft het initiatief en is eigen opdrachtgever, de gemeente heeft de regierol en houdt toezicht.” (Energie Samen et al, 2022). Energie Samen et al (2022) benoemt 9 aandachtspunten die nodig zijn om de onbekendheid met een Publiek-Civiele Samenwerking (PCS) te doorbreken: 1. Inlevingsvermogen tussen partijen 2. Gelijkwaardigheid 3. Investeer in de relatie 4. Lange termijnperspectief 5. Ruimte voor duurzaam leerproces 6.

Duidelijke procesafspraken 7. Definiëren van rollen en mandaat 8. Deliverables/kaders 9. Tijd + Middelen

4.3 Bewonersinitiatief in Hoorn De gemeente Hoorn was in 2019 één van de eerste gemeenten in Nederland met een Transitievisie Warmte. In de vier jaar daarna is het aantal bewonersinitiatieven toegenomen. In de Nederlandse warmtetransitie zijn deze echter nog erg pril en Hoorn is daar geen uitzondering op. Naast een activiteit als Buurkracht en enkele straatinitiatieven is ook Buurtwarmte Hoorn in oprichting. In de regio Westfriesland zijn er enkele iets verder gevorderde bewonersinitiatieven zoals in Enkhuizen. In de gesprekken die gevoerd zijn in dit onderzoek ontstaat de indruk dat ook in Hoorn er goede mogelijkheden zijn om de samenwerking tussen gemeente en bewonersinitiatieven (publiek-civiele samenwerking) te versterken. Mede afhankelijk van de fase, ambitie en slagkracht van een bewonersinitiatief kan deze opgroeien tot een volwaardige partner in een Hoornse netwerksamenwerking waarbinnen overheden, corporaties, (lokale) bedrijven en bewonersinitiatieven samenwerken aan een aardgasvrij Hoorn in 2040. HVC en Intermaris geven aan positief te staan ten aanzien van bewonersinitiatieven maar hebben hun rol en activiteiten hierin nog niet ontwikkeld. Aangezien de ontwikkeling van een warmtenet in Hoorn nog de nodige tijd in beslag neemt is het ook voor hun goed mogelijk om hier stappen in te zetten.

18

5. Conclusies en aanbevelingen 5.1 Inleiding Er is door de gemeenteraad gevraagd te onderzoeken wat de consequenties zijn van: - Het investeren in een eigen warmtebedrijf - (Financieel) mee participeren in een warmtebedrijf tezamen met HVC en/of - Investeren in bewonersinitiatieven Door bestudering van beschikbaar gestelde rapportages en gesprekken met betrokkenen is een beeld gevormd van het lopende project om te komen tot een warmtenet in Hoorn. Dit beeld leidt tot de navolgende conclusies en beargumentering.

5.2 Kort en krachtig Het oprichten van en investeren in een eigen warmtebedrijf biedt de gemeente geen meerwaarde ten opzichte van de aanpak die nu al wordt gevolgd. De gemeente kan binnen het al ingezette proces van samenwerken actief en integrerend haar rol als regisseur in de warmtetransitie vervullen. Samenwerking met HVC Warmte b.v. (HVC) beperkt die mogelijkheden niet. Doordat de warmtenet activiteiten van HVC in Hoorn zich primair richten op het vastgoed van Intermaris is er geen sprake van een monopolie positie van HVC in Hoorn. Bewonersinitiatieven worden niet afgeremd door de plannen voor het warmtenet en het warmtebedrijf van HVC. Er is immers geen exclusiviteit door middel van een concessie verleend aan HVC. Maar ook omdat het geografisch gebied waar het warmtenet is geprojecteerd lang niet alle buurten en wijken omvat in Hoorn. Daarbij komt dat de aansluiting door particuliere eigenaren van woningen of vastgoed in de nabijheid van het warmtenet op vrijwillige basis is. Zij kunnen dus ook aansluiten bij een bewonersinitiatief. Participeren in het warmtebedrijf van HVC biedt nu nog geen voordelen. Er is tijd om te leren van de samenwerking in het gebied Kersenboogerd-Centrum en daarin ervaring op te doen.

Op weg naar de afronding van het warmtenet in 2026 kan door evaluatie van de ontwikkelingen binnen en buiten het project worden afgewogen om later alsnog in het warmtebedrijf van HVC te participeren. Dat vergt nu geen nadere studie of onderzoek, maar vraagt om doorgaan met samenwerken en leren daarvan.

5.3 De feiten op een rij HVC wil als publiek, geïntegreerd, warmtebedrijf de voorbereiding, aanleg en de exploitatie van het warmtenet, uitvoeren en de gemeente ondersteunen bij de warmtetransitie. Sinds de verkenning van mogelijkheden voor een warmtenet tijdens het proces om te komen tot de Transitievisie Warmte vervult HVC deze rol al voor eigen rekening en risico. Er is een haalbaarheidsstudie (2021) uitgevoerd, die nog altijd de leidraad vormt van de actuele planvoorbereiding. De planvoorbereiding voor Kersenboogerd-Centrumgebied is vergaand uitgewerkt om op korte termijn tot uitvoering te kunnen overgaan.

19

HVC maakt haar ambities om gemeenten te ondersteunen bij de warmtetransitie waar. Dit blijkt uit de concrete stappen die zij, samen met woningcorporatie Intermaris en de gemeente, al heeft gezet in de uitwerking van keuzes uit de Transitievisie. HVC ontwikkelt het Hoornse warmtenet in een gebied, waar: -

-

Op grond van de transitievisie Warmte een warmtenet leidt tot de laagste maatschappelijke kosten; Woningcorporatie Intermaris het merendeel (ruim 8.000) van haar 9.300 woningen in Hoorn heeft; Intermaris is daarmee de startmotor van het warmtenet; Intermaris ziet dat door het aanleggen van een warmtenet met een aanvoertemperatuur van 70oC de verduurzamingsopgave en de beoogde eindgebruikerslasten voor zowel corporatie als huurders overzichtelijk en haalbaar zijn, in overeenstemming met het principe van de laagst maatschappelijke kosten zoals die in de Transitievisie Warmte zijn bepaald; Particulieren en eigenaren van utiliteitsgebouwen, kantoren en maatschappelijk vastgoed op vrijwillige basis kunnen aansluiten.

De geplande ontwikkeling vraagt om een lange adem: stapsgewijs wordt het warmtenet uitgebreid tot er in 2039 zo’n 13.000 woningequivalenten op zijn aangesloten. De ontwikkeltijd is dus meer dan 15 jaar. Het is belangrijk te beseffen dat na afronding van het project in 2039 het warmtebedrijf zo’n 25% van het areaal aan woningen en gebouwen in Hoorn met het warmtenet bedient. Het overgrote deel van de inwoners zal, los van het warmtenet, oplossingen realiseren, zoals die in de Transitievisie Warmte zijn aangeduid. Dat zal deels individueel en deels collectief kunnen gebeuren. De gemeente voert voor deze inwoners regie en werkt die actieve en integrerende rol steeds verder uit, o.a. vanuit het Programma Duurzame Stad. Er is waargenomen dat er een sterke interactie is tussen de wijkgerichte aanpak van de gemeente in het gebied waar het warmtenet is geprojecteerd en de aanleg van het net. Er zijn koppelkansen in beeld. Gemeente, HVC en Intermaris erkennen dit en werken hierin samen om de kansen en mogelijkheden te benutten. De rollen van de drie partijen zijn en worden uitgewerkt in een samenwerkingsovereenkomst die de groei van het net tot de gewenste omvang mogelijk maakt. Die overeenkomst maakt het de gemeente mogelijk om regie te voeren vanuit haar wettelijke en publieke taken en maakt het mogelijk om de doelstellingen van de warmtetransitie te realiseren.

5.4 Beeldvorming over HVC en beheersing van tarieven Bestudering van de actuele plannen geeft geen aanleiding te veronderstellen dat HVC een monopolie positie zal innemen. Of dat zij beperkingen zal opleggen aan de andere opties die particulieren of andere vastgoedeigenaren (bijv. grootverbruikers) hebben. Immers, zij kunnen op vrijwillige basis aansluiten. De basis voor de keuzes in de haalbaarheidsstudie wordt gevormd door de plannen van Intermaris om haar huurwoningen aan te sluiten. Daarmee wordt een schaalgrootte bereikt waarmee verduurzaming van de warmtebronnen (aardwarmte, aquathermie) mogelijk is. Met deze aanpak doet HVC al ervaring op in veel gemeenten in het westen van Nederland. Vanzelfsprekend betekent aansluiten op het warmtenet dat er een langjarige leveringsovereenkomst wordt aangegaan. Dat beperkt de keuzevrijheid van een bewoner. 20

Bewoners worden echter door middel van de Warmtewet beschermd tegen hoge tarieven en krijgen wettelijk leveringsgarantie. Een warmtebedrijf moet aan regels voldoen en wordt hierop gecontroleerd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De tarieven die HVC hanteert worden gebaseerd op de collectieve aanpak van alle warmtenetten die door HVC worden geëxploiteerd. Alleen de eenmalige Bijdrage Aansluitkosten (BAK) wordt lokaal bepaald. Aanbevolen wordt om hierover in de samenwerkingsovereenkomst afspraken en doelstellingen op te nemen. Dat proces is al gestart door de drie partijen. Met gebiedsgerichte afspraken over socialisering en/of harmonisering van de BAK kan de gemeente invulling geven aan haar actieve, integrerende regierol. HVC richt voor Hoorn geen specifiek, eigen, warmtebedrijf op. Het Hoornse warmtenet gaat deel uitmaken van een collectief van warmtenetten dat in West-Nederland wordt geëxploiteerd door HVC Warmte b.v. Zo zal er een schaalgrootte ontstaan die aantrekkelijk is voor financiering, daar waar die nodig is, en voor inkoopvoordelen bij aannemers en andere marktpartijen.

5.5 Wat betekent een eigen warmtebedrijf voor de gemeente? Het is geen sinecure om als gemeente zelfstandig een warmtebedrijf op te richten. Alvorens warmte te kunnen leveren moet een leveringsvergunning worden verkregen. Daartoe moet een organisatie worden ingericht en dienen er contractuele zekerheden te zijn over financiering, risico’s, aansprakelijkheden, besturing en kwaliteitsborging. Pas als aan al deze zekerheden is voldaan kan het bedrijf contracten afsluiten met klanten. De ACM ziet hierop toe. De gemeente kan daartoe nu de voorbereiding starten, maar dan zal eerst expertise, kennis en kunde van de markt moeten worden aangetrokken. Binnen de gemeentelijke organisatie zijn deze competenties en expertise niet aanwezig. Sowieso is het verstandig dat een gemeentelijk warmtebedrijf als een afzonderlijke juridische entiteit wordt opgericht. Bij een voortvarende aanpak valt te verwachten dat een ontwikkeltijd van 1,5-2 jaar nodig is alvorens een gemeentelijk warmtebedrijf een vergunning heeft. Bovendien moet de gemeente zelf investeren. Met de investeringsraming uit de haalbaarheidsstudie (2021) als referentie vraagt dit om een eigen vermogen van minimaal 24 miljoen euro en een aan te trekken vreemd vermogen van 56 miljoen euro (70% van de netto-investering).

De netto-investering is bepaald door alle investeringen (in 2021 geraamd op € 188 miljoen) samen te nemen en daar de prognose van de Bijdrage Aansluitkosten (BAK) vanaf te trekken.

5.6 Uitvoering staat al voor de deur, ervaringsgericht leren en ontwikkelen De plannen voor het warmtenet vragen nu om actie en aandacht. Dat kan niet wachten op de oprichting van een eigen, gemeentelijk, warmtebedrijf. In de projectvoorbereiding zijn afspraken gemaakt om 1.946 huurwoningen in Kersenboogerd-Centrumgebied op een warmtenet aan te sluiten. Dat plan staat aan de vooravond van de uitvoering. Er is subsidie toegezegd, de financiering is rond, afspraken met Intermaris zijn gemaakt voor het aansluiten van de woningen en er is een projectovereenkomst getekend tussen de gemeente en HVC. In die overeenkomst (van november 2022) zijn alle afspraken over de voorbereiding van de uitvoering vastgelegd voor 21

de periode 2023 – 2026. In deze periode wordt het warmtenet in de startwijk Kersenboogerd-Centrum aangelegd. Dit gebied is in het onderzoek aangeduid als schaalniveau 1. Hier gaat het werk aan het warmtenet binnenkort van start. De periode tot 2026 wordt benut om de plannen voor te bereiden voor andere wijken en buurten, waar het warmtenet is geprojecteerd. In die periode wordt ervaring opgedaan met de uitvoering en realisatie van het warmtenet en de start van de exploitatie in Kersenboogerd-Centrum. Op basis van deze ervaringen en de gemaakte plannen kan het groeiscenario naar 13.000 woningequivalenten (schaalniveau 2) steeds concreter worden gemaakt. De samenwerkingsovereenkomst die nu in voorbereiding is tussen Intermaris, HVC en de gemeente voorziet in dit proces. De intenties worden daarin vastgelegd, de organisatie van de samenwerking, rollen en uit te voeren werkzaamheden. Maar ook de verantwoordelijkheden, risico’s, resultaat- en inspanningsverplichtingen, go/no go-besluiten en afhankelijkheden. De samenwerkingsovereenkomst legt de procesarchitectuur vast om te komen tot het volledige warmtenet, zoals dat in de haalbaarheidsstudie (2021) is omschreven (schaalniveau 2).

5.7 Bewoners kunnen zelf initiatieven blijven ontplooien Tijdens de ontwikkeling van het warmtenet kunnen bewonersinitiatieven zich zelfstandig ontwikkelen in buurten of wijken. Bewonersinitiatieven kunnen (als een soort grootverbruiker) op vrijwillige basis aansluiting zoeken op het warmtenet. De keuze is daarbij primair aan de bewoners. Technische, organisatorische en financiële afwegingen zullen bepalend zijn of er wel of geen aansluiting ontstaat bij het warmtenet en/of het warmtebedrijf. De bewonersinitiatieven in de warmtetransitie zijn in Hoorn (net als in het overgrote deel van Nederland) nog erg pril. Verschillende stadia van een bewonersinitiatief vergen dan ook een andere ondersteuning van en samenwerking met de gemeente. Het actief faciliteren van dit proces vanuit de gemeente kan een belangrijke rol voor haar zijn.

5.8 De actuele voortvarende plannen genereren tijd om te beslissen Er is tijd in Hoorn om de positie van de gemeente in het warmtenet en het warmtebedrijf te bepalen. Beslissingen hoeven niet nu te vallen. In de jaren tot en met 2026 wordt in Kersenboogerd-Centrum (schaalniveau 1) het begin gemaakt, de uitvoering van aardgasvrij maken wordt ter hand genomen. Door de samenwerkingsovereenkomst voor te bereiden, aan te gaan en uit te voeren doet de gemeente al ervaring op met haar rol van actieve en integrerende regisseur. Door analyse en evaluatie van die ervaringen kan in de toekomst iedere positie die de gemeente wil worden ingenomen. Bovendien is de wet- en regelgeving nationaal en internationaal in beweging. Er komen nieuwe fondsen, subsidiemogelijkheden en wettelijke instrumenten. Binnen de periode tot 2026 mag worden verwacht dat de nieuwe Wet Collectieve Warmtevoorziening in werking treedt, en ook de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie. Vanaf juni 2023 wordt ook de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) opengesteld. VNG en IPO pleiten voor een waarborgfonds waar gemeenten gebruik van kunnen maken om bijvoorbeeld het vollooprisico te dragen. En wie weet wat er nog in het vat zit.

22

5.9 Mee participeren kan later nog in beeld komen Door al die ontwikkelingen kan er een situatie ontstaan waarin het voor HVC als warmtebedrijf, Intermaris als partner in de samenwerkingsovereenkomst en last but not least de gemeente zelf, aantrekkelijk is dat de gemeente (mee) participeert in het warmtebedrijf. De drijfveer is dan het bereiken van: - Gezamenlijke voordelen die ten goede komen aan het warmtebedrijf en haar klanten; - Het beheersen van risico’s binnen het warmtebedrijf en/of het bereiken van beleidsdoelstellingen van de gemeente, bijvoorbeeld ten behoeve van de tarieven en de BAK die bij inwoners in rekening worden gebracht Zo kan het governance model van een joint-venture ontstaan. De voor- en nadelen ten opzichte van een eigen gemeentelijk warmtebedrijf of een warmtebedrijf van HVC zijn in dit onderzoek naast elkaar gezet. Nu is echter niet het moment om een joint-venture te starten of dit verder te onderzoeken. Juist het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst en het opdoen (en evalueren) van ervaringen is van belang. Dan kan door evaluatie van ervaringen binnen de samenwerking over enkele jaren alsnog worden overwogen om tot een andere vorm van participatie in het warmtebedrijf te komen. Het ligt voor de hand om bij een keuze voor een joint-venture model te kiezen voor HVC als operationeel warmtebedrijf.

HVC is een publiek warmtebedrijf en dat sluit aan op het besluit van de gemeenteraad van 6 december 2022. HVC is in de regio actief en kent het gebied. Ze heeft zich de afgelopen jaren als een betrouwbare en coöperatieve partner opgesteld en toont daadkracht in de ontwikkeling van het warmtenet in Kersenboogerd-Centrum. Mochten die ervaringen de komende jaren anders uitpakken dan heeft de gemeente nog altijd het stuur in handen en de tijd aan haar zijde om een andere wending te kiezen.

5.10 Wat vraagt het proces van de gemeentelijke organisatie? Op basis van de gesloten projectovereenkomst voor Kersenboogerd-Centrum en de opgave, zoals die is verwoord in concepten van de samenwerkingsovereenkomst met Intermaris en HVC is goed inzicht ontstaan in de kennis, kunde en capaciteit die de gemeente de komende jaren moet inzetten. De borging ervan vindt plaats in het programma Duurzame Stad en in afspraken met betrokken afdelingen binnen het gemeentekantoor. De omvang hiervan is niet onderzocht. Ze is in beeld bij het programma Duurzame Stad.

5.11 Aanbevelingen Het is van belang om afspraken te maken over de tarieven die bewoners betalen voor het warmtenet. Daarbij gaat het niet primair om de jaarlijks terugkerende kosten voor vastrecht of de variabele kosten voor het warmtegebruik. Die zijn immers gebonden aan de regels van het ACM en het beleid dat HVC daarvoor opstelt voor al haar warmtenetten. Het gaat vooral om het proces hoe de Bijdrage Aansluitkosten (BAK) wordt vastgesteld. In de concepten van de samenwerkingsovereenkomst is daar al een aanzet toe gegeven. Bij de afronding van de overeenkomst is het voor de gemeente belangrijk om, vanuit haar 23

gemeente brede verantwoordelijkheid, afspraken te (kunnen) maken met HVC en Intermaris. Het gaat dan vooral over de BAK, die particuliere woningbezitters en grootverbruikers gaan betalen om, op vrijwillige basis, te kunnen aansluiten op het warmtenet in Kersenboogerd-Centrum en de opschaling hiervan (schaalniveau 2). Daar mag geen onbalans ontstaan ten opzichte van andere initiatieven buiten de scope van het warmtenet. Die onbalans kan (nog) twee kanten opgaan: de BAK is te hoog of BAK is te laag. Daarin kan de gemeente eigen (ook financieel) beleid voeren. In de samenwerkingsovereenkomst wordt de juridische basis gevormd om dit beleid te kunnen voeren en te kunnen uitvoeren in relatie met HVC. Tot slot zal de gemeente in haar Programma Duurzame Stad de ondersteuning van en samenwerking met bewonersinitiatieven dienen te intensiveren. Daarbij gaat het niet alleen om bewonersinitiatieven die actief eigenaarschap of zeggenschap willen in de warmtevoorziening maar ook om de initiatieven die gericht zijn op het besparen van energie. Het is van belang om in de samenwerkingsovereenkomst flexibiliteit te creëren voor bewonersinitiatieven in het gebied waar het warmtenet wordt gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=704ed9aa-f3e5-4428-b605-7395385cd98f