CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Uitbreiding Woonwagencentrum Bobeldijkerweg Vastgesteld

Gemeenteraad 17 oktober 2023, gemeente HoornBij agendapunt: Uitvoeringskrediet aanleg brug en budget voor uitbreiding woonwagenlocatie Bobeldijkerweg-Zomervaart (2080374)8.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN UITBREIDING WOONWAGENCENTRUM BOBELDIJKERWEG

Vastgesteld / 15 maart 2011

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg

Code 082004 / 01-04-11

GEMEENTE HOORN 082004 / 01-04-11 BESTEMMINGSPLAN UITBREIDING WOONWAGENCENTRUM BOBELDIJKERWEG TOELICHTING INHOUDSOPGAVE

blz

1.

INLEIDING

1

1. 1. 1. 1.

1. 2. 3. 4.

1 1 2 2

2.

BELEIDSKADER

3

2. 2. 2. 2.

1. 2. 3. 4.

Europees beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

3 3 5 8

3.

OMGEVINGSASPECTEN

11

3. 3. 3. 3. 3. 3. 3. 3.

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

11 11 13 14 16 17 17 18

4.

PLANUITGANGSPUNTEN

4. 1. 4. 2. 5.

Milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Bodem Ecologie Archeologie en cultuurhistorie

20

Omgevingskenmerken Voorgenomen ontwikkeling

20 22

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

24

5. 1. 5. 2. 5. 3. 6.

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Planopzet Leeswijzer

Inleiding Regels Toelichting op de bestemmingen

UITVOERBAARHEID

6. 1. 6. 2. 6. 3.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhaving Economische uitvoerbaarheid/grondexploitatie

24 24 24 26 26 27 27

BIJLAGEN Bijlage 1

Akoestisch onderzoek

Bijlage 2

Rapport luchtkwaliteit

Bijlage 3

Onderzoek externe veiligheid en luchtkwaliteit

Bijlage 4

Wateradvies

Bijlage 5

Bodemonderzoek

Bijlage 6

Bodemonderzoek

Bijlage 7

Adviezen Milieudienst Westfriesland

Bijlage 8

Ecologische beoordeling

Bijlage 9

Archeologisch bureauonderzoek

082004

1.

blz 1

INLEIDING

1. 1. Aanleiding Het plangebied betreft de uitbreiding van het bestaande woonwagencentrum aan de Bobeldijkerweg in de wijk Risdam. Binnen het plangebied zijn zowel woonwagens als woningen toegestaan. Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingplan “Risdam 2004” (vastgesteld op 1 februari 2005) de bestemming “Agrarische cultuurgrond”. Binnen die bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd; voor de realisatie van een woonwagencentrum en woningen wordt daarom dit bestemmingsplan opgesteld. 1. 2. Ligging en begrenzing plangebied De wijk Risdam ligt in het noordwesten van Hoorn. Het gedeelte ten noorden van de Dorpsstraat wordt Risdam-Noord genoemd. Het plangebied is gelegen aan de zuidwestzijde van Risdam-Noord. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door het bestaande woonwagencentrum. Ten westen van het plangebied ligt de rijksweg A7, de oostelijke grens bestaat uit lintbebouwing en ten noorden ligt (nog) agrarische cultuurgrond. De locatie wordt aan de zuidzijde op drie plaatsen ontsloten.Deze weg sluit aan de zuidzijde aan op de Bobeldijkerweg. Deze weg sluit via de Westfriese Parkweg aan op de Provincialeweg. De Provincialeweg sluit vervolgens aan op de ten westen van Hoorn gelegen A7 richting Amsterdam en Den Oever (zie figuur 1 en 2).

Figuur 1.

De ligging van het plangebied

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

Buro Vijn B.V.

blz 2

Figuur 2.

082004

Begrenzing plangebied

1. 3. Planopzet Dit bestemmingsplan maakt een kleinschalige ontwikkeling binnen de woonwijk Risdam mogelijk. De gemeente Hoorn maakt sinds 2003 haar bestemmingsplannen in digitaal raadpleegbare vorm. De plannen zijn ook beschikbaar in boekvorm en met kaarten in drukwerk. De digitale bestemmingsplannen kunnen op internet worden ingezien. Het bestemmingsplan is conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) volgens de wettelijk verplichte Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2008) opgezet. De benaming van de bestemmingen, de kleuren en de tekens op de verbeelding van het bestemmingplan, hierna plankaart genoemd, zijn volgens de verplichte standaard opgezet. Het bestemmingsplan voldoet aan de wettelijke eisen van digitale uitwisselbaarheid. Het digitaal vaststellen van het bestemmingsplan is per 1 januari 2010 verplicht. 1. 4. Leeswijzer Na hoofdstuk 1 (Inleiding) wordt in hoofdstuk 2 het relevante beleid besproken. Hoofdstuk 3 (Omgevingsaspecten) doet verslag van het onderzoek naar de randvoorwaarden en belemmeringen die gelden vanuit het oogpunt van de veiligheid en de omgevingskwaliteit voor de bewoners en vanuit oogpunt van het behoud en de versterking van kwetsbare ecologische of cultuurhistorische functies. Onderwerp van hoofdstuk 4 is de beschrijving van het plan en de planuitgangspunten.

In hoofdstuk 5 (Juridische planbeschrijving) worden de hoofdlijnen van het plan aangegeven en worden de juridische regels over de bestemmingen met de gebruiks- en bouwregels toegelicht. Hoofdstuk 6 (Uitvoerbaarheid) gaat in op de procedure van het plan, het aspect handhaving, de grondexploitatie en de economische uitvoerbaarheid van het plan.

Buro Vijn B.V.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

082004

2.

blz 3

BELEIDSKADER

Het bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg ligt in de woonwijk Risdam. Het relevante beleid ten aanzien van deze locatie is in dit bestemmingsplan uitgebreid beschreven. Aan het bestemmingsplan ligt een aantal uitgangspunten ten grondslag ten aanzien van de toekomstige inrichting van de bebouwde omgeving en van de openbare ruimte. Deze uitgangspunten vinden hun grondslag in vastgesteld gemeentelijk beleid over de ruimtelijke inrichting van Hoorn, zoals de Stadsvisie Hoorn 2005 - 2025 (mei 2005), de Welstandsnota Hoorn 2004 (april 2004), het Waterplan Hoorn (december 2002), het Groenbeleidsplan Hoorn 2004 (maart 2004) en het beleidsplan Speelvoorzieningen (2008). Met dit gemeentelijk beleid ten aanzien van de inrichting van het stedelijk gebied geeft Hoorn vorm aan haar eigen stadsbeleid, maar ook aan provinciaal vastgesteld ruimtelijk beleid. Het provinciale streekplan (Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord / 25 oktober 2004) vormt het toetsingskader voor de gemeentelijke ruimtelijke ordening. Provinciaal en gemeentelijk beleid zijn op hun beurt weer een vertaling van het rijksbeleid en het Europees beleid. Het ruimtelijk beleid worden hierna kort uiteengezet. 2. 1. Europees beleid Kaderrichtlijn Water In 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) vastgesteld.

De KRW beoogt de tot het water behorende ecosystemen en waterafhankelijke aardse natuur voor achteruitgang te behoeden, te beschermen en te verbeteren. Een concreet doel van de KRW is een goede ecologische toestand van grond- en oppervlaktewater te bereiken. In beginsel moet dit doel in 2015 behaald zijn. De Kaderrichtlijn Water introduceert het denken in stroomgebieden. Dat gaat uit van het simpele feit dat water zich niet houdt aan lands- en bestuurlijke grenzen, maar z’n natuurlijke loop heeft binnen stroomgebieden. Om aan de voorwaarden van de KRW te kunnen voldoen, moeten waterbeheerders binnen een stroomgebied afspraken maken en samenwerken. Het doel is uiteindelijk dat er in het stroomgebied sprake is van schoon water, waarin een gevarieerd natuurlijk leven voorkomt. De KRW stelt namelijk eisen aan de chemische (geen verontreinigende stoffen) en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater. 2. 2. Rijksbeleid Als gevolg van het rijksbeleid kent Hoorn sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw een sterke ontwikkeling. In de Derde en Vierde Nota over de ruimtelijke ordening kreeg Hoorn een overlooptaak voor de Randstad. In het nieuwste ruimtelijke rijksbeleid is de regie minder sterk dan in de vorige nota’s. De Nota Ruimte uit 2006 bevat de visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2020, met een doorkijk naar 2030.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

Buro Vijn B.V.

blz 4

082004

Hoofddoel van het jongste nationaal ruimtelijk beleid is ruimte te scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies op het beperkte oppervlak van Nederland. Meer specifiek richt de nota zich op vier algemene doelen:  versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland;  bevordering van krachtige steden en een vitaal platteland;  waarborging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden (o.a. waterkwaliteit, natuur);  waarborging van de veiligheid (tegen water en risicovolle activiteiten). Twee begrippen staan centraal in de Nota Ruimte: Basiskwaliteit en nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur. Basiskwaliteit zullen alle provincies en gemeenten in hun ruimtelijke plannen moeten nastreven. Voor de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur (ofwel de gebieden die van nationaal belang zijn) gelden extra regels. De nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur bestaat uit de belangrijkste gebieden in Nederland op het terrein van economie, infrastructuur en verstedelijking, water, natuur en landschap. Hieronder vallen bijvoorbeeld Schiphol en het havengebied Rotterdam, de grote steden, maar ook de ecologische hoofdstructuur en de nationale landschappen. De stad Hoorn maakt zelf geen onderdeel uit van de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur, hier is de basiskwaliteit van belang.

Rijk - Wonen in de stad Bundeling van wonen en werken in stedelijke gebieden, stedelijke vernieuwing en verdichting zijn de speerpunten van het rijk. Dit om de druk naar buitengebieden te verminderen. Daarbij dient in eerste instantie de ruimtelijke kwaliteit van het bestaande stedelijke gebied te worden verbeterd. In de Nota Ruimte wordt als streefgetal genoemd om 40% van de uitbreiding van de woningvoorraad (2005-2015) binnen bestaand stadsgebied op te lossen. Speerpunten van het rijksbeleid zijn naast de vergroting van de zeggenschap over de woonomgeving, het scheppen van kansen voor kwetsbare groepen. Binnen de steden zal aandacht worden besteed aan meer centrumstedelijk wonen en aan het doorbreken van te eenzijdige woonmilieus. Voor het beleid op het terrein van het wonen ligt de regierol vooral op lokaal niveau, bij voorkeur door regionale samenwerking. In de rijksnota wordt met nadruk gewezen op het herstel van de balans tussen “rood en groen/blauw” in en om de stad: voor de stedelingen moeten voldoende dagrecreatieve mogelijkheden in de directe omgeving zijn, in stadsparken en op het water. Rijk - Watertoets Water is voor de ruimtelijke ordening één van de ordenende principes. Dit is één van de uitgangpunten van het huidige waterbeleid. In elk ruimtelijk plan en -besluit dient een waterparagraaf te zijn opgenomen.

Het waterbeleid als ordenend principe is vastgelegd in het Nationaal Bestuursakkoord Water uit 2003. Dit akkoord tussen rijk, provincies (IPO) en waterschappen is geactualiseerd in 2008. De basis voor dit akkoord ligt in een groot aantal beleidsafspraken op Europees en provinciaal niveau en met waterschappen. De Europese Kaderrichtlijn Water geldt ondermeer.

Buro Vijn B.V.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

082004

blz 5

Kern van het waterbeleid is dat rekening moet worden gehouden met veranderende omstandigheden zoals bodemdaling, zeespiegelrijzing en klimaatverandering. Tevens moet rekening gehouden worden met de afspraken over waterkwaliteit op Europees niveau. Het doel is wateroverlast en watertekort (van voldoende zoet water) te voorkomen en de waterkwaliteit te verbeteren. Naast de drietrapsstrategie van “vasthouden - bergen - afvoeren” is “schoonhouden - scheiden - zuiveren” eveneens een strategie waar het gaat om stedelijk waterbeheer. Grond en oppervlaktewater moeten in het stedelijk gebied zo min mogelijk worden verontreinigd. Daar waar watersystemen op orde zijn, moeten ruimtelijke ontwikkelingen waterneutraal zijn. Bij een bestemmingsplan is de gemeente initiatiefnemer voor de Watertoets, de waterbeheerder(s) is adviseur en de provincie is beoordelaar. De gemeente zal bij de eerste activiteiten om tot een nieuw bestemmingsplan te komen, contact met de waterbeheerder (i.c. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier) op moeten nemen. De winst van de Watertoets moet komen uit het preventief rekening houden met de veranderende waterhuishouding. Ten aanzien van het waterbeheer is in de Nota Ruimte aangegeven dat de Watertoets en Stedelijke Waterplannen verplicht zijn. Nationaal Waterplan en Waterwet In december 2009 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld.

Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen. Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota’s waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. In het Nationaal Waterplan is een eerste uitwerking gegeven aan het Deltaprogramma dat wordt opgesteld naar aanleiding van het advies van de Deltacommissie in 2008. Dit programma is gericht op duurzame waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Rijk - cultuurhistorie Internationaal is het besef groeiend om cultuurhistorische waardevolle elementen en structuren te beschermen. Het verdrag van Valetta (1996) resulteerde in een Europese richtlijn ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden, welke in nationale wetgeving is verankerd. 2. 3.

Provinciaal beleid Provincie - ruimtelijk beleid De provincie geeft de kaders voor het toekomstig ruimtegebruik aan in het Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord ‘’Ontwikkelen met kwaliteit” d.d. 25 oktober 2004, dat de status van een streekplan heeft.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

Buro Vijn B.V.

blz 6

082004

Op 19 november en 17 december 2007 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de partiële herziening van het streekplan Noord-Holland Zuid en het Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord vastgesteld. Met deze partiële herziening zijn beide streekplannen in lijn gebracht met de Nota Ruimte van het Rijk en is ingespeeld op een aantal actuele ontwikkelingen. De overkoepelende ambitie van de provincie is om de aantrekkingskracht van Noord-Holland Noord om er te wonen, werken en recreëren te versterken. De toekomstvisie voor de periode 2004 tot 2014 heeft de status van een streekplan en geeft het algemene beleidskader aan. Voor uitwerkingen van het streekplan en voor nieuwe beleidsregels binnen dit algemene kader geldt als toetsingkader voor bestemmingsplannen de Provinciale Ruimtelijke Verordening Noord-Holland 2009. Voor het HES-gebied (HoornEnkhuizen-Stede Broec) gaat de provincie in het streekplan uit van een verdere ontwikkeling als Bandstad. De Bandstad tussen Hoorn en Enkhuizen bestaat uit een lint van kernen/woonwijken en bedrijventerreinen aan weerszijden van de spoorlijn Hoorn-Enkhuizen, met daartussen een vijftal groene scheggen. Hoorn neemt in de Bandstad een belangrijke positie in als woon-, werk- en voorzieningencentrum voor de regio. Volgens het Streekplan bestaat in de HES-zone ruimte voor uitbreiding met forse woonlocaties.

In Hoorn behoort Bangert en Oosterpolder tot de grootste nieuwe woningbouwlocaties van de HES-zone. In het algemeen stelt het streekplan dat onderlinge afstemming tussen gemeenten moet plaatsvinden over de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwopgave in een Regionale Woonvisie. Voor heel Westfriesland ligt een bouwopgave voor de jaren 20042014 van circa 12.000 woningen. Een groot deel is al in plannen voorzien. Nog meer dan voorheen wordt door de provincie het belang van het benutten van inbreidingslocaties benadrukt. Het streekplan geeft prioriteit aan het aanboren van binnenstedelijke capaciteit door verdichting, herstructurering en stedelijke vernieuwing. Daarbij vormt het goed benutten van stationslocaties een speerpunt. Het is een inspanningsverplichting om binnen de bestaande steden en dorpen 40% van de nieuwbouwopgave te realiseren, in regionaal perspectief. Het is daarbij één van de opgaven om te voldoen aan passend wonen voor het toenemend aantal ouderen, aldus de provincie. Provincie - archeologie Bij nieuwe ontwikkelingen dienen archeologische terreinen waar mogelijk behouden te blijven en ingepast te worden in de nieuwe structuur. Terreinen van zeer hoge waarde en van hoge waarde dienen in bestemmingsplannen te worden opgenomen en beschermd. Terreinen van zeer hoge waarde zijn of zullen wettelijk beschermd gaan worden.

Bij ontwikkeling geldt dat werkzaamheden die kunnen leiden tot aantasting van de aanwezige waarden vergunningplichtig zijn. De gemeente Hoorn hanteert hiervoor haar gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. Archeologische overblijfselen moeten door een archeologisch vooronderzoek in een zo vroeg mogelijk stadium worden gelokaliseerd. Waardevolle vindplaatsen, die niet behouden kunnen blijven, moeten voorafgaand aan de planuitvoering worden onderzocht door opgraving.

Buro Vijn B.V.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

082004

blz 7

Provincie - Milieu & Water Doelstelling van de provincie is om de inwoners te beschermen tegen overstromingen en wateroverlast. Het watersysteem moet voor 2015 veilig en op orde zijn. In tijden van droogte moet voldoende zoet water beschikbaar zijn. De waterkwaliteit moet verbeterd worden conform de doelstellingen van het Provinciaal Milieubeleidsplan en de EG richtlijnen. In NoordHolland Noord wordt gezocht naar fijnmazige oplossingen. Uitgangspunt is dat problemen zo veel mogelijk worden opgelost waar zij ontstaan, dat wil zeggen:  het creëren van voldoende ruimte om wateroverlast tegen te gaan;  het waarborgen van de veiligheid van de kaden van het watersysteem;  het waterneutraal bouwen bij de herstructurering en op uitleglocaties; dat betekent dat functiewijziging of herinrichting van een gebied niet leidt tot een grotere aan- en afvoer van water of tot verslechtering van de waterkwaliteit. Provincie - Milieu - Luchtkwaliteit Noord-Holland-Noord heeft een relatief schone lucht. Er zijn enkele kleine knelpunten rond Alkmaar. Voor de luchtkwaliteitsnormen voor wegverkeer en industrie is in het algemeen stikstofdioxide de meest bepalende stof. Hiervoor gelden strikte grenswaarden. De uitstoot langs deze wegen mag de grenswaarden niet overschrijden en ontheffing daarvan is niet mogelijk.

Bij uitbreiding of de aanleg van nieuwe wegen moet aangetoond worden dat hiermee rekening is gehouden. Provincie - Milieu - Externe veiligheid Om ongevallen en rampen te voorkomen wordt in het Provinciaal Milieubeleidsplan aangegeven dat het provinciaal extern veiligheidsbeleid erop gericht is te voorkomen dat er nieuwe problemen ontstaan op het punt van externe veiligheid. Dit houdt in dat er naast een brongericht beleid (bij de inrichtingen en het vervoer) ook een beleid is dat gericht is op terughoudendheid met (kwetsbare) bebouwing (woningen, ziekenhuizen, scholen) en rond risicovolle objecten en vervoersassen. Inzicht in de risicovolle activiteiten is hiervoor noodzakelijk. Structuurvisie Noord-Holland 2040 en Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie Op 21 juni 2010 hebben Provinciale Staten de Structuurvisie 2040 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (PRVS) vastgesteld. Het daadwerkelijk in werking treden van de verordening zal naar verwachting medio oktober 2010 plaatsvinden. Noord-Holland zet de komende dertig jaar in op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden omringd door aantrekkelijk recreatief groen. In de Structuurvisie geeft de provincie aan welke belangen een rol spelen bij de ruimtelijke ordening in Noord-Holland. Hierbij gaat het om ruimtelijke kwaliteit, duurzaam ruimtegebruik en klimaatbestendigheid.

De provincie wil steden optimaal benutten, landschappen open houden en ruimte bieden aan economie en woningbouw. Aangezien het plangebied binnen het bestaand bebouwd gebied is gesitueerd hoeft hiervoor geen ontheffing te worden aangevraagd.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

Buro Vijn B.V.

blz 8

082004

2. 4. Gemeentelijk beleid Gemeente - Stadsvisie In de Stadvisie Hoorn 2005 - 2025 heeft de gemeenteraad op 17 mei 2005 de hoofdrichting aangegeven waarin Hoorn zich moet gaan ontwikkelen op weg naar 2025. De visie is tot stand gekomen na een uitgebreide periode van “in gesprek gaan” met burgers bedrijven en instellingen. De stadsvisie geeft vooral aan wat de gemeenteraad met de stad wil en niet hoe dat bereikt kan worden. In de komende jaren worden besluiten genomen over concrete maatregelen. Hoorn blijft groeien, maar ambieert geen overlooptaak. Daarbij wordt gezocht naar een betere balans tussen wonen en werken. Meer inwoners, meer economie, betekent meer verkeer. Een betere verdeling van verkeersstromen en het stimuleren van fiets en openbaar vervoer in plaats van de auto moeten ervoor zorgen dat de stad niet dichtslibt met verkeer. De binnenstad en de havens heeft van de Hoornse bevolking in de stadsvisie een bijzondere positie gekregen. Voorzieningen moeten logisch over de stad worden verdeeld: in de binnenstad een scala van (recreatieve) voorzieningen en in de wijken zullen voorzieningen voor sport, welzijn, basisonderwijs en de winkels voor dagelijkse boodschappen worden gehuisvest. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar kinderen, jongeren en ouderen. Voorkomen moet worden dat de jeugd de stad de rug toekeert. Ouderen moeten er prettig blijven wonen.

Dat betekent dat er ook goede voorzieningen voor zorg en voor vrije tijdsbesteding voor jong en oud moeten zijn. Gemeente - Volkshuisvesting De kern voor het gemeentelijk beleid ten aanzien van de volkshuisvesting ligt in het bieden van voldoende woningen van goede kwaliteit voor de groeiende Hoornse bevolking. De gemeentegrenzen komen echter in zicht. Hoorn wil naast de gevarieerde stedelijke uitbreiding in Bangert en Oosterpolder een invulling met stedelijke woonmilieus op inbreidingslocaties op zich nemen, alleen op plekken waar sprake kan zijn van mogelijke verdichting. De gemeentelijke taakstelling ten aanzien van woningbouw is vastgelegd in de Regionale Woonvisie West - Friesland 2015. Dit beleidsstuk- in april 2006 een feit geworden - is een product van de 13 samenwerkende West Friese gemeenten. Samen vertegenwoordigen deze gemeenten een kleine 200.000 inwoners. Hoorn is daarbij met ruim 70.000 inwoners verreweg de grootste. De gemeenteraden hebben ingestemd met de visie én de visie is overgenomen door de provincie. De regionale woonvisie kijkt over een periode van tien jaar. Het regionaal standpunt is dat er gebouwd wordt voor de eigen behoefte, niet voor de overloop. De taakstelling van de visie gaat uit van 14.000 woningen.

Buro Vijn B.V.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

082004

blz 9

Dit aantal is nodig vanwege de natuurlijke groei van de bevolking, maar ook voor het terugbrengen van het woningtekort en voor een deel voor de woningvraag van ouderen, die zelfstandig willen blijven wonen in plaats van in een verzorgingstehuis. Op grond van de regionale woonvisie heeft Hoorn een taakstelling van 500 woningen per jaar. Hoorn, veruit de grootste stedelijke gemeente in de regio, vervult een belangrijke rol in het aanbod van stedelijke inbreidingslocaties in een centrum-stedelijk milieu. Voor welke doelgroepen wordt gebouwd is een gemeentelijk zaak, waarbij ingespeeld wordt op de lokale marktkenmerken die iedere gemeente een eigen gezicht geven. In de regionale woonvisie is als gemiddelde taakstelling voor het toekomstig woningbouwprogramma de verdeling aangehouden van 27% sociale bouw (goedkoop / huur en koop), 24% middelduur, 41% dure bouw en 8% onbekend. In de stedelijke gemeenten als Hoorn zal door de extra taakstelling een zwaarder accent op sociale bouw liggen. Gemeente - Welstandsnota Deze nota (april 2004) heeft als doel een bijdrage te leveren aan de schoonheid en de ruimtelijke kwaliteit van Hoorn. Het geeft de gemeente de mogelijkheid om de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden die in een bepaald gebied aanwezig zijn, te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen.

Door deze gebiedsgerichte aanpak wil de gemeente de kwaliteit van de bebouwing in Hoorn bewaren en stimuleren. Gemeente - Verkeer Op 3 juli 2007 heeft de gemeenteraad het Masterplan Hoofdinfrastructuur Hoorn vastgesteld. Het plan bevat de maatregelen die de komende 10 tot 15 jaar nodig zijn om te voorkomen dat het verkeer op de hoofdwegen in en rond Hoorn gaat stagneren en dat daardoor de bereikbaarheid van Hoorn in het gedrang komt. Het Masterplan gaat uit van een duurzaam veilige inrichting van het verkeersgebied van Hoorn. Gemeente - Groenbeleidsplan In dit beleidsplan (februari 2004) wordt de Hoornse groenstructuur tegen het licht gehouden en bezien op functionaliteit, kwaliteit en beheer. In het plan wordt de hoofdgroenstructuur aangegeven en staan beleidsuitgangspunten geformuleerd voor het groenbeheer. Gemeente - Waterplan In samenwerking met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft de gemeente Hoorn in 2002 een Waterplan opgesteld. Het doel van het waterplan is de randvoorwaarden te scheppen waarmee een aantrekkelijk, gezond en duurzaam watersysteem met een hoge belevingswaarde bereikt wordt.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

Buro Vijn B.V.

blz 10

082004

In 2005 is een evaluatie gehouden over het uitvoeringsplan Waterplan 2003-2004, waaruit bleek dat het programma op belangrijke punten vertraging oploopt. De maatregelen die uitgevoerd moeten worden in het kader van wet- en regelgeving hebben prioriteit gekregen. De overige gewenste maatregelen hebben lagere prioriteit gekregen en zijn uitgesteld. Over de overdracht van het beheer van het stadswater van de gemeente aan het Hoogheemraadschap wordt overleg gevoerd. Gemeente - Speelvoorzieningen Het doel van het beleidsplan Speelvoorzieningen (2008) is het waarborgen van voldoende en veilige speelruimte en speelplekken voor alle kinderen in de gemeente. In het plan worden de werkwijze, de taken en de verantwoordelijkheden van de gemeente vastgelegd. Gemeente - Duurzaamheid De gemeente Hoorn heeft op grond van het met het Rijk afgesloten Klimaatconvenant een inspanningsverplichting om nieuwbouwwoningen 5 tot 10% onder de geldende Energie Prestatie Norm te bouwen. De uiteindelijke energieprestatie wordt in overleg met de (architect van de) opdrachtgever(s) bepaald.

Buro Vijn B.V.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

082004

3.

blz 11

OMGEVINGSASPECTEN

Voor een goede inpassing van het plan gelden naast ruimtelijke en landschappelijke kaders ook functionele eisen en voorwaarden. 3. 1. Milieuzonering In de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG (2009), worden richtlijnafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar gegeven. Deze afstanden dienen bij voorkeur te worden aangehouden tussen bedrijven en gevoelige bestemmingen (zoals wonen) in de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’. In de omgeving van het plangebied zijn enkele bedrijven en een horecagelegenheid te vinden. In Risdam mogen alleen categorie 1- en 2-bedrijven worden gevestigd, waarvoor de maximale richtafstand 30 meter is. De horecagelegenheid betreft een restaurant, waarbij rekening gehouden moet worden met de milieuaspecten geur en geluid. De horecagelegenheid valt in categorie 1, waarvoor een maximale richtafstand van 10 meter geldt. De afstand tussen het restaurant en het plangebied is meer dan 40 meter, waardoor de functie geen belemmering vormt voor de ontwikkeling in het plangebied. Ook overige functies liggen op dusdanige afstand van het plangebied, dat er geen belemmeringen voor de ontwikkelingen binnen het plangebied zijn. 3. 2. Geluid In het kader van geluid is de Wet geluidhinder van toepassing.

Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. Vanuit deze wet gelden voorwaarden ten aanzien van wegverkeers-, spoorweg-, en industrielawaai. Nabij het plangebied liggen geen spoorlijnen of gezoneerde industrieterreinen. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is wegverkeerslawaai van belang, omdat geluidsgevoelige objecten worden opgericht nabij de rijksweg A7. Op grond van de Wet geluidhinder hebben alle wegen een geluidzone, tenzij sprake is van een woonerf, een 30 km/uur-gebied of een gemeentelijke geluidsniveaukaart waaruit blijkt dat de geluidbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabijgelegen rijstrook 48 dB of minder bedraagt. Ten aanzien van wegverkeerslawaai is de voorkeursgrenswaarde 48 dB. Voor de genoemde weg geldt een geluidszone, waarbij in het kader van de Wet geluidhinder voor nieuwe situaties een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd en opgenomen in bijlage 1. Hierna wordt het onderzoek samengevat.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

Buro Vijn B.V.

blz 12

082004

Het woonwagencentrum ligt op een afstand van ongeveer 40 meter aan de oostzijde van de rijksweg A7. Momenteel staan de woonwagens met het oog op brandveiligheid te dicht op elkaar. Derhalve dient een aantal woonwagens te worden uitgeplaatst naar nieuwe kavels. Een deel daarvan bevindt zich op het bestaande centrum. Middels dit bestemmingsplan wordt voorzien in een uitbreiding van het woonwagencentrum aan de noordzijde van het bestaande centrum met in totaal 22 nieuwe plaatsen, waarop woningen en/of woonwagens gerealiseerd kunnen worden. Om de uitbreiding mogelijk te maken, is in 2009 een geluidsscherm tussen de rijksweg A7 en het woonwagencentrum geplaatst. Dit scherm is 590 meter lang, begint bij het talud van de Bobeldijkerweg en loopt over genoemde lengte in noordelijke richting. De eerste en laatste 15 meter heeft het scherm een hoogte van 3.07 meter ten opzichte van het wegdek. De tussenliggende 560 meter heeft het scherm een hoogte van 4.50 meter ten opzichte van het wegdek. Het realiseren van dit scherm was noodzakelijk om de geluidsbelasting op het centrum terug te brengen naar de in 2003 (voor de realisering van vier nieuwe kavels aan de oostzijde van het woonwagencentrum) verleende hogere grenswaarde van 53 dB.

Het doel van het akoestisch onderzoek is het vaststellen of het door de gemeente gedimensioneerde scherm voldoende afscherming biedt zodat op de grens van het centrum kan worden voldaan aan de reeds verleende hogere waarde van 53 dB. Op de wettelijk verplichte toetshoogte van 1.80 meter is op de grens van het terrein de geluidsbelasting ten gevolge van de rijksweg A7 berekend. Uit de berekeningen blijkt dat nergens een geluidsbelasting wordt berekend die hoger is dan de verleende hogere waarde van 53 dB. Hieruit blijkt dat het aangebrachte scherm afdoende is om te voldoen aan de gestelde grenswaarden van 53 dB. In het onderzoek is tevens een geluidsbelasting ten gevolge van de rijksweg A7 berekend op een niet wettelijk verplichte toetshoogte van 4,50 meter. Dit onderzoek is uitgevoerd omdat toen nog niet bekend was welk type woning of woonwagen gerealiseerd zou mogen worden en maakt inzichtelijk wat de geluidsbelasting is indien de woningen of woonwagens in twee bouwlagen worden uitgevoerd. Uit de berekeningen blijkt dat op een aantal waarneempunten de geluidsbelasting wordt berekend die hoger is dan de verleende hogere waarde van 53 dB. De maximaal berekende waarde bedraagt 57 dB. Gelet hierop zijn in dit bestemmingsplan de goot- en nokhoogte van de nieuwe woningen of woonwagens gemaximaliseerd op respectievelijk 4 en 9 meter, hetgeen één bouwlaag met kap impliceert.

Ten behoeve van de uitbreiding van het woonwagencentrum wordt een nieuwe hogere waardenprocedure gestart.

Buro Vijn B.V.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

082004

blz 13

3. 3. Luchtkwaliteit Op grond van de Wet luchtkwaliteit, onderdeel van de Wet milieubeheer, dienen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen grenswaarden in acht te worden genomen ten aanzien van verontreinigende stoffen als zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof (PM10), lood, koolmonoxide en benzeen. De wet richt zich op met name twee stoffen - fijnstof en stikstofdioxide - die een probleem kunnen vormen binnen het invloedsgebied van drukke wegen en/of in de buurt van zware industrie. Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet vanuit een goede ruimtelijke ordening met de grenswaarden van luchtkwaliteit rekening gehouden worden. De gemeente Hoorn doet jaarlijks onderzoek naar de luchtkwaliteit en stelt daarover een rapportage op. Nagegaan wordt of er sprake is van overschrijdingen van de wettelijke luchtkwaliteitsnormen voor de luchtverontreinigende stoffen: stikstofdioxide, koolmonoxide, fijn stof en benzeen. In het Rapport luchtkwaliteit d.d. 1 juli 2010 beschrijft de Milieudienst Westfriesland de luchtkwaliteit van de gemeente Hoorn voor het jaar 2009 (zie bijlage 2). Het college van burgemeester en wethouder van de gemeente Hoorn hebben dit rapport op 3 augustus 2010 vastgesteld. Bij het onderzoek zijn in de nabijheid van het plangebied berekeningen uitgevoerd. Uit de berekeningen is gebleken dat er geen sprake is van overschrijdingen van grenswaarden.

Conclusie van het rapport is dat nergens binnen de gemeente Hoorn de luchtkwaliteitsnormen worden overschreden. Vanwege de ligging van het plangebied nabij de A7 moet toetsing aan het Besluit gevoelige bestemmingen plaatsvinden. Deze toetsing heeft betrekking op gevoelige bestemmingen, zoals scholen of een kinderopvang. In het plangebied is sprake van het realiseren van woningen en niet van zogenaamde gevoelige bestemmingen. Toetsing aan de grenswaarden is daarom niet noodzakelijk. Bovendien is er in de huidige situatie al geen sprake van overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen. De Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde en;  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt of;  een project “niet in betekenende mate” bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Projecten die “niet in betekenende mate” bijdragen aan de luchtverontreiniging zijn onder andere woningbouwlocaties met niet meer dan 1.500 nieuwe woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 nieuwe woningen bij twee ontsluitingswegen.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

Buro Vijn B.V.

blz 14

082004

Aangezien de uitbreiding van het woonwagencentrum een kleine ontwikkeling betreft draagt het project niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Hiermee voldoet het bestemmingplan aan de Wet milieubeheer en zijn er op het gebied van luchtkwaliteit geen belemmeringen te verwachten. In het plangebied is onderzoek gedaan naar de luchtkwaliteit met betrekking tot het planvoornemen. In het onderzoek wordt eveneens geconcludeerd dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de verontreiniging van de buitenlucht. Het onderzoek naar luchtkwaliteit is opgenomen in bijlage 3. 3. 4. Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico’s voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over “externe veiligheid” om de burger niet onnodig aan te hoge risico’s bloot te stellen. In de nabije omgeving van het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen. Over de nabijgelegen rijksweg A7 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Op jaarbasis vinden 2.500 tot 10.000 transporten plaats. De contour van het plaatsgebonden risico is lager dan de gestelde norm 1). Daarmee is de ontwikkeling vanuit het plaatsgebonden risico aanvaardbaar.

Vanwege de ligging van het plangebied op minder dan 200 meter van de A7, moet het groepsrisico worden verantwoord. Het Rijk heeft het ontwerp Basisnet Weg opgesteld (december 2008). Bij het vervoer van gevaarlijke stoffen spelen belangen op het gebied van vervoer, ruimtelijke ontwikkeling en veiligheid een grote rol. Er zijn steeds meer ontwikkelingen in Nederland zichtbaar die zorgen voor spanning tussen deze belangen. Met het doel een duurzaam evenwicht te creëren tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkelingen en veiligheid is het Basisnet ontstaan. Gemeenten krijgen langs sommige wegen te maken met een veiligheidszone en/of een plasbrandaandachtsgebied (PAG). Een PAG houdt rekening met de effecten van een plasbrand (verbranding van een bijvoorbeeld door lekkage ontstane plas van brandbare vloeistof) in een zone rond de infrastructuur. Langs wegen zonder veiligheidszone of PAG gelden geen directe beperkingen voor de bebouwing. Wel moet voor bouwplannen binnen 200 meter langs alle Basisnetwegen het groepsrisico verantwoord worden mits het groepsrisico toeneemt en/of boven een bepaalde waarde uitkomt (wordt vastgelegd in het Besluit transportroutes externe veiligheid). De A7 heeft in het ontwerp Basisnet Weg, gezien de beperkte hoeveelheid en samenstelling van het vervoer, geen veiligheidszone en geen PAG. 1)

De kans op overlijden als gevolg van een ongeluk met gevaarlijke stoffen mag maxi-6 maal 1 op de miljoen per jaar mag zijn (= 10 , plaatsgebonden risico).

Buro Vijn B.V.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

082004

blz 15

Het groepsrisico is berekend (zie bijlage 3). Geconcludeerd wordt dat het groepsrisico hoger wordt als gevolg van de ontwikkeling in het plangebied. De gemeente Hoorn is verplicht de verhoging van het groepsrisico te verantwoorden. Bij de verantwoordingsplicht moeten naast de resultaten van de risicoanalyse tenminste de volgende criteria aan de orde komen: 1. voor- en nadelen van ruimtelijke alternatieven met een lager groepsrisico; 2. mogelijkheden tot beperking groepsrisico; 3. mogelijkheden tot voorbereiding en bestrijding van een ramp; 4. mogelijkheden voor zelfredzaamheid en vluchtmogelijkheden aanwezigen. De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord heeft op 12 april 2010 met betrekking tot deze criteria het volgende aangegeven: 1.

binnen de gemeente Hoorn is geen andere geschikte locatie voorhanden om het huidige woonwagencentrum inclusief de uitbreiding te kunnen huisvesten. Ook heeft de doelgroep van deze ruimtelijke ontwikkeling (woonwagenbewoners) een grote wens om in elkaars directe omgeving te (blijven) wonen. Daarom is een uitbreiding van het woonwagencentrum in de nabijheid van het huidige centrum op deze plek de meest voor de handliggend.

2.

De mogelijkheden om het groepsrisico te reduceren zijn gering, aangezien de gemeente Hoorn geen zeggenschap heeft over het vervoer van gevaarlijke stoffen op de rijksweg A7. Het is geen optie om de geluidschermen langs de A7 te voorzien van hittewerende maatregelen, om dat de schermen reeds geplaatst zijn.

3.

Er zijn geen knelpunten ten aanzien van de bereikbaarheid van het plangebied. Ten aanzien van de eisen aan de benodigde capaciteit voor de bluswatervoorzieningen en ontwerp van de wegenstructuur wordt verwezen naar de Handleiding Bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid (NVBR, september 2003). Geadviseerd wordt om in het hele plangebied een primaire bluswatervoorziening te realiseren met een capaciteit van ten minste 30 m³ binnen 40 meter van de toegang van een woning.

4.

Het plangebied wordt door drie verschillende toegangswegen ontsloten. Ter beperking van de effecten bij een ongeval met gevaarlijke stoffen wordt geadviseerd een vluchtweg te creëren van de rijksweg af (richting het noorden/oosten). Dit is niet op een eenvoudige en goedkope wijze in te vullen. Een extra ontsluiting richting het oosten is niet mogelijk in verband met agrarisch gebruik van deze percelen. Daarnaast zijn er al drie toegangswegen die weliswaar in zuidelijke richting liggen, maar waarvan de meest oostelijk gelegen toegangsweg zich op minstens 225 meter afstand van de rijksweg bevindt. Hierdoor kan op een redelijk grote afstand van de rijksweg en dus op relatief veilige wijze het plangebied ontvlucht worden.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

Buro Vijn B.V.

blz 16

082004

Zeker gelet op het aanwezige (lage) groepsrisico en de zeer geringe stijging van het groepsrisico is dit acceptabel te achten. De conclusie luidt dat het groepsrisico, vanwege de geringe toename daarvan, aanvaardbaar is. Het ligt daarom niet voor de hand om kostbare, aanvullende maatregelen te treffen, hoewel slachtoffers als gevolg van een ongeval op de rijksweg A7 niet geheel zijn uit te sluiten. De Veiligheidsregio raadt voorts aan het aspect “veiligheid” waar mogelijk te integreren in het gebouw- en gebiedsontwerp. Bij het ontwerp zal hiermee rekening worden gehouden. Het aspect “externe veiligheid” vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling in het plangebied. 3. 5. Water Omwille van het grote belang van waterbeheersing (kwantiteit en kwaliteit) bij ruimtelijke ontwikkelingen, is in de Wro de Watertoets verplicht gesteld. Ruimtelijke plannen, zoals bijvoorbeeld een bestemmingsplan, moeten worden onderworpen aan deze toets. Onderdeel van deze toets is het vooroverleg over het plan met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (hierna te noemen Hoogheemraadschap). Het advies dat het Hoogheemraadschap in het kader van het vooroverleg heeft gegeven is opgenomen in bijlage 4. Hierna zijn enkele aspecten uit het advies genoemd. Compensatie De geplande uitbreiding maakt een substantiële toename van verharding mogelijk.

Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid een verhardingstoename van circa 10.000 m² plaats te laten vinden. Door deze toename zal de neerslag versneld worden afgevoerd van het terrein. Zonder compenserende maatregelen zal de waterhuishoudkundige situatie hierdoor verslechteren. Om de effecten van de verhardingstoename te compenseren, moet het wateroppervlak in het peilgebied worden uitgebreid met 1700 m², zijnde 17% van de verhardingstoename. In verband hiermee zal in het plangebied 3100 m² water worden opgenomen. Waterkwaliteit/riolering Belangrijk uitgangspunt in het rioleringsbeleid van het Hoogheemraadschap is dat een gescheiden rioolstelsel wordt aangelegd met zuiverende randvoorzieningen waar dat nodig is. Met het oog op duurzaam bouwen adviseert het Hoogheemraadschap de afvalstromen binnen het plangebied in elk geval gescheiden aan te leggen. In het plangebied wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd waarbij het water uit de hemelwaterriolering terecht komt op het oppervlaktewater (waarover het Hoogheemraadschap de verantwoording draagt) en waarbij het vuilwater bij de rioolzuiveringsinstallatie terecht komt.

Buro Vijn B.V.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

082004

blz 17

3. 6. Bodem Verdachte plekken met betrekking tot de kwaliteit van de bodem dienen in het kader van de Wet bodembescherming bij ruimtelijke plannen en projecten te worden gesignaleerd vanuit een goede ruimtelijke ordening. Voor het plangebied zijn twee verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd. Één voor het westelijk deel en één voor het oostelijk deel van het plangebied. Uit de onderzoeken wordt geconcludeerd dat er voor het instellen van vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. De bodem wordt geschikt geacht voor de ontwikkelingen in het plangebied. De bodemonderzoeken zijn opgenomen in de bijlagen 5 en 6. De bodemonderzoeken zijn beoordeeld door de Milieudienst Westfriesland en akkoord bevonden (zie bijlage 7). Op grond van de onderzoeksresultaten is er met betrekking tot bodemkwaliteit geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling. 3. 7. Ecologie Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming Met betrekking tot de gebiedsbescherming gaat het om de bescherming van gebieden die zijn aangewezen als onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur, Natura 2000-gebied en/of beschermde natuurgebieden.

Soortenbescherming De soortenbescherming vindt primair plaats via de Flora- en faunawet. Op grond van deze wet mogen er geen beschermde planten en dieren (en hun verblijfsplaatsen), die in de wet zijn aangewezen, verstoord worden. Onder voorwaarden is ontheffing van deze verbodsbepalingen mogelijk. Voor soorten die vermeld staan op bijlage IV van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode-Lijst soorten zijn deze voorwaarden zeer streng. In het plangebied is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Onderzocht is wat de gevolgen van de uitbreiding van het woonwagencentrum zijn op beschermde gebieden en soorten. Gebiedsbescherming Gezien de grote afstand van Natura-2000-gebieden tot het plangebied en het ontbreken van geschikte ecologische randvoorwaarden, worden de aangewezen natuurwaarden in die gebieden niet in het plangebied verwacht. Gezien de aard van de ontwikkeling en het huidige gebruik van het tussenliggende gebied, worden geen negatieve effecten op de wezenlijke waarden van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur in de omgeving verwacht.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

Buro Vijn B.V.

blz 18

082004

De ontwikkeling stuit niet op bezwaren vanuit de regelgeving omtrent de Natuurbeschermingswet en de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur. Soortenbescherming Uit onderzoek naar beschermde soorten in het plangebied komt naar voren er enkele soorten voorkomen of kunnen voorkomen. Gezien de geringe ingreep in het gebied en de aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied voor (eventueel) aanwezige soorten, ontstaan er geen knelpunten met regelgeving omtrent ecologie. Wel moet voldaan worden aan de voorwaarde dat broedende vogels niet verstoord mogen worden tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. De ecologische beoordeling is opgenomen in bijlage 8. 3. 8. Archeologie en cultuurhistorie Sinds 1 september 2007 is voor de wettelijke bescherming van archeologische waarden de Wet op de Archeologische Monumentenzorg, onderdeel van de Monumentenwet, van kracht. De provincie brengt de historische objecten en structuren van NoordHolland in kaart op een Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Op de kaart is te zien dat aan het plangebied geen cultuurhistorische waarde is toegekend (zie figuur 3).

Figuur 3.

Fragment Cultuurhistorische Waardenkaart

De gemeente Hoorn besteedt veel aandacht aan de archeologische waarden in haar gebied. De gemeentelijke Archeologische Beleidskaart (2007) is hiertoe opgesteld. Op de beleidskaart is aangegeven welke terreinen een archeologische verwachtingswaarde hebben en onder welk regime de bodem hier beroerd mag worden. Met het bestemmingsplan wordt dit regime in een beschermende regeling vertaald.

Buro Vijn B.V.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

082004

blz 19

Het gaat om gebieden waar in het verleden vondsten zijn gedaan die deze verwachting rechtvaardigen, de gebieden op of bij oude kreekruggen, alsook de dorpslinten en dorpskernen. De terreinen worden in het bestemmingsplan zo exact mogelijk aangegeven. Tevens wordt aangegeven welke voorwaarden gelden voor een omgevingsvergunning. Door Bureau Erfgoed van de gemeente Hoorn is naar aanleiding van de uitbreiding van het woonwagencentrum een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Conclusie van het onderzoek is dat voor het plangebied geen tot een lage archeologische verwachting geldt. Een vervolgonderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Eventuele toevalsvondsten die in de uitvoeringsfase aan het licht komen moeten worden gemeld bij de gemeente Hoorn. Het archeologisch bureauonderzoek is opgenomen in bijlage 9.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

Buro Vijn B.V.

blz 20

4.

082004

PLANUITGANGSPUNTEN

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de voorgenomen ontwikkeling op de locatie Bobeldijkerweg. De hoofdlijnen worden, voor zover deze ruimtelijk en planologisch relevant zijn, vertaald in uitgangspunten voor het bestemmingsplan. 4. 1. Omgevingskenmerken Het plangebied is gelegen in de randzone van Risdam-Noord. De open randzone gelegen tussen de woonbebouwing langs het Keern en de rijksweg A7/Westfrisiaweg, zoals weergegeven in figuur 4. Dit gebied heeft een voor een kernrandgebied typerend tamelijk open en groen karakter met afwisselend wat bebouwing in de vorm van bedrijvigheid en deels agrarische functies. In dit gebied vinden in beperkte mate (nog) agrarische activiteiten in de vorm van fruitteelt en grasland plaats. Daarnaast is deze zone in de loop der tijd ingevuld met typische stadsrandfuncties, zoals een volkstuinencomplex, hondensportverenigingen, een schietsportvereniging, een carpoolplaats en bedrijvigheid (vooral in het noordelijk deel van de randzone). In het zuiden van de randzone is het woonwagencentrum gevestigd. In het vigerende bestemmingsplan Risdam wordt de mogelijkheid geboden het woonwagencentrum aan de oostkant uit te breiden. Uitgangspunt voor de randzone is een zorgvuldige keuze van 'nieuwe' functies en een juiste ruimtelijke inpassing als randvoorwaarden bij een verdere functieontwikkeling van de randzone.

Buro Vijn B.V.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

082004

Figuur 4.

blz 21

Ruimtelijke hoofdstructuur Risdam

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

Buro Vijn B.V.

blz 22

082004

4. 2. Voorgenomen ontwikkeling De gemeente Hoorn is voornemens het bestaande woonwagencentrum aan de Bobeldijkerweg uit te breiden. De uitbreiding wordt gerealiseerd ten noorden van het bestaande woonwagencentrum. Binnen het plangebied kunnen in totaal 22 woningen of woonwagens worden gerealiseerd. Een combinatie is ook mogelijk. De voorgenomen verkaveling is gevisualiseerd in figuur 5. Het plangebied wordt aan de zuidzijde op drie plaatsen onsloten en wordt daardoor verbonden met het bestaande woonwagencentrum. Het water in en rondom het plangebied sluit aan op de hoofdwaterstructuur in Risdam (zie figuur 6). Ook wordt aandacht besteedt aan groen. Binnen de groengebieden is de mogelijkheid opgenomen om een speelplaats te realiseren.

Figuur 5.

Verkavelingplan

Buro Vijn B.V.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

082004

Figuur 6.

blz 23

Hoofdwaterstructuur Risdam

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

Buro Vijn B.V.

blz 24

5.

082004

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

5. 1. Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is het beleid en de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied aangegeven. Dit beleid krijgt zijn juridische vertaling in bestemmingen. Deze bestemmingen regelen de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden binnen het plangebied. De bepalingen die betrekking hebben op de te onderscheiden bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de plankaart in digitale verbeelding. Het bestemmingsplan geeft aan voor welke doeleinden de gronden zijn bestemd. Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Dit betekent dat het bestemmingsplan wordt opgezet volgens de wettelijke regelgeving en volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2008. Het plan is technisch als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd en voldoet aan de wettelijke eisen. Deze digitale versie is bedoeld om de burger ‘online’ informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. De digitale versie is vanaf 1 januari 2010 verplicht op grond van de nieuwe Wro. Naast het digitale plan zal er een analoge (papieren) versie van het bestemmingsplan blijven bestaan. 5. 2. Regels De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in een aantal hoofdstukken.

In het hoofdstuk “Inleidende regels” zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. In het tweede hoofdstuk, de “Bestemmingsregels” zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bouwmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. In het derde hoofdstuk, de “Algemene regels”, staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen een anti-dubbeltelbepaling en de voor alle bestemming geldende algemene bouw-, gebruiks- en afwijkingsregels. In hoofdstuk 4 staat tenslotte het overgangsrecht en de slotregel. 5. 3. Toelichting op de bestemmingen - Groen De op de verbeelding voor “Groen” aangewezen gronden zijn bestemd voor de groenvoorzieningen aan de randen van het plangebied.

Buro Vijn B.V.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

082004

blz 25

De bestemming “Groen” in het midden van het plangebied zal dienen als ruimte voor een speeltuin. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Het plaatsen van speelvoorzieningen is wel mogelijk. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 1,00 m bedragen. - Verkeer - Verblijf Deze bestemming heeft betrekking op de woonstraten binnen het plangebied. Ook het kleine snippergroen valt onder deze bestemming, evenals de bijbehorende bouwwerken. De bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag ten hoogste 5,00 m bedragen. - Water Vanwege het belang van de hoofdwaterstructuur in Risdam, wordt in dit bestemmingsplan het water specifiek bestemd als “Water”. Instandhouding en versterking van waterstructuren is in het belang van de gehele wijk. - Wonen - Woonwagencentrum Met de bestemming “Wonen - Woonwagencentrum” wordt het plaatsen van woonwagens en het realiseren van woonhuizen mogelijk gemaakt. De bouwregels zijn gesplitst in regels voor woonwagens en regels voor woonhuizen. Deze zijn opgenomen in de regels en niet weergegeven op de verbeelding.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

Buro Vijn B.V.

blz 26

6.

082004

UITVOERBAARHEID

6. 1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is inspraak niet verplicht, tenzij het door middel van een Inspraakverordening verplicht is gesteld. Vooroverleg vindt nog verplicht plaats, volgens artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) 2008. Inspraak Op grond van de inspraakverordening heeft de gemeente Hoorn het bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg, ter inzage gelegd van 21 januari tot en met 3 maart 2010. Ook is, conform het bepaalde in artikel 1.3.1 van het Bro, in de lokale krant en op internet gepubliceerd dat dit bestemmingsplan in voorbereiding is. Deze publicatie stond op 20 januari 2010 in het Westfries Weekblad. Gedurende de terinzagelegging hebben drie personen een inspraakreactie ingediend. De inspraakreacties hebben geen aanleiding gegeven tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Vooroverleg Het opgestelde bestemmingsplan is conform artikel 3.1.1. van het Bro voorgelegd aan de aan de wettelijk verplichte overleginstanties en belanghebbenden. Er zijn overlegreacties ontvangen van de provincie NoordHolland, de VROM-Inspectie, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de Milieudienst Westfriesland. De reacties zijn, in een eindverslag, voorzien van een gemeentelijke reactie. De reacties hebben aanleiding gegeven tot enkele wijzigingen in het bestemmingsplan.

Zienswijzen Na het vooroverleg is dit ontwerpbestemmingsplan opgesteld. Deze volgt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Een ieder wordt daarbij in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling zienswijzen op het plan naar voren te brengen. Eventueel ingediende zienswijzen worden voorzien van een passende reactie. Vervolg Vervolgens wordt het bestemmingsplan vastgesteld. De publicatie van het vaststellingsbesluit vindt (over het algemeen) plaats binnen twee weken na de vaststelling. Tijdens de daarop volgende inzagentermijn (6 weken) is het mogelijk beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het vaststellingsbesluit treedt in werking op de eerste dag ná de dag waarop de beroepstermijn afloopt, tenzij er een voorlopige voorziening is aangevraagd.

Buro Vijn B.V.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

082004

blz 27

6. 2. Handhaving Het beleid en de doelstellingen van het bestemmingsplan kunnen alleen worden gerealiseerd wanneer het bestemmingsplan ook daadwerkelijk gehandhaafd wordt. Dit houdt in ieder geval in dat het plangebied regelmatig wordt gecontroleerd op illegale bouwwerken en gebruiksvormen en er tijdens de bouwwerkzaamheden gecontroleerd wordt dat er gebouwd wordt overeenkomstig de verleende vergunning(en). De gemeente zal hiervoor zorgdragen. Deze werkzaamheden passen binnen het handhavingsbeleid van de gemeente en kunnen binnen de bestaande structuren worden uitgevoerd. De handhaving is gediend met een goed en duidelijk bestemmingsplan. Dit voorkomt immers misverstanden en interpretatiekwesties. Om deze reden is in dit plan gekozen voor gerichte bestemmingen én een duidelijke formulering van de planregels. Bovendien bevat de toelichting een heldere beschrijving van het plan en de planregels. De regelingen in het bestemmingsplan zijn mede met het oog op een goede handhaving gemaakt. De regelingen sluiten aan op andere bestemmingsplannen in de gemeente. Gemeente, bouwbedrijven en opdrachtgevers hebben in het kader van de handhaving ieder hun eigen verantwoordelijkheid.

Zo heeft de gemeente, naast de toezichthoudende taak, eveneens de taak om alle betrokken partijen van de juiste bestemmingsplaninformatie te voorzien en om een ieder aan te sporen het bestemmingsplan op een juiste manier uit te voeren. Particulieren en bouwbedrijven dienen de gemaakte afspraken en de inhoud van de vergunningen na te komen en ook de opdrachtgevers dienen zich aan de spelregels te houden. Wat betreft het toezicht en de controle op de regelingen en vergunningen in relatie tot waterstaatkundige zaken, zoals de schouw op sloten, geldt dat hier de verantwoordelijkheid primair bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ligt. 6. 3. Economische uitvoerbaarheid/grondexploitatie Exploitatie Het exploitatiegebied woonwagencentrum Bobeldijkerweg omvat het bestaande woonwagencentrum en de uitbreiding aan de noordzijde van het huidige centrum. Het totale exploitatiegebied is daarmee groter dan het gebied van het nieuwe bestemmingsplan, dat alleen voor de uitbreiding geldt. Het bestaande woonwagencentrum (in eigendom bij gemeente) wordt in verband met de brandveiligheid herontwikkeld, waarna de gronden in eigendom zullen worden overgedragen. De uitbreiding bestaat uit 22 kavels, waarvan er 14 aan een ontwikkelaar worden overgedragen en 8 kavels beschikbaar zijn voor de particuliere markt. Het eventuele tekort wordt gedekt uit de algemene dienst.

Bestemmingsplan Uitbreiding woonwagencentrum Bobeldijkerweg Status: Vastgesteld / 15-03-11

Buro Vijn B.V.

blz 28

082004

Grondgebruik De oppervlakte van het gebied bedraagt circa 4,5 hectare. Momenteel is circa 0,3 hectare is in handen van particulieren, circa 4,2 hectare is in bezit van de gemeente. Exploitatieopzet Na bestuurlijke instemming met het financieringsvoorstel is de exploitatie van het plan sluitend, zodat de economische uitvoerbaarheid van het plan is verzekerd. Een exploitatieplan is niet nodig om de kosten te verhalen. De gemeenteraad zal bij het vaststellen van het bestemmingsplan dan ook expliciet en gemotiveerd besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=1ff711db-a082-46b2-bb88-e6eeb38f0e7b