Beantwoording technische vragen FT - Programma Energietransitie 2023-2026
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Fractie Tonnaer Agendapunt 6.4 – Programma Energietransitie 2023 – 2026 Algemene raadscommissie 25 april 2023 Beste raadsleden, Mevrouw van der Knaap van Fractie Tonnaer heeft op 20 april 2023 technische vragen gesteld over agendapunt 6.4 – Programma Energietransitie 2023-2026. Onderstaand treft u de vragen aan en beantwoording aan. Vragen 1. Raadsvoorstel punt 2: in 2026 moeten 7000 huizen aardgasvrij zijn. Hoeveel huizen zijn er op dit moment, in 2023 aardgasvrij? De regionale klimaatmonitor van de Rijksoverheid (DASHBOARD - Energie-installaties Hoorn (databank.nl)) telt in totaal op tot 707 woningen die binnen de gemeentegrenzen aardgasvrij zijn. Op het moment wordt landelijk nog gewerkt aan een gestandaardiseerde definitie die gebruikt kan worden om het aantal aardgasvrije woning te kunnen tellen dus deze kunnen nog enigszins veranderen. De aantallen omvatten ook nieuwbouwwoning die met enkele uitzondering daargelaten, aardgasvrij zijn gebouwd. Als de nieuwbouwwoningen buiten beschouwen worden gelaten blijken ongeveer 70 woningen van de bestaande woningvoorraad aardgasvrij. 2. Raadsvoorstel punt 7 bullit 1: Financiële middelen als bijvoorbeeld subsidies en andere Rijksmiddelen uit Den Haag voor een ambitie die al in de begroting is verwerkt komen ten gunste van het begrotingsresultaat.
Dit is een aanvullend kader vastgesteld door de raad in 2019. Aan het eind van punt 7 staat echter: voorgesteld wordt om de gelden die in de komende jaren beschikbaar worden gesteld te storten in de reserve als toevoeging aan de bestaande middelen voor energietransitie. Dit komt tegenstrijdig op ons over. Kunt u hier meer duidelijkheid over geven? Komen deze financiële middelen ten gunste van het begrotingsresultaat of van de reserve?
Voor het uitvoeren van de klimaat- en energiebeleid heeft het Rijk gelden beschikbaar gesteld. Voor de jaren 2023 2024 en 2025 is dat 1,2 mln. Voor de volgende jaren is geld gereserveerd door het Rijk maar de hoogte van de uitkering zal op basis van de op ervaring van de genoemde jaren worden vastgesteld. Dit zijn capaciteitsgelden voor bijvoorbeeld aannemen van collega’s of het inhuren van externe capaciteit. Deze gelden zijn primair gekoppeld aan het uitvoeren van de klimaattaken die staan beschreven in het programma energietransitie. Daarom is voorgesteld om deze gelden te storten in de reserve stimuleringsduurzaamheidsmaatregelen en niet in de begroting.