Beantwoording technische vragen fractie Breuker
Tekst van het document
Technische vragen Agendapunt 5.2 Toekomstige exploitatie en beheer zwembaden, ijsbaan en binnensportaccommodaties Algemene raadscommissie dinsdag 7 oktober 2025 Beste raadsleden, Fractie Breuker heeft technische vragen gesteld, onderstaand treft u de vragen aan. Deze zijn gepubliceerd in IBabs. De presentatie d.d. 23-09-25 m.b.t. de oprichting van een gemeentelijk sportbedrijf roepen bij mij met name vragen op over de financiële onderbouwing en consequenties hiervan voor de gemeente m.a.w. ik heb hier 'geen (financieel) gevoel’ bij. 1. Graag ontvang ik een overzicht over de jaren 2022 t/m 2024 van alle uitgaven (personeel, beheer en onderhoud, verstrekte subsidies e.d.) in het kader van sport en bewegen die de gemeente heeft gedaan 2. Graag ontvang ik een overzicht van alle inkomsten over de jaren 2022 t/m 2024 die de gemeente heeft ontvangen in het kader van sport en bewegen (vergoedingen, subsidies, contracten e.d.) Antwoord: De gegevens over de kosten en inkomsten van sport en bewegen treft u in de bijlage. 3. Gaag ontvang ik een overzicht c.q. prognose van begrote inkomsten en uitgaven over de jaren 2027 t/m 2029 van het toekomstige sportbedrijf Antwoord: In de verdere uitwerking van het sportbedrijf wordt de financiële prognose opgesteld in samenhang met de maatschappelijke opdracht/dienstverleningsovereenkomst (DVO).
Met het raadsvoorstel in 2026 voor het definitieve besluit over de oprichting van het sportbedrijf ontvangt de raad deze informatie. 4. Positieve synergie en schaalvoordelen zijn, zo blijkt uit de presentatie, vooral te behalen door zoveel mogelijk sport- en bewegenonderdelen onder te brengen in het sportbedrijf. Wat zijn hiervan de gevolgen voor andere partijen zoals b.v. St. Netwerk en Sportopbouwwerk? Antwoord: We zien geen negatieve gevolgen voor samenwerkingspartners op gebied van sport en bewegen, zoals stichting Netwerk. Er zijn juist meer kansen voor lokale/regionale partners en sportondernemers. Het kan op termijn wel gevolgen hebben voor medewerkers van team Sport Uitvoering (voormalig Sportopbouwwerk), als bijvoorbeeld de buurtsportcoaches overgaan naar het sportbedrijf. Die afweging wordt echter later gemaakt. Indien de raad in 2026 definitief instemt met oprichting van het sportbedrijf is de focus eerst gericht op het goed onderbrengen van het beheer en de exploitatie van de zwembaden, ijsbaan en binnensportaccommodaties.
5. Welke gemeentelijke sportbedrijven in den lande draaien winst, zijn kostendekkend of draaien verlies? Antwoord: De begrippen ” winst” en “kostendekkend” zijn verwarrend, omdat er geen enkel Sportbedrijf in Nederland winst maakt en er in alle gevallen sprake is van een gemeentelijke exploitatiebijdrage. Dit geldt overigens ook voor gemeentelijke exploitaties of aan de markt uitbesteed beheer en exploitatie. De vraag is wel of de verstrekte gemeente exploitatiebijdrage voldoende is of dat er sprake is van een tekort of overschot. 6. Er wordt in alle scenario’s uitgegaan van structurele lasten die stijgen naar circa € 1,7 mln. per jaar. In hoeverre is dit realistisch in alle scenario’s? Antwoord: Er wordt geen verschil gezien in de verschillende organisatiemodellen en de stijging van de lasten. Die stijging wordt namelijk vooral veroorzaakt door de stijging van autonome kosten van onderhoud, personeel en energie. Of de hoogte straks € 1,7 miljoen wordt, is afhankelijk van de gestelde uitgangspunten/kaders, (maatschappelijke) opdracht en de hieraan verbonden hoogte van de gemeentelijke exploitatiebijdrage, die in de DVO worden vastgelegd. Vanuit ombuigingen kan er uiteraard ook een financiële taakstelling opgenomen worden. 7.
Welke extra structurele kosten kunnen we als gemeente verwachten, als fase drie intreedt: Belang van zorgvuldige transitie en overdracht van personeel, middelen en verantwoordelijkheden? Antwoord: De extra structurele kosten, nu geraamd op € 880.000, worden verwacht door de stijging van de autonome kosten van onderhoud, personeel en energie (zie ook vraag 6). We verwachten geen extra stijging door de transitie en overdracht van personeel, middelen en verantwoordelijkheden. 8. Welke extra kosten brengt het structureel overhevelen van capaciteit en menskracht met zich mee? Er zal intern in de gemeente een aantal taken moeten blijven, zo moet er afstemming blijven plaatsvinden, bestuurlijk en ambtelijk toezicht, et cetera. Antwoord: Overgang van medewerkers van de zwembaden en de ijsbaan zijn wettelijke verankerd (Overgang van Onderneming) en zullen niet kostenverhogend werken. Er is nu geen sprake van overhevelen van capaciteit vanuit de gemeente naar het Sportbedrijf. Dat kan mogelijk in een volgende fase afgewogen worden. Bij overhevelen van capaciteit is er sprake van verschuiven van het budget loonkosten naar exploitatiebijdrage. We verwachten dus geen structurele stijging van de kosten. In ieder geval blijft het (strategisch) beleid (voor samenhang sport en andere beleidsterreinen), accounthouderschap, aandeelhouderschap en opdrachtgeverschap altijd bij de gemeente. 9.
Komt er nog een meer uitgewerkte businesscase om opties voor de raad verder financieel te kunnen wegen en beoordelen? Antwoord: Het raadsvoorstel betreft nu een voorgenomen besluit. In 2026 neemt de raad op basis van de dan beschikbare documenten (maatschappelijke opdracht/DVO, huur- en exploitatieovereenkomst, governancecode, statuten) een definitief besluit. De maatschappelijk opdracht en DVO bieden dan inzicht in de financiële kaders en de keuzes, die raad daarin nog kan maken.