Bijlage 1 - Dorpsstraat 155 Zwaag Toelichting
Tekst van het document
D orp s str a at 1 5 5 Zw a ag
CO N C EP T - O N T WE R P
D orp s str a at 1 5 5 Zw a ag
CO N C EP T - O N T WE R P
Inhoud
Toelichting
4 mei 2022 Projectnummer P000351
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Planbegrenzing 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
7 7 7 7 8
Hoofdstuk 2 Planvoornemen 2.1 Ontstaansgeschiedenis 2.2 Huidige situatie 2.3 Toekomstige situatie
11 11 11 12
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
17 17 18 20 20
Hoofdstuk 4 Omgevingstoets 4.1 Bodem 4.2 Ecologie 4.3 Erfgoed 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geluidhinder 4.6 Hinder van bedrijven 4.7 Verkeer en parkeren 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Water 4.10 Duurzaamheid 4.11 Kabels en leidingen 4.12 Milieueffectrapportage 4.13 Ladder voor duurzame verstedelijking
25 25 26 27 30 31 32 35 35 37 38 39 39 40
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding 5.2 Bestemmingsplanprocedure 5.3 Toelichting op bestemmingsplanregels
43 43 44 44
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid 6.3 Handhaving
47 47 47 48
3
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
4
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
Toelichting
5
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
6
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het initiatief bestaat uit het herbestemmen van een agrarisch perceel en het toevoegen van een woning. De nieuwe woning wordt toegevoegd tussen de bestaande woningen aan Dorpsstraat 155 en 155A te Zwaag. Voor de bouw van de woning zijn stedenbouwkundige uitgangspunten geformuleerd. De herbestemming van het agrarisch perceel bestaat uit een aanpassing van het bouwvlak vanwege de toevoeging van de woning. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de planologisch-juridische basis voor de realisatie van de woning en het herbestemmen van het agrarisch perceel.
1.2
Planbegrenzing
Het plangebied ligt in het dorp Zwaag, ten noorden van de stad Hoorn. Het plangebied valt binnen het historische lint van Zwaag. Het plangebied bestaat uit de volgende kadastrale percelen: gemeente Hoorn, sectie I, nummers 13628, 13629, 13630 en een gedeelte van nummer 13631. Achter het plangebied ligt een fruitbedrijf. Navolgend is een luchtfoto weergeven, waarin het plangebied is aangegeven.
Figuur 1.1: Luchfoto omgeving plangebied; plangebied globaal aangegeven (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3
Geldend bestemmingsplan
Het huidige bestemmingsplan 'Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen - Oost' (onherroepelijk op 11 april 2012) kent aan het plangebied de bestemming 'Agrarisch - Bebouwd' toe. Op de percelen is een bouwvlak met maatvoering opgenomen. Op een deel van het bouwvlak ligt de aanduiding 'bedrijfswoning'. Navolgend is de verbeelding van het huidige bestemmingsplan weergeven. Het plangebied ligt in het rode kader.
7
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
Figuur 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De gronden met een bestemming 'Agrarisch - Bebouwd' zijn bestemd voor een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Bebouwing is alleen toegestaan binnen bouwvlakken. Maximaal één bedrijfswoning per agrarisch bedrijf is toegestaan, als deze als zodanig is aangeduid. Voor de gebouwen geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 5,5 en 10 meter. Daarnaast geldt voor de bedrijfswoning een maximale frontbreedte van 16 meter en een totale frontbreedte van 20 meter. Binnen de bestemming is het niet toegestaan om een extra woning toe te voegen. Voorts is het 'Paraplubestemmingsplan Archeologie' (vastgesteld op 7 maart 2017) van kracht. Ter plaatse van het plangebied is deels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' en deels de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' van toepassing. Op basis van de dubbelbestemming is het bouwen van bouwwerken boven een vrijstellingsgrens vergunning- en onderzoeksplichtig. Ook geldt een vergunning- en onderzoeksplicht voor het uitvoeren van een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, en van werkzaamheden. Daarnaast is het 'Paraplubestemmingsplan parkeren & laden en lossen' (vastgesteld op 13 november 2018) van toepassing.
Via dit parapluplan zijn parkeernormen van toepassing verklaard, om te waarborgen dat sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Tot slot geldt het 'Veegplan' (vastgesteld op 8 december 2020), waarin diverse ontwikkelingen, correcties en aanpassingen zijn doorgevoerd. Momenteel ligt 'Veegplan 2' (d.d. 20 januari 2022) ter inzage als ontwerp, dat van gelijke strekking is. De regeling uit de paraplubestemmingsplannen en het veegplan 1 en 2 worden overgenomen in voorliggend bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft het planvoornemen. Vervolgens gaat hoofdstuk 3 in op het ruimtelijk beleid van rijk, regio, provincie en gemeente. Hoofdstuk 4 bespreekt het onderzoek naar de omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 behandelt de juridische vormgeving van het bestemmingsplan. Het laatste hoofdstuk 6 gaat ten slotte in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief.
8
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
9
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
10
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
Hoofdstuk 2 2.1
Planvoornemen
Ontstaansgeschiedenis
De linten van de Dorpsstraat, Westerblokker, Bangert en Koewijzend zijn een bepalend onderdeel geweest bij de stedelijke ontwikkeling van het huidige Hoorn. De ontginning van het natte West-Friesland achter de zeedijk heeft ooit vanuit de bebouwingslinten plaatsgevonden. De snelle ontwikkeling van de stad na de jaren ’60 maakte dat de meeste “linten” ingebouwd zijn in de stad. De Dorpsstraat van Zwaag is van oudsher een ontginningslint vanwaar zowel in noordelijke als zuidelijke richting ontginningen hebben plaatsgevonden. Het lint was de hoofdstraat van het vroeger zelfstandige dorp Zwaag. Tegenwoordig is Zwaag voor een groot deel omgeven door grote uitbreidingswijken en bedrijventerreinen. In de kern Zwaag is sprake van een verstedelijkt lint. Het profiel is ingericht voor verkeer met een geasfalteerde rijbaan, een trottoir en de vrijliggende woon- en bedrijfspanden in een verspringende rooilijn, maar vrij dicht tegen het trottoir. Er is weinig erfbeplanting. Door de terugspringende gevel van een supermarkt is ter hoogte van het centrum een pleinvormig beeld aanwezig in dit verder langgerekte lint. Verder oostwaarts wordt de bebouwingsdichtheid van de Dorpsstraat weer lager. Een historisch pad het Unjerpad verbindt het lint van de Dorpsstraat met het lint van Koewijzend-Bangert. De woningen variëren hier in kapvorm en -richting.
Naast zadeldaken en daken van stolpen komen mansardekappen en schildkappen geregeld voor.
2.2
Huidige situatie
Oorspronkelijk is het perceel een voormalige agrarische kavel. Het perceel heeft dan ook een agrarische bestemming. Aan de Dorpsstraat 155 bevindt zich een agrarisch fruitteeltbedrijf. Op een deel van de gronden (meest noordelijk) wordt fruit geteelt en staat een grote bedrijfsloods. Op de gronden gelegen aan de wegzijde staat een bedrijfswoning en kleine schuur. De aanwezige bedrijfswoning is niet meer ten behoeve van het bedrijf in gebruik. Navolgend is een luchtfoto van het plangebied opgenomen.
Figuur 2.1: Luchtfoto plangebied; plangebied globaal begrensd (bron: Google Maps)
11
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
2.3
Toekomstige situatie
2.3.1
Ontwikkeling
Met het planvoornemen wordt de bouw en het gebruik van een extra woning tussen Dorpsstraat 155 en 155A in Zwaag mogelijk gemaakt. Aan dit perceel wordt een woonbestemming toegekend. De oude loods die op het perceel aanwezig is, wordt gesloopt. Het agrarisch bouwvlak behorend bij het achterliggende fruitteelt bedrijf wordt verkleind tot de nog aanwezige agrarische bebouwing. Het achterliggende fruitbedrijf heeft elders aan de Dorpsstraat een eigen ontsluiting. 2.3.2
Stedenbouwkundige inpassing
De gemeente Hoorn heeft enkele stedenbouwkundige uitgangspunten opgesteld waaraan de bestemmingsplanwijziging moet voldoen. In het navolgende wordt op deze uitgangspunten ingegaan. Analyse Het plangebied valt op grond van de gemeentelijke Welstandsnota onder bijzonder welstandsgebied 2a: 'Dorpsstraat' (zie ook paragraaf 3.4.4). Welstandstoezicht is gericht op de cultuurhistorische waarden van het Lint van Blokker behouden en waar mogelijk versterken. Ter plaatse van het bebouwingslint Dorpsstraat is de geschiedenis van Hoorn (Zwaag) zichtbaar, van eeuwen terug tot zeer recent. Het lint van de Dorpsstraat, evenals dat van de Westerblokker, Bangert en Koewijzend, is een bepalend onderdeel geweest bij de stedelijke ontwikkeling van het huidige Hoorn. De ontginning van het natte West-Friesland achter de zeedijk heeft ooit vanuit deze bebouwingslinten plaatsgevonden. De historische dorpslinten hebben zich in de twintigste eeuw van de landelijke linten met voornamelijk agrarische bebouwing ontwikkeld tot meer gesloten dorpslinten. Deze linten liggen in de voormalige zelfstandige dorpen Zwaag en Blokker en langs de historische toevoerswegen naar Hoorn. De snelle ontwikkeling van de stad na de jaren zestig maakte dat de meeste linten inmiddels met de stad zijn verweven.
Met deze ontwikkeling van Bangert en Oosterpolder dreigde het lint van de Dorpsstraat haar landelijke karakter verder te verliezen. Het streven naar behoud van het karakter van het lint is daarom een belangrijk uitgangspunt. In de kern van Zwaag bestaat de bebouwing uit vrijstaande woningen welke aan beide zijden van de weg in de rooilijn verspringen. Tussen de kern van Zwaag en de Noorderdracht wordt de bebouwingsdichtheid weer lager. In dit deel van het lint variëren de woningen in kapvorm en -richting. Naast zadeldaken en stolpen komen mansardekappen en schildkappen geregeld voor. De waarde van de linten ligt in de cultuurhistorische en landschappelijke betekenis en de kwetsbare kleinschaligheid en diversiteit. De analysekaart van de Dorpsstraat 155 te Hoorn laat, op een grote schaal en inzoomend op de plek, het bijzondere van het gebied zien. Gegroeid in de jaren, nu nog steeds herkenbaar als het historische dorpslint; de Dorpsstraat is een belangrijke structuurdrager.
12
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
Figuur 2.2: Stedenbouwkundige analyse (bron: gemeente Hoorn) Zorgvuldige inpassing van de tweede woning is wenselijk met behoud en versterken van de karakteristiek en kwaliteit van de locatie en het huidige landschap. Voorwaarden Aan de hand van de voorgaande stedenbouwkundige analyse is gekomen tot een aantal voorwaarden. Figuur 2.3 geeft deze voorwaarden weer.
13
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
Figuur 2.3: Stedenbouwkundige analyse - randvoorwaarden (bron: gemeente Hoorn) Deze randvoorwaarden zijn voor beide woonpercelen gegeven. Omdat het hier gaat om een bestaande en nieuw te realiseren situatie zijn nog enkele aanvullende voorwaarden voor de nieuwe woning gegeven. het gaat hier om het hanteren van: dezelfde voorgevelrooilijn als de woning op nummer 155; een afstand van 3 meter uit erfgrens vanaf perceel 155A een inrit aan rechterzijde perceel, grenzend aan perceel 155A (dit ter behoud van bestaande boom op perceel)
14
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
Regeling bestemmingsplan De zorgvuldige inpassing van de tweede woning is in voorliggend bestemmingsplan geborgd door het opnemen van een bouwvlak waarbij de gevel van het hoofdgebouw in de naar de weg gekeerde bouwgrens gebouwd moet worden. Daarnaast geldt een maximum bouw- en goothoogte en is een frontbreedte opgenomen. Tenslotte geldt een voorgeschreven minimum- en maximumdakkeling en is de te hanteren kap vastgelegd in de regels.
15
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
16
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. In zijn totaliteit kent de NOVI in totaal 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt.
Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en; Afwentelen wordt voorkomen.
Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de afwegingsprincipes benut worden. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economische sterk Nederland. Het initiatief is niet strijdig met de NOVI. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat gemeenten en provincies verplicht zijn om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen, wanneer een zodanig ruimtelijk besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling (zie artikel 1.1.1 van het Bro) mogelijk maakt. De Ladder wordt doorlopen in paragraaf 4.13 van deze onderbouwing.
17
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH2050
In november 2018 is de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. De omgevingsvisie is vastgesteld om de provincie richting te geven en om onderwerpen aan te geven waar de samenleving iets mee zou moeten. Deze onderwerpen zijn bijvoorbeeld klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, grote woningbehoeftes, bodemdaling en verminderde biodiversiteit. Op deze onderwerpen hebben de Provinciale Staten ambities geformuleerd. De hoofdambitie is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. In de visie wordt geen eindbeeld gepresenteerd voor 2050, maar de visie laat zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast worden vijf samenhangende bewegingen geschetst. Bewegingen die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op onze samenleving afkomen en die we willen faciliteren. Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken.
Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1. 2. 3. 4. 5.
Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. Sterke kernen, sterke regio's. Dit gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. Nieuwe energie. Benut de economische kansen van de energietransitie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving. Hierin staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal.
Wonen en werken worden zoveel mogelijk binnenstedelijk gerealiseerd en geconcentreerd De metropool ontwikkelt zich snel. De vraag naar woningen en ruimte voor bedrijven houdt aan, evenals de ruimtevraag voor recreatie en andere functies. Tegelijkertijd wil de provincie de landschappen in de metropool sparen. De bebouwingsopgave moet dan ook zoveel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden, met een voorkeur voor knooppunten van openbaar vervoer. Verdichting vraagt steeds meer inventiviteit en bestuurskracht. De bebouwde omgeving wordt steeds intensiever gebruikt, de plancapaciteit binnenstedelijk blijkt door een andere kijk op stad en stedelijkheid een stuk groter te zijn dan lang is gedacht. En zowel bij bestaande bouw als nieuwbouw moet worden ingezet op besparing van energie, een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting en bij nieuwbouw ook op circulair bouwen. Dit alles moet samen gaan met de verdere verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Daarbij onderkent de provincie dat verdichting in de kernen leidt tot toenemende druk op het landschap. Wonen en werken worden binnenstedelijk geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten). Hierbij houdt de provincie oog voor behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden.
De provincie houdt ook een vinger aan de pols voor wat betreft de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling van de vraag. Regionale afspraken over stedelijke ontwikkelingen moeten bij de vraag blijven aansluiten. De woningbouwbehoefte wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Nabijheid van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. Daarbij wordt in het ontwerp rekening gehouden met voldoende afvoermogelijkheden van (regen)water, voldoende groen in en om de stad, en optimale verkeersontsluiting met multimodale knooppunten. Uitgangspunt is – en daarop zal het verkeers- en vervoersnetwerk worden geoptimaliseerd – dat men zich effectief, veilig en efficiënt kan verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat,
18
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Daarbij heeft men zo veel mogelijk keuzevrijheid in het bepalen van zijn of haar vervoerswijze. Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen zich naar de vraag op basis van de meest actuele cijfers Uitgangspunt bij dit principe is dat ontwikkelingen zo veel mogelijk binnenstedelijk en –dorps plaatsvinden. Dit geldt voor alle kernen. De omvang waarin dit gebeurt wordt ingegeven door de vraag die er op dat moment is (meest actuele bevolkingsprognoses). Deze wordt afgelezen aan de hand van demografische ontwikkelingen (afspraken over uitleglocaties worden aan de actuele prognosesaangepast), periodieke monitors over woonwensen en woonbehoefte-onderzoeken. Deze ontwikkelingen en daaruit voortvloeiende afspraken worden regionaal ingevuld met ruimte voor maatwerk en herijking. De omvang en verschijningsvorm is passend bij de kernen waarbij grofweg drie typen kernen vallen te onderscheiden. Ook hier kan in regionale afstemming meer onderscheid in worden gemaakt. Centrumsteden fungeren als kloppend hart voor de omliggende regio’s Regionale centrumsteden- en dorpen kunnen binnenstedelijk verder groeien, rond een goed functionerend OV-knooppunt en een aantrekkelijke (historische) kern.
Ze worden stedelijker, robuuster en diverser met gevarieerde woonmilieus en een gemengde economie. Transformatie en revitalisering voegen verder meer stedelijk weefsel toe, goed voor de dynamiek van de stad. Analyse De woning wordt gebouwd binnen de bestaande kern, aansluitend op bestaande bebouwing. Daarnaast behoort het plangebied tot de regionale centrumstad Hoorn. Er zijn voldoende mogelijkheden tot openbaar vervoer en voorzieningen in de omgeving gelegen. Het initiatief, dat uitgaat van het toevoegen van één woning, is in lijn met de Omgevingsvisie en sluit ook goed aan bij de bewegingen sterke kernen, sterke regio en metropool in ontwikkeling. 3.2.2
Omgevingsverordening NH2020
De Omgevingsverordening NH2020 is op 16 november vastgesteld. In de omgevingsverordening zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Hierin wordt een evenwichtige balans gezocht tussen economische groei en leefbaarheid. Voor dit initiatief is met name artikel 6.3 van de Omgevingsverordening relevant. Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 1. 2.
Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid.
De nadere regels voor woningbouw zijn vastgelegd in de uitvoeringsregeling regionale afspraken nieuwe stedelijke ontwikkelingen 2017 (februari 2017). Het intitiaitief betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling gelet op het gering aantal woningen (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) maar is te beschouwen als een kleinschalige woningbouwontwikkeling. Het plangebied is niet gelegen in de landelijke gebieden waarvoor bij kleinschalige woningbouwontwikkelingen nadere regels gelden. Hoewel in het plangebied sprake is van een voormalig agrarisch perceel (geen stedelijke functie) kan de omgeving wel beschouwd worden als bestaand stedelijk gebied. Hierbinnen is ruimte voor kleinschalige stedelijke ontwikkelingen. De woningbouw en woningbehoefte is in overeenstemming met het provinciale, regionale en gemeentelijke beleid.
19
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Woonakkoord 2020-2025 regio Westfriesland en Provincie Noord-Holland
Voor de regio West-Friesland is een Woonakkoord 2020-2025 opgesteld. Deze zijn door alle gemeenteraden in de regio vastgesteld. Het Woonakkoord draagt samen met het Afwegingskader wonen West-Friesland 2019 bij aan de binnen het Pact van West-Friesland uitgesproken ambitie om tot de top 10 woonregio’s van Nederland te behoren. Samen met het Woonakkoord wordt uitvoering gegeven aan realistische doelen die in de regio opgepakt worden om de woningmarkt (meer) toekomstbestendig te maken en te behouden. In het Woonakkoord voor West-Friesland werken de Westfriese gemeenten Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Enkhuizen, Drechterland en Stede Broec samen met de provincie aan een evenwichtig en afgestemd woningbouwprogramma in de regio. Naast deze gemeenten, hebben ook betrokken marktpartijen zoals woningcorporaties, zorgpartijen, bouwers, ontwikkelaars en huurdersvereniging input geleverd voor dit Woonakkoord.
De speerpunten uit het woonbeleid zijn: versnelling: de woningbouwopgave versnellen met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor iedere doelgroep; bestaande voorraad: kwaliteit en aantrekkelijkheid op peil houden en uitbouwen; vitale kernen: leefbaar West-Friesland tot in de kern; nieuwbouw: vooral inzetten op onderscheidende en complementaire producten; scheiden van wonen en zorg: langer zelfstandig wonen bevorderen; flexibel kader: houvast voor de regio en ruimte voor marktinitiatieven. De toenemende populariteit van West-Friesland, de inhaalvraag van de afgelopen jaren en het groeiende positieve saldo in de migratie maken het aannemelijk dat de behoefteprognoses in de nabije toekomst naar boven dienen te worden bijgesteld. De provinciale bevolkingsprognose stelt als indicatieve woningbehoefte 7.150 woningen voor de periode 2019-2030. Bij het zoeken naar nieuwe woningbouwlocaties is binnenstedelijk en rond ov-locaties bouwen het uitgangspunt. Hoewel het plangebied zelf niet direct als stedelijk gebied is te beschouwen is de directe omgeving wel een binnenstedelijk gebied. Op het plangebied zijn dan ook de voorwaarden voor het binnenstedelijk bouwen van toepassing. Het initiatief bestaat uit de toevoeging van één woning en het herbestemmen van een agrarische bedrijfswoning naar een reguliere woning.
Met toevoeging van deze woningen wordt een bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave. Het planvoornemen is dan ook in overeenstemming met het Woonakkoord 2020-2025.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Hoorn
Op 14 februari 2022 is de Omgevingsvisie Hoorn gewijzigd vastgesteld. De Omgevingsvisie beschrijft de gewenste toekomst van de fysieke leefomgeving in Hoorn. De Omgevingsvisie is de zogenoemde 'stip op de horizon' bij het uitwerken van plannen en ideeën in Hoorn. Het centrale doel van de Omgevingsvisie is een stad die op langere termijn vitaal en leefbaar is, welk doel bereikt wordt door de volgende opgaven in samenhang te realiseren: a. b. c. d.
het aantrekkelijk maken van bestaande en nieuwe wijken, met een ambitie om 10.000 tot 12.000 nieuwe woningen te realiseren binnen de bestaande stad; het voortbouwen op economische en toeristische kansen, met een ambitie om 3.200 nieuwe banen te creëren; het verbeteren van bereikbaarheid via weg, spoor en water; het werken aan een socialere, gezondere en veiligere omgeving; d. het verder verduurzamen en vergroenen.
20
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
De Omgevingsvisie is een verplicht instrument onder de Omgevingswet, die waarschijnlijk op 1 januari 2023 ingaat. Deze wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Het doel is dat hierdoor meer snelheid, flexibiliteit en samenhang komt in de ruimtelijke ontwikkeling. De Omgevingsvisie is een belangrijke stap bij de invoering van de wet in de gemeente Hoorn. De Omgevingsvisie Hoorn vervangt de Structuurvisie Hoorn uit 2013. Voor de komende jaren ligt er een flinke opdracht om nieuwe woningen te bouwen in Hoorn. Daarvoor is binnen de stadsgrenzen nog maar weinig ruimte. Door de bouw van 1 nieuwe woning in het lint, waarbij ook een schuur wordt gesloopt, ontstaat er geen nieuw ruimtebeslag. Hoorn heeft de ambitie om 'woonmogelijkheden voor iedereen' te realiseren. Het beoogde plan past binnen de ambitie van deze visie.
3.4.2
Visie Hoornse Hoogte
Op 8 februari 2022 is de visie 'Hoornse hoogte, visie op stedelijke groei en hoogbouw vastgesteld. Met deze visie wil de gemeente Hoorn richting geven aan de groei van de stad. In eerdere besluiten (Meer Stad Worden, Woonvisie) heeft de gemeenteraad al besloten om meer woningen en arbeidsplaatsen binnen de bestaande stad te willen stimuleren. Deze visie geeft aan wat dat concreet betekent voor de bouwopgave: Waar (op welke plekken in de stad), wat (met welke bebouwing en openbare ruimte) en hoe zijn we erover in gesprek (besluitvormingsproces). De visie heeft een directe relatie met de omgevingsvisie, waarin de gemeente integraal toekomstige ontwikkelingen in beeld brengt. Ook waar het bijvoorbeeld gaat over mobiliteit, klimaatadaptatie en toerisme. In de visie is de inbreng van zoveel mogelijk inwoners en ondernemers meegewogen. Deze inbreng is opgehaald tijdens gespreksavonden, via enquêtes en op scholen. Ook is er de mogelijkheid geboden om te reageren op een concept visie. De rode lijn is: er is veel behoefte aan woningen, maar bouwen in de stad moet wel passen bij de omgeving. Hoorn is een unieke stad en dat wil iedereen graag zo houden.
Hoornse hoogte maakt onderscheid tussen vier verschillende gebieden: Binnenstad en langs de oude dorpslinten, het gemengd stedelijk gebied van de Provincialeweg en stations, klein stedelijke wijken rond binnenstad en stationsgebied, en de Groene woonbuurt. De groei van de stad vangt Hoorn zoveel mogelijk op in intensiveringsgebieden. Plekken in de stad waar, bijvoorbeeld door het vertrek van bedrijven, of in combinatie met bedrijven, ruimte ontstaat in de stad voor wonen, werken en voorzieningen. De planlocatie Dorpsstraat 155 ligt in het gebied 'historisch lint'. In de oude linten is "bescherming en eventueel verbeteren van de bestaande kwaliteiten belangrijker dan het toevoegen van aantallen. Intensivering van het gebruik zal gebaseerd zijn op transformatie van leegstaande garages of binnenterreinen naar functies als wonen, werken of voorzieningen, die bijdragen aan de levendigheid en kwaliteit van het (beschermde) stadsgezicht". Met beoogde ontwikkeling wordt de leegstaand agrarische bedrijfsgebouw gesloopt en komt er elders op het perceel een woning voor terug. De nieuw te bouwen woning past binnen de bestaande lintbebouwing.
3.4.3
Woonvisie Hoorn 2020-2025
De Woonvisie Hoorn 2020-2025 "Een nieuwe koers" is in mei 2020 vastgesteld. De woningmarkt van Hoorn vraagt om een nieuwe koers. Er is een tekort aan woningen. Tegelijkertijd wil de gemeente meer stad worden. Deze opgave is urgent en noodzakelijk, om in de toekomst ook een aantrekkelijke woonstad te blijven. De woonvisie geeft richting aan de opgave van de gemeente. De gemeente Hoorn wil zich blijven ontwikkelen. De huidige vergrijzing en ontgroening (jongeren die de stad verlaten) heeft een negatief effect op de leefbaarheid en vitaliteit van de stad en daarmee een negatief economisch effect. Een divers aanbod van woningen, werkgelegenheid, zorg-, onderwijs- en recreatievoorzieningen is van groot belang voor een dynamische stad. Daarnaast zet de gemeente in op een samenleving waarin iedereen meedoet, met duurzame, toekomstbestendige en betaalbare woningen.
21
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
Er staan drie ambities centraal: 1.
2.
3.
Stedelijk centrum in West-Friesland: Hoorn is en blijft een vitale stad. Een aantrekkelijke stad met stedelijke voorzieningen waar je goed kunt wonen, werken en recreëren. Er is voldoende draagkracht voor sociaal-maatschappelijke opgaven en voorzieningen. Dit zijn ook de uitgangspunten van de ambitie ‘Meer stad worden’. De gemeente maakt daarnaast de sprong van een beheer- naar ontwikkelgemeente. Deze ambitiesprong geldt voor alle opgaven van de stad. Van een economisch sterke stad tot een veilige stad en van een sociale stad tot een levendige en gastvrije stad. Zo kan zij inspelen op maatschappelijke, economische en demografische ontwikkelingen. De gemeente is en blijft centrumstad van de regio. Daarom heeft de gemeente meer woningen nodig. Inclusieve samenleving: In Hoorn moet iedereen kunnen meekomen, rondkomen en vooruitkomen. Eigen kracht van inwoners is het uitgangspunt. Inwoners moeten naar vermogen kunnen meedoen. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen in de samenleving. Duurzaam, toekomstbestendig en betaalbaar: De gemeente werkt aan een duurzame woongemeente. In Hoorn moet je in alle fases van je leven goed, gezond en veilig kunnen wonen.
Uit deze drie ambities zijn vier woonopgaven voortgekomen, te weten: 1. 2. 3.
versnelling en ontwikkeling; wonen, zorg en welzijn; duurzaam wonen; en sociale huurmarkt, woonwagenbewoners en buitenlandse werknemers.
Wat betreft 'versnelling en ontwikkeling' wil de gemeente bestaande woningbouwplannen versneld uitvoeren. Ze promoot Hoorn als woonstad en gemeente met ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast zet de gemeente in op het uitvoeren van de ambitie Noord-Holland Noord. Hoorn gaat meer groeien als stad. Dit wordt ‘Meer stad worden’ genoemd. Zo wil de gemeente meer nieuwe inwoners van buiten de regio aantrekken en jongeren uit Hoorn en omgeving behouden voor de regio. Hoorn heeft meer inwoners van buiten nodig om leefbaar en vitaal te blijven. Momenteel is sprake van woningschaarste. Bovendien laten prognoses zien dat het aantal huishoudens in Hoorn nog zeker twintig jaar groeit. Het initiatief, dat bestaat uit het toevoegen van slechts één woning, sluit derhalve aan bij de Woonvisie. 3.4.4
Welstandsnota 2020
Op 4 februari 2020 heeft de gemeente Hoorn de Welstandsnota 2020 vastgesteld. De nieuwe welstandsnota is een actualisering van de nota, die in 2017 van kracht werd. Met de actualisering is nog meer gestreefd naar duidelijkheid en toegankelijkheid van welstandsbeoordeling. Door verfijning van de welstandscriteria en door verduidelijking in de gebiedstypering en -ambities, heeft de herziening van de nota geleid tot een verbeterd beleidsinstrument. Het is afgestemd op de laatste ontwikkelingen, zonder afbreuk te doen aan het reeds vastgelegde beleid. De betekenis van de welstandsnota als sturingsinstrument voor ruimtelijke kwaliteit staat daarbij centraal en is waar nodig aangescherpt. Daar waar het mogelijk was, zijn de regels verruimd of geschrapt. Het plangebied is onderdeel van het welstandsgebied van het lint van de Dorpsstraat, dat een bijzonder welstandsniveau heeft. De cultuurhistorische waarden van de linten van Zwaag wil de gemeente behouden en waar mogelijk versterken. Daarom wordt hier een bijzonder welstandsregime toegepast. Hoorn kent een aantal historische dorpslinten die zich in de 20e eeuw van landelijke linten met voornamelijk agrarische bebouwing hebben ontwikkeld tot meer gesloten dorpslinten. Deze linten liggen in de voormalige zelfstandige dorpen Zwaag en Blokker en langs de historische toevoerswegen naar Hoorn.
De ontsluiting van de kavels aan de Dorpsstraat, tussen het Keern en de Zwaagmergouw vindt plaats door betonnen of houten bruggetjes in uiteenlopende vormen en maten over de aanwezige wegsloten. De bebouwing in dit deel wordt gedomineerd door gevarieerde vrijstaande woningen op ruime kavels. Het betreft hier voornamelijk stolpboerderijen (zowel traditioneel als modern) en woningen met één of twee lagen met zadeldak, waarbij de kaprichting varieert. De gevels van de woningen zijn overwegend opgetrokken uit baksteen. De kozijnen zijn van hout. In de kern van Zwaag bestaat de bebouwing uit
22
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
vrijstaande woningen die aan beide zijden van de weg in de rooilijn verspringen. Tussen de kern van Zwaag en de Noorderdracht wordt de bebouwingsdichtheid weer lager. In dit deel van het lint variëren de woningen in kapvorm- en richting. Naast zadeldaken en stolpen komen mansardekappen en schildkappen geregeld voor. Het beleid voor de linten als bijzonder welstandsgebied is terughoudend, waarbij behoud van variatie zonder verrommeling het uitgangspunt is. De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van het gegroeide in beginsel kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Paragraaf 2.3.2 bespreekt de toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota, waarbij de stedenbouwkundige kaders zijn onderzocht. Het plan moet voldoen aan de stedenbouwkundige kaders, stedenbouwkundige randvoorwaarden en overige welstandscriteria. Waar mogelijk worden de stedenbouwkundige randvoorwaarden doorvertaald in de planregels en op de verbeelding.
23
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
24
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingstoets
Bodem
Toetsingskader Het Besluit Bodemkwaliteit streeft naar duurzaam bodembeheer waarbij een balans gezocht wordt tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu enerzijds en het gebruiken van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen anderzijds. Het Besluit bevat regels voor kwaliteitsborging (Kwalibo), bouwstoffen, grond en baggerspecie. Bij het mogelijk maken van ruimtelijke initiatieven moet de vraag worden gesteld of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Onderzoek Woningen zijn gebouwen waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen (langer dan twee uur per dag) verblijven. De milieuhygiënische bodemkwaliteit moet dan ook geschikt zijn voor de gewenste functie. Voor het initaitief is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In aanvulling op het verkennend onderzoek (d.d. 21-07-2021, versie 1) is, naar aanleiding van een beoordeling van Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (kenmerk OD351203, d.d.
26-08-2021), aanvullend onderzoek verricht ter plaatse van een slootdemping, welke op basis van het historisch kaartmateriaal per abuis over het hoofd was gezien. Voorts is door de Omgevingsdienst aanvullende informatie aangeleverd omtrent een in het verleden uitgevoerde milieucontrole waarbij een dieseltank met tankplaats was aangetroffen. Op basis hiervan is aanvullend onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie van de voormalige bovengrondse dieseltank. De bevindingen van het aanvullend onderzoek zijn opgenomen in onderhavige versie 2, waarmee voorgaande rapportage versie 1 komt te vervallen. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 1. De bovenste 30 cm van het oorspronkelijk maaiveld is niet tot licht (noordzijde perceel) verontreinigd met OCB. Uit de analyseresultaten blijkt dat de toplaag van de bodem ter plaatse van het perceel licht verontreinigd is met koper, kwik, lood en zink. De onderlaag is licht verontreinigd met kwik en lood. De vastgestelde verontreinigingen zijn mogelijk te relateren aan het van oudsher gebruik van het perceel. Specifiek wordt opgemerkt dat ter plaatse van de slootdemping geen bijzonderheden zijn aangetroffen en dat de sloot derhalve vermoedelijk is gedempt met gebiedseigen materiaal. Voorts is de grond en het grondwater ter plaatse van de voormalige locatie van de dieseltank niet verontreinigd met de onderzochte parameters.
Het grondwater ter plaatse is licht verontreinigd met molybdeen. Een licht verhoogd gehalte aan molybdeen wordt vaker in het grondwater vastgesteld en wordt doorgaans veroorzaakt door natuurlijke ophoping. Daarnaast is het grondwater als gevolg van de AS3000-correctie licht verontreinigd met som dichlooretheen. Met betrekking tot de vastgestelde milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse kan worden geconcludeerd dat er gezien de geringe mate aan verontreiniging milieuhygiënisch gezien geen bezwaar is tegen de toekomstige bestemmingswijziging en nieuwbouw. De beslissing of op deze locatie gebouwd mag worden ligt uiteindelijk bij de gemeente (bouwverordening). Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar wat betreft het aspect bodem.
25
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
4.2
Ecologie
4.2.1
Toetsingskader
Wet natuurbescherming Onderdeel van de Wet natuurbescherming (Wnb) is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (artikel 3.1-3.4 Wnb); dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5-3.9 Wnb); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (artikel 3.10-3.11 Wnb). Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (artikel 3.11 Wnb). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. Ook de bescherming van specifieke natuurgebieden is in de Wnb geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid.
Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. 4.2.2
Onderzoek
Om de uitvoerbaarheid van dit plan te toetsen voor het aspect ecologie, is een ecologische beoordeling uitgevoerd (een zogenaamde quick scan). Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. De inventarisatie is uitgevoerd in juli 2021. Het rapport van de inventarisatie is als Bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. Hierna worden de resultaten kort benoemd. Soortenbescherming Als gevolg van de plannen gaan geen vleermuisverblijfplaatsen of jaarrond beschermde nesten van vogels verloren. Het plangebied verandert van karakter maar zal naar verwachting niet volledig ongeschikt worden als foerageergebied voor de te verwachten vleermuissoorten die in het plangebied foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en deels hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vleermuizen door verlies van foerageergebied treden niet op. Het plangebied verandert van karakter maar zal naar verwachting niet volledig ongeschikt worden als foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus. Het plangebied vormt echter hooguit een klein onderdeel van het foerageergebied van deze soort en bovendien is in de directe omgeving in ruime mate alternatief foerageergebied voor deze soorten aanwezig.
Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten door verlies van foerageergebied treden niet op. Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet
26
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Noord-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op relatief ruime afstand van het Natura 2000-gebied ‘Markermeer & IJmeer’. Hierdoor zijn in potentie alleen effecten mogelijk als gevolg van externe werking. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing, wegen en agrarisch gebied.
Gezien de grote afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Gezien de grote afstand tot stikstofgevoelige habitattypen (>14 kilometer), de sloop van een enkele schuur en de bouw van één woning, is als gevolg van de plannen geen toename van stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden te verwachten. Het NNN in Noord-Holland kent geen externe werking. Door de uitvoering van de plannen gaat geen NNN of BPL verloren en worden deze gebieden niet aangetast, waardoor negatieve effecten op deze gebieden kunnen worden uitgesloten. Beschermde houtopstanden De Wnb beschermt bos van minimaal 1.000 m2 en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom. In het plangebied is geen opgaande beplanting aanwezig die onderdeel uitmaakt van een beschermde houtopstand.
4.2.3
Conclusie
Voor dit plan is op 28 juni 2021 een veldbezoek gedaan en zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het plangebied uit de NDFF geraadpleegd. Op basis hiervan is een voldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied verkregen om de toetsing aan de Wnb op te baseren. Hieruit komt naar voren dat het plan niet zal leiden tot negatieve effecten op beschermde soorten, mits bij de aanlegwerkzaamheden rekening wordt gehouden met het broedseizoen van vogels. Een nadere analyse van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet nodig. De ontwikkeling is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de Omgevingsverordening Noord - Holland. Gezien de grote afstand tot stikstofgevoelige habitattypen en de aard en omvang van het initaitief, is als gevolg van de plannen geen toename van stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden te verwachten. Het planvoornemen is wat betreft het aspect ecologie uitvoerbaar.
4.3
Erfgoed
Toetsingskader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Vooruitlopend hierop zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is.
27
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast moet ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied bevatten. Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden mee gewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. De overige cultuurhistorische waarden moeten, naast de archeologische waarden, worden betrokken in het onderzoek. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, moet op grond van het voorgaande dan ook worden aangegeven op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden rekening wordt gehouden. In 2012 heeft Archeologie Erfgoed VVH een nieuwe Beleidskaart Archeologie van de gemeente Hoorn vervaardigd. Deze is vastgesteld op 12 maart 2013, samen met de Erfgoedverordening 2013 van de gemeente Hoorn (Corsaregistratienummer: 12.49690).
Op basis van aanvullend bureauonderzoek, getoetste verwachtingen in het veld en kaartanalyse is een nieuwe kaart vervaardigd met andere vrijstellingsgrenzen dan de oude Beleidskaart Archeologie uit 2007. De herziene Monumentenwet verplicht gemeenten om ‘rekening te houden met aanwezige of te verwachten archeologische waarden’. Het bestemmingsplan staat hierbij centraal. Hierin worden bouw- en aanlegvoorschriften opgenomen. Indien belangrijke archeologische waarden als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen niet in de bodem behouden kunnen blijven, dient de informatie te worden veiliggesteld d.m.v. een opgraving. De Monumentenwet gaat hierbij uit van een algemene vrijstelling voor ingrepen tot 100 m2 , maar biedt de gemeente ook de nodige beleidsruimte om haar eigen afweging te maken. De gemeente Hoorn wil van deze mogelijkheid gebruik maken. Ter bescherming van de archeologische waarden kunnen burgemeester en wethouders, als daar op basis van een archeologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Daarnaast is een omgevingsvergunning vereist voor werkzaamheden waarbij de grond wordt geroerd. De bescherming van archeologische waarden wordt geregeld via een dubbelbestemming. Onderzoek Het plangebied valt binnen het historische lint van Zwaag, dat een hoge archeologische waarde heeft.
Op de beleidskaart ligt het plangebied grotendeels in een zone waar bij plannen met een omvang groter dan 100 m2 rekening dient te worden gehouden met archeologie (zie navolgende figuur). In het 'Paraplubestemmingsplan Archeologie' is dit vertaald naar de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. De geplande nieuwbouw overschrijdt de oppervlaktegrens. De bebouwing achter de bedrijfswoning aan Dorpsstraat 155 wordt ook deels meegenomen op de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan. Voor dit gebied geldt de bestemming 'Waarde - Archeologie 5'. Hier geldt een vrijstellingsgrens van 10.000 m2 . Ter plaatse van de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' wordt de grond echter niet geroerd in het kader van het initiatief.
28
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
Figuur 4.1: De ligging van Dorpsstraat 155 (zwarte stippellijn) op de Beleidskaart Archeologie (bron: gemeente Hoorn) Archeologie Archeologie West-Friesland heeft twee adviezen voor het planvoornemen uitgebracht. Zie Hieruit blijkt het volgende. In 2020 is een archeologische quickscan uitgevoerd in een deel van het plangebied. De historische ontwikkeling van Zwaag is in de Quickscan beknopt uiteengezet. Voor een volledig beeld van de historische en archeologische gegevens wordt verwezen naar de overzichtsartikelen in het boek 'De Hervormde Kerk van Zwaag' uit 2010. Op basis van de diverse opgravingen, waarnemingen en vondsten kan vooralsnog worden geconcludeerd dat het gebied van Zwaag in de late 12de eeuw is ontgonnen. De huidige Dorpsstraat kwam toen als bewoningslint tot stand. Verspreid langs dit lint lagen diverse lage huisterpen waarop boerderijen stonden die aan alle zijden waren voorzien van sloten voor de afwatering. Op een boerenerf stond niet alleen een boerderij, maar waren vaak ook één of meer waterputten, een hooiberg en een schuur aanwezig. Op het erf werden soms dode dieren begraven en in of langs de sloten werd afval gedumpt. De oudste huisterpjes lagen in sommige gevallen mogelijk niet direct aan het lint, maar iets daarvan verwijderd. Dat houdt in dat sporen van bebouwing in een brede zone langs het lint kunnen worden aangetroffen.
De oudste boerderijen hadden een houtskelet en wanden van vlechtwerk en leem. De latere boerderijen waren voorzien van houten wanden. Vanaf de 17de eeuw werd de toepassing van baksteen algemener. Zwaag was van oudsher een boerendorp van bescheiden omvang. Uit een opgave van het aantal mannen in 1339 kan worden afgeleid dat het dorp toen uit circa 53 huizen bestond. Dit aantal bleef lang ongeveer gelijk. Op de kaart van Johannes Dou uit 1651-1654 staan in Zwaag 76 huisplaatsen getekend. Voor het bepalen van de aanwezigheid van bewoningsresten uit de Nieuwe Tijd kan gebruik worden gemaakt van historisch kaartmateriaal. Op de kaart van Johannes Dou uit 1651-1654 is te zien dat binnen het plangebied bebouwing is getekend. Op de kadastrale minuutkaart uit 1823 is eveneens bebouwing zichtbaar. Het betreft een stolpboerderij van het Westfriese type, aangezien de darsdeuren zich in de voorgevel bevinden. Aan de achterzijde van de Westfriese stolp bevond zich de koeienstal. De stolp is in
29
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
1970 afgebroken. Advies Vanuit het gemeentelijk beleid wordt geadviseerd om archeologie-vriendelijk te bouwen, dat wil zeggen de bodem niet te verstoren. Een archeologie-vriendelijk bouwplan kan worden voorgelegd aan de gemeente. Het archeologie-vriendelijke bouwplan dient te worden gekeurd door Archeologie West-Friesland. Indien de geplande ingrepen benodigd voor de nieuwbouw een oppervlakte groter dan 100 m2 bestrijken en niet archeologie-vriendelijk worden uitgevoerd, is op basis van de geplande nieuwbouw en de hoge archeologische verwachting een archeologisch onderzoek in het kader van de AMZ-cyclus vereist. Dit archeologisch onderzoek dient te bestaan uit een vlakdekkende archeologische opgraving voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden. Als leidraad voor de opgraving dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat vervolgens aan het bevoegd gezag ter goedkeuring wordt voorgelegd. Conclusie De huidige archeologische dubbelbestemming wordt op de verbeelding en in de planregels overgenomen. Hierdoor blijven de archeologische waarden beschermd. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen vindt een nadere toetsing plaats. Het initiatief is uitvoerbaar wat betreft het aspect erfgoed.
4.4
Externe veiligheid
Toetsingskader Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. De wet- en regelgeving rond het thema externe veiligheid zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen de risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak veiligheidsafstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
Onderzoek Volgens de risicokaart (risicokaart.nl) ligt het plangebied niet in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, spoor-, water- en wegtransportroutes voor gevaarlijke stoffen of buisleidingen. Op circa 400 meter afstand ligt ten zuiden van het plangebied zwembad De Wijzend (opslagtank natriumhypochloriet). Ten noorden ligt op circa 290 meter ligt een distributiecentrum van Lidl (ammoniakkoelinstallatie). Alle deze risicovolle functies, transportroutes en leidingen zijn op voldoende afstand gelegen. Ook maakt het plan geen nieuwe risicobronnen en transport van gevaarlijke stoffen mogelijk. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de risicokaart opgenomen. Het plangebied is globaal blauw omcirkeld.
30
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
Figuur 4.5: Uitsnede risicokaart, het plangebied bevindt zich globaal in het blauwe kader (bron: risicokaart.nl) Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar wat betreft het aspect externe veiligheid.
4.5
Geluidhinder
Toetsingskader Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wgh is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. De Wgh is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een weg. Volgens de Wet geluidhinder heeft elke weg een zone. Conform artikel 74 lid 2 Wgh zijn wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt hiervan uitgezonderd, evenals wegen die deel uitmaken van een woonerf. Onderzoek Het initiatief voorziet in het oprichten van geluidgevoelige bebouwing in de zin van de Wgh, namelijk woningen. Ten behoeve van het initiatief voor de nieuwe woning is een akoestisch onderzoek (juli 2021) uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 4 opgenomen. Navolgend worden de uitkomsten van het onderzoek besproken.
Uit de rekenresultaten volgt dat de geluidbelasting op de gevel ten gevolge van het wegverkeer op de gezoneerde Dorpsstraat hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De hoogst berekende geluidbelasting bedraagt 56 dB op de voorgevel van het gebouw. Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn vanuit stedenbouwkundig, verkeerskundig en financieel oogpunt niet wenselijk, waardoor er voor de nieuwe
31
bestemmingsplan Dorpsstraat 155 Zwaag
woning een hogere waarde van 56 dB dient te worden aangevraagd bij de gemeente Hoorn. Het akoestisch onderzoek is alleen voor de nieuwe woning uitgevoerd. Voor de bestaande bedrijfswoning is geen akoestisch onderzoek noodzakelijk omdat het hier gaat om een bestaande situatie en geen bouwen/of verbouwplannen aanwezig zijn. Met het bestemmingsplan ontstaan geen mogelijkheden voor de bestaande woning om dichter op de weg te kunnen bouwen. Mocht op een later moment wel sprake zijn van sloop- en/of nieuwbouw van de bestaande woning dan is op dat moment een toets aan het Bouwbesluit aan de orde (beoordeling binnenwaarde). Het uitgevoerde akoestisch onderzoek geeft wel een indicatie voor de dan te verwachten gevelbelasting. Het gaat hier om een bestaande woning en een nieuw te realiseren woning. Voor de nieuwe woning mag verwacht worden dat met de huidige bouwmethoden en juiste maatregelen het maximale binnenniveau wordt behaald. De bestaande woning is altijd in gebruik geweest als bedrijfswoning en wordt daarmee al bewoond. Naastgelegen woningen aan de Dorpsstraat zijn op dezelfde afstand tot de weg gelegen als voorliggende woning. Verwacht mag worden dat mede gezien de historie de aanwezige geluidsbelasting niet leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Conclusie Wanneer en hogere waarde voor de woningen wordt verkregen is het initiatief uitvoerbaar wat betreft het aspect geluidhinder vanwege wegverkeer.
4.6
Hinder van bedrijven
Toetsingskader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds verstaan. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.