CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen HCvhFT

Gemeenteraad 10 februari 2026, gemeente HoornBij agendapunt: Sportparkennota 2035 Hoorn (portefeuillehouder Bennis)804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Hoorn Centraal voorheen Fractie Tonnaer Agendapunt 5.1 Sportparkennota 2030 Hoorn Algemene raadscommissie dinsdag 13 januari 2026 Beste raadsleden, Fractie Hoorn Centraal voorheen Fractie Tonnaer heeft op 6 januari 2026 technische vragen gesteld over agendapunt 5.1 Sportparkennota 2035 Hoorn. Onderstaand treft u de vragen aan. Deze zijn gepubliceerd in IBabs. 1.

Kan het college per sportpark (Blauwe Berg, Fruittuinen, Middelweg, Julianapark, Lingeweg, Holenweg en ’t Roskam) aangeven in hoeverre het sportpark op dit moment voldoet aan elk van de zeven kenmerken van een vitaal sportpark, inclusief de gebruikte beoordelingscriteria en eventuele weging? Antwoord: Hoofdstuk 4 begint met de visie & ambitie ten aanzien van de sportparken. Paragraaf 4.3 toont het kader van een vitaal sportpark en vervolgens is per sportpark aangegeven hoe die scoren op zes kenmerken. Kenmerk duurzaamheid is voor alle parken hetzelfde en daarom opgenomen in hoofdstuk 2 (paragraaf 2.5). Naast de analyse van het sportpark wordt in hoofdstuk 4 het perspectief richting 2035 gegeven. Daarmee ligt er een visie, kader, ambitie en perspectief document.

2.

Welke concrete aannames liggen ten grondslag aan de berekening van over- en ondercapaciteit aan buitensportruimte per sportpark (zoals genoemd in de Sportparkennota 2035), en op welke data, peiljaren en gebruiksnormen zijn deze gebaseerd? Antwoord: Data en normen van desbetreffende sportbonden in seizoen 2024-2025 zijn hiervoor gebruikt.

3.

Welke concrete producten en besluitstukken levert het college per sportpark op in de periode 2026–2035, en op welke momenten wordt de raad formeel in positie gebracht om richtinggevende besluiten te nemen? Antwoord: De sportparkennota biedt de visie, ambities en de richting (perspectieven). De richting geeft inzicht in wat er mogelijk is en welke kansen er liggen. De raad wordt nu in positie gebracht om daarover een besluit te nemen. Zoals benoemd in paragraaf 9 (Realisatie) in het raadsvoorstel worden concrete plannen voor toekomstige inrichting van zeven sportparken later aan de raad voorgelegd. Daarin wordt duidelijk hoe de realisatie eruit gaat zien. Het nieuwe college stelt de planning voor de ontwikkeling van deze plannen vast.

4.

Kan het college inzichtelijk maken welke planvormings-, uitvoerings- en beheerkosten samenhangen met de uitwerking van de Sportparkennota 2035 per sportpark, inclusief de wijze waarop deze kosten binnen bestaande budgetten worden opgevangen of via toekomstige besluitvorming aan de raad worden voorgelegd? Antwoord: Qua planvorming gaat het om de (bege)leiding van het proces en het opstellen van een concreet plan, zowel inhoudelijk als qua inrichting. Dat kan binnen bestaande capaciteit en middelen uitgevoerd worden en/of door externe partijen. In geval van een externe partij is het streven dit binnen bestaande budgetten te doen. Dat wordt per jaar bekeken. Als voor deze werkzaamheden extra budget nodig is, zal de raad hierover een besluit moeten nemen. Bijvoorbeeld als men drie sportparken tegelijk zou willen oppakken. Voor inzicht in uitvoerings- en beheerskosten van definitieve inrichtingsplannen is het nu te vroeg. Dat wordt duidelijk bij uitwerking van deze plannen.

5.

Welke concrete vormen van medegebruik, openstelling en samenwerking worden in de nota per sportpark verondersteld, en welke organisatorische, juridische en beheertechnische consequenties heeft dit voor de betrokken sportverenigingen? Antwoord: De kansen en mogelijkheden van medegebruik worden benoemd in de nota. Die worden verder uitgewerkt i.s.m. de gevestigde verenigingen en mogelijke gebruikers. Dit kan nu niet concreter gemaakt worden. Wel is duidelijk dat bij gebruik van het sportpark door meerdere gebruikers ook nagedacht moet worden over het managen van het dagelijks beheer. Er zijn nu geen juridische en beheerstechnische consequenties voor betrokken verenigingen. De kaders zoals overeengekomen tussen gemeente en verenigingen via de huurovereenkomst veranderen niet. Organisatorisch vraagt het in ieder geval afstemming, overleg en/of intensievere samenwerking van de verenigingen. Dat is in meer of mindere mate al de praktijk. Met de beoogde ontwikkeling richting een meer open karakter van de sportparken en intensiever gebruik neemt dat toe. Dat brengt echter ook meer (kosten)dragers voor een sportpark met zich mee, waarvan alle gebruikers kunnen profiteren.

6.

Welke expliciete aannames, onzekerheden en randvoorwaarden liggen ten grondslag aan de Sportparkennota 2035 en de perspectieven per sportpark, en op welke wijze zijn deze gedurende de periode 2026–2035 te monitoren en, indien nodig, bij te stellen zonder dat dit leidt tot beleidsmatige of financiële verrassingen voor de raad? Antwoord: Voor de aannames verwijzen we graag naar hoofdstuk 2 en 3 van de sportparkennota. De randvoorwaarden zijn in hoofdstuk 4 via de beleidsmatige kaders en ambities weergegeven. Een samenleving die continu in ontwikkeling is, brengt ook onzekerheden met zich mee richting de uitvoering van de sportparkennota. Gedurende het proces wordt daarmee rekening gehouden, op ingespeeld en natuurlijk waar mogelijk voordeel uit gehaald. Daarbij blijven de beleidsmatige kaders van de sportparkennota 2035 van toepassing en andere besluiten die de raad over concrete plannen gaat nemen. Binnen de reguliere werkzaamheden (o.a. jaarplannen, vitaliteitscans en p&c cyclus) wordt de uitvoering van de sportparkennota gemonitord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=f6d47b62-2053-49df-8691-af676916acdb