Aanvullende technische vragen fractie VVD
Tekst van het document
Aanvullende technische vragen fractie VVD Agendapunt 5.2 Verbodsbepalingen supermarkten en winkels op de verschillende bedrijventerreinen Algemene raadscommissie 2 november 2021
Beste raadsleden, De heer R. Droste van fractie VVD heeft op 31 oktober 2021 aanvullende technische vragen gesteld over de Verbodsbepalingen supermarkten en winkels op de verschillende bedrijventerreinen. Onderstaand treft u de vragen aan. Op het moment dat deze vragen beantwoord zijn, worden de vragen met de bij behorende antwoorden gepubliceerd in Ibabs.
Vragen Naar aanleiding van de beantwoording van de technische vragen over de verbodsbepalingen supermarkten en winkels op de verschillende bedrijventerreinen heb ik aanvullende vragen. U geeft aan in de beantwoording dat conform artikel 6.13 van de Omgevingsverordening Noord-Holland het toestaan van solitaire detailhandelsvestigingen buiten bedrijventerreinen en kantoorlocaties ten behoeve van supermarkten in strijd is met provinciaal beleid. In artikel 6.11 Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 staat echter dat het toepassingsbereik van artikel 6.13 alleen van toepassing is op detailhandel (lees supermarkten) op bedrijventerreinen en kantoorlocaties. Daarom heb ik de volgende aanvullende vragen: 1) In welke mate klopt het dat artikel 6.13 niet van toepassing is op solitaire detailhandelsvestigingen buiten bedrijventerreinen en kantoorlocaties? 2) Klopt het dat de gemeente Hoorn zelf de beleidsvrijheid heeft om solitaire supermarkten buiten bedrijventerreinen toe te staan? Zo nee, waarom niet?
Nogmaals dank voor de beantwoording. Met vriendelijke groet,
Rob Droste
Omgevingsverordening Noord-Holland, Paragraaf 6.1.3 Detailhandel Artikel 6.11 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over detailhandel op bedrijventerreinen en kantoorlocaties. Artikel 6.12 Oogmerk Deze paragraaf bevat regels met het oog op: a. het behouden en versterken van detailhandel in de centra van kernen door het voorkomen van versnippering van het aanbod in en buiten de kernen b. het voorkomen van ruimtelijk relevante leegstand in winkelgebieden om zo een detailhandelsstructuur te behouden die uitgaat van duurzaam ruimtegebruik; c. het vrijwaren van veel consumentenverkeer op bedrijventerreinen; en d. het tegengaan van extra verkeersbewegingen en landschappelijke aantasting van het landelijk gebied door vestiging van detailhandelsbedrijven. Artikel 6.13 Detailhandel 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend nieuwe detailhandel mogelijk maken op bedrijventerreinen of kantoorlocaties, indien sprake is van detailhandel in de vorm van: a. een afhaalpunt ten behoeve van internethandel; b. detailhandel die zowel bedrijfseconomisch als ruimtelijk ondergeschikt is aan de toegelaten bedrijfsuitoefening en daarop nauw aansluit; c. brand- of explosiegevaarlijke detailhandel; of d. volumineuze detailhandel indien deze in winkelgebieden uit een oogpunt van hinder, veiligheid of verkeersaantrekkende werking niet inpasbaar is.
Als het totaal winkelvloeroppervlak meer dan 1500 m2 bedraagt, geldt dat: i. dit aantoonbaar niet leidt tot ruimtelijk relevante leegstand in bestaande winkelgebieden; en ii. de regionale adviescommissie detailhandel hierover een advies heeft uitgebracht. 2. Een ruimtelijk plan maakt ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied geen nieuwe detailhandelsbedrijven mogelijk. 3. Onverminderd het tweede lid, maakt een ruimtelijk plan geen nieuwe solitaire detailhandelsbedrijven mogelijk, tenzij wordt gemotiveerd dat dit niet leidt tot ruimtelijk relevante leegstand van bestaande winkelgebieden. https://www.noordholland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Projecten/Omgevingswet/Omgevingsverordening/D ocumenten/Omgevingsverordening_NH2020.pdf