CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1-1-9 Oplegnotitie ecologische beoordeling

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente HoornBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Stationsgebied (1889037)1.322 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegnotitie

ecologische

beoordeling

stationsgebied, Poort van Hoorn projectnummer: P000512 Onderwerp:

Oplegnotitie ecologische beoordeling bestemmingsplan Poort van Hoorn

Datum:

01-02-2021

Inleiding KADER In het kader van het opstellen van het bestemmingsplan voor het stationsgebied in Hoorn is in april 1

2021 een quickscan gedaan door Altenburg & Wymenga . Uit de quickscan komt naar voren dat een aantal te slopen gebouwen in het stationsgebied mogelijk geschikt is voor steenmarter. Verder is een aantal te slopen gebouwen en/of te kappen bomen geschikt voor vleermuizen. Om welke gebouwen en bomen het exact gaat, wordt niet in de rapportage beschreven. Om te bepalen of beschermde soorten voor (kunnen) komen in de te slopen gebouwen en te kappen bomen rondom het station, is op 13 januari 2022 een veldbezoek gedaan door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: bewolkt, circa 8˚C, droog en een matige wind. Deze notitie beschrijft per soortgroep de geschiktheid van de te verwijderen gebouwen en opgaande beplanting in het gebied. Verder worden eventuele vervolgstappen beschreven die genomen moeten worden met betrekking tot de te verwachten beschermde soorten.

Foto’s 1 en 2. Impressie van de loodsen op het terrein van de Museumstoomtram op 13 januari 2022.

1

Altenburg & Wymenga (april 2021). Ecologische beoordeling voor het bestemmingsplan Poort van Hoorn.

Foto’s 3 - 6. Impressie van de drie gebouwen met open stootvoegen. Linksboven het trafogebouw, rechtsboven en linksonder de Albert Heijn en rechtsonder het bijgebouw van de Albert Heijn.

VLEERMUIZEN Uit de omgeving van het gebied zijn enkele vleermuissoorten bekend, waaronder gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. Rondom het station zijn enkele gebouwen aanwezig die mogelijke geschikt zijn voor vleermuizen om een verblijfplaats in te hebben. Deze gebouwen zijn weergegeven in figuur 1. Het gaat om drie gebouwen met open stootvoegen, namelijk het trafogebouw, de Albert Heijn en het bijgebouw ten westen van de Albert Heijn. Vleermuizen kunnen via deze open stootvoegen aan de binnenzijde van de spouwmuur verblijven. De te kappen bomen in het stationsgebied hebben geen holtes, scheuren of loszittende schors die geschikt kunnen zijn voor vleermuizen om een verblijfplaats in of achter te hebben. Vleermuizen kunnen wel rondom de opgaande beplanting en bebouwing in het gebied foerageren. Verder is geen doorgaande structuur van opgaande beplanting aanwezig die onderdeel kan zijn van een belangrijke vliegroute van vleermuizen.

datum 01-02-2021

projectnummer P000512

2

Figuur 1. Kaart met de te slopen gebouwen (rood) en de gebouwen die geschikt zijn voor vleermuizen (geel).

Toetsing vleermuizen Als gevolg van de sloop van de gebouwen die zijn weergegeven in figuur 1, gaan mogelijk vleermuisverblijfplaatsen verloren. Om te bepalen of verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn, is nader onderzoek nodig. Op basis van dit nader onderzoek, wordt bepaald of een ontheffing voor de Wnb nodig is. Het gebied zal naar verwachting na de sloop van de gebouwen en kap van de bomen niet ongeschikt worden voor de te verwachten vleermuissoorten die rondom opgaande beplanting en in bebouwd gebied foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het gebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen treden niet op. VOGELS MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN De te slopen gebouwen hebben geen geschikte daken met dakpannen, waar huismus of gierzwaluw een nest in kan maken. Tijdens het bezoek zijn geen nesten, zoals kraaiennesten, in de te kappen bomen waargenomen die door ransuil of boomvalk kunnen worden gebruikt als nestplaats. Het gebied kan wel door huismus worden gebruikt als foerageergebied. Het gaat dan om vogels die in geschikte gebouwen in de omgeving broeden.

datum 01-02-2021

projectnummer P000512

3

Toetsing vogels met jaarrond beschermde nesten Als gevolg van de sloop van de bebouwing in het gebied gaan geen jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels verloren. Bij uitvoering van het plan verandert het gebied als foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, maar zal niet geheel ongeschikt worden. Bovendien is in de directe omgeving van het gebied in ruime mate alternatief en deels hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten treden niet op. Wanneer werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde nesten van algemene vogelsoorten worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN De gebouwen in het gebied die vanaf de buitenzijde toegankelijk zijn voor grondgebonden zoogdieren, zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd op sporen van eventuele verblijfplaatsen.

Voornamelijk de loodsen op het terrein van de Museumstoomtram, langs de noordzijde van het spoor, zijn vanaf de buitenzijde toegankelijk via het golfplaten dak. In deze loodsen zijn geen sporen waargenomen van de beschermde soort steenmarter. Steenmarter komt boven het Noordzeekanaal vrijwel niet voor. De dichtstbijzijnde waarneming van steenmarter is minimaal 15 kilometer ten noordoosten van het stationsgebied. Gezien de verspreiding van steenmarter in Noord-Holland en de afwezigheid van sporen van deze soort in de te slopen bebouwing, wordt steenmarter niet in het gebied verwacht. Overige grondgebonden zoogdiersoorten zijn gezien de inrichting en/of het ontbreken van waarnemingen uit de omgeving niet in het gebied te verwachten. Toetsing grondgebonden zoogdieren Als gevolg van de plannen gaan geen verblijfplaatsen of leefgebied van beschermde grondgebonden zoogdieren verloren. Negatieve effecten op grondgebonden zoogdieren zijn niet te verwachten. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen wel enkele verblijfplaatsen van algemene zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Noord-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.

Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.

datum 01-02-2021

projectnummer P000512

4

SOORTGROEPEN

PLANTEN,

VISSEN,

AMFIBIEËN, REPTIELEN

EN

ONGEWER-

VELDEN In het plangebied zijn geen beschermde en niet-vrijgestelde planten, vissen, amfibieën, reptielen of ongewervelden aangetroffen of te verwachten. Toetsing planten, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden Als gevolg van de plannen gaan geen groeiplaatsen, verblijfplaatsen en/of voortplantingsplaatsen van soorten uit de soortgroepen planten, vissen, amfibieën, reptielen of ongewervelden verloren. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen wel enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieënsoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Noord-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Conclusie Op basis van de hierboven beschreven toetsing, is een nog onvoldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied verkregen om de toetsing aan de Wnb op te baseren. Uit de toetsing komt naar voren dat als gevolg van de plannen mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan. Nader onderzoek is nodig om de aan- of afwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in een aantal gebouwen (figuur 1) vast te stellen.

Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt bepaald of een ontheffing voor de Wnb nodig is. Verder moet bij de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Dit betekent dat er bij voorkeur buiten het broedseizoen wordt gewerkt, dus buiten de periode half maart tot half juli. Het is ook mogelijk om voor het broedseizoen te starten met de werkzaamheden en continu door te werken. Dan is het waarschijnlijk dat vogels niet in het plangebied gaan broeden vanwege de continue verstoring. Is de wens om de werkzaamheden in het broedseizoen te starten, dan is het nodig om het plangebied voorafgaand aan de start te (laten) inventariseren op broedgevallen. Zijn er op dat moment vogels aan het broeden, dan kunnen de werkzaamheden pas starten als de jongen zijn uitgevlogen.

datum 01-02-2021

projectnummer P000512

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=39da9045-1175-43c5-baf1-d54c4e17c084