CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Hart van Hoorn

Gemeenteraad 28 oktober 2025, gemeente HoornBij agendapunt: Evaluatie Lokaal Ondernemersfonds (Portefeuillehouder Helling)2.084 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Hart van Hoorn Agendapunt 5.2 Evaluatie Lokaal Ondernemersfonds Hoorn Algemene raadscommissie dinsdag 9 oktober 2025 Beste raadsleden, Fractie Hart van Hoorn heeft op 10 oktober 2025 technische vragen gesteld over agendapunt 5.2 Evaluatie Lokaal Ondernemersfonds Hoorn. Onderstaand treft u de beantwoording van de vragen aan. Deze zijn gepubliceerd in IBabs.

1.

In de huidige uitvoeringsovereenkomst voor het Lokaal Ondernemersfonds (2022–2026) staat expliciet dat sprake is van een subsidierelatie waarop de Algemene Subsidieverordening (ASV) van toepassing is. Erkent het college dat hiermee sprake is van een structurele subsidie in de zin van de ASV, met alle bijbehorende verplichtingen ten aanzien van aanvraag, beoordeling en verantwoording? Antwoord: De subsidie aan het Lokaal Ondernemersfonds is formeel een begrotingssubsidie (artikel 4:23, derde lid onder c van de Algemene wet bestuursrecht). De gemeenteraad stelt deze subsidie vast in de begroting. Dit is een zogenaamde ‘buitenwettelijke’ subsidie. Na de vorige evaluatie van het Lokaal Ondernemersfonds in 2021 is extra transparantie toegevoegd door de bepalingen uit de Algemene Subsidieverordening (ASV) van overeenkomstige toepassing te verklaren. De subsidiebeschikking stelt in eerste instantie de voorwaarden aan de subsidieverlening. De overeenkomst is slechts een aanvulling hierop.

2.

Kan het college aangeven op welke wijze sinds 2022 jaarlijks is voldaan aan de bepalingen uit de ASV inzake het tijdig indienen, beoordelen en vaststellen van de subsidie, inclusief de vereiste accountantsverklaring bij bedragen boven de honderdduizend euro? Antwoord: Omdat het gaat om een begrotingssubsidie is deze door de gemeenteraad al bestempeld. Wel volgt er, conform de bepalingen in de ASV, na de jaarlijkse aanvraag een beschikking met aanvullende verplichtingen. In deze jaarlijkse beschikking is ook de accountantsverklaring opgenomen. In de praktijk is de beschikking en verantwoording niet altijd tijdig of volledig aangeleverd. Er zijn hiervoor twee belangrijke oorzaken aan te wijzen: 1. Zowel aan de kant van Stichting LOF als aan de kant van de gemeente bij belastingen én economische zaken zijn de sleutelpersonen in dezelfde periode weggevallen. Dit heeft grote gevolgen gehad voor de continuïteit van dit proces. 2. Tijdens Corona werd er minder uitgegeven en in latere jaren ontstonden tekorten, onder meer door de hoge energieprijzen. In de begrotingssubsidie en bijhorende beschikking zijn deze situaties niet voorzien en geregeld, waardoor de accountant geen goedkeurende verklaring kon afgeven, terwijl alle uitgaven wel rechtmatig waren. Dat heeft om die reden ook de volgende jaarrekeningen opgehouden.

Zowel stichting LOF als de gemeente hadden dit sneller moeten oplossen.

3.

Heeft de stichting die het Lokaal Ondernemersfonds uitvoert in de jaren 2022, 2023 en 2024 daadwerkelijk volledige subsidieaanvragen, jaarplannen en gespecificeerde begrotingen ingediend en kan het college deze stukken met de bijbehorende accountantsverklaringen ter inzage aan de raad aanbieden? Antwoord:

De stichting heeft voor 2022, 2023 en 2024 subsidieaanvragen, jaarplannen en begrotingen ingediend. Niet in alle jaren zijn de vereiste bijlagen, zoals een goedkeurende accountantsverklaring, tijdig of volledig aangeleverd. Maar ook aan de kant van de gemeente blijkt er niet altijd correct een beschikking te zijn afgegeven, waardoor de accountant geen goedkeurende verklaring kan afgeven. Dit wordt uiteraard zo snel mogelijk hersteld. De raad kan uiteraard de financiële stukken desgewenst inzien, maar de goedkeurende verklaring over 2024 volgt dus nog. 4.

In het CLOK-rapport wordt geconcludeerd dat de governance, rapportage en tijdigheid van verantwoording structureel tekortschieten. Op welke wijze heeft het college deze bevindingen getoetst aan de ASV en waarom is hieraan geen formele consequentie verbonden? Antwoord: De bevindingen van CLOK zijn getoetst aan de verleende subsidiebeschikkingen en de ASV. De tekortkomingen in tijdigheid en verslaglegging zijn administratief van aard (zie antwoord op vraag 2 en 3) en hebben niet geleid tot misbruik of onrechtmatige besteding van middelen. Om deze reden is er geen aanleiding om daar formele consequenties aan te verbinden.

5.

Waarom heeft het college geen gebruik gemaakt van de mogelijkheden in artikel 6:1 van de ASV om subsidieverplichtingen te handhaven of subsidies te heroverwegen bij herhaaldelijke tekortkomingen in verantwoording en transparantie? Antwoord: Er is geen sprake van herhaaldelijke tekortkomingen in transparantie. Alle informatie is transparant met de gemeente gedeeld. Er was geen sprake van onrechtmatigheid of oneigenlijk gebruik. De tekortkoming in de subsidieverplichtingen betreft tijdigheid in de verantwoording. In de beantwoording hiervoor is uiteengezet wat de oorzaken zijn geweest. Omdat deze niet alleen aan de stichting zijn toe rekenen, was er voor het college geen aanleiding gebruik te maken van de bevoegdheid om sancties op te leggen. Wel is er in een bestuurlijk gesprek door de wethouder aangedrongen op verbetering.

6.

Het college stelt voor de samenwerking voort te zetten in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Op grond van welk artikel in de ASV is het mogelijk om een structurele subsidie voor onbepaalde tijd te verlenen zonder jaarlijkse herbeoordeling? Antwoord: Uit uw vraagstelling maken we op dat dit aspect onvoldoende duidelijk is. Er is namelijk geen sprake van het ‘omzetten’ van een subsidie naar een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Het is en blijft een begrotingssubsidie die jaarlijks door de raad wordt vastgesteld. Dat is en blijft leidend. Ook blijft er jaarlijks een beschikking op de aanvraag volgen en een vaststelling na het betreffende jaar. De gedachte dat de overeenkomst bepalend is voor de duur van het verstrekken van het Lokaal Ondernemersfonds is niet juist. Het is ook niet zo dat de overeenkomst voor onbepaalde duur een mate van zekerheid biedt aan de LOF. Het wel of niet verstrekken van subsidie is immers leidend en daar gaat de gemeenteraad over. Wel is het zo dat het stopzetten van een begrotingssubsidie moet voldoen aan de beginselen van behoorlijk bestuur. Dat betekent dat een redelijke termijn in acht moet worden genomen als de subsidie langer dan drie jaar duurde. De reden voor stopzetting moet worden gemotiveerd en de gemeente moet zich houden aan de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb).

7.

Heeft het college juridisch advies ingewonnen over de rechtmatigheid van het verlengen of omzetten van deze subsidie naar een overeenkomst zonder einddatum en zo ja, zal dit advies openbaar worden gemaakt?

Antwoord: Zie antwoord op vraag 6. Het is een misverstand dat subsidie wordt omgezet naar een overeenkomst. Voor de duidelijkheid: de jaarlijkse subsidieverstrekking (via de begroting) is leidend en de overeenkomst is volgend. Doordat er in het verleden een meerjarige overeenkomst is gesloten met een einddatum, is het begrijpelijk dat dit de suggestie wekt dat dit bepalend is voor de duur van het Lokaal Ondernemersfonds. Maar dat is dus niet zo. Er zal bij de subsidiebeoordeling jaarlijks (moeten) worden beoordeeld of de overeenkomst nog in lijn is met de beschikking en zo nodig worden aangepast. Daar doet het ontbreken van een einddatum niets aan af. 8.

In de evaluatie van CLOK wordt expliciet geadviseerd de bestaande constructie juridisch te herzien en te toetsen aan de Didam-regels om ongelijke behandeling en exclusieve bevoordeling te voorkomen. Heeft het college naar aanleiding van dit advies een Didam-toets laten uitvoeren op de relatie tussen de gemeente en het Lokaal Ondernemersfonds en zo ja, door wie en met welke uitkomst, of kan het college motiveren waarom dit advies niet is opgevolgd? Antwoord: Het CLOK-advies over een Didam-toets is meegenomen. De relatie tussen gemeente en Stichting LOF betreft een subsidierelatie via de begroting en geen privaatrechtelijke overeenkomst voor exclusieve levering van diensten of goederen. Bovendien treedt Stichting LOF juist op als een partij die andere ondernemers(verenigingen) in staat stelt om gebruik te maken van het ondernemersfonds. Er is geen andere partij die deze rol vervult. Er wordt bij de nieuwe overeenkomst op basis van het rapport van CLOK wel extra aandacht besteed aan het verbeteren van de transparantie en stimuleren van toegang voor andere partijen.

9.

Hoe waarborgt het college dat andere ondernemers of samenwerkingsverbanden in Hoorn gelijke toegang hebben tot gemeentelijke middelen en opdrachten die via het Lokaal Ondernemersfonds worden verstrekt? Antwoord: Het Lokaal Ondernemersfonds werkt met open aanvraagprocedures voor gebiedsgerichte activiteiten. Iedere erkende ondernemersvereniging binnen de heffingsgebieden kan een aanvraag indienen. Zo wordt gewaarborgd dat geen enkele partij exclusieve toegang heeft tot middelen. In uw vraagstelling suggereert u dat het hierbij gaat om algemene gemeentelijke middelen, het geld dat benodigd is voor de aangevraagde activiteiten worden via de reclamebelasting geïnd bij de ondernemers in gebied waar de activiteiten betrekking op hebben. Zo betalen ondernemers op de bedrijventerreinen bij voorbeeld voor parkmanagement en ondernemers in de Hof van Hoorn voor promotie. Het is een misvatting om te veronderstellen dat er één algemene pot is waar slechts een beperkt aantal ondernemers gebruik van kunnen maken.

10.

Hoe wordt voorkomen dat bestuurders of betrokkenen binnen het Lokaal Ondernemersfonds of gelieerde organisaties invloed uitoefenen op toekenningen waarvan zij zelf direct of indirect voordeel kunnen hebben? Antwoord: Tijdens de vorige aanpassing zijn extra preventieve maatregelen genomen door de regels van de ASV te betrekken bij het subsidietraject. Hierdoor is de transparantie vergroot en kan zowel vooraf als achteraf een beoordeling van de activiteiten plaatsvinden. Een verdere aanscherping van de goverance wordt gerealiseerd door expliciet te bepalen dat bestuurders geen directe of indirecte financiële belangen mogen hebben bij projecten waarvoor zij besluiten nemen.

11.

Kan het college voor de jaren 2022 tot en met 2024 aangeven wat de totale opbrengst van de reclamebelasting was, welk deel daarvan als subsidie is uitgekeerd aan het Lokaal Ondernemersfonds en welke bedragen via derden of samenwerkingsverbanden zijn besteed? Antwoord: De jaarlijkse opbrengst van de reclamebelasting per jaar: 2022 € 831.079 2023 € 1.022.202 2024 € 1.028.372 Dit bedrag wordt na aftrek van perceptiekosten (€ 65.000 per jaar) als subsidie uitgekeerd aan het LOF. Het fonds verdeelt dit bedrag over de ondernemersverenigingen en gezamenlijke projecten. De exacte verdeling per jaar wordt opgenomen in de jaarverantwoording van LOF.

12.

Artikel 7 van de uitvoeringsovereenkomst bepaalt dat de stichting geen meerjarige verplichtingen mag aangaan zonder voorafgaande toestemming van het college. Kan het college bevestigen dat dit is nageleefd en dat er geen verplichtingen zijn aangegaan zonder expliciete goedkeuring? Antwoord: Het college kan bevestigen dat LOF geen meerjarige verplichtingen is aangegaan zonder voorafgaande toestemming van de gemeente. Uit de controle door de afdeling Financiën blijkt dat alle activiteiten jaarlijks zijn aangevraagd en goedgekeurd binnen de kaders van de subsidie. Jaarlijks stelt de gemeenteraad het bedrag aan subsidie in de begroting vast.

13.

In de uitvoeringsovereenkomst is opgenomen dat jaarlijks vijfendertigduizend euro uit de reclamebelasting wordt aangewend voor stadspromotie. Op welke juridische grond binnen de ASV of gemeentelijke begroting is deze structurele overheveling gebaseerd? Antwoord: De bijdrage voor stadspromotie maakt onderdeel uit van de jaarlijkse subsidieaanvraag en wordt aangemerkt als collectieve activiteit ten gunste van alle ondernemers. De grondslag hiervoor ligt in de beschikking. De besteding wordt opgenomen in de jaarlijkse verantwoording.

14.

CLOK constateert dat de perceptiekosten van de reclamebelasting jaarlijks zeer hoog zijn. Kan het college de volledige onderbouwing en uitsplitsing van deze kosten overleggen, inclusief personele lasten, interne doorbelasting en externe inhuur? Antwoord: De perceptiekosten bestaan uit personele lasten (heffing, inning en bezwaarafhandeling) en administratieve kosten. De € 65.000 perceptiekosten zijn in al die jaren nooit geïndexeerd. Op basis van een interne doorrekening liggen de werkelijke kosten rond de € 100.000 per jaar, exclusief indexatie. Het onderbouwen en uitsplitsen van deze kosten wordt voortaan expliciet meegenomen in de jaarlijkse beschikking en vaststelling van de reclamebelasting.

15.

Volgens CLOK was de respons op de draagvlakmeting slechts veertien procent. Op basis waarvan concludeert het college dat dit percentage voldoende is om te spreken van brede steun onder ondernemers? Antwoord: De respons op de enquête was 14%. CLOK geeft aan dat dit binnen vergelijkbare trajecten een representatieve respons is, mede omdat er ook gesprekken en aanvullende consultaties zijn gehouden. De uitkomst laat een duidelijke meerderheid zien die het fonds wil voortzetten, mits verbeterd.

16.

Hoe beoordeelt het college het risico dat het voortzetten van de huidige constructie zonder jaarlijkse toetsing en zonder Didam-toets kan leiden tot een vorm van exclusieve bevoordeling van bepaalde organisaties of personen? Antwoord: De subsidierelatie is openbaar, toetsbaar en jaarlijks controleerbaar. De nieuwe afspraken over transparantie en governance verkleinen preventief het risico op oneerlijke voordelen verder.

17.

Erkent het college dat de huidige overeenkomst en de voorgestelde nieuwe constructie op meerdere punten afwijken van de bepalingen van de ASV en de aanbevelingen van CLOK en welke risico’s ziet het college zelf hierin voor de rechtmatigheid? Antwoord: Het college kan zich deze vraag over de vermeende constructie en de aanbevelingen van CLOK en de risico’s hiervan voor de rechtmatigheid voorstellen vanuit de misverstanden die het voorstel bij de vragenstellers blijkbaar hebben opgeroepen. Het college gaat ervan uit met deze beantwoording deze misverstanden te hebben rechtgezet, waarmee de veronderstelde rechtmatigheidsrisico’s dan ook niet aan de orde zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=aed7014e-1e87-4fad-b51b-52b105a04fa9