7. Bijlage Redengevende omschrijving monument Eikstraat 3, Mariaschool
Tekst van het document
REDENGEVENDE OMSCHRIJVING EIKSTRAAT 3, MARIASCHOOL Inleiding In het begin van de twintigste eeuw waren er in Hoorn twee Rooms-katholieke lagere scholen. Er was een jongensschool aan het Achterom en een meisjesschool aan de Ramen gevestigd. De meisjesschool werd echter rond 1930 ondeugdelijk, onhygiënisch en dus ontoereikend bevonden. Omdat het door de economische crisis niet mogelijk was om in een keer een geheel nieuw gebouw neer te zetten werd besloten de school aan de Ramen te handhaven en een tweede vestiging, de Mariaschool, te bouwen aan de Draafsingel (tegenwoordig de Eikstraat). De Eikstraat liep in die tijd nog niet verder dan de Kruitmolenstraat, waardoor de Mariaschool in het weiland stond. Er waren nog nauwelijks huizen gebouwd. In de jaren dertig verkocht de gemeente verschillende gronden aan bouwondernemers en particulieren voor de bouw van woningen. De Mariaschool werd ontworpen door architect Sjoerd Wopke Langius (Hoorn, 1898-1957) op verzoek van de parochie en gemeente. Andere ontwerpen van Langius zijn onder andere: het RK missieopleidingsinstituut ‘Mill Hill’, aan de Blauwe Berg. De bouw vond plaats volgens de na in 1925 ingetreden meer gematigde en zakelijke variant van de Amsterdamse School als één van de richtingen van het Expressionisme. Typerend voor scholen in die tijd zijn de grote raampartijen.
De Nederlands Hervormde kerk naast de school werd in 1933-1934 opgetrokken in dezelfde bouwstijl als de school. De nieuwe vestiging kreeg vier lokalen, een gymzaal en een naailokaal. De bouwvergunning van B&W uit 1932 bevatte ook de voorwaarde dat er wel twee wc's in moesten komen. "Twee doorspoelbare privaten met aansluiting op het gemeenteriool". Op 12 september 1932 werd de Mariaschool in gebruik genomen. Op 5 april 1933 werd er een gedenksteen in de voorgevel geplaatst met daarop de tekst: ‘Mij heeft geplaatst de Hoogeerwaarde heer Pastoor J.P. Huibers Deken van Hoorn 5-4-1933’. Het vrijstaande oostelijk gelegen bouwdeel dateert uit 1953 en is opgetrokken in dezelfde stijl. Op de originele bouwtekening is zichtbaar dat de uitbreiding van 1953 al gepland was in 1933.
Gevelsteen uit 1933
Van 1 november 1942 tot 28 november 1944, tijdens WO II, werd de Mariaschool gevorderd door de Duitsers waardoor er noodgedwongen op andere locaties in Hoorn lesgegeven werd. Na de Tweede Wereldoorlog werd de locatie aan de Ramen onhoudbaar waardoor werd besloten aan het pand in de Eikstraat in 1953 de eerder genoemde aanbouw te realiseren. Redengevende omschrijving De school bestaat uit drie delen, tot stand gekomen in verschillende tijden. De westelijk gelegen gymzaal en het centraal gelegen deel (hoofdvolume) dateren uit 1932 en het oostelijk gelegen deel uit 1953. Het hoofdvolume ligt evenwijdig aan de Eikstraat en de gymzaal ligt dwars op de Eikstraat. Het lagere zadeldak van de hoofdvleugel ligt gericht op het midden van het hogere zadeldak van de gymzaal. Het oostelijk gelegen deel uit 1953 ligt eveneens evenwijdig aan de Eikstraat. Voor de school ligt het schoolplein, dat wordt afgesloten door een gemetselde erfafscheiding bestaande uit kolommen die zijn afgedekt met een natuurstenen dekplaat, een lager gemetseld tussendeel en een ijzeren stang tussen de kolommen.
Het hoofdvolume Het hoofdvolume heeft een laag met kap met doorlopende bakgoot op klossen en is voorzien van een gesloten zadeldak, gedekt met Romaanse pannen. Het pand is opgetrokken in bruin metselwerk in staand metselverband met een licht verdiepte voeg. De voorgevel van het hoofdgebouw is geleed in drie delen. In het meest westelijke deel bevinden zich vier grote 12-ruitsvensters, die elk een klaslokaal aanduiden. Zowel het kozijn- als raamwerk is niet meer in het oorspronkelijke profiel van de Amsterdamse School. Oostelijk hiervan bevindt zich een kubusvormige vooruitspringend geveldeel waarin de entree is gelegen. Dit deel bestaat uit twee verdiepingen onder plat dak, dat is ingestoken in het zadeldak. Het platte dak van de hoofdingang is afgezet met een zwartkleurige tegelband. Op de begane grond bevindt zich een portiek met daarin dubbele toegangsdeuren. Het zijn oorspronkelijke houten deuren, die geverfd zijn. Elke deur is voorzien van vier vierkante ruitjes, met daarnaast, aan de scharnierzijden, een voor de Amsterdamse School typerende rib of staaf, met paraboolvorm als dwarsdoorsnede. De deuren zijn voorzien van boven en zijlichten. De portiek wordt aan weerszijde geflankeerd door een rond gemetseld muurwerk, dat de vloer draagt van het (in de Amsterdamse Schoolstijl spaarzaam toegepaste materiaal) beton voor het kubusvormige bouwdeel erboven.
De zichtbare iets vooruitstekende voorzijde van de vloer is voorzien van de steenhouwers-kathedraalslag. De vloer dekt meteen de portiek af. De rond gemetselde delen vormen het enige plastische gevelonderdeel dat zo kenmerkend is voor Amsterdamse School. Dit metselwerk is geaccentueerd door koppen- ofwel patijtsverband, eveneens met verdiepte voeg. De verdieping boven de ingang, wordt grotendeels ingenomen door een eenzelfde 12-ruitsvenster als de klaslokalen. Tussen dit venster en tegelband is een iets risalerende band van verticaal gestelde stenen in halfsteens verband. Rechts van de hoofdingang bevindt zich nog een oorspronkelijk kruisvenster in de Amsterdamse School stijl. De rechterzijgevel bevat op de begane grond ook twee originele kruisvensters. Daartussen bevindt zich een laag drielingvenster met elk een stalen roede. De twee montants zijn van baksteen. Recht daarboven, op de verdieping, bevind zich een eenzelfde, maar hoger venster. De top van de gevel eindigt in een vlechtingmetselverband. Elke top van het gebouw heeft dit sierverband. De achtergevel is aanzienlijk gewijzigd wegens aan- en verbouw. Aan de oostzijde bevindt zich een topgevel met zadeldak, die ingestoken is ruim onder de noklijn van de hoofdvleugel. De raampartijen zijn niet meer oorspronkelijk.
In het dakvlak van de hoofdvleugel zijn nog wel twee oorspronkelijke horizontaal georiënteerde kapellen, waarbij de westelijke dakkapel nog origineel is met een 12-ruitsvenster. De vensters in de oostelijke dakkapel zijn gewijzigd. Tevens is in het dak een nooduitgang op de latere aanbouw aangebracht
Entree van de Mariaschool
westelijk deel van het hoofdvolume
De gymnastiekzaal De gymnastiekzaal is gelegen aan de westzijde van het hoofdvolume en heeft een verhoogde bouwlaag met kap met bakgoot en is voorzien van een gesloten zadeldak, gedekt met Romaanse pannen. Het pand is opgetrokken in bruin metselwerk in staand metselverband met een licht verdiepte voeg. De voorgevel bevat een dubbele deur voorzien van bovenlicht. De deur is gelijk aan die van de hoofdingang. Aan weerskanten van de deur bevinden zich twee smalle staande vensters met elk twee ramen, gescheiden door een middendorpel. In de top is een hoog drielingvenster, tevens gescheiden door een middendorpel, voorzien van glazen bouwstenen. Zowel de zuidelijke als de noordelijke kopgevel eindigt in een vlechtingpatroon.
De rechter zijgevel bevat twee smalle staande vensters gescheiden door een middendorpel. Het onderste deel van de ramen is dichtgezet. Daarnaast bevindt zich een deurkozijn met dubbele deuren, met een dichtgezet bovenlicht. De linker zijgevel is samengesteld uit zes traveeën, elk gescheiden door een pilaster. In de bovenhelft van elk travee is, onder de daklijst, een liggend venster geplaatst met zesruits roedeverdeling. Ook hier zijn weer de voor de Amsterdamse School bekende zware, forse houtmaten toegepast. De achtergevel heeft in de top ook een vlechtingbeëindiging. In het topdeel van de gevel is een drielingvenster dichtgezet (gemetseld).
Buitengevels van de gymnastiekzaal
Interieur In interieur zijn niet veel stijlkenmerken meer aanwezig en zijn er aanpassingen gedaan aan de oorspronkelijke structuur. Het interieur van het hoofdvolume bestaat uit een centrale hal met trappenhuis naar boven diverse doorgangen naar andere ruimten en een gang die toegang geeft tot de lokalen. Achter de hoofdingang bevindt zich een tochtportaal met twee oorspronkelijke klapdeuren met bovenlicht richting de hal. In het portaal en de gang vinden we nog een tegellambrisering in gebroken wit, afgedekt met zwarte tegels, voorzien van een bies van meerkleurige smalle tegeltjes in pasteltinten. Richting de gang naar de lokalen bevindt zich nog een beeltenis van Maria met daaronder een klein altaar met de tekst AVE MARIA. In de hal bevinden zich meerdere spaarbogen met gemetselde consoles. Het trappenhuis naar de verdieping is nog origineel met trapbalusters en leuningen in Amsterdamse Schoolstijl. De lambrisering loopt door tot de hal op de verdieping.
Hal richting noordgevel
Trappenhuis
Detail van de lambrisering
Beeltenis Maria
Trappenhuis naar verdieping
Console in de gymnastiekzaal
De gang loopt in westelijke richting en geeft toegang naar de lokalen. De lokalen aan de zuidzijde zijn oorspronkelijk, de lokalen aan de noordzijde zijn gelegen in de latere uitbouw. In de gang zijn nog verschillende oorspronkelijke elementen, zoals de tegellambrisering en diverse spaarbogen met gemetselde consoles. De lokalen aan de voorzijde hebben deels nog de originele kastenwanden, echter de bijbehorende deuren zijn verdwenen. De gymnastiekzaal heeft geen interieurwaarden meer met uitzondering van de houten balklagen die worden ondersteund door consoles. Op diverse plekken in de school zijn de originele paneeldeuren nog aanwezig, die bijdragen aan de monumentale waarden van de school.
De aanbouw aan de achtergevel heeft geen monumentale waarden en is daarom van ondergeschikt belang. Hoewel het oostelijke deel uit 1953 tegelijk is ontworpen met het deel uit 1933, zijn er in de jaren ‘ 50 duidelijk andere keuzen gemaakt ten aanzien van uitvoering en materiaal, waardoor er dit deel onvoldoende monumentale waarden heeft om aanwijzing te verantwoorden. Het oostelijk gelegen deel uit 1953 is dan ook van ondergeschikt belang. Waardering De Mariaschool aan Eikstraat 3, met bijbehorend schoolplein en erfafscheiding is van algemeen belang. De school heeft architectuurhistorische waarden als voorbeeld van de zakelijke variant van de Amsterdamse School als één van de richtingen van het Expressionisme. Daarnaast heeft de school cultuurhistorische waarden als kenmerkend bewaard voorbeeld van een lagere school, voorzien van de typerende grote raampartijen, uit de eerste kwart van de twintigste eeuw, evenals als karakteristiek werk uit het oeuvre de Hoornse architect Sjoerd Wopke Langius. De school heeft ensemblewaarde met de naastgelegen kerk en de woningen aan de Eikstraat, die in dezelfde bouwstijl opgetrokken zijn. Typerend voor deze periode, zijn kerk en school onlosmakelijk verbonden met de nieuw te bouwen wijk. Tot slot heeft de school een hoge stedenbouwkundige waarde.
De bouw van de straat begon op dit perceel, zodoende kan de school gezien worden als het uitgangspunt voor de invulling van de rest van de straat. De school draagt in hoge mate bij aan het beeld van de Eikstraat. Met zijn terug gelegen rooilijn en daarvoor gelegen schoolplein zorgt het gebouw voor lucht en ruimte in de straat. Het samenspel tussen de bouwvolumes van de school, de kerk en de woningen dragen in belangrijke mate bij aan het straatbeeld. Tot de bescherming behoren de zaken zoals hierboven beschreven in de omschrijving van de school. De aanbouw aan de achtergevel en het oostelijk gelegen deel uit 1953 zijn van ondergeschikt belang en daarom uitgesloten van bescherming.