Zonnepark Joh Poststraat 8 Nieuwlande
Tekst van het document
4.7
Ecologie
De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden. Om de uitvoerbaarheid van het project te toetsen, is inzicht gewenst in de effecten van het project op natuurwaarden in het gebied. Hiertoe is een inventarisatie van natuurwaarden (soortenbescherming en gebiedsbescherming) uitgevoerd (zie bijlage 3). Tevens is gekeken naar de effecten op beschermde gebieden in de omgeving. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 28 augustus 2018 en, voor aanvullend onderzoek naar eekhoorn, op 29 maart 2019 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs.
Uit de ecologische inventarisatie is naar voren gekomen dat ten aanzien van soortenbescherming op grond van de Wet natuurbescherming een aanvullend onderzoek noodzakelijk is naar de aanof afwezigheid van poelkikker in het plangebied. Aan de hand van het aanvullend onderzoek kan worden bepaald of ontheffing en/of maatregelen in het kader van de Wet natuurbescherming nodig zijn.
Van de grote modderkruiper is bekend dat hij in de omgeving voorkomt. Deze soort kan voorkomen Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 30
10 juni 2021
in de watergangen langs de randen van het plangebied en brede (waterschaps-) sloot die midden (oost-west) door het plangebied loopt. Indien wordt gewerkt volgens de gedragscode voor de grote modderkruiper kan worden voorkomen dat deze soort tijdens de graafwerkzaamheden aan de slootoevers wordt verstoord.
Met inachtneming van het broedseizoen van vogels is een ontheffing voor beschermde soorten of een vergunning op grond van de gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming voor de beoogde activiteit op voorhang niet nodig.
Uit de ecologische inventarisatie is tevens naar voren gekomen dat een aanvullend onderzoek naar gebiedsbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk is. De beoogde ontwikkeling is namelijk niet van invloed op Natura 2000-gebieden. Het dichtst bijgelegen N2000-gebied is Mantingerzand dat op ca. 8 km ten noorden van het projectgebied ligt.
De ontwikkeling is niet in strijd met de Omgevingsverordening Drenthe, tenzij het bosperceel dat wordt betrokken bij de ontwikkelingen als NNN blijft aangeduid. Dit perceel bos van circa 0,5 ha ligt momenteel binnen de begrenzing van het NNN, maar de begrenzing wordt mogelijk gewijzigd. Als het perceel NNN blijft, dan is een nadere analyse van de gevolgen van het plan voor NNN aan de orde.
Nader onderzoek poelkikker Naar aanleiding van de uitkomst van de ecologische inventarisatie is nader onderzoek naar de poelkikker uitgevoerd. Op grond van een eerste veldbezoek is vastgesteld dat de poelkikker in het plangebied voorkomt. In de Notitie nader ecologisch onderzoek Zonnepark langs A37 bij Nieuwlande, van BügelHajema Adviseurs bv (d.d. 24-07-2019, zie bijlage 4) zijn zowel de bevindingen als de gevolgen van deze uitkomst voor het project beschreven. Onderstaand worden de conclusies op basis van dit onderzoek aangehaald.
“In de watergangen grenzend aan de geplande zonnevelden is poelkikker aangetroffen verspreid door het gebied. Het is niet uit te sluiten dat poelkikkers overwinteren in de akkers waar de zonnevelden zijn gepland. In de gebruiksfase blijft het plangebied geschikt als overwinteringsplaats, en zal naar verwachting zelfs in kwaliteit verbeteren. Indien aanleg van het zonnepark in de overwinteringsperiode (half oktober tot en met half april) plaatsvindt, kunnen individuen van poelkikker worden verstoord of gedood. Verstoren of doden van poelkikker is in strijd met artikel 3.5 lid 2 van de Wnb. Met de volgende maatregelen wordt negatief effect ten gevolge van aanleg van het zonnepark voorkómen: Indien aanleg van het zonnepark buiten de overwinteringsperiode (half oktober tot en met half april) plaatsvindt en geen oevers van watergangen worden vergraven, treedt ook in de aanlegfase geen negatief effect op. Aanvullend dient, om te voorkomen dat incidenteel door de akkers trekkende dieren worden gedood, een week voorafgaand aan de werkzaamheden een amfibieënscherm tussen watergang en akker te worden geplaatst. Een dergelijk amfibieënscherm dient minimaal 50 cm hoog te zijn en moet tevens minimaal 10 cm in de grond worden ingegraven. Door deze voorzorgsmaatregelen treedt ook in de aanlegfase geen negatief effect op.
Vanwege broedvogels dient aanleg ook buiten de broedtijd (ongeveer april-juli) plaats te vinden.
Indien aanvullend op het plan voor zonneakkers ook oevers van een of meerdere watergangen worden vergraven, kan voortplantingsbiotoop en voedselgebied worden verstoord waarbij mogelijk individuen van poelkikker worden verstoord of gedood. Dit is in strijd met artikel 3.5 lid 2 Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 31
10 juni 2021
van de Wnb. Er dient op basis van artikel 3.8 van de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd voor uitvoering van deze optie. De conclusie is dat een ontheffing niet nodig is indien de aanleg van de zonnevelden plaatsvindt in de periode augustus – half oktober, én indien geen oevers van watergangen worden vergraven. Voor bastaardkikker geldt een vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Drenthe. Voor deze soort hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt ook voor deze soort de zorgplicht van de Wet natuurbescherming.”
Er worden natuurvriendelijke oevers in het projectgebied aangelegd. Dit betekent dat deze oevers deels vergraven zullen worden (afvlakking van het talud). De aanleg van natuurvriendelijke oevers alsmede de aanleg van de zonnevelden zelf hebben tijdens de aanleg mogelijk negatief effect op poelkikker en grote modderkruiper. Om de aanleg mogelijk te maken zal er - aan de hand van een activiteitenplan - ontheffing in het kader van de Wnb aangevraagd worden. Deze aanvraag heeft zowel betrekking op poelkikker als op grote modderkruiper. Er is op voorhand geen reden om aan te nemen dat de ontheffing niet verleend wordt. De natuurvriendelijke oevers zijn immers bedoeld ter verbetering van het habitat voor beide soorten, en het zonnepark zelf zal in de gebruiksfase geen negatieve effecten op deze soorten hebben. Het activiteitenplan wordt opgesteld in overleg met de provincie Drenthe. Onderhavig projectvoornemen wordt op dit punt dan ook uitvoerbaar geacht.
AERIUS Als gevolg van de bouwactiviteiten van dit zonnepark worden stikstofoxiden (NOx) naar de lucht geëmitteerd. In het kader van de Wet Natuurbescherming dienen de effecten van stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden als gevolg van deze activiteiten te worden onderzocht. Het dichtst bijgelegen Natura 2000-gebied is Mantingerzand dat op ca. 8 km ten noorden van het plangebied ligt. Vanwege deze grote afstand is er in het ecologisch onderzoek vanuit gegaan dat de ontwikkeling niet van invloed is op Natura 2000-gebieden. Gezien de huidige stikstofproblematiek is volledigheidshalve toch nader onderzoek gedaan naar de stikstofdepositie van het project. Door Royal HaskoningDHV is dit onderzoek uitgevoerd. De berekening van de stikstofdepositie is uitgevoerd in week 50 van 2019 met het rekenmodel AERIUS Calculator (versie 2019). De berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jaar. Voor meer details zie bijlage 5. In deze notitie worden eveneens de uitgangspunten en resultaten van het stikstofdepositie onderzoek gepresenteerd.
4.8
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen); het gebruik van luchthavens.
Het zonnepark valt gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van de A37 (direct ten noorden van de projectlocatie). Omdat een zonnepark niet als verblijfsobject wordt aangemerkt, is een groepsrisicoverantwoording niet aan de orde. Een zonnepark is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (er zijn geen personen aanwezig). Bovendien ligt het plangebied ruimschoots buiten de belemmeringenstrook van de in oostelijke en zuidelijke richting gelegen buisleidingen. Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn dan ook geen belemmeringen aan de orde. Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 32
10 juni 2021
4.9
Luchtkwaliteit
Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing).
Het project gaat in de gebruiksfase niet gepaard met verbranding van (fossiele) brandstoffen. Ook is er geen sprake van een significante verkeersaantrekkende werking. Er vinden enkel verkeersbewegingen plaats in de aanlegfase. In de gebruiksfase vindt incidenteel verkeer plaats die samenhangt met het beheer en onderhoud van de zonneparken. Luchtverontreiniging is daardoor niet aan de orde. Het aspect luchtkwaliteit staat de realisatie van het zonnepark dan ook niet in de weg.
4.10
Milieueffectrapportage
In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling.
Een zonnepark valt niet onder één van de onderdelen van de bijlagen bij het Besluit milieueffectrapportage. Voor een zonnepark geldt daarom geen MER-plicht of moet een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling uitgevoerd worden. Omdat in het geval van dit project natuurontwikkeling deel uitmaakt van het voornemen en deze activiteit wel zou kunnen vallen onder één van de onderdelen, is in dit geval voor de volledigheid toch een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd.
De natuurinrichting rondom en in het zonnepark zouden de kenmerken kunnen bevatten van een landinrichtingsproject. Daarmee zou de activiteit geschaard kunnen worden onder onderdeel D 9 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Onderdeel D 9 betreft: 'een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan'. De drempelwaarde van de betreffende categorie wordt niet overschreden (een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw). Omdat het in deze situatie tot discussie zou kunnen leiden of de inrichting van het landschap als landinrichtingsproject aangemerkt kan worden is door de initiatiefnemer volledigheidshalve het document voor een m.e.r.-beoordeling voorbereid.
In artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. is geregeld dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. BugelHajema Adviseurs heeft een aanmeldnotitie voor het project opgesteld. Deze is door de initiatiefnemer bij de omgevingsvergunningsaanvraag aan de gemeente voorgelegd (zie bijlage 6).
De aanmeldnotitie beschrijft de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en geeft een conclusie omtrent de noodzaak tot een m.e.r.-procedure. Aan de hand van deze informatie kan het bevoegd gezag een beslissing nemen of voor de voorgenomen activiteit een MER dient te worden opgesteld. Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 33
10 juni 2021
In de aanmeldnotitie wordt de volgende conclusie ten aanzien van het project getrokken: “Het project is in vergelijking met de drempelwaarde van een landinrichtingsproject van een relatief geringe omvang. Wanneer er geen 'belangrijke nadelige gevolgen' zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Uit de uitgevoerde analyse blijkt dat er geen relevante effecten zijn die het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Om bovenstaande reden is het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet nodig.”
De aanmeldingsnotitie is voorgelegd aan het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente. De gemeente stelt zich echter op het standpunt dat ook de ontwikkeling van dit zonnepark, met daarbij de beoogde natuurontwikkeling, niet zodanig is dat er sprake is van een landinrichtingsproject. En daarmee het project niet onder het besluit m.e.r. valt. Het bevoegde gezag heeft daarbij kennis kunnen nemen van de aanmeldingsnotitie en is tot de conclusie gekomen dat gelet op de kenmerken van het project en de aard van de milieu-effecten (zeer beperkt), er geen aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling.
Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 34
10 juni 2021
Hoofdstuk 5 5.1
Procedure en uitvoerbaarheid
Procedure
Bij de verlening van een omgevingsvergunning die strijdig is met het geldende bestemmingsplan is wettelijk vastgelegd welke stappen doorlopen moeten worden.
Vooroverleg Bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning is vooroverleg gepleegd met andere overheden, het waterschap en natuurorganisaties waarvan door de aanleg van het zonnepark mogelijk belangen in het geding zijn. De opmerkingen die daaruit voortkwamen zijn in deze versie van de ruimtelijke onderbouwing verwerkt (zie bijlage 7).
Zienswijzen De ontwerp omgevingsvergunning heeft vervolgens van 10 september 2020 tot en met 21 oktober 2020 terinzage gelegen. Een ieder is in die periode in de gelegenheid gesteld zienswijzen in te dienen. Op de ontwerp omgevingsvergunning zijn twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn van een gemeentelijke reactie voorzien in de reactienota zienswijzen zonnepark Joh. Poststraat 8 (zie bijlage 8).
5.2
Participatie
De initiatiefnemer vindt participatie van de omwonenden belangrijk uit het oogpunt van draagvlak en betrokkenheid van de omgeving. Daarvoor is een participatieplan opgesteld. Dit is als opzichzelfstaand plan bijgevoegd bij de omgevingsvergunning. In de plannen wordt dit concreet in de vorm van een mogelijk postcoderoosproject dat in het ontwerp is meegenomen. Hiervoor lijkt interesse vanuit de omgeving te zijn. Mocht onverhoopt het postcodeproject niet in uitvoering slagen, is GroenLeven bereid middels een gebiedsfonds een bijdrage aan de omgeving te geven. Dit gebeurt via de gedragscode Zon op Land, wat de hoogte van het gebiedsfonds vastzet op € 1.000,per opgesteld vermogen in MWp per jaar, gedurende 15 jaar. Vooralsnog wordt samen met de omgeving volledig ingezet op de totstandkoming van het postcoderoosproject. Op 12 juni 2019 is er een informatieavond gehouden. Omwonenden zijn hiervoor per brief uitgenodigd. Andere geïnteresseerden waren eveneens welkom. De informatieavond is hiervoor aangekondigd in de Hoogeveensche Courant. Een verslaglegging van de informatieavond is als separate bijlage bij de omgevingsvergunning gevoegd.
5.3
Economische uitvoerbaarheid
Gelet op de aard (geen gebouw) en omvang van het planvoornemen kan een exploitatieplan voor dit project achterwege blijven. De uitvoering van het planvoornemen en daarmee samenhangende kosten komen voor rekening van de initiatiefnemer. Het ontwikkelrisico ligt daarmee bij de initiatiefnemer, die hiervoor een sluitende businesscase heeft opgesteld. Er zijn voor dit project geen gemeentelijke kosten (met uitzondering van de kosten voor het in procedure brengen van de omgevingsvergunning) aan het plan verbonden. De kosten die de gemeente maakt voor de procedure worden gedekt met de door de initiatiefnemer te betalen leges. Met de gemeente is aanvullend een planschadeovereenkomst afgesloten, zodat de initiatiefnemer eventuele planschadekosten ook aan de gemeente vergoed.
Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 35
10 juni 2021
5.4
Aansluiting op het netwerk
Conform het afwegingskader zonne-energie van de gemeente Hoogeveen ligt de verantwoordelijkheid voor aansluiting van het zonnepark op het elektriciteitsnetwerk bij de initiatiefnemer. De exacte uitwerking van de netwerkaansluiting zal worden uitgewerkt aan de hand technische vormgeving van de projecten en de tracés. Door GroenLeven zijn rondom Hoogeveen twee projecten in ontwikkeling. Dit betreft het zonnepark Pesse en het zonnepark A37 (het voorliggende project). Nabij deze projecten is in schakelstation bij de Toldijk een aansluitingen gecontracteerd door GroenLeven. Dit betreft een aansluiting van 30 MVA. Met dit gecontracteerd vermogen is voldoende aansluitcapaciteit zeker gesteld voor beide projecten.
Afhankelijk van het moment van realisatie van het park zal de uiteindelijke aansluiting op het netwerk worden uitgewerkt. Verwacht wordt dat in de nabije toekomst het netwerk rondom Hoogeveen wordt verzwaard. Door de netwerkbeheerder is de congestie op het netwerk gepubliceerd, Zie: https://www.rendonetwerken.nl/aansluitingen/nieuwe-aansluiting/congestie-hoogeveen/. Afgezien hiervan is de wetgeving rondom toelevering van duurzame energie in beweging. Dit heeft betrekking op het N-1 principe van het elektriciteitsnet. De transportnetten in Nederland kennen een enkelvoudige storingsreserve. Dat betekent dat bij uitval van één kabel, het elektriciteitstransport gewoon door kan gaan. Dat maakt het elektriciteitsnet in Nederland zeer betrouwbaar. Besproken wordt of dezelfde betrouwbaarheid ook gegarandeerd moet worden voor het kunnen leveren van elektriciteit aan het netwerk. Of dat voor opwekfaciliteiten een betrouwbaarheid van N=0 kan gaan gelden. Deze wettelijke mogelijkheid zou de al aanwezige storingsreserve vrij maken voor opwekinstallaties en daarmee op korte termijn de netwerkcapaciteit vergroten, zie bijvoorbeeld: http://www.nvde.nl/wp-content/uploads/2019/01/NVDE-overzicht-versnellingsopties-2020-1.pdf. Voor het voorliggende project wordt daarom voorlopig ervan uitgegaan dat er op termijn voldoende netwerkcapaciteit in de nabijheid van het zonnepark aanwezig is.
Voor de kortere termijn kan in beginsel worden volstaan met het gecontracteerde vermogen van 30 MVA op de locatie Toldijk voor zowel de locatie Pesse als de locatie A37.
De capaciteit van het gecontracteerde vermogen in de locatie Toldijk zal voor de kortere termijn voldoende zijn voor de zonneparken Pesse en A37. Dit wordt hierna toegelicht. De beide parken hebben een gezamenlijk op te stellen vermogen van zonnepanelen van 48 MW (30 MW en 18 MW). De verhouding opgesteld vermogen zonnepanelen (gelijkstroom) versus het vermogen van de omvormers (wisselstroom) is 1,12:1. In de ideale situatie is het aansluitvermogen voor de twee locaties 42,8 MVA. Voor zonneparken is een aansluitcapaciteit van 70% voldoende om 97% van de opgewekte energie te kunnen transporteren. Vergelijk hieronder de data van de kwartiergegevens van het zonnepark 2e Exloërmond. Deze gegevens worden representatief geacht voor de omgeving van Hoogeveen. De blauwe grafiek is de opgewekte energie en de oranje lijn is 70% van het maximum vermogen van het zonnepark. Dit laat zien dat slechts 3% van de opgewekte elektriciteit 70% van de aansluiting te boven gaat.
Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 36
10 juni 2021
Figuur 12. Grafiek kwartierproductie zonnepark 2e Exloërmond
Wanneer de voornoemde situatie wordt teruggerekend naar de projecten rondom Hoogeveen dan komt dit neer op de onderstaande berekening. Het gecontracteerde vermogen is 30 MVA, het ideale vermogen zou 42,8 MVA zijn. Het gecontracteerde vermogen op locatie Toldijk komt daarmee overeen met 70% van het ideale vermogen voor de beide projecten. Daarmee zou het huidige gecontracteerde vermogen voldoende zijn voor 97% van de energie van de beide zonneparken.
Geconcludeerd kan worden dat voor de zonnestroomprojecten van GroenLeven (Pesse en A37) er voldoende aansluitcapaciteit is gecontracteerd. De exacte uitwerking is mede afhankelijk van de mogelijkheden voor het gebruik van aansluitcapaciteit op de middellange termijn. Zie hiervoor de bijgevoegde memo inzake Netaansluiting. In de basis is de gecontracteerde capaciteit op het schakelstation Toldijk voor de locaties voldoende.
5.5
Crisis en herstelwet
Sinds 25 april 2013 heeft de Crisis- en herstelwet (Chw) een permanent karakter gekregen. Voor deze omgevingsvergunning is deze wet relevant. In Bijlage I Chw is een aantal categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten opgenomen. Eén daarvan is "Duurzame energie". Als een project onder één van de (sub)categorieën (en de bijbehorende voorwaarden) valt, dan is voor alle besluiten en dus ook besluiten op grond van de Wabo de stroomlijning van procedures voor projecten van afdeling 2, hoofdstuk 1 Chw van toepassing (zoals bijvoorbeeld toepassing van het relativiteitsbeginsel bij beoordelen beroepsgronden).
Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 37
10 juni 2021
Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 38
10 juni 2021
Hoofdstuk 6
Conclusies
In voorliggende ruimtelijke onderbouwing is de voorgenomen bouw en het gebruik van het zonnepark getoetst aan het ruimtelijk beleid en het beleid en de normstelling ten aanzien van relevante sectorale aspecten. Uit de toetsing blijkt het volgende: De beoogde ontwikkeling i s niet in strijd met het rijks-, provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid; De beoogde ontwikkeling past binnen de bestaande ruimtelijke en functionele structuur; De diverse omgevingsaspecten staan de uitvoering van het project niet in de weg; Op basis van de businesscase, en het uitblijven/vergoeden van gemeentelijke kosten, blijkt dat sprake i s van een economisch uitvoerbaar project; Het project levert een bijdrage aan de ambities met betrekking tot het opwekken van duurzame energie.
Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 39
10 juni 2021
Bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing
Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 40
10 juni 2021
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 41
10 juni 2021
LL
Zonnepark Hollandscheveld-oost / Nieuwlande - landschappelijke inpassing Lindemans Landschapsarchitecten Origineel: 14-06-2019, gewijzigd: V2.52 04-06-2020
Inleiding - Project en plangebied Inleiding GroenLeven bereidt plannen voor ten behoeve van een zonnepark ten zuiden van de A37. Het zonnepark Hollandscheveld-oost / Nieuwlande wordt ca. 20 ha groot. Ten westen van het zonnepark wordt een tweede zonnepark ontwikkeld door de firma Powerfield. Inhoudelijk zijn de beide parken op elkaar afgestemd. Dat betreŌ aspecten zoals vormgeving, inrichƟng en de naamgeving. Het zonnepark Hollandscheveld-oost / Nieuwlande is voor wat betreŌ de planvorming, uitvoering en exploitaƟe onaĬankelijk van (de realisaƟe van) het naastgelegen zonnepark. Landschappelijke inpassing Onderdeel van de voorbereidingen van het zonnepark is het opstellen van een plan voor landschappelijke inpassing. Het doel van landschappelijke inpassing bestaat uit het benoemen van de kwaliteit van het landschap rond het plangebied en die kwaliteit verwerken of versterken in de inrichƟngsplannen voor het zonnepark. Het benoemen van de ruimtelijke kwaliteit is gebaseerd op een terreinbezoek, een landschapsanalyse aan de hand van kaartmateriaal, informaƟe uit provinciale en gemeentelijke beleidsstukken en een vooroverleg met vertegenwoordigers van de gemeente Hoogeveen. De landschappelijke inpassing beperkt zich tot het ´hoe?´ als het gaat om het aanleggen van een zonnepark op deze locaƟe.
Boven: Topografische kaart 1:25 000. Bron: Kadaster 2018 In rood het plangebied.
2
Uitgangspunten In deze landschappelijke inpassing wordt toegelicht welke ruimtelijke waarden in het plangebied van invloed zijn op de vormgeving van het zonnepark. De ruimtelijke waarden hebben betrekking op de beleving van het landschap. De waarden beschrijven de wijze waarop mensen in het gebied het project zien, in relaƟe tot de omgeving en in relaƟe tot andere landschappen. In de gewijzigde `Energievisie - afwegingskader zonne-energie` geeft de gemeente Hoogeveen aan dat een zonnepark een blijvende landschappelijke impuls aan een gebied moet leveren. De gemeente geeft aan dat de manier om deze impuls te realiseren bestaat uit een goede landschappelijke inpassing gebaseerd op de landschapstypen. Het zonnepark Hollandscheveld-oost / Nieuwlande ligt in het veengebied. Voor landschappelijke inpassing in dit landschapstype heeft de gemeente de volgende uitgangspunten opgesteld: • De realisatie van een zonneweide past goed binnen dit landschapstype (veengebied) vanwege de historische relatie met energie winning (turf) en de landbouwkundig vaak minder waardevolle grond;
• Vrij zicht over het veld moet mogelijk blijven, waarbij de horizon gezien kan worden. Om die reden zijn opstellingen tot circa 1,8 meter hoog toegestaan; • Omdat de zonneweide in het zicht blijft, dient er een logisch, gestructureerd patroon van panelen te worden gemaakt; • De randen van de panelenvelden zijn afgestemd op de lijnen in het landschap. Daarbij wordt vastgehouden aan bestaande perceelsgrenzen en verkaveling; Vanuit de landschappelijke karakteristiek van het gebied kunnen de volgende randvoorwaarden meegegeven worden: Opzet en inrichting • Zonnepanelen zoveel mogelijk in een rechthoekige tot vierkante opzet plaatsen; • De zonneweide respecteert bestaande perceelsgrenzen, beplantingsstructuren, wijken en sloten; • Houd belangrijke doorzichten vanaf de weg naar het landschap vrij. • Ontsluiting zonneweide bij voorkeur op dichtstbijzijnde weg; • Noodzakelijke voorzieningen zoals transformatorhuisjes e.d. bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de ontsluiting plaatsen;
1. Terrein langs de A37
Inpassing • Behoud voor zover mogelijk de bestaande landschapsbeplanting, mits streekeigen en van voldoende kwaliteit; • Nieuwe landschapsbeplanting onttrekt de zonneweide voor een deel aan het zicht en draagt (voor een deel) bij aan structuurversterking van het landschap; • Geef extra aandacht aan de inpassing aan de zijden van de zonneweide die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn; • Houd minimaal 100 m afstand van de ontginningsassen; • Geschikte vormen van inpassing, afhankelijk van het besloten of open karakter van het veenlandschap zijn weergegeven in de afbeelding rechts. Vormgeving • Geef aandacht aan een hoogwaardige vormgeving van (zichtbare) hekwerken en andere bouwwerken; • Combineer waar mogelijk hekwerken met beplanting of een aarden wal, zo dat hekwerken niet zichtbaar zijn vanaf de weg; • Kies voor zonnepanelen met een donkere tot zwarte kleurstelling.
Geschikte vormen van landschappelijke inpassing. Bron: Afwegingskader zonne-energie gem. Hoogeveen
3
Landschapsanalyse
4
2. Beeld vanaf de noordoostzijde richƟng de A37.
3. Beeld van het noordelijke deel, vanaf de bosrand richƟng de A37.
4. Bosschage in het noordelijke perceel.
5. Beeld vanaf de zuidelijke bosrand richƟng de Johannes Poststraat.
6. Beeld vanaf de zuidelijke bosrand richƟng de westrand van het terrein.
7. Beeld vanaf de zuidelijke bosrand in oostelijke richƟng.
87
1 65
3 4
2 Voorblad
8. Beeld vanaf de westrand richƟng het westen / de Meerboomweg.
LocaƟe van de foto’s
5
Landschapsanalyse
Grondmorenerug of -plateau
?
ZP: 12,6 WP: 12,4 ZP: 11,2 WP: 10,8
Grondmorenewelving
STUW
STUW
ZP: 12,2 WP: 11,9
1 peilgebied! ZP: 11,2 WP: 10,8
Geomorfologische kaart. Bron: Provincie Drenthe.
Waterbeheer. Bron: Waterschap Vechtstromen
veld- of laarpodzol
Ontstaansgeschiedenis Hollandscheveld is een hoogveenontginningslandschap. Tijdens de laatste ijsƟjd is hier keileem afgezet door gletsjers. Deze keileem vormt een slecht drainerende laag, waardoor de waterafvoer belemmerd werd. In deze naƩe omstandigheden konden zich grote hoogvenen ontwikkelen. Veen
Moerige grond
Bodemkaart. Bron: Provincie Drenthe.
6
Het hoogveen is planmaƟg ontgonnen voor de turfwinning. Het hiervoor aangelegde wijkenstelsel is nog goed in het landschap te zien. Na de ontginning kwam de landbouw niet goed van de grond, daarom zijn begin 19e eeuw bossen aangeplant in dit gebied.
Topografische kaart ca. 1900. Bron: Kadaster.
Topografische kaart ca. 1910. Bron: Kadaster.
Topografische kaart ca. 1950. Bron: Kadaster.
Topografische kaart ca. 2018. Bron: Kadaster.
7
Uitgangspunten 1. Verkaveling en oriëntaƟe
2. Hekwerken / afscherming met brede watergangen met natuurvriendelijke oevers. VernaƩen terrein.
3. Passeerbaarheid: droge dooradering met brede stroken ruigtevegetaƟe
8
4. Behoud van de bospercelen en aanleg nieuwe natuur aan de zuidzijde van het plangebied met bosschage, ruigtevegetaƟe en een klein zonneparkje als onderdeel van een postcoderoos
De landschappelijke inpassing voor het zonnepark Hollandscheveld-oost / Nieuwlande is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: 1. Verkaveling en oriëntaƟe: Het zonnepark volgt de verkaveling van het gebied. De oriëntaƟe van de kavels is bijna oost-west. Hierdoor worden de panelen zo goed als op het zuiden georiënteerd. De oriëntaƟe is in twee delen van de opstelling 2,8О gedraaid ten opzichte van het zuiden. De rest van de opstelling is 3О gedraaid. De bospercelen rondom het park zijn onderdeel van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Ook ten noorden van de A37 liggen bospercelen binnen de NNN. Het gebied is van belang als foerageergebied voor reeën. Het zonnepark moet geen barrière vormen voor de reeën. Zowel om de dieren zelf te beschermen, als het risico op verkeersongelukken met overstekende reeën niet te vergroten. 2. Hekwerken / afscherming: alleen op dammen in de watergangen wordt gebruik gemaakt van hekwerken. Verdere afscherming zal plaatsvinden met verbrede watergangen. Waar mogelijk krijgen de watergangen enkelzijdig natuurvriendelijke oevers. In het zuidelijke gedeelte wordt vernat, door de sifon onder de zevende wijk voor de afwatering af te sluiten. De afsluiƟng wordt niet destrucƟef, de werking van de sifon moet hersteld kunnen worden i.v.m. evt. toekomsƟg agrarisch gebruik.
De sloten worden gedempt wanneer blijk dat dit voor de toegankelijkheid van het zonnepark nodig is.
Natuurnetwerk Nederland rondom het plangebied.
3. Passeerbaarheid: Aan de oostzijde, westzijde en centraal op het terrein worden stroken vrijgehouden van panelen. Aan de kopse kanten betreŌ het ca. 25m, de middelste strook is ca. 100m breed. Deze stroken worden beheerd als ruigtevegetaƟe en zullen dienen als droge ecologische ´dooradering´. Migrerende reeën kunnen het zonnepark gemakkelijk doorkruisen en de bosschages midden in het plangebied worden meer met de overige bospercelen verbonden. Bosperceel aan de noordoostzijde: De aanwezigheid van bospercelen is karakterisƟek voor dit gebied. De schaduw van de beplanƟng vormt een beperking voor de plaatsing van zonnepanelen. Aan de noordoostzijde van het plangebied ligt een vierkant bosperceel, dat vanwege de ligging en schaduw ten koste gaat van relaƟef veel oppervlak zonnepark. Desondanks blijŌ het behouden. 4. Behoud van de bospercelen en aanleg nieuwe natuur: voor de aanleg van het zonnepark blijven de bospercelen als bos behouden. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt een perceel ingericht met delen bosschage, ruigtevegetaƟe en een klein zonneparkje als onderdeel van een postcoderoos.
Het bosperceel op het noordoostelijke deel van het zonnepark.
9
10
ToelichƟng op het ontwerp Ruimtelijke structuur en beleving Het plangebied bestaat uit twee delen. Het gebied is niet openbaar toegankelijk en wordt beleefd vanaf nabijgelegen openbare wegen.
Het gehele terrein zal extensief begraasd worden met schapen. Op de plekken met schaduw zal ook een ruig grasland ontstaan.
Het noordelijke gedeelte langs de A37 grenst aan het naastgelegen park in ontwikkeling door Powerfield. Voor passanten moet het verschil in ontwikkelaar niet te zien zijn en door afstemming van beide inrichƟngsplannen moet het één geheel vormen. Vanwege de reeën zal er geen hekwerk langs de A37 geplaatst worden. Het alternaƟef is een verbrede sloot met een lage grondwal. De wal zal overwegend begroeid worden met extensief gemaaid gras. Plaatselijk wordt heesterbeplanƟng aangeplant. Hiermee ontstaat afstand tussen verkeer en het zonnepark en met de heesterbeplanƟng kunnen ´drukke´ onregelmaƟgheden en trafo´s aan de achterzijde van de opstelling aan het zicht onƩrokken worden. Het zuidelijke gedeelte is alleen zichtbaar vanaf de Johannes Poststraat. Dit gedeelte van het plangebied heeŌ een heldere ruimtelijke structuur, die ontstaat door het samenspel van de lange smalle kavels en de bospercelen. Deze structuur is sterker in het zuidelijke gedeelte, dan in het noordelijke gedeelte langs de A37. In het zuidelijke gedeelte ligt de nadruk op een sobere inrichƟng met een eenduidigheid, die aansluit bij de ruimtelijke structuur van het gebied.
Nieuwe natuur of bosaanplant De bospercelen vallen binnen het NNN blijven behouden. Ook het perceel aan de noordoostzijde van het zonnepark, al kost dat relaƟef veel ruimte. Er zal nieuwe natuur worden aangelegd op een perceel ten zuiden van het plangebied. Het perceel ten westen van deze locaƟe is begroeid met jonge aanplant van eerdere natuurcompensaƟe. De inrichƟng zal bestaan uit bosschages, ruigtevegetaƟe en de mogelijkheid bestaat voor het aanleggen van een klein zonnepark ten behoeve van een postcoderoos. Dit biedt de mogelijkheid voor locale parƟcipaƟe in het zonnepark. De bosschages zijn in deze plannen aan de kopsekanten van de kavel gesitueerd. Aan de oostzijde om zicht op de panelen vanaf de oostzijde te beperken. Op verzoek van aanwonenden aan de Johannes Poststraat is dat bij de andere oostrand ook het geval. Aan de westzijde komt de rest van de oppervlakte bosaanplant. Langs de rand van het perceel loopt een onderhoudspad voor het waterschap. Het midden van deze kavel wordt beheerd als ruigtevegetaƟe, aansluitend op de ruigte aan de noordzijde van de wijk.
Natuurwaarde Vanwege de ligging tussen gebieden met een NNN-bestemming is in de inrichƟng gezocht naar mogelijkheden voor het scheppen van meerwaarde voor flora en fauna. Het zonnepark zal aan weerszijden en middenin een strook ruigtevegetaƟe zal omvaƩen als verbindingszone. Het zonnepark heeŌ ook een naƩe ecologisch waardevolle component. Aan de zuid-, west- en oostzijde liggen hoofdwatergangen. Gedeeltelijke zijn dit de wijken die gegraven zijn voor de ontginning van het gebied. Deze watergangen worden verbreed en voorzien van een natuurvriendelijke oever. Het streven is de wijken over een zo groot mogelijke lengte gelijk te behandelen om de eenheid binnen de wijkenstructuur te bewaren. Verschillen in waterpeil en stuwen/dammen vormen hierin een aantal prakƟsche beperkingen. Het gebied heeŌ ook te maken met verdroging. De afvoer van watergangen binnen het plangebied kan verminderd worden om water langer in het gebied te houden en zo te vernaƩen. Vanwege de aanwezigheid van de bospercelen zijn delen van het terrein niet geschikt voor de plaatsing van zonnepanelen. Dit speelt vooral aan noordzijde van bosschages, maar ook aan de oost- en westzijde van beplanƟng.
Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing van het zonnepark is gebaseerd op de randvoorwaarden die de gemeente Hoogeveen heeŌ geformuleerd. Dat houdt in, dat de landschappelijke inpassing gebaseerd wordt op de kenmerken van dit veengebied, om zo een blijvende landschappelijke impuls aan het gebied te geven. Met een goede landschappelijke inpassing kunnen zonneparken bijdragen aan structuurversterking van het landschap. Het begrip Ɵjdelijkheid is een belangrijk onderdeel van de regelgeving en het subsidiestelsel rond zonneparken. Contractueel wordt vastgelegd dat de locaƟe van een zonnepark na de exploitaƟeperiode niet alleen wordt opgeruimd, maar ook in de huidige situaƟe wordt hersteld. De bestaande bosschages is het gebied bestaan vrijwel geheel uit oud bos. Op het zuidelijkste perceel van het zonnepark wordt jong bos aangeplant. Dit sluit aan bij eerder aangeplante bosschages (zie punt 4 op blz. 8). Deze jonge aanplant levert een bijdrage aan verjonging van de bosstructuren in het gebied. Gecombineerd met de aanleg van natuurvriendelijke oevers vormt dat een blijvende impuls aan het landschap.
11
Profiel - A-A´ Noordzijde langs de A37, tot aan de dam t.h.v. de afslag. A’
A’ Dam
A A
1:5
1:5 1:3
A’
A 12
*Exacte dimensionering watergangen volgt i.o. met het waterschap.
Profiel - B-B´ Noordzijde met heesters, tot aan de dam t.h.v. de afslag. B’
B’ Dam
B B
1:5
1:5 1:3
B
B’ *Exacte dimensionering watergangen volgt i.o. met het waterschap.
13
Profiel - C-C´ Westzijde plangebied: ruigtevegetaƟe C C’
C
C’
Plangebied Powerfield Westzijde watergang (linkerzijde) wordt natuurvriendelijke oever.
C
C’ *Exacte dimensionering watergangen volgt i.o. met het waterschap.
14
Profiel - D-D´ Westzijde plangebied: natuurvriendelijke oever en ruigtevegetaƟe D
D D’
D’
1:3 1:4,5
D
D’ *Exacte dimensionering watergangen volgt i.o. met het waterschap. 1 : 4,5
15
Profiel - E-E´ Zuidzijde plangebied: natuurvriendelijke oever (aan de noordzijde van de wijk) F’ F’ E’ F E
F E’ E
1:7
1:3
E 16
E’ *Exacte dimensionering watergangen volgt i.o. met het waterschap.
Profiel - F-F´ Bosrand
E
E’
F
F
F F’’
F’ 17
Profiel - G-G´ Zuidzijde plangebied: natuurvriendelijke oever (aan de noordzijde van de wijk) H’ H
H’ G’ H G
G’ G
1:3 1:7
G 18
G’ *Exacte dimensionering watergangen volgt i.o. met het waterschap.
Profiel - H-H´ Bosrand G
G’
H
H’
1,8
3,3
5,3
2,4 5,1
H
6,3
3,89
2,05
7,6 (min. 5m)
3
H’ 19
Profiel - I-I´ Oostzijde plangbied: beplanƟng en walletje
I
I’
I
I’
*Type beplanƟng op de wal wordt in overleg met bewoners verder uitgewerkt.
I 20
I’ *Exacte dimensionering en evt. mogelijkheden voor het aanleggen van natuurvriendelijke oevers langs de hoofdwatergang aan de oostzijde wordt bepaald i.o. met het waterschap.
Techniek - Technische gegevens schans met panelen
BELANGRIJK De weergegeven maatvoering is gebaseerd op afmeƟngen van materialen, die nu bij leveranciers verkrijgbaar zijn. Tussen het opstellen van dit plan en de aanschaf van de daadwerkelijke materialen zit enige Ɵjd. Het kan voorkomen dat op het moment van aanleg de weergegeven materialen niet meer verkrijgbaar zijn en dat uitgeweken wordt naar materiaal met afwijkende maatvoering. De maximale hoogte van 1,8 meter boven peil is het uitgangspunt (en voorwaarde van de gemeente Hoogeveen), andere maten kunnen bij aanleg afwijken.
21
Techniek - Technische profielen trafo’s en referenƟe hekwerk Hekwerken Alleen op de dammen en bij de stuw. Hierbij wordt rekening gehouden met manoeuvreerruimte bij onderhoud. Type: deerfence.
Vooraanzicht
Kleurstelling trafo´s Neutrale donker grijs
Boven aanzicht
Linker zijaanzicht
Hekwerk op de dammen: type deerfence 1,8m hoog. Bron: GroenLeven
22
Achteraanzicht
Rechter zijaanzicht
Beheer De grasvegetaƟes in het zonnepark worden 1x per jaar gemaaid en afgevoerd. Deze delen van het terrein worden gefaseerd gemaaid, zodat er alƟjd stukken met hoog gras zijn als dekking en zaden kunnen rijpen. Na aanleg wordt het gehele terrein ingezaaid met een geschikt natuurlijk grasmengsel. Het beheer is erop gericht deze grasvegetaƟe in stand te houden. De beschikbare informaƟe van typisch Drentse grasmengsels zal het uitgangspunt vormen bij de keuze voor de te gebruiken grasmengsels. Hiervoor zal ook het advies van de leverancier en/of een ecoloog worden gevraagd. zie: hƩps://lbdrenthe.nl/projecten/drentse-bloemenmengsels De natuurvriendelijke oevers worden 1x in de twee jaar (en gefaseerd: niet alles tegelijk) gemaaid. Opschot van jonge bomen wordt na het broedseizoen, ´s zomers gemaaid om de boompjes uit te puƩen. Ruigte: gefaseerd maaien, eens in 3 a 5 jaar. Niet beweiden. Maaisel afvoeren of op hoop leggen op een vaste plek. In de hoop takken onderop voor de luchƟgheid. Zorg dat er geen ander afval gedumpt wordt.
Colofon Landschappelijke inpassing Zonnepark Hollandscheveld v02.52 ir. Reinout Lindemans Lindemans Landschapsarchitecten i.o.v. GroenLeven BV 14 juni 2019, Gewijzigd juni 2020 Zuiderend 83 9203 TK Drachten 0512 530615 www.lindemanslandschapsarchitecten.nl
Struweel: laten uitgroeien. Wanneer de heesters hoger dan 5 m worden zullen ze gesnoeid worden. Het is niet de bedoeling dat de heestersingels een haag worden. Het is ook niet de bedoeling dat de heestersingels laag bij de grond afgezet worden. Er zal met beleid gesnoeid moeten worden. Eens in de 5 a 10 jaar zo nodig opschot van boomvormers verwijderen. Jaarlijkse controle en maaien van (te grote) brandnetel- en akkerdistelhaarden. Ruimte onder en tussen de panelen: Vanwege de beschaduwde situaƟe komt onder de panelen een andere kruidenvegetaƟe tot ontwikkeling dan in de randen van het terrein. Maaibeheer is aĬankelijk van de plantensoorten en gericht op het laag houden van de vegetaƟe.
23
Bijlage 2
Watertoets
Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 65
10 juni 2021
datum 15-8-2018 dossiercode 20180801-63-18456 Geachte heer/mevrouw Mevrouw M. Verheijen, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de korte procedure. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan onder de voorwaarde dat u de standaard waterparagraaf uit dit document toepast.
STANDAARD WATERPARAGRAAF
Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Deze standaard waterparagraaf heeft betrekking op het plan Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark A37. Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen.
Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit.
Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst.
Wateraspecten plangebied Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via (de gekozen optie wordt hieronder bevestigd met ja): een gemengd stelsel een gescheiden stelsel: hemelwater wordt geinfiltreerd. ja
een gescheiden stelsel: hemelwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater. hemelwater wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool van een verbeterd gescheiden stelsel. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen.
_____________________________________________________________________________________________________________________ Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het waterschap Vechtstromen geinformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies.
Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bestemmingsplan is opgenomen dat de kennisgeving wordt toegezonden aan de instanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bestemmingsplan kunt u zenden aan kennisgevingwro@vechtstromen.nl.
_____________________________________________________________________________________________________________________ Verklaring Dit document is een automatisch gegenereerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld. Copyright Digitale Watertoets - http://www.dewatertoets.nl// Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve va het plan, dat in dit document is omschreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document. De WaterToets 2017
Bijlage 3
Ecologische inventarisatie
Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 68
10 juni 2021
Ec o l og i sch e in v en t ar i sa ti e z on n ep a r k H o og e ve en A 3 7
Ec o l og i sch e in v en t ar i sa ti e z on n ep a r k H o og e ve en A 3 7
Inhoud
Rapport
21 juni 2019 Projectnummer 951.00.02.02.00
Inhoudsopgave 1
Aanleiding onderzoek
3
2
Plangebied
4
3
Soortenbescherming
6
3.1
Planten
6
3.2
Zoogdieren
7
3.3
Vogels
9
3.4
Amfibieën
10
3.5
Overige soorten
11
4
Gebiedsbescherming
13
5
Conclusie
14
6
Bronnen
15
6.1
Veldbezoek
15
6.2
Internetbronnen
15
Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37 - 21 juni 2019
1
Aanleiding onderzoek Er is een plan om een zonnepark te realiseren in het agrarisch gebied ten zuiden van Hoogeveen. Om de plaatsing van zonnepanelen planologisch mogelijk te maken, wordt thans een procedure doorlopen. In het kader van deze procedure is inzicht gewenst in de effecten op natuurwaarden in het gebied (soortenbescherming en gebiedsbescherming). Hiertoe is in het plangebied een ecologische inventarisatie van de natuurwaarden uitgevoerd. Tevens is gekeken naar de effecten op beschermde gebieden in de omgeving. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de 1
Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 28 augustus 2018 en, voor aanvullend onderzoek naar eekhoorn, op 29 maart 2019 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs.
1
De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.
Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37 - 21 juni 2019
3
2
Plangebied Het plangebied betreft een aantal agrarische percelen en een klein bos ten westen van het erf van Johannes Poststraat 10 Nieuwlande, direct ten zuiden van de A37 nabij Hoogeveen. Het betreft drie langgerekte blokken van akkers met een totale oppervlakte van circa 18 ha waar ten tijde van het veldbezoek aardappels werden geteeld. Tevens ligt in het plangebied een klein bos van circa 0,5 ha, als inham in de meest noordelijke akker. Tussen het midden- en zuidelijke blok loopt de Zevende wijk, een brede watergang die eveneens tot het plangebied behoort. Tussen het noordelijke en middenblok ligt een strook loofbos van circa 75 m breed welke niet tot het plangebied behoort.
Figuur 1. Het plangebied onderverdeeld in drie blokken (geel omlijnd). Ook het geel omlijnde bosperceel in het noordelijke blok en de brede watergang tussen middelste en zuidelijke blok vallen binnen het plangebied.
Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37 - 21 juni 2019
4
Figuur 2. Foto-impressie van het plangebied, linksboven het meest zuidelijke blok met Zevende Wijk, rechtsboven het middenblok met sloot binnen het plangebied, en onder het noordelijke blok met het kleine bos binnen plangebied (28 augustus 2018)
Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de snelweg A37, aan de zuid-, oost- en westzijde deels aan bos, deels aan agrarische percelen. De dwarssloot in het middenblok, de sloten rondom het bosje in het noordelijke blok (geel omlijnd in figuur 1) en de 8 meter brede watergang tussen het middelste en zuidelijke blok (Zevende Wijk) behoren tot het plangebied. De overige watergangen aan de randen van het plangebied vallen buiten het plangebied.). De meeste watergangen zijn smal met steile oevers. Vrijwel alle zijn waterhoudend, alleen enkele delen van watergangen langs bosranden waren droog ten tijde van het veldbezoek. Er bevinden zich geen gebouwen in het plangebied. De dichtstbijzijnde bebouwing bevindt zicht circa 130 m ten oosten van het plangebied. Behalve het genoemde bosje zijn geen bomen aanwezig in het plangebied. Bij realisatie van het zonnepark worden de aanwezige watergangen aan de randen stand gehouden, en ook die in het middenblok. In overweging is nog om het bosje te kappen en aangrenzende sloten aan de west-, noord en oostzijde te dempen. De huidige bestemming van het bosje is natuur, van alle andere percelen agrarisch. Tevens is het een optie om langs de brede Zevende Wijk een natuurvriendelijke oever aan te leggen.
Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37 - 21 juni 2019
5
3
Soortenbescherming Onderdeel van de Wet natuurbescherming (Wnb) is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -
alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb artikelen 3.1-3.4);
-
dier- en plantensoorten die zijn beschermd op grond van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn (Wnb artikelen 3.5-3.9);
-
nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb artikelen 3.10-3.11).
Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb artikel 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verboden genoemd in artikel 3.10 eerste lid van de Wet natuurbescherming. Inventarisatie Ten aanzien van de aanwezigheid van beschermde soorten is, naast het afgelegde veldbezoek, via Quickscanhulp.nl
2
(© NDFF - quickscanhulp.nl 23-08-2018 14:22:48) soorteninformatie uit de
Nationale Database Flora en Fauna
3
opgevraagd. Uit de omgeving van het plangebied zijn
waarnemingen van diverse beschermde planten- en diersoorten bekend. Indien van toepassing, worden relevante soorten in de navolgende tekst benoemd.
3.1
Planten
Inventarisatie De akkers zijn ten tijde van het veldbezoek uitsluitend in gebruik voor aardappelteelt. In de randen komen algemene akkerkruiden voor van zeer voedselrijke grond, zoals melganzevoet, gewoon varkensgras, perzikkruid en Europese hanenpoot. Langs twee randen grenzend aan het bos ligt de grond braak over circa 10 meter breedte, en ook hier komen deze plantensoorten van zeer voedselrijke grond voor. De oevervegetatie van de smalle sloten wordt gedomineerd door hoge grasachtigen zoals liesgras, rietgras en pitrus, met af en toe kruiden zoals gewone engelwortel, scherpe boterbloem en grote
2
Quickscanhulp.nl is een online applicatie waarmee een afgeleide van data uit de NDFF wordt weergegeven. Het is daarmee een hulpmiddel voor ervaren ecologen om te bepalen of een beschermde soort wel of niet in het plangebied kan voorkomen. Quickscanhulp.nl geeft aan op welke afstand waarnemingen van beschermde soorten in relatie tot het plangebied zijn aangetroffen. Voor Quickscanhulp.nl worden alleen gevalideerde waarnemingen gebruikt.
3
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meeste complete natuurdatabank van Nederland. De NDFF geeft informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens. Informatie is te vinden op www.natuurloket.nl.
Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37 - 21 juni 2019
6
wederik. Waterplanten zijn grotendeels beperkt tot kroosachtigen zoals bultkroos en grote kroosvaren. Dit duidt op een slechte waterkwaliteit. In de brede watergangen zoals de Zevende Wijk is een meer diverse oever- en watervegetatie aanwezig met soorten zoals kikkerbeet, grote egelskop, pijlkruid, witte waterkers en zwanenbloem; dit duidt op goede waterkwaliteit. Het bos binnen het plangebied bestaat voor ongeveer de helft uit fijnsparren tot circa 15 m hoog, de andere helft bestaat voornamelijk uit dunne zwarte elzen en ruwe en zachte berken tot circa 10 m hoog, met langs de randen enkele zomereiken. Onder de loofbomen is een verspreide ondergroei aanwezig van voornamelijk brede stekelvaren, en enkele pollen blauwe bosbes. Uit de naaste omgeving van het plangebied is één beschermde plantensoort bekend (Quickscanhulp.nl). Dit betreft de Karthuizer anjer, waarvoor geschikt biotoop ontbreekt in het plangebied. Er zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen in het plangebied tijdens het veldbezoek. Deze zijn gezien de inrichting en het intensieve terreingebruik ook niet te verwachten. Effectbeoordeling In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen en te verwachten. Als gevolg van de ontwikkelingen zijn negatieve effecten op deze soortengroep uitgesloten.
3.2
Zoogdieren
Inventarisatie Door het ontbreken van bebouwing en bomen op de akkers kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen hier worden uitgesloten. In het bosje binnen het plangebied zijn geen zijn geen voor vleermuizen geschikte ruimtes, zoals holtes of spleten, aangetroffen. In de omgeving (tot 5 kilometer rond het plangebied) zijn gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis, franjestaart en watervleermuis bekend. Vrijwel alle randen van het plangebied vormen door opgaande beplanting of brede watergangen met oeverbegroeiing geschikt leefgebied voor foeragerende vleermuizen. De percelen zelf zijn marginaal geschikt vanwege het intensieve agrarische gebruik. In de omgeving van het plangebied (0-1 km) zijn acht soorten grondgebonden zoogdieren bekend (Quickscanhulp.nl). Voor zes daarvan geldt in de provincie Drenthe een vrijstelling van de verbodsartikelen bij ruimtelijke ontwikkelingen. De niet-vrijgestelde soorten betreffen eekhoorn en steenmarter. Voor steenmarter is het plangebied zelf weinig geschikt als leefgebied. Ook in het bos in het plangebied zijn geen mogelijke verblijfplaatsen zoals houtstapels of steenhopen aangetroffen. Wel is steenmarter foeragerend te verwachten langs bosranden en slootkanten langs de randen van het plangebied. Voor eekhoorn zijn de akkers in het plangebied ongeschikt als leefgebied.
In het bos binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van eekhoorn aangetroffen tijdens het eerste veldbezoek, wel waren
Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37 - 21 juni 2019
7
er vraatsporen aanwezig in de vorm van afgeknaagde fijnsparappels, afkomstig van de hier aanwezige fijnsparren. Dit wijst erop dat het bos deel uitmaakt van foerageergebied van eekhoorn. Daarom is nader onderzoek gedaan naar sporen van eekhoorn op 29 maart 2019, in het bos binnen het plangebied en het aangrenzende bos. De gevonden sporen zijn aangegeven in figuur 3. In het te verwijderen bos binnen het plangebied zijn geen nesten aangetroffen, maar wel vraatsporen aan kegels van de fijnspar. De locatie met enkele tientallen aangevreten kegels is aangegeven in figuur 3, ook elders in het bos zijn nog enkele aangevreten kegels gevonden. In het aangrenzende loofbos staan hoog opgaande eiken en berken en is daarmee zeer geschikt is voor eekhoorn. Dit bos is tot 200 m van het bosje in het plangebied onderzocht op nesten of sporen. Er zijn daarbij twee eekhoornnesten aangetroffen, op ca. 70 en 120 m afstand van het bos in het plangebied (zie figuur 3). Er zijn geen verdere sporen gevonden (zoals vraatsporen of krassen in nestbomen) en ook geen eekhoorns waargenomen.
Figuur 3. Vindplaatsen van vraatsporen van eekhoorn in het plangebied, en twee eekhoornnesten buiten het plangebied (plangebied rood omlijnd)