CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

3e beantwoording technische vragen Jaarstukken 2025 en Kadernota 2026

Gemeenteraad 23 juni 2026, gemeente HoornBij agendapunt: Kadernota 2026 (Portefeuillehouder Assendelft)5.727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

3e Beantwoording vragen Jaarstukken 2025 en Kadernota 2026 Technische vragen De volgende technische vragen zijn beantwoord. De blauwe antwoorden zijn nieuwe antwoorden. De andere antwoorden (wit) zijn op 12 en 18 juni al aan u verstrekt. De resterende antwoorden (grijs) proberen we nog voor de raadsvergadering te beantwoorden. Er volgt vandaag geen aanvullende schriftelijke reactie op nagekomen raadsinstrumenten. Jaarstukken 2025 Technische vragen Hoorn Centraal 1. Weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen bedraagt 1,2 en valt binnen de vastgestelde bandbreedte. Welke risico's hebben momenteel de grootste impact op deze ratio en hoe gevoelig is deze voor tegenvallers? Antwoord: De risico's zijn opgenomen in tabel 89 van de jaarstukken. Hierbij is per risico de maximale financiële impact opgenomen. U kunt de tabel vinden op pagina 170. Naast de financiële impact staan ook de beheersmaatregelen per risico opgenomen. Het weerstandsvermogen blijft een momentopname. De risico’s zijn toegenomen t.o.v. het jaar 2024. 2. Doorgeschoven werkzaamheden. In de Jaarstukken wordt ruim € 5 miljoen doorgeschoven naar 2026. Welke projecten of werkzaamheden hebben de grootste invloed op dit bedrag en wat zijn de oorzaken van de vertraging? Antwoord: De voorgestelde resultaatbestemmingen zijn opgenomen in tabel 3 op pagina 7 van de jaarstukken.

Op pagina 8 tot en met 17 kunt u de toelichtingen lezen op elke voorgestelde resultaatbestemming. 3. Uitvoeringskracht. Ziet het college een patroon in het doorschuiven van budgetten naar volgende jaren en zegt dit iets over de uitvoeringscapaciteit van de organisatie? Antwoord: In Hoorn zijn spelregels voor het doorschuiven/overhevelen van budgetten en hier wordt op getoetst. Zie ook de reactie van het college op de aanbevelingen van de accountant. Per overheveling is bij de jaarstukken een toelichting gegeven. De belangrijkste redenen bij het doorschuiven van budgetten betrof late ontvangst middelen vanuit het Rijk (bijvoorbeeld decembercirculaire), vertraging bij aanbestedingen, regio-afspraken, en Rijksregelingen met een doorloop in 2026. Aandachtspunt blijft om uitvoeringscapaciteit en planning op elkaar aan te sluiten en daar blijft de organisatie zich voor inzetten. 4. Jeugdzorg. De jeugdzorg laat opnieuw een financieel nadeel zien. Wat is de verwachting voor de komende jaren en welke mogelijkheden heeft de gemeente nog om deze kostenontwikkeling te beïnvloeden? Antwoord: De verwachting is dat de kosten van jeugdzorg de komende jaren, in lijn met de landelijke trend, onder druk blijven staan.

Factoren die hierbij een rol spelen zijn onder meer de aanhoudende vraag naar jeugdhulp, de toenemende complexiteit van ondersteuningsvragen en de relatief hoge kosten van specialistische zorg. De Hervormingsagenda Jeugd biedt gemeenten verschillende mogelijkheden om de kostenontwikkeling te beïnvloeden. Daarbij kan worden gedacht aan het versterken van preventie en vroegsignalering, een passende toegang tot jeugdhulp, een scherpere afbakening 1

van specialistische jeugdzorg en het versterken van ondersteuning in het lokale voorveld. Ook biedt de agenda aanknopingspunten om te sturen op kwaliteit, resultaten en doelmatigheid van de geboden ondersteuning. De mogelijkheden om invloed uit te oefenen liggen zowel lokaal als regionaal. Lokaal kan de gemeente via beleid, de verordening en de inrichting van de toegang sturen op de inzet van jeugdhulp. Daarnaast werken gemeenten regionaal samen bij de inkoop en contractering van specialistische jeugdhulp. Hoewel er mogelijkheden zijn om de kostenontwikkeling te beïnvloeden, blijkt uit de huidige financiële ontwikkeling dat deze nog niet leiden tot een daling van de totale uitgaven aan jeugdzorg. De inzet is er daarom op gericht de groei van de uitgaven af te remmen en de zorg doelmatiger te organiseren. Een daadwerkelijke daling van de totale uitgaven is op dit moment nog niet zichtbaar. 5. Informatiewaarde van programma's. De accountant geeft aan dat de informatiewaarde van de programma's verbeterd kan worden. Wat mist de raad volgens het college momenteel om goed te kunnen sturen en controleren? Antwoord: In de basis geeft de accountant aan dat de leesbaarheid van de programmaverantwoording voldoende is voor de raad om haar controlerende taak uit te oefenen. Wat volgens de accountant beter kan, is de scherpte van de informatie.

In de huidige programma’s wordt vooral goed zichtbaar gemaakt welke activiteiten zijn uitgevoerd. Minder scherp is soms of daarmee ook het achterliggende doel en de beoogde maatschappelijke effecten zijn bereikt. Bij de uitwerking van het coalitie-uitvoeringsprogramma (CUP) en bij het opstellen van de begroting 2027 nemen wij de aanbevelingen mee. 6. Projectbeheersing. De accountant noemt de beheersing van grote projecten als aandachtspunt. Welke concrete verbeteringen worden hiervoor doorgevoerd en wanneer merkt de raad daarvan resultaat? Antwoord: Zie ook de brief met de reactie van het college op de aanbevelingen van de accountant. In de sturing en beheersing van grote projecten zijn afgelopen jaar al stappen gezet om eenduidiger te werken en verantwoording af te leggen. Bij grote projecten is bijvoorbeeld de standaardafspraak om af te sluiten en de raad daarover te informeren. Zie bijvoorbeeld de raadsbrieven over de evaluatie en projectafsluiting IKEC en verbouwing stadhuis. Ook vindt afstemming plaats over de te leveren capaciteit in relatie tot de reguliere taken van de gemeente. Verder wordt gewerkt aan een eenduidigere projectrapportage die ook ondersteund wordt door informatie uit het financieel systeem. In de projectenaanpak zijn ook duidelijke momenten opgenomen over de voortgangsrapportages en goede overdrachten naar volgende projectfasen. 7. Westfries Museum.

de accountant noemt de beheersing van grote projecten als aandachtspunt. Welke lessen zijn specifiek getrokken uit het Westfries Museum en hoe worden die toegepast op toekomstige projecten? Antwoord: Zie het bovenstaande antwoord. De aanbevelingen worden toegepast in het project Westfries Museum en fundering herstel. Het project zelf zit nog vol in de uitvoering en is om die reden nog niet geëvalueerd. Via raadsbrieven wordt tussentijds gerapporteerd over de (financiële) voortgang van het project. Technische vragen Fractie Partij voor de Dieren

2

8. 1. Positief resultaat, maar structureel tekort In de Jaarstukken wordt over 2025 een positief resultaat Pagina 80, tabel 37, punt 2. Hoeveel van de beplanting die de gemeente doet wordt gedaan met pesticide-vrije (ofwel biologische) planten/zaden? Antwoord: Alle kruiden- en zaadmengsels die de gemeente toepast in bermen zijn pesticidevrij. Voor bomen, heesters, vaste planten en bloembollen geldt dat deze voornamelijk worden ingekocht via leveranciers met het PlanetProof-keurmerk. Daarnaast werken wij met zeven leveranciers die PlanetProof- en/of SKAL-gecertificeerd zijn. SKAL-gecertificeerde (volledig biologische) producten worden beperkt afgenomen, omdat het aanbod kleiner is en de kosten hoger liggen. Hierdoor is de inkoop van bloembollen, bomen, heesters en vaste planten niet volledig chemievrij, maar de toegepaste zaadmengsels zijn dat wel. 9. Pagina 81, tabel 32, punt 6. Er wordt hier gerefereerd aan een 'onsteningstool', wat is deze tool en op welke manier is deze te raadplegen? Antwoord: Deze tool brengt in kaart waar zinloze verharding aanwezig is en waar kansen liggen om te vergroenen. Gemeente Hoorn kan hiermee locaties identificeren waar tegels kunnen worden verwijderd ten gunste van groen. De tool is een oplossing voor het opsporen van dit soort vergroeningskansen. 10. Pagina 130, tabel 65, punt 2.

Er staat hier dat het "niet bekend" is wat voor de herijking van het project Goed ouder worden in de wijk is gedaan. Waarom is dit niet bekend? Antwoord: 11. Pagina 174, tabel 92. Wat is de stand van zaken rondom het besluit KN25_Versneld vergroenen versteende locaties? Antwoord: Binnen het kader van besluit KN25 – Versneld vergroenen versteende locaties zijn momenteel twee grote locatie volledig vergroend. Op het Visserseiland is circa 300 m² en in de Klokketuin circa 430 m² verharding verwijderd en vervangen door groen. Bij beide projecten is gewerkt met vaste beplanting, waarmee een duurzame en biodiversiteitsbevorderende inrichting is gerealiseerd. Voor 2026 staan nog de volgende locaties gepland voor uitvoering:  Weel  Han Hoekstrahof  Vijzelmolen  Westerdijk  Opgang (optioneel) Voor de bepaling van de kosten kan gebruik worden gemaakt van onderstaande richtprijzen voor het vergroenen van versteende locaties. De werkelijke kosten zijn afhankelijk van de omvang van de werkzaamheden, de inrichting en de mate waarin bestaande verharding moet worden verwijderd. Maatregel, Indicatieprijs per m² Tegels verwijderen (alleen), €8 – €15 Gazon aanleggen, €10 – €20 Eenvoudige beplanting (heesters, bodembedekkers), €15 – €30 Borders met vaste planten, €20 – €60 12. En wat is de stand van zaken van besluit BG26_Amendement bomenfonds? Antwoord:

3

De uitvoering van besluit BG26_Amendement Bomenfonds om 100 extra bomen aan te kopen en te planten is momenteel in voorbereiding. Er wordt onderzocht welke locaties geschikt zijn voor de inzet van middelen uit het bomenfonds. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar mogelijkheden voor extra boomaanplant, maar wordt dit integraal benaderd in samenhang met andere opgaven in de openbare ruimte. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is de vergroening van speelplekken. Er wordt onderzocht waar de combinatie van spelen, vergroenen en het planten van bomen kan bijdragen aan een aantrekkelijkere, klimaatbestendige en groenere leefomgeving. 13. Pagina 220, tabel 107. In de tabel zijn van de 52 verwerkte Woo-verzoeken maar 49 opgenomen, onder welke categorie vallen de 3 verwerkte Woo-verzoeken die nu kwijt lijken te zijn? Antwoord: De tabel op pagina 220 geeft aan hoeveel Woo-verzoeken er binnen de termijn zijn beantwoord, dat zijn er 49. Drie van de 52 Woo-verzoeken zijn niet binnen de termijn beantwoord. Er is hier dus geen sprake van een categorie. Andere opmerking: Klopt het dat pagina 160 in principe leeg is? Antwoord: Ja, dit klopt. Het betreft een tussenpagina, waarna alle verplichte paragrafen worden weergegeven. Technische vragen Hoorn Lokaal 14. Op bladzijde 78 staat dat er 2 voetbalvelden aan de Middelweg zijn vervangen.

Welke voetbalvelden zijn dat precies? Antwoord: Per abuis staat dat de overige sportvelden zijn gerenoveerd. Dit geldt niet voor het B-veld op sportpark Middelweg. Er is 1 veld gerenoveerd, zijnde het C-veld. Renovatie van het B-veld is eerst uitgesteld vanwege de discussie m.b.t. sportpark Julianapark. En later vanwege de toekomstvisie voor sportpark Middelweg, zoals beschreven in de Sportparkennota 2035 Hoorn. 15. Op bladzijde 80 staat dat er een kwalitatief onderzoek is gedaan naar het groen in de openbare ruimte. Heeft u daarbij groenvakken in verschillende wijken onderzocht? Gaat u alle groenvakken in de gemeente in kaart brengen? En is dat haalbaar met de huidige capaciteit? Antwoord: Er is een nulmeting uitgevoerd naar de kwaliteit van alle groenvakken binnen de gemeente. Dit onderzoek is extern uitgezet, zodat een objectief en volledig beeld is verkregen van de huidige kwaliteit van de plantvakken. Op basis van deze nulmeting wordt een vervangingsplan opgesteld. In 2026 worden de werkzaamheden gedekt binnen het investeringsplafond openbare ruimte. Hierdoor kunnen de groenvakken die niet meer voldoen stapsgewijs worden aangepakt. Om de kwaliteit van de plantvakken ook in de toekomst goed te kunnen monitoren, is het voornemen om dit onderzoek eens per drie jaar te herhalen.

Op die manier houden we een actueel beeld van de kwaliteit en ontwikkeling van de plantvakken, vergelijkbaar met de systematiek die we hanteren voor het beheer en de monitoring van bomen. 16. Op bladzijde 80 staat dat er in 2025 vier keer een KOR-schouw is gedaan om het onderhoud te controleren. Wordt zo’n schouw door de hele gemeente uitgevoerd? Gebeurt dit elk jaar? U geeft aan dat er over het algemeen wordt voldaan aan onderhoudsniveau B. Zijn er ook onderdelen die onder dit niveau scoren? Antwoord:

4

Ieder jaar wordt een KOR-schouw uitgevoerd om het onderhoudsniveau van de openbare ruimte te monitoren. Deze schouw vindt vier keer per jaar plaats en wordt steekproefsgewijs uitgevoerd verspreid over de gemeente. Op basis van deze metingen wordt het gemiddelde onderhoudsniveau bepaald. Uit de schouwen blijkt dat het gemiddelde onderhoudsniveau voldoet aan niveau B. Tegelijkertijd zijn er ook onderdelen of locaties die tijdelijk onder dit niveau scoren. Hier sturen wij actief op vanuit ons beheer en onderhoud.

Kadernota 2026 Technische vragen Hart van Hoorn 1. Is het volgens het college technisch mogelijk om het zebrapad nabij De Strip te verplaatsen in plaats van het elektriciteitshuisje? Antwoord: Technisch is het waarschijnlijk mogelijk een andere looproute en zebrapad te realiseren. Het is echter onduidelijk naar welke locatie het zebrapad zou moeten worden verplaatst, of die locatie verkeersveiliger is en welke technische uitdagingen en oplossingen daarbij komen kijken. Daarnaast zijn voor een dergelijke wijziging niet alleen een nieuw zebrapad nodig, maar ook aanpassingen aan de aangrenzende looproutes, evenals herstelwerkzaamheden aan de bestaande infrastructuur. De huidige voetgangersoversteekplaats ligt op de meest logische looproute voor voetgangers. Belangrijke voorzieningen, zoals de Cruyff Court, Socrates, het winkelcentrum en De Kreek, bevinden zich aan de zuidzijde van het kruispunt Lagehoek – De Strip – Meetketting. Wanneer uitsluitend op deze locatie de voetgangersoversteek anders wordt ingericht dan op de rest van De Strip, ontstaat een afwijkende verkeerssituatie. Dit kan juist leiden tot meer onduidelijkheid voor weggebruikers, waardoor het risico op conflicten en verkeersongevallen toeneemt. 2.

Welke kosten zijn gemoeid met het verplaatsen van het zebrapad en hoe verhouden deze zich tot de geraamde kosten van circa €80.000 voor het verplaatsen van het elektriciteitshuisje? Antwoord: Deze vraag kan op dit moment niet worden beantwoord, omdat onvoldoende inzicht is in de omvang en complexiteit van de werkzaamheden die nodig zijn om het betreffende zebrapad te verplaatsen. Om een betrouwbare beoordeling te kunnen maken, moet eerst duidelijk zijn naar welke locatie de oversteekplaats zou worden verplaatst en welke infrastructurele aanpassingen daarvoor noodzakelijk zijn. 3. Heeft het college de variant waarbij het zebrapad wordt verplaatst onderzocht? Zo ja, waarom is niet voor deze oplossing gekozen? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Nee, de huidige looproute is de kortste en meest logische looproute tussen woningen en voorzieningen in de wijk. 4. Hoe beoordeelt het college een investering van circa €80.000 in relatie tot andere urgente maatschappelijke opgaven binnen de gemeente, zoals zorg, leefbaarheid en verkeersveiligheid op andere locaties? Antwoord: Deze vraag is niet technisch te beantwoorden en is bestemd voor het politieke debat.

5

5. Is het college bereid het huidige besluit te heroverwegen en eerst een goedkoper alternatief, zoals het verplaatsen van het zebrapad, nader uit te werken en aan de raad voor te leggen? Antwoord: Deze vraag is niet technisch te beantwoorden en is bestemd voor het politiek debat. 6. Op basis van welke onderdelen van het museum of de huidige bezoekerservaring is deze Michelinster toegekend? Antwoord: Michelin heeft geen specifieke uiteenzetting gestuurd waarom wij de Michelin-ster krijgen, alleen een algemeen relaas. De negen criteria waarlangs ze de toeristische bezienswaardigheden meten staan hier: https://www.lannoo.com/nl-nl/uitgeverij-lannoo/de-toeristische-sterren-van-de-michelin-reisgids. 7. Heeft de gemeente, het museum of een andere betrokken partij informatie aangeleverd aan Michelin ten behoeve van deze beoordeling? Antwoord: Nee. Michelin is in 2024 spontaan gekomen met de beoordeling. En is 2026 weer. We waren opnieuw aangenaam verrast. 8. Zijn er kosten gemaakt door de gemeente of het museum die direct of indirect verband houden met deze Michelinbeoordeling? Antwoord: Er zijn geen kosten gemaakt door de gemeente die verband houden met de Michelinbeoordeling. 9.

Kan het college uitleggen waarom het gerechtvaardigd is in deze tijd van grote tekorten er nog miljoenen euro's aan aanvullende extra's te investeren (los van de restauratie van de panden) noodzakelijk zijn, terwijl het Westfries Museum tijdens een meerjarige sluiting opnieuw wordt onderscheiden als een bezienswaardigheid die volgens Michelin nu al een ster waard is? Antwoord: Deze vraag is geen technische vraag, maar bestemd voor het politieke debat. Daarbij zijn waardering en gezonde financieringsmix twee verschillende dingen. 10. Welke subsidies zijn tot op heden er van de Westfriese gemeente ontvangen voor de restauratie van het "regionale" Westfriese Museum? Antwoord: Provincie Noord-Holland heeft subsidie verstrekt op duurzaamheid en restauraties respectievelijk, € 300.000 en € 780.000. Verder hebben we voor de restauraties nog geen regionale subsidie ontvangen, ook niet van andere gemeenten. 11. Wat kost het de gemeente maandelijks voor het opslaan van de kunstcollectie? Antwoord: De extra opslag ten behoeve van de renovatie kost afgerond € 8.800 per maand. Tijdens de renovatie staat alle collectie in het depot. 12. In de raadsbrief van 21 mei staat "Bovendien moet een deel van de subsidie die voor het opknappen en verduurzamen van het Achterom is bestemd, terugbetaald worden" bij variant 2.

Kunnen wij daarvan de stukken inzien waar dat staat en om welk bedrag het gaat? Antwoord: Er is een DUMAVA-subsidie verleend van € 157.000 specifiek bestemd voor het opknappen en verduurzamen van de panden aan het Achterom. Als deze werkzaamheden niet worden uitgevoerd, vervalt deze subsidie.

6

13. Wat is op dit moment het actuele financiële beeld van de tekorten die zijn ontstaan door de geconstateerde gebreken. Antwoord:

Technische vragen Hoorn Centraal 14. Positief resultaat, maar structureel tekort In de Jaarstukken wordt over 2025 een positief resultaat van € 4,5 miljoen gemeld, terwijl in de Kadernota het meerjarig tekort oploopt richting € 7,5 miljoen. Hoe moeten we deze twee ontwikkelingen met elkaar rijmen en hoe structureel is het positieve resultaat van 2025 eigenlijk? Antwoord: Het positieve resultaat van 2025 is incidenteel. Verschillen tussen begroting en uiteindelijke realisatie blijven aanwezig. Vaak door incidentele factoren. Daarbij is het belangrijk onderscheid te maken tussen factoren waarop de gemeente beperkt invloed heeft en factoren die vooral binnen de eigen organisatie beïnvloedbaar zijn. Het Rijk/provincies keren vaak pas laat rijksmiddelen en subsidies uit. Marktomstandigheden, prijsontwikkelingen, procedures, participatie en beschikbaarheid van uitvoeringscapaciteit zijn factoren die beperkt beïnvloedbaar zijn. Factoren waar wel invloed op is betreft beter faseren van projecten over meerdere jaren en betere aansluiting tussen beleid, uitvoering en financiën. 15. Structurele houdbaarheid. Welke structurele oorzaken liggen ten grondslag aan het oplopende tekort en welk deel daarvan kan de gemeente zelf beïnvloeden? Antwoord: Het tekort wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door kortingen vanuit het Rijk op het gemeentefonds en de tekorten bij de Jeugdzorg.

Dit leidt tot het zogenaamde ravijn bij gemeenten. In Hoorn vanaf 2028 zichtbaar. Afgelopen Kadernota’s, Begrotingen en informatiesessies is hier veel over toegelicht. Hoorn en gemeente lobbyen naar het Rijk voor eerlijke en realistische budgetten. In de kadernota gaat hoofdstuk 2 in op eerlijke indexaties en doorverdeling daarvan naar derden. Maar ook eigen beleids(ambities) maken onderdeel uit van het tekort. Op dit laatste heeft de gemeenteraad zelf invloed. 16. Eerlijke indexatie. In de Kadernota wordt aandacht besteed aan indexaties. In hoeverre worden maatschappelijke organisaties, subsidies en contractpartijen daadwerkelijk gecompenseerd voor loon- en prijsstijgingen, en waar ontstaan verschillen tussen gemeentelijke indexatie en de werkelijke kostenontwikkeling? Antwoord: In hoofdstuk 2 is op hoofdlijnen uitleg gegeven op de verschillen tussen ontvangen indexatie van het Rijk en de doorbelasting hiervan naar derden. Het inzichtelijk maken van het daadwerkelijke verschil vraagt meer tijd. Zie ook de reactie in het hoofdstuk op de motie eerlijke indexatie maatschappelijke instellingen. We weten welke partijen compensatie ontvangen en conform welke (inkoop) kaders. Op hoofdlijnen: maatschappelijke organisaties krijgen subsidie op basis van de afgesproken prestaties en de ruimte in de budgetten.

De budgetten voor deze subsidies worden geïndexeerd met een vast percentage prijsverandering bruto binnenlands product (pBBP) en loonvoet overheid in de verhouding 80% pBBP en 20% loonvoet overheid. Een aantal subsidies wordt geïndexeerd met het indexcijfer van de overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA), omdat deze subsidies verstrekt worden in het kader van Jeugdzorg en WMO. 17. Risico van achterblijvende indexatie. Welke risico's ziet het college wanneer indexaties structureel achterblijven bij de feitelijke loon- en prijsontwikkelingen? Antwoord:

7

Indien de compensatie vanuit het Rijk achterblijft bij de stijging van de loon- en prijsontwikkelingen die de gemeente wel moet betalen, wordt het structurele tekort in de begroting groter. Een structureel tekort, vraagt om structurele beheersmaatregelen. 18. Beheersmaatregelen. Welke maatregelen uit het programma Hoorn Financieel Gezond leveren inmiddels aantoonbaar resultaat op en welke maatregelen vragen nog extra aandacht? Antwoord: In 2026 is 91% van de voorgenomen maatregelen gerealiseerd, waarmee deze maatregelen aantoonbare resultaten hebben opgeleverd. Een volledig overzicht hiervan is opgenomen in bijlage 2 van de Kadernota 2026. 19. Realisatie van besparingen worden de geraamde besparingen daadwerkelijk gerealiseerd of zijn er maatregelen waarbij de opbrengsten achterblijven ten opzichte van eerdere verwachtingen? Antwoord: Een toelichting op de maatregelen nog in uitvoering is opgenomen in hoofdstuk 4 van de Kadernota 2026. 20. Overdracht aan nieuwe raad De Kadernota wordt omschreven als een beleidsarme overdrachtskadernota. Welke financiële ontwikkelingen of risico's verdienen volgens het college de meeste aandacht van de nieuwe raad en het nieuwe college in de komende bestuursperiode? Antwoord: De ontwikkelingen en risico’s zijn opgenomen in respectievelijk de Kadernota en Jaarstukken.

De vraag welke de meeste aandacht verdienen is geen technische vraag, maar bestemd voor het politieke debat. Technische vragen EénHoorn Op blz. 20 staat een dekking vanuit het bomenfonds voor de inrichting van de openbare ruimte van het stadhuis. We stellen u hierover de volgende vragen ter verduidelijking. 21. Wat zijn de kaders van het bomenfonds? Antwoord: De gemeenteraad heeft een bomennorm van 1,3 boom per woning vastgesteld. Het bomenfonds is een instrument om die ambitie mogelijk te maken wanneer volledige realisatie binnen een ontwikkeling niet haalbaar is. Kaders van het bomenfonds zijn:  Bij woningbouwontwikkelingen geldt de norm van 1,3 boom per toe te voegen woning.  Ontwikkelaars zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor het realiseren van deze bomen binnen het projectgebied.  Wanneer volledige realisatie binnen het projectgebied niet mogelijk is, kan financiële compensatie plaatsvinden via het Bomenfonds.  Financiële compensatie wordt vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen gemeente en ontwikkelaar.  De middelen uit het Bomenfonds worden volgens vastgestelde spelregels ingezet voor de aanleg van nieuwe bomen en het versterken van het bomenbestand binnen de gemeente Hoorn. 22.

Hoe wordt er vastgesteld of de compensatie beplanting gelijk of beter is aan de gekapte bomen? Antwoord: Bij de beoordeling van compensatiebeplanting kijkt de gemeente niet uitsluitend naar het aantal aan te planten bomen, ook de kwaliteit van de compensatie wordt meegewogen.

8

     

Daarbij wordt onder meer gekeken naar: geschiktheid van de gekozen boomsoorten; kwaliteit en omvang van de groeiplaats; de verwachte levensduur en ontwikkelmogelijkheden van de bomen; de bijdrage aan de groenstructuur; de bijdrage aan biodiversiteit en klimaatadaptatie; de locatie van de compensatie binnen de gemeente. Het uitgangspunt is dat compensatie duurzaam bijdraagt aan het behoud en de versterking van het bomenbestand en de kwaliteit van de openbare ruimte.

23. Hoe wordt de financiële compensatie berekend die nodig is na de kap van een boom en hoe wordt de waarde van een boom bepaalt? Antwoord: Voor het Bomenfonds wordt gewerkt met een door de gemeenteraad vastgesteld compensatiebedrag van € 1.250,- per boom. Dit bedrag is bedoeld om de kosten van aanschaf, aanplant en nazorg van nieuwe bomen te dekken. Binnen het Bomenfonds wordt momenteel geen afzonderlijke waardebepaling per boom toegepast. 24. Hoe wordt rekening gehouden met het verschil tussen jonge aanplant en volwassen bomen qua ecosysteemdiensten? Antwoord: Het college onderkent dat jonge bomen niet direct dezelfde functies vervullen als volwassen bomen. Volwassen bomen leveren doorgaans meer schaduw, waterberging, verkoeling en bijdragen aan biodiversiteit. Daarom wordt bij nieuwe aanplant ingezet op duurzame groeiplaatsen en goed beheer, zodat bomen zich gezond kunnen ontwikkelen en op termijn dezelfde functies kunnen vervullen als volwassen bomen. Hiermee wordt beoogd dat nieuw aangeplante bomen op termijn dezelfde functies kunnen vervullen als volwassen bomen, hierbij geldt ook de juiste boom op de juiste plek. 25. Hoe wordt de klimaat bestendigheid van de nieuwe aanplant beoordeeld? Antwoord: Bij de selectie van boomsoorten en nieuwe plantlocaties wordt rekening gehouden met de verwachte gevolgen van klimaatverandering.

Daarbij wordt onder andere gekeken naar:  droogtetolerantie van boomsoorten;  bestendigheid tegen hitte, extreem weer en winterhardheid;  gevoeligheid voor ziekten en plagen;  geschiktheid voor de lokale bodem- en wateromstandigheden;  mogelijkheden voor waterberging en infiltratie;  Winterhardheid. Daarnaast streeft de gemeente naar voldoende variatie in boomsoorten om de kwetsbaarheid van het bomenbestand te beperken en biodiversiteit te bevorderen.

26. Is er een overzicht beschikbaar van de mutatie binnen het bomenfonds, zo ja waar is deze te vinden? Antwoord: De financiële mutaties van het Bomenfonds worden verwerkt in de gemeentelijke administratie. De gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd via de reguliere bestuurlijke rapportages. Verder wordt gerapporteerd via een jaarlijkse raadsinformatiebrief over de bomenbalans. Deze documenten zijn openbaar beschikbaar via het raadsinformatiesysteem van de gemeente Hoorn.

9

Het eerste project dat vanuit het Bomenfonds is gefinancierd, is recent afgerond. In het najaar worden nieuwe bomen geplant. Na uitvoering van deze werkzaamheden wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang en de besteding van de middelen uit het Bomenfonds. 27. Hoe wordt gecontroleerd dat de compensatieverplichtingen daadwerkelijk worden nagekomen, indien van toepassing? Antwoord: Afspraken over compensatie worden vastgelegd in overeenkomsten tussen de gemeente en ontwikkelaars. De gemeente ziet erop toe dat gemaakte afspraken worden uitgevoerd. Daarbij wordt onder andere gecontroleerd of:  op basis van het beplantingsplan voldoende bomen worden gerealiseerd in het betreffende gebied;  de afgesproken bomen daadwerkelijk worden aangeplant;  de aanplant voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen;  overeengekomen financiële bijdragen worden voldaan. Als afspraken niet worden nagekomen, beschikt de gemeente over de mogelijkheden die voortvloeien uit de gemaakte overeenkomsten en de geldende wet- en regelgeving. 28. Hoeveel bomen zijn sinds de oprichting van het fonds gekapt, gecompenseerd of in leven gebleven? Antwoord: Dit verschilt per project. Voor elk project geldt dat gekapte bomen binnen het project één-op-één moeten worden vervangen. Deze compensatie staat los van de geldende bomennorm van 1,3 boom per woning.

Op dit moment zijn er nog geen bomen gecompenseerd, omdat de aanplant van de vervangende bomen in het najaar zal plaatsvinden. Daarom kunnen er momenteel nog geen totale aantallen worden gegeven van gecompenseerde bomen sinds de oprichting van het fonds. 29. Op welke wijze wordt de effectiviteit van het fonds periodiek geëvalueerd? Antwoord: Nu de eerste storting in het Bomenfonds heeft plaatsgevonden, kan een eerste evaluatie van de werking en effectiviteit van het fonds worden uitgevoerd. Deze evaluatie wordt gekoppeld aan de bomenbalans in 2027. Daarbij wordt beoordeeld in hoeverre het fonds bijdraagt aan de doelstellingen waarvoor het is ingesteld en of aanpassingen wenselijk zijn. 30. In de kadernota lezen wij dat de parkeerbelasting annex tarieven met 2,5 procent worden geïndexeerd. Onze vraag is of de kosten van het aanpassen van bijvoorbeeld de parkeerautomaten, parkeerapp, ambtelijke inzet en alle overige kosten die hiermee gepaard gaan opwegen tegen de extra inkomsten die dit op zou leveren. Kort gezegd, heeft de indexering het gewenste effect en hoe ziet deze er financieel uit? Antwoord: Het laten stijgen van de parkeertarieven met 2,5% heeft als doel om de begrootte kosten die relateren aan de parkeertarieven door te berekenen in het tarief. De voorgestelde stijging levert ongeveer € 150.000 aan parkeerinkomsten op.

De kosten die samenhangen met het aanpassen van de tarieven zijn beperkt. Deze bestaan voornamelijk uit de interne uren die nodig zijn voor het doorvoeren van de wijzigingen in de verschillende systemen en de communicatie hierover. Voor een aantal externe partijen en systemen is het aanpassen van tarieven onderdeel van de bestaande overeenkomsten, waardoor hiervoor geen aanvullende kosten in rekening worden gebracht. Daarnaast stijgen de kosten voor beheerskosten van parkeergarages, het personeel, de scanauto, etc. Met het restant worden kosten van het product parkeren afgedekt.

10

Technische vragen Hoorn Lokaal 32. Op bladzijde 32 staat dat de weg Poortwachter wordt vervangen. Wanneer zijn de andere ‘Wachters’-wegen aan de beurt voor vervanging? Antwoord: De Torenwachter wordt aansluitend op de Poortwachter aangepakt. In 2027. In 2028 wordt een deel van de Nachtwachter vervangen. I.v.m. de rioolwerkzaamheden in deze buurt doen we niet gehele Nachtwachter in één keer. De Sluiswachter staat gepland voor groot onderhoud in 2028. Afhankelijk van het op te stellen uitvoeringsplan voor GOW30 wegen en de bijbehorende beschikbare middelen wordt de Sluiswachter vervangen i.p.v. groot onderhoud. De Brandwachter wordt als laatste gedaan. Waarschijnlijk rond 2030/ 2031. Technische vragen SP 33. Onder ‘Elektriciteitshuis De Strip’, pagina 15, staat dat het elektriciteitshuisje bij De Strip moet worden verplaatst, omdat de verkeerssituatie onveilig is. Klopt het dat dit ongeveer € 80.000 kost? Waar zijn deze kosten op gebaseerd? Antwoord: De door Liander geraamde kosten van circa € 80.000 bestaan onder andere uit de voorbereiding en engineering, civiele werkzaamheden, het verplaatsen van het elektriciteitsstation, het verleggen en aansluiten van kabels, benodigde vergunningen en projectkosten. Met name de werkzaamheden aan het elektriciteitsnet en de kabelinfrastructuur vormen een substantieel deel van de totale kosten.

34. Onder ‘Verduurzaming zwembaden en ijsbaan’, pagina 18, staat over kunstijsbaan De Westfries: “Alle scenario’s houden schaatsen betaalbaar.” Wat bedoelt het college precies met ‘betaalbaar’? Betekent dit dat de prijs van een kaartje gelijk of lager blijft dan de huidige prijs? Kunt u deze term concreet maken? Antwoord:

35. Onder ‘Verduurzaming zwembaden en ijsbaan’, pagina 18, staat beschreven dat er drie scenario’s zijn voor de toekomst van kunstijsbaan De Westfries, inclusief een voorkeursscenario. Waar kan de raad deze scenario’s vinden? En kan het college daarbij ook de kosten, gevolgen voor de jaarlijkse kosten om de ijsbaan open en draaiend te houden, gevolgen voor de kaartprijs en gevolgen voor de gemeentelijke bijdrage delen? Antwoord:

36. Onder ‘Openbare verlichting op donkere plekken’, pagina 17, staat dat 14 kilometer fietspad niet of slecht verlicht is. In 2027 wordt 5 kilometer aangepakt. Welke fietspaden betreft dit? Waarom is gekozen voor deze 5 kilometer? Antwoord:

37. Betreffende ‘Openbare verlichting op donkere plekken’, pagina 17. Waarom wordt in 2027 niet meteen alle 14 kilometer fietspad goed verlicht? Komt dit door geld, techniek, personeel of iets anders? Graag toelichten. Wat zou het kosten en hoelang zou het duren om alle 14 kilometer aan te pakken? Antwoord:

11

38. In paragraaf ‘Openbare verlichting op donkere plekken’, pagina 17, staat dat de fietspadverlichting naar verwachting in Q4 2027 klaar is. Waar is deze planning op gebaseerd? Waarom kan dit niet eerder, bijvoorbeeld in Q4 2026? Antwoord:

39. Betreffende ‘Vernieuwing Westfries Museum’, de cofinanciering en het aan te passen krediet. De inkomsten en uitgaven worden beide verhoogd met € 1.503.500 vanwege cofinanciering. Zijn aan de ontwikkelingen die hieraan ten grondslag liggen, of aan de ontvangen cofinanciering, voorwaarden, aanvullende verplichtingen of financiële risico’s verbonden die later tot extra gemeentelijke (exploitatie)kosten kunnen leiden? Of wordt dit volledig gedekt uit de ontvangen cofinanciering? Antwoord: 40. Betreffende ‘Programmabudget Kansen voor de Kersenboogerd’, pagina 41. Van het jaarlijks budget gaat een flink deel naar onder meer personeel, onderzoek en communicatie. Kan het college toelichten welk deel van het jaarlijks budget inwoners daadwerkelijk zelf kunnen beïnvloeden of besteden, zoals aan bewonersinitiatieven, wijkactiviteiten, groen en openbare voorzieningen? En op welke manier krijgen bewoners zeggenschap over de inzet van dit budget? Antwoord:

41. In paragraaf ‘Bijdrage openbare ruimte sociale woningbouw’, pagina 16, staat dat de gemeente mogelijk meebetaalt aan de openbare ruimte, omdat sociale en middeldure woningen anders moeilijk te realiseren zijn. Welke harde afspraken maakt het college dan om betaalbaarheid van deze woningen te borgen? En hoe wordt gecontroleerd dat deze woningen dan betaalbaar blijven? Antwoord: In de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar maakt de gemeente harde afspraken over de betaalbare woningbouw. Deze betaalbare woningen moeten voldoen aan de eisen uit de doelgroepenverordening. Dit houdt bij sociale huur in dat de woning 25 jaar moet blijven voldoen aan de sociale huur regels. Bij betaalbare koop houdt dit in dat de woning 5 of 10 jaar bij verkoop eerste aangeboden moeten worden aan kopers met een in de verordening bepaald inkomen. Met behulp van kettingbedingen in het koopcontract houdt de gemeente controle op het naleven van de regels. 42. Onder ‘Zorg en veiligheid’, pagina 15, staat dat er nu geen geld in de begroting is opgenomen om deze taken te borgen. Ook staat bij Preventie met Gezag, pagina 16, dat Hoorn tijdelijk geld heeft ontvangen voor de aanpak van jeugdcriminaliteit, maar dat de ingezette projecten na drie jaar structureel moeten worden geborgd.

Hangt het structureel voortzetten van deze projecten straks vooral af van de vraag of ze aantoonbaar geld besparen in de zorg of veiligheid? Of beoordeelt het college ook of jongeren, gezinnen en kwetsbare inwoners deze ondersteuning nodig hebben om veilig, gezond en menswaardig te kunnen leven? Kan het college daarbij aangeven welke projecten het wil voortzetten en wat daarvoor jaarlijks nodig is? Antwoord:

43. Op pagina 25 wordt gesproken over innovatiekansen, als digitalisering en toepassing van AI. Welke concrete eisen of randvoorwaarden worden bij deze verkenning hiervan meegenomen voor medewerkers en dienstverlening? Gaat het daarbij ook om opleiding en begeleiding van medewerkers bij het werken met AI? Het beschermen van onze werknemers voor behoud van 12

hun banen in deze tijd van digitalisering en AI? En behoud van menselijk contact voor inwoners en fysieke bereikbaarheid van onze gemeente? Antwoord: Zoals beschreven in de kadernota en benoemd in het coalitieakkoord wordt een visie op AI opgesteld. Deze visie werkt de randvoorwaarden uit voor een nuttige en zorgvuldige toepassing van AI. De rol en belangen van de mens staan centraal, zodat AI mensgericht wordt ingezet en medewerkers kunnen meebewegen met de veranderingen. Daarbij blijven duurzame inzetbaarheid en het behoud van kennis en vakmanschap geborgd. Voortdurende aandacht voor een passend niveau van AI‑geletterdheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. Bij de inzet van AI in de dienstverlening houden we natuurlijk rekening met de belangen van onze burgers en blijft persoonlijk contact mogelijk.

44. Betreffende de genoemde innovatiekansen, als digitalisering en AI, op pagina 25. Is hierbij onderzocht of er risico’s zijn op afhankelijkheid van grote Amerikaanse ‘Big Tech’-bedrijven? Zo ja, kan het college aangeven welke risico’s zijn gezien en welke mogelijkheden zijn bekeken om dit te beperken, bijvoorbeeld met open standaarden, open source, lokale alternatieven of meer eigen regie over gemeentelijke data? Antwoord: We zijn ons ervan bewust dat bij de keuze van technologie rekening moet worden gehouden met het risico van afhankelijkheid. Bij de aanschaf van IT‑systemen werken we met inkoopvoorwaarden om hierover goede afspraken te maken. Daarbij kijken we ook naar open‑sourceontwikkelingen binnen de overheid. Ook met onze IT‑serviceprovider voeren we gesprekken over dit onderwerp. Recente ontwikkelingen laten zien dat deze risico’s zijn toegenomen. Dit onderwerp wordt daarom meegenomen in het versterken van onze digitale continuïteit en weerbaarheid. Hierbij volgen wij de ontwikkelingen rond de Nederlandse Digitaliseringsstrategie van het Rijk en de collectivisering via de VNG.

Nagekomen vragen Hart van Hoorn 45. Wanneer zijn de genoemde ontwikkelingen uit de kadernota financieel doorgerekend? Antwoord: De ontwikkelingen verschillen in concreetheid en omvang. We weten dat deze ontwikkelingen op ons afkomen, maar kunnen op dit moment alleen een financiële bandbreedte afgeven (die is gebaseerd op een grove inschatting). Op het moment dat een ontwikkeling meer concreet is, wordt deze meegenomen in een volgend p&c document.

46. En wanneer zijn de Nota Kapitaalgoederen en de beheerplannen gereed, inclusief het volledige gemeentelijk vastgoed? Antwoord:

47. Over het Westfries Museum. Er staat dat 1,5 miljoen euro aan cofinanciering wordt toegevoegd aan het investeringsbudget. Waarom wordt deze cofinanciering toegevoegd aan het investeringsbudget, en niet gebruikt om de gemeentelijke bijdrage of het financiële risico te verlagen? En verandert daarmee de hoogte van het krediet? Antwoord:

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=7e773b01-71c6-4a12-a6dd-f71d18939707