Beantwoording technische vragen Hart van Hoorn
Tekst van het document
Technische vragen Hart van Hoorn Agendapunt 5.2 Nota investeringen en afschrijvingen Algemene raadscommissie dinsdag 8 mei 2025 Beste raadsleden, Meneer De Meij heeft op 22 april 2025 technische vragen gesteld over agendapunt 5.2 Nota investeringen en afschrijvingen. Onderstaand treft u de vragen aan. Deze zijn gepubliceerd in IBabs. Stelselwijziging activeringsgrens 1.1
Wordt het verhogen van de activeringsgrens naar €30.000 expliciet aangemerkt als een stelselwijziging volgens artikel 64 BBV? Antwoord: Een wijziging van de activeringsgrens wordt beschouwd als een stelselwijziging volgens de notitie materiële vaste activa van de Commissie BBV. Zie ook bijlage 1.
1.2
Waarom wordt dit in het raadsvoorstel niet als zodanig benoemd, terwijl het wel als stelselwijziging wordt gepresenteerd in de nota? Antwoord: De belangrijkste wijzigingen worden op hoofdlijnen toegelicht in het raadsvoorstel. Nadere uitleg en motivering staat in de nota zelf.
1.3
Wordt deze stelselwijziging voorzien van een toelichting in de jaarrekening 2025, inclusief het effect op baten, lasten en balans? Antwoord: Ja, de stelselwijziging wordt voorzien van een toelichting in de Jaarrekening 2025. De stelselwijziging heeft tot gevolg dat vergelijkende cijfers moeten worden opgesteld in de Jaarrekening 2025.
Herrekening kapitaallasten en afschrijvingstermijnen 2.1
In het raadsvoorstel staat dat kapitaallasten opnieuw berekend worden. Worden bestaande boekwaarden hierbij aangepast, of blijft de bestaande boekwaarde staan en wordt alleen de resterende afschrijving aangepast (zoals vereist bij schattingswijzigingen)? Antwoord: Een wijziging van een verwachte toekomstige gebruiksduur c.q. gebruiksintensiteit is een schattingswijziging. De bestaande boekwaarde wordt niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven.
2.2
Kan worden bevestigd dat het hier geen herwaardering of stelselwijziging betreft, maar een schattingswijziging in lijn met de BBV? Antwoord: De wijziging van de verwachte toekomstige gebruiksduur is een schattingswijziging. De wijziging van de activeringsgrens is een stelselwijziging.
2.3
Worden de effecten van deze schattingswijzigingen verwerkt in de najaarsbijstelling en/of jaarrekening 2025, en is het plan om dit apart inzichtelijk te maken voor de raad? Antwoord: Ja, de effecten van de schattingswijzigingen worden meegenomen in de Najaarsbijstelling.
Rol van de accountant 3.1
Is de gemeentelijke accountant vooraf betrokken geweest bij de beoordeling van deze nota, met name over de kwalificatie van wijzigingen als stelsel- of schattingswijziging? Antwoord: De accountant is niet vooraf betrokken geweest. De notitie materiele vaste activa van de BBV is duidelijk op dit punt. De nota investeren en afschrijven 2025 is verstrekt aan de accountant, zoals gebruikelijk bij het vaststellen van nieuwe (financiële) nota’s of richtlijnen.
3.2
Heeft de accountant al opmerkingen gemaakt over de wijze waarop de wijzigingen verwerkt worden in de administratie of jaarrekening 2025? Antwoord: Pas na vaststellen van de nota mogen wijzigingen worden verwerkt. De accountant heeft daarom nog geen opmerkingen gemaakt over de wijze waarop de wijzigingen moeten worden verwerkt.
3.3
Is het college bereid om eventuele (voorlopige) terugkoppeling van de accountant hierover met de raad te delen, ter voorkoming van onduidelijkheid bij de jaarstukkencontrole? Antwoord: Indien de accountant opmerkingen heeft over de wijze waarop de wijzigingen zijn verwerkt, zal het college of de accountant de raad hierover informeren.
Activeringsgrens 4.1
Wat is de financiële impact van de verhoging van de activeringsgrens van €15.000 naar €30.000 op de exploitatiebegroting vanaf 2025? Antwoord: Er is onderzocht welke posten in 2024 hiervoor in aanmerking kwamen, en de financiële impact was verwaarloosbaar.
4.2
Waarom is ervoor gekozen om alle activa met terugwerkende kracht te herrekenen wat ons inziens erg arbeidsintensief is? Waarom wordt er niet gewerkt met deze nieuwe notitie vanaf 2026? Antwoord: Het boekhoudpakket is in staat om de kapitaallasten automatisch te herrekenen, waardoor dit geen arbeidsintensieve taak is.
Restwaarde en circulariteit 5.1
Hoe wordt beoordeeld of een materialenpaspoort voldoende is om een restwaarde toe te passen? Antwoord: Op dit moment wordt geen restwaarde bepaald.
5.2
Is er een intern format of toetsingskader voor het vaststellen van restwaarde op basis van circulariteit? Kunt u ons deze doen toekomen?
Antwoord: Nee, wij bepalen (intern) geen restwaarde. Vaststellen van restwaarde op basis van circulariteit is een ontwikkeling die steeds meer gemeenten onderzoeken. Ook Hoorn kijkt hierna. Op het moment dat Hoorn hier verder in is, zal dit voorgelegd worden aan de raad inclusief eventuele aanpassing van de nota investeren en afschrijven op dit punt. 5.3
Zijn er al voorbeelden van investeringen waarbij restwaarde is toegepast? Kunt u daar een voorbeeld van geven? Antwoord: Er zijn geen voorbeelden van dergelijke gevallen. We hanteren geen restwaarde, conform de nota 'Investeren en Afschrijven' uit 2017.
Componentenbenadering 6.1
Wordt bij elk nieuwbouwproject standaard beoordeeld of de componentenbenadering toepasbaar is? Antwoord: Voor nieuwbouwprojecten hanteren we de afschrijvingstabel conform de nieuwe nota 'Investeren en Afschrijven'. Deze nota bevat verschillende componenten voor de nieuwbouw.
6.2
Wie maakt die afweging en op welk moment in het proces? Antwoord: Indien de componentenbenadering mogelijk is, wordt de activatie uitgevoerd conform de afschrijvingstabel.
6.3
Worden er richtlijnen gehanteerd voor wat als “component” geldt bij gemeentelijke objecten? Antwoord: De componenten zijn opgenomen in de afschrijvingstabel.
Indexatie investeringskredieten 7.1
Waarom worden investeringskredieten niet automatisch geïndexeerd, terwijl indexatie wel mogelijk is bij het investeringsplafond? Antwoord: De gemeenteraad stelt een bedrag beschikbaar, waarbij we ervan uitgaan dat dit in principe binnen hetzelfde jaar wordt uitgegeven, waardoor indexatie niet noodzakelijk is. Het krediet is taakstellend.
7.2
In hoeveel gevallen zijn in de afgelopen drie jaar aanvullende kredieten nodig gebleken vanwege niet-geïndexeerde ramingen? Antwoord: Alle kredieten worden ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Kredieten die aanvullende dekking vereisten, zijn aan u voorgelegd. De aanpassingen in de kredieten zijn niet uitsluitend het gevolg van indexaties. De informatie is daarom niet beschikbaar.
Achterstallig onderhoud Algemeen antwoord: De volgende vragen gaan over achterstallig onderhoud. De nota investeren en afschrijven gaat alleen in op de voorwaarden wanneer onderhoud mag worden geactiveerd. De nota gaat niet over het
onderhoud aan onze kapitaalgoederen en bijbehorende budgetten. De paragraaf kapitaalgoederen in onze begroting en jaarrekening gaat hier wel op in. Daarnaast wordt momenteel gewerkt aan een nota kapitaalgoederen. Voorgesteld wordt om de vragen bij de behandeling van die nota te betrekken. 8.1
Wordt er momenteel een overzicht bijgehouden van achterstallig onderhoud per object of beleidsveld? Kunt u ons dit overzicht doen toekomen? En waarom is destijds de Waalrakkers niet opgenomen als locatie waar achterstalligonderhoud was? Antwoord: Deze vraag valt buiten het bereik van de nota investeren en afschrijven. Zie algemeen antwoord hierboven.
8.2
Hoe wordt beoordeeld wanneer achterstallig onderhoud leidt tot een onveilige situatie of kapitaalvernietiging? Antwoord: Deze vraag valt buiten het bereik van de nota investeren en afschrijven. Zie algemeen antwoord hierboven.
8.3
Wordt bij investeringen standaard afgewogen of achterstallig onderhoud niet eerst adequaat moet worden weggewerkt? Antwoord: U gaat er mogelijk van uit dat er standaard achterstallig onderhoud is bij investeringen. Dat is niet waar. Voorafgaand aan iedere investering dient worden afgewogen of de investering noodzakelijk is.
Uitvoering investeringskredieten 9.1
Hoeveel investeringskredieten zijn de afgelopen drie jaar afgesloten wegens inactiviteit (>2 jaar geen bestedingen)? Antwoord: Zie de afgelopen drie jaarrekeningen.
9.2.
Op welke wijze wordt deze informatie jaarlijks gedeeld met de raad? En kunt u ons dit overzicht geven? Antwoord: In de Jaarrekening wordt standaard gerapporteerd over de over te hevelen en af te sluiten investeringen. Hierin kunt u terugzien welke kredieten zijn afgesloten met toelichtingen.
9.3
Hoe wordt geborgd dat verleende kredieten binnen de aangegeven looptijd daadwerkelijk tot uitvoering komen en welke rol heeft de Raad hierin? Antwoord: De raad gaat over het stellen van de kaders. Als daarvan wordt afgeweken, volgt een rapportage in de cyclusdocumenten. Gedurende het jaar wordt er voortdurend gemonitord op de planningen en de financiële middelen van de verleende kredieten. Bij de Jaarrekening wordt uw raad geïnformeerd over de uitvoering van de verleende kredieten. Tevens wordt dan integraal afgewogen of een krediet wordt overgeheveld of afgesloten (>2 jaar). De raad beschikt hierover het mandaat, en deze keuzes worden onderbouwd.
Beheersplannen en voorzieningen 10.1
Zijn voor alle kapitaalgoederen actuele (max. 5 jaar oude) beheersplannen beschikbaar, zoals vereist voor het treffen van voorzieningen voor groot onderhoud?
Antwoord: Nee. Zie de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen in de begroting en rekening. De nota kapitaalgoederen wordt momenteel opgesteld inclusief actuele (financiële) beheersplannen. 10.2
Wordt deze actualiteit ook gecontroleerd voordat investeringsbesluiten worden genomen? Antwoord: Nee.
Bijlage 1: artikel 6.3 uit de notitie materiele vaste activa 2020 Bron: 6. Afschrijven · Commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording)
6.3 Stelsel- en schattingswijzigingen Artikel 64 lid 2 BBV geeft aan, dat de afschrijving slechts om gegronde reden af mag wijken van de grondslagen die in het voorgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De achtergrond hiervan is, dat de begroting, de meerjarenraming en de jaarstukken een zo goed mogelijk inzicht moeten bieden in de financiële positie van de gemeente en de ontwikkelingen daarin over de jaren heen. De grondslagen dienen daarom consistent te worden toegepast. De balanspositie onder het BBV is te typeren als een balans van (rest)boekwaarden die nog met de burgers verrekend kunnen worden. Om deze reden kan voor een stelselwijziging en/of een schattingswijziging geen terugwerkende kracht gelden, dus geen herrekening over de eerdere jaren waarover afschrijving heeft plaatsgevonden. Zowel een schattingswijziging als een stelselwijziging wordt prospectief verwerkt. In beide gevallen wordt de bestaande (rest)boekwaarde op het moment van aanpassing niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven conform de doorgevoerde wijziging. Het BBV onderscheidt twee soorten wijzigingen: 1. een stelselwijziging: dit betreft een wijziging van de vrij te kiezen waarderings(activerings)grondslag; 2. een schattingswijziging: dit betreft een wijziging van een verwachte toekomstige gebruiksduur.
Zowel stelselwijzigingen in zijn algemeenheid als schattingswijzigingen met betrekking tot materiële vaste activa moeten door de raad worden vastgesteld. Ad 1) Stelselwijziging De gemeente kan besluiten om het aanvangsmoment voor het starten met afschrijven te wijzigen, bijvoorbeeld vanwege administratieve lastenverlichting. Een dergelijke wijziging wordt aangemerkt als een stelselwijziging. Ad 2) Schattingswijziging Afschrijven van geactiveerde kapitaalgoederen vindt jaarlijks plaats op basis van een vooraf bepaalde gebruiksduur. De afschrijvingstermijn kan aangepast worden (korter of langer), indien de feitelijke gebruiksduur bij nader inzicht afwijkt van de vooraf bepaalde gebruiksduur (bijvoorbeeld de riolering van 40 naar 60 jaar). Een aanpassing van de gebruiksduur betreft een schattingswijziging. Er is ook sprake van een schattingswijziging bij een wijziging van de afschrijvingsmethode (bijvoorbeeld van annuïtair naar lineair). Andere voorbeelden van schattingswijzigingen zijn:
Een eventueel latere (duurzame) waardeherstel (ten laste van een tijdelijke voorziening waardevermindering); Een verandering van de verwachte toekomstige gebruiksduur; Een wijziging van de methode van periodetoerekening aan de verwachte toekomstige gebruiksduur, want een dergelijke toerekening vindt zijn grondslag in de verwachte gebruiksintensiteit.
Stellige uitspraken
Een wijziging van een verwachte toekomstige gebruiksduur c.q. gebruiksintensiteit is een schattingswijziging. De bestaande (rest)boekwaarde wordt niet herrekend, maar
over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven; Een wijziging van de ‘vrij te kiezen’ waarderingsgrondslagen is een stelselwijziging. Bij een stelselwijziging worden bestaande (rest)boekwaarden niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte gebruiksduur afgeschreven.
Op basis van het stelselmatigheidsbeginsel moet de wijziging worden onderbouwd. De financiële gevolgen van een stelsel- of schattingswijziging dienen, tezamen met de vaststelling van de gewijzigde financiële verordening in de begroting, verwerkt te worden. Besluiten tot een stelsel- of schattingswijziging kunnen daarom tot uiterlijk het eind (31 december) van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen door de raad. Stellige uitspraak Uit hoofde van rechtmatigheid kunnen besluiten tot een stelsel- of schattingswijziging met betrekking tot materiële vaste activa uiterlijk tot het eind (31 december) van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen door de raad. Naast stelselwijzigingen waar de raad een keuze in heeft, kan er ook sprake zijn van wettelijk verplichte stelselwijzigingen. Deze wettelijk verplichte stelselwijzigingen leiden in de regel tot aanpassing van de financiële verordening en dienen in de begroting verwerkt te worden.