bijlage 1.2 - Ontwerpbestemmingsplan Rozenbuurt - Toelichting
Tekst van het document
16 februari 2021 TOELICHTING
1/2
16 februari 2021 NL.IMRO.0405.BPRozenbuurt-on01 ir. R.J.M.M. Schram 44001770.20181520
Ontwerp
aangesloten bij:
2/2
RBOI - Rotterdam bv Delftseplein 27b Postbus 150 3000 AD Rotterdam telefoon (010) 201 85 55 E-mail: info@rboi.nl
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
blz 2
44001770.20181520
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Vigerend bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
11
2.1
Huidige situatie
11
2.2
Beoogde ontwikkeling
13
2.3
Beeldkwaliteitsplan
16
Hoofdstuk 3
Ruimtelijk beleidskader
17
3.1
Inleiding
17
3.2
Europees beleid
17
3.3
Rijksbeleid
18
3.4
Provinciaal beleid
21
3.5
Regionaal beleid
22
3.6
Gemeentelijk beleid
22
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
29
4.1
Inleiding
29
4.2
Milieueffectrapportage
29
4.3
Wegverkeerslawaai
30
4.4
Verkeer en parkeren
31
4.5
Water
34
4.6
Bodem
38
4.7
Ecologie
39
4.8
Bedrijven en milieuhinder
41
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
43
4.10
Luchtkwaliteit
47
4.11
Externe veiligheid
48
4.12
Kabels en leidingen
50
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
51
5.1
Algemeen
51
5.2
Inleidende regels
51
5.3
Bestemmingsregels
51
Rho Adviseurs B.V.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
44001770.20181520
blz 3
5.4
Algemene regels
52
5.5
Overgangs- en slotregels
53
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
55
6.1
Economische uitvoerbaarheid
55
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
55
6.3
Handhaving
56
6.4
Fasering
57
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 4
Rho Adviseurs B.V.
44001770.20181520
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
TOELICHTING
blz 6
Rho Adviseurs B.V.
44001770.20181520
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
44001770.20181520
Hoofdstuk 1
1.1
blz 7
Inleiding
Aanleiding
Ten noorden van de binnenstad van Hoorn ligt het dorp Zwaag. Zwaag is van oorsprong een lintdorp. Waar vanaf de 16e eeuw veel landbouw in het gebied voorkwam, veranderde dit vanaf 1900 naar glastuinbouw. Zo ook op het terrein van de voormalige rozenkwekerij Balk aan de zuidkant van de Dorpsstraat in Zwaag. Op dit perceel van ca. 8 ha stonden kassen waar tot 2010 rozen gekweekt werden. Deze kassen zijn inmiddels gesloopt en het terrein ligt reeds enkele jaren grotendeels braak. De initiatiefnemer heeft het voornemen deze locatie te ontwikkelen tot woningbouwlocatie. De wens is om hier maximaal 450 woningen te realiseren. De ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van woningen op het perceel mogelijk.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt aan de oostzijde van de ontsluitingsweg Oostergouw. Aan de andere zijde van deze weg ligt bedrijventerrein De Oude Veiling. De noordkant van het plangebied grenst aan de achterzijde van de woonpercelen aan de Dorpsstraat en de kerk aan de Kerkelaan. De oostzijde van het gebied grenst aan sportvelden van S.V. Westfriezen en aan de achterzijde van woonpercelen aan de Pinxterstraat en de aangrenzende percelen aan de Wieringstraat en Dibbitsstraat. De zuidzijde wordt begrensd door een watergang.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 8
44001770.20181520
Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: ArcGIS luchtfoto)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het geldende bestemmingsplan ter plaatse is 'Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen - Oost', vastgesteld op 15 februari 2011.
Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen - Oost (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Voor het grootste deel van het plangebied geldt de bestemming 'Agrarisch - Onbebouwd'. Deze gronden zijn bestemd voor cultuurgrond, sloten, bermen, beplanting en paden waarbij de instandhouding van landschappelijke en natuurlijke waarden wordt nagestreefd. Op een deel van het bestemmingsvlak ligt de aanduiding 'kas' (zwarte stippellijn). Kassen zijn uitsluitend ter plaatse van deze aanduiding toegestaan. De maximum bouwhoogte van een kas bedraagt 6 m. De watergangen in en om het plangebied hebben de bestemming 'Water'. Deze gronden zijn bestemd voor sloten, vaarten en daarmee gelijk te stellen waterlopen en waterpartijen met de daarbij behorende oevers. Het behoud en/of het herstel van de ecologische waarden wordt hierbij nagestreefd.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 komt de ruimtelijke analyse van het plangebied aan de orde en wordt de beoogde ontwikkeling beschreven. Vervolgens wordt de ontwikkeling in hoofdstuk 3 aan het actuele beleidskader getoetst dat relevant is voor het plangebied. In hoofdstuk 4 worden de relevante omgevingsaspecten en de bijbehorende onderzoeken beschreven. Een toelichting op de juridische regeling van het plan is opgenomen in hoofdstuk 5. Ten slotte gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Rho Adviseurs B.V.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
44001770.20181520
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
blz 9
Rho Adviseurs B.V.
blz 10
Rho Adviseurs B.V.
44001770.20181520
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
44001770.20181520
Hoofdstuk 2
2.1
blz 11
Planbeschrijving
Huidige situatie
Omgeving plangebied Het plangebied ligt in de gemeente Hoorn, op de grens tussen het dorp Zwaag en de stad Hoorn. Hoorn is een gemeente met ca. 73.000 inwoners. De stad Hoorn heeft een rijke geschiedenis als handelsstad in de Gouden Eeuw. De historische panden en structuren zijn nog goed kenbaar in de binnenstad, de gehele binnenstad van Hoorn is dan ook aangewezen als beschermd stadsgezicht. Binnen de gemeente Hoorn bevinden zich twee dorpen: Zwaag en Blokker. Zwaag was aanvankelijk een lintdorp. Dit ontginningslint, de huidige Dorpsstraat, was vroeger de hoofdstraat van Zwaag. Het dorp bleef tot ca. 1970 een zelfstandige kern in de Oosterpolder, noordoostelijk van het historische Hoorn. Zwaag werd omringd door landelijk gebied, dat gekenmerkt werd door de ontginningsstructuur met sloten en kavels dwars op het ontginningslint. In de tweede helft van de vorige eeuw begonnen de planmatige stadsontwikkelingen, die geleid hebben tot het huidige stedelijk gebied. Vanaf de jaren '70 werden ten noorden van de kern Hoorn de wijken Risdam-Noord en Risdam-Zuid gebouwd. Het westelijk deel van het lint Zwaag vormt de scheiding van deze wijken; het oorspronkelijke lint is nog steeds herkenbaar. Ten zuiden van het oostelijke deel van Zwaag werd de uitbreidingswijk Bangaerde gebouwd. In de jaren '80 werden de gemeenten Hoorn, Zwaag en Blokker samengevoegd.
In dat kader werd de wijk Nieuwe Steen met het nieuwe, centraal gelegen, gemeentehuis gerealiseerd. Verder werd de wijk Kersenboogerd ontwikkeld. Hiermee werd het stedelijk gebied naar de westzijde ontwikkeld. De dorpen Zwaag en Blokker zijn daarmee opgenomen in het stedelijk weefsel. Binnen dit weefsel zijn nog enkele (voormalige) agrarische gebieden aanwezig, die nog niet bebouwd zijn. Het plangebied vormt één van deze gebieden. Het huidige Zwaag bestaat voornamelijk uit woonwijken en bedrijfsgebieden. Aan de noordzijde van Zwaag ligt bedrijventerrein Westfrisia. Ten oosten, zuiden en westen van dit bedrijventerrein liggen woonwijken. Aan de zuidzijde van de Dorpsstraat ligt een kleiner bedrijventerrein: De Oude Veiling. Rondom het kruispunt met de Dorpsstraat en de Pastoor Nuijenstraat bevinden zich diverse functies, zoals winkels, een cultureel centrum en sportfaciliteiten. Plangebied Het plangebied ligt aan de zuidzijde van het oorspronkelijke lint Dorpsstraat. Tevens ligt hier de hervormde kerk van Zwaag. Aan de zuidzijde ligt het tegen het lint Koewijzend aan. Aan de zuidwestkant van het plangebied ligt de ontwikkeling Nieuwe Steen, het hart van het stedelijk gebied van Hoorn. Het plangebied ligt dus zeer centraal. In de directe omgeving bevinden zich diverse voorzieningen, zoals een basisschool, een sportcomplex en groenvoorzieningen.
De centrumvoorzieningen in Zwaag liggen op circa één kilometer afstand. Het plangebied bestaat uit grasland en wordt omgeven door waterlopen. De westzijde wordt begrensd
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 12
44001770.20181520
door de Oostergouw. De Oostergouw is een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/h. Deze weg maakt onderdeel uit van de hoofdstructuur van Hoorn. Aan de oostzijde grenst de locatie aan het sportcomplex van S.V. Westfriezen. De zuidzijde wordt gevormd door de watergang de Grote Wijzend, de oorspronkelijke zuidelijke ontginningsgrens van Zwaag.
Figuur 2.1: Zicht op plangebied vanaf de Oostergouw (bron: Google Street View, april 2019) Voorheen was het plangebied geheel ingevuld met kassen. Deze zijn in enkele jaren geleden gesloopt. Midden in het plangebied staat in de huidige situatie nog wel de bedrijfsloods met bijbehorend parkeerterrein. Het bedrijf maakt geen gebruik van het omliggende terrein.
Figuur 2.2: Zicht op bedrijfslocatie vanaf de Oostergouw (bron: Google Street View, april 2019) Binnen het plangebied is de oorspronkelijke ontginningsstructuur nog goed herkenbaar. Zo loopt over het terrein, dwars op het verkavelingslint Dorpsstraat, een verkavelingssloot. Deze sloot wordt begeleid door een elzenlaan.
Rho Adviseurs B.V.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
44001770.20181520
blz 13
Figuur 2.3: Rij elzen binnen het plangebied (bron: Quickscan ecologie FaunaX)
2.2
Beoogde ontwikkeling
De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van de woonwijk 'Rozenbuurt'. Binnen de Rozenbuurt worden maximaal 450 woningen gerealiseerd. Het programma bestaat uit maximaal 180 grondgebonden woningen en 270 appartementen. In de plint van de appartementengebouwen komt ruimte voor maximaal 500 m2 vvo aan maatschappelijke functies. Stedenbouwkundige opzet Het stedenbouwkundig plan voor de woonwijk Rozenbuurt is gebaseerd op dorpse kwaliteiten en principes. De Rozenbuurt krijgt een stedenbouwkundige structuur die borgt dat de wijk goed aansluit op de omgeving, bestaande karakteristieken behoudt, maar ook een eigen identiteit aan de wijk geeft. Vanaf de bestaande ontsluiting op de Oostergouw wordt een centrale as door de wijk gelegd. Deze loopt tot het sportterrein van S.V. Westfriezen, die aan deze zijde een nieuwe entree krijgt. De westzijde van de wijk, grenzend aan de Oostergouw, krijgt het karakter van een oeverzone. De wegen en het water krijgen hier een organische vorm. De oostzijde van het plangebied krijgt een wat rechthoekige opzet. Dit sluit aan op de richting van de oorspronkelijke verkavelingsstructuur, die deels nog in het plangebied aanwezig is. Wel krijgen de straten binnen dit deel een organisch verloop, zodat het dorpse karakter versterkt wordt.
De historische kerk, die net buiten het gebied ligt, krijgt een belangrijke functie als stedenbouwkundige schakel tussen de wijk en het dorp. In het stedenbouwkundig plan zijn twee zichtlijnen op de kerktoren opgenomen. Verder is voor de kerk een centraal plantsoen geprojecteerd.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 14
44001770.20181520
Figuur 2.5: Impressie toekomstige verkaveling (bron: GeO Architecten) Grote huizen Aan de oostzijde van het plangebied, langs de Oostergouw, wordt een oeverzone gerealiseerd waarin zes appartementengebouwen worden geplaatst, als zijnde 'grote huizen'. De 'grote huizen' zijn alzijdige meergezinsgebouwen van 6-8 bouwlagen met een expressief dakprofiel, die de gedaante hebben van 'verschaalde woonhuizen' in een ruimere omgeving. Deze 'grote huizen' staan in een ruim en groen oeverprofiel. Het parkeren wordt in deze oeverzone opgelost. Het meest zuidelijke 'grote huis' wordt voorzien van een parkeergarage op maaiveld. Tussen de oeverzone en de Oostergouw wordt het bestaande water verbreed. Grondgebonden woningen De oostzijde van het gebied wordt ingevuld met maximaal 180 grondgebonden woningen. Dit deel krijgt een dorpse uitstraling met een gemengde typologie. Hierdoor wordt aangesloten bij de bebouwing van de kern Zwaag. Langs de Dubbele Laan wordt aan weerszijde voorzien in geschakelde woningen. De woningen langs de Verlengde Kerkelaan vervangen de slag in het historische landschap die nu nog op de locatie zichtbaar is. De meeste woningen staan aan smalle, vaak enigszins slingerende weggetjes met groene bermen. Aan die bermen staan de woningen in een ruime voortuin, 3-5 meter breed. Daarin wordt een dubbele oprit opgenomen.
Het openbaar parkeren is nagenoeg overal opgelost met parkeerkoffers en -clusters (parkeernissen langs de straten) tussen de bebouwing, zodat het wegbeeld niet wordt verstoord en gehinderd door geparkeerde voertuigen. Ontsluiting De Rozenbuurt wordt voor het autoverkeer ontsloten op de Oostergouw. De interne hoofdontsluiting bestaat uit de Oeverlaan, de Dubbele Laan en de Verlengde Kerkelaan. De interne ontsluiting met de werkstraatnamen is weergegeven in figuur 2.6. De Dubbele Laan is als entree van de buurt de 'backbone' van het plangebied. Het midden van deze laan is ingericht als parkeerterrein. Dit parkeerterrein voorziet in de parkeerplaatsen voor S.V. Westfriezen. De Verlengde Kerkelaan, die in de lijn van de oorspronkelijke verkavelingsstructuur ligt, wordt aan de noordzijde gemarkeerd door het uitzicht op de torenspits van de kerk aan de Dorpsstraat. In de regels wordt geborgd dat de zichtlijn richting de kerk vrij van bebouwing blijft. De Oeverlaan, aan de westzijde van het gebied, heeft een organischer verloop. Dat sluit ook aan bij de verkaveling, die in dit deel van het gebied parkachtig en losser is. Aan de hoofdstructuur takken woonstraten aan. Ook de woonstraten krijgen een enigszins organisch verloop, de zogenaamde slordige wegen, wat een dorpse Rho Adviseurs B.V.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
44001770.20181520
blz 15
stedenbouwkundige structuur oplevert. Voor langzaam verkeer zullen door het gebied diverse routes gerealiseerd worden. Via de paden rond de kerk, de stedenbouwkundige schakel, wordt aangesloten op langzaam verkeersroutes in Zwaag.
Figuur 2.6: Werkstraatnamen interne ontsluiting (bron: GeO architecten) Profielen bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 16
44001770.20181520
In Bijlage 1 is het stedenbouwkundig plan toegevoegd. Op bladzijde 26 en 27 van het stedenbouwkundig plan zijn de oost-west en noord-zuid profielen weergegeven.
2.3
Beeldkwaliteitsplan
Op basis van het hiervoor beschreven stedenbouwkundig plan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarmee wordt gestuurd op de relaties tussen de verschillende bouwdelen van de Rozenbuurt, onderling en naar hun omgeving. In het beeldkwaliteitsplan wordt ingegaan op de inrichting van de openbare ruimte, de aansluiting van de gebouwen op de openbare ruimte, de volumes van de gebouwen en de afwisseling in dakvormen en materialisatie. Het beeldkwaliteitsplan wordt samen met het bestemmingsplan vastgesteld, tenzij het College van B&W anders beslist, en is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen (Bijlage 2).
Rho Adviseurs B.V.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
44001770.20181520
Hoofdstuk 3
3.1
blz 17
Ruimtelijk beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan relevant beleid op Europees, Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.
3.2
Europees beleid
3.2.1 Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft tot doel landoppervlaktewater, overgangswater, kustwateren en grondwater te beschermen om: 1. van water afhankelijke ecosystemen in stand te houden en te verbeteren; 2. de beschikbaarheid van water veilig te stellen en het duurzaam gebruik te bevorderen; 3. het aquatisch milieu in stand te houden en te verbeteren door het voorkomen van verontreiniging; 4. de gevolgen van overstroming en droogte te beperken. Deze kaderrichtlijn is onderdeel van het gemeentelijk beleid en daarom ook van het ruimtelijk beleid. In dat verband speelt het Nationaal Bestuursakkoord Water dat op 25 juni 2008 onder andere in verband met de implementatie van deze richtlijn is geactualiseerd. In dit akkoord zijn de inspanningen beschreven om de waterhuishouding tegen de achtergrond van de richtlijn en de nieuwe klimaatscenario’s op orde te brengen en te houden. Dit geactualiseerde bestuursakkoord is uitgangspunt voor het ontwikkelen en uitvoeren van ruimtelijke plannen. De KRW moet er voor zorgen dat het Europese oppervlakte- en grondwater een ‘goede toestand’ bereikt. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft in zijn gebied gewerkt aan de uitwerking van de richtlijn. Dit gebeurde samen met alle overheden en in overleg met maatschappelijke organisaties.
In het kader van dit bestemmingsplan is in overleg met het Hoogheemraadschap een waterparagraaf opgesteld (zie paragraaf 4.5). Dit beleid en de waterparagraaf zijn in lijn met de KRW. 3.2.2 Europese richtlijn over de beoordeling en het beheer van overstromingsrisico Deze richtlijn heeft tot doel een kader voor de beoordeling en het beheer van overstromingsrisico's vast te stellen, om de negatieve gevolgen te beperken, die overstromingen voor de gezondheid van de mens, het milieu, het cultureel erfgoed en de economische bedrijvigheid met zich mee brengen. In de nota Water in beeld 2009 ‘Voortgangsrapportage over het waterbeheer in Nederland in het jaar 2008’ (nota Water in Beeld) wordt dat beschreven. Voor de Rozenbuurt zijn er geen consequenties.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 18
3.3
44001770.20181520
Rijksbeleid
3.3.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt niet alleen regels omtrent de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen. Toetsing De beoogde ontwikkeling heeft geen raakvlakken met het beleid zoals benoemd in het SVIR en het Barro.
3.3.2 Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 2012, actualisering 2017) Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe te borgen is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven. Voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit de handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking (bron: InfoMil) en jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van minder dan 12 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling gaat uit van maximaal 450 woningen. Dit is een stedelijke ontwikkeling en is daarom getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Dit rapport is toegevoegd in bijlage 3. Hieruit blijkt de ontwikkeling in lijn is met de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.3.3 Crisis- en herstelwet De Crisis- en herstelwet (Chw) is op 31 maart 2010 in werking getreden en is gericht op versnelling van infrastructurele projecten. Hieronder vallen grote bouwprojecten en projecten op het gebied van duurzaamheid, energie en innovatie. Tevens beoogt de wet een economische impuls te geven aan de bouwsector ten tijde van de kredietcrisis. De Chw versnelt enerzijds de procedures voor deze grote projecten, maar handhaaft anderzijds de noodzakelijke waarborgen voor zorgvuldige besluitvorming. De wet bevat een groot aantal wetswijzigingen, waarmee procedures worden ingekort, het aantal benodigde vergunningen wordt teruggedrongen en meer duidelijkheid wordt geschapen in bestuurlijke verantwoordelijkheden waarbij
Rho Adviseurs B.V.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
44001770.20181520
blz 19
Europese en internationale regelgeving wel volledig van kracht blijft. In december 2011 heeft de ministerraad ingestemd met een voorstel om de wet voor onbepaalde tijd te verlengen. Sinds 25 april 2013 heeft de Chw een permanent karakter gekregen. In deze wet zijn categorieën projecten aangewezen waarvoor de procedurele aspecten van deze wet van toepassing zijn. In bijlage 1 van de wet is als besluit opgenomen het bestemmingsplan waarmee de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden wordt mogelijk gemaakt. Voor een dergelijk bestemmingsplan zijn de procedurele bepalingen van afdeling 2 van de Chw van toepassing. De bedoeling daarvan is om de bouwnijverheid als economisch vitale sector een stimulans te geven. Deze stimulans is gevonden in een vergaande stroomlijning en vereenvoudiging van besluitvormingsprocessen. Het plan maakt de bouw van meer dan 11 woningen mogelijk. De Chw is op het onderhavige bestemmingplan van toepassing. 3.3.4 Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet. Het Nationaal Waterplan is op 22 december 2009 in de ministerraad vastgesteld en beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.
Belangrijke onderdelen van het Nationaal Waterplan zijn het nieuwe beleid op het gebied van waterveiligheid, het beleid voor het IJsselmeergebied, het Noordzeebeleid en de Stroomgebiedbeheerplannen op grond van de KRW. Bij de ontwikkeling van locaties in de stad wordt ernaar gestreefd dat de hoeveelheid groen en water per saldo toeneemt. Dit moet stedelijk gebied aantrekkelijk en leefbaar maken en houden. Bij de aanpak van de stedelijke wateropgave wordt rekening gehouden met verdergaande verstedelijking en klimaatverandering. Ook wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de dynamiek van de stad. De combinatie van water en groen biedt volop kansen om het stedelijk watersysteem robuuster en klimaatbestendiger te maken. Het beleid van de bovenstaande nota is doorvertaald naar het beleid van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Voor dit bestemmingsplan is in overleg met het Hoogheemraadschap een waterparagraaf opgesteld, waarin alle relevante onderwerpen worden behandeld (zie paragraaf 4.5).
3.3.5 Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland; 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden; en 3. vereenvoudiging van regels. Gebiedsbescherming In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen. Voorbeelden zijn de Veluwe, Rijntakken (rivieren) en de Waddenzee. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. In de Wet natuurbescherming blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 20
44001770.20181520
bescherming van Beschermde Natuurmonumenten komt te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan de Ecologische Hoofdstructuur (EHS)/het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Soortbescherming Zowel in de hiervoor geldende Flora- en faunawet als in de actuele Wet natuurbescherming (stonden) staan verbodsbepalingen voor activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten. Met de nieuwe wet is de lijst van beschermde soorten gewijzigd. Waar de Flora- en faunawet uitging van drie beschermingsniveaus, verdeelt de Wet natuurbescherming de beschermde soorten in twee groepen. De eerste categorie betreft strikt beschermde soorten waaronder soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de tweede categorie staan andere soorten, bijvoorbeeld uit de Rode Lijst. De bescherming van vaatplanten uit tabel 1 en tabel 2 (Flora en faunawet) is vervallen. Onder de Wet natuurbescherming worden nog 75 soorten vaatplanten beschermd, waaronder soorten die niet eerder werden beschermd. De bescherming van mieren vervalt. Vrijwel alle zoogdieren blijven beschermd. Meer soorten libellen en vlinders worden beschermd.
Bij een ontheffingsaanvraag onder de nieuwe wet wordt nog steeds getoetst aan drie criteria: Is er sprake van bepaalde, in de wet genoemde belangen? Is er een ‘andere bevredigende oplossing’ mogelijk? Doet een ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort? Daarmee verandert er weinig in vergelijking met de toetsingspraktijk in het recente verleden. Bescherming van houtopstanden De Boswet kende twee belangrijke instrumenten: meldingsplicht en herplantplicht. Wie (een deel van) een houtopstand velt, moet dit tevoren melden en heeft de plicht om hetzelfde areaal te herplanten. Dit instrumentarium blijft in de Wet Natuurbescherming behouden. Provincies gaan bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. De herplantplicht vervalt voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op het aspect ecologie. 3.3.6 Convenant Duurzaam Veilig In 1997 is het convenant Startprogramma Duurzaam Veilig Verkeer opgesteld. Dit convenant is ondertekend door het ministerie van Verkeer en Waterstaat en de lagere overheden (Vereniging Nederlandse Gemeenten, Interprovinciaal Overleg en de Unie van Waterschappen). Dit convenant heeft, met het oog op de verkeersveiligheid, geleid tot eenduidige categorisering van wegtypen.
Er worden drie categorieën wegen onderscheiden met een verschillende functie en een daarbij behorend wegontwerp: Stroomwegen. Dit type weg is bestemd om veel verkeer te verwerken met zo min mogelijk oponthoud. De stroomweg is bij voorkeur ongelijkvloers met een snelheid van minimaal 100 km/h. Gebiedsontsluitingswegen. Dit is een weg die is ontworpen of aangewezen om een gebied aan te sluiten op stroomwegen. De opbouw van de wegvakken is gericht op doorstroming, alleen op de kruispunten vindt uitwisseling plaats. Zo zijn er bijvoorbeeld geen erfaansluitingen en zijn er fietspaden langs de weg. Erftoegangswegen. Dit is een weg die bedoeld is om verkeer uit te wisselen, zowel op wegvakken als op kruispunten. Op een erftoegangsweg gelden lagere snelheden. Zo geldt voor een dergelijke weg in de bebouwde kom 30 km/uur. De wegen in dit bestemmingsplan zijn erftoegangswegen. Deze wegen worden duurzaam veilig ingericht.
Rho Adviseurs B.V.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
44001770.20181520
3.4
blz 21
Provinciaal beleid
3.4.1 Omgevingsvisie NH2050 In november 2018 is de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. De omgevingsvisie is vastgesteld om de provincie richting te geven en om onderwerpen aan te geven waar de samenleving iets mee zou moeten. Deze onderwerpen zijn bijvoorbeeld klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, grote woningbehoeftes, bodemdaling en verminderde biodiversiteit. Op deze onderwerpen hebben de Provinciale Staten ambities geformuleerd. De hoofdambitie is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. In de visie wordt geen eindbeeld gepresenteerd voor 2050, maar de visie laat zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast worden vijf samenhangende bewegingen geschetst. Bewegingen die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op onze samenleving afkomen en die we willen faciliteren.
Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. De toetsing aan het provinciaal beleid vindt plaats in het kader van de Provinciale Ruimtelijke Verordening. 3.4.2 Omgevingsverordening NH2020 (vastgesteld 16-11-2020) De Omgevingsverordening NH2020 is op 17 november in werking getreden. In de nieuwe omgevingsverordening zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland.
Hierin wordt een evenwichtige balans gezocht tussen economische groei en leefbaarheid. De toetsing aan het provinciaal beleid voor het aspect wonen is verwerkt in de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Zie tevens paragraaf 3.3.2. De toets aan de ladder is toegevoegd in bijlage 3. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling in lijn is met het provinciaal beleid. 3.4.3 Woonagenda Noord-Holland 2020-2025 De provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van dit beleid zijn: 1. Een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 22
2.
44001770.20181520
Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie
In Noord-Holland Noord wordt de subsidie voor de flexibele schil door de provincie zelf ingezet. We ondersteunen versnelling van de woningbouw, zeker in steden die een goede verbinding met de MRA hebben, door maatwerkafspraken in de woonakkoorden. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij regionale initiatieven zoals de aanpak van de Woningmakers in de regio Alkmaar, Het KWK van de Kop, de ’Aanpak realiseren woningbouwopgave’ van de gemeente Schagen en het afwegingskader van Westfriesland. De toetsing van de ontwikkeling vindt verder plaats in het kader van het afwegingskader van Westfriesland in Bijlage 3.
3.5
Regionaal beleid
3.5.1 Woonakkoord 2020-2025 regio Westfriesland en Provincie Noord-Holland Voor de regio West-Friesland is een Woonakkoord opgesteld. Deze zijn door alle gemeenteraden in de regio vastgesteld. Het Woonakkoord draagt samen met het afwegingskader wonen Westfriesland 2019 bij aan de binnen het Pact van Westfriesland uitgesproken ambitie om tot de top 10 woonregio’s van Nederland te behoren. Samen met het Woonakkoord wordt uitvoering gegeven aan realistische doelen die in de regio opgepakt worden om de woningmarkt (meer) toekomstbestendig te maken en te behouden. In het Woonakkoord voor WestFriesland werken de Westfriese gemeenten Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Enkhuizen, Drechterland en Stede Broec samen met de provincie aan een evenwichtig en afgestemd woningbouwprogramma in de regio. Naast deze gemeenten, hebben ook betrokken marktpartijen zoals woningcorporaties, zorgpartijen, bouwers, ontwikkelaars en huurdersvereniging input geleverd voor dit Woonakkoord. De speerpunten uit het woonbeleid zijn: bestaande voorraad: kwaliteit en aantrekkelijkheid op peil houden en uitbouwen; vitale kernen: leefbaar West-Friesland tot in de kern; nieuwbouw: vooral inzetten op onderscheidende en complementaire producten; scheiden van wonen en zorg: langer zelfstandig wonen bevorderen; flexibel kader: houvast voor de regio en ruimte voor marktinitiatieven.
De ontwikkeling wordt in Bijlage 3 getoetst aan bovenstaand beleid.
3.6
Gemeentelijk beleid
3.6.1 Energie en duurzaam bouwen Toetsingskader Hoorn heeft zichzelf de ambitie gesteld om op Hoorns grondgebied in 2030 een CO2-reductie te behalen van 49% ten opzichte van het CO2-niveau in 1990. Doel is om in 2040 klimaatneutraal te zijn. De stad zal in de komende jaren een forse bijdrage moeten leveren om dit doel te behalen. Daarvoor is het programma Duurzame Stad opgesteld om een beweging en versnelling te creëren in de opgave. Het programma Duurzame Stad bestaat uit de hoofdonderwerpen Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie en biodiversiteit. Er wordt momenteel een haalbaarheidsstudie gedaan naar een warmtenet. In het plan Holenkwartier (dat in uitvoering is) wordt momenteel gewerkt met een Warmte Koude Opslag installatie (WKO) en toepassing van energie uit oppervlaktewater. Dit is een positieve ontwikkeling. Rho Adviseurs B.V.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
44001770.20181520
blz 23
Voor nieuwe ontwikkelingen zijn vanuit het geldende beleid de volgende eisen en wensen op het gebied van duurzaamheid bepaald: Energietransitie Voor dit onderwerp geldt in ieder geval de wettelijke eis om te voldoen aan BENG en aardgasloos. Bovenop deze wettelijke eisen heeft de gemeente Hoorn een aantal wensen die bijdragen aan de ambitie om toe te werken naar klimaatneutraal. Wensen Ambitie BENG-normering: 1. BENG 1 (stimuleren beter casco). 2. BENG 2 (minder fossiele energieverbruiken). 3. BENG 3 (meer hernieuwbare energie opwekken. Zorgen dat alle infrastructuur is voorbereid om het gehele dak vol te plaatsen met zonnepanelen. Realiseren van een energieneutraal gebouw. Aandachtspunten Bij bodemenergiesysteem tijdig kijken naar situering. Er mag geen interferentie ontstaan met andere systemen in de omgeving. Als er elektrisch verwarmd gaat worden, betekent dit ook iets voor de vraag naar elektriciteit. De initiatiefnemer moet bij Liander navraag doen of de capaciteit toereikend is voor de aansluitingen in het gebied. Circulaire economie Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) is bij elke aanvraag voor een Omgevingsvergunning verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegestaan. De norm is 1. Wensen Realiseren van een MPG van 0,7 per m2 BVO.
Minimaal 20% gerecycled materiaal gebruiken in het pand of ontwikkelaar laat zien waar hij specifiek aandacht besteed aan circulair. Aandachtspunt De milieubelasting van bouwmaterialen kan ook worden beperkt door compact te bouwen (beperkt het aantal wanden, hoeken en materiaal intensieve afwerkingen), flexibel te bouwen en het materiaalverlies te beperken. De detaillering zodanig uitvoeren dat vervanging /hergebruik van gebouwonderdelen mogelijk is en de te verwijderen materialen herbruikbaar zijn. Klimaatadaptatie/biodiversiteit Recent is de stresstest klimaatbestendig Westfriesland opgeleverd. Hieruit wordt duidelijk waar effecten zijn op gebied van droogte, hitte, wateroverlast, overstromingen, bodemdaling en waterkwaliteit. In het kader van toekomstbestendig bouwen is het wel van belang om aandacht te geven aan dit onderwerp. Wensen De tuinen/het gebied/de parkeerplaatsen rondom de woningen worden alleen noodzakelijk verhard. Het overige wordt groen ingericht. Hiermee wordt voldoende waterafvoer geborgd, het zal de luchtkwaliteit ten goede komen en het biedt kansen aan ecologische waarden. Groenstructuren/soorten groen zijn van belang. Dit is relevant voor de hittestress en draagt bij aan gezonde leefomgeving. Waar mogelijk/nodig waterdoorlatende verharding toepassen. Nestkasten worden geïntegreerd in het ontwerp van de gevel en/of dak van de woningen.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 24
44001770.20181520
Een groen dak (combi met zonnepanelen) en zorgen voor een voorziening voor het opvangen van regenwater voor later gebruik. Buffering van water op de kavels, hierdoor wordt het gemeentelijk rioleringsstelsel ontlast. Een richtlijn hierbij is een bui van 60 mm per uur 24 uur op de eigen kavel kunnen bergen. Mobiliteit Bij nieuwe woningen en woningen die een ingrijpende renovatie krijgen met meer dan 10 parkeervakken moeten leidingen voor oplaadpunten worden gerealiseerd. Wensen 15% van de parkeerplaatsen direct geschikt om elektrisch laden voor auto's mogelijk te maken. Zorgen voor voldoende elektrische oplaadpunten voor fietsen. Onderzoek en conclusie Bovenstaande wensen worden overwogen in de nadere uitwerking van het stedenbouwkundig ontwerp van de Rozenbuurt. 3.6.2 Structuurvisie Hoorn De Structuurvisie Hoorn is op 10 juli 2012 vastgesteld. De gemeente wil jonge huishoudens in Hoorn houden (veelal uit de regio). De opgave is om afgestudeerden te verleiden om terug te komen of om te kiezen voor Hoorn. Het vasthouden van jonge huishoudens is mede gewenst vanwege de sterke vergrijzing. Het doel met betrekking tot Zwaag is om een dorpsmilieu te creëren met een fijnmazige afwisseling en functiemenging en met ruimte voor alle doelgroepen. Toetsing Het is van groot belang dat de woningbouw op peil blijft. Hiertoe dienen voldoende locaties beschikbaar te zijn.
De huidige locaties bevatten voldoende capaciteit om de kwantitatieve en kwalitatieve reguliere vraag tot 2025 te kunnen accommoderen. Daarnaast wordt gezocht naar mogelijkheden om aan de vraag te voldoen in inbreidingslocaties. Hierbij dient marktgericht gebouwd te worden. Het plangebied is een dergelijke inbreidingslocatie. Hiermee kan voldaan worden aan de woningbehoefte, ook voor na 2025. De transformatie naar woonlocatie is daarnaast passend bij de reeds aanwezige woonlocaties in de directe omgeving. De ontwikkeling is in lijn met de gemeentelijke structuurvisie. 3.6.3 Woonvisie Hoorn 2020-2025 (2020) De Hoornse woningmarkt en de ambitie om meer stad te worden vraagt om een nieuwe koers. Door de enorme krapte op de woningmarkt is de urgentie groot. De gemeente Hoorn wil zich blijven ontwikkelen. De huidige vergrijzing en ontgroening (jongeren die de stad verlaten) heeft een negatief effect op de leefbaarheid en vitaliteit van de stad en daarmee een negatief economisch effect. Een divers aanbod van woningen, werkgelegenheid, zorg-, onderwijs- en recreatievoorzieningen is van groot belang voor een dynamische stad. Daarnaast zet de gemeente in op een samenleving waarin iedereen meedoet, met duurzame, toekomstbestendige en betaalbare woningen.
Kernpunten uit de visie zijn: inzetten op de groei van de stad, een gemengde bevolking naar leeftijd en sociaal-economische status per wijk, een duurzamer woningvoorraad, meer sociale huurwoningen en betere doorstroming in de sociale- en middencategorie. Ook stelt het college op verzoek van de raad voor een hoogbouwvisie uit te werken. De gemeente past bij nieuwbouw de doelgroepenverordening toe om de begrippen sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en middeldure huurwoningen te definiëren. Daarnaast moet in deze verordening de instandhoudingtermijn voor deze woningen worden bepaald, binnen de in het Bro gestelde grenzen. Door middel van deze verordening kan een woonprogramma worden vastgelegd in de
Rho Adviseurs B.V.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
44001770.20181520
blz 25
regels van een bestemmingsplan. Toetsing en conclusie De ontwikkeling van de Rozenbuurt draagt bij aan de woningbouwproductie binnen de gemeente. Daarnaast zal worden voldaan aan de doelgroepenverordening. Hiermee wordt bijgedragen aan het aanbod van betaalbare woningen. In de regels van dit bestemmingsplan is de Woningdifferentiatie vastgelegd. Er wordt minimaal 30 % gerealiseerd in de categorie sociale koop en/of huurwoningen en minimaal 30 % in de categorie geliberaliseerde woning voor koop- en/of middenhuur. De ontwikkeling is in lijn met het gemeentelijk woonbeleid. 3.6.4 Waterplan Hoorn In samenwerking met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) heeft de gemeente Hoorn in 2002 een Waterplan opgesteld. Het doel van dit Waterplan is de randvoorwaarden te scheppen waarmee een aantrekkelijk, gezond en duurzaam watersysteem met een hoge belevingswaarde bereikt wordt. In overleg met het HHNK is in paragraaf 4.5 een waterparagraaf opgesteld, waarin alle belangrijke onderwerpen op het gebied van water worden behandeld. 3.6.5 Fietsnota Fietsend verder naar 2020 De fiets is voor inwoners van Hoorn een belangrijk vervoermiddel. Gemiddeld wordt circa 35% van de verplaatsingen met de fiets gedaan. De nota heeft de volgende doelstellingen: 1. terugdringen van het aantal ongevallen; 2. de bereikbaarheid verbeteren; 3. infrastructuur optimaliseren en verhogen comfort; 4.
terugdringen fietsendiefstal; 5. voldoende veilige stallingplaatsen; 6. uitbreiden OV-fietslocaties; 7. bewegwijzering uitbreiden. Het fietsnetwerk Het nieuwe fietsnetwerk is samengesteld op basis van het netwerk uit de nota ‘Veiliger fietsen’ en de fietsintensiteiten van de metingen uit 2007. Dit heeft geleid tot een andere opzet van het netwerk met hoofdfietsroutes en ontsluitingsroutes. Het netwerk uit de nota ‘Veiliger fietsen’ kende nog drie typen routes: hoofd-, secundaire en ontsluitingsroutes. Vanuit de diverse invalswegen lopen hoofdfietsroutes richting de binnenstad van Hoorn. Langs de west- en zuidzijde van het plangebied ligt een hoofdfietsroute. Het plangebied wordt aangesloten op deze hoofdfietsroute.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 26
44001770.20181520
Figuur 3.1: Fietsnetwerk Hoorn met het plangebied in rood omcirkeld (bron: Fietsnota Hoorn)
3.6.6 Masterplan Hoofdinfrastructuur Hoorn Dit plan gaat in op de toekomstige verkeersstructuur van de gemeente Hoorn. Het Masterplan dient niet één doel. Het Masterplan speelt in op verschillende thema's. Kort gezegd komt het erop neer dat het Masterplan als doel heeft om tot een visie te komen waarin recht wordt gedaan aan Hoorn als een: goed bereikbare stad; veilige stad om aan het verkeer deel te nemen; prettige leefbare stad wat betreft de overlast die het verkeer veroorzaakt. Het Masterplan is meer dan een visie ten aanzien van de hoofdinfrastructuur. Er zijn maatregelen bedacht die ervoor zorgen dat de visie werkelijkheid gaat worden. Deze maatregelen zullen geïmplementeerd moeten worden. Er is een onderscheid gemaakt in korte en lange termijnmaatregelen. Korte termijnmaatregelen hebben betrekking op de periode tot 2010 en lange termijnmaatregelen op de periode 2010-2020. Een overzicht van maatregelen - inclusief een prioriteitenlijst, een globale uitvoeringsplanning en een grove kostenindicatie - is onderdeel van het Masterplan. Het Masterplan stelt daarmee effectieve maatregelen voor die het verkeer zodanig verdelen dat sprake is van een zo duurzaam mogelijke oplossing. De Oostergouw langs de westzijde van het plangebied maakt onderdeel uit van de hoofdinfrastructuur van Hoorn. Het Masterplan heeft geen consequenties voor dit bestemmingsplan.
Rho Adviseurs B.V.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
44001770.20181520
blz 27
3.6.7 Groenvisie Hoorn 2019 - 2029 De gemeente Hoorn heeft in de Groenvisie het beleid op het gebied van groen en natuur vastgelegd. In de Groenvisie maakt de stad voor de komende 10 jaar keuzes voor het beheer, inrichting en gebruik van het groen. Groen is één van de belangrijkste stofferingen in de openbare ruimte. Een groene aankleding zorgt voor sfeer en beleving. Ook is groen van belang voor klimaatbestendigheid en een gezond leefklimaat in een steeds meer dichtbevolkte gemeente. Door inbreiding van woningen ontstaat meer druk op de groengebieden. De kwaliteit en kwantiteit van het groen wordt zo nog belangrijker voor de stedelijke leefbaarheid. Het groen in de openbare ruimte kan tenslotte bijdragen aan andere maatschappelijke doelen, zoals het verbeteren van de sociale cohesie. Binnen diverse pijlers zijn ambities gevormd. Het beleid is om in nieuwbouwwijken de kwaliteit en kwantiteit van het toekomstige groen te borgen. De Oostergouw heeft een groen karakter. Dit karakter wordt versterkt door een groene oever te realiseren aan de westzijde van de Rozenbuurt, parallel aan de Oostergouw. Daarnaast wordt de wijk ontworpen met groene profielen. Ook de Dubbele Laan wordt voorzien van een groene uitstraling. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het groen in Hoorn. 3.6.8 Bomenbeleidsplan Het Bomenbeleidsplan steunt op het Groenbeleidsplan uit 2004.
Centraal in het boombeleid van Hoorn staat het beschermen van het huidige en toekomstige bomenbestand en het scheppen van voorwaarden voor een optimale ontwikkeling en verzorging van bomen. Via het principe ‘niet kappen tenzij’ worden de gemeentebomen zoveel mogelijk beschermd. De kapprocedure volgens de regelgeving van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) komt tegemoet aan dit principe. De bomenkaart vormt de onderlegger voor het Bomenbeleidsplan. De belangrijke huidige en gewenste boomstructuren zijn vastgelegd op kaart. Deze boomstructuren zijn onderverdeeld in hoofdstructuur, secundaire structuur en het wijkgroen en parkgroen. De hoofdstructuur valt grotendeels samen met de ontsluitingsstructuur vanuit de wijken en de stad. De secundaire structuur bestaat uit een aantal lange routes door de wijk langs wegen, fietspaden en watergangen. Langs deze routes staan beeldbepalende boomrijen. Hoorn zet zich in voor het handhaven en optimaliseren van deze boomstructuren. Figuur 3.2 geeft de bomenkaart van Hoorn weer. Langs de westzijde van het plangebied loopt de hoofdstructuur en aan de zuidzijde de secundaire structuur. In het nieuwe plan wordt langs de Oostergouw voorzien in een groene zone.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 28
44001770.20181520
Figuur 3.2: Bomenkaart Hoorn met in rood het plangebied omcirkeld (bron: Bomenbeleidsplan Hoorn)
3.6.9 Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (2020) De overheid laat steeds meer activiteiten aan de markt over. Bij nieuwe ontwikkelingen in de gemeente ontwikkelt een initiatiefnemer niet alleen privaat terrein, maar ook de openbare ruimte. Nadat de openbare ruimte gereed is, neemt de gemeente deze over in beheer en eigendom. Daarom is het belangrijk dat de gemeente vooraf kan aangeven welk kwaliteitsniveau zij wenst. Om tijdens de contractvorming al inzicht te hebben in de wensen van de gemeente ten aanzien van de te ontwikkelen openbare ruimte, is een Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) opgesteld. De inrichting van de openbare ruimte in het plangebied vindt plaats conform de in de LIOR (2020) gestelde eisen.
3.6.10 Welstandsnota 2020 Op 4 februari 2020 heeft de gemeente Hoorn de Welstandsnota 2020 vastgesteld. De nieuwe welstandsnota is een actualisering van de nota, die in 2017 van kracht werd. Met de actualisering is nog meer gestreefd naar duidelijkheid en toegankelijkheid van welstandsbeoordeling. Door verfijning van de welstandscriteria en door verduidelijking in de gebiedstypering en -ambities, heeft de herziening van de nota geleid tot een verbeterd beleidsinstrument. Het is afgestemd op de laatste ontwikkelingen, zonder afbreuk te doen aan het reeds vastgelegde beleid. De betekenis van de welstandsnota als sturingsinstrument voor ruimtelijke kwaliteit staat daarbij centraal en is waar nodig aangescherpt. Daar waar het mogelijk was, zijn de regels verruimd of geschrapt. Het plangebied valt binnen het gebied 'Bedrijventerrein - Oude Veiling'. Voor de ontwikkeling van de Rozenbuurt zal een apart beeldkwaliteitsplan worden vastgesteld. Dit is toegevoegd in Bijlage 2. Dit beeldkwaliteitsplan geldt als toetsingskader bij de omgevingsvergunningen.
Rho Adviseurs B.V.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
44001770.20181520
Hoofdstuk 4
4.1
blz 29
Omgevingsaspecten
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de sectorale aspecten beschreven die voor dit bestemmingsplan relevant zijn. De resultaten en conclusies van de onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.
4.2
Milieueffectrapportage
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. In dit bestemmingsplan worden maximaal 450 woningen en 500 m2 maatschappelijke functies mogelijk gemaakt. Dit blijft daarmee (ruim) onder de drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. In Bijlage 4 is de aanmeldnotitie voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Daaruit blijkt dat, bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 30
44001770.20181520
gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.
4.3
Wegverkeerslawaai
Toetsingskader Ten aanzien van geluidhinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. Voor het onderhavige plan is geluidhinder als gevolg van wegverkeerslawaai van belang. Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder (Wgh) geluidgevoelige functies. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk als de woningen binnen de geluidzone vallen van gezoneerde wegen. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/h-wegen de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting te worden onderbouwd. Onderzoek De ontwikkeling ligt binnen de zones van de wegen Dorpsstraat, Oostergouw, Blokmergouw en Krijterslaan. Volgens de Wet geluidhinder is akoestisch onderzoek nodig indien woningen worden mogelijk gemaakt binnen de zone van een weg. Als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing is daarom voorliggend akoestisch rapport opgesteld. Bij het onderzoek is ook de geluiduitstraling van de niet gezoneerde wegen interne ontsluitingsstructuur van Rozenbuurt betrokken. Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is toegevoegd in Bijlage 5.
Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Oostergouw en de interne ontsluitingsstructuur hoger is dan de voorkeursgrenswaarde respectievelijk richtwaarde van 48 dB zowel in de situatie met als zonder appartementen langs de Oostergouw. Maatregelen om de geluidbelasting te reduceren, zijn niet doelmatig gebleken. Het laten vaststellen van hogere waarden voor de nieuwe woningen (appartementen en grondgebonden woningen) ten gevolge van de Oostergouw is nodig. Omdat de beide woonvormen (appartementen en grondgebonden woningen) separaat van elkaar gerealiseerd kunnen worden, zijn voor de grondgebonden woningen hogere waarden nodig voor de situatie zonder appartementen. Ook voor de nieuwe appartementen zijn hogere waarden nodig. In tabel 4.1 wordt hiervoor een voorstel gedaan dat aansluit bij de flexibiliteit die het bestemmingsplan biedt in het maximum aantal te realiseren grondgebonden woningen en appartementen. De binnenwaarden dienen te voldoen aan het gestelde in het Bouwbesluit 2012. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Weg
Bouwvlak
Oostergouw Blok A Blok B Blok C Blok D Blok E Blok F Blok I
Rho Adviseurs B.V.
Geluidbelasting [dB] Appartementen Grondgebonden woningen zonder appartementen1 57 57 59 57 58 57 58
Aantal woningen
48 48 54 48 48 54 10
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
44001770.20181520
Blok II, IIIa, IVa, V, VI, VII (incl VIIa) Blok III Blok VIIa Blok VIII
blz 31
54
180
50 55 49
2 3 5
1 Benodigde hogere waarden voor de grondgebonden woningen in geval de appartementen (nog) niet zijn gerealiseerd
Tabel 4.1: Benodigde hogere waarden Oostergouw
4.4
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Voor de beoogde ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381 (Toekomstbestendig Parkeren). De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de gemeentelijke parkeernormen (Parkeernormennota Hoorn, 2018). Voor het juiste kencijfer/parkeernorm wordt een ligging in de rest bebouwde kom aangehouden, de gemeente heeft een sterk stedelijk karakter op basis van de adressendichtheid. Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer Het plangebied grenst aan de westzijde aan de Oostergouw. Het plangebied ontsluit via een bestaande aansluiting op het kruispunt Oostergouw/De Oude Veiling. De Oostergouw is een doorgaande gebiedsontsluitingsweg waar een maximum snelheid van 50 km/uur geldt. In noordelijke richting leidt de Oostergouw naar aansluitingen op de N307, vanwaar overige hoofdwegen bereikt kunnen worden. Hier sluit de Oostergouw ook aan op de Dorpsstraat van Zwaag.
In zuidelijke richting leidt de Oostergouw naar het centrum en overige wijken in Hoorn. Gemotoriseerd verkeer kan alleen via de westzijde in het gebied komen. Wel wordt aan de noordzijde van het plangebied, nabij de kerk, een calamiteitenroute gerealiseerd. Om de nieuwe woningen binnen het plangebied te ontsluiten is een interne ontsluitingsstructuur beoogd. De centrale Oeverlaan zal binnen het plangebied de hoofdontsluiting van de woonverkaveling vormen. Vervolgens maken verschillende autoluwe woonstraten vanaf deze hoofdontsluiting de woningen bereikbaar. Via de Dubbele Laan zijn de sportvelden bereikbaar.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 32
44001770.20181520
Figuur 4.1: Indeling wegenstructuur (bron: GeO architecten) Openbaar vervoer Station Hoorn ligt met een afstand van circa 3,6 km op fietsafstand (ongeveer 13 minuten) van het plangebied. Station Hoorn Kersenboogerd ligt op 2,4 km afstand. Binnen 200 meter van het plangebied ligt de bushalte 'Zwaag, Oostergouw'.
Rho Adviseurs B.V.
bestemmingsplan Rozenbuurt Status: concept /
44001770.20181520
blz 33
Langzaam verkeer Langs de Oostergouw liggen aan weerszijden van de weg vrijliggende fietspaden. Vanaf daar is het fietsnetwerk van Hoorn bereikbaar. Op het kruispunt Oostergouw/Oude Veiling zijn fietsoversteken aanwezig. In de richting van de bushaltes ligt een voetpad. Aan de noordzijde van het plangebied, langs de kerk, ligt een langzaam verkeersroute gecombineerd als calamiteitenroute. Ook aan de zuidzijde van het plangebied wordt voorzien in een langzaam verkeersroute. Parkeren Parkeerbehoefte Met het plan wordt woningbouw gerealiseerd. De woningen brengen een parkeerbehoefte met zich mee. Het programma bestaat uit maximaal 450 woningen. Dit wordt verdeeld over appartementen en grondgebonden woningen. Daarnaast wordt 500 m2 maatschappelijke functies mogelijk gemaakt. De Parkeernormennota Hoorn (2018) geeft parkeernormen voor verschillende woningtypes. Het aantal parkeerplaatsen binnen het plangebied dient te voldoen aan de parkeerbehoefte zoals berekend met deze parkeernormen. Parkeeraanbod Parkeervoorzieningen ten behoeve van sportvereniging Westfriezen worden in de Dubbele Laan voorzien. Dit betreffen 140 extra parkeerplaatsen ten opzichte van de reeds bestaande parkeerplaatsen op de huidige locatie aan de Julianalaan. De parkeervoorzieningen voor de grondgebonden woningen worden op eigen perceel en in parkeerkoffers en -clusters gerealiseerd.
De parkeervoorzieningen voor de appartementengebouwen worden tussen de verschillende bouwblokken in parkeerclusters gerealiseerd. Bij het meest zuidelijke gebouw wordt een laag parkeervoorzieningen op maaiveld in het gebouw voorzien. Verkeersgeneratie en –afwikkeling In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een voormalig agrarisch gebied. Het plangebied ligt nu echter braak. Dit heeft als zodanig geen verkeersaantrekkende werking, met uitzondering van het verkeer dat wordt gegenereerd door de bedrijfsloods. De beoogde woningbouw zal zorgen voor een verkeerstoename in het gebied. De toekomstige verkeersgeneratie is onderzocht in een verkeerskundige analyse (Bijlage 6). Hieruit blijkt dat het effect als gevolg van de te realiseren woningen op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling beperkt is: Het met verkeerslichten geregelde kruispunt tussen de Oostergouw en Dorpsstraat heeft met de huidige vormgeving te hoge theoretische cyclustijden in zowel de huidige als toekomstige situatie af te wikkelen. Dit is al het geval in de toekomstige situatie zonder planontwikkeling en wordt dus niet veroorzaakt door de woningbouw. Door de toevoeging van een voorsorteerstrook op de noordelijke tak van de Oostergouw ontstaat een robuust kruispunt, dat de verkeersintensiteit inclusief verkeersgeneratie van de woningen voldoende kan afwikkelen.