Bijdrage mevrouw Bosman
Tekst van het document
Geachte voorzitter, raadscommissie, Ik ben Breanna Bosman. Op 1 november 2025 nam ik deel aan het stadsgesprek over het beeld van JP Coen. Ik heb bij het gesprek op meerdere manieren — via de mentimeter, ideeënbus, en verbaal — gezegd dat de borden bij het beeld beter moeten, zowel de inhoud als de QR-code. Dus ik was in eerste instantie blij toen ik dit voorstel zag. Het zette mij alleen wel aan het denken. Zo te zien heeft verder niemand gemeld dat de QR al minstens maanden defect was, en dat jpcoen.nl tegenwoordig naar een Utrechtse scouting linkt. En dat met al die inzendingen. Dan krijg ik toch de indruk dat ik als enige in de aanloop naar dat gesprek de moeite heb genomen om aandachtig naar deze borden te kijken. Dus plaats nieuwe borden. Mooi, uitnodigend, toegankelijk, en informatief, met klare taal. Maar laat ze slechts een tussenstap zijn. Want als mensen al amper de tijd nemen voor het huidige bord, dan zal een nieuw plakkaat aan de sokkel, dat net zo makkelijk te negeren is, geen echte verandering brengen, en geen polarisatie wegnemen. Dat beeld, van een genocidepleger, vervult in het straatbeeld immers nog steeds in één oogopslag zijn 19e eeuwse propagandafunctie. Dan is extra context mosterd na de maaltijd. Maar of Coen nou op het plein staat, of in het museum, waar hij thuishoort, is er context die niet mag ontbreken.
De zeer informatieve Pala expositie van het Westfries Museum staat, ook zonder QR, nog steeds online. Daar kwam ik, een week na het stadsgesprek, een brief van 8 mei 2021 tegen. “Een officiële verklaring van protest van 24 vertegenwoordigers van de Bandanese diaspora, gericht aan de gemeente Hoorn.” Zij gaven aan dat ze zowel de genocide van hun volk, door Coen, evenals de aanwezigheid van zijn beeld, in de publieke ruimte, onacceptabel vinden. Zet dát eens bij het beeld! En waar was deze brief tijdens het stadsgesprek? Hij heeft vast bijgedragen tot de start van dit hele proces, maar dat betekent niet dat hij ondertussen minder relevant is. En terwijl ik, en vele anderen, bij het stadsgesprek opriepen tot praten met de Bandanese nazaten, had de gemeente dus al jaren, zwart op wit, de belangrijkste oproep in handen. Bij het gesprek kregen we wel de video met de oproep tot verzoening te zien, maar niet het protest dat de persoon in de video óók ondertekend heeft. Een paar van mijn gespreksgenoten leken daardoor de indruk te krijgen dat verzoening een soort vrijbrief zou zijn, en niet een proces van geven en nemen. Als wij die verzoening willen, zullen wij de nazaten van de slachtoffers van Coen als gelijken moeten behandelen, en ze dus niet afwimpelen met alleen een beter bord. Het is aan Hoorn om de eerste, en grootste, stap te zetten. Bedankt voor uw aandacht.