CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen VVD - Nota inclusiebeleid 2023 - 2026

Gemeenteraad 16 mei 2023, gemeente HoornBij agendapunt: Nota Inclusiebeleid 2023-2026 (2033503)1.154 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen VVD Agendapunt 5.2 – Nota inclusiebeleid 2023 – 2026 Algemene raadscommissie 25 april 2023 Beste raadsleden, De heer Chauke van VVD heeft op 19 april 2023 technische vragen gesteld over agendapunt 5.1 – Nota inclusiebeleid 2023-2026. Onderstaand treft u de vragen aan. De beantwoording wordt ook gepubliceerd. Vragen Hieronder mijn (technische) vragen namens de VVD Hoorn voor agendapunt 5.1 van de commissie 25-04 aangaande de nota inclusie beleid. Al deze vragen gaan over de bijlage met de nota zelf. Vraag 1 Pagina 3 “Hoorn is al een diverse gemeente, maar wil ook een inclusieve gemeente zijn.’’ A) Op basis waarvan wordt gesteld dat wij een diverse gemeente zijn? Antwoord op vraag 1A: Bepaalde standaard demografische gegevens van de gemeente Hoorn zijn inzichtelijk, zoals de verdeling van leeftijd, het aantal mannen en vrouwen en de verschillende migratieachtergronden. Zo is het bijvoorbeeld bekend dat er ongeveer 130 nationaliteiten vertegenwoordigd zijn in de gemeente Hoorn. Daarnaast laten specifieke dashboards, monitors en onderzoeken zien welke zorgbehoeften onze inwoners hebben, hoe de taalvaardigheid is van inwoners en hoeveel inwoners moeite hebben met rondkomen. Tot slot zijn er belangengroepen die verschillende inwoners vertegenwoordigen. Denk aan voorbeelden als Transgenders Hoorn en de Katholieke Bond van Ouderen.

Daaruit blijkt dat Hoorn allerminst een homogene gemeente te noemen is. B) Wanneer zijn wij als gemeente dan juist wel of juist niet divers? Antwoord op vraag 1B: Er is geen officiële richtlijn van wanneer een gemeente wel of niet divers is. Er zijn altijd zichtbare en onzichtbare verschillen tussen de inwoners van een gemeente. De passage uit het beleid die de basis voor uw vragen vormt, wordt vooral gebruikt om een onderscheid te maken tussen de begrippen diversiteit (een feitelijke staat van zijn) en inclusie (het nastrevenswaardige doel van het beleid). C) Wanneer kunnen we stellen dat we als gemeente inclusief zijn? Hoe meten we dit? Antwoord op vraag 1C: De verschillende doelstellingen in de Nota Inclusiebeleid moeten bijdragen aan het worden van een inclusievere gemeente. Per doelstelling staat aangegeven hoe de resultaten worden

afgemeten. Een belangrijk onderdeel is het I&O onderzoek ‘Thuis in Hoorn: verbinding en inclusie’ welke in de loop van de periode 2023-2026 wordt herhaald. Bovendien is het goed om te vermelden dat inclusie geen afgebakend project is met een eindstation. Inclusie raakt alles en iedereen en is constant in ontwikkeling. Het is daarom van belang om blijvend te reflecteren op de ambities en doelstellingen uit de nota en de bijbehorende acties uit de Lokale Inclusie Agenda (LIA). Vraag 2 Pagina 5 ‘’We starten met aandachtsgebieden, om stappen te kunnen zetten en vooruitgang te kunnen boeken.’’ Wat zijn deze aandachtsgebieden waar aan gerefereerd wordt? Zijn dit de vijf genoemde focus punten of het gaat het hier om weer andere prioriteiten binnen deze vijf punten? Antwoord op vraag 2: Het gaat hier om prioriteiten binnen de vijf focuspunten, omdat er altijd grenzen zijn aan middelen en capaciteit zijn. Binnen het hele beleid, maar ook binnen de vijf focuspunten, zullen er prioriteiten moeten worden gesteld omdat niet alles tegelijk kan en hoeft te worden aangepakt. Dit jaar is er bijvoorbeeld extra aandacht voor het feit dat 150 jaar geleden de slavernij in Nederland effectief is afgeschaft.

Vraag 3 Pagina 9 ‘’ De cijfers laten hiermee zien dat er ruimte is voor verbetering in het wervings- en selectiebeleid van de gemeente Hoorn.’’ Gezien het hier hier gaat om diversiteit, hoe gaat de gemeente dit realiseren? Wordt hier gedacht aan ‘’positieve discriminatie’’ waarbij er wordt geselecteerd op basis van (culturele) achtergrond, kleur of geaardheid? Antwoord op vraag 3: Bij het opstellen van de LIA wordt bepaald hoe de gemeente aan de slag gaat met het verbeteren van het wervings- en selectiebeleid. Daarbij kijken we naar succesvolle interventies bij andere gemeenten en organisaties. Vraag 4 Pagina 11 ‘’Ambitie: De zichtbaarheid van de LHBTIQA+ doelgroep in Hoorn is vergroot.’’ A) Wat is het doel van deze ambitie? Antwoord op vraag 4A: Het doel van zichtbaarheid is tweeledig. Allereerst geldt “onbekend maakt onbemind”. Zichtbaarheid van deze doelgroep voor de buitenwereld gaat stigmatisering tegen en

vergroot de sociale acceptatie. Daarnaast gaat het er ook om dat LHBTIQA+-personen zich veilig genoeg voelen om zichzelf en zichtbaar te mogen zijn in de gemeente. B) Wil de LHBTIQA+ community dit überhaupt wel, is er onderzoek gedaan naar de wens van meer zichtbaarheid van deze community in onze gemeente? Antwoord op vraag 4B: De LHBTIQA+-gemeenschap is net zo goed een diverse groep aan mensen, waar niet iedereen persoonlijk grotere zichtbaarheid nastreeft. Dat hoeft ook niet en dat respecteert de gemeente, onderzoek daarnaar zien wij niet als opportuun. Maar met het geformuleerde doel onder antwoord A in het achterhoofd, zijn er genoeg personen die daar wel aan mee willen werken. Het Platform Regenboog Westfriesland vertegenwoordigt bijvoorbeeld de LHBTIQA+-gemeenschap in de regio. Dit platform is momenteel bezig met het organiseren van de jaarlijkse regenboogweek, waarbij het draait om zichtbaarheid en laten zien dat je in Hoorn en regio jezelf mag zijn. Bij het organiseren van activiteiten zoekt het platform ook juist de samenwerking op met bijvoorbeeld scholen, wijkcentra en zorginstellingen. Op deze manier vergroot zij de zichtbaarheid voor en verbinding met de rest van de Hoornse samenleving. Vraag 5 Pagina 15 ‘’De cijfers rondom (seksuele) intimidatie in de openbare ruimte zijn in kaart gebracht.

> Dit meten we onder andere af aan de meldingen die bij de politie zijn gedaan.’’ Geeft deze meting wel een juist beeld? Het is algemeen bekend dat de meldingsbereidheid vrij laag is als het gaat om (seksuele) intimidatie om verschillende redenen. Hoe zorgen we ervoor dat we ook de niet gemelde intimidaties in beeld krijgen? Antwoord op vraag 5: De meldingen die bij de politie zijn gedaan geven inderdaad geen volledig beeld van de problematiek, maar wel inzicht. Aanvullende informatie is nodig. Gesprekken met handhavers, horecaondernemers en inwoners kunnen het beeld bijvoorbeeld bijstellen. Andere Safe Streets gemeenten zoals Heiloo en Castricum hebben een enquête uitgezet om de veiligheidsgevoelens van inwoners te onderzoeken. Vraag 6 A) Hoe wordt de doelmatigheid en doeltreffendheid gemeten van dit nieuwe beleid? Antwoord op vraag 6A: Juist omdat het exact meten van een breed begrip als inclusie altijd uitdagingen met zich meebrengt, hebben we in het beleid gepoogd de onderdelen zo meetbaar mogelijk te maken, precies met het oog op die doelmatigheid en doeltreffendheid. Binnen dit beleid wordt gewerkt met jaarlijkse LIA’s, die in samenwerking met partners en inwoners worden opgesteld en uitgevoerd. De evaluatie van de jaarlijkse LIA geeft inzicht in hoeverre een activiteit/interventie heeft bijgedragen aan een doelstelling en welke kosten daarbij zijn gemaakt.

B) Wanneer en hoe wordt het beleid geëvalueerd, is dat net als bij het vorige beleid aan het einde van het termijn (dus na 2026)? Antwoord op vraag 6B: De LIA’s worden jaarlijks geëvalueerd: wat ging goed, wat kan beter en hoe hebben de activiteiten bijgedragen aan de doelstellingen uit de nota? Na 2026 wordt de algehele balans opgemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=f788f09f-0759-412b-9e12-c866bf0848ca