CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag gemeenteraad 8 april 2021

Raadsavond 8 april 2021, gemeente Hoogeveen36.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

4 alinea's met “sessies”: 128 149 157 172

Ik kijk ook even naar mevrouw Oosting, u hebt ook aangegeven met een voorbeeld van dat deze relatie er lag. Wilt u daar nog iets over kwijt? En daarna geef ik het woord aan mevrouw Rutgers. Mevrouw Oosting: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja zeker wil ik daar iets over kwijt, GemeenteBelangen, CDA en SGP, die schieten nu volstrekt in de verdediging om maar cijfermatig aan te willen tonen dat het echt … Kijk, of het nu linksom of rechtsom gaat, er is een taakstelling opgelegd van 5 ton extra op de Jeugdzorg, dus dat betekent dat er een extra bezuiniging moest worden doorgevoerd in het sociaal domein. En tegelijkertijd werd er aan een van de weinige inkomensknoppen van de gemeenteraad gedraaid, en dat was dat de ozb zeg maar weer verder verlaagd werd. Dus mijn vraag aan partijen is ook van, met het voorstel wat nu voorligt, is dat een maatschappelijk verantwoorde keuze geweest? Nou, bij het CDA heb ik daar mijn twijfels over want het CDA geeft nu voor de bühne aan dat ze niet akkoord kunnen gaan met die bezuiniging van 107.000 euro. En de heer Van Rijn die trek daar de horeca bij in, maar goed, ik vind gewoon dat wij ons als gemeente Hoogeveen

moeten schamen, dat we niet bereid zijn om per huis zeg maar één of twee euro extra ozb te gaan betalen, en om dan te zorgen dat we een minimaalregeling voor een groot gedeelte in de benen houden. Want dat is waar inhoudelijke de discussie om gaat. De discussie gaat niet over hoe dat zich nu technisch tot elkaar verhouden heeft, maar de discussie gaat over het feit, vind je het besluit wat nu voorligt maatschappelijk verantwoord, terwijl je krap drie maanden geleden nog de onroerendgoedbelasting verder gaat verlagen. Want op het moment dat dus de taakstellingen niet realiseerbaar zijn, en dan moet weer aan deze inkomstenknop gedraaid worden, dan is dat volgens mij ook aan deze partijen om dat uit te gaan leggen aan Hoogeveen, en niet aan de partijen die daartegen hebben gestemd. Maar het is wel degelijk van invloed op het voorstel wat nu voorligt. De voorzitter: Ik geef het woord aan mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Dank u wel, voorzitter. Ja, in lijn met wat mevrouw Oosting zegt wou ik eigenlijk ook wel reageren want nog los van het ozb-verhaal, het is gewoon een feit dat CDA, GemeenteBelangen en SGP dachten in december, dat er nog wel een half miljoen extra te halen zou vallen in het sociaal domein. Nou, er was een meerderheid in partijen in de raad, die dat toen al niet zagen zitten.

We hebben daar niet voor niets de hele zomer over gebakkeleid van, wat is nou wel mogelijk en wat is niet mogelijk. En dit is eigenlijk door onze strot gedouwd met die begrotingsvergadering. En nu blijkt ook wel, het is niet mogelijk, er valt niet meer te halen. En dan komt het CDA nu toch met terugkrabbelmove van, ja, nee, die ton op die ene post, nee, dat moeten we misschien toch niet willen. Dat is heel leuk maar je hebt het zelf voorgesteld. En plus, je hebt ook geen dekkingsvoorstel. Dus ik snap echt niet deze poging tot opeens toch een socialer geluid, terwijl nog een paar maand geleden, we hebben het nog vers voor de geest, ja, met veel pijn en moeite door die partijen toch nog weer extra maatregelen zijn doorgedrukt.

Plus, nu blijkt al dat dit niet haalbaar is, hoe kijken we dan naar de toekomst? En als je kijkt naar de jaren die hierna volgen en welk plaatje we daarvoor bedacht hadden met zijn allen, al nu al blijkt dat dit niet kan, hoe haalbaar is dat dan nog? En daar wil ik ook wel graag de anderen over horen, want het gaat nu hele tijd pingpongen over die ozb en in welke pot dat wel of niet terugvloeit, maar hoe kijken we nou naar de toekomst als we nu al zo’n moeite hebben om een 1,5 miljoen te korten, hoe kijken we er dan naar dat er over een paar jaar dat is opgelopen tot ongeveer 8 miljoen? De voorzitter: Mevrouw Rutgers, dat is in ieder geval een bruggetje naar de andere debatpunten, want doen we de goede dingen, hoe kijken we daartegenaan? Dat staat ongetwijfeld op het lijstje. Uw betoog ging in ieder geval over punt 2 van het raadsbesluit, het terug te brengen naar 1 miljoen in plaats van de 1,5 miljoen bij de taakstelling sociaal domein. En ik ga nu eventjes nog even kijken naar andere reacties, ik zie de heer Bisschop nog weer een handje. Mijnheer Bisschop. De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch even terugkomen op de opmerking van de heer Koekoek. Hij zei van, ja, wij hebben bij het verlagen en nivellering van de ozb-stijging, hebben wij natuurlijk niet die taakstelling meegenomen.

Nou, ik heb even de besluitenlijst van 3 december er even bij gepakt, en daar staat die wel degelijk in. Dus mijnheer Koekoek, ik denk dat dat argument wat u nu aanhaalt in dit debat, dat het eigenlijk niet gebaseerd is op feiten. Vervolgens wil ik gewoon meegeven dat u als drie partijen onze raad, zoals we hier met zijn allen zitten, zoals we met zijn allen Schone lei hebben vormgegeven, waar we ook met zijn allen de bezuiniging, de ombuiging van 1 miljoen in het sociaal domein voor 2020 hebben vastgelegd, en dan vervolgens via deze move de hele raad en het college met de rug tegen de muur zet zodat we geen andere zaken meer kunnen doen, dat we geen ruimte hebben om dit soort incidentele tegenvallers op te kunnen vangen, die lucht hebt u helemaal met zijn drieën uit de begroting gehaald. En dan kunt u van alle cijfers kunt u erbij neerleggen, maar dat zijn de feiten, en daar moet u voor staan en die verantwoordelijkheid moet u nemen. En die reflectie hebt u niet als drie partijen, en dat is zeer stuitend.

De voorzitter: Dank u, mijnheer Bisschop. Ik stel wel vast dat we wel teruggaan naar het raadsbesluit. Maar dat we ondertussen, ik wel nog even de gelegenheid moet geven aan de heer Koekoek om hierop te reageren. Mijnheer Koekoek. De heer Koekoek: Ja, dank u wel, voorzitter. Dat lijkt mij ook wel aardig want er worden nogal grote worden gebruikt. Er wordt ons verweten dat wij feiten ontkennen terwijl andere partijen alleen maar aan beeldvorming doen en niet ingaan op de feiten. Ik heb net hele duidelijke feiten genoemd, daar wordt gewoon überhaupt niet op gereageerd. Ik moet ook zeggen dat er twee partijen zijn, op zijn minst twee partijen zijn die echt kilo’s boter op hun hoofd hebben, want PvdA en de VVD waren het best wel eens met die taakstelling op Jeugd, maar hebben hem uiteindelijk, na een lange les, 3 december zich onttrokken van dat amendement. Nu wordt er heel erg groot stampij gemaakt dat dat allemaal niet had gekund. En dan denk ik van, ja, waarom kon het dan eerst wel en uiteindelijk in de raadsvergadering van 3 december pas kon het niet meer? Ja, dan denk ik van, wie is hier nou de feiten aan het verbuigen en wie is er nou beeldvorming aan het bedrijven? Volgens mij moeten we het over feiten hebben, daar heb ik het over. Ik heb het net glashelder uitgelegd, heb ik op 3 december ook gedaan.

Ja, wat mij betreft komen we hier ook verder niet uit en moeten we nu eindelijk eens naar het raadsvoorstel toe want we zijn al tweeënhalf uur bezig om überhaupt toe te komen aan een debat over het raadsvoorstel. Dit zijn alleen nog maar inleidingen en we hebben nu een debat over iets heel anders dan het raadsvoorstel. Dus ja, volgens mij komen we zo echt geen steek verder. De voorzitter: Dank u, mijnheer Koekoek. We zullen ongetwijfeld daar terugkomen. Ik heb wel het idee dat het onderwerp leeft, om het dan maar even netjes aan te geven, want er wordt wel het … En het is ook goed om dat naar elkaar uit te spreken. Mevrouw Pullen-Muis: Voorzitter? De voorzitter: Ik zie mevrouw Pullen volgens mij. Mevrouw Pullen-Muis: Mag ik nog een vraag stellen in de zin van, want er zijn een aantal handen opgestoken en ik wil eigenlijk nog wel reageren op de heer Koekoek en allerlei andere collega’s op dit punt, of sluiten we nou dit punt af? De voorzitter: Dat was ik nog niet van plan. Mevrouw Pullen-Muis: Oké. De voorzitter: Maar ik wou wel uiteindelijk wel weer graag naar het raadsvoorstel toe en daar heb ik nog een aantal debatpunten voor opgeschreven. Maar ik geef nu de ruimte aan u om te reageren. Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Ja, nou, ik heb gewoon wel heel veel moeite met toch wat er nu door het CDA wordt gezegd, en ik ondersteun best een aantal woorden van de heer Bisschop.

Maar ik heb nog gewoon nog weer ook die feiten erbij gepakt, wij hebben als ChristenUnie heel duidelijk begrepen dat het amendement verhogen taakstelling Jeugdzorg, als een effect wordt meegenomen in de financiële berekening voor de consequenties voor de nivellering voor de ozb. Het was daar duidelijk aan gekoppeld, en dat kan het CDA nu wel onder de tafel schuiven of anderen, maar dit is wat ik lees en dat is voor ons de reden geweest waarom we toen tegen de begroting hebben gestemd. En waarmee we dus nu zitten te worstelen met een taakstelling of doelstelling die nu dus nu niet gehaald wordt, wat ik ook al in mijn eerdere bijdrage heb gezegd.

De voorzitter: Duidelijk dat dit een debatpunt is waar het lastig is om het met elkaar over eens te worden. En misschien wel goed om de feiten nog na vanavond nog eens naast elkaar te leggen. De heer Van Rijn: Voorzitter, ik had wel even nog een punt. De voorzitter: Dit punt, dat valt hieraan te koppelen, mijnheer Van Rijn? De heer Van Rijn: Ja zeker, want er worden drie partijen aangesproken, en daar wordt een reflectie van gevraagd. En ik dacht dat ik daar eentje van … Bij de een hoorde. De voorzitter: Volgens mij had ik al drie partijen al aan het woord gehad, maar u mag alsnog wel een reactie geven. De heer Van Rijn: Goed, eventjes op de heer Bisschop van de VVD, hij zegt, wij zitten in het college met de rug tegen de muur. En dan kan ik gelijk eventjes dat punt van de CU bij benoemen, hoor even goed de reacties van het college bij het indienen van deze amendementen. En dan zegt het college van, eentje, het is misschien niet verstandig, dat is de één, want er zit een klein risicootje in en voor de rest was het allemaal haalbaar. Dat heeft het college gewoon gezegd. En nogmaals, echt waar, die 5 ton taakstelling op Jeugdzorg heeft niets te maken met dat de ozb verlaagd zou worden, het komt gewoon uit het financiële domein. Dank u wel. De heer …: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van Rijn, dank u. Er zijn hier, het roept wel behoorlijk reactie op.

Het is onderdeel van punt 2 van het raadsbesluit natuurlijk, doordat er wel een besluit genomen moet worden om die taakstelling terug te brengen want die was bij het amendement toentertijd ingediend. Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Kijk, wat hier dus duidelijk wordt is dat gewoon de beelden niet kloppen. En ik denk dat het verstandig is dat iedereen nog eens even goed het raadsbesluit naleest, en dan moeten we daar op die manier maar op terugkomen. En daarbij is de reactie op de heer Van Rijn, wat mij betreft zijn we als raadsfracties allemaal zelfstandig in onze eigen beslissingen. En natuurlijk heeft het college een opdracht uit te voeren vanuit de Schone lei, maar we mogen daar zeker kritisch naar blijven kijken. Dat is onze reactie. De voorzitter: Dank u, mevrouw Pullen. Ik stel voor om eventueel in de komende week de cijfers nog naast elkaar te leggen, hoe het precies zit. En anders komen we daar natuurlijk bij de besluitvormende blok op terug met betrekking tot stemverklaringen of met amendementen of met moties, dat zien we dan graag tegemoet. Ik wil het volgende debatpunt ook wel graag, het bedrag van 107.000 euro in Participatie, dat is genoemd door het CDA dat dit veel te ver gaat.

Wil mevrouw Bouius dat nog enigszins toelichten? U hebt ook aangegeven daar met het college in gesprek te gaan maar misschien kunt u daar ook al een aantal raadsleden over meenemen? Mevrouw Bouius. Mevrouw Bouius-Feyen: Ja, ik heb meerdere fracties daarover gehoord, dat die hier ook zo instonden. Ik heb van de ChristenUnie gehoord … Hoort u mij? De voorzitter: U bent duidelijk te verstaan, mevrouw Bouius. Mevrouw Bouius-Feyen: Oké. Ik heb van de ChristenUnie ook gehoord dat zij een amendement daarover klaar hebben liggen. Het lijkt me raadzaam dat wij deze komende veertien dagen elkaar opzoeken en kijken wat wij daarin samen kunnen bewerkstelligen.

De voorzitter: Mevrouw Rutgers, u wilt hierop reageren? Mevrouw Rutgers: Ik wil op heel veel dingen reageren, maar ik zal proberen maar even bij dit punt te blijven. Ik had … Ik was nog aan het schrijven, ik had iets meer toelichting van mevrouw Bouius wel verwacht op dit punt, maar in de basis zijn we het wel eens. Kijk, de problemen zijn niet ontstaan bij de post Participatie maar bij de posten Wmo en Jeugd. En op de post Participatie zijn de laatste jaren enorme stappen gezet. Er zijn ook wel enorme stappen weer te verwachten, als de coronacrisis geluwd is. Dus het voelt ook voor D66 scheef om daar nu geld weg te willen halen. Ja, en tegelijk, dat zei ik ook al in mijn eerste termijn, een blijvende spagaat, we hebben nou eenmaal iets anders afgesproken in de begroting. Wij hebben daar ook niet mee ingestemd. Maar daarna hebben we met zijn allen gezegd, oké jongens, we gaan wel, we moeten wel verder, we committeren ons aan dat die begroting wel is aangenomen. Dus ja, dat is de spagaat, we willen dit niet, maar ik hoor ook geen dekkingsvoorstel. Dus als er een voorstel is waarmee we dit kunnen afwenden, ja, heel graag. Maar ik heb hem niet voorhanden dus ik hoor graag van het CDA wat ze voor ogen hebben om het een en ander terug te draaien? De voorzitter: Dank u, mevrouw Rutgers. Eerst naar mijnheer Bisschop. De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter.

Ja, ik had eigenlijk een beetje hetzelfde wat mevrouw Rutgers ook had. Ik ben wel heel benieuwd naar het dekkingsvoorstel van het CDA en hoe zij dat dan op een andere manier willen invullen? De voorzitter: Dank u, mijnheer Bisschop. Mevrouw Van den Oord. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja, dank u, voorzitter. Ja, eigenlijk een beetje in reactie op mevrouw Rutgers maar ook helemaal aangaande de discussie over de taakstelling op de re-integratievoorzieningen. Wat mijn fractie veel belangrijker vindt is dat het werkveld ons tijdens de informele sessies die wij met elkaar hebben gehad, waarbij we met de ambtenaren, de regisseurs van, de beleidsambtenaar, zo moet ik het zeggen, hebben gekeken naar allerlei posten binnen het sociaal domein. Was toch heel duidelijk dat daar werd aangegeven dat eigenlijk het schrappen van bijvoorbeeld trajecten om mensen naar werk te begeleiden, voor het bedrag wat we nu hebben opgevoerd, er zo’n dertig tot veertig mensen per jaar niet kunnen worden begeleid naar werk, waardoor zij dus langer in de bijstand blijven zitten, et cetera.

Voor mijn fractie is dat een argument die boven een bedrag wat we hopen te besparen staat, namelijk, uiteindelijk blijven deze mensen dus langer in de bijstand en wellicht komen ze er helemaal niet meer uit doordat wij nu met toch wel de botte bijl aan het zoeken zijn naar mogelijkheden om met een sluitende begroting te komen. Dus voor mijn fractie staat voorop, de werkvloer signaleert dat dit tot grote problemen gaat leiden, dus wat ons betreft even beperken tot die 107.000 waar mevrouw Bouius op doelt. Daar staan wij volledig achter, maar dat is wat ons betreft maar een onderdeel in de totale bezuinigingsopdracht. De voorzitter: Dank u, mevrouw Van den Oord. Mevrouw Oosting. Mevrouw Oosting: Ja, voorzitter, ik heb toch even een punt van orde want we hebben net natuurlijk een discussie over de ozb en dan zie ik in die tussentijd dat in de app zeg maar van de gemeenteraad, dat daar nu cijfers in gedeeld worden en dat er een discussie … Gewoon niet kies zeg maar, dat gesprek moeten we volgens mij voeren in de openbare raadsvergadering. En ik vind dat ook vervelend dat er nu mensen zijn die zeg maar dan op deze manier wat meer hun gelijk willen halen. Want het was net wel duidelijk dat die discussie gewoon niet uitgesproken is of niet volledig is gevoerd, maar laten we die dan in de raadzaal met elkaar voortzetten en niet in de app van de gemeenteraad.

De voorzitter: Op de app, die krijg ik niet mee, dus ik ga er even van uit wat hier in de openbaarheid gezegd wordt. En ik had wel geconcludeerd eigenlijk dat hier een heel erg welles nietes verhaal ontstaat, waar we eventueel de cijfers nog eens met elkaar moeten delen in de komende twee weken voorafgaand aan het besluitvormende blok. Dus ik denk op zich dat ik met de discussie op, die onderling wordt gevoerd, dat die hier dan niet in de openbaarheid is maar dat dat eigenlijk wel zou moeten. Maar ook dat ik het punt eigenlijk in zoverre had afgesloten dat we daar niet over eens worden in deze debatronde. Ik zie nog een handje bij mevrouw Van Hien. U wilt ook reageren? Mevrouw Van Hien: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wilde eigenlijk even reageren op mevrouw Bouius van CDA, u heeft het over dat u straks wil komen met een amendement hè, in verband met het aanpassen van de individuele inkomenstoeslag, die 107.000. U heeft nog geen dekking in gedachten, wat ik van u begrijp? Klopt dat? De voorzitter: Dan geef ik nu eerst nog even het woord aan mevrouw Pullen, en dan kom ik uiteindelijk terug bij mevrouw Bouius om een reactie te geven op datgene wat ze nu gehoord heeft. Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Ja, dank u wel, voorzitter.

Nou, ik denk dat het even goed is dat ik even herhaal wat ik in mijn eerste termijn heb gezegd over ons aangekondigde amendement, dat willen we gewoon voor de komende twee weken zeker verkennen of we daar dekking voor gaan vinden. En ik heb ook zeker gezegd dat we ook in lijn met, ja, verwachtingen op betrekking tot het Rijk en gelden van het Rijk, dat we ook daarnaar kijken. Kijk, ook al zegt het college dat het heel moeilijk is en bijna niet haalbaar, wij willen daar toch nog naar gaan zoeken, ook wel vanuit dat perspectief. Dus dat zou een aanvulling nog kunnen zijn voor de andere fracties. De voorzitter: Dank u, mevrouw Pullen. Ik zie bij mijnheer Sieders nog behoefte heeft aan een opmerking. Mevrouw Van Hien: Nee, voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Sieders, GemeenteBelangen. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Even reagerend op de Participatie, Inkomen. Wij hebben in de zomer keuzes gemaakt, keuzes die wij ook niet leuk vonden allemaal. Maar we hebben wel keuzes gemaakt. Als het CDA een ander dekkingsvoorstel vindt met een keuze die minder pijnlijk is, dan horen wij dat uiteraard ook graag, net als wat CU aangeeft.

Even het stukje Participatie en re-integratie waar mevrouw van de SP, Van Oord over heeft aangehaald, dat is ook de reden waarom wij het hadden over het structurele, of niet structureel, wij vinden namelijk sowieso voor dit jaar dat het zou moeten kunnen wat het college zegt. Maar wij vinden wel dat het voor het jaar daarop zeer duidelijk moet worden gekeken dat dat niet een structurele bezuiniging zou moeten zijn omdat wij daar ook zien vanuit het werkveld dat dat meer problemen gaat opleveren dan voordelen. De voorzitter: Mevrouw Van Hien? Mevrouw Van Hien: Ja, voorzitter, ik had een vraag gesteld aan mevrouw Bouius, daar wou ik graag nog een reactie op. En ik had gelijk ook nog, ik was nog niet klaar zo net, ik had nog een vraag aan de SP. Maar die vraag was inderdaad aan mevrouw Bouius van, u heeft daar geen dekkingsvoorstel voor op dit moment. Maar ik vraag me ook af hoe mevrouw Bouius, dus het CDA, dan reageert op de reactie van de wethouder, dat die eigenlijk geen ruimte meer ziet voor aanpassingen binnen dit huidige voorstel? Dat was mijn vraag aan

mevrouw Bouius. Twee vragen dus eigenlijk. En mevrouw Van den Oord van de SP, u geeft aan dat u inderdaad die 107.000, van het voorstel van het aanpassen van individuele inkomenstoeslag, dat u daar inderdaad ook liever terug wilde draaien. Maar dat u ook meerdere bezuinigingen terug wil draaien of niet mee eens zijn. Klopt dat, dat u dat vindt of dat de SP dat vindt? En als u niet instemt met deze bezuinigingen, heeft u zelf dan een andere dekking in gedachte of bent u dan voornemens om gewoon helemaal tegen te stemmen? Dat waren even mijn vragen, voorzitter. Aan het CDA dus en de SP. De voorzitter: Dat was ook de insteek om even het rondje te maken en dan uiteindelijk weer terug te komen bij mevrouw Bouius, dat gaan we dan nu ook doen. Een daarna geef ik het woord nog even aan mevrouw Van den Oord om een antwoord op die vraag te stellen. Mevrouw Bouius. Mevrouw Bouius-Feyen: Ja, ik heb zeker gehoord wat de wethouder gezegd heeft, dat hebben we allemaal denk ik gehoord. En ook het negatieve advies, dat had ik ook niet anders verwacht want anders hadden ze het niet voorgesteld. Maar we gaan zeker op zoek, en ik heb ook het verhaal van de ChristenUnie gehoord, die zitten nog met hetzelfde probleem, die hebben nu ook nog geen dekking. De SP wil graag hetzelfde, dus wij gaan daar naarstig naar op zoek en dat hopen wij te vinden.

En dan willen wij dit gewoon niet door laten gaan, en dan komen we met een ander voorstel. Het is even niet meer, het is even niet anders. Mevrouw Rutgers kan dat heel naïef en dat ik te weinig verteld heb maar het is nou eenmaal zo. De voorzitter: Dank u, mevrouw Bouius. Als het voorstel er ligt hoop ik als voorzitter voor deze raad wel dat er ruimte en tijd is om het goed te kunnen beoordelen voor alle fracties. Ik kijk nog even naar mevrouw Oosting, heeft het handje omhoog. Mevrouw Oosting? Mevrouw Oosting: Ja, dank u wel, voorzitter, want u was mij vergeten zeg maar in de vragenronde voor mevrouw Bouius. Maar de Partij van de Arbeid had natuurlijk in de eerste termijn ook al aangegeven een aantal onderdelen graag van tafel te willen. Dus ja, wij doen daar ook graag aan mee en we gaan ook graag met elkaar op zoek zeg maar naar andere mogelijkheden, hoe lastig dat ook is. Maar dan heb ik aansluitend, ik had ook nog even een vraag aan de heer Sieders, want ik hoor net een weifelende van, ja, we zien graag het voorstel tegemoet. Maar ik wil graag weten van, wat wil GemeenteBelangen daar nu mee? Want ik hoorde de heer Sieders in eerste termijn zeggen van, nou, het hoeft allemaal niet zo moeilijk te zijn. Ik hoor hem in deze raadsvergadering vier keer zeggen, we hebben bepaalde afspraken gemaakt bij Schone lei.

Nou, ik wil u er toch aan helpen herinneren dat u met de verlaging van de ozb daarvan bent afgeweken. Maar u wilt ook niet dat er iemand tussen wal en schip valt. Dus ja, wat wilt u nu? Wilt u wel of niet meedoen met dat amendement? De voorzitter: Dank u, mevrouw Oosting. Is het goed, mevrouw Van den Oord, dat ik eerst het woord even geef aan de heer Sieders en daarna kunt u nog antwoord geven op de vraag van GroenLinks? Mijnheer Sieders. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Mag ik wil even reageren als punt van orde, voorzitter? De voorzitter: Punt van orde gaat voor, mevrouw Van den Oord. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ik benijd u niet op de positie waarop u zit, maar ik moet zeggen, ik vind dit debat vrij chaotisch verlopen. En ik moet eerlijk zeggen, mevrouw Van Hien werd afgekapt en toen ging het naar de heer Sieders, en ik zou aan de beurt komen nadat mevrouw Bouius had beantwoord. Even recente voorbeelden. Ik denk dat u, omdat het een gevoelig onderwerp is, ook al begrijp ik dat ook bij iedereen de

emoties hoog oplopen, maar het lijkt me toch in het kader van een beetje duidelijkheid, handiger als dan wel vast wordt gehouden aan de volgorde. Want ik moet eerlijk zeggen dat ik niet eens meer weet of we nu al officieel met de tweede termijn begonnen zijn, want ik raak de draad een beetje ervan kwijt eerlijk gezegd. De voorzitter: Dat we ondertussen aan het debat zijn gestart, dat heb ik ook gemeld en dat was al direct aan het begin, dus wat dat betreft denk ik … Maar ik snap wat u bedoelt. Het zal ongetwijfeld aan mij liggen maar het is natuurlijk wel zo dat dit onderwerp zodanig gevoelig is dat iedereen daar zijn mening over heeft. En ik heb best nog wel een aantal dingen die in het hele debat eigenlijk automatisch worden besproken. Dus ja, ik hoop … Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Nou, ik spreek ook mijn collega’s aan want wij hebben natuurlijk zelf ook de plicht om enige discipline in acht nemen als het gaat om, om naar u te luisteren maar ook om elkaar aan het woord te laten en te beantwoorden. Dus als we nu met zijn allen even ons best doen dan kunnen we wellicht een zinvol debat gaan voeren. De voorzitter: Dank u, mevrouw Van den Oord. Mijnheer Sieders, daar was ik volgens mij gebleven als ik mij nog goed herinner. De heer Sieders: Ja, dank u, voorzitter.

Reagerend op mevrouw Oosting van de PvdA, willen wij meegaan in het amendement, zeer moeilijk te zeggen, want er ligt nu nog geen amendement, er ligt nog geen dekking. Maar het is wel zo dat voor ons, als iets er is nog niet in beton gegoten en wij kunnen echt wel afwijken van wat er nu voorligt ‘…’ voor komt te liggen. Dus dat is mijn antwoord daarop. Dus als iemand een beter voorstel heeft of een goed voorstel, als zowel de ruimte vinden die, wat ik eerlijk zeg, wij niet hebben kunnen vinden hier op sommige punten, ja, dan willen wij dat graag zien. En dan zullen wij dat op de inhoud beoordelen en het is niet bij ons op voorhand dat wij dat afwijzen. Want wij staan open voor alle ideeën en inbrengen van alle partijen binnen onze raad. En wij zullen ook luisteren naar alle dingen die gezegd worden door alle partijen binnen de raad. Nou, dat op het stuk, wat willen wij met het amendement. Het stuk tussen wal en schip belanden, nou, dat hebben we al vaker aangegeven, dat hebben we in Schone lei aangegeven, dat hebben we in de stukken daarna aangegeven, dat hebben we onze hele raad aangegeven, dat we dat niet willen. We gaan er ook van uit dat wat nu voorligt, dat dat gewoon is getoetst door de wethouder dus door het ambtelijk apparaat, dat het kan en dat we dit ook voorkomen daarmee.

En daarmee gaan wij ook uit gewoon van de expertise van de wethouders en het ambtelijk apparaat wat daarachter staat. Was er verder nog een vraag, mevrouw Oosting, of heb ik ze gehad? De voorzitter: Mevrouw Oosting, u had ook uw hand opgestoken dus wat dat betreft kunt u nu ook reageren, en eventueel op de heer Sieders. Mevrouw Oosting: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, mijnheer Sieders, dank voor uw beantwoording maar ik ben er eigenlijk niet veel wijzer van geworden want u geeft aan dat jullie, dat GemeenteBelangen luistert, dat GemeenteBelangen openstaat voor andere voorstellen vanuit de raad, en dat u af wilt wachten zeg maar welk voorstel voor komt te liggen. Maar mijn vraag was, wat is het politieke standpunt van GemeenteBelangen? Bent u ervoor om die inkomensvoorziening in de benen te houden, ja of nee? Wat is het politiek standpunt daarin van GemeenteBelangen? Dan neem ik aan dat u daar toch een ja of een nee op kunt geven? Of is dat politieke standpunt ook nog niet bekend? De voorzitter: Mijnheer Sieders.

De heer Sieders: Heeft u het nou puur over het stukje Participatie, Inkomen wat in die hele voorstel ligt, mevrouw Oosting? Mevrouw Oosting: Nou, laat ik als voorbeeld maar aanhalen, het bedrag wat nu steeds over tafel gaat, 107.000 euro. Zit GemeenteBelangen, zijn jullie van plan om dat in de benen te houden of zijn jullie dat niet van plan? U heeft daar toch een politiek standpunt in? De heer Sieders: Ja, uiteraard hebben wij daar een politiek standpunt in. Wij hebben namelijk keuzes gemaakt, wat ik net ook al aangaf, in de zomer en daarna op 3 december ook. Als er geen ander voorstel komt, zullen wij het met dit voorstel moeten doen en willen we dat in de been houden. Dat is ons politiek standpunt. De voorzitter: Dank u, mijnheer Sieders. Ik zie dat dit een reactie oproept van mevrouw Oosting, en daarna wil ik graag nog even naar mevrouw Rutgers. Mevrouw Oosting. Mevrouw Oosting: Ja, dank u wel, voorzitter. Laatste reactie hoor, ja, u refereert weer aan de standpunten, maar daar bent u toch van afgeweken op het moment dat u de ozb heeft verlaagd, dat in de eerste plaats. Ja, en in de tweede plaats dan, vindt u het dan maatschappelijk zeg maar verantwoord? U kiest er dus voor om één of twee euro per maand ozb minder te gaan betalen, en vervolgens een kaalslag te plegen bij de minima en te bezuinigen op het integratiebudget.

Begrijp ik goed dat dat is zoals GemeenteBelangen graag met de inwoners van Hoogeveen wil omgaan? De heer Sieders: Nou, dat … Nou, voorzitter? De voorzitter: Dat roept inderdaad een reactie op, maar ja, mijnheer Sieders, reageert u hier maar even op. De heer Sieders: Nou, drie punten hierop. Klinkt raar uit mijn mond, als 17 maart de verkiezingsuitslag anders was geweest en we hebben allen van de VNG het overzicht gehad van de doorberekeningen naar de gemeentes, welke landelijke politieke partijen zullen winnen, dan hadden we met de PvdA inderdaad een hele andere portemonnee gehad, ook op sociaal domein. Want dan ging 4 miljard naar de gemeentes toe en dan hadden we nu een ander moment en dan hadden we andere keuzes kunnen maken misschien. Daar wil ik mevrouw Oosting wel aangeven, daar heeft zij een punt, of in ieder geval indirect een punt gemaakt. Zover staan wij nu niet. Wij zitten nu met deze portemonnee, met deze keuzes, en daar zullen we het mee moeten doen. Ons standpunt is dat wij niet zijn afgeweken, ik wil ook benadrukken dat wij niet een verlaging van de ozb hebben doorgevoerd, we hebben een minder grote verhoging doorgevoerd. Dat is toch een redelijk detail hierin. En wij hebben ons gecommitteerd aan dat miljoen, dat half miljoen is daarna op 3 december bijgekomen.

Zoals het voorstel er nu ligt wordt aangegeven dat het toch niet haalbaar is, wij kunnen daarin meegaan. Maar dit staat nog steeds los van de ozb-verhoging van wat hier nu voorligt voor ons, maar die discussie hebben we net al gehad, dat zal de komende weken qua cijfers verduidelijkt moeten worden. Dat is al besproken, daar hoef ik verder niet op in te gaan lijkt mij. De voorzitter: Dank u, mijnheer Sieders. En eigenlijk schaam ik mij als voorzitter diep want volgens mij heb ik al een paar keer nu mevrouw Van den Oord weer volledig gepasseerd met haar reactie. En daarna ga ik dan maar … Mevrouw Van den Oord, u mag nu reageren. En excuses van deze voorzitter. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Het valt ook niet mee, ik neem het u niet kwalijk, voorzitter, ik wacht geduldig. De bedoeling was dat ik even op mevrouw Van Hien reageerde, heel lang geleden heeft ze mij een vraag gesteld, twee vragen. Eerstens, ik denk dat ik abusievelijk het bedrag van 107 heb gekoppeld aan de re-

integratietrajecten, maar dat is natuurlijk niet correct want dat was een bedrag van 80.000 euro. Maar het neemt niet weg dat wij ook zeker tegen de verlaging van de individuele inkomenstoeslag zijn. Maar daarnaast dus ook tegen die voorstellen om een taakstelling door te voeren als het gaat op de te reintegratievoorziening. En een tweede vraag was, dat wij van plan zijn, we hebben een motie in concept klaarliggen waarin we dus de raad oproepen, want het is niet het college die over het budgetrecht gaat, maar daar gaat de raad over. In dat opzicht wordt ook heel vaak verwezen naar de afspraken die er zijn gemaakt bij de totstandkoming van de Schone lei. Waarbij ik wil aantekenen dat wij toen al hebben aangegeven, waarom niet wat meer jaren de tijd nemen om financieel gezond te worden, dus om de versteviging van de solvabiliteit en het weerstandsvermogen niet binnen vier jaar te bereiken maar bijvoorbeeld binnen zes jaar. Met andere woorden, dan hoef je je bezuinigingen minder stringent door te voeren om je doel te bereiken. En dat is waar wij nu over aan het nadenken zijn.

En waarvan wij zeggen, we zouden het heel prettig vinden en ook heel verstandig vinden, want ik hoor dat de verschillende fracties nog steeds worstelen met het feit dat ze zich bewust zijn dat de minima en de mensen die afhankelijk zijn vaak van dit soort regelingen om enigszins normaal mee te kunnen doen in de samenleving, dat het hun ter harte gaat om daar nog verder in te willen bezuinigen. Vandaar dat wij met een voorstel willen komen om tot een heroverweging te komen waarbij we gezamenlijk met het college gaan kijken naar welke andere mogelijkheden er zijn. En of dat dan is om de kaders toch alsnog bij te stellen, want nogmaals, wij hebben dat recht, maar daar hebben we ook de wethouder Financiën bij nodig om ons daarin te begeleiden, wat is de juiste keuze. Maar zeker, en bovenal, partijen die nu zo krampachtig toch zijn afgeweken van de Schone lei afspraken om de ozb, zoals de heer Sieders zei, minder te laten stijgen. Het is dit hoe je het, of je zegt, het glas half vol of halfleeg, maakt niet uit, het was voor die partijen zo belangrijk om de beloftes in hun verkiezingsprogramma, gedaan aan hun kiezers, te handhaven, dat ze, ja, zich in allerlei bochten hebben gewrongen waardoor nu de ozb dus minder verhoogd is.

Maar dat wij dus nu aan het worstelen zijn om juist weer toch bij kwetsbare mensen nog weer 1 miljoen te gaan vinden, die we anders, als we die ozb niet hadden verlaagd, wellicht anders hadden kunnen opvangen. Dus wij willen eigenlijk heel graag dat het college en raad zich opnieuw gaan buigen over hoe wij om kunnen gaan met de bezuinigingsopdrachten 2021. En welke opties er eventueel zijn om toch tot andere keuzes te komen. Waar we ons wellicht ook als raad, met de kennis van nu in coronatijd, waardoor niet alleen zoals de heer Van Rijn geloof ik zei, de horecaondernemers het zwaar hebben, maar juist ook de kwetsbare mensen in onze samenleving, die een belangrijk deel van onze inwoners zijn, ernstig extra mee treffen. Dus dat is even een kort antwoord, mevrouw Van Hien. De voorzitter: Mevrouw Van den Oord, ik begrijp in ieder geval met betrekking tot heroverwegend het sociaal domein, daar wilt u een … Komt u met een motie voor in de komende tijd. Dus wat dat betreft zouden we dat mee kunnen nemen, als dat werkt u uit en hebt dat in het debat ingebracht. Ik had dat ook als debatpunt staan met betrekking tot dat, maar als u daarmee met een motie komt, dan zien wij die natuurlijk tegemoet. Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Dank u wel, voorzitter.

Ja, het voelt alweer een beetje als mosterd na de maaltijd, want het is alweer een tijdje geleden dat aan het bod kwam, het amendement van het CDA. En dat vind ik toch een beetje ingewikkeld. Want de eerste termijn was ik niet zo gelukkig mee, dat we van groot naar klein gingen spreken. Dat klopt ook niet met hoe we geleerd hebben, hoe je een debat opbouwt. Welke positie pak je als partij, op welk moment wil je je bijdrage leveren, daarmee kun je dingen agenderen, bijsturen of concluderen. En ja, het CDA had nu de mazzel dat zij als een van de eerste aan het woord kwamen en daarmee een amendement tevoorschijn konden toveren, maar ik denk dat bijvoorbeeld ChristenUnie anders daar als eerste over was begonnen. Dus ik wil heel graag dat het niet de term wordt, amendement van het CDA, maar dat we samen als raad kijken, wat voor amendement en welke namen komen eronder? Dat het niet nu straks in de

pers alweer opgepakt wordt, het CDA komt met een amendement, want volgens mij is dit nadrukkelijk niet een amendement van één partij. Maar als er een amendement komt, dan zal dat uit verschillende partijen bestaan die daar gelijkwaardig hoop ik aan gewerkt hebben. Dat punt wou ik wel even maken, voordat dat in de beeldvorming helemaal verkeerd loopt. Mevrouw Pullen-Muis: Voorzitter, mag ik daar ook iets op zeggen? De voorzitter: Dank u, mevrouw Rutgers. Ik zie daar meerdere reacties op, mevrouw Pullen en mevrouw Bouius en de heer Bisschop. Ik denk ook dat het een heel verbindend punt is geweest wat u hebt gemaakt, mevrouw Rutgers. Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ondersteun van harte de oproep van mevrouw Rutgers. En ja, kijk, qua proces had ik dat … Ik had dus echt … Nou ja, laten we dat maar even in het midden wanneer u die positie hebt gekozen, het is gegaan zoals het is gegaan. Maar ik denk dat het goed is dat we als raad met elkaar een verbinding zoeken, en dat zal ook in ieder geval vanuit de ChristenUnie de lijn zijn. De voorzitter: Dank u, mevrouw Pullen. Mijnheer Bisschop. Mevrouw Bouius-Feyen: Ik ook. De voorzitter: Excuus, we gaan eerst naar mevrouw Bouius.

De heer Bisschop: Hoezo? Mevrouw Bouius-Feyen: Nou, ik wil daar ook wel iets op zeggen maar ik vind dit dus helemaal niet verbindend, ik vind dit eigenlijk weer, ik heb nooit gezegd dat het een CDA-amendement zou worden. En zo zit ik ook helemaal niet in elkaar. En ik vind dat niet terecht dat het zo genoemd wordt. En natuurlijk zoeken we elkaar op om daar een amendement van te maken. Ik zou hier eigenlijk wel graag excuus van mevrouw Rutgers op willen hebben want ik vind dit niet correct. De voorzitter: Mevrouw Bouius, u vraagt … Ik heb de opmerking van mevrouw Rutgers eigenlijk niet zo ervaren maar meer een oproep om heel veel dingen met elkaar te delen en als raad met elkaar op te trekken. Ik denk ook dat dat in onze wijze van met elkaar omgaan, ook best wel een juiste is. Voordat ik terugga naar mevrouw Rutgers, ik ga eerst naar mijnheer Bisschop. De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik ondersteun de oproep van mevrouw Rutgers, laten we raadsbreed daar gaan kijken en zonder daar dan ergens een predicaat op te plakken. Ik heb ook GemeenteBelangen geel aan vanavond, dat is natuurlijk de kleur van GemeenteBelangen. En ik zou Aron ook willen oproepen, doe ook hier actief aan mee en ga niet terughangen in welke keuze is gemaakt. Nee, we moeten nu vooruitkijken en vooruitdenken en we nodigen je graag uit om daar ook aan mee te doen.

De voorzitter: Dank u, mijnheer Bisschop. Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Nee, ik heb mijn hand niet omhoog hoor. De voorzitter: O, u hebt … Er werd een vraag aan u gesteld door mevrouw Bouius, dus ik denk, daar wilt u vast op reageren. Maar als u daar geen behoefte aan heeft, dan was dat mijn schuld en dan gaan wij gewoon verder met de volgende punten. Mevrouw Van Hien heeft een handje.

Mevrouw Van Hien: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik wil eerst even reageren op wat mevrouw Rutgers zei, ik denk dat het nu op dit moment eigenlijk het belangrijkste is dat we dat raadsbreed oppakken. En of het nou CDA of ChristenUnie als eerste wordt genoemd, voor mij is dat niet zo heel belangrijk. Ik denk dat het veel belangrijker is dat wij elkaar kunnen vinden. Maar ik snap wel wat zij ermee, wat mevrouw Rutgers ermee bedoelt. Alleen ik vind dat iets minder belangrijk dan in gezamenlijkheid proberen dat amendement dan eventueel in touw te krijgen. En ik wilde nog even reageren op mevrouw Van den Oord, want die had het over een eventueel aangekondigde motie. Mevrouw Van den Oord, bent u dan zelf ook wel van mening dat u hiermee dan ook weer dat hele Schone lei verhaal van wat we van de zomer hebben besproken, de meerjarenbegroting, dat u daarmee ook weer dat een soort van push geeft en daar ook weer van afwijkt, als u hiermee komt? Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Je zou het een moment van herbezinning kunnen noemen. Zoals ik al zeg, het is ons nu nog meer duidelijk geworden wat de maatschappelijke gevolgen van een aantal van de bezuinigingsvoorstellen zijn. Wij hebben reacties van cliëntenraad en de adviesraad kunnen bekijken. We hebben sessies gehad met de ambtenaren erbij en met de wethouders. Over de, nou ja, transitie zullen we maar zeggen van het sociaal domein.

Maar daar zijn ook hele inhoudelijke zaken als, willen we bijvoorbeeld dat het Janny Bakker verhaal wat ons tijdens de informatierondes is gepresenteerd, hebben we daar wel eens over nagedacht, wat vinden wij als raad daarvan? Dergelijke discussies hebben nog helemaal niet plaatsgevonden. Maar we hebben wel een college aangesteld met een bepaalde opdracht. En natuurlijk werd er van ons allemaal verwacht dat we over onze politieke kleuren heen zouden stappen en ons gezamenlijk in zouden zetten voor het wel, het herstel van het welbevinden van de Hoogeveense financiën. Maar dan kom je in de loop der tijd, kom je toch ook weer soms terug op de punten die je ook hebt ingebracht in de gesprekken, namelijk, waarom niet wat meer de kaders anders inrichten dan dat we het nu hebben gedaan waardoor de bezuinigingen minder hard doorgevoerd hoeven te worden maar wat geleidelijker behaald kunnen worden. Dus wat wij eigenlijk ook met die motie, hij is in concept al klaar, is om de raad de mogelijkheid te geven om toch een soort herbezinningsperiode in te passen om even te gaan kijken van, we hebben toen maar gekeken naar wat er in de oranje mappen aan ons werd aangeboden hè, kunnen we ons allemaal nog heel goed herinneren, die oranje mappen. Maar er werd ook bij gezegd dat bepaalde informatie niet aangeleverd kon worden binnen de tijd dat wij met de informateurs hebben gezeten.

Wellicht zijn er nog andere posten waar we naar kunnen kijken, om toch het doel te behalen. En wellicht moeten we toch de ozbkraan toch weer verder gaan dichtschroeven, of opschroeven, net hoe je het zou willen zien. Maar dat is wat wij dus vragen van de raad van, kunnen wij nog een moment vinden om te gaan kijken of er toch nog andere mogelijkheden zijn dan de keuzes die er toen zijn gemaakt. Kennelijk kon dat in december, waarom zou dat nu niet nog een keer kunnen? De voorzitter: U komt daar in ieder geval mee met een voorstel, hebt u aangegeven. Het is altijd goed om te kijken van welk beleid goed is en waar het anders kan. Maar het gaat nu vanavond wel over het raadsvoorstel waarbij wij een besluit, het richting besluiten gaat met betrekking tot het halen van in eerste instantie de 1 miljoen en het terugbrengen van de 1,5 naar 1 miljoen. Dus wat dat betreft laat ik … Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja, en ik heb, voorzitter … De voorzitter: Uw motie die zien wij dan tegemoet. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Voorzitter, u had, u vraagt normaal natuurlijk ook in de eerste termijn altijd om het voorlopig standpunt, en dat heeft u bij mij nagelaten en ik heb hem zelf ook vergeten aan te

geven, maar bij deze zal ik dat dan dus alsnog doen. Het zal geen verrassing zijn maar wij zullen dus niet voor dit raadsvoorstel, zoals dat nu voorligt, kunnen gaan instemmen. De voorzitter: Dank u voor deze toevoeging. Ik heb eigenlijk, kijk ik even naar het lijstje want we hebben heel veel onderwerpen gehad. We hebben ook onderwerpen gehad die heel erg terugvoeren op datgene wat eerder besloten is. En wij willen ook graag, en ik merk ook dat er toch ook wel de wil is om nog enigszins gezamenlijk te kijken naar, hoe wij verder gaan met het sociaal domein? In ieder geval dit raadsbesluit, dat zal over twee weken voorkomen. Ik heb eigenlijk op een lijstje, zie ik nog de relatie van de visie en de paradigmashift van, hoe gaan wij daarmee om? Ik weet niet of daar behoefte aan is om dat nog te bespreken? En iets met de adviezen van de cliëntenraad en de adviesraden, wat wij daarmee doen? Dat heb ik nog opgeschreven. En mag u aangeven of u nu nog een bepaald punt mist, of wat u nog echt graag nog even met zijn allen wil delen voordat het over veertien dagen naar besluiten gaat. Ik zie de heer Koekoek heeft een handje. Mijnheer Koekoek, aan u het woord. De heer Koekoek: Nou, ons debatpunt is een vrij fundamenteel debatpunt wat we echt nog willen bespreken, voordat we überhaupt kunnen besluiten over dit voorstel.

De voorzitter: Voornamelijk uw debatpunt is van, doen we de goede dingen met dit raadsvoorstel? De heer Koekoek: Ja, en volgens mij komen daar heel veel andere onderwerpen in terug. Als ik even terugdenk aan de eerste termijn, hebben heel veel partijen hier dingen over gezegd die hier volgens mij aan gaan raken. De voorzitter: Dat klopt, en ik stel eigenlijk ook wel vast dat wat de SP voorstelt, om daar toch een soort van discussie over te gaan voeren in een motie. Dat die ook later aan de orde kan komen met betrekking tot, dat we nu in eerste instantie kijken naar dit raadsvoorstel, want dit zal dan toch over veertien dagen voorliggen. Maar op wie wil u hier … De heer Koekoek: Nou, tenminste wat ik in eerste termijn heb aangegeven, voorzitter, gaat het mij echt om dit raadsvoorstel, en gaat het mij niet om een herbestemming van die taakstelling in een ander domein neerleggen. De voorzitter: Prima. Wie wil hierop reageren? Mevrouw Van den Oord en mevrouw Rutgers. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Nou, het is me eigenlijk helemaal niet duidelijk waarom de heer Koekoek vindt dat dit heel erg raakt aan het raadsvoorstel zoals dat nu ligt.

Want wat hij nu aan ons vraagt is feitelijk van, dat wij als raad nu gaan kijken van, wat voor gemeente wij willen zijn of zouden wij moeten zijn, dat is toch wat u vraagt? Niet? Ik zie u schudden, dan wil ik toch graag nog even een toelichting want dan komt die bij mij anders binnen. De voorzitter: Mijnheer Koekoek. De heer Koekoek: Ja, voorzitter, ik sta al drie uur te popelen om dit debat te kunnen aftrappen maar daar komen we steeds maar niet aan toe lijkt het. Dus ik zou heel graag het debatpunt van het CDA willen toelichten maar goed, dat duurt al even. De voorzitter: Gaat uw gang, toelichting van het debatpunt van, doen we de juiste dingen?

De heer Koekoek: Ja, bent u dan klaar met uw ordepunt, voorzitter, over het verdere verloop van deze avond? Want daar was u volgens mij mee bezig. De voorzitter: Ja, wat dat betreft, nee, ik moet wel de ruimte geven om de dingen te bespreken die we nu echt vanavond even nodig hebben. Maar zoals u ook weet, probeer ik ook te kijken naar de tijd en hoelang wij hiermee bezig willen zijn. Maar het is een heel belangrijk onderwerp dus wat dat betreft roep ik iedereen nog op om zich tot de juiste punten te beperken. Maar gaat uw gang, mijnheer Koekoek, het is wel een belangrijk punt wat u inbrengt. De heer Koekoek: Oké, ik zal het zo kort en bondig mogelijk proberen in te leiden. Waar het ons om gaat is, we hebben elf begrotingen teruggekeken, zeven van de elf begrotingen stonden in het licht van bezuinigingen. Elke keer moesten we weer met minder toe, en elke keer blijft er de constatering dat het toch niet lukt, dat we nog steeds te veel uitgeven ten opzichte van inkomsten. Maar wat je ook ziet als je terugkijkt, is dat we die bezuinigingen elke keer hetzelfde aanvliegen. Elke keer kijken we naar lijstjes van maatregelen die we kunnen schrappen of waar we nog iets uit kunnen schrapen. Individuele regelingen die we verder uit kunnen kleden of die we overbodige achten.

En volgens ons gaan we dan voorbij aan een fundamenteel punt waar we eigenlijk veel beter naar zouden moeten kijken. We zitten nu echt op operationeel niveau, individuele regelingen, maar wij hebben het sterke vermoeden dat er gewoon een cultuurprobleem is, dat we niet kritisch genoeg zijn op onze uitgaven, gewoon in algemene zin. En wij krijgen gewoon nog steeds, we zijn nu al zes jaar bezig met sociaal domein, en ik zei u al, al elf jaar aan het bezuinigen, ook op andere punten dan het sociaal domein, maar nog steeds zien wij in de stukken staan, termen als, u vraagt, wij dragen, dat zit nog te veel in onze cultuur. Termen als, better safe than sorry, dat zit nog te veel in onze cultuur. Wij krijgen als fractie vanuit het werkveld, nog steeds veel te veel verhalen van mensen die zeggen, ja, bij de gemeente Hoogeveen gaat de geldkraan wel vrij makkelijk open, wordt er wel vrij makkelijk geïndiceerd, wordt er ook verkeerd geïndiceerd. En dat zijn mensen die, dat is niet heel logisch dat die zich melden bij ons. Want als ze hun mond houden, dan hebben ze daar financieel voordeel van. Maar toch melden die mensen zich bij onze fractie, en volgens mij ook bij andere fracties, en zeggen ze, het kan anders. En volgens mij gaan we steeds aan dat cultuurprobleem voorbij, en zijn we dan voortdurend bezig met discussies over individuele maatregelen, ook vanavond weer.

Ja, en zolang we aan het cultuurprobleem niks doen, en alleen maar sleutelen aan individuele maatregelen, gaan we het volgens mij nooit redden. En dat is echt een hele grote zorg van het CDA, die de laatste elf jaar steeds verder is gegroeid en waar we het echt fundamenteel over moeten gaan hebben. En dan hoor ik wethouders zeggen, ja, die paradigmashift, daar moet je niet te veel van verwachten. Maar ik hoor de wethouders ook zeggen, die paradigmashift, dat zien we als een beetje aanpassen aan de nieuwe situatie. Dat is niet wat het CDA verstaat onder een paradigmashift. Het CDA verstaat onder een paradigmashift, een fundamentele andere werkwijze en zelfs denkwijze, en dat is inderdaad, volgens mij mevrouw Van den Oord die noemde het, dat is wat we op 18 augustus vorig jaar zomer gepresenteerd hebben gekregen, een voorbeeld van zo’n fundamentele andere werkwijze waarmee het dan wel kan, zonder al te veel mensen pijn te doen. Want dat ging om kijken naar wat mensen nou echt nodig hebben, wat mensen nou echt vragen, en niet aanbodgericht werken. En ik hoor het nog steeds, dat is mijn laatste opmerking, mijn slotopmerking, ook de organisatie hoor ik nog steeds ook in de sessies over herontwerp, te veel kijken naar juridische mogelijkheden en onmogelijkheden. Terwijl we juist daarbuiten moeten kijken, juist naar gedrag moeten kijken, naar creatieve oplossingen.

En dat mis ik in deze discussies. De voorzitter: Dank u, mijnheer Koekoek. Ik zie mevrouw Rutgers als eerste haar handje had opgestoken. Mevrouw Rutgers.

Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel. Ja, ik weet dat ik niet mag applaudisseren in de raadzaal, maar ik zou het toch nog bijna willen doen want dit is precies het punt wat ik maakte in mijn bijdrage, mijn eerste punt. Ik verwacht wel heel veel van zo’n paradigmashift, want dat betekent namelijk niet een beetje bijsturen, dat betekent radicaal anders. En dat is ook in de presentatie, die we toen nog fysiek konden hebben in de Tamboer, waar we volgens mij zo’n beetje raadsbreed enorm over zijn gevallen, dat het wel op een gepresenteerd werd als een mammoettanker die we in de komende, nou, minimaal vijf jaar een beetje lichtjes aan gaan bijsturen. Nee, het moest al radicaal anders, en nu moet het helemaal radicaal anders. En wat we nu vanavond ook weer op tafel hebben liggen, dat voelt toch nog steeds een beetje als een kaasschaafmethode, zonder dat we holistisch naar het vraagstuk kijken. Zonder dat we holistisch bedenken, wat willen we nou en wat kunnen we nou bieden als Hoogeveen? Wat past bij de maatschappij van vandaag, maar ook, wat past bij de financiële situatie die we hebben in Hoogeveen? En dan niet her en der een beetje plussen en minnen, maar echt radicaal een nieuw ontwerp ontwikkelen en presenteren, en met name natuurlijk zo snel mogelijk implementeren. Dus op dit punt ben ik het helemaal eens met de heer Koekoek van het CDA. De voorzitter: Dank u, mevrouw Rutgers.

Ik ga gewoon, ik stel voor dat ik even de handjes en de reacties even bij langs ga en dan horen we precies wat er uiteindelijk overblijft voor de heer Koekoek. Mijnheer Bisschop, VVD. De heer Bisschop: Dank u wel, ik sluit me daarbij aan. Paradigmashift, ja, iedereen was toch wel schokkend naar de bijeenkomst in de Tamboer, afgelopen zomer. Het moest anders, het kon anders. We hebben het in onze bijdrage ook benoemd, Janny Bakker, de paradigmashift, anders werken, wat levert het op. We zijn nu driekwart jaar verder, en dan sluit ik me ook bij mevrouw Rutgers helemaal aan van, ja, wat hebben we nu opgehaald? We gaan nu, ik hoor de wethouder net nog zeggen van, we gaan met het veld in gesprek, en we gaan dan hun meegeven, wat verwachten we van hun? Ga je in gesprek of ga je iets meedelen aan de mensen? Dus, en dat is ook wat de heer Koekoek denk ik bedoelt van, jongens, ga nou eens met elkaar aan tafel zitten, hoe moet het nu wezenlijk anders? Hoe moeten we dat sociale domein, en met name ten aanzien van de dienstverlening, hoe moeten we dat anders neerzetten? Want het Inkomen verhaal, kunnen wij als VVD Participatie, Inkomen, daar kunnen wij ook nog meegaan. Maar ten aanzien van de werkwijze in de dienstverlening, wat doe je en wat wil je en wat kun je zijn, ja, dat zien wij in deze voorstellen, zien we dat ook niet terug. En daarom kunnen we dat ook niet op dit moment steunen.

De voorzitter: Dank u, mijnheer Bisschop. Dan mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Dank u wel, voorzitter. Nou, ik heb aan het begin van de raadsvergadering al gezegd van, ja, we trekken het wel heel breed. Ik snap het verlangen en het punt van de heer Koekoek zeker hoor, en dat is natuurlijk al een proces wat al een tijdje gaande is. Maar ik realiseer me ook, en dat is iets wat, ja, als ik naar de raad hoor ik nu continu ook cultuur, cultuur, maar cultuurverandering kost tijd, en daar moeten we zelf aan meewerken. Dus ik proef wel het verlangen, dus daar wil ik best wel in meegaan. Maar om dat nu nog heel diep te bespreken als debatpunt, ik denk dat dat nu op dit moment niet de juiste tijd en moment is maar laten we dat dan op een later moment dan wat breder bespreken. Dus voor nu later graag bespreken. De voorzitter: Ik besef in ieder geval dat u het voorstel van de heer Koekoek dan wel ondersteunt om daar met zijn allen over te gaan praten. Ik kijk even naar mevrouw Oosting. Mevrouw Oosting: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, de strekking van het verhaal van de heer Koekoek is de Partij van de Arbeid nu volkomen helder en wij kunnen ons daar net zoals anderen ook bij aansluiten. Maar daar hebben we wel een paar opmerkingen bij. Ik hoor mevrouw Pullen hoor ik net het woord verlangen zeg

maar gebruiken, dat is wel een mooie. Maar eerst even terug naar die paradigmashift, want ik hoorde in eerste instantie wethouder Tabak zeggen van, ja, dat vraagt pijnlijke keuzes. Maar wij denken dat een paradigmashift, dat je gaat kijken naar andere manieren van werken. Efficiënter, goedkoper, zonder verlies van kwaliteit en zonder dat je daardoor minder goede zorg zeg maar gaat leveren. Ten tweede, die paradigmashift vraagt eigenlijk niet iets wat radicaal anders is, omdat je op een andere manier gaat werken. Maar tegelijkertijd moeten wij ons denk ik als gemeente Hoogeveen gewoon goed realiseren, want mevrouw Janny Bakker werd net al even aangehaald met haar uitgangspunten, maar dat is eigenlijk wat wij al vijf jaar lang roepen, wat wij al vijf jaar lang als gemeenteraad als opdracht hebben meegegeven, maar wat gewoon niet wordt uitgevoerd. Hoe schokkend het is dat we in een Tamboer zitten, en dat, ja, hooggeplaatste beleidsmedewerkers van de afdeling Jeugdzorg bijvoorbeeld niet eens weten hoe het met de budgetten gesteld is. Dus dat er niet gewoon budget gestuurd gewerkt wordt. Maar dat even terzijde. Maar dat moeten we ons wel realiseren als we dat traject ingaan. En dat doen mij bijvoorbeeld ook nog denken aan Roeli Mossel van NNCZ die een uitgebreide bijdrage in de raadzaal heeft gehouden, die gewoon fantastisch presteert met haar organisatie.

En denk maar aan Horeca helpt de Zorg, waar wij drie weken geleden nog een werkbezoek hebben afgelegd, die haar hulp aanbiedt, die met ideeën komt. En die ik drie weken geleden vraag van, ja, hoever ben je met de gemeente Hoogeveen? En dan hoor ik dus gewoon dat er helemaal niets is gebeurd. En die hulp, die input vanuit het veld wordt dus eigenlijk, nou ja, je zou haast zeggen, kant-en-klaar aangeleverd. Dus ja, ik ben dan ook wel benieuwd naar een reactie van het college daarop. En tot slot, heeft het college natuurlijk in het raadsvoorstel meegegeven dat dit het voorstel is voor het moment, dat men volop bezig is met het herontwerp van het sociaal domein. En we moeten ook zo reëel zijn dat we dat ook moeten begrijpen. Het college zit er vanaf oktober, die zitten er nu vijf maanden. Hebben veel voor hun kiezen gehad, moeten een opdracht uitvoeren. Dus het zou niet realistisch zijn dat wij verwachten dat dat kant-en-klaar er ligt na vijf maanden, dat kan gewoon niet. Maar wat wel kan en waar deze raad misschien wel behoefte aan heeft in aanvulling op het verhaal van de heer Koekoek, ik zou wel behoefte hebben bij een tijdspad en een plan van aanpak, als het gaat om dat herontwerp van dat sociaal domein. Wanneer gebeurt wat, met wie en op welke manier? Dus ik zou willen vragen of het college daar een toezegging op kan doen? De voorzitter: Dank u, mevrouw Oosting.

Ik heb in ieder geval wel begrepen van het college dat er een visie op het sociaal domein komt, en dat is ook het moment om daar natuurlijk hier ook over mee in discussie te zijn, om daar wat van te vinden. En het voorstel wat er nu ligt, is voor dit jaar. Mijnheer Sieders. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal even nog ook willen aansluiten bij de woorden van de heer Koekoek maar ook bij de woorden van mevrouw Oosting. Want die vertelt net wat ik letterlijk zelf ook op papier heb gezet, we hebben in de Tamboer, zijn we geschrokken dat we al vijf, nou ik had hier zes jaar, maar al een tijd bezig zijn om de RVO aan te sturen en dat er niks mee gedaan wordt. En aan de hand van de woorden van de wethouder net, moeten we misschien wel concluderen dat dat nog steeds dan het geval is. Want, en ik denk dat dat echt goed is om op korte termijn te bespreken wat wij als raad van een paradigmashift verwachten. Want ik realiseer me ook dat de huidige wethouder daar niet bij was, toen we dat hebben gehad, als ik het goed voor ogen heb. En misschien heeft de huidige wethouder wel een heel ander beeld, of nou, in ieder geval, ze schetst net een heel ander beeld dan wat wij toen als raad hebben gedacht voor een paradigmashift.

En het lijkt me ook goed dat we dan daar tijdig voor gaan zitten om wel bezig te gaan, met elkaar op één lijn te gaan liggen met wat het idee is van een paradigmashift of een herontwerp van het sociaal domein. Want de woorden die net door de wethouder zijn geschetst, komen niet overeen met de woorden en bevindingen die ik in ieder geval heb gehad bij de Tamboer. Mevrouw Tabak: Mag ik daarop reageren, voorzitter?

De voorzitter: U wil daar graag op reageren, ik zag uw handje. Ik zag, ik zie nog meer handjes maar ik geef toch de … In dit geval is het natuurlijk wel een beetje een andere debatvorm als de wethouder hier nu tussendoor, maar ik vind wel dat u even mag reageren. Gaat uw gang. Mevrouw Tabak: Ja, mevrouw Oosting stelde ook een vraag aan mij. Nee, wij zijn natuurlijk … Wij zijn daar niet bij geweest, die sessie in de Tamboer. Maar in de tijd dat die sessie is geweest, is er wel een hele hoop veranderd. Er is namelijk een rapport verschenen van het Sociaal Cultureel Planbureau, en er is een rapport verschenen van AEF, beide rapporten tonen aan dat de problemen in het sociaal domein, niet alleen in de gemeente Hoogeveen spelen maar in alle gemeenten in Nederland, her en daar wat uitzonderingen. En beide rapporten tonen ook aan dat het bijzonder lastig is om … Beide rapporten stellen dat u geen hoge verwachtingen moet hebben van die bijsturingen. En ik snap wel dat nu gedacht wordt dat de paradigmashift de kip met de gouden eieren is. Maar beste mensen, als wij zien dat dat het kip met de gouden eieren is, dan hadden wij dat toch al lang gepresenteerd? Want wij vinden deze maatregelen ook pijnlijk. Maar kijkt u even naar de meest recente rapporten, en luister ook even naar hoe de VNG acteert richting Den Haag. Want de problemen reiken verder dan Hoogeveen.

En een andere visie of een andere mindset of een andere manier van werken, biedt geen grote oplossing, of biedt geen … Dat levert ons geen geldboom op. Want ik heb net ook al aangegeven, er wordt al twee jaar anders gewerkt binnen het sociaal domein in Hoogeveen, dat heeft al het nodige geld gegenereerd, maar ergens komen we wel aan de bodem. De voorzitter: U geeft aan dat u wel deel terugkomt in de visie sociaal domein die naar de raad komt. Mevrouw Tabak: Wij komen daar uiteraard op terug, als wij gaan praten over het herontwerp, natuurlijk. De voorzitter: Ik heb … Ik zie nu ook een hand bij de heer Reneman, als ik dan de ene wethouder de ruimte geef moet ik dat ook bij de heer Reneman even doen. Ga uw gang. De heer Reneman: Ja, even ter aanvulling, want we hebben met elkaar ook een tijdpad voor het herontwerp afgesproken. En wat ik net vertelde is dat wij met de consultaties met het veld bezig zijn, niet om mensen in het veld iets uit te leggen maar mensen in het veld te consulteren over hoe een herontwerp eruit zou kunnen komen te zien. En wij halen dat op en komen met u daarover te spreken voor de zomer. En dat is het tijdpad waar het college in zit, om dat ook in de begroting van 2022 mee te kunnen nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10068664/2