CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 - Ontwerpbestemmingsplan Huesmolen Zuid - toelichting

Gemeenteraad 21 juni 2022, gemeente HoornBij agendapunt: Herontwikkeling locatie voormalig postkantoor Huesmolen14.172 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoudsopgave

Toelichting

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Begrenzing plangebied

7

1.3

Planologische regeling

9

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

10

2.1

Huidige situatie

10

2.2

Opgave versterken aantrekkingskracht winkelcentrum

14

2.3

Gewenste situatie/uitgangspunten

15

2.4

Parkeren

18

2.5

Ruimtelijke kwaliteit

19

Beleid

20

3.1

Rijksbeleid

20

3.2

Provinciaal beleid

22

3.3

Regionaal beleid

24

3.4

Gemeentelijk beleid

25

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

35

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

35

4.2

Ecologie

35

4.3

Milieuzonering

37

4.4

Geluid

38

4.5

Water

38

4.6

Luchtkwaliteit

40

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

40

4.8

Bodem

41

4.9

Externe veiligheid

42

4.10

Kabels en leidingen

43

4.11

Duurzaamheid

44

4.12

Bezonningsstudie

44

Hoofdstuk 5

Juridische regeling

46

Hoofdstuk 3

3/374

5.1

Algemeen

46

5.2

Toelichting op de bestemmingen

46

Uitvoerbaarheid

47

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47

6.2

Economische uitvoerbaarheid

47

Hoofdstuk 6

Bijlagen bij de toelichting

49

Bijlage 1

Rapportage parkeerdrukmeting

51

Bijlage 2

Stedenbouwkundig plan

71

Bijlage 3

Beeldkwaliteitsplan

99

Bijlage 4

Ladderonderbouwing

111

Bijlage 5

Vormvrije mer-beoordeling

129

Bijlage 6

Ecologisch onderzoek

141

Bijlage 7

Stikstofonderzoek

159

Bijlage 8

Bodemonderzoek

173

Bijlage 9

Verkennend bodemonderzoek uit 2018

229

Bijlage 10

Akoestisch rapport verkeerslawaai

277

Bijlage 11

Watertoets

333

Bijlage 12

Bezonningstudie

337

Bijlage 13

Verslag 1e informatiebijeenkomst

341

Bijlage 14

Verslag 2e informatieavond

349

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

354

Artikel 1

Begrippen

354

Artikel 2

Wijze van meten

361

Bestemmingsregels

362

Artikel 3

Verkeer - Verblijf

362

Artikel 4

Wonen - Woongebouw

363

Algemene regels

365

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

4/374

353

Artikel 5

Anti-dubbeltelregel

365

Artikel 6

Algemene gebruiksregels

366

Artikel 7

Algemene afwijkingsregels

367

Artikel 8

Overige regels

368

Overgangs- en slotregels

370

Artikel 9

Overgangsrecht

370

Artikel 10

Slotregel

371

Hoofdstuk 4

Verbeelding

5/374

372

Toelichting

6/374

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In 2016 is bij de gemeente een verzoek ingediend voor de ontwikkeling van woningbouw, in de vorm van 30 appartementen in een woongebouw met ruimte voor detailhandel in de plint op het perceel De Huesmolen 223 te Hoorn. Op het perceel was in het verleden een postkantoor gevestigd van PostNL. Dit gebouw is inmiddels gesloopt. Het plan is nu geactualiseerd en opnieuw bij de gemeente ingediend. Het betreft de ontwikkeling van circa 30 appartementen in een woongebouw waarbij de plint bestaat uit commerciële dienstverlening (inclusief kantoor), maatschappelijke doeleinden en 260 m2 WVO voor detailhandel aan de oostzijde. De gemeente is voornemens om aan de ontwikkeling te willen meewerken. Hiervoor is een nota van uitgangspunten opgesteld waaraan moet worden voldaan om tot realisatie van een bouwplan op deze locatie te kunnen komen. Op basis van het geldende bestemmingsplan is deze ontwikkeling niet mogelijk (zie ook paragraaf 1.3). In dit bestemmingsplan hebben de gronden namelijk een kantoorbestemming waarbinnen de beoogde functies niet zijn toegestaan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden. Het voorliggende bestemmingsplan geeft hieraan invulling.

1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied betreft de gronden van het perceel plaatselijk bekend De Huesmolen 223 te Hoorn. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Hoorn, sectie F, nummer 4814. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1. De begrenzing van het plangebied is weergeven in figuur 1.2. Dit betreft overigens de voormalige situatie. De bebouwing in het plangebied is reeds gesloopt.

7/374

Figuur 1.1 Ligging van het plangebied (bron: Geo Web)

Figuur 1.2 Begrenzing van het plangebied

8/374

1.3

Planologische regeling

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan Risdam en Nieuwe Steen-West (vastgesteld op 4 april 2017). Het gebied heeft hierin de bestemming 'Kantoor' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' (zie figuur 1.3). Kantoren en dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen zijn toegestaan en gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het bouwvlak mag volledig bebouwd worden met een maximale hoogte van 12 meter. Binnen de bestemming zijn geen woningen en detailhandel toegestaan. Daarnaast is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' van toepassing. Hiervoor geldt dat bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het plangebied kent een oppervlakte van circa 3.000 m2.

Figuur 1.3 Uitsnede geldend bestemmingsplan

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een uitleg aan de juridische regeling van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 6 gaat tenslotte in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

9/374

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied ligt in het winkelcentrum van De Huesmolen. In figuur 1.2 is een luchtfoto van de huidige situatie weergeven. Figuur 2.1 geeft een aanzicht van de voormalige situatie. Voorheen zat hier een kantoor. Dit kantoor is inmiddels gesloopt. De gronden worden nu gedeeltelijk gebruikt als parkeerterrein. Het plangebied ligt aan de zuidzijde van winkelcentrum De Huesmolen, het wijkwinkelcentrum van de wijk Risdam. De Huesmolen bevindt zich globaal tussen de straten Poortwachter in het zuiden, Zwaagmergouw in het oosten, Torenwachter in het westen en Het Grachtje Over in het noorden. In de volgende paragrafen staat een specifieke beschrijving van de huidige situatie inclusief de omgeving.

Figuur 2.1 Aanzicht voormalige situatie 2.1.1 Functionele situatie De locatie, zie de rode stip in figuur 2.2, ligt aan de zuidzijde van winkelcentrum De Huesmolen. Voorheen was hier het postkantoor. Momenteel ligt de locatie braak en wordt het terrein deels gebruikt als parkeerterrein. De kern van het winkelcentrum bestaat uit naar binnen gekeerde winkeleenheden rondom een voetgangerszone. Aan de zuidwestzijde van het winkelcentrum bevindt zich bovendien een haakvormig blok met woningen en appartementen. Rondom het winkelcentrum bevindt zich de auto-ontsluiting en het parkeren. Aan de zuid- en westzijde sluiten deze entrees aan op het omliggende wegennet.

10/374

Figuur 2.2 Functionele organisatie (rode stip is de locatie van het voormalige postkantoor) 2.1.2 Massa en ruimte De ruimtelijke opbouw wordt gekenmerkt door grote gebouwen in de ruimte. In het hart van het winkelcentrum is sprake van nauwe passages, gericht op winkelend publiek. Aan de buitenzijde is de ruimte meer diffuus van karakter. Na de sloop van het postkantoor is meer ‘lucht ontstaan’ en een meer overzichtelijke voorruimte.

Figuur 2.3 Massa en ruimte

11/374

2.1.3

Opbouw verdieping

Op de winkels bevindt zich een tweede maaiveld, van waaruit de woningen op de verdieping worden ontsloten. De woningen vormen in ruimtelijk opzicht de gevels van de omliggende ruimte. De locatie speelt een rol in de manier waarop het bouwblok direct ten noorden wordt waargenomen en afgerond. De positionering en hoogte van het blok zijn mogelijk van invloed op de bezonning. Dit moet worden onderzocht en inzichtelijk worden gemaakt.

Figuur 2.4 Opbouw verdieping 2.1.4 Voor- en achterkanten Het feit dat de winkels (deels) naar binnen zijn gericht, maakt dat de minder aantrekkelijke achterzijden naar buiten gekeerd zijn (stippellijnen in figuur 2.5). Dit speelt ook direct ten noorden van de locatie. De ontwikkeling zal een passend antwoord op deze problematiek moeten formuleren, zodat een prettige en sociaal veilige situatie ontstaat.

12/374

Figuur 2.5 Voor- en achterkanten 2.1.5 Groen en water Groen en water bevinden zich momenteel overwegend aan de buitenranden van de locatie. Gebouwen en openbare ruimte van het winkelcentrum zelf hebben een uitgesproken steenachtig karakter. De herinrichting van de openbare ruimte rondom de ontwikkeling biedt kansen voor het vergroenen en het toevoegen van bomen.

Figuur 2.6 Groen en water

13/374

2.1.6

Winkelcentrum

De Huesmolen is het wijkwinkelcentrum van Risdam. Er zijn hier twee supermarkten (Lidl en Albert Heijn). Het niet-dagelijks aanbod, zoals kleding, huishoudelijke artikelen, boeken en schoenen bedraagt ruim 2.000 m2 wvo. De Huesmolen heeft vrij veel leegstand (ruim 1.500 m2 wvo). Centraal in het winkelcentrum ligt het wijkcentrum, de bibliotheek en bowling Hoorn. Ten zuiden van het winkelcentrum bevinden zich woningen.

2.2

Opgave versterken aantrekkingskracht winkelcentrum

Om de aantrekkingskracht van het winkelcentrum te vergroten, is door de eigenaren in de afgelopen jaren geïnvesteerd in de ruimtelijke verschijning. Dit heeft onder meer geresulteerd in het dempen van de gracht en een nieuwe inrichting van de openbare ruimte. Voorliggend plan maakt onderdeel uit van de beoogde kwaliteitsslag. De ontwikkeling van de PostNL locatie biedt kansen voor een verdere versterking van de ruimtelijke en functionele kwaliteit van de Huesmolen als woon- en winkelgebied. De Huesmolen is in schaal de grootste van de drie wijkwinkelcentra van Hoorn. Helaas kent het van de wijkcentra ook de grootste leegstand. De Detailhandelsnota 2020-2025 geeft ten aanzien van wijkcentra aan dat het gewenst is om deze kwalitatief te versterken, zodat iedere bewoner binnen aanvaardbare afstand toegang heeft tot een complete boodschappenlocatie. De wijkwinkelcentra beschikken bij voorkeur over twee supermarkten van voldoende omvang. Dit zorgt voor voldoende bezoekersstromen voor het functioneren van aanvullend dagelijks en niet-dagelijks aanbod. De ontwikkeling van het oude postkantoor is ontstaan vanuit de behoefte om de noordelijke supermarkt (voorheen Deen, nu Albert Heijn) uit te breiden. Door de aanvullende winkels rondom de supermarkt uit te plaatsen, ontstaat ruimte voor uitbreiding van het supermarktprogramma.

De tweede supermarkt in de Huesmolen - de Lidl – is binnen het winkelcentrum eveneens op zoek naar een nieuwe locatie met meer uitbreidingsruimte. De twee supermarkten samen zouden in de toekomst een haltermodel vormen, met twee trekkers op de kop en aanvullende detailhandel daartussen. In ruimtelijk opzicht biedt de herinrichting van de zuidzijde van de Huesmolen de kans om de stedenbouwkundige ruimte overzichtelijker in te richten dan voorheen. Een nieuw gebouw biedt bovendien de gelegenheid om ongewenste achterkantsituaties aan het zicht te onttrekken en om daarnaast een sociaal veilige en aantrekkelijke woonomgeving te creëren. De ontwikkeling van een nieuw gebouw op de locatie biedt tevens de kans om het aanzicht van het winkelcentrum vanuit het zuiden aantrekkelijker te maken, en daarmee de aantrekkingskracht van het centrum te vergroten. Aangezien de herontwikkeling ook de inrichting van een deel van de openbare ruimte betreft, biedt dit eveneens kansen. De locatie ligt momenteel braak en wordt gebruikt als overloopvoorziening voor parkeren. De herinrichting biedt kansen voor een prettiger verblijfsruimte en entree naar het voetgangersgebied. Overigens maakt de verdere herinrichting van de openbare ruimte geen deel uit van dit bestemmingsplan.

14/374

2.3

Gewenste situatie/uitgangspunten

Bij de gemeente is het verzoek ingediend voor de bouw van een woongebouw met plint waarin diverse functies als detailhandel en zorgfuncties zijn toegestaan. Het initiatief op de locatie voorziet in de ontwikkeling van een gebouw van 5 lagen. Het voorstel gaat uit van een plint met een footprint van circa 937 m2 en maximaal 260 m2 wvo plint met detailhandel, kantoren, dienstverlening en maatschappelijke functies. De gemeente heeft aangegeven ontwikkelruimte te willen geven voor detailhandel met daarbij een oppervlakte van maximaal 260 m2 wvo. Op de verdieping voorziet het voorstel in vier lagen wonen met in totaal 30 appartementen. De appartementen krijgen een oppervlakte tussen de 56 m2 en 113 m2. Het gebouw ligt los van de omliggende bebouwing. De bergingen, circa 6 m2 per berging, worden aan de achterzijde van het gebouw op de begane grond inpandig ingepast. Het gebouw is verder voorzien van een terugliggende gevel met arcade. Een arcade is een bogengalerij – een reeks van achtereenvolgende zuilen die rusten op kolommen. Het gebouw krijgt een footprint van circa 55 x 22,58 meter met een bouwhoogte van maximaal 20 meter en een goothoogte van maximaal 17 meter. Figuur 2.7 geeft de invulling van het plangebied weer. Figuur 2.8 tot 2.10 geeft een impressie weer.

Om een aantrekkelijke en levendige plint te maken, wordt in het stedenbouwkundig plan voorzien in ruimte voor detailhandel en andere commerciële plintfuncties. Dichte gevels mogen alleen aan de noordzijde worden gesitueerd. De plint van het gebouw sluit aan op de inrichting van winkelstraat De Huesmolen. Evenals de bestaande gebouwen voorziet de nieuwbouw in een zuilengalerij. Een zuilenrij is een rij zuilen/kolommen die een overdekking draagt. De zuilengalerij bevindt zich aan de west-, zuid- en oostzijde van de plint. De gevel ligt terug ten opzichte van deze kolommen, waardoor een overgangszone en droogloop ontstaat. De rooilijn van de gevel op de begane grond van het nieuwe gebouw sluit in de noordoosthoek aan op de bestaande gevel. Het oostelijk deel van de plint biedt ruimte voor detailhandel, zodat de winkelstraat aan weerszijden 'bewinkeld' is. De entree van de winkelstraat wint daarmee aan aantrekkingskracht. Het gebouw heeft nog geen definitieve vormgeving. Bij de totstandkoming van het ontwerp wordt aangesloten bij de regels die gelden voor gebouwen binnen de bestemming 'Wonen - Woongebouw' uit het geldende bestemmingsplan, overeenkomstig de systematiek van het bestemmingsplan Risdam en Nieuwe Steen-West. Openbare ruimte en groen Het onbebouwde deel van het plangebied vormt ruimtelijk en functioneel gezien één geheel met de omliggende openbare ruimte.

Het geheel vormt de voorruimte van het winkelcentrum. Daarmee is het een belangrijk onderdeel van de beleving. Naast de herinrichting van het onbebouwde deel van de PostNL locatie zal onderzocht worden of er ook in de rest van de zuidzijde van het winkelcentrum mogelijkheden zijn om tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit te komen.

15/374

Voor het onbebouwde deel van het perceel wordt door de gemeente een ontwerp gemaakt dat functioneel en ruimtelijk één geheel vormt met de omgeving. Gelet op het steenachtige karakter van de bestaande ruimte en vanwege de noodzaak om klimaatadaptief te zijn, is het toevoegen van groen en van voldoende bomen een belangrijk landschappelijk uitgangspunt. Dit sluit aan bij de eis om per nieuwe woning 1,3 boom toe te voegen.

Figuur 2.7

Toekomstige inrichting plangebied

Figuur 2.8 Impressie entree Huesmolen gebied

16/374

Figuur 2.9 Impressie Zuid westzijde

Figuur 2.10 Gevelaanzichten

17/374

2.4

Parkeren

Parkeren vindt plaats op gronden die gelegen zijn rondom het winkelcentrum. Ten behoeve van de ontwikkelingen is in opdracht van de gemeente Hoorn door de firma Ecorys in februari 2020 een parkeerdrukmeting gedaan. De resultaten van deze studie zijn neergelegd in de rapportage parkeerdrukmeting Hoorn de Huesmolen 26 maart 2020. Deze is als bijlage 1 toegevoegd. In het onderzoeksgebied bevinden zich in totaal 654 algemene parkeerplaatsen en 16 bijzondere parkeerplaatsen. Op zaterdag 1 februari 2020 en op zaterdag 8 februari 2020 zijn drie verschillende parkeerdrukmetingen per dag verricht. De keuze voor deze specifieke meetmomenten is gebaseerd op de verwachting dat de aanwezigheid van zowel direct omwonenden als winkelend publiek dan relatief hoog is. Drie metingen op woensdag 5 februari 2020 geven daarnaast inzicht in de parkeersituatie gedurende de wekelijkse markt. Uit de parkeerdrukmeting komt naar voren dat de parkeercapaciteit momenteel ruim voldoende is. In de Huesmolen als geheel bedraagt de gemiddelde parkeerdruk 60%. Uitgaande van een maximale bezetting van 85% betekent dit op het niveau van het centrum een overcapaciteit van circa 163 parkeerplaatsen. Als alleen naar de zuidzijde van het winkelcentrum wordt gekeken, dan is er op zaterdagmiddag een gemiddelde parkeerdruk van circa 75% 654op een totaal areaal van 328 parkeerplaatsen.

De gemiddelde intensiteit is het hoogst in de onmiddellijke nabijheid van de beide supermarkten. Tijdens de weekmarkt op woensdag is de parkeerdruk vergelijkbaar. Deze parkeerdruk wordt mede veroorzaakt door de kramen die opgesteld zijn ter plekke van een deel van het parkeerplein ten zuiden van de Albert Hein (circa 50 parkeerplaatsen). Parkeerbehoefte In het plangebied worden 61 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd. Uitgangspunt is dat de onbebouwde ruimte onderdeel wordt van het publieke domein. Daarmee wordt geborgd dat de parkeerplaatsen openbaar toegankelijk zijn en beschikbaar voor dubbelgebruik. Het vertrekpunt voor de planvorming is dat de parkeerbalans ten opzichte van de oorspronkelijke inrichting niet verslechtert. Dat wil zeggen dat de 24 parkeerplaatsen die ten tijde van de PostNL locatie voorhanden waren in de nieuwe situatie terugkeren. Daarop worden 8 parkeerplaatsen in mindering gebracht voor het verdwijnen van de vraag als gevolg van het postkantoor zelf. Daarmee resteert een startvraag van 16 parkeerplaatsen. Aanvullend voorziet de nieuwe situatie in aanvullende parkeergelegenheid voor het programma dat wordt toegevoegd. De grondslag voor de berekening van de parkeervraag is de parkeernormnota Hoorn (2018). Parkeerdrukmetingen laten zien dat de zaterdagmiddag het maatgevende moment is voor deze berekening.

Toepassing van de parkeernormnota levert bij het voorgenomen bouwprogramma van 30 woningen tot een aanvullende parkeervraag van 37 parkeerplaatsen. De totale parkeeropgave ter plaatse van de voormalige postNL locatie bedraagt daarmee per saldo 53 parkeerplaatsen. In het ontwerp van het voorplein worden 59 nieuwe parkeerplaatsen voorzien. Aan de noordzijde komen 3 langsparkeervakken. Het overschot van 9 parkeerplaatsen dat ontstaat, wordt ingezet om

18/374

het oostelijk deel van de parkeerplaatsen te vergroenen. Fietsparkeren Ten aanzien van fietsvoorzieningen voor bewoners van nieuwe woningen en werknemers van plintfuncties is het uitgangspunt dat het inpandig wordt opgelost. In de openbare ruimte wordt voorzien in fietsvoorzieningen ten behoeve van bezoekers van de genoemde functies. Bij de realisatie van het bouwplan moet worden voldaan aan parkeernormen. Deze zijn gewaarborgd in de planregels.

2.5

Ruimtelijke kwaliteit

Op basis van het hiervoor beschreven stedenbouwkundig plan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. In het beeldkwaliteitsplan wordt ingegaan op de inrichting van de openbare ruimte, de aansluiting van de gebouwen op de openbare ruimte, de volumes van de gebouwen en de afwisseling in dakvormen en materialisatie. Het beeldkwaliteitsplan wordt samen met het bestemmingsplan vastgesteld en gaat straks onderdeel uit maken van de welstandsnota. Het stedenbouwkundig plan is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. Het beeldkwaliteitsplan is in bijlage 3 opgenomen.

19/374

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (2020) De Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Landsdeel Noordwest is aangewezen als voorlopig NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Voor Landsdeel Noordwest is een omgevingsagenda opgesteld, waar Noord - Holland onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

20/374

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 07-12-2011), ook wel bekend onder de naam Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn de nationale belangen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het plangebied geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. Dit houdt in dat de toelichting bij ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling moet bevatten. Indien het ruimtelijk plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voor de ontwikkeling is een Ladderonderbouwing gemaakt. Deze is als bijlage 4 toegevoegd. In dit onderzoek is de behoefte onderzocht naar de ontwikkeling in de Huesmolen Hoorn van appartementen met in de plint verschillende commerciële functies.

Er worden 30 appartementen gerealiseerd met in de plint 600 m2 aan commerciële functies. Dit kunnen zijn detailhandel (maximaal 260 m2 wvo), zakelijke dienstverlening, maatschappelijke functies en kantoorfuncties. Kantoorfuncties en zakelijke dienstverlening zijn al mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan. De ontwikkeling komt voort uit een beleidsmatige behoefte tot versterking van winkelcentrum De Huesmolen. Daarnaast leidt het mogelijk maken van andere functies voor een levendige plint en voor versterking van het voorzieningenaanbod voor de wijk. Ook wordt met de ontwikkeling van 30 appartementen voorzien in de grote woningbehoefte. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Crisis- en herstelwet De Crisis- en herstelwet (Chw) is op 31 maart 2010 in werking getreden en is gericht op versnelling van infrastructurele projecten. Hieronder vallen grote bouwprojecten en projecten op het gebied van duurzaamheid, energie en innovatie. Tevens beoogt de wet een economische impuls te geven aan de bouwsector ten tijde van de kredietcrisis. De Chw versnelt enerzijds de procedures voor deze grote projecten, maar handhaaft anderzijds de noodzakelijke waarborgen voor zorgvuldige besluitvorming.

De wet bevat een groot aantal wetswijzigingen, waarmee procedures worden ingekort, het aantal benodigde vergunningen wordt teruggedrongen en meer duidelijkheid wordt geschapen in bestuurlijke verantwoordelijkheden waarbij Europese en internationale regelgeving wel volledig van kracht blijft. In december 2011 heeft de ministerraad ingestemd met een voorstel om de wet voor onbepaalde tijd te verlengen. Sinds 25 april 2013 heeft de Chw een permanent karakter gekregen.

21/374

In deze wet zijn categorieën projecten aangewezen waarvoor de procedurele aspecten van deze wet van toepassing zijn. In bijlage 1 van de wet is als besluit opgenomen het bestemmingsplan waarmee de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden wordt mogelijk gemaakt. Voor een dergelijk bestemmingsplan zijn de procedurele bepalingen van afdeling 2 van de Chw van toepassing. De bedoeling daarvan is om de bouwnijverheid als economisch vitale sector een stimulans te geven. Deze stimulans is gevonden in een vergaande stroomlijning en vereenvoudiging van besluitvormingsprocessen. Dit plan maakt de bouw van meer dan 11 woningen mogelijk. De Chw is op het onderhavige bestemmingplan van toepassing.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie 2050 en Omgevingsverordening NH2020 Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord - Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie 2050. In de omgevingsvisie geeft de provincie een toekomstbeeld, waaruit het provinciaal belang volgt. Het toekomstbeeld is als volgt gedefinieerd: 'De provincie Noord-Holland zorgt dat Noord-Holland een mooie, veelzijdige en internationaal concurrerende provincie blijft door in te zetten op klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels verbonden aan de provinciale hoofdbelangen. In artikel 6.3 is geregeld dat in een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk kan maken als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Dit artikel vormt een aanvulling op het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De toetsing aan het provinciaal beleid voor het aspect wonen en de commerciële functies is verwerkt in de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (zie tevens paragraaf 3.1). De toets aan de ladder is toegevoegd in bijlage 4. De ontwikkeling is in lijn met het provinciaal beleid. Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld.

Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen, productie op peil: aanjagen woningbouwproductie, gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: De provincie streeft naar voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave. De provincie geeft ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwantitatieve en kwalitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. De provincie stelt geen limiet aan woningaantallen in binnenstedelijke projecten nabij een OV-knooppunt, of gelegen in een regio waar ook na 2030 een groei van de woningbehoefte is voorzien. Gemeenten kunnen

22/374

besluiten om hogere aantallen woningen te realiseren om zo het woningtekort in te lopen. In paragraaf 3.3 wordt nader ingegaan op de speerpunten en de regionale afspraken. Detailhandelsbeleid Noord-Holland 2015-2020 De provincie Noord-Holland wil ruimte blijven bieden aan de verdere ontwikkeling van detailhandel om ook op langere termijn een vitale, dynamische en concurrerende structuur te huisvesten. Er wordt niet uitsluitend tegen detailhandel aangekeken als een ruimtevragende sector, maar men ziet ook het economische en maatschappelijke belang. Maatschappelijke behoeftes veranderen. De provincie Noord-Holland wil een provincie zijn die meebeweegt met de veranderende maatschappij. Gestreefd wordt daarom naar een vitale en aantrekkelijke detailhandelstructuur die aansluit op de behoeftes van de bewoners en bezoekers aan de provincie. Detailhandel heeft grote maatschappelijke en economische waarde. De werkgelegenheid is groot en groeit in zowel de fysieke winkels als in internetwinkels. Het gemiddelde leegstandpercentage van winkels is in Noord-Holland het laagste van alle provincies. Toch is in Noord-Holland in enkele gemeenten en winkelcentra sprake van een relatief hoog leegstandspercentage en groeit de leegstand. Noord-Holland moet daarom ook alert zijn op een toenemende leegstand in winkelgebieden.

Een regio specifieke benadering gekoppeld aan een lokale visie én een aanpak per winkellocatie is noodzakelijk. Als leegstand op een locatie moet worden aangepakt, dan zijn primair de gemeenten aan zet. De gemeente is immers bevoegd gezag. De gemeente kan zorgen voor bestemmingsplanwijzigingen zodanig dat herstructurering en transformatie mogelijk zijn. Bij het ontwikkelen van detailhandelsbeleid hebben overheden vaak een dilemma. Aan de ene kant is er de wens om de bestaande fijnmazige structuur te behouden en overaanbod te voorkomen die leegstand en verpaupering kan veroorzaken. Aan de andere kant moet de dynamiek van de markt de ruimte krijgen, om zo nieuwe impulsen een kans te geven. Nieuwe impulsen zijn nodig om te voorkomen dat een winkelgebied juist verpaupert omdat het te statisch is en de winkeliers daardoor onvoldoende in staat zijn in te spelen op veranderende wensen en gedrag van consumenten. Ook in het provinciaal beleid gaat het om de juiste balans tussen het behouden van dat wat al sterk is, met name de centrumgebieden, en het accommoderen van vernieuwingsimpulsen. De missie van de provincie is ‘het versterken van de detailhandelstructuur in Noord-Holland’. Daarbij behoren de volgende drie hoofddoelstellingen: a. een detailhandelstructuur die uitgaat van duurzaam ruimtegebruik; b. een detailhandelstructuur die bijdraagt aan een vitale regionale economie; c.

een detailhandelstructuur die bijdraagt aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Deze hoofddoelstellingen zijn uitgewerkt in zes beleidsdoelen: 1. prioriteit geven aan hoofdwinkelgebieden; 2. oorkomen van extra leegstand;

23/374

3. 4. 5. 6.

internet-afhaalpunten bij voorkeur situeren in bestaande winkelcentra; een vitale, dynamische en concurrerende detailhandelstructuur, ruimte geven aan kwaliteit; primaire detailhandel bereikbaar op een aanvaardbare afstand; detailhandel die bijdraagt aan aantrekkelijke binnensteden.

Realisatie van deze zes beleidsdoelen vindt plaats met inzet van de volgende instrumenten: Regionale adviescommissie Nieuwe detailhandelsontwikkelingen en uitbreidingsplannen vanaf 1.500 m2 moeten aan deze commissie worden voorgelegd. Voor dit bestemmingsplan is vanwege de geringe omvang aan detailhandel geen advies van de commissie vereist. Regionale visies Het verplicht door de regio’s opstellen van een detailhandelsvisie met daaraan verbonden inhoudelijke en procedurele eisen. Structuurvisie en ruimtelijke verordening Verankering van het ruimtelijke aspect van het detailhandelsbeleid vindt plaats in de structuurvisie en in de PRV. Kennis- en informatievoorziening Het uitvoeren van bijvoorbeeld marktruimte- en koopstromenonderzoek. Conclusie Regionale afspraken zien vooral op de grotere ontwikkelingen. In paragraaf 2.3 is toegelicht waarom in dit bestemmingsplan in bescheiden mate voorzieningen waaronder detailhandel mogelijk wordt gemaakt. De omvang van alle voorzieningen in totaal maximaal 600 m2 is beperkt en past binnen de provinciale regelgeving.

3.3

Regionaal beleid

Woonakkoord 2020-2025 regio Westfriesland en Provincie Noord-Holland Voor de regio West-Friesland is een Woonakkoord opgesteld. Deze zijn door alle gemeenteraden in de regio vastgesteld. Het Woonakkoord draagt samen met het afwegingskader wonen Westfriesland 2019 bij aan de binnen het Pact van Westfriesland uitgesproken ambitie om tot de top 10 woonregio’s van Nederland te behoren. Samen met het Woonakkoord wordt uitvoering gegeven aan realistische doelen die in de regio opgepakt worden om de woningmarkt (meer) toekomstbestendig te maken en te behouden. In het Woonakkoord voor WestFriesland werken de Westfriese gemeenten Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Enkhuizen, Drechterland en Stede Broec samen met de provincie aan een evenwichtig en afgestemd woningbouwprogramma in de regio. Naast deze gemeenten, hebben ook betrokken marktpartijen zoals woningcorporaties, zorgpartijen, bouwers, ontwikkelaars en huurdersvereniging input geleverd voor dit

24/374

Woonakkoord. De speerpunten uit het woonbeleid zijn: bestaande voorraad: kwaliteit en aantrekkelijkheid op peil houden en uitbouwen; vitale kernen: leefbaar West-Friesland tot in de kern; nieuwbouw: vooral inzetten op onderscheidende en complementaire producten; scheiden van wonen en zorg: langer zelfstandig wonen bevorderen; flexibel kader: houvast voor de regio en ruimte voor marktinitiatieven. In bijlage 4 is de Laddertoets opgenomen. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling in lijn is met het regionaal beleid. Op 7 april 2022 wordt de voorgenomen ontwikkeling regionaal afgestemd. Afwegingskader wonen Westfriesland 2019 Het Woonakkoord is grotendeels een procesdocument. Naast concrete afspraken over de ambities en nieuwbouwprogrammering 2020-2025 is een afwegingskader vastgelegd. In het regionaal 'Afwegingskader wonen Westfriesland 2019' is vastgelegd dat nieuwe plannen worden getoetst aan het afwegingskader. Daarin zijn de minimumvereisten vastgelegd waaraan elk plan moet voldoen (Westfriese basis). Aan de hand van de stappen in deze basis kan worden beoordeeld of een nieuwbouwplan wel of niet kan worden gerealiseerd. Hierin is onder meer van belang dat een plan moet passen in de vastgelegde woningbouwbehoefte. Daarnaast zijn er een aantal vereisten waar minstens voor de helft aan voldaan moet worden (Westfries vooruitdenken).

Het programma past binnen de kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte en wordt binnen een krachtige kern, nabij het OV-knooppunt binnen bestaand stedelijk gerealiseerd. Het planvoornemen voldoet aan het afwegingskader en past daarmee in de provinciale omgevingsverordening. Regionale detailhandelsvisie In de regionale detailhandelsvisie West-Friesland (2015) wordt ingezet op (versterking van) de hoofdstructuur. Er wordt geen medewerking verleend aan initiatieven tot nieuwe clusters van detailhandel buiten de hoofdstructuur (met uitzondering van Bangert en Oosterpolder). Kort samengevat is het credo: initiatieven dienen bij te dragen aan versterking van de gewenste structuur; nieuwe clusters van detailhandel buiten de genoemde hoofdstructuur niet gewenst zijn; initiatieven die voorzien in realisering of uitbreiding van verspreid gevestigde bewinkeling niet gewenst zijn. Nieuwe detailhandelsinitiatieven buiten de winkelgebieden worden niet toegestaan. De in dit bestemmingsplan voorziene detailhandel is van geringe omvang en passend bij de functie van het gebied.

3.4

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Hoorn In de op 10 juli 2012 vastgestelde Structuurvisie Hoorn van de gemeente Hoorn is het ruimtelijk beleid vastgelegd. De gemeente wil jonge huishoudens in Hoorn houden (veelal uit de regio). De opgave is om afgestudeerden te verleiden om terug te komen of om te kiezen voor Hoorn. Het vasthouden van jonge

25/374

huishoudens is mede gewenst vanwege de sterke vergrijzing. Het is van groot belang dat de woningbouw op peil blijft. Hiertoe dienen voldoende locaties beschikbaar te zijn. De huidige locaties bevatten voldoende capaciteit om de kwantitatieve en kwalitatieve reguliere vraag tot 2025 te kunnen accommoderen. Eén van de mogelijkheden om aan de vraag te voldoen zijn inbreidingsmogelijkheden. Hierbij dient marktgericht gebouwd te worden. Met de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, wordt aangesloten bij het beleid van de structuurvisie. Met de ontwikkeling is sprake van een inbreidingslocatie waarbij kwaliteit wordt toegevoegd door het herontwikkelen van vrijkomende bebouwing. Omgevingsvisie (door raad op 8-2-2022 vastgesteld) De Omgevingsvisie van de gemeente Hoorn beschrijft de keuzes die ze vandaag moeten maken, om in 2040 als stad nog sterker, mooier en duurzamer te zijn. Een belangrijke keuze die ze maken is om ‘Meer stad’ te worden.De gemeente gebruikt de Omgevingsvisie als zogenoemde ‘stip op de horizon’ bij het uitwerken van zijn plannen en ideeën. Een Omgevingsvisie gaat over de ruimte om ons heen, bijvoorbeeld over landschap, natuur, water, milieu, verkeer en vervoer, wonen, economie en cultureel erfgoed. De gemeente maakt dus keuzes over zijn omgeving. Deze keuzes gaan over wat ze waardevol vinden en willen beschermen.

De keuzes gaan ook over wat voor nieuwe ontwikkelingen ze willen en waar deze moeten komen. Om te komen tot een gewenst ideaalbeeld voor de gemeente zijn er vijf opgaven voor Hoorn uitgewerkt. 1. Aantrekkelijke stads- en woonwijken (nieuw en bestaand) 2. Voortbouwen op economische en toeristische kansen 3. Bereikbaarheid via weg, spoor en water verbeteren 4. Werken aan een socialere, gezondere en veiligere omgeving 5. Verder verduurzamen en vergroenen Met de uitwerking van dit bestemmingsplan wordt een bijdrage geleverd aan opgave 1 en 5. De gemeente wil een stedelijker hoorn creëren. Hierbij horen ook meer woningen. De gemeente wil 10.000 tot 12.000 extra woningen bouwen. Tevens voorziet de ontwikkeling in een bijdrage van opgave 5. Dit doordat er sprake is van een duurzame uitwerking met daarbij duurzame maatregelen. Woonvisie Hoorn 2020-2025 (2020) De Hoornse woningmarkt en de ambitie om meer stad te worden vragen om een nieuwe koers. Door de enorme krapte op de woningmarkt is de urgentie groot. De gemeente Hoorn wil zich blijven ontwikkelen. De huidige vergrijzing en ontgroening (jongeren die de stad verlaten) heeft een negatief effect op de leefbaarheid en vitaliteit van de stad en daarmee een negatief economisch effect. Een divers aanbod van woningen, werkgelegenheid, zorg-, onderwijs- en recreatievoorzieningen is van groot belang voor een dynamische stad.

Daarnaast zet de gemeente in op een samenleving waarin iedereen meedoet, met duurzame, toekomstbestendige en betaalbare woningen. De vraag naar woningen is groot. Daarom stimuleert de gemeente het bouwen van extra woningen. Met een nieuwbouwprogramma, zowel op nieuwe locaties als binnen bestaande buurten ('inbreiden’ en verdichten). Kernpunten uit de visie zijn: inzetten op de groei van de stad, een gemengde bevolking naar leeftijd en

26/374

sociaal-economische status per wijk, een duurzamer woningvoorraad, meer sociale huurwoningen en betere doorstroming in de sociale- en middencategorie. Hoorn heeft helaas nog weinig nieuwe ruimte voor ontwikkelingen. Onze gemeente is al dichtbebouwd tot de grenzen. Veranderingen moeten vooral op bestaande locaties komen. In de directe omgeving zijn veel mogelijkheden om vernieuwende woonmilieus te creëren waarin werken, wonen, ontmoeten en beleven samenkomen. Dit sluit aan bij het economisch programma van Hoorn. Het aantal alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens neemt sterk toe. Als huishoudens van samenstelling veranderen, leidt dit tot een andere woonvraag. De gemeente Hoorn speelt hier op in. Elke ontwikkeling moet een bijdrage leveren aan deze opgaven. De gemeente biedt diversiteit en houdt rekening met verschillende woonvoorkeuren, huishoudenssamenstelling en leefstijlen van mensen. We gaan een concentratie van doelgroepen tegen. Bij nieuwe woningbouwplannen streeft de gemeente naar naar 30 procent goedkoop, 30 procent middelduur en 40 procent duur, in een mix van koop en huur. In elke wijk moeten verschillende typen bewoners wonen. De gemeente maakt per wijk inzichtelijk hoe de verhouding goedkoop, middelduur en duur is. Dit zet de gemeente in als sturingsmiddel. Uitgangspunt bij nieuwbouw is dat projecten kwalitatief aansluiten bij de vraag van woningzoekenden.

Het regionale kwalitatieve afwegingskader is hierbij leidend. Daarmee biedt de gemeente nieuwbouw aan die past bij de vele woonwensen, inkomens en generaties. Ontwikkelende partijen moeten zich hier aan houden. De gemeente stuurt door gebruik te maken van de doelgroepenverordening. De zelfbewoningsplicht maakt hier deel van uit, om te voorkomen dat woningzoekenden op de woningmarkt verdrukt worden door beleggers. Met de nieuwbouwopgave werkt de gemeente aan een toekomstbestendige voorraad. We spelen in op de (maatschappelijke) opgaven als de vergrijzing, de toename van kleine huishoudens, langer zelfstandig wonen, de klimaat- en energieopgave en vooral de economische versterking van Hoorn. Het plan voornemen voorziet in nieuwe woningen op een inbreidingslocaties en voorziet in type woningen waar vanuit de markt specifieke behoefte aan is. Doelgroepenverordening Op projectniveau is het wenselijk om differentiatie toe te passen. Naast de diversiteit in prijscategorieën wordt geadviseerd om bijvoorbeeld een mix van 1-, 2- en 3-kamerappartementen te realiseren. Door deze mix zijn de appartementen voor meerdere doelgroepen aantrekkelijk en wordt de kwaliteit van het gebied verhoogd. Door de woningen levensloopbestendig te maken kunnen deze woningen in het bijzonder bij dragen aan de doorstroming van ouderen.

Voor deze doelgroep is wel een voorwaarde dat de woningen een aantrekkelijk alternatief vormen voor de huidige woning. Omwille van de woonkwaliteit is het uitgangspunt dat alle woningen voorzien zijn van een kwalitatieve buitenruimte en sociaal veilige bergingen of collectieve fietsenberging. Het plan Huesmolen geeft hierdoor invulling aan de ambities in de woonvisie. Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur Gemeente Hoorn (2019) Bij een ontwikkeling van meer dan 30 woningen wordt de doelgroepenverordening toegepast en moet de ontwikkelaar voldoen aan de eisen uit deze verordening. De gemeente past bij nieuwbouw de

27/374

doelgroepenverordening toe om de begrippen sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en middeldure huurwoningen te definiëren. Daarnaast moet in deze verordening de instandhoudingtermijn voor deze woningen worden bepaald, binnen de in het Bro gestelde grenzen. Door middel van deze verordening kan een woonprogramma worden vastgelegd in de regels van een bestemmingsplan. In de woonvisie heeft de gemeente aangegeven dat ze op wijkniveau streeft naar een verhouding van 30% goedkoop, 30% midden en 40% duur, in een mix van koop en huur. De ontwikkeling moet een bijdrage leveren aan deze verdeling op wijkniveau. Vanuit dit streven naar differentiatie op wijkniveau zouden woningen in de dure en middendure huur een welkome aanvulling vormen op het bestaande areaal. Het project geeft daar invulling aan. Binnen het plangebied dient te worden voldaan aan de volgende woningdifferentiatie: minimaal 50% van het totaal aantal maximum toegestane wooneenheden in de categorie geliberaliseerde woning voor middenhuur laag conform het bepaalde in de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Hoorn d.d. 6 juni 2019; minimaal 50% van het totaal aantal maximum toegestane wooneenheden in de categorie geliberaliseerde woning voor middenhuur hoog conform het bepaalde in de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Hoorn d.d. 6 juni 2019.

Welstandsnota 2020 Op 4 februari 2020 is de Welstandsnota 2020 van de gemeente Hoorn vastgesteld. De welstandsnota is het toetsingsinstrument voor nieuwe ontwikkelingen in Hoorn. Het planvoornemen ligt in plangebied 5c Buitenstad. Hiervoor geldt een regulier welstandsregime. In de reguliere gebieden ligt de focus bij de beoordeling vooral op het bewaren van de eenheid in complexmatige bebouwing. De welstandsnota bevat geen welstandscriteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. In sommige gevallen kan dan worden volstaan met het verwijzen naar criteria van naastgelegen of andere vergelijkbare gebieden in de gemeente. In andere gevallen wordt bij de beoordeling teruggegrepen op de algemene criteria. Ook kan de gemeenteraad besluiten in het kader van de planvorming nieuwe welstandscriteria vast te stellen als aanvulling op de welstandsnota. Beeldkwaliteitsplan Voor de ontwikkeling is een apart beeldkwaliteitsplan opgesteld. In het beeldkwaliteitskader staan de criteria met betrekking tot de plaatsing, massa, aanzichten/detaillering, opmaak en diverse andere zaken voor het op te richten programma.

Het beeldkwaliteitskader vormt, samen met het voorliggende bestemmingsplan, na de uiteindelijke vaststelling door de gemeenteraad, de basis voor de aan te vragen (eventueel collectieve) omgevingsvergunning(en) voor het bouwen. Het beeldkwaliteitskader doorloopt een eigen procedure en wordt apart van het bestemmingsplan vastgesteld. Detailhandelsnota gemeente Hoorn 2020-2025 De gemeente Hoorn heeft in april 2021 de Detailhandelsnota Hoorn 2020-2025 vastgesteld. De gemeente streeft naar een leefbaar stedelijk milieu, met een goed, gevarieerd voorzieningenaanbod, een dynamisch hoofdcentrum met een goede aantrekkingskracht, het bieden van een compleet dagelijks winkelaanbod in de

28/374

nabijheid van bewoners en het beschermen van de vitaliteit in centrumgebieden door het beperken van leegstand. Het winkelaanbod wordt zoveel mogelijk geconcentreerd in de reguliere winkelgebieden.De gewenste winkelstructuur bestaat uit de volgende winkelgebieden: de binnenstad, Stationsgebied-noord, de wijkcentra, de buurtcentra, strategisch gelegen solitaire supermarkten, Hof van Hoorn, een tuincentrum en bouwmarkt Oude Veiling. Voor de dagelijkse goederensector geldt dat tot 2025 het in marktruimte voor uitbreiding van het supermarktaanbod ontbreekt. Desondanks is het gewenst om schaalvergroting van supermarkten in enkele buurt- en wijkcentra toe te staan om de gewenste winkelstructuur te versterken. Voor de wijk- en buurtcentra is het beleid gericht op behoud van de huidige functie. In Huesmolen en Kersenboogerd wordt meegewerkt aan schaalvergroting van de supermarkten, passend bij de wijkverzorgende functie. Revitalisering van Huesmolen is een van de uitgangspunten van de detailhandelsnota. Revitalisatie is mogelijk door ontwikkeling van de postkantoorlocatie en de noordelijk gelegen ‘versmarkt’-locatie. Onderzoek wordt gedaan naar mogelijkheden van verplaatsing en vergroting van Lidl en van vergroting van Deen op de huidige locatie. Met de planontwikkeling wordt uiting gegeven aan de ambities uit de detailhandelsnota.

Winkelcentrum Huesmolen wordt verder versterkt door de oude Postkantoorlocatie te herontwikkelen. Hier is onder andere ruimte voor winkelruimte waarmee winkels uit de Huesmolen kunnen verplaatsen. Deze verplaatsing maakt het mogelijk om de gewenste uitbreiding van de supermarkten mogelijk te maken. Bomenbeleidsplan In 2009 is het Bodembeleidsplan opgesteld dat voor een deel steunt op het groenbeleidsplan. Het Bomenbeleidsplan draagt de titel “Ruimte voor bomen”, waarmee wordt benadrukt dat bomen in het toekomstige gemeentelijk beleid een meer prominente plaats krijgen in ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente wil dat Hoorn een groene stad is en blijft. Centraal in het bomenbeleidsplan staat het beschermen van het huidige en toekomstige bomenbestand en het scheppen van voorwaarden voor een optimale ontwikkeling en verzorging van bomen. Via het principe “niet kappen, tenzij…” wordt het gemeentelijke bomenbestand zoveel mogelijk beschermd. Hoorn zet zich in om deze beeldbepalende boomrijen te behouden en te versterken. Voor extra bescherming van bestaande bomen gaat Hoorn een aantal instrumenten inzetten. Bij bouw- en aanlegwerkzaamheden moet een Bomen Effect Analyse (BEA) gemaakt worden, voordat de werkzaamheden plaats vinden. Hiermee wordt inzichtelijk welke effecten de beoogde maatregelen hebben.

Ook moet er gewerkt worden volgens normen van de Lior (Leidraad inrichting openbare ruimte). En de gemeente gaat werken met een bomenbalans, waarop alle bomen worden aangegeven die zijn verdwenen en aangeplant. De gemeente Hoorn hanteert een bomennorm van gemiddeld 1,3 bomen per woning. Indien dit aantal niet wordt gehaald, moet het resterende deel worden afgekocht in het bomenfonds waarbij de gemeente zorgdraagt voor de plant van bomen elders in de gemeente. Met dit plan is geen sprake van het kappen van bomen. Het onbebouwde deel van het plangebied vormt ruimtelijk en functioneel gezien één geheel met de omliggende openbare ruimte. Het geheel vormt de voorruimte van het winkelcentrum. Daarmee is het een belangrijk onderdeel van de beleving. Naast de herinrichting van het onbebouwde deel van de PostNL locatie zal onderzocht worden of er ook in de rest van de

29/374

zuidzijde van het winkelcentrum mogelijkheden zijn om tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit te komen. Voor het onbebouwde deel van het perceel wordt door de gemeente een ontwerp gemaakt dat functioneel en ruimtelijk één geheel vormt met de omgeving. Gelet op het steenachtige karakter van de bestaande ruimte en vanwege de noodzaak om klimaatadaptief te zijn, is het toevoegen van groen en van voldoende bomen een belangrijk landschappelijk uitgangspunt. Dit sluit aan bij de eis om per nieuwe woning 1,3 boom toe te voegen. Groenvisie Hoorn 2019 - 2029 Meer groene verbindingen door de stad, een beter gebruik van groen en grotere biodiversiteit. Dat zijn de speerpunten van de Groenvisie die inwoners samen met de gemeente Hoorn hebben opgesteld. Onder de titel ‘Verbindend groen’ is een visie voor het Hoornse groen in 2030 gemaakt. In de Groenvisie maakt de stad voor de komende tien jaar keuzes voor het beheer, inrichting en gebruik van het groen. Groen kleedt de openbare ruimte in Hoorn aan. Parken, plantsoenen en bermen zorgen voor sfeer en beleving. Ook dragen de groene gebieden bij aan klimaatbestendigheid en een gezonde leefomgeving. Daarnaast brengt groen inwoners bij elkaar. Onderstaande vijf pijlers dragen de Groenvisie. 1. Samen met de stad Het groen in Hoorn is van ons allemaal.

De gemeente wil de samenwerking met de stad versterken door communicatie, educatie en participatie. Voor inwoners moet duidelijk zijn waar en waarom grote werkzaamheden plaatsvinden. 2. Biodiversiteit Dankzij de verschillende soorten leven blijft de natuur in evenwicht. We gaan het beheer en onderhoud waar mogelijk natuurlijk uitvoeren, zodat dieren en planten de ruimte krijgen. Biodiversiteit bevorderen we door meer gevarieerde planten in de groene verbindingen, bermen, oevers en bosplantsoenen. Bomen die in de toekomst waardevol kunnen zijn, beschermen we. 3. Gebruik van groen Groen is van groot belang voor recreatie. Je kunt er spelen, sporten, wandelen, de hond uitlaten of luieren. We gaan functies toekennen aan de grote groengebieden om daarmee de kwaliteit te vergroten en het gebruik te spreiden. Ook geven we aan waar plek is voor eetbaar groen en stimuleren we stadslandbouw. Er komen (natuurlijke) verbindingen tussen groengebieden, zodat er een groen netwerk ontstaat door de gemeente. 4. Identiteit en beleving Groen geeft identiteit aan plekken en gebieden. De gemeente Hoorn wil de beleving en identiteit van de openbare ruimte vergroten. Het groen wordt diverser: we voegen kleur en fleur toe aan de stad. Per wijk dragen planten en hun kleuren bij aan een positieve uitstraling.

Planten als heesters en bomen krijgen de kans zich te ontwikkelen doordat ze op de juiste plek staan. 5. Klimaatbestendig en duurzaam Hoorn wil binnen tien jaar een duurzamere gemeente zijn die beter bestand is tegen klimaatverandering. We

30/374

gebruiken duurzame materialen en brandstoffen in het groen. In aansluiting op het groene netwerk komen in plantsoenen, parken en pleinen plekken waar mensen prettig kunnen verblijven als het warm is. De gemeente Hoorn zet zich in voor minder verstening in de openbare ruimte en tuinen. Bomen worden gekoesterd op de plaatsen waar ze tot hun recht komen en een optimale bijdrage leveren aan de klimaatdoelstellingen. Dit betekent ook dat bomen in de openbare ruimte in principe niet weggehaald worden voor zonnepanelen. Als een grote meerderheid van de direct omwonenden overlast van bomen ervaart, wordt gezocht naar maatwerkoplossingen. Ook kan het college ervoor kiezen om de mening van de gemeenteraad te vragen. In het stedenbouwkundig plan is ingegaan op de inrichting van de openbare ruimte, waarbij ook groenvoorzieningen een belangrijke rol spelen. Het planvoornemen is in lijn met de Groenvisie. Archeologisch beleid In 2012 heeft Archeologie Erfgoed VVH een Beleidskaart Archeologie van de gemeente Hoorn vervaardigd. Deze is vastgesteld op 12 maart 2013, samen met de Erfgoedverordening 2013 van de gemeente Hoorn. Op basis van aanvullend bureauonderzoek, getoetste verwachtingen in het veld en kaartanalyse is een nieuwe kaart vervaardigd met andere vrijstellingsgrenzen dan de oude Beleidskaart Archeologie uit 2007.

De herziene Monumentenwet verplicht gemeenten om 'rekening te houden met aanwezige of te verwachten archeologische waarden'. Het bestemmingsplan staat hierbij centraal. Hierin worden bouw- en aanlegvoorschriften opgenomen. Indien belangrijke archeologische waarden als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen niet in de bodem behouden kunnen blijven, dient de informatie te worden veiliggesteld d.m.v. een opgraving. De Monumentenwet gaat hierbij uit van een algemene vrijstelling voor ingrepen tot 100 m2, maar biedt de gemeente ook de nodige beleidsruimte om haar eigen afweging te maken. De gemeente Hoorn wil van deze mogelijkheid gebruik maken. Ter bescherming van de archeologische waarden kunnen burgemeester en wethouders, als daar op basis van een archeologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Daarnaast is een omgevingsvergunning vereist voor werkzaamheden waarbij de grond wordt geroerd. De bescherming van archeologische waarden wordt geregeld via een dubbelbestemming. Paragraaf 4.7 gaat hier nader op in. Visie Hoornse Hoogte De gemeenteraard heeft op 8 februari 2022 de visie Hoornse Hoogte vastgesteld. De visie is bedoeld om richting te geven aan de groei van de stad. De groei van de stad vangt de gemeente zoveel mogelijk op in intensiveringsgebieden.

Plekken in de stad waar, bijvoorbeeld door het vertrek van bedrijven, of in combinatie met bedrijven, ruimte ontstaat voor wonen, werken en voorzieningen. Hoogbouw-initiatieven boven acht lagen worden op basis van deze nieuwe visie niet in behandeling genomen, behalve binnen de zichtlijnen waarin al hoogbouw staat. Als een initiatiefnemer een voorstel voor hoogbouw doet, moet hij dat verantwoorden met een stedenbouwkundig plan met Hoogbouw Effect Rapportage.

31/374

Intensiveren van stedelijke gebieden is een kans om de gewenste woningen en voorzieningen toe te voegen om de stad leefbaar en vitaal te houden. Door die nieuwe woningen in een meer stedelijke omgeving te maken, zijn ze aantrekkelijk voor bijvoorbeeld de jongere woningzoekers, of ouderen die op zoek zijn naar een levendige woonomgeving. Door iets meer dan nu de hoogte op te zoeken, kunnen woningen toegevoegd worden aan de stad, zonder dat dat ten koste gaat van openbare ruimte. Het is niet het doel om de stad vol te bouwen, maar juist om woningen toe te voegen en ook meer bruikbare groene ruimte. Hoorn ligt aan het water en in een plat landschap, waardoor het silhouet van met name de oude stad en de omliggende dorpen (met nog mooie monumentale kerkjes) met relatief lage hoogbouw behoorlijk kan veranderen. Daarom wordt uitgegaan van een hoogbouwdefinitie die per gebied verschilt. In de visie wijst de gemeente gebieden aan waarin de stad, onder voorwaarden, kan meewerken aan de ontwikkeling van nieuwe stedelijke woonmilieus. Het plangebied ligt in het gebied 'Klein stedelijk'. Hier zijn appartementen tot maximaal 5 bouwlagen mogelijk. Dit plan voorziet dan ook in 5 bouwlagen. Voorwaarde is dat er sprake is van een groene setting. Ook hier is sprake van. Voor een uitgebreide motivering wordt verwezen naar hoofdstuk 2 en bijlage 3 en 2.

Energie en duurzaam bouwen Hoorn heeft zichzelf de ambitie gesteld om op Hoorns grondgebied in 2030 een CO2-reductie te behalen van 49% ten opzichte van het CO2-niveau in 1990. Doel is om in 2040 klimaatneutraal te zijn. De stad zal in de komende jaren een forse bijdrage moeten leveren om dit doel te behalen. Daarvoor is het programma Duurzame Stad opgesteld om een beweging en versnelling te creëren in de opgave. Het programma Duurzame Stad bestaat uit de hoofdonderwerpen Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie en biodiversiteit. Er wordt momenteel een haalbaarheidsstudie gedaan naar een warmtenet. In het plan Holenkwartier (dat in uitvoering is) wordt momenteel gewerkt met een Warmte Koude Opslag installatie (WKO) en toepassing van energie uit oppervlaktewater. Dit is een positieve ontwikkeling. Voor nieuwe ontwikkelingen zijn vanuit het geldende beleid de volgende eisen en wensen op het gebied van duurzaamheid bepaald: Energietransitie Voor dit onderwerp geldt in ieder geval de wettelijke eis om te voldoen aan BENG en aardgasloos. Bovenop deze wettelijke eisen heeft de gemeente Hoorn een aantal wensen die bijdragen aan de ambitie om toe te werken naar klimaatneutraal. Wensen Ambitie BENG-normering: 1. BENG 1 (stimuleren beter casco). 2. BENG 2 (minder fossiele energieverbruiken). 3. BENG 3 (meer hernieuwbare energie opwekken.

Zorgen dat alle infrastructuur is voorbereid om het gehele dak vol te plaatsen met zonnepanelen. Realiseren van een energieneutraal gebouw.

32/374

Aandachtspunten Bij bodemenergiesysteem tijdig kijken naar situering. Er mag geen interferentie ontstaan met andere systemen in de omgeving. Als er elektrisch verwarmd gaat worden, betekent dit ook iets voor de vraag naar elektriciteit. De initiatiefnemer moet bij Liander navraag doen of de capaciteit toereikend is voor de aansluitingen in het gebied. Circulaire economie Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) is bij elke aanvraag voor een Omgevingsvergunning verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegestaan. De norm is 1. Wensen Realiseren van een MPG van 0,7 per m2 BVO. Minimaal 20% gerecycled materiaal gebruiken in het pand of ontwikkelaar laat zien waar hij specifiek aandacht besteed aan circulair. Aandachtspunt De milieubelasting van bouwmaterialen kan ook worden beperkt door compact te bouwen (beperkt het aantal wanden, hoeken en materiaal intensieve afwerkingen), flexibel te bouwen en het materiaalverlies te beperken. De detaillering zodanig uitvoeren dat vervanging /hergebruik van gebouwonderdelen mogelijk is en de te verwijderen materialen herbruikbaar zijn. Klimaatadaptatie/biodiversiteit Recent is de stresstest klimaatbestendig Westfriesland opgeleverd. Hieruit wordt duidelijk waar effecten zijn op gebied van droogte, hitte, wateroverlast, overstromingen, bodemdaling en waterkwaliteit.

In het kader van toekomstbestendig bouwen is het wel van belang om aandacht te geven aan dit onderwerp. Wensen De tuinen/het gebied/de parkeerplaatsen rondom de woningen worden alleen noodzakelijk verhard. Het overige wordt groen ingericht. Hiermee wordt voldoende waterafvoer geborgd, het zal de luchtkwaliteit ten goede komen en het biedt kansen aan ecologische waarden. Groenstructuren/soorten groen zijn van belang. Dit is relevant voor de hittestress en draagt bij aan gezonde leefomgeving. Waar mogelijk/nodig waterdoorlatende verharding toepassen. Nestkasten worden geïntegreerd in het ontwerp van de gevel en/of dak van de woningen. Een groen dak (combi met zonnepanelen) en zorgen voor een voorziening voor het opvangen van regenwater voor later gebruik. Buffering van water op de kavels, hierdoor wordt het gemeentelijk rioleringsstelsel ontlast. Een richtlijn hierbij is een bui van 60 mm per uur 24 uur op de eigen kavel kunnen bergen. Mobiliteit Bij nieuwe woningen en woningen die een ingrijpende renovatie krijgen met meer dan 10 parkeervakken moeten leidingen voor oplaadpunten worden gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=9aea7967-ddda-4427-bd42-d1c92c9a134a