Bijlage 1-1 Ontwerpbestemmingsplan Bangert naast 10a Toelichting en regels
Tekst van het document
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.
b.
c. 4.3
de bouwhoogte van een erf- of perceelafscheiding, mag niet meer bedragen dan: 1. 1 m, of 2. niet hoger dan 2 m, en op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de erf- of perceelafscheiding in functionele relatie staat, achter de voorgevelrooilijn of het verlengde daarvan, en op meer dan 1m van openbaar toegankelijk gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; in afwijking van het bepaalde onder a mogen erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw over het gedeelte tussen het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken ten hoogste 2 m bedragen, indien een bijbehorend bouwwerk vóór de voorgevel van het hoofdgebouw is gesitueerd; de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan: a.
b.
de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van een goede woonsituatie, de sociale veiligheid, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de zuidoriëntatie van bebouwing, dakhellingen, nokrichtingen en onderlinge oriëntatie van bebouwing ten behoeve van de gebruiksmogelijkheden van passieve en actieve zonne-energie.
49
bestemmingsplan Bangert naast 10a
4.4
Specifieke gebruiksregels
Onder met deze bestemming strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. b. c. d.
het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; het gebruik van bouwwerken voor het realiseren van een dakterras; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, horecabedrijfsdoeleinden en/of bedrijfsdoeleinden; het gebruik van gronden en bouwwerken waardoor een parkeerbehoefte ontstaat waarmee niet wordt voldaan aan de regels voor het parkeren en laden&lossen zoals opgenomen in artikel 11 lid 11.1.
50
bestemmingsplan Bangert naast 10a
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden in de bodem. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 1.000 m² moet, alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. b.
de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
5.2.2
Advies archeoloog
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid 5.2.1 winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. In sommige gevallen volstaat een archeologische quickscan als duidelijk is dat de geplande ingrepen geen onevenredige afbreuk doen aan de aanwezige archeologische waarden. 5.2.3
Voorwaarden
Indien uit het in lid 5.2.1 genoemde rapport of de in lid 5.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a.
b. c. d.
het ontgronden, afgraven (waaronder het verwijderen van funderingen en graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; het uitvoeren van overige grondbewerkingen; het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen.
51
bestemmingsplan Bangert naast 10a
5.3.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 5.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. b. c. d. e.
het normale onderhoud betreffen; het onderhoud aan de watergangen betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; niet dieper gaan dan 0,40 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 1.000 m2 beslaan.
5.3.3
Toetsingscriteria
De in lid 5.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden.
5.3.4
Archeologisch rapport
Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. b.
de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
5.3.5
Voorwaarden
Indien uit het in lid 5.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
52
bestemmingsplan Bangert naast 10a
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
53
bestemmingsplan Bangert naast 10a
54
bestemmingsplan Bangert naast 10a
Artikel 7
Algemene bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.
de bouwhoogte van beschoeiingen mag maximaal 0,30 m boven het polderpeil bedragen; de doorvaartbreedte van bruggen en duikers ter plaatse van de vaarroute zoals aangegeven op de kaart in Bijlage 1 bij deze regels dient minimaal 2,50 m te bedragen; de doorvaarthoogte van bruggen en duikers ter plaatse van de vaarroute zoals aangegeven op de kaart in Bijlage 1 bij deze regels dient minimaal 1,10 m te bedragen.
55
bestemmingsplan Bangert naast 10a
56
bestemmingsplan Bangert naast 10a
Artikel 8 8.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijvingen, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a.
b. c. d. e. f. 8.2
het gebruik van gronden en bouwwerken voor het houden van evenementen, met uitzondering van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties met een laag hinderniveau en, indien daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning of ontheffing is vereist, deze is verleend; het gebruik van gronden als standplaats voor detailhandel indien niet is voldaan aan de uitgangspunten van de Beleidsregel standplaatsenbeleid Hoorn 2014; het storten van puin en afvalstoffen; het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van smart- en growshops. Niet strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik met dit bestemmingsplan wordt niet gerekend: kleinschalige duurzame energiewinning.
57
bestemmingsplan Bangert naast 10a
58
bestemmingsplan Bangert naast 10a
Artikel 9
Algemene aanduidingsregels
9.1
Vrijwaringszone - molenbiotoop
9.1.1
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding "Vrijwaringszone - molenbiotoop" zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het instandhouden van een vrije windvang ten behoeve van de nabijgelegen molen. 9.1.2
Bouwregels
Op of in deze gronden mag, in afwijking van het bepaalde in de daar voorkomende bestemming(en), niet hoger worden gebouwd dan: a. b.
binnen een afstand van 100 m van de molen: de bouwhoogte die gelijk is aan de bouwhoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen; binnen een afstand van 100 m tot 500 m van de molen: de bouwhoogte genoemd onder a vermeerderd met 1/30 van de afstand tussen het bouwwerk en de molen.
9.1.3
Afwijken van de bouwregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 9.1.2 in die zin dat hogere in de daar voorkomende bestemming(en) genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van de beheerder van de molen. 9.1.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a
Vergunningplicht
Voor de volgende werken en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: 1. 2. 3. b
het ophogen van gronden hoger dan de op grond van de in lid 9.1.2 maximaal toelaatbare bouwhoogte voor bouwwerken; het beplanten met bomen, heesters en andere opgaande beplanting hoger dan de op grond van de in lid 9.1.2 maximaal toelaatbare bouwhoogte voor bouwwerken; het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties en apparatuur hoger dan de op grond van de in lid 9.1.2 maximaal toelaatbare bouwhoogte voor bouwwerken. Uitzondering
Het bepaalde in lid 9.1.4 onder a1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: 1. 2. c
het normale onderhoud dan wel het normale agrarische gebruik betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan met een daarvoor benodigde vergunning. Toelaatbaarheid
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het huidige en/of het toekomstig functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering en/of de waarde van de molen als landschapselement, dan wel dat door het stellen van voorwaarden hieraan voldoende tegemoet gekomen kan worden. Voorafgaand moet advies worden ingewonnen bij de beheerder van de molen.
59
bestemmingsplan Bangert naast 10a
60
bestemmingsplan Bangert naast 10a
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeerssituatie, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken, bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. b. c.
d. e.
de bij recht in het plan gegeven maten met ten hoogste 10%, voor zover dit voortvloeit uit meetverschillen of gewijzigde bouwregelgeving; de regels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 10 m; de regels en toestaan dat een kleine windturbine wordt gebouwd waarvan de masthoogte niet meer mag bedragen dan 6 m, waarbij indien sprake is van een gebouwgebonden windturbine deze hoogte wordt gemeten vanaf het dak, en waarvan de rotor een oppervlakte beschrijft van maximaal 19,5 m² (een maximale rotordiameter van ongeveer 5 m); de regels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeerssituatie en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft; het gebruik van gronden en bouwwerken waardoor een parkeerbehoefte ontstaat waarmee niet wordt voldaan aan de regels voor het parkeren en laden&lossen zoals opgenomen in artikel 11 lid 11.1.
61
bestemmingsplan Bangert naast 10a
62
bestemmingsplan Bangert naast 10a
Artikel 11 11.1
Overige regels
parkeren en laden&lossen
a.
Bij de verlening van: 1. een omgevingsvergunning voor het bouwen; en/of 2. een omgevingsvergunning voor een gebruiksverandering; en/of 3. een omgevingsvergunning voor het afwijken; dient, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van: een te verwachten behoefte aan het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen en/of andere voertuigen krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning in voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeervoorzieningen zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort en dat deze parkeervoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden; een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort en dat deze laad- en losvoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden.
b.
Bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, dient, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van: 1. een te verwachten behoefte aan het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen en/of andere voertuigen krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning in voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeervoorzieningen zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort en dat deze parkeervoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden; 2. een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort en dat deze laad- en losvoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden.
c.
Van voldoende mate van parkeervoorzieningen zoals bedoeld in sub a en/of sub b is sprake indien is voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in het beleid 'Parkeernormennota Hoorn' zoals vastgesteld op 28 juni 2018 dan wel het vastgestelde parkeerbeleid zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag als bedoeld in sub a en/of sub b voor het bouwen en/of voor een gebruiksverandering en/of afwijking of het uitwerken of het wijzigen.
d.
Van voldoende mate van laad- en losvoorzieningen voor het laden en lossen van goederen zoals bedoeld in sub a en/of sub b is sprake indien is voldaan aan de normen zoals opgenomen in het ASVV 2012 (uitgave van het CROW), dan wel het geldende ASVV 2012 (uitgave van het CROW) zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag als bedoeld in sub a en/of sub b voor het bouwen en/of voor een gebruiksverandering en/of afwijking of het uitwerken of het wijzigen.
e.
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in sub a en/of sub b: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeervoorzieningen en/of laad-en losvoorzieningen wordt voorzien.
f.
De afwijking als bedoeld in sub e kan uitsluitend worden toegepast, indien er door de aanvrager en naar oordeel van het bevoegd gezag is aangetoond dat:
63
bestemmingsplan Bangert naast 10a
1. 2. 3. 4.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en verkeersveiligheid in de omgeving; en de parkeerdruk op de omgeving niet toeneemt; en de parkeerdruk op de omgeving niet wordt vergroot; en geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat.
64
bestemmingsplan Bangert naast 10a
Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1 a.
b.
c.
12.2 a. b.
c. d.
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het plan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende (bestemmings)plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
65
bestemmingsplan Bangert naast 10a
66
bestemmingsplan Bangert naast 10a
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Bangert naast 10a. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Hoorn in de vergadering van ........
67
bestemmingsplan Bangert naast 10a
68
bestemmingsplan Bangert naast 10a
Bijlagen bij de regels
69
bestemmingsplan Bangert naast 10a
Bijlage 1 Vaarroute
70
Legenda r
Plangebied
I 9221
3 1
k
Bestemmingen
r
G-3
Groen - 3
W
Wonen
k
5 1
r
k
Dubbelbestemming
6
K 2542
I 9222
WR-A4
5A 1
Waarde - Archeologie 4
k
Gebiedsaanduiding r
vrijwaringszone - molenbiotoop k
8
K 2543 Verklaring
k
26
K 5429
k
WR-A4 G-3
0A 1
K 6389
BGT en DKK 27-08-2019
K 2544
W
K 5431
Gemeente Hoorn Bestemmingsplan Bangert naast 10a
K 7658
Verbeelding
K 7694 datum:
11-10-2021
BugelHajema
schaal:
1 : 500 (A3)
Ruimte voor de leefomgeving
status:
ontwerp
projectnr.:
801.00.02.38.03.00
gezien:
JK BgelHajema Adviseurs bv, Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
NL.IMRO.0405.BPBOBangertnst10a-on01
T
0592 316 206
E
assen@bugelhajema.nl
W
www.bugelhajema.nl
BNSP