Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld
Tekst van het document
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 31
3.2.2
Barro en Bro
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van het de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De realisatie van een zonnepark past binnen de regels van het Barro en het Bro. Wel is de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling.
Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij ook een nieuwe "Laddersystematiek" wordt toegepast. Deze nieuwe regeling is opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen. De toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Hierna wordt beargumenteerd waarom de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 1.
2.
Er bestaat een behoefte om te komen tot een duurzame energievoorziening. Deze behoefte staat o.a. aangegeven in de Omgevingsvisie van de Provincie Drenthe en het beleid “Afwegingskader zonne-energie Hoogeveen” van de gemeente Hoogeveen. Zowel de provincie als de gemeente willen zich profileren als duurzame overheidsinstanties. Duurzame energieopwekking in de vorm van een zonnepark draagt bij aan deze behoefte en profilering. Binnen bestaand bebouwd gebied zijn geen locaties beschikbaar met een omvang van aaneensluitend ruim 26 hectare. Binnen de bebouwde kom is wel ruimte voor zonnepanelen op daken. Echter zijn de daken veelal in particulier eigendom waardoor de eventuele realisatie van zonnepanelen afhankelijk is van particulier
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 32
initiatief. De realisatie van zonnepanelen op daken is sterk afhankelijk van de wil van de particulier en draagt in beperkte mate bij aan de ambitieuze duurzaamheidsambitie. Niet iedereen heeft de mogelijkheid om op het eigen dak zelf in eigen duurzame elektriciteitsopwekking te voorzien. Er zijn diverse redenen waarom daken niet geschikt zijn en ook nog vele ogenschijnlijk geschikte daken toch niet geschikt blijken te zijn. Dit zijn bijvoorbeeld esthetische bezwaren, de aanwezigheid van rieten daken, constructie technisch bezwaren, te klein dakoppervlak, hinderlijke schaduw, en netwerkaansluiting-beperkingen. Om voldoende zonne-energie op te kunnen wekken om te kunnen voldoen aan de ambities die zijn verwoord in overheidsbeleid, zijn daartoe ook zonneparken noodzakelijk. Voor een economisch rendabel zonnepark dat substantieel bijdraagt aan de duurzaamheidsopgave is een grote oppervlakte nodig die effectief gebruikt kan worden. Een zonnepark met een dergelijke omvang is niet te realiseren op gronden binnen de kernen van de gemeente Hoogeveen. Er zijn geen gronden met een dergelijke omvang binnen de kernen beschikbaar, waarbij de realisatie ook financieel uitvoerbaar is. Over het algemeen is er reeds bebouwing aanwezig of is de betreffende grond gereserveerd voor andere functies, die niet zijn te combineren met een zonnepark.
Het plangebied betreft een aantal percelen, welke momenteel agrarisch in gebruik zijn. Het zonnepark is goed te bereiken via Meerboomweg-Zuid. Het zicht voor omwonenden op de zonnepanelen kan, door een goede landschappelijke inpassing, worden geminimaliseerd. Het zonnepark wordt aangelegd voor de duur van 25 jaar, en wordt planologisch mogelijk gemaakt middels een omgevingsvergunning. Aan het einde van de looptijd worden de percelen weer opgeleverd met de functie en bestemming zoals deze is verkregen, agrarisch. Benadrukt dient te worden dat het geldende bestemmingsplan met bijbehorende bestemmingen en aanduidingen niet wordt gewijzigd. Het zonnepark moet voornamelijk in de aanlegfase en in de ontmantelingsfase bereikt worden via de ontsluiting, en daarnaast alleen op heel beperkte schaal ten behoeve van het beheer. Het zonnepark kan op een veilige manier worden ontsloten via Meerboomweg-Zuid.
3.2.3
Energieakkoord voor duurzame groei
In het Energieakkoord voor duurzame groei is de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid. Het akkoord biedt een langetermijnperspectief met afspraken voor de korte en middellange termijn. Eén van de te realiseren doelen is een toename van hernieuwbare energieopwekking naar 14% in 2020. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Met de voorgenomen ontwikkeling wordt naar verwachting 18.000 MWh duurzame energie opgewekt, dit staat gelijk aan het verbruik van ruim 5.600 gemiddelde huishouden. Hiermee levert de voorgenomen ontwikkeling een forse bijdrage in de doelstelling van het Rijk om te komen tot een aandeel van 14% duurzaam opgewekte energie in 2020.
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 33
3.2.4
Rijk investeert in duurzame energie
De afgelopen jaren heeft de overheid diverse doelstellingen geformuleerd betreffende het opwekken van duurzame energie. Om deze doelstellingen te behalen worden initiatieven voor het opwekken van duurzame energie gesubsidieerd. Voor de realisatie van zonneparken kan SDE+ subsidie worden aangevraagd. Het Rijk heeft het budget voor de SDE+ van 2019 vastgesteld op 10 miljard euro. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De subsidieregeling vanuit het Rijk laat zien dat het Rijk dergelijke initiatieven voor het opwekken van duurzame energie stimuleert.
3.2.5
Conclusie Rijksbeleid
De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders benoemd in de SVIR, Barro, de Bro. Vanuit deze beleidsdocumenten en regelgeving zijn geen randvoorwaarden of uitgangspunten die rechtstreeks doorwerken op het voorgenomen plan. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan het behalen van de vastgelegde doelstellingen in het Energieakkoord voor duurzame groei.
3.3 Provinciaal beleid 3.3.1
Omgevingsvisie Drenthe
De provincie Drenthe heeft in haar Omgevingsvisie 2018 aangegeven ontwikkelingen te stimuleren die een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Deze kwaliteit zit voor de provincie in het zorgvuldig gebruikmaken van de ruimte, het behouden en waar mogelijk versterken van de kernkwaliteiten en het waarborgen van de kwaliteit van het milieu en de leefomgeving. De Provincie Drenthe streeft ernaar om in 2050 energieneutraal te zijn. Om dit te behalen moet Drenthe in 2030 40% van haar energie duurzaam opwekken, dit is naar schatting een productie van 20 Petajoule. Drenthe streeft naar een mix van energie uit wind, zon, biomassa en bodem-energie. Voor zonne-energie streeft de Provincie Drenthe ernaar om het geschikte dakoppervlak zo veel mogelijk te benutten. Voor grondgebonden opstellingen van zonnepanelen wordt de "Ja, Mits"-benadering toegepast. Een zonnepark moet aan een aantal voorwaarden voldoen welke in de volgende paragrafen worden beschreven. 1. Combinatie met andere functies en/of integrale meerwaarde op gebiedsniveau PowerField zoekt altijd naar een combinatie van functies bij een zonnepark. In dit geval is het plangebied gelegen in de nabijheid van gronden van het Drentse Landschap. De ligging en de natte grondslag hebben PowerField doen besluiten hier meervoudig ruimtegebruik te zoeken in de combinatie met natuurontwikkeling.
Het realiseren van zonnepark Hollandscheveld biedt verschillende kansen en meerwaarde voor versterking van de ecologische en landschappelijke waarden in het plangebied. Deze kansen zijn nader toegelicht in hoofdstuk 2.4.7 Zonnepark als ecologische meerwaarde. Voorliggend zonnepark is ook gelegen langs een hoofd infrastructuur A37, waardoor de langs de snelweg gelegen gronden worden benut voor de opwekking van zonne-energie.
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 34
2. Inpassing randen van het zonnepark De randen van zonnepark Hollandscheveld worden natuurlijk ingericht en spelen daarmee in op de omgeving. Aan de westzijde wordt, op verzoek van de bewoners, een groene bufferzone aangelegd. Daarnaast worden er houtsingels aangelegd, die een bijdrage leveren aan het terugbrengen van de historische verkavelingsstuctuur. 3. Tijdelijkheid van een zonnepark De Provincie Drenthe ziet de realisatie van zonneparken als tijdelijke installatie. Voor zonnepark Hollandscheveld wordt een omgevingsvergunning aangevraagd. Deze vergunning wordt verleend voor een periode van 25 jaar, hiermee is de tijdelijkheid van het zonnepark geborgd. Als de vergunning verloopt wordt het zonnepark verwijderd. 4. Participatie Bij het ontwikkeling van een zonnepark stelt de Provincie Drenthe de voorwaarde dat de initiatiefnemer in overleg én samen met de omwonenden een participatieplan opstelt. In dit geval heeft PowerField een uitgebreid omgevingsproces doorlopen en dit is samengevat in hoofdstuk 2.4.17 Participatie het gehele participatieplan is opgenomen in Bijlage 2 Participatieplan van deze vergunning. 5. Een balans tussen zonnepark en landschap Bij de realisatie van zonneparken wil de Provincie Drenthe een balans tussen het zonnepark en het landschap. Hierbij staat het behouden van de bestaande landschapstypen en haar kwaliteiten centraal.
Voor de realisatie van de zonnepark Hollandscheveld, is gekeken naar de kernkwaliteiten van de Drenthe: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Landschap Natuur Rust Cultuurhistorie Archeologie Aardkundige waarden
6. Kernkwaliteit – Landschap De provincie richt zich op het in stand houden en versterken van het landschap als economisch, ecologisch en cultureel kapitaal. Het projectgebied valt onder het landschapstype 'Landschap van de Veenkoloniën' (zie Figuur 15). Dit hoogveen-ontginningslandschap is het meest voorkomende landschapstype van Drenthe. Het landschapstype beslaat ongeveer een kwart van de provincie. Kenmerkend voor dit landschapstype is de strakke verkaveling met bebouwingslinten langs kanalen en monden en grote weidse ruimten met wijken. Elk ontginningslandschap heeft zijn eigen specifieke kenmerken waaruit de tijd en de manier van ontginning kan worden afgeleid. Het Hollandscheveld heeft een wat kleinschalig en meer besloten karakter met veel verspreid voorkomende bebouwing en bosstroken.
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 35
Figuur 15: Uitsnede kernkwaliteit landschap Provinciaal belang Van provinciaal belang zijn: de samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur; de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. Beleid Het provinciaal beleid is gericht op: behouden en versterken van de samenhang en de openheid met de wijken. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het Hollandscheveld heeft een wat kleinschalig en meer besloten karakter met veel verspreid voorkomende bebouwing en bosstroken. Er is met het Inrichtingsplan aangesloten op deze karaktereigenschappen. Het zonnepark volgt de karakteristieke opstrekkende verkaveling. Door houtsingels toe te voegen aan de randen van het zonnepark wordt het besloten karakter van het landschap versterkt. 7. Kernkwaliteit – Cultuurhistorie Het Drentse cultuurlandschap, met daarin het gebouwde erfgoed als ankerpunten, is sterk bepalend voor hoe wij onze leefomgeving ervaren. Het geeft er betekenis aan en is zo direct verbonden met het beeld van de Drentse identiteit. De leefomgeving, en dus ook het Drentse cultuurlandschap, ontwikkelt zich tegelijk voortdurend en verandert mee met de grote opgaven van deze tijd.
Provincie Drenthe zet cultuurhistorie integraal in als ontwikkelfactor bij de ruimtelijke, economische en maatschappelijke opgaven, zoals krimp en leefbaarheid, duurzame energie en vrijetijdseconomie. 8. Cultuurhistorische hoofdstructuur Het beleid ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota “Cultuurhistorisch
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 36
Kompas Drenthe”. Twee doelstellingen staan hierin centraal. Ten eerste wil de provincie de cultuurhistorie herkenbaar houden. Het provinciaal belang Cultuurhistorie is vastgelegd in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur. Ten tweede wil de provincie de ruimtelijke identiteit versterken. Dit doet de provincie door ruimtelijke ontwikkelingen te sturen vanuit samenhangende cultuurhistorische kwaliteiten, met respect en durf. Daarin is ruimte voor inspiratie en eigen afwegingen van provinciale partners. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur verbindt alle elementen, structuren en gebieden die in hun onderlinge samenhang van provinciaal belang worden geacht. Voor het bepalen welke onderdelen van provinciaal belang zijn de volgende criteria toegepast: De onderlinge, samenhangende relatie van elementen, structuren en gebieden; De bovenlokale betekenis van de elementen, structuren en gebieden; De mate waarin de elementen, structuren en gebieden nu ruimtelijk dominant zijn; De mate waarin zij karakteristiek zijn voor de provincie Drenthe en voor het deelgebied. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur is gebiedsgericht beschreven in 10 deelgebieden. Het veiligstellen van cultuurhistorische waarden en tegelijkertijd het bieden van ruimte voor ontwikkelingen, vraagt om een heldere wijze van sturing.
De provincie maakt onderscheid tussen drie sturingsniveaus: respecteren, voorwaarden stellen en eisen stellen. De locatie van het zonnepark is gelegen in het gedeelte 'respecteren'. Zie Figuur 16.
Figuur 16: Uitsnede kernkwaliteit cultuurhistorie, respecteren Het plangebied valt onder het sturingsniveau cultuurhistorie respecteren. Dit betekent dat bij ontwikkelingen de inzet ligt bij het waarborgen van de cultuurhistorische samenhang voor de toekomst. Initiatiefnemers hebben de verantwoordelijkheid om de cultuurhistorische hoofdstructuur als inspiratiebron te benutten voor ontwikkelingen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Op de voorgenomen ontwikkeling zijn de kernkwaliteiten landschap en cultuurhistorie van belang, deze kernkwaliteiten zijn in bovenstaande paragrafen uitgebreid omschreven. De
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 37
uitgangspunten van de kernkwaliteiten liggen aan de basis van het opgestelde Inrichtingsplan. Het gebied is altijd afwisselend open en besloten geweest door de bossen. Met het kiezen van de maatregelen om het zonnepark landschappelijk in te passen is hierop aangesloten. Het Inrichtingsplan maakt onderdeel uit van de vergunningaanvraag en voorziet daardoor in een planologische borging van deze ontwikkeling.
3.3.2
Omgevingsverordening Drenthe
Een instrument om te kunnen sturen op het in de Omgevingsvisie 2018 geformuleerde beleid is de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (POV). In de verordening staan voorschriften waaraan iedereen zich moet houden. In de POV is één artikel specifiek gewijd aan de ruimtelijke mogelijkheden voor zonne-energie. De tekst van het artikel luidt: Een ruimtelijk plan kan voorzien in de realisatie van zonne-akkers indien uit het desbetreffende ruimtelijk plan blijkt dat: a. b. c.
dit gebeurt op een wijze die passend is binnen het landschap, en; er sprake is van een combinatie met andere functies, en/of er sprake is van een meerwaarde voor andere provinciale doelen en belangen. geborgd is dat op de gebruikte locatie de installatie(s) na uit gebruik name worden verwijderd.
a. Zonnepark passend in het landschap De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een zonnepark van ruim 26 hectare in het veenontginningsgebied. Dit betreft een grootschalig landschap met agrarisch erven, waarin een dergelijk groot zonnepark landschappelijk passend is. De locatie is zorgvuldig gekozen, wat is toegelicht in paragraaf 2.4. Een zonnepark van deze omvang kan niet op een locatie tegen het dorp aan worden gelegd aangezien hiertoe geen gronden beschikbaar zijn. Door de ligging in het grootschalige landschap is het park passend te noemen. Daarnaast is er een inrichtingsplan opgesteld waarin wordt aangetoond dat het zonnepark een bijdrage levert aan de landschappelijke elementen in en rondom het plangebied. Dit plan is opgenomen in Bijlage 1 Inrichtingsplan van deze omgevingsvergunning. b. Zonnepark in combinatie met andere functies PowerField zoekt altijd naar een combinatie van functies bij een zonnepark. In dit geval is het plangebied gelegen in de nabijheid van gronden van het Drentse Landschap. De ligging en de natte grondslag hebben PowerField doen besluiten hier meervoudig ruimtegebruik te zoeken in de combinatie met natuurontwikkeling. Het realiseren van zonnepark Hollandscheveld biedt verschillende kansen en meerwaarde voor versterking van de ecologische en landschappelijke waarden in het plangebied.
Deze kansen zijn nader toegelicht in hoofdstuk 2.4.7 Zonnepark als ecologische meerwaarde. Voorliggend zonnepark is ook gelegen langs een hoofd infrastructuur A37, waardoor de langs de snelweg gelegen gronden worden benut voor de opwekking van zonne-energie. Daarnaast worden er in en rondom het park maatregelen getroffen die ten goede komen aan de ontwikkeling van natuur en biodiversiteit. c. Zonnepark wordt weer verwijderd Een belangrijke voorwaarde vanuit de Provincie is dat de zonneparken tijdelijk zijn én na de doorlooptijd weer worden verwijderd. In voorliggend geval wordt een omgevingsvergunning aangevraagd voor een periode van 25 jaar. In de omgevingsvergunning wordt opgenomen dat
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 38
wanneer het zonnepark niet meer wordt gebruik voor stroomopwekking, het zonnepark verwijdert dient te worden. De getroffen landschapsmaatregelen worden niet verwijderd, waardoor de ontwikkeling een blijvende bijdrage levert aan de natuur en landschapswaarden. De blijvende impuls bestaat uit de aanleg van de groensingel aan de noordzijde (snelweg), de natuurvriendelijke oevers en de singel in oost-west richting aan de zuidzijde van het zonnepark. Dit zijn elementen die passen in het landschap en daarom ook gehandhaafd blijven ná de exploitatietijd (25 jaar) van het zonnepark. De groensingel in noord-zuid richting aan de westzijde van het zonnepark fungeert puur en alleen voor landschappelijke inpassing voor de bewoners. Die singel zal dus weer verwijderd worden op het moment dat het zonnepark ontmanteld wordt.
3.3.3
Conclusie provinciaal beleid
De ontwikkeling van een zonnepark past binnen het beleid en de landschappelijke kernkwaliteiten van de provincie Drenthe en geeft invulling aan de duurzaamheidsopgave. Daarmee wordt gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het provinciale beleid.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1
Toekomstvisie Hoogeveen 2000-2030
In de toekomstvisie van de gemeente Hoogeveen 'Hoogeveen en haar ambities'worden vijf terreinen behandeld: sociaal, economie, omgeving, veilig en bestuur. Voor deze ontwikkeling is voornamelijk het thema Omgeving van belang. Met betrekking tot de visie op het landschap is het volgende aangegeven: Hoogeveen wil de kwaliteiten en waarden van landschap, dorpen en stad benutten en versterken. Landschap is de drager van de ruimtelijke kwaliteit. We zien een uitdaging in het herstel van structuren en in duurzame transformatie en transitie. Er is blijvende aandacht voor natuur-en watersystemen. Het groen buiten en binnen de stad willen we koppelen. Zo verbeteren we de biodiversiteit en versterken we de beeldkwaliteit van de stad. Hoogeveen wil klimaatrobuust zijn om bestand te zijn tegen de klimaatveranderingen. Alle ruimtelijke ingrepen moeten hieraan bijdragen. Daarnaast hebben veel vormen van hernieuwbare energie gevolgen voor het landschap. Hoogeveen biedt ruimte aan deze nieuwe vormen en zorgt voor een zorgvuldige inpassing in het landschap. In vervolg op het afwegingskader voor zonne-energie stellen we een totale visie voor de boven- en ondergrond op. We gaan in ieder geval geen ruimte bieden aan de opslag van CO2 en nucleair afval en staan de winning van schaliegas niet toe.
De realisatie van het zonnepark Meerboom-Zuid Hollandscheveld draagt bij aan de energietransitie en wordt daarnaast zorgvuldig in het landschap ingepast. Daarvoor een een inrichtingsplan opgesteld. Het plan past daarmee binnen de kaders van de Toekomstvisie Hoogeveen.
3.4.2
Structuurvisie Hoogeveen 2.0
De fysieke Structuurvisie van de gemeente is vastgesteld in 2004. De actualisatie "Hoogeveen ruim gezien 2015-2030" is vastgesteld in 2012 en op onderdelen bijgesteld. Het resultaat betreft de Structuurvisie Hoogeveen 2.0 met de Structuurvisiekaart Hoogeveen 2015-2030. De visie geeft aan hoe Hoogeveen tot 2030 omgaat met thema's als wonen, voorzieningen, bedrijvigheid, bereikbaarheid, landschap en duurzaamheid. Duurzame kwaliteit is daarbij de rode draad. Duurzame energie
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 39
Hoogeveen streeft naar een ecologische, economische en sociale duurzaamheid. Een duurzame leefomgeving waarin de kwaliteit van leven voor inwoners en bedrijven nu en voor de toekomst geborgd is. Voor een leefbare en duurzame samenleving zijn energiebesparing, gebruik van duurzame energie, vermindering van de uitstoot van schadelijke stoffen en materiaalkeuze belangrijke uitgangspunten voor Hoogeveen. De leefomgeving moet de lange-termijnveranderingen in het klimaat en weersextremen zo veel mogelijk kunnen opvangen door vergroening en voldoende waterberging. Groen en water krijgen aandacht vanwege de rol bij een veranderend klimaat, maar ook om de biodiversiteit en aantrekkingskracht van Hoogeveen te vergroten. Het klimaatbeleid van 2010 stelt dat de gemeente Hoogeveen haar eigen organisatie in 2020 CO2- neutraal wil hebben ingericht. Daarnaast is de ambitie om het gehele grondgebied van Hoogeveen in 2040 CO2-neutraal ingericht te hebben inclusief de industrie. Het streven is naar een energiehuishouding die betrouwbaar en betaalbaar is, met een minimum aan uitstoot van broeikasgassen. Voor de realisatie hiervan zullen alle vormen van duurzame energie (grootschalig) ingezet moeten worden: zonne-energie, geothermie, warmte-koudeopslag, warmtenetten, biomassa, waterkracht en windenergie.
De verschuiving van fossiele brandstoffen naar een nieuwe, schone, betaalbare en betrouwbare energievoorziening gaat gepaard met een toenemend ruimtebeslag voor de opwekking van duurzame energie. Landschappelijk ligt er een opgave in het vinden van gebieden voor energieopwekking. Op diverse plekken liggen er kansen, mits stedenbouwkundig en landschappelijk goed ingepast. Zoekgebied woon-/werklocaties Het plangebied maakt deel uit van de deelgebied 12 'semi open zandgebied met agrarische functies'. Het landschap is voor de gemeente Hoogeveen een belangrijke drager van de ruimtelijke kwaliteit. Dit werd in 2004 al verwoord in de landschapsvisie. Deze visie is in 2012 geactualiseerd. In de nieuwe visie wordt gesteld dat er een zoekopgave ligt in het vinden van gebieden voor schaalvergroting in landbouw én energieopwekking. Er liggen kansen, mits stedenbouwkundig en landschappelijk goed ingepast. In Figuur 17 is een kaart opgenomen met de locatie van het zonnepark.
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 40
Figuur 17: Uitsnede structuurvisie kaart Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de structuurvisie wordt gesteld dat er een zoekopgave ligt in het vinden van gebieden voor nieuwe bospercelen ter versterking van het landschap én energieopwekking. Er liggen kansen, mits stedenbouwkundig en landschappelijk goed ingepast. Het zonnepark Hollandscheveld wordt landschappelijk ingepast, waarbij de landschappelijke kwaliteiten als basis van het ontwerp hebben gediend. Hoe het park landschappelijk is ingepast, is uitgebreid beschreven in hoofdstuk 2 én bijlage 1. Gesteld wordt dat het zonnepark landschappelijk goed is ingepast en daardoor aansluit bij de zoekopgave naar gebieden voor schaalvergroting in energieopwekking.
3.4.3
Afwegingskader zonne-energie Hoogeveen
In de gemeente Hoogeveen is het beleid ten aanzien van zonne-energie vastgelegd in het 'Energievisie. Afwegingskader zonne-energie Hoogeveen' (17 oktober 2017). Het Hoogeveense beleid voor zonneparken kenmerkt zich door een uitnodigend karakter. Dit betekent dat op voorhand geen locaties worden aangewezen en slechts enkele locaties worden uitgesloten. De gemeente maakt gebruik van de zonneladder. Om aan de gemeentelijke klimaatdoelstelling te kunnen voldoen dient in 2040 circa 6.000 Tj aan duurzame energie opgewekt te worden. Dit komt overeen met het huidige energieverbruik in de gemeente. Op één hectare kunnen circa 3.000 zonnepanelen worden geplaatst. Hiermee kan jaarlijks ongeveer 3,7 Tj duurzame energie mee werden opgewekt. Om Hoogeveen energieneutraal te krijgen met zonneparken is 1621 hectare aan zonnepark nodig. Dit komt overeen met circa 4.863.000 zonnepanelen. Dit is geen realistisch scenario. De gemeente zet daarom in op het opwekken van duurzame energie op daken (stap 1) en zoveel
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 41
mogelijk op andere plaatsen in het bebouwde gebied (stap 2). Met deze stappen is de gemeente al enkele jaren zeer intensief bezig, in de vorm van tal van projecten en regelingen gericht op het stimuleren van bedrijven, inwoners, organisaties en verengingen. Hoewel het aantal zonnepanelen op daken en binnen de bebouwde kom aanzienlijk is toegenomen de laatste jaren is stap 3 (buiten bebouwd gebied) ook nodig om energieneutraal te worden. De urgentie van de energietransitie is dermate hoog dat we op de bovengenoemde drie stappen van de zonneladder tegelijkertijd inzetten en dus geen afwachtende houding aannemen tot de capaciteit van stap 1 en 2 volledig zijn benut. Hieronder geven we een nadere toelichting op onze inspanningen met betrekking tot stap 1, 2 en 3. Stap 1: Op daken De gemeente Hoogeveen faciliteert eigenaren van zowel woningen als bedrijfsgebouwen zoveel mogelijk om zonnepanelen op daken aan te brengen. Op de gemeentelijke website is een zonnekaart voor alle daken binnen de gemeente te raadplegen. Hieruit blijkt of er voldoende zoninstraling op het dak aanwezig is voor zonnepanelen. Met een rekenmodule kan berekend worden wat de investering in zonnepanelen zal gaan opleveren. Er zijn verschillende campagnes voor huiseigenaren geweest, bijvoorbeeld “Zon zoekt Drent” om mensen bewust te maken van het voordeel van zonnepanelen.
De gemeente biedt hiervoor leningen aan om de aanschaf van zonnepanelen te kunnen financieren. De Hoogeveense bedrijven zijn uitgenodigd voor bijeenkomsten over het plaatsen van zonnepanelen. Diverse bedrijven hebben opdracht gegeven voor het plaatsen ervan. Na de bouwvakantie volgt een nieuwe bijeenkomst. Het aantal zonnepanelen op daken is in de afgelopen jaren behoorlijk toegenomen. In 2012 waren er nog slechts 1.000 zonnepanelen aanwezig, in 2017 waren dit al 15.000 geregistreerde zonnepanelen. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren nog flink gaat toenemen. Uit dit aantal blijkt wel dat er nog een lange weg te gaan is om hiermee een significante rol te spelen bij het behalen van de klimaatdoelstelling. Stap 2: Binnen bebouwd gebied Er wordt door de gemeente naar mogelijkheden gezocht om binnen het bebouwde gebied zonnepanelen te kunnen plaatsen. Voorbeeld hiervan is het overkappen van parkeerterreinen. Hiervoor zijn gesprekken gevoerd met ontwikkelaars. Stap 3: Buiten bebouwd gebied Uit de bovenstaande getallen blijkt dat het, vanwege de klimaatopgave, noodzakelijk is om ook zonne-energie op te wekken in het buitengebied. Hier kunnen significante hoeveelheden duurzame energie worden opgewekt. De gemeente zet daarom gelijktijdig in op het opwekken van zonne-energie op daken, binnen bebouwd gebied en buiten bebouwd gebied.
In feite komt de zonneladder grotendeels overeen met de Zonneladder van de provincie Drenthe. De verantwoording waarom gekozen is voor de locatie is in die paragraaf reeds beschreven. Daarom wordt hieronder kort ingegaan op de drie eerste treden maar uitgebreider op de 3e stap. Toetsing stap 1: De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een zonnepark met een grootte van ruim 26 hectare. Het is niet mogelijk een zonnepark van deze omvang te realiseren op daken. Om de energiedoelstellingen te behalen zijn dus meerdere initiatieven noodzakelijk; naast dat er zoveel mogelijk daken moeten worden vol gelegd, zal een gedeelte van de duurzame energievoorziening elders moeten plaatsvinden dan via daken. Toetsing stap 2: De gemeente zet het liefst in op onbenutte braakliggende terreinen zoals
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 42
bedrijventerreinen of woningbouwlocaties. Binnen bestaand bebouwd gebied zijn geen locaties beschikbaar met een dergelijke omvang, waarbij de realisatie ook financieel uitvoerbaar is. Toetsing stap 3: Het plan wordt geplaatst op stap 3, buiten de bebouwde kom. Bij de ontwikkeling van een zonnepark in het buitengebied, dient aandacht te worden besteed aan draagvlak uit de omgeving en inbedding in het landschap. Bovendien dient bepaald te worden of er een koppeling gelegd kan worden tussen de opwekking en de afname van de stroom. Naast de hiervoor genoemde voorwaarden wordt er op stap 3 onderscheid gemaakt in volgende ontwikkelingsvormen: gekoppeld aan een bedrijventerrein of grootschalige infrastructuur; gekoppeld aan de dorpen; vrij liggend in het buitengebied. Het Hollandscheveld betreft een zonnepark dat vrij is gelegen in het buitengebied en gekoppeld is aan grootschalige infrastructuur. Zonnepark vrijliggend in het buitengebied Er zijn mogelijkheden om een zonnepark vrij liggend in het landschap te realiseren. Elk zonnepark zal een verandering van het landschapsbeeld met zich meebrengen. Daarom wordt een maximummaat voor het totaal aan zonneparken in het landelijk gebied gehanteerd. Deze maat is afhankelijk van het landschapstype. In vrijwel alle gebieden wordt er vanuit gegaan dat maximaal 20% van de totale oppervlakte per landschapstype mag worden benut als zonnepark.
In deze optelling worden ook de eventuele zonneparken bij bedrijventerreinen en dorpen meegerekend. De locatie is gelegen in veen besloten, waarbij het bebouwingspercentage per deelgebied maximaal 20% is. De omvang van de beoogde locatie is minder dan 20% van het oppervlak van het deelgebied. Zie voor een indruk van het oppervlak de kaart in Figuur 18.
Figuur 18: ligging locatie in het landschapstype 'veen besloten'
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 43
De realisatie van een zonnepark wordt door de gemeente Hoogeveen gezien als een kans om het landschap een impuls te geven. In voorliggend geval wordt er op meerdere manieren een blijvende landschappelijke impuls gegeven. De blijvende impuls bestaat uit de aanleg van de groensingel aan de noordzijde (snelweg), de natuurvriendelijke oevers en de singel in oost-west richting aan de zuidzijde van het zonnepark. Dit zijn elementen die passen in het landschap en daarom ook gehandhaafd blijven ná de exploitatietijd (25 jaar) van het zonnepark. De groensingel in noord-zuid richting aan de westzijde van het zonnepark fungeert puur en alleen voor landschappelijke inpassing voor de bewoners. Die singel zal dus weer verwijderd worden op het moment dat het zonnepark ontmanteld wordt. Daarom geldt als randvoorwaarde voor de realisatie van een zonnepark in het landelijk gebied het volgende: Als een zonnepark vrij liggend in het landschap van Hoogeveen wordt gerealiseerd, moet er een blijvende landschappelijke impuls aan het gebied worden gegeven. Hoe dit vorm krijgt is in de vorige alinea beschreven. Daarnaast geldt als randvoorwaarde dat het zonnepark geen afbreuk doet aan aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden (zoals vastgelegd in de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart) en aan aanwezige natuurwaarden.
Voor de aanleg van een zonnepark vindt in elk geval geen grootschalige bomenkap plaats. De landschappelijke impuls is grotendeels afhankelijk van het landschapstype. In de gemeente wordt onderscheid gemaakt in veen-en zandgronden. In de structuurvisiekaart in Figuur 18 is te zien dat het plangebied gelegen is in het semi besloten veenlandschap. De veengronden zijn landbouwkundig gezien vaak minder waardevol. De realisatie van een zonnepark past daarom goed binnen dit landschapstype. De gemeente stelt dat binnen de kaders van de landschapspatronen mogelijkheden zijn om zonneparken te realiseren. Hierbij worden wel voorwaarden gesteld aan de inpassing. Maat en schaal Binnen de veengronden is het van belang dat de maat zich voegt naar het karakter van het landschap. Binnen het gebied kan verschil worden gemaakt tussen kleinschalige veenontginningen met een open karakter, kleinschalige veenontginningen met een besloten karakter en een grootschalige veenontginning met een open karakter. Vooral in de meer open gebieden liggen kansen om een zonnepark als geheel te ervaren en daarin patronen van het landschap te herkennen. In de meer besloten veengebieden is het belangrijk dat de maat van het zonnepark zich voegt naar het kleinschalige karakter van het landschap.
Voor het plangebied Hollandscheveld zal vanwege het semi-besloten karakter een balans moeten worden gevonden in de inrichting van het zonnepark zodat het karakter blijft bestaan. Een zonnepark in het veengebied moet minimaal 100 meter afstand houden van de ontginningsassen in het gebied. Het plangebied bevindt zich niet in de directe omgeving van een ontginningsas, er hoeft hier dan ook geen rekening mee gehouden te worden. Aanzicht en inpassing De veengronden hebben een overwegend open karakter. Zonneparken zullen daarom altijd zichtbaar zijn vanuit de omgeving. Het uitgangspunt is dat er vrij zicht over het veld gehouden moet worden, zodat de horizon gezien kan worden. Om dit te garanderen zijn er op veengronden alleen opstellingen toegestaan tot een hoogte van 1,8 meter, deze voorwaarde is dan ook van toepassing op voorliggend zonnepark. Onderstaande uitgangspunten zijn de basis geweest voor het opgestelde inrichtingsplan, zoals beknopt toegelicht in hoofdstuk twee en opgenomen in Bijlage 1.
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 44
Figuur 19: Eisen aan landschappelijke inpassing Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het afwegingskader zonne-energie Hoogeveen is wellicht het belangrijkste beleidsdocument. In deze paragraaf is een motivatie gegeven voor het plaatsen van het zonnepark op stap 3. Bij het inrichtingsplan is zo goed als mogelijk aangesloten bij de gestelde uitgangspunten: Opzet en inrichting: Het zonnepark heeft een rechthoekige opzet; Het zonnepark respecteert bestaande perceelgrenzen (en grotere watergangen); Door het zonnepark op afstand van doorgaande wegen te realiseren en landschappelijke inpassing laag te houden wordt het zicht op het landschap behouden; Ontsluiting vindt plaats via de Meerboomweg-Zuid; Door het zonnepark zo ver mogelijk van woningen te plaatsen wordt hinder voorkomen. Inpassing: Er is bestaande beplanting aanwezig langs de A37; De gekozen maatregelen (singels aan de oost- en westzijde en een haag aan de zuidzijde) zorgen ervoor dat het zonnepark aan het zicht wordt onttrokken. De maatregelen sluiten aan bij de karakteristieken van het aanwezige open landschap en verstoren dit niet. Vormgeving: Hekwerken zullen vrijwel niet zichtbaar zijn omdat zij aan de binnenzijde van de landschappelijke inpassing staan.
Hekwerken worden geplaatst in een groene kleur waardoor zij minder opvallen en komen op 10 cm van de grond, zodat zij voor klein wild te passeren zijn; Er worden zonnepanelen toegepast die een speciale coating hebben die niet schitteren. Daarnaast wordt schittering naar de omgeving voorkomen door de landschappelijke inpassing.
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 45
3.4.4
Aangepast afwegingskader Zonne-energie Hoogeveen
De afgelopen jaren heeft de opwekking van zonne-energie een enorme vlucht genomen in de gemeente Hoogeveen. Als reactie daarop is in 2017 het Afwegingskader zonne-energie Hoogeveen opgesteld. Op basis van dit afwegingskader zijn meerdere omgevingsvergunningen afgegeven. Gedurende dit proces is gebleken dat er onduidelijkheid is ontstaan over de term draagvlak, teven werd duidelijk dat de capaciteit op het elektra netwerk niet toereikend was. Tevens is het Rijks-en provinciale beleid omtrent zonne-energie aangepast. Op basis van de bovengenoemde ontwikkelingen heeft de gemeente Hoogeveen besloten om het afwegingskader zonne-energie op een aantal punten aan te passen. Ten tijde van het aanvragen van de vergunning van zonnepark Hollandscheveld, is het nieuwe beleid in concept klaar. Daarom wordt in deze paragraaf ingegaan op de aangepaste punten van het nieuwe beleid. De omgevingsvergunning ten behoeve van de realisatie van het zonnepark Hollandscheveld is aangevraagd voor de inwerkingtreding van het nieuwe beleid. Het plan dient dan ook getoetst te worden aan het oude beleid. Toch is getracht om met dit plan zo veel mogelijk rekening te houden met het nieuwe beleid. Maatschappelijke inpassing De realisatie van grootschalige zonneparken hebben ook invloed om de maatschappij. Daarom ligt in het aangepaste afwegingskader de nadruk op de maatschappelijke inpassing.
Waarbij een inspanningsverplichting is gesteld. Hiermee borgt de gemeente de maatschappelijke betrokkenheid. PowerField heeft voor zonnepark Hollandscheveld, veel aandacht en zorg besteed aan het opzetten van een omgevingsproces. Het gehele proces is vastgelegd in het participatieplan in Bijlage 2 Participatieplan van deze omgevingsvergunning. PowerField zet in op zowel proces als financiële participatie, dit om te komen tot een maatschappelijk inpasbaar plan. Op basis van het gevoerde omgevingsproces wordt gesteld dat het zonnepark Hollandscheveld maatschappelijk inpasbaar is. Concreet heeft PowerField in overleg met de omgeving de volgende afspraken gemaakt: Alle inwoners van Hollandscheveld en Nieuwlande krijgen (indien gewenst) 20% korting op zonnepanelen ingekocht bij PowerField. Direct aanwonenden (Meerboomweg-Zuid) krijgen gratis zonnepanelen ten behoeven van de eigen energievoorziening van het huishouden PowerField heeft tevens aan twee woningen (Wilfred Stillweg 40 en Meerboomweg 8) aangeboden om kosteloos een set van 15 zonnepanelen plus omvormer en installatie te installeren Daarnaast biedt PowerField deze aanwonenden (Meerboomweg-Zuid) de mogelijkheid om de grond tussen hun woning en het zonnepark tegen gereduceerd tarief over te kopen van PowerField. De aanwonenden hebben aangegeven hierin interesse te hebben.
Bij voldoende interesse onderzoeken wij de mogelijkheden voor een postcoderoos en/of daarnaast biedt PowerField obligaties aan. Schenking aan Vereniging Hollandscheveld voor Plaatselijk Belang t.b.v. leefbaarheid en leefomgeving Het buurt/dorpshuis 't Anker krijgt een zonnepaneleninstallatie aangeboden die het verbruik dekt. De camping Tussen de Wieken krijgt gratis 5 elektrische fietsen aangeboden door PowerField. Scherp aanbod voor zonnepanelen voor eigenaren van de recreatiewoningen op
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 46
camping Tussen de Wieken. Daarbij worden zowel bij de realisatie van het zonnepark als het beheer en onderhoud ervan, zoveel mogelijk met lokale partijen gewerkt om zo de lokale economie te stimuleren. Aansluiting op het net Om het zonnepark te kunnen exploiteren is aansluiting op het elektriciteitsnetwerk en transport van de elektriciteit noodzakelijk. Op het moment van schrijven is de beschikbare capaciteit van station Toldijk in Hoogeveen volledig benut. Om die reden is PowerField op zoek gegaan naar een alternatieve oplossing. Deze is gevonden door het zonnepark (samen met het project aan de Gijsselterweg in Fluitenberg) in Meppel aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk. PowerField heeft op het station van Enexis in Meppel een aansluiting vastgelegd met daarbij voldoende transportcapaciteit om de elektriciteit van zonnepark Meerboomweg Hollandscheveld aan het net te kunnen leveren. Het aansluiten van een zonnepark buiten de gemeente waarin het gebouwd wordt is niet nieuw en wordt ook elders gedaan. Zo worden bij voorbeeld twee zonneparken (Buinerveen, in de gemeente Borger-Odoorn en Stadskanaal, in de gemeente Stadskanaal) ontwikkeld door PowerField aangesloten op het HSstation Meeden in de gemeente Midden-Groningen.
De gekozen oplossing is vergelijkbaar met de situatie in Hoogeveen omdat ook het ook bij deze twee zonneparken niet mogelijk was aan te sluiten op het dichtstbijzijnde station binnen de eigen gemeente. Vandaar dat wij hebben gezocht naar het aansluiten van de zonneparken op een station waar nog wel ruimte was; dit betrof Meeden. Het volgende hebben wij gedaan: vanaf het station Meeden wordt een kabel gelegd naar zonnepark Stadskanaal. Deze afstand betreft circa 14 kilometer. Vanaf zonnepark Stadskanaal wordt een kabel gelegd richting zonnepark Buinerveen. Deze afstand bedraag circa 11 kilometer. Alle gemeenten, provincies en waterschap hebben akkoord gegeven en een vergunning verleend voor dit kabeltracé. Voor deze twee zonneparken geldt dat de voorbereidende grondwerkzaamheden (bouwrijp maken) zijn afgerond. De bouw van de zonneparken is al reeds aangevangen. De oplevering van beide parken staat einde van dit jaar gepland. PowerField heeft aangetoond een aansluiting op het station in Meppel te hebben vastgelegd door overlegging van een getekend contract met Enexis alsmede een bevestiging van Enexis hiervan. Tevens is een positieve transportindicatie overhandigd. PowerField heeft de technische en ruimtelijke haalbaarheid voor de gekozen manier van aansluiting onderbouwd.
Ook heeft PowerField middels een financiële onderbouwing aangetoond dat met deze gekozen manier van aansluiten het zonnepark Meerboomweg Hollandscheveld haalbaar is. In zijn algemeenheid wordt daarnaast opgemerkt dat door de minister en netbeheerders wordt gekeken naar oplossingen voor de transportschaarste. Hierbij worden meerdere oplossingen onderzocht zoals het toepassen van curtailment (het door de netbeheerder begrenzen van het vermogen van zonneparken of windmolens), het loslaten van de redundantie eis, oftewel vrijgeven van de 'vluchtstrook') en het uitbreiden van het elektriciteitsnetwerk. Al deze oplossingen dragen bij aan de mogelijkheid om meer duurzame elektriciteit te kunnen aansluiten en transporteren. De minister is voornemens bestaande wetgeving aan te passen middels een Algemene Maatregel van Bestuur. Hiertoe is begin 2020 een consultatieronde opgestart en de minister is voornemens de AMvB in werking te laten treden per 1 juli 2020. Hiermee zal een deel van de oplossingen in werking treden. Uitgaande van bovengenoemde ontwikkelingen wordt gesteld dat het zonnepark kan worden aangesloten op het elektriciteitsnetwerk, waardoor het plan
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 47
technisch uitvoerbaar is.
3.4.5
Conclusie gemeentelijk beleid
Het voorgenomen plan sluit aan op de doelstelling van de gemeente Hoogeveen om meer energie duurzaam op te wekken, voldoet aan het “afwegingskader zonne-energie Hoogeveen”, en het zonnepark wordt op zorgvuldige wijze landschappelijk ingepast. Daarnaast is het zonnepark in lijn met het aangepaste afwegingskader, waar participatie een belangrijke rol speelt.
3.5 Conclusie Uit de voorgaande beleidstoets is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het nationale, provinciale en het gemeentelijk beleid.
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 48
Hoofdstuk 4 Waardentoets 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de impact van de ontwikkeling op de verschillende waarden beschreven. Hieronder vallen flora & fauna, archeologie, cultuurhistorie en water. Er wordt beschreven wat er is onderzocht en welke resultaten hieruit zijn gekomen. Vervolgens wordt hier een conclusie uit getrokken met betrekking tot de ontwikkeling.
4.2 Natuurwaarden De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan de Wet Natuurbescherming, hiertoe is in het najaar van 2018 een ecologisch onderzoek uitgevoerd door Eelerwoude. Het onderzoek is opgenomen in Bijlage 3 van deze ruimtelijke onderbouwing. De belangrijkste resultaten van het onderzoek zijn hieronder beschreven. Soortenbescherming Betreffende flora en fauna richt de Wet Natuurbescherming zich op de bescherming van soorten. De wet gaat uit van het 'nee, tenzij'-principe, bepaalde handelingen waaronder ruimtelijke ingrepen waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Centraal hierbij staat de zorgplicht. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het plangebied biedt een potentieel habitat voor een aantal beschermde soorten. Hoewel er geen gerichte en uitgebreide veldinventarisatie heeft plaatsgevonden, is op basis van de beschikbare literatuurgegevens en eenmalig veldbezoek vastgesteld dat het terrein mogelijk van belang is voor enkele algemeen beschermde soorten met een landelijke vrijstelling en voor enkele soorten zonder deze vrijstelling. Voor veel soorten maakt het plangebied onderdeel uit van het leefgebied van de betreffende soort.
Dit betreft echter geen essentieel onderdeel van het leefgebied. Er zijn wel enkele aandachtspunten: Das Om een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen inpassingsmaatregelen genomen te worden ten behoeve de das. Deze maatregelen zijn beschreven in het inrichtingsplan, welke als bijlage is opgenomen bij deze omgevingsvergunning. Naar aanleiding van een veldbezoek met en in overleg met het Drents Landschap en met twee ecologen (van Eelerwoude en van Bugel Hajema) is bekeken op welke wijze eventuele nadelen voor de Das omgevormd kunnen worden naar een voordeel. Gezamenlijk is tot de conclusie gekomen dat het achterwege laten van het hekwerk (om het leefgebied niet te verkleinen) en de aanleg van een 'dassenakker' tot een positieve uitkomst zullen leiden.
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 49
Tijdens de inzagetermijn zijn zienswijzen ingebracht waarbij zorgen zijn geuit over de gevolgen voor de Das. Daarnaast is initiatiefnemer met enkele omwonenden en indieners in gesprek gegaan. Dit heeft geleidt tot een verdiepingsslag van de inrichting van de Dassenakker, waarbij tevens input vanuit het Drentse Landschap is gevraagd. Bij de inrichting van de Dassenakker worden laagstam appelbomen (rijpingstijd variërend over het jaar) aangeplant waarbij het valfruit zal dienen als voedsel voor de das. Daarnaast worden besdragende soorten aangeplant. Tenslotte wordt ook over de gehele lengte een strook graan ingezaaid. Hierdoor ontstaat een gelaagdheid in de Dassenakker die tevens over langere periodes over het jaar als voedselvoorziening zal dienen. Naar aanleiding van de gesprekken is er daarnaast voor gekozen een tweede stuk Dassenakker aan te leggen aan de zuidzijde van het westelijke zonneveld (ook tegen een bos in eigendom van Het Drentse Landschap aan gelegen). Om de das verder te ontzien zijn maatregelen voorgesteld tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Deze maatregelen zijn gebaseerd op deskundigenkennis en het Kennisdocument Das van BIJ12. Initiatiefnemer conformeert zich aan deze maatregelen. De uitwerking van de Dassenakker en voorgestelde maatregelen zijn opgenomen in Bijlage 4.
Concreet worden met het plan meerdere (inpassings)maatregelen genomen om de impact te verkleinen en het leefgebied zoveel mogelijk te verbeteren: Zo min mogelijk plaatsen van hekwerk en waar wel hekwerk staat aanbrengen van doorgangen om de 50 meter waardoor het functioneel leefgebied niet wordt verkleind; Aanleg van 10 meter brede groensingels bestaande uit inheemse (besdragend) struweel om het zonnepark in te passen; Kruidenrijke vegetatie tussen en rondom de zonnepanelen; Realiseren natuurvriendelijke oever; Aanleg Dassenakkers; Meerdere maatregelen tijdens de bouw. Vleermuizen Bij de eventuele aanleg van verlichting dient er rekening te worden gehouden met vleermuizen. Algemeen voorkomende zoogdieren en vogels met jaarrond beschermde nesten Voor het behouden en verbeteren van het leefgebied van algemeen voorkomende zoogdieren zijn maatregelen noodzakelijk. Voor deze soorten is bij een ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling opgesteld door de Provincie Drenthe. Echter, zij dienen als voedselbron voor diverse roofvogels die mogelijk essentieel foerageergebied hebben in het plangebied. Hierdoor is het noodzakelijk om te zorgen dat deze zoogdieren in voldoende aantallen aanwezig blijven om het plangebied geschikt te houden als foerageergebied voor roofvogels. Als maatregel kan bijvoorbeeld gefaseerd graas- en/of maaibeheer worden toegepast.
Daarnaast moet er met de inrichting van het zonnepark rekening worden gehouden met de jacht strategieën van roofvogels. Indien er niet kan worden voldaan aan de voorwaarde die roofvogels stellen aan hun foerageergebied (voldoende bereikbaar voedsel) is nader onderzoek noodzakelijk en mogelijk ook een ontheffing. Broedvogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Verder dient er bij de werkzaamheden rekening gehouden
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 50
te worden met nesten van vogels en de algemene zorgplicht. Amfibieën In het plangebied wordt een watergang verbreed, dit kan gevolgen hebben voor de aanwezige amfibieën en vissen(flora en fauna). In het plangebied worden beschermde amfibieën niet verwacht (Toetsing Wet natuurbescherming zonneveld Hollandscheveld, Eelerwoude 2019). Voor de werkzaamheden aan de watergang dient in het kader van de zorgplicht rekening gehouden te worden met eventuele aanwezige algemene amfibieën. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten de kwetsbare periode uit te voeren, namelijk de voortplantingsperiode. De beste periode hiervoor betreft globaal half augustus t/m oktober. En voordat volwassen exemplaren zich ingraven voor de winterslaap, voor november. Daarnaast liggen er kansen voor het verbeteren van het biotoop voor amfibieën door het aanleggen van natuur vriendelijke oevers. Om schade aan soorten zoveel mogelijk te beperken dient zoveel mogelijk in één richting te worden gewerkt. Voorkomen en functie vissen: De noordelijk en oostelijk gelegen sloten langs de percelen van het plangebied vormen geschikt habitat voor algemene vissoorten als snoek, brasem, tiendoornige stekelbaars of zeelt. De vissen gedijen goed onder voedselrijke omstandigheden en stilstaande tot stromende wateren als de betreffende sloten. Een beschermde vissoort als grote modderkruiper is niet te verwachten.
Het betreft een soort die met name voorkomt in stilstaande wateren met voldoende waterplanten als gele plomp of fonteinkruiden waar de dieren beschutting vinden. In de directe omgeving zijn tevens geen waarnemingen bekend van grote modderkruiper (NDFF, 2020)(Vissen atlas Groningen Drenthe, T. Brouwer et al., 2008). Door het verbreden en ontgraven van de watergangen zijn negatieve effecten op beschermde vissoorten uitgesloten. In het kader van de zorgplicht dienen echter dezelfde maatregelen te worden aangehouden als voor amfibieën. Overige aandachtspunten bij het uitvoeren van de werkzaamheden aan de watergang betreffen: Bij het ontgraven van de watergang wordt geadviseerd de vrijkomende grond(bagger) niet direct af te voeren, maar enkele dagen op de aangrenzende oevers te laten liggen, waardoor waterdieren de kans krijgen om terug te keren naar het water. Indien er zichtbaar veel (jonge) vis op de oevers wordt geplaatst wordt geadviseerd om de dieren te vangen en met emmers terug te plaatsen in de vijver na uitvoering van de werkzaamheden, dan wel in een alternatief water in de omgeving. Tevens wordt geadviseerd om bij onverwachte situaties, zoals bijvoorbeeld het aantreffen van een onbekende diersoort of grote aantallen schaaldieren tijdens het ontgraven, contact op te nemen met een ecoloog om advies in te winnen en schade aan de soort(en) te voorkomen.
Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden betreffen een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/43/EEG) en de gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet Natuurbescherming beschermd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) betreft een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Natura 2000-gebieden
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 51
Figuur 20: Ligging plangebied (in rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Dwingelderveld in groen en Mantingerveld in oranje-geen). (Bron: AERIUS calculator). In de directe omgeving van het plangebied liggen diverse Natura 2000-gebieden. Op ongeveer 5 km afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Mantingerzand. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er derhalve geen reden om aan te nemen dat er kans is op een belemmering van de kernopgaven van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet Natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Houtopstanden De Wet Natuurbescherming beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Indien er houtopstanden gekapt worden die onder de Wet Natuurbescherming vallen moet er een kapmelding bij de provincie Drenthe worden ingediend. In het plangebied ontbreken houtopstanden. Als gevolg van voorgenomen ontwikkeling hoeven daarom geen bomen te worden gekapt.
Van een melding aan bevoegd gezag is dan ook geen sprake. Natuurnetwerk Nederland
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 52
Figuur 21: Ligging plangebied (groene omlijning) ten opzichte van het NNN (lichtgroene vlakken). Het plangebied grenst aan het NNN, maar maakt hier geen onderdeel uit, zie figuur 21. Met de realisatie van het zonnepark Hollandscheveld worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
4.3 Archeologische waarde Aardkundige, archeologische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk terplekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. De gemeente Hoogeveen heeft in 2016 cultuurhistorische beleidskaarten vastgesteld. Een van deze beleidskaarten betreft de archeologische beleidskaart. Op deze kaart maakt de gemeente Hoogeveen onderscheid in zes categorieën: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Waarde archeologie 1 Waarde archeologie 2 Waarde archeologie 3 Waarde archeologie 4 Waarde archeologie 5 Geen aanduiding
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 53
De beoogde locatie voor het zonnepark is ingetekend in Figuur 22.
Figuur 22: ligging plangebied op de archeologische beleidskaart Volgens de archeologie beleidskaart valt het plangebied binnen “Waarde archeologie 5”. Het betreft hier zones met een lage archeologische verwachting. Er wordt voor gebieden met een Waarde archeologie 5 geen archeologisch onderzoek verlangd. Alleen bij zeer grootschalige ontwikkelingen, groter dan drie hectare kan sprake zijn van een archeologisch onderzoek om het verwachtingsmodel te toetsen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de voorgenomen ontwikkeling worden de zonnepanelen op stellages geplaatst doormiddel van zogenaamde rampalen. Deze palen hebben een diameter van circa 8 centimeter. In totaal worden er circa 14.000 palen geplaatst, die gezamenlijk een oppervlakte vertegenwoordigen van 70 m². Dit is echter wel verdeeld over een oppervlakte van circa 20 hectare, waardoor kan worden geconcludeerd dat de impact van de palen op de grond zeer minimaal is. In het zonnepark worden centrale 11 omvormers en één schakelstation en één container voor reserveonderdelen geplaatst. De containers worden geplaatst op maaiveld niveau. Hierdoor worden er nagenoeg geen ingrepen in de bodem uitgevoerd en blijven de (mogelijk) aanwezige archeologische waarden onaangetast. Het schakelstation heeft een afmeting van 4 m x10 m = 40m².
Het schakelstation dient dus wel te worden gefundeerd, maar de te roeren grond wordt beperkt tot 40 m². In het plangebied wordt een (brandweer)weg van 4,5 meter breed aangelegd. Deze wordt aangelegd op de positie van de reeds aanwezige puinpad/zandweg. Daarnaast wordt de weg enigszins (circa 20cm) boven maaiveld gelegd zodat deze altijd goed berijdbaar is (ook in nattere perioden). De aanleg van de interne weg heeft geen negatieve gevolgen voor archeologie. De laatste ingreep in de grond betreft de aanleg van een natuurvriendelijke oever aan de westzijde van de noord-zuid georiënteerde watergang, midden in het plangebied. In overleg met het waterschap wordt hier een natuurvriendelijke oever aangelegd om natuurwaarden te versterken. Over en lengte van circa 180 meter wordt de oever ongeveer 10 meter verbreed. Hierdoor wordt in totaal 1.800 m² grond vergraven.
Zonnepark Meerboomweg-Zuid, Hollandscheveld | Eelerwoude | 54
4.4 Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij een afwijkingsbesluit in het kader van de Wro. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In het plangebied bevinden zich geen rijks- of gemeentelijke monumenten. Er worden, met de realisatie van het zonnepark, geen cultuurhistorische waarden in het geding gebracht.