Bijlage 1-1 Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Stationsgebied ontwerp
bestemmingsplan Toelichting
Stationsgebied ontwerp 14-02-2022
bestemmingsplan Stationsgebied
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Planbegrenzing 1.3 Leeswijzer
7 7 7 8
Hoofdstuk 2 Ruimtelijke Structuur 2.1 Historie Hoorn
9 9
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Ambities 3.2 Stedenbouwkundig plan 3.3 Verdieping stedenbouwkundig plan 3.4 Woonmilieu stationsgebied 3.5 Programma 3.6 Flexibiliteit 3.7 Beeldkwaliteit
11 11 12 18 19 20 21 22
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
23 23 25 29 30
Hoofdstuk 5 Omgevingstoets 5.1 Bodem 5.2 Ecologie 5.3 Erfgoed 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuhinder geluid weg- en railverkeer 5.6 Milieuhinder trilling 5.7 Milieuhinder bedrijven 5.8 Windhinder 5.9 Verkeer en parkeren 5.10 Luchtkwaliteit 5.11 Water 5.12 Duurzaamheid 5.13 Kabels en leidingen 5.14 Milieueffectrapportage
39 39 40 42 52 53 54 55 56 58 60 60 61 62 62
Hoofdstuk 6 Juridische toelichting 6.1 Algemeen 6.2 Toelichting op de bestemmingen
67 67 67
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2 Economische uitvoerbaarheid
71 71 71
3
bestemmingsplan Stationsgebied
4
bestemmingsplan Stationsgebied
Toelichting
5
bestemmingsplan Stationsgebied
6
bestemmingsplan Stationsgebied
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De Stad van de Gouden Eeuw gaat een nieuwe fase in. Hoorn gaat de komende jaren ‘meer stad’ worden. Dat betekent groeien en op de juiste plekken ook stedelijker worden. De gemeente Hoorn werkt samen met partners NS Stations, ProRail en Provincie Noord-Holland aan de ontwikkeling van de Poort van Hoorn. De ambitie om meer stad te worden, gaat vooral landen in het gebied van 1.200 meter rondom het OV-knooppunt van Hoorn, de Poort van Hoorn. Dit is het mobiliteitsknooppunt van de hele regio West-Friesland, met meer dan 200.000 inwoners. Dagelijks maken duizenden reizigers en bezoekers gebruik van dit gebied, met directe verbindingen van en naar de Randstad. Juist in dit gebied is veel ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Nieuwdoorsteek indicatief e en aantrekkelijke stedelijke woon-werkmilieus, op steenworp afstand van een modern multimodaal mobiliteitsknooppunt én de prachtige historische binnenstad. De Poort van Hoorn is één van de grootste stedelijke ontwikkelopgaven waar Hoorn zich in jaren voor gesteld ziet staan. Het gehele gebied wordt nu gekenmerkt door een gebrek aan comfort en stedelijke kwaliteit. Daar waar de binnenstad en ook diverse ‘buitenwijken’ coherent zijn vormgegeven en een duidelijke structuur en een eigen beeld hebben, is het gebied Poort van Hoorn eerder een verzameling van liefdeloos ingerichte stedelijke restruimtes.
In het gebied ligt het station van Hoorn. De te verwachten groei van de stad biedt kansen dit gebied te vernieuwen en om te vormen tot een fraai stedelijk gebied waarin ruimte is voor een divers programma met een hoge verblijfskwaliteit. De aanwezigheid van het station -en daarmee de uitstekende bereikbaarheid met openbaar vervoer- is een belangrijke troef. De Poort van Hoorn omvat een groot centraal gelegen gebied met sterk uiteenlopende stadsdelen. Een stuk stad waar veel belangen en functionaliteiten samenkomen. Wanneer dit deel goed is ingericht, kan het als gebied een katalysator vormen voor de ontwikkeling van omliggende gebieden. Op 24 september 2019 heeft de gemeenteraad de uitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling Poort van Hoorn vastgesteld. Deze uitgangspunten zijn verder uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan. Dit stedenbouwkundig plan richt zich op de uitwerking van de deelgebieden Stationszone en Pelmolenpad. In beide deelgebieden is ruimte voor ruim duizend woningen, verplaatsing van het busstation, een nieuwe traverse over het spoor, een onder- en bovengrondse parkeergarage, fietsenstallingen aan de noord- en zuidzijde van het station en diverse stedelijke voorzieningen. Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad van Hoorn het stedenbouwkundig plan vastgesteld. In Hoofdstuk 2 Ruimtelijke Structuur is nader ingegaan op het stedenbouwkundig plan.
De ontwikkeling Poort van Hoorn dient juridisch en planologisch te worden vastgelegd in een bestemmingsplan. Vanwege het verschil in dynamiek en het te realiseren programma is besloten het gebied op te knippen en per deelgebied een bestemmingsplan op te stellen. Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het Stationsgebied.
1.2
Planbegrenzing
Het plangebied wordt in het noorden begrensd door de Van Dedemstraat, in het oosten door een waterpartij die de bebouwing langs de Koepoortweg begrensd. De zuidelijke begrenzing wordt gevormd door de Stationsweg en de Noorderveemarkt en het westen wordt begrensd door het Keern.
7
bestemmingsplan Stationsgebied
De stationszone is een gebied met twee gezichten; een 19e eeuwse singel-zijde met een monumentaal stationsgebouw aan de zuidzijde en een noordzijde met veel parkeerplaatsen, een grote supermarkt en de Museumstoomtram. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1. Weergave plangebied
1.3
Leeswijzer
De toelichting van dit bestemmingsplan heeft zeven hoofdstukken. Na deze inleiding is in hoofdstuk twee de ruimtelijke structuur van Hoorn en het plangebied beschreven. In hoofdstuk drie is het planvoornemen beschreven. Hoofdstuk vier geeft een beschrijving van het van toepassing zijnde beleid. In hoofdstuk vijf wordt verslag gedaan van het onderzoek naar de randvoorwaarden en belemmeringen die gelden vanuit de diverse planologische en milieukundige toetsingskaders. Hoofdstuk zes is de juridische toelichting op het bestemmingsplan en hoofdstuk zeven gaat in op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
8
bestemmingsplan Stationsgebied
Hoofdstuk 2 2.1
Ruimtelijke Structuur
Historie Hoorn
De stad Hoorn is omstreeks 1300 ontstaan aan de uitmonding van een afwateringsstroom, de Gouw, op een plek waar door de geografische situatie een natuurlijke haven was gevormd. Op de dan aanwezige zeedijk werden de oudste straten, het Oost en het West, aangelegd. Het Noord ontstond als verbindingsweg met het binnenland. Het knooppunt van deze wegen, de Rode Steen, vormde het hart van deze nederzetting. De plaats heeft stadsrechten sinds 1356. De omwalling van de stad met haar poorten kwam tot stand in de 17de eeuw. Pas in de eerste decennia van de vorige eeuw ontwikkelde de stad zich buiten de bolwerken. Economische activiteiten van de stad richtten zich op het water: visvangst en later vooral ook commerciële scheepvaart en aanverwante bedrijvigheid. Door de jaren heen heeft Hoorn periodes van ernstig verval en grote bloei gekend. De hedendaagse binnenstadstructuur is in de grootste bloeiperiode ontstaan vanaf de 16de eeuw tot en met het midden van de 17de eeuw. Door de toen aanwezige materialen, hun beperkingen en mogelijkheden, is de maat en schaal van de gebouwen ontstaan. Veelal is baksteen gebruikt en is de kap bedekt met pannen.
Figuur 2. Fragmenten van topografische kaarten van Hoorn e.o.
De stad Hoorn lag stevig verankerd in het West-Friese landschap. Via het Keern en de Koepoortsweg was er verbinding met respectievelijk de Zwaagdijk en de Westerblokker en zo met een uitgestrekt netwerk van dorpslinten. Het Keern kwam uit op het Kleine Noord via de in 1850 gesloopte Noorderpoort. Zoals in zoveel Europese steden is ook hier de spoorlijn, in het midden van de 19de eeuw, net buiten de in onbruik geraakte vestingwerken van de oude stad aangelegd. Ook de Noordersingel is in die tijd gedempt en heet nu Noorderveemarkt. Met name vanaf de zeventiger jaren van de vorige eeuw heeft de stad een onstuimige groei doorgemaakt, vooral in noordelijke en oostelijke richting. Verreweg het grootse deel van de stad ligt nu dan ook ‘aan de andere kant’ van het spoor, met als gevolg dat veel functionele relaties tussen de stad en zijn centrum verlopen via een spoorwegovergang. De mooie heldere structuurlijn van het Keern is inmiddels verworden tot een brede, (deels) slingerende weg.
9
bestemmingsplan Stationsgebied
De karakteristieke beslotenheid van de historische binnenstad omgeven door wallen met de spoorlijn is herkenbaar bewaard gebleven. Het oorspronkelijk beperkte aantal verbindingen van de stad met de omgeving is niet wezenlijk veranderd. De directe relatie tussen de stad en het open agrarisch gebied is echter niet meer aanwezig. In de loop der geschiedenis is het patroon van straten, havens (op een enkele demping na) en grachten niet wezenlijk gewijzigd. De gemeente Hoorn kent een door het Rijk aangewezen beschermd stadsgezicht.
10
bestemmingsplan Stationsgebied
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Ambities
Meer stad worden Hoorn is centrumstad van de regio West-Friesland, een regio met meer dan 200.000 inwoners. De prachtige historische haven en binnenstad, de unieke ligging aan het Markermeer en het fraaie West-Friese landschap, op maar 25 minuten van de Metropoolregio Amsterdam, maken Hoorn een aantrekkelijke stad om te wonen, te werken en te beleven. Na een periode van sterke groei in de laatste decennia van de vorige eeuw maakt Hoorn de komende jaren een nieuwe ambitiesprong. Hoorn gaat de komende jaren ‘meer stad worden’. Dat betekent groeien en op de juiste plekken ook stedelijker worden. Die nieuwe stedelijkheid vertaalt zich bijvoorbeeld in aantrekkelijke en gevarieerde woonwerkbuurten, het grootste stadsstrand van Nederland en een modern multimodaal mobiliteitsknooppunt voor Hoorn en de regio’s West-Friesland en Kop van Noord-Holland. De ambitie om meer stad te worden, gaat voor een belangrijk deel landen in de 1.200 meter-cirkel rondom het OV-knooppunt van Hoorn, de Poort van Hoorn. Maak Plaats! In het rapport ‘Maak Plaats!’ staat de visie van de provincie Noord-Holland over de ontwikkelmogelijkheden rond OV-knooppunten. De Poort van Hoorn speelt in op deze visie.
Hoorn maakt op strategische plekken in en om de binnenstad plaats om te groeien en meer kwaliteit aan de stad toe te voegen en versterkt daarmee de werking van de stationsomgeving als (boven-)regionaal mobiliteitsknooppunt. Ambities De gemeente Hoorn heeft samen met ontwikkelpartners NS Stations, ProRail en Provincie Noord-Holland onderstaande ambities voor de gebiedsontwikkeling in de Poort van Hoorn uitgewerkt. Deze ambities zijn uitgewerkt in de brochure 'Maak plaats in de Poort van Hoorn'. Deze brochure is als Bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Ambitie #1 | We maken een aantrekkelijke bestemming en verblijfsmilieu De Poort van Hoorn moet in de eerste plaats een aantrekkelijke bestemming en een prettig verblijfsmilieu worden. Een plek die levendig is en waar je graag wilt zijn. Een plek met diverse functies, waar het prettig wonen, werken en verblijven is. Rondom het stationsgebied is veel onbenutte ruimte. Die ruimte gaan we beter benutten. Ambitie #2 | We zorgen voor een warm welkom in Hoorn Voor de vele reizigers en bezoekers is de Poort van Hoorn de entree van de stad. Dit moet dan ook het visitekaartje van de stad en de regio zijn, en de rode loper naar de binnenstad. We brengen de kwaliteit van de historische binnenstad en de unieke identiteit van Hoorn en West-Friesland terug in het gebied.
Zo krijg je als bezoeker hier meteen het gevoel dat je in Hoorn bent aangekomen. Een warm welkom en een uitnodiging voor een bezoek aan de stad. Ambitie #3 | We maken een optimaal functionerend mobiliteitsknooppunt De Poort van Hoorn is voor de duizenden reizigers en bezoekers die hier dagelijks komen letterlijk de toegang van Hoorn en West-Friesland. Aan de noordkant van het station kom je de stad binnen. We gaan de verschillende vervoersstromen (trein, bus, auto, fietser en voetganger) hier bij elkaar brengen en maken prettige en logische routes. Zo zorgen we voor een snelle en comfortabele overstap voor reizigers en een fijne route naar de binnenstad voor bezoekers. Door de vervoersfuncties zo slim en compact mogelijk te organiseren is ook hier volop ruimte voor een aantrekkelijk stedelijk woon-werkmilieu, wat het voor zowel reizigers en bezoekers als gebruikers een fijne plek maakt. Plaats maken voor kwaliteit
11
bestemmingsplan Stationsgebied
Rondom het station zijn het nu vooral wegen en parkeerplaatsen (fiets en auto) die de openbare ruimte bepalen. Om plaats te maken voor nieuwe ontwikkelingen en kwaliteit toe te voegen in bebouwing én openbare ruimte wordt het busstation in het stationsgebied verplaatst van zuid naar noord. Ook worden de parkeerplaatsen van het Transferium, de Noorderveemarkt, de Vale Hen, het Pelmolenpad en de Prismalocatie onder andere naar een nieuwe parkeergarage in stationsgebied noord verplaatst. Door deze vervoersfuncties goed bij elkaar te brengen, ontstaat zowel aan de kant van de binnenstad als aan de kant van het ziekenhuis ruimte voor kwaliteit. Krachtige stationszone met regionale uitstraling in noord Stationsgebied noord is de ideale plek om de verschillende vervoersfuncties samen te brengen. Deze plek is via de Maelsonstraat en de fiets- en wandelroutes vanuit de stad en de regio goed bereikbaar. Het gebied wordt zodanig ingericht, dat het ook een fijne plek wordt om te verblijven. Door verplaatsing van het busstation naar de noordzijde ontstaat aan de noordzijde de nieuwe hoofdentree van het NS treinstation. Deze entree krijgt een moderne, stedelijke en uitnodigende uitstraling. De ruimtelijke impact van parkeren (zowel auto als fiets) wordt zoveel mogelijk ingeperkt, bijvoorbeeld door dit deels ondergronds op te lossen.
De Museumstoomtram, de grootste toeristische trekker van Hoorn en de regio, wordt in de spotlights gezet. Nieuwe functies als wonen, kantoren, horeca, detailhandel en maatschappelijke functies zorgen er verder voor dat het gebied zowel overdag als ’s avonds levendig is. Een plek waar mensen elkaar ontmoeten. Qua bouwvolume mag het hier ‘meer stad’ zijn: gebouwen die aansluiten op maat en schaal van de bebouwing in de omgeving, zoals het Dijklander ziekenhuis en het Horizon College. Rode loper naar de binnenstad Voor alle drie de ambities is een goede en uitnodigende verbinding tussen stationsgebied noord en zuid cruciaal. De eenvoudige loopbrug maakt plaats voor een breed en aantrekkelijk ‘podium’ over het spoor, met eigen verblijfskwaliteit en een fraai uitzicht op de Museumstoomtram en de binnenstad. Dit podium sluit goed aan op het busstation en het parkeren voor auto’s en fietsen en vormt zo een veilige en prettige looproute van en naar de binnenstad. Uitnodigende stationszone met binnenstadsgevoel in zuid Stationsgebied zuid sluit direct aan op de binnenstad en vormt samen met stationsgebied noord de rode loper naar de binnenstad. Na verplaatsing van het busstation en de parkeerplaatsen ontstaat hier een fantastische kans voor een kwaliteitsslag in de openbare ruimte. Hier moet je volop het gevoel van de binnenstad krijgen.
Een plek waar je wilt zijn en een uitnodiging om de stad te bezoeken. De historische singelstructuur wordt hersteld. Dat hoeft niet per se in de vorm van water, maar kan ook in de vorm van groen. Logische en duidelijke looproutes en invulling van het gebied moeten de bezoeker vanaf het station op een aangename manier verder de binnenstad in leiden, waardoor het bezoek aan de binnenstad al bij het station begint. Bij het station ontstaat ook ruimte voor nieuwe functies, met bebouwing die qua maat, schaal en beleving aansluit bij de historische binnenstad.
3.2
Stedenbouwkundig plan
Voor de invulling van het plangebied is een stedenbouwkundig plan opgesteld. Het stedenbouwkundig plan is op 8 december 2020 door de gemeenteraad vastgesteld.
12
bestemmingsplan Stationsgebied
De basis van het stedenbouwkundig plan vormt een duurzaam ruimtelijk en functioneel organiserend principe. Dit past in de stad en geeft de verknoping van spoorwereld en stad duidelijk structuur en vorm. Hierbij ligt de nadruk op een kwalitatieve openbare ruimte gericht op de voetganger, fietser en groen. Het stedenbouwkundig plan vormt dan ook geen dichtgetimmerd blauwdrukplan, maar legt wel de cruciale structurerende lijnen vast. Het verbeeldt de sfeer, beeldkwaliteit, identiteit en samenhang op een wervende wijze. Er is duidelijk verbeeld welke elementen hard zijn en welke zacht, welke zeker en welke intentioneel. Dit maakt ook aan andere belanghebbenden en initiatiefnemers duidelijk wat het plan impliceert. Onderstaande figuren tonen een voorbeeldverkaveling rond het openbare ruimte raamwerk. Figuur 3 toont het totale plangebied en in figuur 4 is ingezoomd op het deelgebied Stationsgebied.
Figuur 3. Voorbeeldverkaveling totale plangebied
Figuur 4. Voorbeeldverkaveling uitsnede deelgebied Stationszone
13
bestemmingsplan Stationsgebied
Onderstaand is een samenvatting met de belangijkste uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan weergegeven. Het volledige stedenbouwkundige plan is als Bijlage 2 opgenomen. Onbenut potentieel De ambitie om meer stad te worden, gaat vooral landen in het gebied van 1200 meter rondom het OV-knooppunt van Hoorn; de Poort van Hoorn. Het mobiliteitsknooppunt van de regio West-Friesland, met ca 300.000 inwoners is de perfecte plek voor knooppuntontwikkeling. Aanleiding van de gebiedsontwikkeling is naast ‘meer stad worden’ ook het ‘omklappen’ van de stationsfunctie, waarbij het busstation naar de noordzijde wordt verplaatst. Dit leidt tot kansen om de Poort van Hoorn weer een verbindend stuk stad te maken, met gebieden met een eigen karakter en smoel waarbij de restruimte transformeert naar een verblijfsplek; een bestemming op zichzelf en een aantrekkelijk woongebied. Het gebied kan tevens een hedendaags visitekaartje zijn van Hoorn, waarbij de kwaliteit van de stad al voelbaar is in de ‘gouden rand’ rondom de historische binnenstad. De Poort van Hoorn is een multimodaalknooppunt dat toekomstgericht is maar tegelijkertijd niet sfeerbepalend is. Kortom, een gebied met een groot onbenut potentieel in het hart van Hoorn.
Figuur 5. Onbenut potentieel
Poort van Hoorn opent de stad Een eerste uitdaging om het potentieel van het gebied te benutten, is het creëren van een duidelijke openbare hoofdstructuur, zowel landschappelijk als in een logische structuur van routes, plekken en stedelijk programma. Binnen deze structuur kan elk gebied zijn eigen kleuring en identiteit krijgen. Dit openbaar raamwerk biedt houvast en context voor de ontwikkeling van nieuwe bebouwing en programma’s. De Poort van Hoorn wordt hiermee maximaal verbonden met haar omgeving. De leesbaarheid van de stad wordt verbeterd. Met name voor voetgangers en fietsers die intuïtief hun weg kunnen vinden. Op de plek waar eerst een breukzone lag, ontstaat een verbindend stuk stad in het hart van Hoorn. Het modaliteitsknooppunt wordt naast haar functie als overstaplocatie ook een sterk onderdeel van de verblijfskwaliteit van de stad.
14
bestemmingsplan Stationsgebied
Figuur 6. Poort van Hoorn opent de stad
Een duurzaam en ' Hoorns' visitekaartje Het dijklichaam met het waterfront en de historische singelstructuur vormen op grote schaal de structuren van de stad. Door deze structuren te versterken, krijgt het gebied herkenbaarheid en eigenheid. De singelstructuur wordt in groene vorm doorgetrokken, waardoor de groene krans rond de stad in ere wordt hersteld. De eerste aanblik vanuit het station naar de stad transformeert naar een duurzaam en ‘Hoorns’ visitekaartje. Er is veel groen, het gebied levert een bijdrage aan de biodiversiteit en bewegen wordt gestimuleerd door lopen en fietsen centraal te stellen. De cultuurhistorie wordt in de etalage gezet. Het dijklichaam krijgt een nieuwe functie voor de stad door de toevoeging van het stadsstrand. Het plangebied oriënteert zich naar beide landschappelijke structuren. De huidige water- en groenstructuur wordt hierop aangehaakt. Op de noordelijke zijde van het station worden de lange lijnen zoveel mogelijk vergroend en verbonden met het ommeland.
15
bestemmingsplan Stationsgebied
Figuur 7. Een duurzaam 'Hoorns' visitekaartje
Voortborduren op het bestaande netwerk van routes en plekken De huidige verbindingen die de spoorbundel doorkruisen zijn de Koepoortsweg, het Keern en de huidige traverse. De Koepoortsweg is een van de mooiste bewaard gebleven historische routes die vanuit de binnenstad het spoor kruist. Van oudsher vormt het Keern een historische invalsweg naar de binnenstad die ooit aansloot op het Grote- en Kleine Noord. Tegenwoordig vormt het Keern een belangrijke autoverbinding en de aansluiting met de binnenstad is uitgegroeid tot een grote verkeersruimte. De Veemarkt vormt een brede verbinding naar de binnenstad, maar verrommelt richting het station. Het stedenbouwkundig plan richt zich op het aanhelen en verbinden van deze openbare ruimtes. Het bestaande netwerk van straten en plekken wordt versterkt en zoveel mogelijk verbonden met de omliggende buurten zoals de Grote Waal, Hoorn Noord, het stadsstrand en de binnenstad.
16
bestemmingsplan Stationsgebied
Figuur 8. Voortborduren op het bestaande netwerk van routes en plekken
Verbindingen versterken, bestemmingen toevoegen en modern multimodaal mobiliteitsknooppunt De Veemarkt wordt via een nieuwe traverse verbonden met de noordzijde van het station. De verbindingen met het nieuwe stadsstrand worden verbeterd. De Kleine Noord wordt beter verbonden met het stationsplein en als looproute naar het centrum. Binnen deze structuur is ruimte voor een dicht stratenpatroon met parkjes en pleintjes. De voetgangers en fietsers krijgen ruim baan. Er wordt actief gestuurd op een gemengd stedelijk programma en aantrekkelijke plinten. Het station vormt hierin een brandpunt. De stationslocatie wordt zo ook een eindbestemming in plaats van alleen een plek waar je overstapt. Aan beide zijden komen aantrekkelijke stationspleinen; elk met een eigen identiteit. De reiziger kan zich optimaal oriënteren en er is een comfortabele overstap tussen modaliteiten. Aan beide zijden zijn royale en goed bereikbare fietsenstallingen voorzien. Aan de noordzijde wordt het busstation en het binnenstads- en P+R parkeren gepositioneerd.
Figuur 9. Verbindingen versterken, bestemmingen toevoegen en modern multimodaal mobiliteitsknooppunt
Meer stad maken Een stedenbouwkundig uitgangspunt in de planvorming is een duidelijke keuze voor gebieden met specifieke kwaliteiten en identiteit. Samen vormen deze gebieden een groot centrumgebied met een helder en hoogwaardig netwerk van openbare ruimtes. Aan de zuidzijde van het station loopt de binnenstad met haar winkelstraten en pleinen tot aan de deur van het station. Aan de noordzijde ontstaat een hoog-intensief Stationskwartier met een mix van wonen, werken, cultuur, voorzieningen, reizen en parkeren. Er is ruimte voor nieuw en hoogstedelijk wonen wat nog niet aangeboden wordt in Hoorn. Deze verschillende gebieden bieden de kans om een diverse uitstraling met verschillende functionaliteiten te ontwikkelen. Op deze manier wordt in elk deelgebied de eigen specifieke kracht benut en wordt Hoorn een breder georiënteerde stad met een gevarieerd aanbod aan woonmilieu’s. Het gebied vormt zo het visitekaartje van de stad en presenteert dat waar de stad voor staat.
17
bestemmingsplan Stationsgebied
Figuur 10. Meer stad maken.
3.3
Verdieping stedenbouwkundig plan
In 2021 is een nadere verdiepingsslag op het ontwerp van het stedenbouwkundig plan ingezet. Het doorontwikkelen en technisch verfijnen van het plan is noodzakelijk. Het stedenbouwkundig plan levert input en verwerkt input van onder meer: het bestemmingsplantraject (inclusief diverse onderzoeken), de hoogbouwvisie, verkenningen rondom duurzaamheid, de mobiliteitsvisie en een participatietraject met belanghebbenden. In de verdiepingsslag is gezocht naar een logisch evenwicht tussen diverse belangen en invalshoeken. Vanuit bestaande bewoners ontstonden vragen over de voorgestelde structuur, met name hoogtes en hoogteaccenten waren belangrijke aandachtspunten. Daarnaast zijn gesprekken over de functionaliteit (ontsluiting, parkeren) en de kwaliteit (verblijfsplekken, programma) gevoerd. In dit verdiepingstraject is vanuit het 'kneden met volumes' een verschuiving van het hoogteaccent richting het busstation plaatsgevonden. Dit visueel baken verscherpt de hiërarchie van het gebied door het zwaartepunt te verschuiven richting het kruispunt van diverse verkeersstromen. Tegelijkertijd zijn zichtlijnen van en naar dit punt onderzocht. De impact van het accent op deze locatie is positiever voor het gebied en de stad. Een belangrijke overweging is dat een hoogteaccent op maaiveld ook impact zal hebben.
Op deze positie in het plan is het wenselijk een (semi) publieke lobby met voorzieningen in te richten. Dit versterkt de verblijfskwaliteit van het busstation en de 'museumstoomtram'-promenade. De meest recente doorontwikkeling van het stedenbouwkundig plan is als Bijlage 3 bijgevoegd. De meest recente indicatieve verbeelding is als Bijlage 4 bijgevoegd.
18
bestemmingsplan Stationsgebied
3.4
Woonmilieu stationsgebied
In het stedenbouwkundig plan heeft het stationsgebied een hoge bebouwingsdichtheid gekregen. Tegelijkertijd moeten de diverse stationsfuncties op een logische en toekomstbestendige wijze worden ingepast. Toekomstbestendig wil in dit kader zeggen dat groei en krimp in de toekomst goed kunnen worden opgevangen. Grote 'puzzelstukken' - zoals het autoparkeren, het fietsparkeren, spoorse installaties en het busstation - zijn al snel sfeerbepalend. De bouwvelden en de verschillende functies in het gebied zijn daarom zo gepositioneerd, dat het gebied een aangename en prettige sfeer heeft. Het doel is dat bewoners, bezoekers en gebruikers graag in het gebied willen zijn en zich er veilig voelen. Het streven is er ook op gericht om de Hoornse identiteit in het gebied zichtbaar te maken. De museumstoomtram is daarvoor een belangrijk aanknopingspunt.
Figuur 11. Indicatieve inrichting van een mogelijke inpassing op basis van een voorbeeldverkaveling
Het stedenbouwkundig plan kent aan de noordzijde van het station een aantal hoogteaccenten die functioneren als 'visuele bakens'. Er is goed nagedacht over de positionering van deze hoogteaccenten in relatie tot toegangswegen, looproutes en de binnenstad. Deze accenten zijn twaalf tot 14 bouwlagen hoog. Het stationsgebied is een knooppunt waar verschillende vervoerswijzen bij elkaar komen en is bij uitstek een plek voor stedelijke dynamiek en interactie. Om die reden is in de stationsgebieden noord en zuid voorzien in een gemengd programma: wonen, parkeren, werken en voorzieningen. In het totale programma is de woonfunctie het belangrijkste onderdeel van de mix. In stationsgebied zuid is voor de strook langs de singelstructuur een hoogte van vijf tot zes bouwlagen voorzien. Mede gelet op de relatie met de binnenstad is een grotere hoogte stedenbouwkundig gezien niet wenselijk. Dit voorziet de singelstructuur op termijn van een monumentaal profiel en zorgt voor een goede overgang naar de hogere bebouwing aan de noordzijde van het spoor. Vanuit de huidige planvorming zal de singel met name een groene(re) uitstraling en invulling krijgen. Onderzocht wordt of deze groenstructuur verder met water(elementen) versterkt zou kunnen worden.
Het programma van de twee bouwvelden in het zuidelijk stationsgebied bestaat uit fietsparkeren, woningen en bij voldoende marktruimte mogelijk een hotelfunctie met bijbehorende horeca. Het historische stationsgebouw en de busremise worden op termijn ingevuld met nieuwe functies die passen binnen het gebied. Het stationsgebied is met zijn bus- en treinverbindingen bij uitstek goed verbonden met de omgeving. Conform landelijke aanbevelingen voor stationsgebieden is daarom gekozen voor een gematigde parkeernorm van 0,6 parkeerplaats per woning. Deze norm speelt in op de directe beschikbaarheid van het openbaar vervoer, op de behoeftes van doelgroepen die niet per se autobezit nastreven en houdt rekening met het gemeten autobezit van de huidige bewoners van de binnenstad van Hoorn. In het noordelijk stationsgebied wordt het parkeren voor bewoners vormgegeven in separate collectieve gebouwde parkeervoorziening(en).
19
bestemmingsplan Stationsgebied
3.5
Programma
3.5.1
Woningbouw
De gemeente Hoorn kent een sterke groei van de bevolking en het aantal huishoudens. Waar dat kan wordt de woningvraag opgevangen in de stad zoals in onderhavig plangebied. In het plangebied worden in stationsgebied noord ongeveer 450 tot 470 woningen voorzien. In stationsgebied zuid zijn ongeveer 40 tot 50 woningen beoogd. Het is van belang dat er een gedifferentieerd woningaanbod wordt aangeboden (eigendom, prijsklasse en verschijningsvorm). Door de planlocatie op deze wijze te ontwikkelen ontstaat een goed functionerende wijk, die het woningaanbod van (de gemeente) Hoorn op een krachtige wijze aanvult. 3.5.2
Voorzieningen
Bepalend voor het succes van de Poort van Hoorn is de mate van levendigheid. Alleen een aangenaam en aantrekkelijk stadsdeel trekt nieuwe bewoners en bezoekers. Een levendige stad is een stad waar veel te zien en te beleven is, waar veel mensen graag komen. Voorzieningen in het gebied moeten de levendigheid verhogen. In het stedenbouwkundig plan is voor stationsgebied noord 15.000 m2 gereserveerd voor maatschappelijke, culturele, commerciële of andere functies die bijdragen aan de levendigheid in het gebied. Deze mix van functies, centraal in stationsgebied noord, is van belang om een gebied te creëren dat de hele dag (en avond) een zekere levendigheid heeft. De binnenstad begint als het ware hier - en dat gevoel bereik je niet met alleen een parkeergarage, een busstation en woningen. Bij voorkeur gaat het om functies met een regionale of zelfs bovenregionale betekenis. De diverse loopstromen in het gebied (scholieren, ziekenhuis, bezoekers binnenstad, etc.) maken het gebied voor allerlei partijen interessant. Daarnaast biedt het plan ruimte voor circa 500 m2 aan stationsvoorzieningen en maximaal 700 m2 voor een buurtsupermarkt. In het stationsgebied zuid is naast de traverse 5.000 m2 tot 6.000 m2 gereserveerd voor maatschappelijke, culturele. commerciële of andere functies die bijdragen aan de levendigheid. Gedacht wordt aan logies en fietsparkeren.
De plint - de stad op ooghoogte - vervult een cruciale rol als het gaat om de levendigheid. Het op een passende wijze vormgeven en invullen van deze ruimtes is een complexe opgave, in het stedenbouwkundig plan is op flexibele wijze ruimte opgenomen voor diverse functies. Plinten zijn belangrijk voor de uitstraling van een straat of gebied. Hoewel de plint misschien maar 10% van een gebouw vormt, bepaalt het voor 90% de beleving op ooghoogte in de stad. Een goede plint is programmatisch aantrekkelijk én heeft prettige fysieke kenmerken. Onderzoek toont aan dat goede plinten bijdragen aan levendige straten, en dat gebieden en straten daardoor beter functioneren - zowel ruimtelijk, economisch als sociaal. Woningen met entrees naar de straat vormen de basis. Daarnaast zijn plinten ook de plekken in de buurt die kunnen bijdragen aan lokale economie: ruimte voor kleinschalige winkels en bedrijven, ateliers voor kunstenaars en ontwerpers, buurtvoorzieningen en dienstverlening.
20
bestemmingsplan Stationsgebied
Figuur 12. Indicatieve verbeelding van zoeklocaties interactieve plinten op locatie stationsgebied
Onderstaande nummers hebben betrekking op de gebieden zoals weergegeven in figuur 12. 1.
2. 3.
3.6
Clusteren van functies op brandpunten en hoofdassen van openbare ruimte. Bij voldoende massa in de Poort van Hoorn ontstaat een toenemende vraag naar winkels, horeca, culturele, maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Deze worden vooral voorzien in plinten rond brandpunten in de openbare ruimte. Brandpunten waar veel verschillende stromen samenkomen. Programma in de plinten versterkt de levendigheid in de openbare ruimte en is medeidentiteitsdrager van het gebied. Met name langs de hoofdstructuur en pleinen, zoals de stationspleinen, is dit essentieel om echt ruimtes voor de stad te creëren. Rond het Stationsplein Zuid kan het historische stationsgebouw hergeprogrammeerd worden met bijvoorbeeld een horeca, tentoonstellingsruimte of een stationswinkeltje. Rond Stationsplein Noord is naast de locatie van de huidige Museumstoomtram ruimte voor de entree van de fietsenstalling, openbare parkeergarage en toegang naar het busstation en stationsvoorzieningen. Het is een hoofdambitie om een aantrekkelijk stedelijke dynamiek te laten ontstaan in de Poort van Hoorn. De noordzijde moet ook als volwaardig onderdeel van de stad gaan functioneren. Voor een zogenaamde 18 uurse (18/24) dynamiek is een diversiteit aan functies nodig. Een invulling met bijvoorbeeld culturele betekenis, of andere ontmoetingsfuncties zouden in de mix met goed ontworpen woning(entrees) mogelijk zijn.
Flexibiliteit
Het plan is zo ontworpen dat dit gefaseerd uitgevoerd kan worden waarbij de wijze van fasering wel ingegeven is door het feit dat het station ten alle tijden moet blijven functioneren. Er wordt een faseringsplan opgesteld en iedere plot heeft een beperkte tijd om te realiseren. Het stedenbouwkundig plan is geen vastomlijnde ontwikkeling. Het bestemmingsplan zal globaler van aard zijn dan het stedenbouwkundig plan, zonder dat dit ten koste gaat van de rechtszekerheid van de omgeving en de nieuwe bewoners. Het globale karakter is gewenst om in te kunnen spelen op actuele behoeftes. Het plan kan binnen de gestelde kaders aangepast worden. Bij de start van ieder deelplan zal nader bekeken moeten worden op welke wijze het deelplan binnen de kaders van het bestemmingsplan kan bijdragen aan de kwaliteit van het geheel. Het bestemmingsplan wordt zodanig opgebouwd dat de structuurbepalende elementen worden vastgelegd. Het gaat hierbij om de hoofdinfrastructuur en de belangrijkste groenstructuren. Voor het overige worden grotere bouwvlakken opgenomen waarbinnen het programma kan worden gerealiseerd.
21
bestemmingsplan Stationsgebied
3.7
Beeldkwaliteit
Met het stedenbouwkundig plan wordt ook een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Op basis van het hiervoor beschreven stedenbouwkundig plan is een beeldkwaliteitsplan voor de architectuur en de openbare ruimte opgesteld, waarin gedetailleerd wordt ingegaan op richtlijnen en wensbeelden voor architectuur, materiaalkeuze en de inrichting van de openbare ruimte. Het ontwerp beeldkwaliteitsplan ligt tegelijk met het ontwerp bestemmingsplan ter inzage en wordt wordt samen met het bestemmingsplan vastgesteld.
22
bestemmingsplan Stationsgebied
Hoofdstuk 4
Beleidskader
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. De beoogde ontwikkeling heeft geen raakvlakken met het beleid zoals benoemd in de NOVI. 4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 07-12-2011), ook wel bekend onder de naam Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn de nationale belangen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het projectgebied geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. 4.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Artikel 3.1.6. lid 2 Besluit Ruimtelijke Ordening (Bro) schrijft voor dat de onderbouwing van een ruimtelijk plan, waar een nieuwe stedelijke ontwikkeling mee mogelijk wordt gemaakt, aan de Ladder moet voldoen. Per 1 juli 2017 is een vereenvoudigde Ladder van toepassing. De tekst uit het Bro luidt als volgt: ''De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied'. Wonen Voor het planvoornemen is een ladderonderbouwing voor het aspect wonen opgesteld. In dit onderzoek is de behoefte aan woningbouw in de Poort van Hoorn, deelgebied Stationsgebied Noord en Zuid in beeld gebracht conform de eisen van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De ladderonderbouwing is als Bijlage 5 bijgevoegd. Uit de ladderonderbouwing blijken de volgende conclusies: De geplande woningen passen binnen de geconstateerde woningbehoefte van 1.373 woningen in de periode 2021-2031 binnen het primair onderzoeksgebied.
In de regio West-Friesland is een geconstateerde woningbehoefte van 3.465 woningen in de periode 2021-2031. Kwalitatief is in regio West-Friesland ladderruimte voor 1.160 woningen in een stedelijk woonmilieu. Daarnaast sluit het plangebied aan op de veranderende bevolkingssamenstelling en veranderende woningvraag. Ook kan het woningtekort deels worden teruggedrongen en speelt de ontwikkeling Poort van Hoorn in op de verkrapte woningmarkt in zowel Hoorn, de regio als de Metropool Regio
23
bestemmingsplan Stationsgebied
Amsterdam (MRA). Dit biedt genoeg kwalitatieve ruimte voor de 520 woningen in het plangebied. Conclusie wonen Voor de geplande woningen in een stedelijk woonmilieu op de locatie Stationsgebied noord en zuid, in de ontwikkeling Poort van Hoorn is op basis van de vereisten van de Ladder voldoende kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aangetoond. Daarmee past de ontwikkeling binnen de vereisten van de Ladder en is sprake van een zorgvuldige ruimtelijke ordening. Publieksfuncties Om een levendige stadswijk met een eigen identiteit waar te kunnen maken, is een mix van wonen met andere functies van belang. Enerzijds door wonen en werken te combineren, anderzijds dragen voorzieningen bij aan een succesvolle transformatie naar een gemengd woon-werkgebied. Omdat het exacte programma voor de nader te bepalen mix van publieksfuncties zoals maatschappelijke voorzieningen, cultuur, dienstverlening, horeca, detailhandel, verblijfsaccommodaties en commerciele sportvoorzieningen in beide plangebieden (Pelmolenpad en Stationsgebied) nog niet bekend is, is een quickscan ladderonderbouwingen uitgevoerd die voor beide plangebieden toegepast kan worden. Dergelijke quickscans zijn geen volledige maar verkorte ladderonderbouwingen. Bij een quickscan worden vraag en aanbod globaler in beeld gebracht. De quickscan ladderonderbouwingen publieksfuncties is als Bijlage 6 bijgevoegd.
Van de hiervoor benoemde functies zijn de belangrijkste en meest voor de hand liggende invullingen beladderd en is per invulling gekeken wat zowel de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte tot 2031 is. Voor de verschillende functies in de quickscans is de behoefte op verschillende schaalniveaus berekend. Voor functies op buurtniveau wordt gekeken naar het aantal inwoners in Poort van Hoorn, voor stedelijke functies wordt gekeken naar de gemeente Hoorn en voor regionale voorzieningen naar de Regio West-Friesland. Uit de behoefte per functie blijkt dat er veel koppelkansen liggen tussen maatschappelijke/culturele functies, dienstverlening, horeca, detailhandel en verblijfsaccommodaties. Per functie kan dan worden uitgegaan van een iets beperktere omvang. Uitgaande van afzonderlijke exploitaties kan worden gekozen tussen de 22.500 m2 en bijna 40.800 m2 bvo aan ruimte voor onderzochte functies. Zoals hiervoor al aangegeven richt het onderzoek zich op de meest voor de hand liggende functies en niet op alle mogelijke invullingen. Het ontwikkelgebied Poort van Hoorn wordt in twee bestemmingsplannen uitgewerkt. Het deelgebied Pelmolenpad met overwegend woningbouw en maximaal 1.500 m2 aan publieksfuncties en het deelgebied Stationsgebied met een gemixt functieprogramma van in totaal 20.000 m2 aan publieksfuncties.
Conclusie publieksfuncties De behoefte aan de beoogde ontwikkeling van de Poort van Hoorn met maatschappelijke voorzieningen, cultuur, dienstverlening, horeca, detailhandel, verblijfsaccommodaties en commerciele sportvoorzieningen kan de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking doorstaan: De beoogde publieke functies voorzien in een (toenemende) behoefte, kwantitatief en/of kwalitatief; De ontwikkeling past binnen de beleidskaders en -ambities van de gemeente; Van structurele leegstand, aantasting van het woon- en leefklimaat en ondernemersklimaat als gevolg van de invulling met de beoogde publieksfuncties zal geen sprake zijn. Sterker, de beoogde ontwikkeling draagt positief bij aan het woon- en leefklimaat van bewoners in de gemeente en regio, en aan versterking van de economie en het ondernemersklimaat. Uitwerking bestemmingsplan Met betrekking tot het aspect wonen is het maximaal aantal te realiseren woningen overeenkomstig de
24
bestemmingsplan Stationsgebied
ladderonderbouwing opgenomen. Met betrekking tot de publieksfuncties is aangeven dat in het Stationsgebied 20.000 m2 aan publieksfuncties is toegestaan en de behoefte aan deze publieksfuncties moet blijken uit de quickscan ladderonderbouwingen publieksfuncties. Daarnaast is in de regels van het bestemmingsplan een afwijking opgenomen dat het ook mogelijk is andere publieksfuncties dan genoemd in de quicscan toe te staan onder voorwaarde dat het gebruik wel past in de bestemmingsomschrijving en de behoefte aan deze andere functies is aangetoond met een actuele ladderonderbouwing. 4.1.4
Crisis- en herstelwet
De Crisis- en herstelwet (Chw) is op 31 maart 2010 in werking getreden en is gericht op versnelling van infrastructurele projecten. Hieronder vallen grote bouwprojecten en projecten op het gebied van duurzaamheid, energie en innovatie. Tevens beoogt de wet een economische impuls te geven aan de bouwsector ten tijde van de kredietcrisis. De Chw versnelt enerzijds de procedures voor deze grote projecten, maar handhaaft anderzijds de noodzakelijke waarborgen voor zorgvuldige besluitvorming. De wet bevat een groot aantal wetswijzigingen, waarmee procedures worden ingekort, het aantal benodigde vergunningen wordt teruggedrongen en meer duidelijkheid wordt geschapen in bestuurlijke verantwoordelijkheden waarbij Europese en internationale regelgeving wel volledig van kracht blijft. In december 2011 heeft de ministerraad ingestemd met een voorstel om de wet voor onbepaalde tijd te verlengen. Sinds 25 april 2013 heeft de Chw een permanent karakter gekregen. In deze wet zijn categorieën projecten aangewezen waarvoor de procedurele aspecten van deze wet van toepassing zijn. In bijlage 1 van de wet is als besluit opgenomen het bestemmingsplan waarmee de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden wordt mogelijk gemaakt. Voor een dergelijk bestemmingsplan zijn de procedurele bepalingen van afdeling 2 van de Chw van toepassing.
De bedoeling daarvan is om de bouwnijverheid als economisch vitale sector een stimulans te geven. Deze stimulans is gevonden in een vergaande stroomlijning en vereenvoudiging van besluitvormingsprocessen. Dit plan maakt de bouw van meer dan 11 woningen mogelijk. De Chw is op het onderhavige bestemmingplan van toepassing.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050
De provincie streeft naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die wij maken. In de omgevingsvisie is het principe van 'lokaal wat kan, centraal wat moet' leidend. Hieruit komen een aantal hoofdthema's naar voren: Noord-Holland in beweging, op weg naar een economisch en duurzame toekomst; dynamisch schiereiland, benutten van een unieke ligging; metropool in ontwikkeling, vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem; sterke kernen, sterke regio's, sterke kernen houden regio's vitaal;
25
bestemmingsplan Stationsgebied
nieuwe energie, economische kansen benutten van energietransitie; natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agri-foodsector. Doel van de provincie met de omgevingsvisie is dat iedereen die in Noord-Holland woont, werkt en op bezoek komt een prettige leefomgeving aantreft. Nu, maar ook in de toekomst. De provincie stuurt aan op “balans tussen economische groei en leefbaarheid”, dat als leidend thema wordt gezien. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is daarnaast voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Een economisch vitale provincie kan andersom weer bijdragen aan het welzijn en de leefbaarheid. In samenhang bekeken zijn in dit kader randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met grote thema's als klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, volkshuisvesting, bodemdaling en verminderde biodiversiteit. Uit de ambties en doelstellingen zoals opgenomen in de provinciale omgevingsvisie blijkt dat: b. Wonen en Werken Onze ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn.
De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes. Om de verschillende kernen en regio's te versterken worden op regionaal niveau afspraken gemaakt. Zo worden regionaal woningbouwafspraken gemaakt om de woningbouw af te stemmen op de vraag. In paragraaf 1.60 wordt nader op ingegaan op de regionale afspraken. Het planvoornemen past binnen de gestelde doelstellingen en ambities in de provinciale omgevingsvisie. 4.2.2
Omgevingsverordening NH2020
Op 22 oktober 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld en deze is 17 november 2020 in werking getreden. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil ontwikkelingen als woningbouw en windenergie mogelijk maken en het waardevolle Noord-Hollandse landschap beschermen. Hierin wordt een evenwichtige balans gezocht tussen economische groei en leefbaarheid. De 21 nu geldende provinciale verordeningen zijn samengevoegd tot één verordening. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. Bij de omgevingsverordening zit een digitale kaart waarbij de regels direct in beeld komen op een specifieke locatie. In deze verordening worden regels gegeven over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen Op basis van artikel 6.3 van de Omgevingsverordening kan een bestemmingsplan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Dit artikel vormt een aanvulling op het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking. Deze toetsing aan het provinciaal beleid is verwerkt in de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
De voor dit bestemmingsplan relevante regionale afspraken zijn in paragraaf 4.3 toegelicht. In paragraaf 4.1.2 is getoetst aan de ladder. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling in lijn is met het provinciaal beleid.
26
bestemmingsplan Stationsgebied
4.2.3
Leidraad landschap en cultuurhistorie
De visie op de gewenste ruimtelijke kwaliteit is vastgelegd in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland. Deze vernieuwde leidraad is een uitwerking van het in 2006 vastgestelde Beleidskader Landschap en Cultuurhistorie, dat werd gebruikt als leidraad voor ruimtelijke plannen als bestemmingsplannen, beeldkwaliteitsplannen en structuurplannen. Daarnaast bood het handreikingen aan gemeenten om landschap en cultuurhistorie als uitgangspunt te gebruiken bij planvorming. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met deze Leidraad om samen met bijvoorbeeld gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers te werken aan het behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie. De provincie Noord-Holland heeft 10 archeologische gebieden van provinciaal belang gedefinieerd. Het plangebied ligt in een dergelijk gebied: West-Friesland. Als in gebieden van provinciaal belang het maatschappelijk belang dusdanig groot is dat waardevolle archeologische vindplaatsen aangetast moeten worden, vraagt de provincie aan te geven op welke wijze archeologische waarden door compenserende maatregelen in het plan zijn ondergebracht.
Bovendien vraagt de provincie de aanwezige waarden te benutten bij de inrichting van een gebied. Het archeologiebeleid van de provincie Noord-Holland is primair gericht op het behouden van de archeologische waarden in de bodem. Dit is geheel in de 'geest' van het Verdrag van Malta. In hoofdstuk 4 van het stedenbouwkundig plan (Bijlage 2) is gemotiveerd hoe is omgegaan met de landschappelijke en cultuurhistorie elementen in relatie tot het planvoornemen. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling in lijn is met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. 4.2.4
Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025
In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen, productie op peil: aanjagen woningbouwproductie, gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: De provincie streeft naar voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave. De provincie geeft ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwantitatieve en kwalitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. De provincie stelt geen limiet aan woningaantallen in binnenstedelijke projecten nabij een OV-knooppunt, of gelegen in een regio waar ook na 2030 een groei van de woningbehoefte is voorzien. Gemeenten kunnen besluiten om hogere aantallen woningen te realiseren om zo het woningtekort in te lopen.
In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op de speerpunten en de regionale afspraken.
27
bestemmingsplan Stationsgebied
4.2.5
Detailhandelsbeleid Noord-Holland 2015-2020
De provincie Noord-Holland wil ruimte blijven bieden aan de verdere ontwikkeling van detailhandel om ook op langere termijn een vitale, dynamische en concurrerende structuur te huisvesten. Er wordt niet uitsluitend tegen detailhandel aangekeken als een ruimtevragende sector, maar men ziet ook het economische en maatschappelijke belang. Maatschappelijke behoeftes veranderen. De provincie Noord-Holland wil een provincie zijn die meebeweegt met de veranderende maatschappij. Gestreefd wordt daarom naar een vitale en aantrekkelijke detailhandelstructuur die aansluit op de behoeftes van de bewoners en bezoekers aan de provincie. Detailhandel heeft grote maatschappelijke en economische waarde. De werkgelegenheid is groot en groeit in zowel de fysieke winkels als in internetwinkels. Het gemiddelde leegstandpercentage van winkels is in Noord-Holland het laagste van alle provincies. Toch is in Noord-Holland in enkele gemeenten en winkelcentra sprake van een relatief hoog leegstandspercentage en groeit de leegstand. Noord-Holland moet daarom ook alert zijn op een toenemende leegstand in winkelgebieden. Een regiospecifieke benadering gekoppeld aan een lokale visie én een aanpak per winkellocatie is noodzakelijk. Als leegstand op een locatie moet worden aangepakt, dan zijn primair de gemeenten aan zet. De gemeente is immers bevoegd gezag.
De gemeente kan zorgen voor bestemmingsplanwijzigingen zodanig dat herstructurering en transformatie mogelijk zijn. Bij het ontwikkelen van detailhandelsbeleid hebben overheden vaak een dilemma. Aan de ene kant is er de wens om de bestaande fijnmazige structuur te behouden en overaanbod te voorkomen die leegstand en verpaupering kan veroorzaken. Aan de andere kant moet de dynamiek van de markt de ruimte krijgen, om zo nieuwe impulsen een kans te geven. Nieuwe impulsen zijn nodig om te voorkomen dat een winkelgebied juist verpaupert omdat het te statisch is en de winkeliers daardoor onvoldoende in staat zijn in te spelen op veranderende wensen en gedrag van consumenten. Ook in het provinciaal beleid gaat het om de juiste balans tussen het behouden van dat wat al sterk is, met name de centrumgebieden, en het accommoderen van vernieuwingsimpulsen. De missie van de provincie is ‘het versterken van de detailhandelstructuur in Noord-Holland’. Daarbij behoren de volgende drie hoofddoelstellingen: a. b. c.
een detailhandelstructuur die uitgaat van duurzaam ruimtegebruik; een detailhandelstructuur die bijdraagt aan een vitale regionale economie; een detailhandelstructuur die bijdraagt aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving.
Deze hoofddoelstellingen zijn uitgewerkt in zes beleidsdoelen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
prioriteit geven aan hoofdwinkelgebieden; voorkomen van extra leegstand; internet-afhaalpunten bij voorkeur situeren in bestaande winkelcentra; een vitale, dynamische en concurrerende detailhandelstructuur, ruimte geven aan kwaliteit; primaire detailhandel bereikbaar op een aanvaardbare afstand; detailhandel die bijdraagt aan aantrekkelijke binnensteden.
Realisatie van deze zes beleidsdoelen vindt plaats met inzet van de volgende instrumenten: Regionale adviescommissie Nieuwe detailhandelsontwikkelingen en uitbreidingsplannen vanaf 1.500 m2 moeten aan deze commissie worden voorgelegd. Voor dit bestemmingsplan is vanwege de geringe omvang aan detailhandel geen advies van de commissie vereist.
28
bestemmingsplan Stationsgebied
Regionale visies Het verplicht door de regio’s opstellen van een detailhandelsvisie met daaraan verbonden inhoudelijke en procedurele eisen. Structuurvisie en ruimtelijke verordening Verankering van het ruimtelijke aspect van het detailhandelsbeleid vindt plaats in de structuurvisie en in de PRV. Kennis- en informatievoorziening Het uitvoeren van bijvoorbeeld marktruimte- en koopstromenonderzoek. Conclusie Regionale afspraken zien vooral op de grotere ontwikkelingen. In paragraaf 3.5.2 is toegelicht waarom in dit bestemmingsplan voorzieningen waaronder detailhandel mogelijk wordt gemaakt. De omvang van detailhandel binnen deze voorzieningen is beperkt en past binnen de provinciale regelgeving.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Woonakkoord 2020-2025 regio Westfriesland en Provincie Noord-Holland
De regio West-Friesland is een aantrekkelijke regio om te wonen. In de regionale woonvisie hebben de zeven Westfriese gemeenten hun ambities vastgelegd ten aanzien van het wonen in de regio in het Woonakkoord 2020-2025. Naast het aantrekkelijk houden van de regio als woonregio is dat bijvoorbeeld de ambitie om voldoende betaalbare woningen te hebben en om de bestaande woningvoorraad te verduurzamen. De regio heeft tot doel om de inwoners van West-Friesland naar wens en tevredenheid te laten wonen en een breed scala aan woonwensen binnen de regio te realiseren. De regio West-Friesland zet zich onder andere in op: Versnelling van de woningbouwopgave met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor iedere doelgroep. Tot 2025 dienen jaarlijks minimaal 800 – 900 woningen opgeleverd te worden; Het op peil houden en uitbouwen van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de bestaande voorraad; Leefbaar en bereikbaar West-Friesland tot in de kern; Onderscheidende en complementaire nieuwbouwproducten; De regio en de provincie zetten in op versnelling, zodat de gewenste productie gehaald kan worden. De provincie levert hierbij (financiële) ondersteuning voor versnelling van binnenstedelijke projecten. De provinciale bevolkingsprognose stelt als indicatieve woningbehoefte 7.150 woningen voor de periode 2019-2030.
Hiervoor dienen de komende 5 jaar jaarlijks 800-900 woningen te worden gebouwd. De regio gaat jaarlijks minimaal 900 woningen opleveren. De regio heeft 8.000 woningen (hard en zacht) aan plannen tot 2030. Op papier is voldoende plancapaciteit aanwezig om te voldoen aan de woningbehoefte van 7.150 woningen en de jaarlijkse doelstelling van 900 woningen. Hierbij wordt rekening gehouden met vertraging en mogelijk planuitval. Harde plannen zijn plannen waarvan het bestemmingsplan is vastgesteld. Onduidelijk is wanneer zachte plannen hard gemaakt kunnen worden. Het is daarom belangrijk om een relatief grote hoeveelheid zachte plannen in de voorraad te hebben, voldoende zachte plannen op korte termijn tijd hard te maken en de plannen voortvarend tot uitvoer te brengen. De woningbouwplannen voor de Poort van Hoorn zijn op 7 oktober 2021 regionaal afgestemd en akkoord bevonden.
29
bestemmingsplan Stationsgebied
Binnenstedelijke plannen Uitgangspunt bij het zoeken naar nieuwe locaties in het binnenstedelijk gebied voor woningbouw voor de langere termijn is locaties rond OV knooppunten. Hoorn zet zich in om zich als stad verder te versterken, waardoor de regio een kloppend hart krijgt. Kansen liggen onder andere in de intensivering van wonen, werken en voorzieningen in de Poort van Hoorn. De Poort van Hoorn biedt onderscheidende producten aan. Dit sluit aan op het regionaal beleid. De Poort van Hoorn is daarnaast een binnenstedelijke ontwikkeling, nabij een OV-knooppunt. Deze locatie is geschikt om hogere aantallen woningen te realiseren en het woningtekort in te lopen. Het planvoornemen sluit aan op het regionale (maar ook het provinciale en gemeentelijke) beleid. De Poort van Hoorn voldoet aan de eisen die gesteld zijn. 4.3.2
Afwegingskader wonen Westfriesland 2019
Het Woonakkoord is grotendeels een procesdocument. Naast concrete afspraken over de ambities en nieuwbouwprogrammering 2020-2025 is een afwegingskader vastgelegd. In het regionaal 'Afwegingskader wonen Westfriesland 2019' is vastgelegd dat nieuwe plannen worden getoetst aan het afwegingskader. Daarin zijn de minimumvereisten vastgelegd waaraan elk plan moet voldoen (Westfriese basis). Aan de hand van de stappen in deze basis kan worden beoordeeld of een nieuwbouwplan wel of niet kan worden gerealiseerd. Hierin is onder meer van belang dat een plan moet passen in de vastgelegde woningbouwbehoefte. Daarnaast zijn er een aantal vereisten waar minstens voor de helft aan voldaan moet worden (Westfries vooruitdenken). Het programma past binnen de kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte en wordt binnen een krachtige kern, nabij het OV-knooppunt binnen bestaand stedelijk gerealiseerd. Het planvoornemen voldoet aan het afwegingskader en past daarmee in de provinciale omgevingsverordening. 4.3.3