Beantwoording technische vragen CDA GroenLinks
Tekst van het document
Gemeente Hoorn
CDA, de heer D. Bennis GroenLinks, de heer R. Drommel
Nieuwe Steen 1 Postbus 603 1620 AR Hoorn T 0229 25 22 00 www.hoorn.nl Contactpersoon Tony Mantel Zaaknummer: 1856452
Hoorn, 19 april 2021 Onderwerp: Beantwoording technische vragen CDA en GroenLinks agendapunt 9.4 Locatiekeuze IKEC raadsvergadering 20 april 2021
Beste heer Bennis en Drommel, U heeft technische vragen gesteld over de locatiekeuze voor het IKEC. In deze brief leest u de antwoorden op uw vragen. In het kader van de gelijke informatievoorziening worden de vragen en antwoorden met de hele raad gedeeld. Vraag 1 In de financiële onderbouwing wordt de mogelijke parkeergarage bij het stadhuis genoemd. Hoort deze wel direct bij de IKEC-onderbouwing? Is dit niet meer een aparte afweging in een losstaand dossier of eventueel bij de uitwerking van de stadhuis-plannen? Mogelijk is de parkeerdruk door veranderingen rondom de Corona crisis wat veranderd. Het lijkt ons een goed idee om de cijfers hieromtrent en ook de piek-verkeersbelasting nog eens nader onder de loep te nemen. Antwoord De mogelijke parkeergarage maakt onderdeel uit van het voorstel, omdat door de herontwikkeling geen ruimte op de locatie is voor compensatie van de 78 huidige parkeerplaatsen. Die compensatie draagt naar verwachting bij aan het draagvlak in de wijk. In die zin is de mogelijke realisatie van een parkeergarage bij de herontwikkeling van gebouw deel C een onderbouwing behorende bij het IKEC. De afweging of deze compensatie noodzakelijk wordt geacht, is primair aan de gemeenteraad. Deze afweging zou ook als losstaand dossier kunnen worden beschouwd. Ook dat is aan de raad.
Bij de herontwikkeling van gebouwdeel C is waarschijnlijk meer bekend over de invloed van de Corona crisis op het werk- en parkeergedrag en de gevolgen daarvan op het aantal parkeerplaatsen dat wordt gebruikt door personeel van het stadhuis en omliggende kantoren. Een analyse op de cijfers is dan beter mogelijk en daarmee ook de afweging of een parkeergarage noodzakelijk is als compensatie van het huidige parkeerterrein bij de oude hockeyvelden. Vraag 2 Is het daadwerkelijk nodig om 3 sporthallen te bouwen voor het IKEC? Is het niet mogelijk om hier bv. 1 grote te maken die deelbaar is in verschillende segmenten, dan wel 2 sportzalen? Een vergelijking met sporthallen in andere gemeenten, zowel voor het onderwijs als reguliere, doet bij ons de vraag rijzen of het niet iets minder kan zijn? Ook gezien de minimale mogelijkheden tot exploitatie van een sporthal zonder tribune en kantine.
1/3
Antwoord Vanuit het onderwijs-curriculum heeft het onderwijs de wettelijke taak om bewegingsonderwijs te verzorgen. De gemeente heeft de taak om te voorzien in accommodaties ten behoeve van dit bewegingsonderwijs. Vanuit het curriculum is 2 lokalen voor optimaal bewegingsonderwijs eigenlijk te weinig, terwijl 3 lokalen voor bewegingsonderwijs juist iets ruim is. De leerlingen van het IKEC kunnen geen gebruik maken van omliggende bestaande zalen omdat de loopafstand voor deze doelgroep te ver is. Mede daarom is uiteindelijk gekozen voor de variant met 3 lokalen voor bewegingsonderwijs in het IKEC. De lokalen zouden daarbij worden opgedeeld in twee afzonderlijke ruimten: één ruimte met de afmeting van een gymzaal en één ruimte met de afmeting van dubbele gymzaal. Er is in de plannen gekozen voor één enkel zaaldeel en één dubbel (deelbaar) zaaldeel omdat deze segmentatie goed bruikbaar is voor het onderwijs en goed verhuurbaar is na schooltijd en in het weekend. Terugschalen naar 2 lokalen is niet onmogelijk, maar het zou gevolgen hebben voor de inrichting van het bewegingsonderwijs. Sport en bewegen maakt een wezenlijk onderdeel uit van de ontwikkeling van kinderen in het speciaal basisonderwijs. In samenspraak met het IKEC zouden we moeten onderzoeken hoe we op een andere manier invulling kunnen geven aan deze behoefte.
Hierbij moet gedacht worden aan extra ruimte voor speellokalen en mogelijkheden om meer buiten te bewegen. Desgevraagd hebben de partners aangegeven hiervoor open te staan omdat zij zich realiseren dat de financieel moeilijke tijden erom vragen tot het uiterste te zoeken naar eventuele mogelijkheden tot versobering. Eventueel terugschalen naar twee sportlokalen is één van de zeer weinige mogelijkheden voor die versobering Vraag 3 In de financiële bijlage wordt er niets vermeld over evt. hergebruik van de bestaande inventaris op de 5 locaties, die op zullen gaan in de nieuwe school. Kunt u aangeven welk financieel voordeel we hier nog kunnen behalen? Antwoord Stichting Trigoon is zelf verantwoordelijk voor de vervanging dan wel hergebruik van de losse elementen zoals meubilair en inrichting van het nieuwe IKEC. De gemeente betaalt hier dus niet voor. In het budget is om deze reden geen kostenpost opgenomen voor de gemeente voor inrichtingskosten of inventaris. In de demarcatie van wat de gemeente betaalt en wat het onderwijs betaalt in vaste elementen onderzoeken we of het onderwijs daar budget voor kan inzetten. We gaan organisch om met de demarcatielijn. Dit zou nog een bescheiden voordeel kunnen opleveren. Vraag 4 In de Businesscase bijlage 2 wordt gesproken over “Meerkosten bouw (vertraging)”.
Wij zien een behoorlijk groot verschil in de bedragen bij optie 0 in vergelijking met beide andere opties. Kunt u dit verklaren? Antwoord Het verschil is te verklaren door een inschatting van de meerkosten als gevolg van uitloop planning per scenario in oplevering van het IKEC: Scenario 0: hockeylocatie inclusief woningbouwprogramma -> oplevering maart 2024 Scenario 1 en 2: hockeylocatie inclusief versobering woonprogramma of alleen het IKEC -> oplevering augustus 2024 Vraag 5 Als we de post “extra ambtelijke uren locatieonderzoek” nader analyseren en het bedrag terugrekenen naar het aantal werkdagen en werkuren tussen 24-11-2020 en 9-3-2021, komen we tot een in onze ogen exorbitant uurtarief, dan wel tot heel veel gemaakte uren. Klopt dit? Zo niet, hoe moeten we dit dan duiden?
2/3
Antwoord Deze post is juist weergegeven. Gerekend is met een opgave van de projectgroep bestaande uit 12 personen voor het opstellen en adviseren van het onderzoeksrapport en besluitvorming hierover, over een periode van 14 weken. Grofweg komt dit neer op circa 950 uur maal 118 euro (uurtarief capaciteit), in totaal een bedrag van ruim 100.000 euro aan inzet.
Met vriendelijke groet,
Samir Bashara, wethouder
3/3