Beantwoording vragen fractie Fractie Tonnaer
Tekst van het document
Beantwoording van (technische) vragen van de fractie Fractie Tonnaer op agendapunt 5.1 van de Algemene raadscommissievergadering d.d. 30 maart 2021 Inleiding U heeft op donderdag 25 maart een aantal (technische) vragen gesteld over de planvorming op het perceel Lepelaar 6 dat door middel van het experiment Omgevingstafel tot stand komt. Voordat inhoudelijk op de vragen wordt ingegaan, wil ik u graag het volgende melden. De Omgevingswet treedt per januari 2022 inwerking. De rol van de gemeentelijke overheid bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen verandert daarmee. Van plannen toetsen naar meedenken en plannen mogelijk te maken (ja, mits denken). Participatie maakt daar onderdeel van uit. Zoals in de begeleidende brief behorende bij dit initiatief aan de fracties is aangegeven, is er tevens sprake van een experiment. De gemeentelijke organisatie doet ervaring op met het instrument Omgevingstafel dat door de VNG is voorgesteld. Bij dit initiatief is tevens een stappenplan weergegeven waarin is aangegeven in welke fase wat gebeurt. Daarnaast verwijs ik u naar de oplegnotitie die aan het dit agendapunt voor de raadscommissievergadering van 30 maart is toegevoegd. Veel informatie over dit experiment, waaronder de verschillende rollen en processtappen zijn daarin toegelicht.
Graag ga ik ook over dit onderdeel van de Omgevingswet met u in overleg om deze nieuwe werkwijze met u te bespreken en waar nodig te verbeteren. Vraag 1 De bewoners willen weten waarom de casemanager ( H. Koldewijn ) van de gemeente vooralsnog geen reactie heeft gegeven op een aantal door bewoners gestuurde foto’s. Reactie De casemanager heeft alle omwonenden van de planontwikkeling de informatie toegestuurd die onderdeel is geweest van de eerste en tweede ronde van de Omgevingstafel, inclusief de uitkomsten van de eerste participatie. Nadat de bewoners hierop hebben gereageerd (de mails over de benoemde foto’s) heeft de casemanager aangegeven dat alle stukken inmiddels naar de raadscommissie zijn toegestuurd en dat deze informatie via de griffie kan worden toegevoegd. Ook alle nieuwe/aanvullende reacties van de omwonenden zijn aan de stukken voor de raadscommissie toegevoegd. Op deze wijze is alle informatie voor iedereen beschikbaar. Ook kan deze informatie worden besproken tijdens de volgende keer dat met omwonenden over de planontwikkeling worden gesproken (tweede keer dat participatie plaatsvindt). Dat zal plaatsvinden na het betrekken van de Algemene raadscommissie. Verwezen wordt naar het stappenplan dat aan de casus is gekoppeld.
Vraag 2 Wordt het pand Lepelaar 6 na verhogen met twee woonverdiepingen, 12 of 14 meter hoog ? Reactie: Het bouwinitiatief gaat nu uit van een gebouw met 4 bouwlagen. De exacte bouwhoogte is nog niet bepaald. Wel bestaat er een idee om aan de 4 bouwlagen een borstwering toe te voegen om de technische installaties uit het zicht te houden. Vraag 3 De bewoners vrezen dat het experiment met de Omgevingstafel leidt tot een besluitvormingsfuik. Kunt u zich deze vrees voorstellen?
Reactie Van besluitvorming is nu nog geen sprake. Het college heeft nog geen besluit genomen in deze fase van de planontwikkeling op het plan zelf, alleen wel besloten de gemeenteraad in deze planfase te betrekken. De gemeenteraad wordt daarmee vroegtijdig betrokken bij de planontwikkeling en kan in deze fase nu wensen en of bedenkingen meegeven (vergelijkbaar bij de fase van de Nota van Uitgangspunten bij projecten). Zij kan aangeven op basis van de verschillende belangen die in beeld zijn gebracht waar wel of geen ruimte zit in deze planontwikkeling. Ook de omwonenden zijn vroegtijdig bij de planontwikkeling betrokken. Zij worden opnieuw bij de planontwikkeling betrokken als de planontwikkeling na behandeling in de raadscommissie een vervolg krijgt. Het een en ander is afhankelijk van de wensen en of bedenkingen die vanuit de raadscommissie naar voren komen. Vraag 4 Op welke momenten kunnen bewoners van de Rietzanger bezwaar maken ? Reactie Het vervolgproces gaat als volgt. Indien na 30 maart de planontwikkeling verder kan gaan, vindt opnieuw participatie plaats. Deze informatie wordt samen met het plan en nog uit te voeren onderzoeken besproken aan de derde ronde van de Omgevingstafel. Indien de derde Omgevingstafel concludeert dat het plan voldoende is uitgewerkt en onderzocht, dat kan een aanvraag om omgevingsvergunning worden ingediend.
Wanneer de aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend zal het college een ontwerp omgevingsvergunning en ontwerpverklaring van geen bedenkingen voorleggen aan de gemeenteraad met het verzoek de planologische procedure te starten. De gemeenteraad bepaalt dan of de planologische procedure kan worden gestart. Indien deze gestart wordt, wordt de ontwerp omgevingsvergunning en ontwerp verklaring van geen bedenkingen voor zes weken ter visie gelegd. Binnen deze termijn kunnen zienswijzen tegen het plan worden ingediend. Indien er zienswijzen zijn ingebracht vindt er een hoorzitting plaats om te bespreken of zienswijzen kunnen worden weggenomen. Daarna komt het college met een voorstel voor de beantwoording van de zienswijzen en het verzoek aan de gemeenteraad om een definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven. Het plan kan op basis van de zienswijzen zijn aanpast. Als de gemeenteraad de definitieve verklaring van geen bedenkingen afgeeft kan het college de omgevingsvergunning verlenen. Indien de gemeenteraad deze verklaring van geen bedenkingen niet wil afgeven, kan het college alleen de omgevingsvergunning weigeren. Tegen dit besluit van de gemeente (zowel het verlenen als de omgevingsvergunning, als het weigeren van de omgevingsvergunning) staat beroep open bij de rechtbank Noord-Holland en hogere beroep bij de Raad van State.
Samengevat: In het totale proces is dus sprake van twee participatiemomenten bij de planvorming. En kunnen in de planologische fase zienswijzen worden ingediend. Tegen het besluit van de gemeente is beroep en hoger beroep mogelijk. Vraag 5 De bewoners missen een actieve rol van de gemeente om op te komen voor de belangen van de bewoners en vermoeden dat de gemeente prioriteit geeft aan alleen meer woningbouw. In hoeverre gaat de belangenafweging ten kosten van de bewoners aan de Rietzanger ? Reactie Het is in eerste instantie de rol van de initiatiefnemer om de omwonenden te betrekken bij de planontwikkeling. De gemeente heeft bij het eerste moment van participatie als toehoorder deelgenomen. Tevens is de casemanager de planbegeleider in dit proces. De Omgevingstafel is de gemeentelijke adviseur op de inhoud van de planvorming. Nu alle belangen in beeld zijn, het plan dat de initiatiefnemer wil realiseren, het advies van de Omgevingstafel en de mening van de omwonenden, wordt de politiek betrokken bij de planontwikkeling.
Vraag 6 Is er sprake van planschade ? Reactie De initiatiefnemer heeft een planschaderisicoanalyse opgesteld op basis van de planontwikkeling die tot nu toe heeft plaatsgevonden. Daaruit blijkt dat er voor een aantal omwonenden sprake is van planschade. Vraag 7 Kunnen de bewoners alsnog een begeleidende brief ontvangen? Reactie De omwonenden zijn tijdens de eerste informatiebijeenkomst geïnformeerd over het op dat moment bekende proces. Dit betreft de participatie en planologische procedure. De wijze waarop de politiek vroegtijdig bij de planontwikkeling wordt betrokken was op dat moment nog niet bekend. Vervolgens zijn de omwonenden via een mail geïnformeerd over de planontwikkeling tot nu toe, het proces tot nu toe en de vervolgstappen van de Omgevingstafel. Na de commissievergadering zullen de omwonenden over de uitkomst van deze vergadering worden geïnformeerd en hoe het proces vervolgt wordt. Dat betreft dus nog een keer participatie met de omwonenden voordat de planvorming wordt afgerond. Het proces dat doorlopen kan worden vanaf het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning zal ook in deze brief worden opgenomen.