Beantwoording technische vragen CDA Hoorn Koewijzend 3 en 7
Tekst van het document
Technische vragen – CDA Hoorn Aanpassing procedure bestemmingsplan Koewijzend 7 en perceel achter 3 in Blokker en het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. In het raadsvoorstel worden de locaties Westerblokker 143 en Bangert 6 aangehaald als voorbeelden voor inpassing, niet als tweedelijns bebouwing. Eerder heeft de wethouder aangegeven dat deze casussen geen precedentwerking hebben. 1. Door deze locaties te noemen, hebben deze juist wel gezorgd voor precedentwerking in de voorliggende casus? Dat klopt. Bij de eerdere voorbeelden is aangegeven dat die niet tot precedentwerking leiden voor tweedelijns bebouwing in het lint. Wel is aangegeven dat het ‘afmaken van de woonwijken’ door woningen die stedenbouwkundig gezien niet bij de linten horen wel vaker gebeurt. Dit is inderdaad het geval voor Koewijzend het perceel achter 3. Dit wordt gezien als een passende ontwikkeling en dus positieve precedentwerking. Ook met betrekking tot de kavel achter Koewijzend 3 is er een sloot gegraven om de achterliggende kavel te scheiden van de kavel aan het lint. In dit geval in vrij direct achter Koewijzend 3 (gemeentelijk monument) een sloot gegraven. 2.
Hoe kunt u verantwoorden dat dit geen afbreuk doet aan de kwaliteit van het lint (smalle langgerekte kavels met voorop aan de weg een woonhuis)? Het karakter van het lint blijft gewaarborgd doordat de woning op de kavel achter Koewijzend 3 aansluit op de achterliggende wijk en in deze lijn ligt. Het graven van de sloot doet hier niets aan af. Juist het samenspel van kavels en sloten hoort bij het karakter van het lint. De sloot zorgt voor een fysieke afscheiding tussen het lintkavel en de kavel die aan sluit op de achterliggende woonwijk. 3. Wanneer bent u bereid het beleid rondom de linten met de raad te bespreken en de gepasseerde casussen met betrekking tot de linten (Westerblokker 143, Bangert 6, Lageweg 19 en het voorliggende) te evalueren? Het beleid rondom de linten wordt op dit moment geactualiseerd. Zodra dit is afgerond wordt de gemeenteraad daarbij betrokken. Er wordt voorgesteld om de stap van het voorontwerpbestemmingsplan over te slaan, omdat er geen negatieve reacties zijn binnengekomen uit de omgeving. 4. Wie uit de omgeving zijn er betrokken en op welke manier is men geraadpleegd en geïnformeerd? Is het niet te gemakkelijk om te zeggen dat er geen bezwaren zijn? De volgende adressen zijn benaderd: Koewijzend 1, 3, 4, 5, 5A, 6, 8, 10, 12A, 12B, 13 Krommewoud 30, 31, 32, 33, 34, 35, 46, 47 Hoogewoud 60, 61, 62, 63, 64, 65, 66
Hoge Weerde 1, 2 Grote Waard 1 Er hebben twee informatieavonden plaatsgevonden op 8 en 14 juni 2017. Na het tot stand komen van het concept ontwerpbestemmingsplan Koewijzend 7 en achter Koewijzend 3 heeft de aanvrager 29 omwonenden aangeschreven, zie de hierboven genoemde adressen. Op deze brief hebben 15 personen gereageerd. Zij kregen door middel van een e-mail een downloadlink toegestuurd, zodat zij het gehele ontwerpbestemmingsplan konden inzien. Er zijn hierna geen inhoudelijke reacties gegeven op het plan. De aanvrager heeft de buurt goed betrokken, dat is de reden waarom wordt voorgesteld het voorontwerp over te slaan. Er wordt in het voorstel aangegeven dat er geen negatieve reacties zijn binnengekomen. Dit is waar. Dit doet er niets aan af dat omwonenden altijd nog een zienswijze kunnen indienen of beroep kunnen aantekenen. In het raadsvoorstel wordt aangehaald dat er een gerechtelijke uitspraak is geweest betreffende het bestemmingsplan ‘Zwaag, Blokker en Nieuwe Steen-Oost’ met betrekking tot Koewijzend 7. 5. Wat hield deze rechtszaak in en wat was de uitkomst van de gerechtelijke uitspraak? Deze uitspraak is hier te vinden: Uitspraak 201108412/1/R1 - Raad van State. Het gaat om het beroep van appelant sub 5.
Er was door deze appelant beroep aangetekend tegen het feit dat er niet 2 woningen op zijn perceel gebouwd mochten worden in dat bestemmingsplan, waarbij de druivenkassen gesloopt zouden worden. Omdat de raad had aangegeven niet onwelwillend te staan tegenover de bouw van 1 woning heeft de Afdeling besloten dat de gemeente niet genoeg had gemotiveerd waarom het plan geen enkele woning mogelijk maakte op het perceel en het bestemmingsplan daarin conserverend was. De Afdeling heeft geoordeeld dat dit besluit vernietigd moest worden omdat een goede motivering ontbrak om geen woning toe te staan. Rob Brandhoff – CDA Hoorn