CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vragen vernieuwing Westfries Museum gemeenteraad 15 juni

Gemeenteraad 21 september 2021, gemeente HoornBij agendapunt: Keuze voorkeursvariant vernieuwing Westfries Museum4.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING VRAGEN VERNIEUWING WESTFRIESMUSEUM VOOR GEMEENTERAAD 15 juni 2021

Bedrijfsvoering museum / benchmark

Vragen van Fractie Tonnaer tijdens commissie 20 mei 2021 over de benchmark en schriftelijke vragen van het CDA van 25 mei 2021 over o.a. bezoekersaantallen en herkomst, fasering, kapitaallasten en de PvdA op 24 mei 2021 over huur, personeelslasten en de verzelfstandiging. Benchmark Museana Ten behoeve van de plannen voor de vernieuwing van het Westfries Museum en de second opinion van BMC Advies is gebruik gemaakt van de benchmark-gegevens van de Museumvereniging Museana. De gegevens zijn exclusief de Halve Maen. Verderop is een tabel opgenomen met de Museana-benchmarkgegevens. Private fondsen en sponsorgelden In de commissie is gevraagd of verzelfstandiging van het Westfries Museum zou kunnen leiden tot verhoging van inkomsten uit private fondsen en sponsoren. In de praktijk is de juridische status van het museum geen belemmering voor fondsenwerving en sponsoring. Uit de benchmark is af te leiden dat het Westfries Museum het juist goed doet op dit vlak, ook ten opzichte van andere (verzelfstandigde) musea. Personeelskosten Vraag PvdA: hoeveel geld is de gemeente Hoorn jaarlijks kwijt aan salariskosten voor het WFM? Antwoord: In 2019 bedroegen deze circa 1,25 mln. euro. Het aantal fte van 18,7 ligt rond de benchmark.

Huisvestingskosten Vragen PvdA: betaald het WFM huur aan de gemeente Hoorn voor het Statencollege en -zo ja- hoeveel? Antwoord: Het Westfries Museum betaalt géén huur aan de gemeente Hoorn voor het Statencollege. Het Westfries Museum maakt onderdeel uit van de gemeentelijke organisatie. Verzelfstandiging museum Vraag PvdA: de gemeenteraad heeft in 2013 besloten om het WFM een gemeentelijk museum te laten blijven. Kunnen de achterliggende stukken worden verstrekt? Antwoord: De griffie heeft op 27 mei 2021 de gevraagde stukken verstrekt. Waaronder de het advies en de presentatie van 16 oktober 2012 van Berns Museum Management Arnhem over de haalbaarheid verzelfstandiging van het Westfries Museum. Toekomstige bezoekersaantallen Vragen CDA: is het mogelijk om een overzicht te krijgen van de bezoekers van het museum (excl. Halve Maen bezoekers) en waar deze vandaan komen? D.w.z. Hoorn, regio, N-Holland of daarbuiten? 2019 is dan het beste peilingsjaar aangezien 2020 niet representatief is. Antwoord: Het aantal bezoekers dat het Westfries Museum na vernieuwing zou kunnen aantrekken is 70.000 bezoekers bij de varianten 2 t/m 4. Dit is vergelijkbaar met bijvoorbeeld Stedelijk

1

Museum Schiedam, Museum het Valkhof en Stedelijk Museum Alkmaar. De verwachting om 70.000 bezoekers te trekken wordt door BMC Advies als zeer realistisch gezien mits er gekozen wordt voor een museum met voldoende ruimte voor wisselexposities, dus de varianten 2 t/m 4 (zie Second Opinion BMC Advies). Derhalve is het bezoekersaantal van 70.000 uitsluitend doorgevoerd in de berekeningen voor varianten 2 t/m 4. Effect verbouwen/vernieuwen op bezoekersaantallen Verbouwen, vernieuwen en het beter toegankelijk maken van musea heeft een gunstige invloed op het aantal bezoekers. Zo verdubbelde het aantal bezoekers aan het Centraal Museum Utrecht dankzij de verbouwing in 2016, waarbij ook de toegankelijkheid sterk verbeterd werd. Het CODA-museum in Apeldoorn investeerde recent in een beter zichtbare en ruimere entree en verdubbelde in 2019 hierdoor het aantal bezoeken van 75.000 naar 150.000. Bij de verbouwde Lakenhal in Leiden verdrievoudigde het aantal bezoeken van 65.000 naar 195.000 na heropening. Bezoekersaantallen 2019 In 2019 ontving het Westfries Museum 53.937 bezoekers. Hiervan waren 8.034 (15%) jonger dan 18 jaar. Van deze jongeren bezocht 72% het museum in schoolverband. Bezoek aan het museum voor jongeren t/m 18 jaar is gratis. Van de 45.903 volwassen bezoekers betaalde 22% de volledige entreeprijs. 62% Maakte gebruik van een Museumjaarkaart.

16% maakte gebruik van een kortingsactie, is Vriend van het museum of bezocht het museum in groepsverband.

De herkomst van de bezoekers over het gehele jaar 2019 is als volgt: 20 % Gemeente Hoorn 25% Provincie Noord-Holland 20% Rest van Nederland 35% Buitenland Het percentage van 35% buitenlands bezoek ligt sterk boven de benchmark en is gunstig voor de bestedingen in de stad (horeca en detailhandel). Uit onderzoek van het Groninger Museum blijkt dat de gemiddelde museumbezoeker tussen de € 35,- en € 55.- extra uitgeeft in de stad. Hiervan komt gemiddeld 60% (€ 27,-) terecht bij horeca en detailhandel. Publieksonderzoek Koele Wateren Voor de expositie Koele Wateren die van 28 oktober 2019 tot 16 februari 2020 in het Museum te zien was en door 21. 635 mensen werd bezocht, is nader publieksonderzoek gedaan. Dit leverde het volgende bezoekersprofiel op:  Gender 60,9 % was vrouw  Leeftijd 92,6 % was ouder dan 50 65% was 65 jaar of ouder 4,9 % was 16 jaar of jonger  Herkomst 46% van het bezoek was afkomstig uit de provincie NoordHolland 2

12,6 % was afkomstig uit de regio West-Friesland Entreebewijs 66,5 % van de bezoekers gebruikte een Museumkaart 20.9% van de bezoekers betaalde de volledige entreeprijs 6.6% van de bezoekers had gratis toegang (Vrienden) 3,4 % van de bezoekers gebruikte een BGL VIP kaart 2.6 % van bezoekers maakte gebruik van een actiecoupon

Sluiting Westfries Museum / zichtbaarheid Vragen Fractie Tonnaer: Tijdens de verbouwing en samenvoeging is het Westfries Museum ongeveer twee jaar gesloten voor publiek en wordt de collectie in depot bewaard. In de commissievergadering van 20 mei jl. heeft onze fractie voorgesteld de collectie slechts voor een deel in depot te bewaren. Een belangrijk deel kan volgens ons worden opgesteld en getoond in de Statenpoort (oude stadhuis). Het minst kwetsbare deel van de collectie kan in etalages van leegstaande winkels worden tentoongesteld. Verder heeft onze fractie de suggestie gedaan om belangrijke schilderijen te kopiëren op linnen. Deze replica’s zouden op diverse plekken in de stad, buiten en binnen, opgehangen kunnen worden tijdens de verbouwing. Door het plaatsen van de replica’s in de stad blijft het museum ondanks de sluiting altijd in het oog en het hart van de inwoners en bezoekers van onze stad. Hebben het college en het museum sympathie voor bovenstaande ideeën? Willen en kunnen het college en het museum onze ideeën uitvoeren?

Antwoord: De gedachte om het Westfries Museum zichtbaar te houden gedurende de periode van sluiting als gevolg van een restauratie, verbouwing en uitbreiding wordt omarmd. Het museum is in gesprek over de mogelijkheden om de museale organisatie in te zetten om de Statenpoort open te stellen voor bezoek, in het geval van sluiting van het museum. Daarbij is ook gedacht aan een voor die locatie geschikte museale presentatie. Een onderzoek naar de mogelijkheden en randvoorwaarden (klimatisering en beveiliging) hiertoe zullen worden opgestart, zodra er groen licht vanuit de Raad komt voor de vernieuwing van het museum. De suggestie om lege etalages te gebruiken om het Westfries Museum en de museale collectie onder de aandacht te houden, spreekt bijzonder aan. In combinatie met informatie bij de getoonde kopieën via de eigen smartphone kan een zeer aantrekkelijke en informatieve route door de stad ontstaan, voor zowel inwoners als gasten van de stad. Toegankelijkheid Vragen Fractie Tonnaer: Hoewel de toegankelijkheid niet als optie in het amendement ‘sober en doelmatig’ wordt genoemd, stelt het college voor de toegankelijkheid van het Westfries Museum te verbeteren. Dat zou moeten door een lift te bouwen en op iedere verdieping barrières in de vorm van trappen en hoogteverschillen tussen de vloeren te verwijderen.

Over het verwijderen van monumentale niveauverschillen maken wij ons zorgen. Volgens ons tast dat het monumentale karakter van panden ernstig aan. Hebben de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Hoornse welstandsen monumentencommissie toestemming gegeven voor het

3

verwijderen van de monumentale niveauverschillen? Zijn de niveauverschillen met trappen en deurdrempels essentieel voor het karakter van de monumentale panden van het Westfries Museum? Welke bouwkundige maatregelen neemt u voor de toegankelijkheid van andere monumenten zoals de Waag, Hoofdtoren, Oosterpoort, Boterhal en Koepelkerk?

Verder worden de meeste niveauverschillen niet verwijderd maar worden de verschillende niveaus toegankelijk gemaakt en blijven de monumentale waarden behouden. De voorgestelde centrale gepositioneerde lift maakt dit mogelijk. Het monumentale karakter van de panden blijft dus dankzij de integrale aanpak behouden.

Voordat de afzonderlijke deelvragen worden beantwoord is het van belang te melden dat het verbeteren van de toegankelijkheid één van voorwaarden is van de rijkssubsidie.

Vraag: Hebben de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Hoornse welstands- en monumentencommissie toestemming gegeven voor het verwijderen van de monumentale niveauverschillen?

Vraag/opmerking: Over het verwijderen van monumentale niveauverschillen maken wij ons zorgen. Volgens ons tast dat het monumentale karakter van panden ernstig aan. Antwoord: Het monumentale karakter van de panden is één van de kernkwaliteiten van het museum. De niveauverschillen maken inderdaad deel uit van de beleving van historische panden. Als onderdeel van de planvorming heeft daarom bouwhistorisch onderzoek plaatsgevonden. Onderdeel van dergelijk onderzoek is een monumentenwaardering van de panden. Met deze monumentenwaardering is rekening gehouden bij de voorgestelde ingrepen. Juist doordat het complex als totaalplan wordt benaderd kunnen de nieuwe voorzieningen gepositioneerd worden op plaatsen met geen of minder bouwhistorische waarde. Bijvoorbeeld maakt het realiseren van een lift en trappenhuis verschillende vloerniveaus van het museum toegankelijk maar kan het grote impact op een monumentaal casco hebben. De voorgestelde locatie kan daarom alleen omdat zich hier een uitbouw uit de jaren ’60 bevindt zonder monumentale waarde.

Antwoord: Voor de restauratieve ingrepen in relatie met de rijkssubsidie is al eerder een omgevingsvergunning verleend. Onderdeel van deze vergunning zijn een aantal verbeteringen van de toegankelijkheid zonder concrete uitwerking vanwege de mogelijke vernieuwing en uitbreiding van het museum. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is op de hoogte van de plannen en maakt straks deel uit van het kwaliteitsteam zodra besloten wordt over de vernieuwing. Omdat de vernieuwing van het museum nog in de haalbaarheidsfase is, ligt er geen formele aanvraag voor het totale project waarop de RCE en de Monumenten- en Welstandscommissie kunnen adviseren. In het projectteam is naast de restauratiearchitect ook team Erfgoed vertegenwoordigt die samen een goede inschatting kunnen maken of ingrepen haalbaar zijn vanuit monumentaal oogpunt. Nogmaals wijzen wij erop dat de meeste monumentale niveauverschillen niet worden verwijderd maar de verschillende vloerniveaus toegankelijk worden gemaakt.

4

Vraag: Zijn de niveauverschillen met trappen en deurdrempels essentieel voor het karakter van de monumentale panden van het Westfries Museum? Antwoord: Ja, deze niveauverschillen maken deel uit van de beleving van het Westfries Museum en houden de verschillende historische panden afleesbaar. Het monumentale karakter is een kernkwaliteit die behouden blijft binnen de voorgestelde plannen. Vraag: Welke bouwkundige maatregelen neemt u voor de toegankelijkheid van andere monumenten zoals de Waag, Hoofdtoren, Oosterpoort, Boterhal en Koepelkerk? Antwoord: Genoemde panden zijn niet in eigendom van de gemeente Hoorn. De toegankelijkheid hiervan is allereerst een zaak van de betreffende eigenaren. Team Erfgoed heeft overigens regelmatig contact met de eigenaren waarbij ook toegankelijkheid aandacht heeft.

het pand op een nieuwe fundering met nieuwe betonvloeren geplaatst gaat worden. Onder deze betonvloeren wordt in de varianten 3 en 4 een kelder uitgegraven waarbij de bovenliggende monumenten reeds worden gedragen door de nieuwe paalfundering. De constructieve stabiliteitsvoorzieningen zijn ontworpen door een constructeur. Deze constructeur heeft ervaring met het onderkelderen van Rijksmonumenten. De kosten voor damwand, hulpconstructies, kelderbak en fundering zijn opgenomen in de kostenraming. Het uitgraven van extra grond, het afvoeren daarvan en de hogere kosten van archeologisch onderzoek zijn meegenomen in de ramingen. Voor alle varianten geldt dat er risico’s zijn, zoals bij verbouwprojecten in monumenten onvermijdelijk. Deze zullen zo goed mogelijk beheerst worden.

Kelder Vraag Hoorn lokaal: De voorkeursoptie ligt in een plan met een kelder. De overwegingen zijn helder, maar hoe zit het met de risico’s? Moet er extra afgegraven worden, wat doet dit met de constructie? Hoe groot is de kans op budgetoverschrijding als er met kelders wordt gewerkt? Antwoord: Naar de risico’s van het funderingsherstel is in alle varianten uiteraard gekeken. Het projectteam heeft naast het ontwerp van de constructeur ook een Geoadvies laten uitvoeren om extra risico’s te beperken. Het funderingsherstel houdt in dat

5

Tabel benchmark Museana GeMuseum GeMusea GeWFM 2017, 2018 en 2019 met selectie WFM WFM WFM Jan Cunen middelde Princessenhof Haags Historisch Gouda Harderwijk middelde Zutphen middelde van vergelijkbare musea 2019 Selectie Selectie Selectie Museana (benchmark 50k-60k MS4036 60k-75k 2017 2018 2019 MS7079 35k-45k MS1022 MS3038 MS3010 MS4018 Museumvereniging*) Totaal aantal bezoeken 41078 42040 53937 22181 39679 43745 45702 46550 60427 54993 62011 67136 % Bezoek uit buitenland (toeristen) 32 35 35 2 14 5 5 22 2 8 6 13 % Betalende bezoeken 22 20 21 19 45 23 33 19 34 44 15 42 % Bezoek vanuit basisonderwijs 6 6 6 8 4 6 7 6 1 6 3 5 % Bezoek vanuit voortgezet onderwijs 4 4 4 12 3 5 3 1 1 6 1 4 % Bezoek vanuit onderwijs (totaal) 10 10 10 20 7 11 11 7 2 12 3 9 Entreeprijs bezoek 10-jarige 0,00 0,00 0,00 0,00 4,18 0,00 4,00 4,00 0,00 4,47 0,00 2,83 Entreeprijs bezoek 15-jarige 0,00 0,00 0,00 0,00 5,47 0,00 4,00 4,00 4,00 6,67 13,50 6,33 Entreeprijs bezoek 25-jarige 8,50 9,00 9,50 9,50 9,09 12,50 12,00 11,00 7,50 10,41 13,50 10,64 Entreeprijs bezoek 66-jarige 7,50 7,50 7,50 9,50 8,20 12,50 12,00 11,00 7,50 9,96 13,50 10,09 Aantal werkzame personen totaal 124,0 137,0 145,0 95,0 95,2 100,0 40,0 106,0 87,0 95,7 107,0 96,2 Aantal FTE totaal 15,0 18,9 18,7 13,1 12,8 17,9 20,7 23,1 12,9 18,5 21,6 23,7 Publieksinkomsten (dzd.

euro) 256 249 286 90 178 231 211 237 283 310 231 348 Sponsorinkomsten (dzd. euro) 65 85 0 12 15 0 0 9 0 39 0 18 Overige inkomsten (dzd. euro) 68 103 153 139 179 550 79 76 300 219 144 379 Subsidies/bijdragen overheid (dzd. euro) 1279 1289 1330 734 993 1945 1920 1378 333 1139 1051 1230 Subsidies/bijdragen privaat (dzd. euro) 1809 115 109 67 90 303 76 40 0 85 16 62 Totale inkomsten (dzd. euro) 3325 1858 1878 1042 1453 3029 2286 1740 916 1792 1442 2037 Personeelskosten (dzd. euro) 922 1059 1249 634 683 1592 1329 849 306 765 721 1059 Huisvestingskosten (dzd. euro) 215 217 230 162 310 393 239 503 125 367 275 347 Afschrijvingen (dzd. euro) 0 47 47 19 28 75 24 24 15 64 49 75 Aankopen (dzd. euro) 68 52 60 0 20 128 37 0 4 72 28 25 Overige kosten (dzd. euro) 426 483 419 321 416 697 719 438 354 529 395 616 Totale uitgaven (dzd. euro) 1631 1858 2005 1136 1456 2884 2348 1813 804 1796 1467 2121 Eigen inkomsten per bezoeker (euro) 49,87 9,87 8,07 13,88 11,60 24,76 8,00 7,78 9,66 11,93 6,31 11,83 Subsidie overheid per bezoeker (euro) 31,17 22,37 19,60 33,10 25,48 44,47 42,01 29,60 5,50 20,67 16,94 17,64 Marge horeca per bezoeker (euro) 0,05 0,05 0,22 2,04 0,81 0,32 0,12 0,45 0,23 0,85 -0,06 1,06 Marge winkel per bezoeker (euro) 0,34 0,34 0,44 1,10 0,43 0,59 0,83 0,64 1,66 0,57 0,48 0,64 * Cijfers WFM zijn gecorrigeerd: de zijn zonder de bezoekers, inkomsten en uitgaven van de Halve Maen.

6

Investering / inzet legaat

Vraag fractie EenHoorn: Hoe ziet de verdeling er uit over investeringen in gebouw en museale deel? Antwoord: In onderstaand investeringsoverzicht is te zien dat de investeringen in het gebouw het overgrote deel vertegenwoordigen van de totale investering (85-86%). De overige 14-15% is voor de investeringen in de museale onderdelen. Een deel daarvan is voor de vernieuwde expositie bedoeld. Uit deze tabel wordt duidelijk dat de inrichting van de te vernieuwen en uit te breiden expositie in de varianten 2 en 3 grotendeels gedekt wordt uit de beschikbare dekking die het museum inbrengt (legaat € 500.000), de nog door het museum te werven externe fondsen en sponsoren en de museale exploitatie. Voor variant 4 geldt dat deze investering in de vernieuwde expositie inclusief uitbreiding in het geheel wordt gedekt uit deze middelen. Vraag PvdA / Fractie Tonnaer: wilt u de gemeenteraad voorstellen om een substantieel deel van de nalatenschap van de heer Le Cocq, zijnde € 1,7 miljoen euro, in te zetten voor de verbouwing en samenvoeging van het Westfries Museum? Vanwege de hoge verbouwingskosten van het museum en mede gezien de zorgelijke financiële situatie van de gemeente lijkt het ons nodig dat vanuit het Le Cocq-legaat een substantiële bijdrage aan de verbouwing en samenvoeging van het museum wordt geleverd.

Het gebruik van het legaat past bij het doel en de intentie van de nalatenschap. Een korte toelichting vooraf over het legaat In 2017 liet de heer Frans Le Cocq D’Armandville uit Heemstede een omvangrijke collectie voorwerpen en een aanzienlijk geldbedrag na

aan het Westfries Museum. Het was zijn wens dat met het geld een zogenaamd ‘fonds op naam’ zou worden ingericht, het Le CocqPlancken Fonds. De doelstelling van dit fonds is om middelen ter beschikking te stellen voor versterking van de collectie van het Westfries Museum en/of voor verbetering van de presentatie van de museumcollectie. De middelen van het Le Cocq-Plancken Fonds zijn ondergebracht bij de gemeente Hoorn in een daarvoor bestemde voorziening. De directeur van het museum is gemachtigd te beslissen over de bestemming van middelen uit het Le Cocq-Plancken Fonds. Een adviescommissie, bestaande uit de voorzitter en een lid van het bestuur van de Stichting Vrienden van het Westfries Museum staat hem/haar hier in bij en toetst de voorstellen van de directeur aan de doelstellingen van het fonds. Het actuele saldo van het Le CocqPlanckenfonds bedraagt € 1.648.000,-. Antwoord: Van het legaat is € 500.000 in de door de projectgroep opgestelde raming en het projectplan verwerkt als dekking van de kosten van de nieuwe presentatie van museum. De vraag is gesteld of het mogelijk is om een groter deel van het legaat in te zetten ter dekking van de investeringen.

Gelet op het belang van het project Vernieuwing Westfries Museum voor de doorontwikkeling en toekomst van het museum en het financiële meerjarenperspectief van de gemeente Hoorn, is de museumdirectie, met goedkeuring van de Adviescommissie van het Fonds, bereid bovenop de reeds meegenomen € 500.000,- extra middelen uit het Le Cocq-Plancken Fonds ter beschikking te stellen als variant 3 of 4 ten uitvoer wordt gebracht.

7

Variant 3 en 4 scheppen de beste voorwaarden voor een succesvolle toekomstige exploitatie en doorontwikkeling van het museum. Daarbij heeft variant 4 de voorkeur boven variant 3, omdat een extra kelder onder Roode Steen 15, waarin met name publieksfuncties als toiletten en een ontvangst- of presentatieruimte kunnen worden ondergebracht, bovengronds de ruimte en mogelijkheden biedt voor een betere presentatie van de collectie en voor voorzieningen die van belang zijn voor het verdienvermogen en daarmee een gezonde toekomstige exploitatie van het museum. Indien variant 3 ten uitvoer wordt gebracht wordt additioneel € 300.000,- (dus totaal € 800.000,-) uit het Le Cocq-Plancken Fonds ter beschikking gesteld. De kapitaallasten komen daarmee uit op € 490.000,-. Dit is gelijk aan de jaarlijkse kapitaallasten van de meest sobere variant 1. Indien variant 4 ten uitvoer wordt gebracht,

wordt een bedrag van € 600.000,- extra (totaal € 1.100.000,-) uit het Le Cocq-Plancken Fonds ter beschikking gesteld. Hiermee komen de jaarlijkse kapitaallasten ook uit op € 490.000,-. Gelet op de doelstelling van het Le Cocq-Plancken Fonds dat versterking van de collectie van het Westfries Museum mogelijk wil maken, is een grotere bijdrage uit het fonds niet wenselijk. Een hogere bijdrage beperkt de toekomstige mogelijkheden ter versterking van de collectie. Met het verwerven van objecten uit de 17de en 18de eeuw zijn doorgaans grote bedragen gemoeid. Daarbij komt dat het museum ter invulling van het nieuwe inhoudelijke concept, met aandacht voor de negentiende-eeuwse en hedendaagse visie op de periode 1450-1800, ook aan collectievorming moet doen en daarvoor grotendeels afhankelijk is van bijdragen uit het Le Cocq-Plancken Fonds.

8

Tabel: Investeringsoverzicht Variant 1 Typering variant INVESTERINGEN Waarvan investeringen gebouw in percentages van het totaal uitgedrukt: Waarvan investeringen museum in percentages van het totaal uitgedrukt: Dekking investeringen in gebouw: Investeringen gebouw Af: Reeds beschikbare dekking bouwkosten Af: Dekking uit expl. (gekapitaliseerde effecten duurz.heid) Nog te investeren door gemeente in gebouw

€ € €

€ € € €

Variant 2

Variant 3

Variant 4

Paviljoen tuin

Kelder RS 16

Kelder RS 15+16

14.700.000 € 12.700.000 € 86% 2.000.000 € 14%

16.200.000 € 13.800.000 € 85% 2.500.000 € 15%

16.800.000 € 14.400.000 € 86% 2.500.000 € 15%

18.000.000 15.500.000 86% 2.500.000 14%

12.700.000 3.000.000 320.000 9.400.000

13.800.000 3.000.000 320.000 10.500.000

14.400.000 3.000.000 320.000 11.100.000

15.500.000 3.000.000 320.000 12.200.000

€ € € €

€ € € €

€ € € €

Dekking investeringen in museum: Investeringen in museale functie* € 2.000.000 € 2.500.000 € 2.500.000 € 2.500.000 Af: Reeds beschikbare dekking museum € 500.000 € 500.000 € 500.000 € 500.000 Af: Door het museum te verwerven (extern) € 500.000 € 1.000.000 € 1.000.000 € 1.000.000 Af: Bijdrage uit museumexploitatie (gekapitaliseerd) € -40.000 € 90.000 € 90.000 € 290.000 Nog te investeren door gemeente in museale functie € 1.040.000 € 910.000 € 910.000 € 710.000 * Waarvan: invest. in vernieuwde en uit te breiden expositie € 1.400.000 € 1.800.000 € 1.800.000 € 1.800.000 Dekking: som te werven en beschikb. midd. en expl. € 1.000.000 € 1.600.000 € 1.600.000 € 1.800.000 Conclusie: investeringen in de expositie worden in varianten 2 t/m 3 grotendeels gedekt uit externe fondsen, sponsorgelden en de positieve effecten op de museale exploitatie. In variant 4 wordt deze hele investering in de nieuwe expositie hieruit gedekt.

9

Kapitaallasten fundering en verduurzaming Vraag CDA: Is het mogelijk om een doorrekening te krijgen van een zogenaamde optie 0, de goedkoopste variant van de verbouwing van € 6,2 miljoen naar jaarlijkse kapitaallasten? Op dezelfde wijze als ook de andere 4 varianten worden doorgerekend? Optie 0 is dan de investering zoals die in paragraaf 7 van het raadsvoorstel wordt aangegeven. Antwoord: Deze keuze is geen variant, omdat deze keuze niet voldoet aan de opdracht van de raad. De verbinding met Roode Steen 15 en invulling ervan wordt immers niet gerealiseerd en ook de toegankelijkheid wordt niet verbeterd. De investering van deze keuze is wel in beeld gebracht, als onderdeel van een onderzoek naar een mogelijke fasering van het project. In deze fasering worden in fase A op korte termijn enkel het funderingsherstel en de verduurzaming van de panden aangepakt. Dit om de daarvoor toegezegde subsidies van het Rijk circa € 2,116 mln. en de subsidie van de Provincie Noord-Holland € 309.000,- niet te verliezen. Fase B zou dan na enige tijd volgen, waarbij de overige werkzaamheden, zoals het samenvoegen van de panden en de investeringen in toegankelijkheid. De investering voor de werkzaamheden in fase A bedraagt, exclusief de toegezegde subsidie en andere beschikbare dekking € 6,2 miljoen.

De jaarlijkse bijdrage van de gemeente ten behoeve van de kapitaallasten van een dergelijke verbouwing bedragen € 270.000,-.

Kapitaallasten fasering: fundering en verduurzaming eerst Vraag CDA: is het mogelijk om apart de doorrekening te maken van de extra kosten van de fasering naar ieder van de 4 mogelijke opties, vertaald naar kapitaallasten? Met als doel om inzichtelijk te maken, wat de financiële consequenties en mogelijkheden zijn om dit later in de tijd financieel in te plannen. Uiteindelijk zijn de kapitaallasten de kosten die we jaarlijks in de begroting tegenkomen aan de uitgavenkant. Antwoord: Een dergelijke fasering van het project heeft (financiële) gevolgen. Ten eerste brengt fasering aanzienlijke meerkosten met zich mee. Deze meerkosten zijn in de hierna volgende tabel per variant nader uitgewerkt. Hieruit wordt duidelijk dat het initiële positieve effect van het veiligstellen van de subsidies vrijwel volledig teniet wordt gedaan door de meerkosten die fasering met zich meebrengt. Daarnaast brengt fasering ook andere ongewenste consequenties met zich mee. Een deel van de bouwkundige ingrepen in fase A (vloeren, wanden) moeten in fase B weer ongedaan worden gemaakt, met kapitaalvernietiging tot gevolg. Na een miljoeneninvestering zou het museum na fase A nog steeds niet toegankelijk zijn voor minder validen en heeft het geen mogelijkheden tot groei en het vergroten van het verdienvermogen. Het museum moet twee keer voor een langere periode voor publiek worden gesloten.

Met grote gevolgen voor de loop op het museum en de inkomsten uit publiek. De kwetsbare collectie moet tweemaal worden verhuisd en tijdelijk worden opgeslagen.

10

Bovendien moet rekening worden gehouden met een voorwaarde van de rijkssubsidie dat de toegankelijkheid van de gebouwen vergroot wordt. Als niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, dan komt mogelijk een deel van de subsidie in gevaar. De nadelen van fasering wegen daarmee zwaarder dan de voordelen.

werkelijke bedragen hoger zijn. Daarnaast dient er rekening mee te worden gehouden dat er vanwege desinvesteringen onderdelen van de investeringen uit de eerste fase van de investeringen versneld moeten worden afgeschreven. De hoogte van deze versnelde afschrijvingen is mede afhankelijk van de periode tussen de fases. Aangezien deze niet bekend is, is deze kostenpost in onderstaande tabel als p.m. opgenomen.

In de onderstaande tabel zijn de extra kosten en investeringen van fasering per variant weergegeven. Omdat bepaalde bedragen nu nog niet berekend kunnen worden, bijvoorbeeld de prijsstijging als de tweede fase van de verbouwing later plaatsvindt, zullen de Tabel: extra kosten en investeringen van fasering Variant 1

Variant 2

Variant 3

Variant 4

EXTRA investeringen en kosten indien eerst fundering plus verduurzaming worden uitgevoerd en na enkele jaren de verbinding en toegankelijkheid

€

1.850.000

€

1.850.000

€

2.190.000

€

2.400.000

€

60.000

€

60.000

€

70.000

€

80.000

Dit leidt tot: EXTRA kapitaallasten EXTRA versnelde afschrijv. wegens kapitaalvernieting EXTRA eenmalige kosten

pm €

630.000

pm €

630.000

pm €

630.000

pm €

630.000

In de navolgende tabel is een uitsplitsing van de extra investeringen en eenmalige kosten opgenomen. Deze extra investeringen en kosten zijn aan de orde in het geval er gekozen wordt om eerst de funderingsherstel en de verduurzaming uit te voeren en daarna de overige onderdelen.

11

EXTRA INVESTERINGEN EN EENMALIGE KOSTEN INDIEN EERST SUBSIDIEGERELATEERDE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD (FUNDERING EN DUURZAAMHEID) EN ENIGE TIJD DAARNA DE OVERIGE ONDERDELEN (VERBINDING, TOEGANKELIJKHEID) geldt voor de volgende eenmalig structureel per jaar varianten: Extra investeringen Stijging bouwkosten pm pm 1, 2, 3 en 4 Inflatiecorrectie pm pm 1, 2, 3 en 4 Tweede aanbestedingsronde pm pm 1, 2, 3 en 4 Extra directiekosten (vanwege opsplitsen opdracht) pm pm 1, 2, 3 en 4 Afwerking na nieuwe ingrepen € 650.000 € 26.078 1, 2, 3 en 4 (isolatie dakdoorbraken, afwerking na aanbrengen bekabeling etc.) 1, 2, 3 en 4 Opnieuw demonteren en terugbrengen vloeren € 150.000 € 6.018 3 (deels) en 4 Extra voorzieningen voor latere koppelingen € 50.000 € 2.006 1, 2, 3 en 4 Aanpassing installaties vanwege samenvoeging met RS 15 € 520.000 € 34.771 1, 2, 3 en 4 Uitvoering tweede archeologische onderzoek € 400.000 € 6.687 3 (deels) en 4 Versnelde afschrijvingen pm 1, 2, 3 en 4 Totaal € 1.770.000 € 75.559 Extra eenmalige kosten Tweede uithuizing Kosten tijdelijk onderbrengen collectie extern depot (2e x) Tweede inhuizing Inkomstenderving tijdens sluiting Schoonmaak na tweede oplevering Totaal extra eenmalige kosten

€ € € € € €

120.000 250.000 130.000 100.000 30.000 630.000

EXTRA investeringen en eenmalige kosten bij fasering

€

2.400.000

1, 2, 3 en 4 1, 2, 3 en 4 1, 2, 3 en 4 1, 2, 3 en 4 1, 2, 3 en 4

NB Voor de berekeningen is in een aantal gevallen gewerkt met afrondingen, daardoor kunnen afrondingsverschillen optreden.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=fac0b096-a4b4-4b77-b790-54d056e55fc7