bijlage 1 - Concept beeldkwaliteitsplan Poort van Hoorn
Tekst van het document
Accenten/stoepen: natuursteen of nattuurlijke uitstraling
96
Meubilair en verlichting Stationsgebied zuid •
• • •
Toegepast meubilair en verlichting sluit aan bij het bestaande straatmeubilair van de binnenstad: klassiek en stijlvol. De hekken van de veemarkt worden ook toegepast in de loper door het singelgebied De klassieke lantaarnpaal uit de binnenstad wordt ook toegepast in stationsgebied zuid De wijze van aanlichting krijgt (minstens) zo veel aandacht als de vormgeving van de masten. Bij bijzondere plekken is aanlichting een ontwerpaspect
Hekken Veemarkt
Lantaarn binnenstad Hoorn
Sfeer: aanlichting
Stationsgebied noord •
• • •
Toegepast meubiliair moet passen in een divers straatbeeld. Daarom wordt een universelere vormgeving gebruikt die zowel aansluit op klassieke als moderne architectuurtaal. Vanwege het stationskarakter worden staal en hout gebruikt Vanwege het stationskarakter is detaillering stoer en robuust De wijze van aanlichting krijgt (minstens) zo veel aandacht als de vormgeving van de masten. Bij bijzondere plekken is aanlichting een ontwerpaspect
meubilair met universele vormgeving
staal, hout en robuuste detaillering
masten en armatuur met universele vormgeving (vb: Philips Metronomis)
Sfeer: lage lichtpunten en aanlichting bomen
97
Beeldkwaliteitscriteria stationsgebied
Hoekgebouw in samengesteld blok
Gebouw in straatwand
• • •
• type: appartementen • afmeting: maximaal 30 meter • hoogteverschil van min. 1 bouwlaag tussen naburige panden
Bebouwing Stationsgebied noord vormt de overgang tussen binnenstad en de omgeving van het Dijklander ziekenhuis, dat bestaat uit grootschalige individuele gebouwen. Daarom hebben de gebouwen in stationsgebied noord een tussenschaal die zowel aansluit bij de binnenstad als bij de bebouwing ten noorden van het station: pandsgewijs, maar niet zo kleinschalig als de binnenstad. • Pandsgewijze opbouw. Dat betekent: het gebouw staat op de grond, heeft hoofdzakelijk een verticale geleding, heeft zijn eigen architectuur en ontsluiting. • De pandsgewijze opbouw van de gevelwand betekent dat samengestelde blokken niet als één architectonisch gebaar ontworpen zijn. • Driedeling van de gevel in: een plint, een middendeel en een dakafronding. De plint verhoudt zich tot de bouwhoogte. • Gebouwen zijn overhoeks ontworpen. Zijgevels aan de openbare ruimte hebben openingen. Er is geen onderscheid tussen voor- en zijgevels. Beide hebben een interactie met de straat. • Er is een grote diversiteit in het daklandschap met duidelijk zichtbare hoogteverschillen tussen de bovenste bouwlagen (min. 1 bouwlaag tussen naburige panden) • Uitkragende geveldelen zijn in vorm en uitstraling ondergeschikt aan de hoofdmassa en zijn licht en rank vormgeven. De onderzijde van uitkragende geveldelen dient net zo hoogwaardig afwerkt te worden als de gevel
•
Baken
Individueel blok
• • •
• type: appartementen • afmeting: maximaal 30 meter en 25 meter. • alzijdige oriëntatie, uitstraling en architectuur • plint: verhoogde plint met sterke relatie met openbare ruimte
• • •
98
type: appartementen afmeting: maximaal 30 meter gebouw bestaat uit 2 panden, die in architectuur, uitstraling en bouwhoogte (minimaal 1 bouwlaag) van elkaar verschillen overhoeks ontworpen, zijgevel is ook een voorgevel
type: appartementen afmeting: maximaal 30 meter gebouwen hebben een markante verschijning vanaf grotere afstand materialisering is afwijkend van het Hoornse palet. Contrast zonder te detoneren plint: verhoogde plint met sterke relatie met openbare ruimte voor het overige dezelfde kenmerken als hoekgebouw in samengesteld blok
Materiaal en kleur Het Hoornse palet, zoals beschreven in paragraaf ‘Samenhangende beeldkwaliteit -Gebouwen’ bestaat uit rode-bruine-roze baksteen. Daarnaast zijn er de bakens in wit/zeer lichte kleuren. In het stationsgebied kan dit palet worden aangevuld met zwart/staal. Hiermee wordt de spoorse sfeer benadrukt.
Rood, roze, bruin palet van gevelsteen
Lichtgrijs beton, licht stucwerk, licht of gekeimd metselwerk, lichte natuursteen
Zwart en staal(-kleur) 99
Beeldkwaliteitscriteria stationsgebied Daklandschap en bouwhoogtes
Overgang publiek-privé
Binnenhoven
Het daklandschap is een cruciaal onderdeel voor de beeldtaal van Poort van Hoorn. Het dak is bovendien een plek waar veel ruimteclaims op worden gelegd vanuit het wonen, klimaatadaptatie, energieopwekking etc.
Het stationsgebied heeft een sterke publieke functie en een betekenis voor de hele stad. De openbare sfeer loopt daarom door tot aan de gevel. De overgang tussen het private en publieke domein is in het Stationsgebied relatief ‘hard’. Dat betekent dat de gevels direct aan de openbare ruimte, zonder voortuinen etc. staan of een korte stoepenzone hebben. Bijvoorbeeld een Delftse stoep, waarbij er een lichte verhoging in het straatniveau en/of materiaalverschil is (conform Hoorns palet: natuursteen).
De binnenhoven van het stationsgebied zijn vanwege de hoge dichtheid collectief van aard. Daardoor kunnen zoveel mogelijk bewoners genieten van de deze beschutte rustige kant. Een groene inrichting is essentieel. Waar volle grond is, zullen bomen geplaatst worden. Ook de binnengevels doen mee met het vergroenen van de sfeer. De functie van het hof is vrij: moestuin, spelen, vertoeven etc., als het maar ten dienste van alle bewoners is.
In het stationgebied noord wordt het dak intensief benut en daarom wordt vanuit beeldkwaliteit een bepaalde vrijheid aan de dakafronding gegeven. • Het voldoet aan de voorgeschreven bouwhoogte waarbij de basis 4-8 lagen is, met accenten tot 12 lagen (zie spelregelkaart) • Afronding mag via kap of plat dak. Het dak is herkenbaar als bovenste deel van de driedeling in de gevel. • Platte daken worden groen en klimaatadaptief ingericht • Om diversiteit in het daklandschap te maken is er minstens 1 verdieping of minimaal 3 meter verschil in bouwhoogte tussen naburige panden. • Set-backs worden ingezet om bebouwing minder massaal te maken en lichttoetreding te vergroten. In stationsgebied zuid heeft de bebouwing een kap. Aansluiting bij de binnenstad is het primaire doel. Dat betekent: • Bouwhoogte is maximaal 5 lagen (kappen tellen als bouwlaag) • Dakafronding met kappen
100
De entrees van de appartementengebouwen zijn herkenbaar ontworpen en dragen bij aan het levendige straatbeeld. Belangrijk is daarbij dat entreelobby’s zorgvuldig ingepast zijn omdat ze een behoorlijke impact op het gevelbeeld kunnen hebben. Dat betekent bijvoorbeeld dat postkasten e.d. meeontworpen worden. Voor de sociale en functionele duurzaamheid is het verder van belang dat de plinten actief en open zijn. Plinten moeten zo goed mogelijk de aangrenzende openbare ruimte activeren. De gevelwanden worden hoogwaardig vormgegeven. Langs belangrijke gevelwanden is er geen plaats voor bergingen, garageopeningen en nutsgebouwen. Trafo’s, nutsvoorzieningen en technische ruimtes e.d. zijn integraal meeontworpen in de architectuur.
De begane-grondwoningen hebben wel een relatie met de tuin. Daar kan een overgangszone of terras aan gekoppeld worden. Dit is geen privétuin. Omdat er vele ogen op gericht zijn en blokken soms open zijn, verdienen de binnenkanten net zo veel aandacht als de voorgevels. Ze zijn representatief en uitnodigend ontworpen.