Beantwoording vragen commissievergadering projectbijdrage Intermaris
Tekst van het document
Gemeente Hoorn
Raadscommissie gemeente Hoorn
Nieuwe Steen 1 Postbus 603 1620 AR Hoorn T 0229 25 22 00 www.hoorn.nl Contactpersoon C. Bakker Zaaknummer: 1888340
Hoorn, 6 december 2021 Onderwerp: Beantwoording commissievragen over Wijkuitvoeringsplan en projectbijdrage warmtenet van 23 november 2021
Beste leden van de commissie, Onderstaand vindt u zoals afgesproken de beantwoording van uw vragen die nog openstaan na behandeling van het raadsvoorstel ‘Projectbijdrage 1 miljoen euro warmtenet Kersenboogerd aan Intermaris voor borgen woonlastenneutraliteit warmtenet’ in de raadscommissie van 23 november 2021. 1. Fractie ÉénHoorn: In de beslispunten van het raadsbesluit staat het woord ‘krediet’ opgenomen en dat is een economische term voor lening. Dit is geen lening want we krijgen het niet terug. Het is een eenmalige bijdrage. Onze vraag is wat we met dit woord aan moeten en of het eventueel veranderd moet worden? Antwoord Het beschikbaar stellen van de middelen door middel van een (uitvoerings-) krediet is formeel juist en biedt de gemeente de mogelijkheid, zoals ook verplicht op basis van wet- en regelgeving, om de bijdrage aan Interimaris te kapitaliseren en af te schrijven. Het is gebruikelijk dat de raad voor te kapitaliseren middelen kredieten beschikbaar stelt. Er is geen koppeling tussen de term krediet en lening. Het woord ‘krediet’ is juist en kan dus blijven staan. 2. Fractie CDA Hoorn: De vraag gaat over het Wijkuitvoeringsplan dat eerst aan de raad voorgelegd zou worden en nu niet meer voor besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. Antwoord Deze vraag is eerder gesteld en ook door het college beantwoord.
Aangegeven is dat “Het vaststellen van het ‘Wijkuitvoeringsplan (WUP) aardgasvrij Kersenboogerd’ is een collegebevoegdheid. Dit is natuurlijk met uitzondering van de vast te stellen financiële kaders en het vrij vragen van de kredieten.”… “Het wijkuitvoeringsplan aardgasvrij wordt landelijk ook wel een omgevingsprogramma genoemd en is een term in de constructie van de nieuwe omgevingswet.” Het is dus ook landelijk vastgesteld. De toezegging is vorig jaar gedaan met de verwachting financiele middelen te moeten vragen, echter zijn deze niet nodig gebleken of deze worden belegd in het programma Kansen voor de Kersenboogerd. Zie ook de bijgevoegde 36-vragen van 2 augustus 2021 en de beantwoording op 30 september 2021 met bijlage, zaaknummer 1888340.
1/2
3. Fractie Tonnaer: Wat is het gevolg van het loskoppelen van de gasprijs ten opzichte van de warmteprijs? De gasprijs is nu hoog. Op het moment dat we wel in staat zijn duurzaam te verwarmen en niet met gas is dat wellicht interessant voor de huurders. Antwoord De warmtetarieven worden elk jaar namens de Rijksoverheid vastgesteld door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Het tarief dat de ACM vaststelt is o.a. gekoppeld aan de gasprijzen. Dat is in lijn met de huidige Warmtewet. Het idee is dat de warmtegebruiker niet meer betaalt dan de consument die geen warmte gebruikt. Op dit moment gebruikt de meerderheid van de consumenten nog aardgas. Daarom is het warmtetarief aan de gasprijs gekoppeld. HVC hanteert een tarief dat lager is dan het ACM warmtetarief. De Rijksoverheid werkt ook aan een nieuwe Warmtewet. In de nieuwe Warmtewet zal deze koppeling er naar alle waarschijnlijkheid niet meer zijn. Het is nog niet bekend wanneer deze Warmtewet in gaat. Gesproken wordt over invoering in 2024. In de nieuwe Warmtewet wordt de prijs bepaald op basis van kostprijs-plus model. In dit model wordt het tarief bepaald op basis van de kosten inclusief een vastgelegd financieel rendement wat door het ACM wordt gecontroleerd. Daarmee wordt het tarief minder gevoelig voor prijsontwikkelingen van aardgas.
Aanvullende informatie vindt u via bijgevoegde links: de invloed van de gasprijzen op de warmtetarieven voor 2022 | HVC Groep en Hoe stelt de ACM de warmtetarieven vast? | ACM.nl 4. Fractie Sociaal Hoorn: Nadat alle aansluitingen zijn gerealiseerd, voor hoeveel jaar blijven de woonlasten dan gelijk? Met andere woorden, wat wordt er nu gegarandeerd en voor hoe lang?’ Antwoord De huur blijft gelijk (behoudens de reguliere indexering) gedurende de looptijd van de huurovereenkomst. De aanleg van het warmtenet heeft geen invloed op de huurprijsbepaling bij nieuwe verhuringen.
Met vriendelijke groet,
wethouder S. Bashara.
2/2
Gemeente Hoorn
Fractie CDA Hoorn R. Brandhoff
Nieuwe Steen 1 Postbus 603 1620 AR Hoorn T 0229 25 22 00 www.hoorn.nl Contactpersoon M. Hofte Zaaknummer: 1888340
Hoorn,
3 0 SEP 2021
Onderwerp: beantwoording art. 36 vragen over Woonlastenneutraliteit deel 3
Geachte heer Brandhoff,
U heeft aanvullende vragen gesteld over het onderwerp Woonlastenneutraliteit. In deze brief leest u de antwoorden op uw vragen. Vraag 1 In uw brief van 16 juli 2021 stelt u dat het vaststellen van het Wijkuitvoeringsplan (WUP) een bevoegdheid is van het college. U stelt dat dit ‘op te vatten’ is als een programma binnen de omgevingswet, terwijl deze wet nog niet in werking is getreden. Kunt u verklaren waarom dit een collegebevoegdheid is?
Antwoord Het vaststellen van het ‘Wijkuitvoeringsplan (WUP) aardgasvrij Kersenboogerd’ is een collegebevoegdheid. Dit is natuurlijk met uitzondering van de vast te stellen financiële kaders en het vrij vragen van de kredieten. Het Wijkuitvoeringsplan aardgasvrij Kersenboogerd is een plan waarin wordt uitgelegd hoe de wijk gestimuleerd wordt om van het aardgas af te gaan. Er wordt per gebied in de buurt een aanpak gemaakt. De financiële middelen voor het programma Kansen voor de Kersenboogerd zijn al eerder door uw raad beschikbaar gesteld. Besloten is dat de uitwerking van het Wijkuitvoeringsplan aardgasvrij Kersenboogerd onder regie van dit programma valt. Daarom is er op dit moment geen besluit nodig van uw raad. Uitleg landelijke constructie Omgevingswet en Wijkuitvoeringsplannen Het wijkuitvoeringsplan aardgasvrij wordt landelijk ook wel een omgevingsprogramma genoemd en is een term in de constructie van de nieuwe omgevingswet. In de bijlage leest u hoe deze omgevingswet is opgebouwd en waar het wijkuitvoeringsplan aardgasvrij/omgevingsprogramma past. Waar het in het kort op neer komt is dat omgevingsprogramma’s alleen bindend zijn voor de gemeente zelf. Dit betekent dat inwoners, ondernemers en organisaties gestimuleerd worden om bij te dragen, maar daartoe niet verplicht zijn. Om deze reden is een omgevingsprogramma een collegebevoegdheid.
1/3
Vraag 2
Verder heeft wethouder Bashara in de gemeenteraadsvergadering van 8 december 2020 de toezegging gedaan (zie: Toezegging 732) dat het WUP Kersenboogerd in het derde kwartaal van dit jaar separaat naar de raad gaat. Waarom is de wethouder en het college van gedachten veranderd, door de raad te passeren en zelf dit besluit te nemen?
Antwoord Tijdens de digitale kennissessie gehouden op 3 juni 2021 over het WUP Kersenboogerd is dit onderwerp aan de orde geweest en behandeld. Het vaststellen van het 'Wijkuitvoeringsplan (WUP) aardgasvrij Kersenboogerd' is een collegebevoegdheid. Bij aanvang van dit ook voor ons nieuwe proces was dit nog niet duidelijk. De gedachte in eerste instantie was dan ook om het WUP ter vaststelling voor te moeten leggen aan de raad. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat de raad het WUP niet hoeft vaststellen op het moment dat er geen financieringsvraag aan vast zit. Dat is met u gedeeld. Vraag 3
Vind het college het gerechtvaardigd om terug te komen op een gemaakte toezegging? Zo ja, wat is de waarde van een toezegging van dit college?
Antwoord Zie antwoord 2. Vraag 4
Verder schrijft u in uw brief dat “Intermaris heeft op basis van de procesbrief van 6 mei verzocht om de projectbijdrage van 1 miljoen euro ook aan u voor te leggen.". Eerder was het college van plan om pas in 2022 of 2023 een besluit te vragen aan de raad (mocht dat nodig zijn). Het bevreemd ons dat Intermaris de agenda van de raad bepaald op dit onderwerp. Kunt u deze zinssnede verklaren? Te meer omdat de Raad op het moment van het besluit op 8 december 2020 over de woonlastenneutraliteit niet op de hoogte was van een evt. bijdrage van € 1.000.000 door de gemeente.
Antwoord Gezamenlijk met Intermaris en HVC wordt gezocht naar additionele financieringsopties. Ons advies was inderdaad om eerst te verkennen wat de mogelijkheden zijn voor externe financiering en op basis daarvan te kijken wat nodig is. Dit als reactie op het verzoek van Intermaris om een projectbijdrage van € 1 miljoen. Op basis daarvan zou een voorstel worden voorgelegd aan de raad. Met de verwachting dat deze verkenning inclusief het aanvragen van de financieringsopties uiterlijk in 2022 meer inzicht gaan geven. Intermaris heeft het college gevraagd om al in 2021 duidelijkheid te geven over een projectbijdrage. Dit met het oog op de inzet van (beperkte) middelen over de verschillende maatschappelijke opgaven waar zij voor staat. Daarom is behandeling van het raadsvoorstel gepland in december van dit jaar. Hierover heeft u een procesbrief ontvangen d.d. 16 juli 2021 Vraag 5
Waarom wachten we niet op de uitkomst van het binnenhalen van subsidies?
Antwoord Zie vraag 4. Vraag 6
Wat zijn de consequenties van het niet geven van deze mogelijke subsidie?
Antwoord Het betreft hier geen subsidie maar een projectbijdrage. In onze brief van 18 februari 2021 zijn de consequenties beschreven. Aangegeven is dat de gemeente Hoorn een inspanningsverplichting aangaat om gezamenlijk additionele financieringsopties te gaan zoeken voor het mislopen van de PAW subsidie. Daarbij richten we ons op externe financieringsmogelijkheden zoals bijvoorbeeld het aanvragen van subsidies.
2/3
Intermaris heeft ons op 20 mei 2021 schriftelijk laten weten dat zolang er geen duidelijkheid is over de projectbijdrage van € 1 miljoen vanuit de gemeente Hoorn, zij de ontwikkeling van 50 geplande huurwoningen opschorten. Op 14 december 2021 zullen de oplossingsrichtingen van de inspanningsverplichting voor de gemeente worden voorgelegd aan de raad. Deze besluitvorming wordt samen met Intermaris voorbereid en geeft daarmee uitsluitsel aan Intermaris. Vraag 7
Is er reeds in een begroting geld of voorziening opgenomen en/of gereserveerd voor de eventuele woonlastenneutraliteitsbijdrage van € 1.000.000 vanuit de gemeente?
Antwoord Nee, in de begroting is hier niets voor opgenomen. Vraag 8
Kunt u ons een update toekomen betreffende het binnenhalen van verschillende subsidies op dit dossier?
Antwoord De kansen die we in de beantwoording van de artikel 36 vervolgvragen woonlastenneutraliteit van 8 april 2021 hebben benoemd zijn nog steeds aan de orde en van toepassing. Recent is een externe subsidieadviseur benaderd en aangetrokken om meer externe financieringskansen te onderzoeken en aan te dragen. Deze subsidieadviseur gaat tevens het aanvraagproces van kansrijke financieringsmogelijkheden begeleiden. Vraag 9
Brief van 21 januari 2021: Intermaris vroeg in overleg over van 16 december 2020 om bijdrage van 1 miljoen euro. Was dit het eerste moment dat wethouder op de hoogte was van deze uitvraag?
Antwoord Op 18 februari 2021 heeft u naar aanleiding van vragen die u over dit onderwerp had gesteld een brief van ons ontvangen. Hierin staat alles stap voor stap beschreven. Wij verwijzen u hiervoor naar bijlage “1844748 beantwoording van de art. 36 vragen woonlastenneutraliteit”. Vraag 10
Had de PAWsubsidie toegekend geweest, had het miljoen niet nodig geweest?
Antwoord Dat klopt. In de beantwoording van de artikel 36 vervolgvragen Woonlastenneutraliteit van 8 april 2021 is dit al eerder door ons bevestigd. Zie bijlage. Vraag 11 “Bijdrage kan alleen worden betaald als dit kan op een manier die voldoet aan de wet- en regelgeving, er tussen de gemeente en Intermaris overeenstemming is over de betaalwijze en voorwaarden en als de gemeenteraad besluit tot het doen van deze bijdrage." Is het volgens wet- en regelgeving mogelijk om überhaupt deze bijdrage te doen? Kan dit gezien worden als staatssteun?
Antwoord Eerdere ervaring vanuit de gemeente Purmerend laat zien dat het mogelijk is een projectbijdrage te verstrekken waarbij geen sprake is van staatssteun. Hier wordt in het nog op te stellen raadsvoorstel aandacht aan besteed. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Hoorn
de burgemeestei
3/3
Kleine Koppel 26 3812 PH Amersfoort +31 (0)33 3036800 info@overmorgen.nl overmorgen.nl AAN
:
Matthijs Höfte (gemeente Hoorn)
VAN
:
Nick Bijlsma (Over Morgen)
DATUM
:
25 augustus 2021
ONDERWERP
:
Antwoord raadsvraag collegebevoegdheid WUP
IBAN NL48RABO0145534111 BIC RABONL2U BTW 8145.82.035.B01 KVK 27243218
Geachte heer Höfte, beste Matthijs, Telefonisch en via e-mail heeft u aangegeven op zoek te zijn naar een professioneel antwoord op onderstaande raadsvraag: “In uw brief stelt u dat het vaststellen van het WUP (Wijkuitvoeringsplan) een bevoegdheid is van het college om het WUP vast te stellen. U stelt dat dit ‘op te vatten’ is als een programma binnen de omgevingswet, terwijl deze wet nog niet in werking is getreden. 1. Kunt u verklaren waarom dit een collegebevoegdheid is?” Met daarin de behoefte aan een opvolgende uitleg over de landelijke constructie over de omgevingswet en welke bevoegdheden.
Antwoord: Het vaststellen van het ‘Wijkuitvoeringsplan (WUP) aardgasvrij Kersenboogerd’ is een collegebevoegdheid. Een WUP sluit goed aan bij de eigenschappen van een vrijwillig programma onder de Omgevingswet. De Omgevingswet zal op 1 juli 20221 in werking treden. Een integrale blik op de leefomgeving staat onder de Omgevingswet centraal. Inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het ontwikkelen van de leefomgeving. Samen werken aan de leefomgeving kan nu al, nog voordat de Omgevingswet in werking is getreden. Vanuit het gedachtegoed van de wet kunnen gemeenten ook nu al samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties kijken wat nodig is om de ambities in de leefomgeving te realiseren. Het zogenoemde omgevingsprogramma onder de Omgevingswet is namelijk een concrete opgave- of gebiedsgerichte uitwerking van de ambities en doelen uit de omgevingsvisie voor de korte- en middellange termijn. Het college van B&W stelt het programma vast en kan hierin samenwerken met andere overheden en eventueel andere relevante partijen. Programma onder de Omgevingswet Landelijk is bepaald dat omgevingsprogramma’s alleen bindend zijn voor de gemeente zelf. Dit betekent dat het alleen het bestuur zelf bindt.
Een programma kan wel inwoners en bedrijven stimuleren om die dingen te doen die helpen om de doelstellingen te halen. Er is geen sprake van direct toezicht of handhaving op een programma. Er staat geen beroep open tegen de vaststelling van een programma. Wel kan het algemeen bestuur aan de hand van het programma het dagelijks bestuur om verantwoording vragen. Dit is natuurlijk met uitzondering van de vast te stellen financiële kaders en het vrij vragen van de kredieten. Aangezien de financiële middelen voor het WUP aardgasvrij Kersenboogerd al belegd zijn in het budget van het Programma Duurzame Stad is er op dit moment geen besluit nodig van de raad. De financiële middelen voor het WUP Kansen voor de Kersenboogerd zijn al eerder door uw raad beschikbaar gesteld. Samenwerking tussen gemeenteraad en college van B&W bij uitvoering van de warmtetransitie Tegelijkertijd is het logisch om de raad te blijven betrekken bij de uitvoering van de warmtetransitie voor een afgebakend gebied als de WUP. De uiteindelijke uitvoering zal gezamenlijk moeten worden vormgegeven, ook omdat de bevoegdheden van de verschillende instrumenten van de Omgevingswet in elkaar overlopen. Zo is 1 Met de kennis van augustus 2021.
de raad verantwoordelijk geweest voor het vaststellen van de Transitievisie Warmte en heeft de raad bevoegdheid voor het vaststellen van het omgevingsplan. En juist de WUP geeft kaders aan de juridische regels in het omgevingsplan. Het college kan de raad betrekken bij het programma van de WUP in de vorm van een debat of informerende raadsbijeenkomst. Uitgebreidere toelichting over landelijke constructie omgevingswet en bevoegdheden: In de Omgevingswet zijn er vier instrumenten te onderscheiden voor gemeenten die bijdragen aan de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. De omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en omgevingsvergunningen. De impact van de Omgevingswet op de werkwijze van de gemeente zal in de toekomst steeds duidelijker worden. • De omgevingsvisie is een overkoepelende visie voor de lange termijn (komende 10-20 jaar) voor het gehele grondgebied van de gemeente. In de omgevingsvisie staan de opgaven en ambities beschreven vanuit alle beleidsvelden die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. De ambities, doelstelling en transitiestrategie uit de Transitievisie Warmte zijn een integraal onderdeel van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie wordt uiteindelijk door de raad vastgesteld.
• Een omgevingsprogramma is een concrete opgave- of gebiedsgerichte uitwerking van de ambities en doelen uit de omgevingsvisie voor de korte- en middellange termijn. Een programma heeft dus een kortere tijdshorizon dan de omgevingsvisie. Omgevingsprogramma’s zijn alleen bindend voor de gemeente zelf, dit betekent dat inwoners, ondernemers en organisaties gestimuleerd worden om bij te dragen, maar daartoe niet verplicht zijn. Om deze reden is een programma een collegebevoegdheid. Wel kan de raad aan de hand van het programma het college van B&W om verantwoording vragen. Een WUP is te kenschetsen als een uitvoeringsprogramma, maar dan gebiedsgericht, met als doel om een omgevingsplan te wijzigen. • Het omgevingsplan is de opvolger van bestemmingsplannen en is juridisch bindend. Een omgevingsplan is een raadsbevoegdheid. De WUP vormt de onderbouwing voor het omgevingsplan. In de toekomst is het denkbaar om de volgende onderwerpen via een wijziging van het omgevingsplan te regelen: o een minimaal isolatieniveau, eventueel als streefwaarde, voor bepaalde buurten, met het oog op een toekomstige aardgasvrij alternatief. o het vastleggen van een warmtekavel voor een warmtenet (met opt-out mogelijkheden conform Wet Collectieve Warmte).
o als op termijn een buurt aardgasvrij wordt en er een aanpassing komt van de huidige infrastructuur, zoals het verwijderen of aanpassen van het gasnet, is een aanpassing op het omgevingsplan noodzakelijk. o het opnemen van een omgevingswaarde voor bijvoorbeeld de CO2-uitstoot ten behoeve van warmte of geluidsnormen van warmtepompen in het omgevingsplan. Een omgevingswaarde kan vervolgens worden gekoppeld aan een (duurzaamheids)programma om zo de samenhang met andere opgaven in de leefomgeving te borgen. Wanneer overschrijding van een norm en dus van de omgevingswaarde wordt verwacht, is het opstellen van een omgevingsprogramma om te voldoen aan de omgevingswaarde verplicht onder de Omgevingswet. • De uiteindelijke gunning van omgevingsvergunningen is een collegebevoegdheid. De gemeenteraad heeft onder de Omgevingswet een kaderstellende rol waarmee hij de koers en regels bepaalt waarmee het college van B&W programma’s uit kan voeren. Met de omgevingsvisie en het omgevingsplan bepaalt de gemeenteraad wel de kaders waarbinnen het college van B&W vervolgens programma’s (zoals het wijkuitvoeringsprogramma) kan uitvoeren waarin de maatregelen omschreven staan die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Van belang is dat de gemeenteraad en het college van B&W met elkaar in gesprek blijven over de voortgang van de wijkuitvoeringsplannen.
Met vriendelijke groet, Over Morgen B.V. Nick Bijlsma Adviseur warmtetransitie 2