2. Bijlage Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen - extern
Tekst van het document
Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen Leeswijzer De gemeente Hoorn en de Woningmakers hebben samen de Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen opgesteld. De Woningmakers is een samenwerkingsverband tussen wooncorporaties, projectontwikkelaars, makelaars en de gemeente Hoorn met als doel het versnellen van woningbouwprojecten. In de handreiking staan uitgangspunten en ambities op het gebied van energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie. Marktpartijen hebben deze geëvalueerd en als haalbaar beschouwd. Bij het opstellen van de Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen is gebruikgemaakt van het bestaand beleid. Het gaat om onderstaande documenten. -
Programma Duurzame Stad, vastgesteld in december 2018
-
Routekaart Energieneutraal Hoorn in 2040, vastgesteld in september 2021
-
Transitievisie Warmte Hoorn, vastgesteld in juli 2019
-
Stresstest klimaatbestendig West-Friesland, vastgesteld in februari 2021, Basisveiligheidsniveau Klimaatbestendige Nieuwbouw 3.0 door MRA, vastgesteld in juni 2021
-
Handreiking duurzame (her)ontwikkeling, opgeleverd in 2020 door de Omgevingsdienst NoordHolland Noord, Duurzaam Bouwloket en Groot Ecobouw
-
Mobiliteitsvisie Hoorn 2030, vastgesteld in juli 2021
-
Geldende wet- en regelgeving
Indeling Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen De uitgangspunten zijn ingedeeld in de onderwerpen: - Energietransitie - Mobiliteit - Circulaire Economie en Materiaalgebruik - Klimaatadaptatie en Biodiversiteit Hierbij is elk onderwerp ingedeeld in de categorieën: - Context en aanleiding. - Aan welke wettelijke en/of aanvullende uitgangspunten het plan minimaal dient te voldoen. Hier staan enkel de wettelijke uitgangspunten die een relatie hebben met een ambitie. - Bovenwettelijke ambities.
Energietransitie Hoorn wil in 2030 een CO2-reductie behalen van 49% ten opzichte van het CO2-niveau in 1990. Doel is om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Om in 2040 energieneutraal te zijn zullen alle partijen alle zeilen bij moeten zetten. Op dit moment wordt 4% van de energievraag duurzaam gerealiseerd binnen Hoorn. Om de overige 96% van de energievraag duurzaam te realiseren vóór 2040 is een enorme versnelling nodig. Daarom wordt gewerkt aan het besparen van energie, projecten om duurzame energie op te wekken en aardgasvrije warmte. De optimale mix aan oplossingen maakt het mogelijk om extra druk op bestaande en nieuwe infrastructuren te beperken. De elektrische infrastructuur is er een die nu al onder druk staat en daarom zal de gemeente bij uitgifte van grond vooraf een capaciteitscheck doen bij Liander. De kaders voor de energietransitie zijn hieronder weergegeven. Uitgangspunten en wettelijke eisen - Alle nieuwe gebouwen moeten voldoen aan Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG123), zoals beschreven in de NTA 8800. (zie: https://www.rvo.nl/). - Ook worden de plannen getoetst op het risico op temperatuuroverschrijding in het gebouw (zie: https://www.rvo.nl/). - e hoeveelheid hernieuwbare energie (BENG3) bestaat uit: opbrengst van zonnepanelen, stadsverwarming, warmte- en koudeopslag. (NEN 7125, zie www.nenconnect.nl). - Warmtepompen kunnen geluid maken.
Hier zijn normen voor. De hoeveelheid geluid op de erfgrens mag in de nacht maximaal 40 dB zijn, en overdag 45 dB. Deze eisen gelden voor nieuwbouw en bestaande woningen. - Voor de toepassing van bodemenergie is vaak een vergunning nodig: o Een klein (<70 kW) gesloten systeem moet bij de gemeente worden gemeld via www.omgevingsloket.nl. o Voor een gesloten systeem groter dan 70 kW moet een vergunning worden aangevraagd bij de gemeente. o Voor een open systeem is een vergunning van de provincie nodig. Ambities - Wanneer mogelijk zal bij gronduitgifte zal de gemeente een hogere energie-ambitie vastleggen in de gemeentelijke bouwverordening. In de tabel hieronder staat de vast te leggen hogere ambitie (BENG+): BENG BENG+ BENG+ Meerlaags Grondgebonden Beng 1 (kWh/m2 .jr) Conform wettelijk grondslag Beng 2 (kWh/m2 .jr) Beng 3 (% DE) 80% 70% - BENG 1 blijkt maatwerk en niet voor elke woning hetzelfde. Door strengere eisen aan BENG 1 blijkt de patiowoning te worden uitgesloten. Voor vrijstaande en hoekwoningen is deze buitenproportioneel en voor meergezinswoning is de standaard eis BENG 2 te hoog. Daarom wordt bij voorkeur gekeken naar de totale CO2 prestatie. - De gemeente Hoorn is aardgasvrij in 2040. Om dat te bereiken werkt de gemeente Hoorn aan collectieve duurzame warmte met een warmtenet en worden kleinschalige (buurt)warmteinitiatieven ondersteund.
Binnen een bouwplan moet rekening gehouden worden met externe warmtelevering. Wanneer het woningbouwplan in de buurt ligt van potentiële uitbreidingslocaties van het warmtenet, dan moet de optie om aan te sluiten op het warmtenet in de ontwerpfase worden meegenomen. De keuze om aan te sluiten wordt gemaakt in de VO-fase (voorlopig ontwerp). De gemeente legt het contact met het betreffende initiatief voor verdere afstemming van o.a. de (reken)uitgangspunten (EOR). Programma Duurzame Stad zal ondersteunen bij het organiseren van een gesprek met de ontwikkelaar en de warmtenetpartner m.b.t. deze mogelijkheid. De ‘Woningmakers’ en HVC leggen hun planningen naast elkaar en bespreken waar kansen liggen om nieuwbouw aan te sluiten op het warmtenet.
-
-
-
-
In gebieden met veel initiatieven voor bodemenergie wil de gemeente voorkomen dat minder efficiënt gebruik gemaakt wordt van de ruimte om bodemenergie te winnen. In dit geval zal de gemeente bepalen of het aanwijzen van een interferentiegebied nodig of wenselijk is, Als er elektrisch verwarmd gaat worden met warmteoplossingen die een hoge piekvraag kennen (Infrarood-, weerstandverwarming en luchtwarmtepompen) dan betekent dit ook iets voor de vraag naar elektriciteit. De initiatiefnemer moet bij Liander navraag doen of de capaciteit voldoende is voor de aansluitingen in het gebied, Er wordt fysieke ruimte opgenomen in bestemmings- en/of stedenbouwkundig plan om duurzaam bouwen te stimuleren of te faciliteren. Bij de aanleg van een warmtenet wordt standaard een paragraaf ‘kabels en leidingen’ opgenomen in de plannen. Dit is nodig om ondergronds voldoende capaciteit te houden voor het elektriciteitsnetwerk. Alle nieuwbouwwoningen zijn geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen, indien mogelijk in combinatie met een groen dak. De gemeente Hoorn ondersteunt geen verwarmingsoplossingen op basis van het verbranden van biomassa.
Mobiliteit De gemeenteraad heeft in 2019 het besluit genomen om 'meer stad' te worden. Daarnaast wordt ingezet op een aantrekkelijke, economische, goed bereikbare, veilige en duurzame stad. De Mobiliteitsvisie geeft daar invulling aan. Deze visie is op 30 maart 2021 als meningsvormend raadsstuk besproken. De ambities daarvan zijn overgenomen. Uitgangspunten en wettelijke eisen Bij nieuwe utiliteitsgebouwen (gebouwen om in te werken zoals kantoren) en utiliteitsgebouwen die een ingrijpende renovatie ondergaan, en die meer dan 10 parkeervakken hebben, bestaat de ambitie om minimaal 1 oplaadpunt te realiseren. Daarnaast moeten voor 1 op de 5 parkeervakken (loze) leidingen voor oplaadpunten worden aangelegd. Als de kosten van het aanleggen van deze leidingen hoger zijn dan 7% van de totale renovatiekosten, geldt er een vrijstelling van deze verplichting. Ook bij nieuwe woningen en woningen die een ingrijpende renovatie krijgen en die meer dan 10 parkeervakken hebben, moeten leidingen voor oplaadpunten worden gerealiseerd. De verplichting geldt wanneer de parkeergelegenheid op hetzelfde terrein (bouwperceel) ligt. Als de kosten van het aanleggen van deze leidingen hoger zijn dan 7% van de totale kosten, geldt er een vrijstelling van deze verplichting (zie: EPBD III, 10 maart 2020).
Ambities - Een belangrijk aandachtspunt is de brandpreventie bij laadpalen, met name in ondergrondse parkeergarages. - Zorgen voor voldoende oplaadpunten voor elektrische fietsen. - Er wordt ingezet op een kwaliteitsverbetering voor lopen, fiets en het OV. In wijken worden stoepen breder en obstakels voorkomen. - In de nieuwe wijken staat comfort voor langzaam verkeer voorop, zo staat de fiets dichterbij geparkeerd dan de auto. Gebiedsontwikkelingsprojecten zijn een vliegwiel voor innovaties, bijvoorbeeld voor deelvervoer. Dit kunnen auto’s zijn, maar ook (elektrische) (bak)fietsen. - Er wordt prioriteit gelegd bij het reizen met een ander vervoermiddel dan de auto.
Circulaire Economie en Materiaalgebruik Landelijk is bepaald dat Nederland in 2050 circulair moet zijn. De gemeente Hoorn neemt deel aan het interbestuurlijke overleg Verkeer en Vervoer, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken (VVRE). Hier wordt gewerkt aan een gezamenlijke circulaire strategie en bijbehorende actieagenda. De strategie is in ontwikkeling en om die reden vooralsnog gebaseerd op het landelijk beleid.
Uitgangspunten en wettelijke eisen: - Bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning is het verplicht om een Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) in te vullen. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden gebruikt. - Per 1 juli 2021 zijn de eisen voor nieuwe woningen aangescherpt van 1,0 naar 0,8. De wettelijke eisen zullen stapsgewijs verder worden aangescherpt, waarbij de Rijksoverheid de norm in 2030 wil terugbrengen naar 0,5. Ambities: - Bij de materiaalkeuze en het gebouwontwerp gaan voor maximaal waarde behoud van grondstoffen. - Maatregelen waarmee de MPG kan worden verlaagd zijn het toepassen van biobased materialen, zoals hout, isolatie met grassen en het gebruik van hergebruikte of gerecyclede materialen, zoals beton, bakstenen, elektrische installaties en dergelijke. Onderhoudsvrije materialen kunnen hierin een rol spelen. - Er wordt gestreefd naar het realiseren van een MPG van € 0,7/m2 BVO. Minimaal 20% van het gebruikte materiaal is secundair of biobased. Of de ontwikkelaar laat zien waar hij specifiek aandacht besteedt aan circulair bouwen. - De milieubelasting van bouwmaterialen kan ook worden beperkt door compact te bouwen (beperk het aantal wanden, hoeken en materiaal-intensieve afwerkingen), flexibel te bouwen en het materiaalverlies te beperken.
De detaillering zodanig uitvoeren dat vervanging en hergebruik van gebouwonderdelen mogelijk is en de te verwijderen materialen herbruikbaar zijn. - Er wordt een materialenpaspoort opgesteld. Hierin worden ten minste de materialen die in een gebouw zitten en de kwaliteit en hoeveelheid van deze materialen vastgelegd. Het materialenpaspoort wordt binnen het project opgesteld door de gemeente, of een bureau dat in opdracht werkt van de gemeente, in samenspraak met ontwikkelaars en leveranciers. De kosten van het materialenpaspoort komen ten laste van het project.
Klimaatadaptatie en Biodiversiteit De stresstest klimaatbestendig Westfriesland maakt inzichtelijk waar effecten van klimaatverandering zijn op gebied van droogte, hitte, wateroverlast, bodemdaling en waterkwaliteit. Deze effecten leiden op termijn mogelijk tot grote negatieve gevolgen voor de leefbaarheid. Maatregelen zijn nodig om veilig en comfortabel te kunnen blijven wonen, werken en recreëren. Hoofdpunten van het vastgestelde Ambitieniveau (B) voor klimaat adaptief handelen zijn: - meegroeien met de klimaatverandering; - beschermingsniveau is vergelijkbaar met de situatie van nu; - we benutten klimaatadaptatie actief om waarde toe te voegen aan onze stedelijke leefomgeving. Uitgangspunten In strategie B wordt ingezet op een beschermingsniveau waarbij bij heftige regenbuien geen schade optreedt aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Ook zijn er afspraken gemaakt over hitte, droogte en wateroverlast. Per onderdeel worden de uitgangspunten benoemd: Hitte: -
-
Tenminste 40% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand (21 juni) voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer verplaatst en minimaal 30% schaduw op buurtniveau. Koele en schaduwrijke verblijfsplekken van minimaal 200m2 zijn op loopafstand (300 meter) aanwezig en openbaar toegankelijk. 50% van alle horizontale en verticale oppervlakten wordt warmte werend of verkoelend ingericht. De koeling van de gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs)ruimten in de directe omgeving. Vitale en kwetsbare functies en groenvoorzieningen in de openbare ruimte moeten bestand zijn tegen hitte.
Droogte:
-
De grondwaterpeilen in het plangebied en de omgeving en de zoetwaterbeschikbaarheid in de bodem zijn sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting in het plangebied. De inrichting van het plangebied is infiltratieneutraal bij uitbreidingslocaties en infiltratiepositief bij herontwikkeling. Bij het ontwerp en de inrichting wordt ingezet op drinkwaterbesparing, regenwaterbenutting en verbetering van de waterkwaliteit. Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte.
Wateroverlast: - In het plangebied treedt bij hevige neerslag (1/100 jaar, bij 70mm in een uur) geen schade op in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90mm in een uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar (hoofdwegen, drinkwater en energie). - Op privaat terrein wordt een groot deel van de neerslag (range 40-70 mm) van een hevige bui op het bebouwd deel van het privaat terrein zelf verwerkt (geïnfiltreerd, opgevangen en/of vertraagd afgevoerd) of in extra watervoorzieningen in of toegerekend aan het plangebied. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd af (niet extra naar riolering of watersysteem) en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar. De verwerking van de neerslag op het overige deel van het private terrein is de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar, zoals geregeld via de Waterwet. - De ontwikkeling gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden en hergebruikt in het plangebied. - In het gebied is natuurlijke en oppervlakkige afwatering zoveel mogelijk aanwezig. - Bij een waterdiepte van 20 cm op de rijbaan door extreme regen en/of overstromingen mag geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven wegen begaanbaar.
Ambities: - De tuinen, parkeerplaatsen en het gebied worden alleen wanneer noodzakelijk verhard. Het overige wordt groen ingericht. Hierdoor kan voldoende water worden afgevoerd en het is goed voor de biodiversiteit. Groenstructuren en verschillende soorten groen zijn van belang. Dit vermindert hittestress en draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Voor privé tuinen kunnen deze voorwaarden niet dwingend worden opgelegd, daar kan wel voorlichting worden gegeven. - In de plannen wordt 5% kavelgroen en 20% groen dak gerealiseerd. - Waar mogelijk wordt waterdoorlatende verharding toegepast. - Zorgen voor een voorziening voor het opvangen van regenwater voor later gebruik.