Beantwoording technische vragen fracties VVD en Tonnaer
Tekst van het document
Technische vragen fracties VVD en Tonnaer Agendapunt 5.2 Detailhandelsnota Gemeente Hoorn 2020 - 2025 Algemene raadscommissie 8 april 2021
Beste raadsleden, De heer R. Droste van fractie VVD en de heer R. Tonnaer van fractie Tonnaer hebben op 1 april 2021 technische vragen gesteld over de Detailhandelsnota Gemeente Hoorn 2020 - 2025. Onderstaand treft u de vragen en bijbehorende antwoorden aan. Deze zijn gepubliceerd in Ibabs.
Vragen VVD Hoorn en Fractie Tonnaer hebben enkele technische vragen over de acties en maatregelen die gekoppeld zijn aan het raadsbesluit. 1. Waarom is het advies van het college niet aangepast naar aanleiding van het aangepaste Initiatiefvoorstel? Antwoord In de brieven van 6 december 2019 en 31 januari 2020 hebben we uitgelegd waarom we adviseren eerst de detailhandelsnota te bespreken alvorens het over een leegstandsverordening te hebben. In het raadsvoorstel bij de detailhandelsnota staat: ‘In de brieven aan de raad van 6 december 2019 en 31 januari 2020 is voorgesteld om de behandeling van deze verordening te koppelen aan de behandeling van de detailhandelsnota.’ De bespreking van de detailhandelsnota is het eerste integrale moment om het te hebben over de staat van de detailhandel. Daarbij speelt het gesprek over de (omvang van) de uitdagende transformatieopgave voor de binnenstad een prominente rol. In algemene zin kan dan ook over nut en noodzaak worden gesproken van een leegstandsverordening, als instrument van de te vormen gereedschapskist om de transformatie in de komende jaren van het publiekshart vorm te geven. Daar staan wij ook open voor. Het is echter niet de eerste stap in het transformatieproces. In de detailhandelsnota wordt voorgesteld om allereerst een (kleiner) publiekshart te ambiëren.
In de detailhandelsnota wordt alleen een voorzet voor dit publiekshart gegeven. Voorgesteld wordt als die keuze gesteund wordt door de gemeenteraad om als vervolg eerst het precieze gebied in samenspraak met alle betrokken partijen in de binnenstad te bepalen en daarna vast te stellen.
Aangezien het definitieve publiekshart met de vaststelling van de detailhandelsnota nog niet bekend is, is het te prematuur om nu een leegstandsverordening vast te stellen. 2. Waarom wil het college besluitvorming omtrent de leegstandsverordening wederom uitstellen? Antwoord Zie het antwoord op vraag 1. 3. Wat is het nadeel als de gemeenteraad beslist om de leegstandsverordening aan te nemen en in werking te laten treden per 1 juni voor de winkelstraten: Grote Noord, Kleine Noord, Nieuwsteeg, Gouw en Gedempte Turfhaven? Antwoord Op basis van het nog te bepalen publiekshart zal het bestemmingsplan moeten worden aangepast. De uitdaging daarbij is om nieuwe functies voor straten en panden te vinden, maar wel te zorgen dat de binnenstad spannend en levendig blijft. Wij zijn stellig overtuigd dat door duidelijke keuzes te maken, door planologische en ruimtelijke aanpassingen door te voeren, we een uitnodigend klimaat creëren en daarmee ruimte bieden voor nieuwe bestemmingen, formules en businessmodellen. Daarmee zullen ook de nodige investeringen worden losgetrokken. Veel pandeigenaren en investeerders zijn in onzekere tijden allereerst gebaat bij (lange termijn) duidelijkheid en perspectief. Als de leegstandsverordening nu zou worden vastgesteld zou moeten worden gewerkt met het huidige bestemmingsplan, welk niet overeenkomt met het te bepalen publiekshart.
Alvorens een leegstandsverordening zou kunnen worden vastgesteld en ingevoerd zou ook eerst het draagvlak bij de betrokken partijen getoetst moeten worden, zou de organisatie hierop moeten worden ingericht (mogelijk investering nodig) en zou het team juridische zaken de verordening moeten toetsen. Dat is de gebruikelijke werkwijze bij het invoeren van verordeningen. Voor het al dan niet invoeren van een leegstandsverordening zal een vervolgens apart voorstel moeten worden gemaakt. Wij zijn bereid de inzet van een leegstandsverordening onderdeel te laten maken van de gesprekken over het publiekshart. Dat geeft ons ook de tijd om de personele, financiële en juridische consequenties nader te bestuderen en onderdeel te laten maken van de voorstellen. 4. Binnen welke termijn denk het college een raadsvoorstel voor te leggen over de gewenste omvang van het publiekshart in de binnenstad? Antwoord Wij verwachten hierover in oktober 2021 een voorstel te kunnen voorleggen. Dit is echter afhankelijk van hoe de gesprekken lopen.