CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1.6 Ecologisch onderzoek

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente HoornBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Huesmolen Zuid (locatie voormalig postkantoor Huesmolen)1.741 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Braakliggend terrein Huesmolen in Hoorn Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming

Opdrachtgever: Deen Vastgoed B.V.

Groot Eco Advies 2021-086

Concept

16-07-2021

Definitief

16-07-2021

2

Inhoudsopgave 1 2 3 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 5 6

Inleiding Natuurwetgeving en -beleid Werkwijze Beschermde soorten en effectbeoordeling Flora Vogels Amfibieën, reptielen en vissen Zoogdieren Ongewervelden Gebiedsbescherming Conclusies

Literatuurlijst

4 5 9 10 13 13 13 13 13 15 17 18

3

1 Inleiding Bij het winkelcentrum Huesmolen in Hoorn ligt een braakliggend terrein wat wordt herontwikkeld tot 30 appartementen met op de begane grond een commerciële plint. De projectlocatie gaat verder ingericht worden als parkeergebied met veel ruimte voor extra groen/bomen. In het kader van het op te stellen bestemmingsplan dienen de werkzaamheden getoetst te worden aan de natuurwetgeving.

Luchtfoto met daarop de ligging van de locatie (rood) Groot Eco Advies heeft in opdracht van Deen Vastgoed B.V. op 13 juli 2021 een veldbezoek afgelegd om de situatie ter plaatse te beoordelen. In deze rapportage worden de resultaten van het veldbezoek weergegeven en de eventuele effecten van de ruimtelijke ontwikkeling getoetst aan de natuurwetgeving.

Toetsing Wet natuurbescherming De toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming heeft concreet de volgende twee oogmerken: • Aannemelijk maken dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000gebied niet worden aangetast. Het begrip ‘natuurlijke kenmerken’ moet worden gerelateerd aan de instandhoudings-doelstellingen voor het gebied: ze hebben te maken met de ecologische functies. • Aannemelijk maken dat een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten, niet optreedt.

4

De Wet natuurbescherming beschermt ook een aantal aangewezen dier- en plantensoorten. Bij ruimtelijke ingrepen dient te worden beoordeeld of er sprake is van negatieve effecten op beschermde dier- en plantensoorten.

Toetsing NNN en weidevogelleefgebied De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een samenhangend netwerk van (inter-) nationaal belangrijke, duurzaam te behouden ecosystemen. Voormalig staatssecretaris Dijksma introduceerde in 2014 de term NatuurNetwerk Nederland (NNN) om de term 'Ecologische Hoofdstructuur' (EHS) te vervangen. De NNN-toetsing dient om vast te stellen of de plannen het ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de ‘wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS’ in de weg staan. De toetsing heeft als oogmerk: • Aannemelijk te maken dat geen significant negatief effect optreedt op deze kenmerken. Belangrijke criteria waar deze toetsing op toespitst zijn ‘kwaliteit’, ‘areaal’ en ‘samenhang’ van het NNN-gebied.

5

2 Natuurwetgeving en -beleid Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet zijn de oude Boswet, Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet samengevoegd tot één Natuurwet. Uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. In de praktijk betekent dit dat bij een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit bekeken moet worden of er sprake is van effecten of beschermde dieren en planten (soortenbescherming) en in bepaalde gevallen op natuurgebieden (gebiedsbescherming). Gebiedsbescherming Ligt een locatie waar een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit plaats vindt in of in de buurt van een Natura 2000 gebied dan is een toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Afhankelijk van de aard van de activiteit en de te beschermen waarden van (het) betreffende Natura 2000-gebied(en) dient beoordeeld te worden of en welke effecten er (mogelijk) aanwezig zijn. Soortbescherming Om te bepalen of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling wordt het stappenschema op pagina 7 doorlopen. Met de Wet natuurbescherming is de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen in principe bij de provincie komen te liggen.

Ook gemeenten hebben een belangrijke rol bij de uitvoering van de Wet natuurbescherming. Is er sprake van een locatie gebonden activiteit met gevolgen voor wettelijk beschermde dier- en plantensoorten, moet ofwel een natuurtoets deel uitmaken van de procedure bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning, ofwel er wordt voorafgaand aan de activiteit apart een ontheffing aangevraagd. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de aanvraag voor een omgevingsvergunning volledig is, of dat de aanvrager apart ontheffing heeft aangevraagd. De provincie geeft op grond van de inhoudelijke toetsing al dan niet een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) af. Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1. Soorten van de Vogelrichtlijn; 2. Soorten van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het verdrag van Bonn; 3. Andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels zijn beschermd. Daarnaast zijn ongeveer 230 andere soorten beschermd.

6

Stroomschema soortenbescherming

Om af te wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria te worden voldaan: 1. Er is geen andere bevredigende oplossing voor de handeling; 2. Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan; 3. De ingreep doet geen afbreuk aan de instandhouding van de soort.

7

Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten. In de wet zijn vormen van vrijstelling opgenomen, zoals de gedragscode, een programmatische aanpak of via de provinciale omgevingsverordening. Verbodsbepalingen

8

3 Werkwijze De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht door middel van een bronnenstudie en een veldbezoek.

Bureaustudie Voor de bureaustudie is gebruik gemaakt van landelijke, provinciale en (waar mogelijk) regionale bronnen met betrekking tot de verspreiding van beschermde planten en diersoorten.

Veldonderzoek Het veldbezoek is op 13 juli 2021 door J. Groot uitgevoerd. De weersomstandigheden tijdens het bezoek waren redelijk: half bewolkt, droog en 18 graden boven nul. Het veldbezoek was verkennend van aard, waarbij op basis van de summiere resultaten van de bureaustudie en de aanwezige terreintypen het voorkomen van beschermde planten en diersoorten is vastgesteld, of op basis van jarenlange velddeskundigheid is ingeschat.

9

4 Beschermde soorten en effectbeoordeling

10

Voorgenomen werkzaamheden op de locatie • Bouw 30 appartementen met op begane grond commerciële plint. • Aanleg parkeervoorziening en openbaar groen

4.1 Flora Op de locatie zijn geen beschermde plantensoorten of muurplanten waargenomen. Voor beschermde plantensoorten en muurplanten zijn geen geschikte groeiplaatsen aangetroffen.

4.2 Vogels Het braakliggende terrein is niet geschikt voor (jaarrond) beschermde broedvogels. Op het terrein is geen nestgelegenheid (geen dekking en veel verstoring) aanwezig. Ook zullen er geen broedvogels op het terrein foerageren. Voedsel is nauwelijks aanwezig. Effecten op broedvogels zijn niet aanwezig

4.3 Amfibieën, reptielen en vissen Wateren ontbreken in het plangebied. Effecten op amfibieën, reptielen en vissen zijn uitgesloten.

4.4 Zoogdieren Het terrein is ongeschikt voor alle zoogdiersoorten. Het terrein is kaal en ligt totaal ingesloten in verharding in de vorm van woningen, winkelcentrum, bestrating en parkeerplaatsen. Effecten op deze soorten zijn dan ook niet aan de orde.

4.5 Ongewervelden Voor ongewervelden als beschermde vlinders en libellen ontbreekt geschikt leefgebied. Effecten op deze soorten zijn dan ook niet aan de orde.

11

5 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op respectievelijk 1.820, 10.400 en 13.000 meter van de Natura 2000-gebieden Markermeer & IJmeer, Polder Zeevang en, Eilandspolder. NNN en bijbehorende natuurverbindingen en weidevogelleefgebied liggen op respectievelijk 2.000 en 1.180 meter. Externe werking is niet van toepassing op NNN en weidevogelleefgebieden in Noord-Holland. Gezien de aard van de werkzaamheden en de ligging ten opzichte van de betrokken Natura 2000-gebieden zijn negatieve effecten als verstoring, geluid en licht niet op voorhand uit te sluiten. Stikstofdepositie Van de genoemde Natura-2000-gebieden is de Eilandspolder een Natura 2000gebied met stikstofgevoelige habitattypen. Gezien de afstand tot dit Natura 2000 gebied en de omvang van de werkzaamheden is een stikstofberekening van de bouw nodig.

Ligging van de locatie (blauwe stip) ten opzichte van de Natura 2000-gebied

12

Ligging van de locatie (blauwe stip) ten opzichte van NNN (rood) en bijbehorende natuurverbinding (donkergroen)

Ligging van de locatie (blauwe stip) ten opzichte van weidevogelleefgebied

13

6 Conclusies Beschermde soorten Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat de locatie geen potenties heeft voor beschermde soorten. Onderzoek naar deze soorten is niet nodig.

Gebiedsbescherming In het kader van de stikstofproblematiek is gezien de afstand mogelijk een toetsing met betrekking tot stikstofdepositie noodzakelijk.

Aanbevelingen •

Overleg plegen met bevoegd gezag pover de al dan niet noodzaak van het uitvoeren van een stikstofberekening met het programma Aerius 2020.

14

Literatuurlijst BROEKHUIZEN, S., B. HOEKSTRA, V. VAN LAAR, C. SMEENK & J.B.M. THISSEN (RED.), 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. 3e herziene druk. KNNV Uitgeverij, Utrecht. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. HOOGENBOOM, D., W. RUITENBEEK, F. VISBEEN & JAN WONDERGEM, 2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren 1989-2014. Landschap Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdier Studiegroep. HERDER, J., J. KRANENBARG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS &K. DEKKER, 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen 1980-2012. Landschap Noord-Holland, Stichting RAVON. JANSSEN, J.A.M., J.H.J SCHAMINÉE, 2004. Europese Natuur in Nederland, Soorten van de habitatrichtlijn. KNNV Uitgeverij, Utrecht. KAAG, K., K. VELING, F. VISBEEN EN K. SCHARRINGA, 2012. Vlinders van Duin tot Dijk : De dagvlinders van Noord-Holland 2000-2009. Landschap Noord-Holland, De Vlinderstichting. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997.

Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. NEDERLANDSE VERENIGING VOOR LIBELLENSTUDIE 2002. De Nederlandse Libellen (Odonata). – Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. NIE, H.W. DE, 1997. Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. 2e herziene druk. Media Publishing Int. bv, Doetinchem. RIET, B. VAN DE, H. VAN DER GOES, T. BAAS, C. VAN DEN TEMPEL, W. MENKVELD & F. VISBEEN, 2014. Atlas van de Noord-Hollandse flora. Landschap Noord-Holland. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J. ZOMERDIJK, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland, Landschap Noord-Holland. SOVON, 2018. Vogelatlas van Nederland. SOVON, Nijmegen.

15

STUMPEL, TON, STRIJBOSCH, HENK. 2006. Veldgids Amfibieën en reptielen. KNNV Uitgeverij, Utrecht. TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. VLEERMUISVAKBERAAD NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=012a7192-4a20-4b06-9352-ebb77ef436ed