Beantwoording technische vragen Hart van Hoorn
Tekst van het document
Technische vragen Commissievergadering dinsdag 25 november 2025 Beste raadsleden, De fractie Hart van Hoorn heeft technische vragen gesteld over agendapunt 6.3 najaarsbijstelling, onderstaand treft u de antwoorden aan op deze vragen aan. Deze zijn gepubliceerd in IBabs. 1. Grote afwijkingen in de begroting
Waarom wordt jaarlijks een stelpost onderuitputting van €1,15 miljoen opgevoerd als deze vervolgens moet worden weggestreept? Is dit BBV-conform? Antwoord: De stelpost onderuitputting is bedoeld om in de begroting te anticiperen op de structurele onderbesteding die in de praktijk ieder jaar ontstaat. Gemeenten realiseren namelijk vrijwel nooit 100% van hun begrote uitgaven. Door deze stelpost op te nemen, wordt het begrotingsresultaat op totaalniveau realistischer weergegeven. Bij de najaarsbijstelling maken we een prognose van het te verwachten jaarrekeningresultaat. Als we de stelpost op dat moment niet elimineren, zouden we de te verwachten onderbesteding dubbel meenemen en komt de prognose circa €1,15 miljoen te gunstig uit. Daarom wordt de stelpost bij de prognose weggestreept. Het BBV bevat geen expliciet verbod op een generieke stelpost voor onderbesteding. Veel gemeenten passen deze systematiek toe om de begroting realistischer op te stellen. Ook het Rijk werkt met vergelijkbare stelposten in haar begroting.
Rentemeevaller van €1,4 miljoen: komt dit door uitgestelde investeringen en klopt de investeringsplanning nog? Welke investeringen zijn niet doorgegaan en in welk jaar komen deze nu terug en leidt dit dan tot hogere lasten? Antwoord: Dit komt deels door uitgestelde investeringen, maar ook omdat er de afgelopen periode veel geld van het Rijk is ontvangen aan voorschotsubsidies (woningbouwimpuls als voorbeeld). Daardoor hoeven we als gemeente minder snel nieuwe leningen aan te trekken. En dus zijn daardoor in 2025 minder rentekosten gemaakt. Dit is de voornaamste reden voor het rentevoordeel. De investeringsplanning die samenhangt met de aan te trekken gelden zijn in de begroting 2026 verwerkt.
Hoe kan het dat omgevingsleges €575.000 hoger uitvallen dan geraamd? Was de raming te conservatief en is hier sprake van een structureel voordeel? Antwoord: De gemaakte raming was op basis van de gegevens die op dat moment beschikbaar waren. Er is altijd het risico dat enkele grote aanvragen niet voor het einde van het jaar zouden kunnen worden verleend. Dit vanwege de te doorlopen procedures of de keuze van de aanvrager om een aanvraag later in te dienen. Het is afgelopen jaren gebruikelijk dat we de te verwachte leges met de najaarsbijstelling actualiseren. Zoals in de najaarsbijstelling is opgenomen gaan we uit van een bedrag van 2,9 miljoen aan inkomsten omgevingsleges. Omdat het begrote bedrag € 1,5 miljoen was, verwachten we € 1,4 miljoen extra leges opbrengsten op te leggen door een aantal grotere woningbouwprojecten als Buitenstad, Poort van Hoorn, de Rozenbuurt en Nieuwe Steen. Voor de komende jaren is er een bedrag van ca € 1,4 miljoen euro geraamd. De inkomsten fluctueren elk jaar en zijn afhankelijk van de instroom vergunningaanvragen. Hier hebben we nauwelijks zelf invloed op. Gezien het gemiddelde bedrag dat er jaarlijks is gerealiseerd aan inkomsten en de hoeveelheid aan bouwprojecten die er ook de komende jaren nog zullen zijn, zit er structurele ruimte in het begrote bedrag. Maar er zijn ook structureel extra kosten voor de benodigde capaciteit. Begin
2026 gaan we opnieuw een analyse maken van de verwachte aantallen omgevingsvergunningen per categorie. Op het moment dat de reële verwachting is dat de omgevingsleges kunnen worden bijgesteld, zal dat in de kadernota worden verwerkt.
Hoe verhouden de extra legesinkomsten zich tot de extra inhuurkosten van €925.000? Antwoord: Om alle omgevingsvergunningen te kunnen verwerken, huren we extra capaciteit in. Deze extra uitgaven worden gedekt uit de extra inkomsten. Er is een voorstel in voorbereiding waarbij een deel van de tijdelijke capaciteit wordt omgezet in vaste capaciteit.
Waarom worden storingen bij VRI’s opnieuw onderschat (nadeel €100.000)? Antwoord: Er wordt op dit moment hard gewerkt aan de nota kapitaalgoederen met daarbij een integraal beheerplan. Onderdeel van het integraal beheerplan is het planmatig onderhouden en tijdig vervangen van de VRI's, met aandacht voor technische staat, storingsgevoeligheid en toekomstbestendigheid. Het is de verwachting dat de nota en het integraal beheerplan begin 2026 klaar is en de benodigde kosten van de VRI's bij de aankomende kaderbrief aangemeld kunnen worden.
Waarom wijken kosten leerlingenvervoer opnieuw af terwijl dit jaarlijks een risicodossier is? Antwoord: Het gebruik van leerlingenvervoer is vooraf moeilijk in te schatten. Dit is namelijk afhankelijk van het aantal leerlingen wat per jaar fluctueert. We zien de afgelopen jaren wel een afname van het gebruik van speciale onderwijsvoorzieningen, in het bijzonder het gebruik buiten de regio West-Friesland. Dit leidt tot minder kosten.
2. Ambtelijke huisvesting / stadhuis
Waarom is niet eerder vastgesteld welke kosten niet geactiveerd mochten worden onder het BBV? Antwoord: De raad is per brief van 31 oktober jl. geïnformeerd over de afronding van de renovatie en de onderverdeling die daarin is gemaakt van de diverse kostencomponenten. In deze brief is ook ingegaan op de activeerbare kosten. Kortheidshalve verwijzen we naar deze brief.
Zijn er eerdere waarschuwingen geweest van accountant of interne control over verkeerde activeringen? Antwoord: Nee.
Hoe wordt voorkomen dat bij andere grote projecten opnieuw kosten onterecht worden geactiveerd? Antwoord: Bij elk project toetsen we vooraf of we voldoen aan het BBV waar het gaat om activeren. Bij de afsluiting van kredieten wordt vervolgens ook gecontroleerd of de BBV regels goed zijn toegepast.
Welke uitgaven / tegenvallers voor het Stadhuis worden nog meer verwacht? Antwoord: Het project wordt per jaareinde afgesloten en financieel verwerkt bij de jaarrekening 2025. Uitzondering hierop is de herinrichting van het voorterrein, dit krediet blijft beschikbaar. Het definitieve buitenterrein wordt doelmatig, sober en veilig ingericht. Momenteel vinden er voorbereidende werkzaamheden plaats. Over het vervolg en de afronding van het buitenterrein informeren wij u op een later moment.
3. Investeringen, doorgeschoven of vertraagd
Welke investeringen uit 2024 zijn vertraagd of niet uitgevoerd, waardoor €2,6 miljoen aan kapitaallasten is vrijgevallen? Antwoord: het gaat voornamelijk om grote verzamelkredieten waarbij de kapitaallasten geraamd zijn voor de volledige besteding van het krediet. Dit zijn bijvoorbeeld wegen, speelplekken en gebouwenbeheer. Een deel van deze kredieten zijn niet volledig besteed, waardoor de afschrijving een jaar vertraagd. Het is dus geen afstel van investeringen meer wel uitstel waardoor incidenteel een bedrag vrijvalt. De herziening van alle kredieten die momenteel loopt neemt ook mee dat opnieuw gekeken wordt of kapitaallasten van kredieten in het juiste jaar starten (= jaar na gereed melden investering).
Zijn er capaciteitsproblemen bij projectmanagement of bij externe partijen? Antwoord: De krapte op de arbeidsmarkt heeft intern effect maar ook effect bij externe partijen. Het doorschuiven en uitstellen van investeringen hangt echter ook samen met andere factoren. Participatie, bestuurlijke besluitvorming en diverse externe factoren hebben ook invloed op de voortgang en uitvoering van investeringen. We zijn ons bewust van deze factoren en kijken voortdurend hoe we daar binnen de organisatie op kunnen sturen.
Leidt vertraging tot bouwkostenstijgingen of risico op verlies van subsidies? Antwoord: Vertraging kan leiden tot bouwkostenstijging, ook kan vertraging leiden tot minder subsidie. Voor beide geldt dat het geen vaststaand gegeven is maar een risico.
Waarom worden kredieten pas bij de jaarrekening herzien en niet eerder in de cyclus? Antwoord: De vernieuwde nota investeringen en afschrijven is 12 juni door de raad vastgesteld. Het lukte niet om de herziening al bij de najaarsbijstelling volledig te verwerken. De jaarrekening is ook een natuurlijker moment, omdat de kapitaallasten daarbij toch herrekend worden in verband met jaarafsluiting. Dan is ook het beste zicht op de realisatie 2025 van kredieten.
Is het verantwoord dat incidentele voordelen ontstaan door uitgestelde investeringen terwijl structurele lasten toenemen? Antwoord: De structurele lasten worden een jaar uitgesteld, maar nemen niet toe in omvang op het onderdeel afschrijvingen. De uitgestelde investeringen hebben wel effect op de rente. Het effect van de ontvangen subsidies maakt dat je op een later moment alsnog geld moet aantrekken, dit heeft een effect op de rentelasten. Om dit effect te dempen wordt in de najaarsbijstelling ook voorgesteld om een egalisatiereserve rente in te stellen.
4. BBV & rechtmatigheid
Hoe vaak zijn gesaldeerde investeringsbudgetten (zoals vervangingsbudget wegen) als onrechtmatig aangemerkt? Antwoord: De rechtmatigheidsverantwoording is vanaf 2023 officieel onderdeel van de jaarrekening. In zowel 2023 als 2024 is sprake geweest van overschrijdingen op gesaldeerde investeringsbudgetten, met name met betrekking tot wegen en vervangingsinvesteringen gebouwenbeheer. De totale overschrijding op gesaldeerde investeringsbudgetten was in 2023 bijna 1,8 miljoen euro ten opzichte van minder dan 100 duizend euro in 2024.
Waarom zat er nog een winstneming van €500.000 voor Zevenhuis in de begroting terwijl dit BBV-technisch niet mocht? Antwoord: De begroting 2025 was al vastgesteld op het moment dat bij de jaarstukken 2024 de grondexploitatie Zevenhuis is afgeboekt. De najaarsbijstelling was het eerstvolgende P&C moment om deze correctie ook in de begroting 2025 te verwerken.
Hoe heeft de fout bij de rioleringsvoorziening (structureel i.p.v. incidenteel) kunnen ontstaan? Antwoord: Conform het Plan Stedelijk Water en Riolering 2022-2027 worden investeringen gedeeltelijk direct gedekt vanuit door voorziening riolering. Bij invulling van het investeringsplafond wordt jaarlijks een nieuw krediet geopend met de dekking vanuit de voorziening. Maar om de raad goed inzicht te geven in het verloop van de voorziening riolering, is ook een structurele reeks met onttrekkingen opgenomen. Bij invulling van het investeringsplafond had de structurele reeks aangepast moeten worden, dat is niet gebeurd en wordt nu hersteld bij de najaarsbijstelling.
Op welke wijze worden facturen automatisch gekoppeld aan contracten om de rechtmatigheid makkelijker vast te kunnen stellen? En is er voor het jaar 2025 al een inkoopanalyse gemaakt om onrechtmatige inkopen vast te stellen? Antwoord: Facturen worden niet automatisch gekoppeld aan contracten. Dit wordt handmatig getoetst. De inkoopanalyse wordt tweemaal per jaar uitgevoerd. We onderzoeken de mogelijkheden om het zichtbaar laten vastleggen van de prestatieleveringen in het facturatieproces te verbeteren.
5. Reserves
Hoeveel reserves zijn er nieuw ten opzichte van vorig jaar? Antwoord: In 2025 zijn, bij vaststelling van de Nota Reserves en Voorzieningen 2025, zes afdelingsreserves omgezet naar drie domeinreserves. Indien de raad besluit bij de Najaarsbijstelling 2025 tot het instellen van een reserve Rente en een reserve Hervormingsagenda Jeugd, zijn er ten opzichte van vorig jaar vijf reserves in de plaats van zes.
Is het instellen van de reserve ‘Rente’ BBV-conform en niet bedoeld om begrotingsresultaten te egaliseren? Antwoord: ja het is BBV-conform. De rente reserve wordt ingesteld omdat op dit moment de verkregen subsidies voor woningbouw (ca 35 miljoen) worden ingezet voor de financiering van de reguliere lasten van de begroting. We hoeven daardoor op dit moment tijdelijk geen extra geld aan te trekken. Op het moment dat de woningbouwplannen gaan lopen in de Poort van Hoorn vraagt dit alsnog om de financiering vanuit de verkregen subsidies en dient extra geld aangetrokken te worden. Voorgesteld wordt om de reserve in te stellen, zodat het rente-effect op dat moment gedempt kan worden. Hiermee voorkomen we grote uitschieters op rente voor een volgende gemeenteraadsperiode (in de jaren dat het meerjarig begrotingssaldo op dit moment al negatief is).
Hoe heeft de Egalisatiereserve plankosten boven de norm (€332.000) kunnen uitgroeien? Antwoord: bij de vaststelling van de nieuwe nota reserves en voorzieningen 2025 is eerder dit jaar besloten de reserve te maximeren op € 1,5 miljoen. De financiële verwerking van dit besluit vindt bij deze najaarsbijstelling plaats.
6. Bedrijfsvoering / overhead
Waarom blijft woon-werkverkeer stijgen ondanks eerdere budgetverhoging? En hoe verhoudt zich deze stijging met de lopende taakstelling op de bedrijfsvoering? Antwoord: Sinds 2022 hebben vier factoren geleid tot een stijging van de kosten voor woonwerkverkeer: het afschaffen van de 10 km-drempel, de verhoging van de kilometervergoeding van € 0,19 naar € 0,23, de groei van de organisatie en de toename van de gemiddelde woonafstand. Het beschikbare budget is onvoldoende meegestegen met deze ontwikkelingen, waardoor de meerkosten door de organisatie moeten worden opgevangen. Onderzocht wordt op welke wijze de taakstelling van € 200.000 desondanks toch gerealiseerd kan worden binnen de bedrijfsvoeringsbudgetten.
Hoe structureel zijn de overschrijdingen op werving en selectie? Hoeveel openstaande vacatures zijn er op dit moment. Antwoord: Het beschikbare budget blijkt niet toereikend om vacatures tijdig en adequaat in te vullen binnen de huidige arbeidsmarktcontext. Daarom is dit budget in de Kadernota reeds structureel verhoogd met € 50.000. De overschrijding in 2025 wordt veroorzaakt door enkele grote, incidentele wervingen, zoals die van de directeur van het Westfries Museum en de directeur stedelijke ontwikkeling. Het is niet te voorspellen of zich in de komende jaren opnieuw dergelijke omvangrijke wervingsvraagstukken zullen voordoen. Tussen 1 oktober 2025 en 20 november 2025 zijn er 33 vacatures geweest. 13 vacatures zijn afgerond, 9 vacatures staan nog open en 11 vacatures zitten nog in de procedure (1e/2e/arbeidsvoorwaardengesprekken).
Wat is de reden dat de taakstelling Hoorn Financieel Gezond dit jaar niet is gerealiseerd? En zijn de beheersmaatregelen voor de taakstelling 2026 volledig gerealiseerd? Antwoord: De taakstelling voor 2025 wordt gerealiseerd. Er wordt binnen de 3 organisatiedomeinen gewerkt aan de verkenning van de mogelijkheden vanaf 2026. Dit ombuigingsproject neemt nog 3 jaar in beslag, om uiteindelijk in 2028 € 1,3 mln. structureel te kunnen realiseren. In 2026 ligt de nadruk op de realisatie van maatregelen tot een bedrag van € 800.000.
Waarom is de energie-inschatting voor gemeentelijk vastgoed onjuist? Antwoord: Tussen 2020 en 2025 zijn de elektraprijzen met ongeveer 41% toegenomen en de gasprijzen met ongeveer 68%. Er is een stelpost in de begroting opgenomen voor de gestegen energieprijzen, maar deze is onvoldoende gebleken om deze stijging op te vangen. In de door u vastgestelde begroting is er een geactualiseerde kosteninschatting opgenomen voor de energielasten.
7. Externe inhuur
Klopt het dat de realisatie van de taakstelling niet is behaald, maar door meevallers elders (leerlingenvervoer en trainingen). Wat zegt dit over het jaar 2026? Antwoord: Dit klopt niet. Het inhuurvoordeel van het leerlingenvervoer hangt direct samen met deze aanmelding, maar er wordt nog onderzocht of dit een structureel effect heeft. Voordeel trainingen is incidenteel ingezet. Het terugdringen van de externe inhuur is één van de maatregelen binnen de taakstelling voor de organisatie. Overige maatregelen zijn gericht op meer efficiency en innovatie. De taakstelling is verdeeld over de drie domeinen. Elke domeindirecteur heeft de opdracht om uiterlijk Q1 2026 een rapportage voor te leggen aan de directie met de invulling voor 2026, met onderbouwing van de maatregelen, maatschappelijke impact en financiële effecten. De raad wordt over de voortgang meegenomen in de Kaderbrief 2026.
Wat is het bedrag wat in 2025 is uitgegeven aan externe inhuur? En om hoeveel fte ging het? Antwoord: Voor 2025 hebben wij een prognose opgesteld waarin de verwachte inhuur wordt ingeschat op ongeveer € 15 miljoen. In 2024 was de inhuur 15,5 mln. Het percentage inhuur komt daarmee op 18,5% (verhouding inhuur op de totale loonsom + inhuur). Dit percentage ligt iets onder het landelijke gemiddelde (20,2% in 2024). Het exacte aantal FTE is niet exact vast te
stellen omdat een deel van onze inhuur via 0-urencontracten verloopt. Het gaat om ongeveer 212 medewerkers, inclusief ingekochte diensten. Deze cijfers zijn voorlopig en worden bij de jaarrekening nader geanalyseerd.
College erkent: inhuur is te hoog en is er een bestuursopdracht opgelegd. Het college heeft de bestuursopdracht ‘terugdringen externe inhuur’ vastgesteld. Kan de Raad hierin meegenomen worden. Het is nu november en de directeuren zouden vóór Q4 een plan van aanpak moeten opleveren om dit te realiseren. Kunnen wij dit plan ontvangen? Antwoord: Zoals in de najaarsbijstelling staat opgenomen, heeft het college de bestuursopdracht "terugdringen externe inhuur” vastgesteld. De directeuren hebben aanvullend de opdracht uiterlijk in kwartaal 4 een plan van aanpak, inclusief beeldvorming en analyse, op te stellen om de externe inhuur terug te dringen. Dit plan van aanpak wordt eerst binnen de directie besproken en maakt daarna onderdeel uit van de rapportage zoals genoemd onder het antwoord op de vraag over het realiseren van de taakstelling.