Bijlage 1.1.5 Vormvrije mer-beoordeling
Tekst van het document
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Stedelijke ontwikkeling Hoorn – Huesmolen Project: 20210303
identificatie
planstatus
Auteur:
datum:
status:
M.A Bulthuis
09-03-2022
concept
Inhoud
1.
2.
3. 4.
Inleiding
3
1.1. 1.2. 1.3.
3 4 4
Aanleiding Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer
Kenmerken en plaats van het project
5
2.1. 2.2.
5 6
Kenmerken van het project Plaats van het project
Kenmerken van de milieueffecten Conclusie
Rho adviseurs voor leefruimte
8 11
3
1. Inleiding
1.1.
Aanleiding
Deen vastgoed B.V. is voornemens ter plaatse van winkelcentrum de Huesmolen een winkel- en appartementencomplex te realiseren. Het winkel- en appartementencomplex krijgt vijf lagen, in het plint wordt voor 937 m2 bvo aan winkelfuncties en voorzieningen gerealiseerd. Op de bovenste vier lagen van het complex worden 30 appartementen mogelijk gemaakt. Om deze ontwikkeling juridisch planologisch mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan opgesteld. Ten behoeve van deze ruimtelijke procedure is eveneens een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk.
Figuur 1.1 Voorgestelde inrichting plangebied. In onderdeel C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het uitwerkingsplan planMER-plichtig (onderdeel C en D), projectMER-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In onderdeel D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: een oppervlakte van 100 hectare of meer,
-
een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een winkel- en appartementencomplex met maximaal 30 appartementen. Het plan blijft daarmee ruim onder de drempelwaarden en is daarmee niet rechtstreeks planMER, projectMER of m.e.r.-beoordelingsplichtig. In het Besluit m.e.r. is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan - ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft - mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft. Dit is een “vormvrije” m.e.r.-beoordeling.
1.2.
Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?
De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als er sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: - de plaats van het project; - de kenmerken van het project; - de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Voorafgaand aan het in procedure brengen van het bestemmingsplan moet een m.e.r.beoordelingsbesluit worden genomen. De voorliggende notitie vormt de basis voor dit besluit. In geval van dit bestemmingsplan is de gemeente bevoegd gezag. Het college van burgemeester en wethouders neemt bij de vrijgave van het ontwerp bestemmingsplan een besluit over de noodzaak van een m.e.r.-procedure.
1.3.
Leeswijzer
Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: beschrijft in hoofdstuk 2 de kenmerken en de plaats van het project; gaat in hoofdstuk 3 in op de kenmerken van de potentiële milieueffecten; geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van de informatie uit het bestemmingsplan en de onderliggende onderzoeken.
5
2. Kenmerken en plaats van het project
2.1.
Kenmerken van het project
Algemeen Bij de kenmerken van een project wordt conform Bijlage III van de EU richtlijn in overweging genomen wat de omvang van het project is, in welke mate er sprake kan zijn van cumulatie met andere projecten. Ook wordt ingegaan op de mate van gebruik van natuurlijke hulpstoffen, de productie van afvalstoffen en de mate van verontreiniging en hinder als gevolg van het project. Tot slot wordt ingegaan op het risico van ongevallen. Omvang en cumulatie Het planvoornemen bestaat uit het realiseren van een winkel- en appartementencomplex. Op de begaande grond van het gebouw is er ruimte voor 937 m2 bvo aan voorzieningen en winkelfuncties. De bovenverdiepingen worden ingericht ten behoeve van appartementen. In totaal worden er maximaal 30 appartementen op de vier bovenlagen gerealiseerd. Daarnaast wordt het bestaande parkeerterrein op het voorplein opnieuw ingericht, waarbij ook vergroening plaatsvindt. De ontsluiting vindt plaats aan de Poortwachter en de Torenwachter. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1 hectare. De omvang van het project is relatief klein. In de directe omgeving zijn geen andere stedelijke ontwikkelingsprojecten voorzien die voorzienbare cumulatie met andere projecten veroorzaken.
Gebruik natuurlijke hulpstoffen Voor de aanleg van het woongebied en de daarbij behorende bouwwerkzaamheden hoeft geen gebruik te worden gemaakt van bijzondere en/of schaarse hulpstoffen. Productie van afvalstoffen Vanuit de nieuwe appartementen en de voorzieningen zal er sprake zijn van (huishoudelijk) afval. Dit wordt op een correcte manier afgevoerd. Er is geen sprake van bijzonder schadelijk afval waaraan specifieke voorwaarden zijn verbonden. Verontreiniging en hinder De realisatie van het winkel- en appartementencomplex leidt in principe niet tot een risico op verontreiniging van het milieu. Op de effecten van de woningbouw wordt nader ingegaan in hoofdstuk 3. Verder is er geen sprake van een onaanvaardbare mate van hinder. Dit blijkt ook uit de toetsing aan de milieu- en omgevingsaspecten in hoofdstuk 3. Risico van ongevallen De uitvoering van de plannen en het gebruik van de te realiseren bedrijven brengen geen verhoogd risico op ongevallen met zich mee. Er is geen sprake van het gebruik van gevaarlijke stoffen en technologieën.
2.2.
Plaats van het project
Algemeen Bij de plaats van het project gaat het met name om de mate van kwetsbaarheid van het gebied waarin het project plaatsvindt. Hierbij wordt conform de EU richtlijn in overweging genomen wat het bestaande grondgebruik is en hoe het is gesteld met het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. Bestaand grondgebruik De locatie voor het nieuwe winkel- en appartementencomplex ligt in de wijk Risdam in Hoorn. De locatie is specifiek gelegen bij winkelcentrum de Huesmolen. De locatie betreft een braakliggend terrein dat in het zuiden overgaat in een voorplein met parkeerterrein. In het verleden bevonden zich in het plangebied kantoorfuncties. Direct ten noorden van het plangebied bevinden zich meerdere winkels en woningen.
Figuur 2.1 Luchtfoto plangebied Regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen De locatie heeft opzichzelf geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Opnamevermogen natuurlijk milieu De ontwikkeling vindt niet plaats in een gevoelig gebied. De dichtstbijzijnde gevoelige gebieden (zoals genoemd in de EU richtlijn) zijn Natura 2000 gebieden, die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied ligt op circa 13 kilometer afstand van het plangebied. Het gaat hier om Natura 2000-gebied Eilandspolder. De afstand tot het dichtstbijzijnde NNN-gebied bedraagt 3.000 meter ten noorden van het plangebied. Verder is het gebied gelegen in een archeologische zone voor de periode ijzertijd- middeleeuwen.
In de nabijheid liggen geen andere gevoelige gebieden zoals genoemd in de EU richtlijn (wetlands, kustgebieden, bosgebieden, natuurparken, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingdichtheid, landschappelijk van historisch cultureel of archeologische gebieden van belang).
Figuur 2.2 Uitsnede Natura 2000 gebieden (rode cirkel plangebied)
Figuur 2.3 Uitsnede Natuurbeheerplan (NNN- gebieden)
9
3. Kenmerken van de milieueffecten
Algemeen In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van het project beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de nieuw aangevraagde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief de effecten van ontwikkelingen in de omgeving waarvan de realisatie zeker is (autonome ontwikkelingen). In de directe omgeving van het gebied zijn geen ontwikkelingen voorzien die van invloed kunnen zijn op de effectbeoordeling. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie zoals opgenomen in de toelichting bij het uitwerkingsplan en de onderliggende onderzoeken. Conform de EU richtlijn wordt in ieder geval ingegaan op het bereik van het effect, waaronder het grensoverschrijdende karakter daarvan. De waarschijnlijkheid van het effect en de duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. Om hier inzicht in te geven worden eerst de milieu- en omgevingsaspecten behandeld. Milieu- omgevingsaspecten Verkeer Het realiseren van 937 m2 bvo aan winkelfuncties en voorzieningen en 30 appartementen leidt tot een toename in het aantal verkeersbewegingen van 865 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde). De ontsluiting vindt plaats via de Poortwachter en de Torenwachter. Deze wegen beschikken over voldoende capaciteit om de toename van het verkeer op een veilige manier af te wikkelen.
Op het parkeerterrein om het plangebied heen bevinden zich 654 parkeerplaatsen en 16 bijzondere parkeerplaatsen. Uitgaande van een maximale bezetting van 85% leidt dit tot een overcapaciteit van 163 parkeerplaatsen. Met dit plan worden 61 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd. Gezamenlijk met de al bestaande overcapaciteit is er meer dan voldoende parkeercapaciteit is in en rondom het plangebied. Bodemkwaliteit Ten behoeve van het plan is een bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 8 bestemmingsplan. Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat er in het grondwater een verontreiniging van arseen boven de interventiewaarde is aangetroffen. Van de andere onderzochte stoffen zijn maximaal licht verhoogde concentraties aangetroffen. In (delen van) Nederland worden in het grondwater veelvuldig verhoogde concentraties van arseen en barium geconstateerd, waarvoor een natuurlijke oorzaak wordt verondersteld. Door de provincie Noord-Holland is het gebied van de gemeente Hoorn echter niet aangewezen als gebied waar verhoogde arseen gehaltes standaard als van natuurlijke oorsprong mogen worden gezien. In het onderzoek van 2018 is een lichte verhoging van arseen gemeten, wat de natuurlijke oorsprong wel onderschrijft; namelijk sterke verschillen in concentraties die afhankelijk zijn van fluctuerende grondwaterstanden.
Omdat de verhoging van arseen een natuurlijke oorsprong heeft is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Tijdens het onderzoek is de locatie niet aangemerkt als asbestverdacht, waardoor aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is.
Archeologie In het bestemmingsplan “Consolidatieplan Risdam, Nieuwe Steen-west, Blauwe Berg en Missiehuis” geldt voor het plangebied de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 5. Voor gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ geldt dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is bij ontwikkelingen met een oppervlakte groten dan 10.000 m2 (1 hectare). De ontwikkelingen die zijn voorzien met dit plan zijn kleiner dan 10.000 m2. Landschap en cultuurhistorie Binnen het plangebied is geen waardevolle bebouwing aanwezig. In de grond zijn eveneens geen cultuurhistorische monumenten aanwezig. Er zijn binnen het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig, negatieve effecten voor dit aspect kunnen op voorhand worden uitgesloten. Ecologie Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit de kaart van het Natuurbeheerplan blijkt dat in het plangebied of directe omgeving geen beschermde landschapselementen aanwezig zijn. Het plangebied ligt op circa 13 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied. Tot het dichtstbijzijnde NNN-gebied bedraagt de afstand 3 kilometer. Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten.
Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een gasloos winkel- en appartementencomplex waardoor gasverbruik niet leidt tot stikstofemissie in de gebruiksfase. De aanlegfase en de verkeersgeneratie in zowel de aanleg- en gebruiksfase zouden kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie is berekend met behulp van AERIUS calculator. Uit de berekening blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan de drempelwaarde van 0,00 mol N/ha/jr. Significante negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen derhalve worden uitgesloten. De Wet Natuurbescherming en het beleid van de provincie Noord-Holland staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg. Soortenbescherming Het plangebied vormt mogelijk een habitat voor beschermde flora en fauna. Om deze reden is een ecologisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 6 bestemmingsplan. Uit de resultaten van het ecologisch onderzoek blijkt dat het plangebied niet geschikt is voor (jaarrond) beschermde broedvogels. Er is geen nestgelegenheid aanwezig.
Daarnaast vormt het plangebied geen foerageergebied voor broedvogels. Door het ontbreken van wateren, de locatie in een verharde omgeving en de kaalheid van het plangebied kan de aanwezigheid van amfibieën, reptielen, vissen, zoogdieren en ongewervelden worden uitgesloten. Externe veiligheid Om te verkennen of er potentiële risicobronnen in de nabijheid van het plangebied bevinden is de professionele risicokaart geraadpleegd. Er zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig in de nabijheid van het plangebied. De A7 is wel aangemerkt als route voor de vervoer van gevaarlijke stoffen. De A7 ligt op respectievelijk 1,2 en 1,6 kilometer van het plangebied. De maatgevende stofcategorie voor de
A7 is GF3, waarvoor een inventarisatieafstand geldt van 355 meter. Het plangebied ligt daarmee buiten het invloedsgebied van het groepsrisico van de A7. In de nabijheid van het plangebied, op circa 900 meter, bevinden zich enkele buisleidingen met een diameter van 8,6 inch en een werkdruk van 40 bar. Het invloedsgebied van de buisleidingen bedraagt 95 meter. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de buisleidingen. Luchtkwaliteit Uit de NSL-monitoring van de Rijksoverheid blijkt dat in de omgeving van het project sprake is van een goede luchtkwaliteit. Het project omvat de realisatie van maximaal 30 appartementen en enkele bedrijfsfuncties op de begaande grond. Dit leidt tot een toename van verkeer van 865 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde). Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijnstof in de lucht. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Milieuzonering (hinder van bedrijven voor woningen) Met dit plan wordt een winkel- en appartementencomplex gerealiseerd. De omgeving van het plangebied kan worden aangemerkt als gemengd gebied door de aanwezigheid van een verscheidenheid aan functies. In de VNG handreiking “Bedrijven en milieuzonering” is de Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen.
Dit betreft een lijst van activiteiten waarin bedrijfsactiviteiten zijn gecategoriseerd op basis van belasting voor het milieu. De bedrijfsactiviteiten die met dit plan worden mogelijk gemaakt vallen onder categorie A. Bedrijfsactiviteiten in categorie A zijn zodanig weinig milieubelastend voor de omgeving dat ze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. Dit betekent dat de bedrijfsfuncties die op de begaande grond worden gerealiseerd goed samen kunnen met de woningen op de bovenverdiepingen. Ten noorden van het plangebied bevinden zich enkele winkelfuncties die vallen onder milieucategorie 1. In een gemengd gebied geldt op basis van de ‘Handreiking Bedrijven en milieuzonering’ een richtafstand van 0 meter. Het plan kan aan deze richtafstand voldoen. Wegverkeerslawaai Het plangebied en de toekomstige winkel- en appartementencomplex ligt binnen de geluidszones van de Zwaagmergouw, Poortwachter, Torenwachten en de Huesmolen. Om deze reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 10 bestemmingsplan. Uit de geluidsberekening in het akoestisch onderzoek blijkt dat geen van de wegen zorgt voor een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Water De invloed van het voornemen op het watersysteem is veelal het gevolg van het aanbrengen van verharding. Met dit plan neemt de verharding niet toe. In het verleden bevond zich een kantoorpand in het plangebied.
Dit kantoorpand is minder dan 5 jaar geleden gesloopt. Hierdoor kan het kantoorpand dienen als de referentiesituatie voor het bepalen van de benodigde de watercompensatie. Omdat het plangebied zowel in de referentiesituatie als de voorgenomen situatie vrijwel volledig verhard is, is watercompensatie niet noodzakelijk.
Bereik, waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect Uit het voorgaande blijkt dat er geen sprake is van belangrijke negatieve milieueffecten. Mogelijk merkbare effecten zijn het gevolg van extra verkeer. Deze hebben een lokaal bereik en zijn zeker niet een grensoverschrijdend. Daarnaast zijn in het bodemonderzoek licht verhogende gehalten van arseen aangetroffen. Deze licht verhoogde gehalten hebben een natuurlijke oorsprong waardoor vervolgonderzoek dan ook niet noodzakelijk is. Watercompensatie is niet noodzakelijk
11
4. Conclusie
Het project is relatief kleinschalig en heeft geen kenmerken die potentieel risico op grote milieueffecten in zich hebben. Verder wordt geconcludeerd dat het project plaatsvindt in een stedelijke omgeving. Planologisch wordt voorzien in de mogelijkheid om de locatie te ontwikkelen met 30 appartementen. Er is geen sprake van belangrijke negatieve effecten als gevolg van het plan. Een toename van personen in de omgeving zal een effect hebben op de verkeersituatie, maar deze blijft binnen de normen en kan worden bijgestuurd met maatregelen indien noodzakelijk. In het bodemonderzoek zijn licht verhogende gehalten van arseen met een natuurlijke oorsprong aangetroffen, waarvoor vervolgonderzoek niet noodzakelijk is. Het project leidt niet tot negatieve milieueffecten, ook leidt het project niet tot beperking van bedrijfsactiviteiten en inperking van andere functies in de omgeving. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure.