Beantwoording technische vragen VVD - rol van gemeente en HVC bij de ontwikkeling van het warmtenet
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen VVD Agendapunt 5.2 – De rol van gemeente en HVC bij de ontwikkeling van het warmtenet Algemene raadscommissie 22 november 2022 Beste raadsleden, De heer Droste van de VVD heeft op 16 november technische vragen gesteld over agendapunt agendapunt 5.2 – De rol van gemeente en HVC bij de ontwikkeling van het warmtenet. Onderstaand treft u de vragen en beantwoording aan. Algemeen: Op dit moment wordt een besluit gevraagd op het toe werken naar een samenwerkingsovereenkomst. Er is op dit moment geen sprake van het verlenen van een opdracht van de gemeente aan een warmteleverancier. Mocht er overgegaan worden tot het verlenen van een opdracht, komt het aanbestedingsrecht in beeld. De gestelde vragen gaan voor een deel over onderdelen die nog niet aan de orde zijn. Met dat voor ogen zijn onderstaande vragen beantwoord. 1. In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de gemeente door middel van aandelen invloed heeft op het beleid van HVC. Hoeveel procent van de aandelen van HVC bezit de gemeente Hoorn? De gemeente bezit 2,88 % van de aandelen in de NV HVC. 1. Welke andere publieke bedrijven zouden een dergelijke warmtecentrale kunnen realiseren? Op dit moment is het college niet bekend met andere publieke warmtebedrijven die in Hoorn (een deel van) de warmtevoorziening kunnen gaan verzorgen (zie bijlage Publieke warmtebedrijven 2022). 2.
Onze fractie heeft vernomen dat er geen juridische zekerheid is dat quasiinbesteding in dergelijke gevallen toegestaan is. Kunt u een nadere onderbouwing geven, waaruit blijkt dat quasi-inbesteding in dit geval juridisch waterdicht is? Niet helemaal duidelijk is wat vragensteller verstaat onder “dergelijke gevallen”. In dit geval is van een aanbestedingsplicht (nog) geen sprake. Het gaat vooralsnog slechts om een samenwerking in de verkennende fase, waarin nog geen exploitatierechten en/of opdrachten worden verstrekt. Indien het tot het laatste komt, komt het aanbestedingsrecht wel in zicht. Uiteraard zal daaraan moeten worden getoetst, en heeft de gemeente het aanbestedingsrecht na te leven. 3. Aan de tweede voorwaarde voor quasi-inbesteding wordt mogelijk niet voldaan. De gemeente heeft een zeer beperkte invloed op de strategische doelstellingen van HVC. Daaruit kan volgen dat de gemeente Hoorn niet op dezelfde wijze toezicht kan houden dan op de medewerkers van zijn eigen diensten. Hoe bent u tot de conclusie gekomen dat de gemeente op dezelfde wijze toezicht kan houden op HVC dan op de medewerkers van haar eigen diensten?
Zie antwoord op vraag 2. Verder geldt dat toezicht ook gezamenlijk door een aantal aanbestedende diensten kan worden uitgeoefend, in voorkomend geval met meerderheidsbesluitvorming, zonder dat zij dit toezicht elk individueel hoeven uit te oefenen. 4. Wat betreft het voldoen aan het toezichtscriterium blijkt uit Richtlijn 2014/24 en de Aanbestedingswet 2012 dat een aanbestedende dienst toezicht op een rechtspersoon uitoefent zoals op zijn eigen diensten indien hij zowel op strategische doelstellingen als op belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon een beslissende invloed uitoefent (zie artikel 12 lid 1 Richtlijn 2014/24 en artikel 2.24a lid 3 Aanbestedingswet 2012). Waaruit blijkt dat de gemeente Hoorn beslissende invloed heeft? Zie antwoord op vraag 2 en 3. Invloed en toezicht kan gezamenlijk uitgeoefend worden. 5. Het derde argument voor quasi-inbesteding is dat 80 procent van de activiteiten van de rechtspersoon wordt verricht ten behoeve van de decentrale overheid (zie link). Waaruit blijkt dat 80 procent van de activiteiten van HVC wordt verricht ten behoeve van de gemeente Hoorn? Waaruit blijkt dat deze 80 procent ook ten behoeve van andere decentrale overheden verricht mag worden om quasi te mogen inbesteden? Zie antwoord op vraag 3. Werkzaamheden dienen in merendeel (80%) in opdracht van de (quasi-inbestedende) aandeelhouders te worden verricht. 6.
In welke mate klopt het dat quasi-inbesteding alleen is toegestaan als aan alle vier de cumulatieve voorwaarden wordt voldaan, die genoemd staan op pagina 5 van het raadsvoorstel? Quasi inbesteden is op dit moment nog niet aan de orde. Voor zover ons nu bekend is quasiinbesteden in deze met HVC mogelijk. Wel volgen we de ontwikkelingen op dit gebied en toetsen we de juridische kant ervan. 7. Wat zouden de gevolgen zijn als er gekozen wordt voor een openbare aanbesteding? Wanneer in de toekomst sprake zou zijn van een opdracht en wanneer deze openbaar aanbesteed zou (moeten) worden, betekent dit dat de daarmee verband houdende procedure moet worden voorbereid en doorlopen. De doorlooptijd hiervan wordt geschat op tenminste 6 maanden. Dit kost tijd en legt zo beslag op capaciteit en financiële middelen van de gemeente. 8. Waaruit blijkt dat een quasi-inbesteding aan HVC tot lagere kosten leidt dan de uitkomst van een openbare aanbesteding? Zie ook het antwoord op vraag 7. De uitvoeringskosten van de openbare gunningsprocedure zijn hoger dan bij quasi-inbesteden. Naar het inzicht/oordeel van het college is er geen directe relatie tussen quasi-inbesteden en kosten van warmtevoorziening. Wel is het zo dat HVC lage tarieven voor warmtelevering hanteert in vergelijking met andere warmtebedrijven. 9.
Waaruit blijkt dat andere partijen niet dezelfde of betere kwaliteiten hebben dan HVC? Er is een scan gemaakt van de markt van warmtebedrijven. Daarbij zijn niet alle integrale warmtebedrijven uitputtend met elkaar vergeleken. Vanwege het uitgangspunt van laagste
maatschappelijke kosten in de Transitievisie Warmte, zijn tarieven vergeleken. In combinatie met het feit dat een publieke leverancier volgens de Minister van Economische Zaken de voorkeur heeft, blijven vooralsnog geen mogelijke dienstverleners over. Dit kan in de toekomst veranderen. https://europadecentraal.nl/onderwerp/aanbesteden/uitzonderingen/inbesteden/