CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag gemeenteraad 8 april 2021

Raadsavond 8 april 2021, gemeente Hoogeveen36.368 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE HOOGEVEEN d.d. 8 april 2021

1.

Plenaire besluitvormende vergadering (digitaal)

1.1 Opening De voorzitter: Dames en heren, van harte welkom bij deze raadsvergadering. Natuurlijk voor de mensen die hier in de raadsapp hier zitten en die hier tegenwoordig zijn, ook collegeleden, maar ook degene die ons via de stream volgen, en natuurlijk uiteraard ook via de Radio Hoogeveen naar ons luisteren, allen van harte welkom. Daarmee is de raadsvergadering geopend. En zoals u van ons gewend bent, beginnen wij elke raadsvergadering even met een moment van stilte. Dank u wel. Ik begin even met een mededeling, en de opening daarmee verricht, dat mevrouw Prins in ieder geval afwezig is en als het goed is moeten we nu dan ook dertig raadsleden aanwezig hebben. En dat zullen we zo gaan controleren want we gaan natuurlijk weer de lijst van deelnemers langslopen. En ik hoorde net al via de inside stream dat er allerlei suggesties al aan de heer Dekker werden gedaan over hoe het moest en hoe het niet moest, maar voor de zekerheid voor allen nog maar even, willen alle genen die lid zijn van de raad in ieder geval hun camera al aanzetten? En het geluid nog niet maar alleen hun camera alvast aanzetten, dat scheelt straks in de tijd tussen het in beeld komen en het aanwezig melden. Ik zal zo de fracties weer langslopen, de namen noemen.

U bent in beeld maar er zit nog enige vertraging op het moment dat u uw microfoon aanzet, dus wilt u enige tellen wachten totdat u zegt van, aanwezig of present. Dan kunnen de mensen thuis en wij hier ook controleren of u inderdaad degene bent die u zegt dat u bent. Dat kunnen we controleren zowel qua beeld als geluid. U weet het, normaliter zouden we altijd, als wij fysiek zouden vergaderen, netjes met een lijst al aan het begin doen. Maar in een digitale wereld, die we helaas tot nu toe nog steeds moeten vormgeven, doen we het op deze manier om iedereen ook te controleren of iedereen aanwezig is. Ik begin met de fractie van GemeenteBelangen, en begin bij mevrouw Hooijer. Mevrouw Hooijer-Everts: Ja, voorzitter, ik ben present. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Jan Giethoorn. De heer Giethoorn: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Knol. De heer Knol: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Sieders. De heer Sieders: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Sleen. De heer Van der Sleen: Aanwezig. Aanwezig. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Jan Steenbergen.

De heer Steenbergen: Ook ik ben aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En mijnheer Vos. De heer Vos: Aanwezig. De voorzitter: U wil één keer aanwezig zijn. Ja, dank u. Dan de fractie van het CDA, mijnheer Kreuze. De heer Kreuze: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Bisschop. Mevrouw Bisschop-Hiemstra: Ik ben aanwezig. De voorzitter: Gezien en gehoord, dank u. Mijnheer Bertels. De heer Bertels: Aanwezig. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Bouius. Mevrouw Bouius-Feyen: Aanwezig, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw het raadslid. Dan mijnheer Koekoek. De heer Koekoek: Ik ben ook aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Ja, de verbinding met Rome duurt even wat langer. De heer Koekoek: Toch, dan ben ik nog steeds aanwezig. De voorzitter: Ja, dank u wel. Mijnheer Kroezen. De heer Kroezen: Aanwezig. Aanwezig. De voorzitter: Ja hoor, dank u. De heer Kroezen: Oké. De voorzitter: En mijnheer Otten. De heer Otten: Ook aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Dan gaan we naar de fractie van de VVD, mijnheer Arend Steenbergen. De heer Steenbergen: Aanwezig. Aanwezig. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Bisschop. De heer Bisschop: Aanwezig.

De voorzitter: Gezien en gehoord, dank u. Mevrouw Blenkers. Mevrouw Blenkers-Noordzij: Ja, ik ben er. De voorzitter: U bent nog niet in beeld maar … Mevrouw Blenkers-Noordzij: O, maar ik ben er wel. De voorzitter: Ja, we zien u hier wel in het beeld maar ik zag hem even niet op het grote scherm nog. Maar het kleine beeldje hier want dat is wel, u bent aanwezig en u bent gehoord, dank u. Mijnheer Strolenberg. De heer Strolenberg: Ik ben aanwezig. De voorzitter: Dank u wel. Dan de fractie van de ChristenUnie, mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Goedenavond, ik ben present. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Meesters. De heer Meesters: Goedenavond, voorzitter. Ook ik ben aanwezig. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Warrink. De heer Warrink: Voorzitter, ik ben ook aanwezig. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de fractie van de SP, mevrouw Van den Oord. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Present, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Oosterlaak. De heer Oosterlaak: Goedenavond, ik ben aanwezig. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Pomper. De heer Pomper: Goedenavond, ik ben ook aanwezig. De voorzitter: Dank u. Dan naar de fractie van de Partij van de Arbeid, mevrouw Oosting. Mevrouw Oosting: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Ja, dank u. Mijnheer Dekker. Hadden we net nog zo’n mooie instructie gegeven.

Mijnheer Dekker? Ik kijk even op mijn scherm, ik zie hem ook niet zo snel meer. Mijnheer Dekker? De heer Dekker: Dan maar … De voorzitter: Ja, ‘…’. De heer Dekker: Doet de microfoon het nu of niet want ik drukte maar de microfoon deed het niet.

De voorzitter: Maar nu wel. ‘…’. De heer Dekker: En nu ben ik verstaanbaar. Nou, u heeft begrepen dat ik aanwezig ben, voorzitter. De voorzitter: Ja, dus nu dubbel en dwars gecontroleerd. Dank u wel. De heer Dekker: Mooi. De voorzitter: Dan de fractie van D66, mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ik ben aanwezig. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Scheffers. De heer Scheffers: Ik ben er, voorzitter. De voorzitter: Ja, dank u wel. Mevrouw Van Hien van GroenLinks. Mevrouw Van Hien: Ik ben er, voorzitter. De voorzitter: Misschien dat u het nog één keer kunt zeggen want we kregen u niet in beeld. Mevrouw Van Hien: Oké, ik ben aanwezig. Gaat het goed nu? De voorzitter: Ja, nu wel. Dank u wel. En als laatste de fractie van de SGP, mijnheer Van Rijn. De heer Van Rijn: Goedenavond, voorzitter, ik ben ook aanwezig. De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan is het inderdaad zo dat we inderdaad ongeveer dertig leden aanwezig zijn, dat hebben we dan hierbij vastgesteld. 1.2 Vaststelling agenda De voorzitter: En we komen bij agendapunt 1.2. Nog even misschien ten overvloede maar op het moment dat u het woord wil voeren kunt u dat aangeven, en dan wordt u door de regie ook hieraan doorgegeven dat u het woord wil voeren. Er kan misschien even een momentje tussen zitten maar dat moeten we even dan voor lief nemen. Aan de orde agendapunt 1.2, vaststellen van de agenda.

Geen woordmeldingen, kunnen wij de agenda zo vaststellen? Dat is het geval. 1.3 Mondelingen vragen De voorzitter: Dan gaan we naar punt 1.3, de mondelinge vragen, die zijn er niet dus dat agendapunt gaan we overslaan. 1.4 Benoeming Gijs Verstegen als opvolgend raadslid voor de ChristenUnie De voorzitter: En komen wij bij agendapunt 1.4, de benoeming van de heer Verstegen als opvolgend raadslid voor de ChristenUnie. En ik kijk of u hiermee akkoord kunt gaan? Mevrouw Pullen, aan u het woord.

Mevrouw Pullen-Muis: Ik wou kort even zeggen dat wij als fractie blij zijn dat wij in ieder geval nu een opvolgend raadslid hebben, dus dat even als korte toelichting. Als de raad natuurlijk akkoord gaat. De voorzitter: En dat gaan we nu inderdaad vaststellen en daar gaan we ook van uit. Ik ga ervan uit dat u akkoord gaat met het benoemen van de heer Verstegen als opvolgend raadslid van de ChristenUnie, dat is het geval. Dan is het besluit daarmee meegenomen. En als het goed is heeft de heer Verstegen vandaag al bloemen bezorgd gekregen op zijn huisadres, dus dan zit hij in ieder geval dit weekend in de bloemen, namens ons allen. 1.5 Benoeming plaatsvervangend griffiers De voorzitter: Dan gaan wij over naar agendapunt 1.5, de benoeming van de plaatsvervangend griffiers. Mevrouw Van Dooren en mevrouw Mellema te benoemen tot plaatsvervangend griffier. Ik geef op voorhand al aan dat er een teleurstelling zal zijn want daarvoor hebben wij geen bloemen gereserveerd. Ze keken al verwachtingsvol naar mij uit maar dat doe ik meteen maar even om aan verwachtingsmanagement te doen als de hamer valt. U gaat ermee akkoord? Dat is het geval, dan feliciteren wij de dames met de benoeming tot plaatsvervangend griffier. 1.6 Verliesvoorziening Buitenvaart II N.B. De voorzitter: En komen we bij agendapunt 1.6, verliesvoorziening Buitenvaart.

De heer Van Rijn: Voorzitter, mag ik even een stemverklaring kort afgeven? De voorzitter: Zeker, dat kan. En ik zag ook de heer Bisschop zich al melden. De heer Bisschop: Ja, de VVD wil ook een stemverklaring afgeven. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Van Rijn, ga uw gang. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, wij kunnen instemmen met dit voorstel. Het verbaast ons alleen dat dat uiteindelijk pas nu aan de orde is, dat had ook veel eerder gekund. Maar ik had nog een antwoord tegoed van de … En dat ben ik eigenlijk een beetje vergeten, of vergeten, daar kom ik nu pas achter. Ik had gevraagd in het debat of wij mochten weten hoeveel vierkante meter grond dat was. En dan zeggen ze, er zit een kaartje bij. En inderdaad, er zit een kaartje bij maar er staat nergens vierkante meters op vermeld. Dus ik verzoek even of de wethouder dit gewoon even naar de raad kan sturen om hoeveel vierkante meter dat gaat daar? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan vraag ik meteen even aan de wethouder of hij dat kan toezeggen, het kaartje met de vierkante meters daarop vermeld? De heer Reneman: We zullen dat aan de raad doen toekomen, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Ik hoorde het geluid van de heer Reneman die een toezegging heeft gedaan namens het college. Dan geef ik het woord aan de heer Bisschop, namens de VVD. De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter.

Wij hebben toch wel uitgebreid ook met de wethouder gesproken over deze afboeking. Op zich is het een goede zet. Net als de heer Van Rijn, zetten we onze vraagtekens ook,

waarom nu pas? En daarnaast hebben we nog steeds een bedrag in exploitatie staan van 2,2 miljoen, daar wordt de komende jaren ook weer rente bijgeschreven. Dus wij hebben ook gevraagd aan de wethouder, wordt er nou een voorziening voor directe kosten naar de toekomst toe vastgesteld? Want anders hebben we over een aantal jaren weer hetzelfde probleem, dat we een oplopende exploitatie of waarde, boekwaarde in onze boeken komt te staan. Wij hebben de toezegging gekregen van de wethouder dat ultimo dit jaar 8 ton aan reservering staat op dit verhaal, en contant gemaakt oplopend tot 9 ton in 2026. En die toezegging zou ik graag nog willen zien van onze wethouder. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Dan kijk ik nog even naar de heer Reneman of hij dat kan bevestigen. Mijnheer Reneman? Wethouder Reneman. De heer Reneman: Ja, maar dat hoeft niet per toezegging, dat is precies het voorstel en dat is ook het besluit wat u neemt. Dus met het besluit dat u neemt wordt ook de rentevoorziening of de verliesvoorziening moet ik eigenlijk zeggen, van 8 ton die opklimt naar 9 ton, wordt meteen geëffectueerd. De voorzitter: Dat is de aanvulling van de kant van de wethouder. Ik had verder geen woordmeldingen meer gezien. Dan ga ik ervan uit dat u akkoord gaat met het voorstel zoals het nu voorligt bij 1.6, dat is geval. Dan valt de hamer daarop.

1.7 Vaststelling besluitenlijst 25 maart 2021 De voorzitter: Dan zijn we bij 1.7, het vaststellen van de besluitenlijst van 25 maart jongstleden. U gaat daar ook mee akkoord? Dat is het geval. 1.8 Sluiting besluitvormende vergadering De voorzitter: Dan zijn wij aan het einde van het besluitvormende deel gekomen en hebben we even vijf minuten pauze om even weer de voorzitters te wisselen. En dan gaan we verder straks met de debatronde over de taakstelling sociaal domein. Ik sluit de besluitvormende vergadering. 2.

Debatronde (digitaal)

2.1 Opening debatronde De voorzitter: Dames en heren, allemaal van harte welkom bij het volgende debatblok op deze raadsavond. Het was ook voor mij nog even onwennig van deze plaats omdat ik een andere microfoon moest gebruiken dan normaal, maar alles gaat nu goedkomen. En als u met zijn allen ook een beetje meewerkt vanavond, dan denk ik dat het zonder meer helemaal gaat goedkomen. 2.2 Spreekrecht (schriftelijk) 2.3 Taakstelling 2021 sociaal domein De voorzitter: Aan de orde staat de taakstelling herontwerp sociaal domein, onderverdeeld in een viertal punten, een drietal punten, namelijk een financiële, waar de dus vastleggen welk bedrag de taakstelling is, daarnaast een verandering van de begroting, en de voortgang van de realisatie van de maatregelen te rapporteren conform het voorstel. Dus wat dat betreft is het een heel breed onderwerp vanavond. Het gaat over het sociaal domein, dus iedereen heeft daar ook iets mee en is ook een bepaalde geschiedenis op dit vlak

nu in de gemeente Hoogeveen, en ten tijde van het vaststellen van de begroting. Dus ik denk dat dat op zich breed aan de orde komt. Ik stel voor om vanavond om de beurt de standpunten en de punten voor het debat, het voorlopig standpunt en de punten voor het debat te melden bij de inbreng in eerste termijn. Ook de eerste termijn zou ik graag geen discussie willen maar wel verduidelijkende vragen. Daarna hebben we een kwartiertje pauze, of tien minuten ongeveer, en dan gaan we daarna verder met het debat. Dus zoveel mogelijk, als we ons daar een beetje aan kunnen houden, om op deze manier de debatpunten naar voren te krijgen zodat we het debat daarna goed kunnen voeren. De woordvoerders graag de camera’s aan. Ik zie dat dat ook in grote lijnen gebeurt. En dan wil ik in ieder geval de fracties op volgorde van grootte op dit onderwerp, geef ik de gelegenheid om hun eerste inbreng te doen in eerste termijn. Geef ik graag als eerste het woord aan de fractie van GemeenteBelangen. De heer Sieders: Ja, dank u, voorzitter. Nou, dank u wel dat ik als eerste mag. Voor ons ligt de taakstelling sociaal domein, u geeft net aan, opgeknipt in drie delen. Voor ons is die niet volledig opengeknipt, wij zien het toch wel als één geheel, het voorstel wat hier nu ligt. Nou, de taakstelling sociaal domein, op zich zou het allemaal niet zo moeilijk hoeven te zijn.

Zoals we net zeggen, hebben we tijdens de begroting ook bepaalde dingen meegegeven naar dit college, en met de Schone lei hebben we bepaalde afspraken gemaakt. Maar het blijkt wel een gevoelig onderwerp, en wij vinden het ook een lastig onderwerp. Wij zien hier namelijk ook heel erg wel weer de dingen naar voren komen, de kerntakendiscussie, waarin we ons moeten afvragen, wat moeten we als gemeente doen? Maar ook natuurlijk, wat moeten we als … Wat willen we voor gemeente zijn? En als derde punt ook, wat kunnen we als gemeente zijn? En wat we kunnen is niet alleen maar wat we wensen maar heeft natuurlijk ook te maken met wat we financieel kunnen. En ik denk dat daarom deze taakstelling ook op deze manier zo is ingevuld. Financieel zijn we er nog niet, en daar behoren deze taakstellingen bij. Voor de standpunten, we begrijpen de invulling van deze taakstelling van het college. Wij willen nog steeds wel erop wijzen dat we hopen, of dat we willen dat niemand tussen wal en schip raakt, ook niet als deze punten zullen worden doorgevoerd. En de noodzaak om de taakstelling terug te brengen naar 1 miljoen kunnen wij ook in meegaan. Verdere punten voor het debat hebben wij nog niet, ons standpunt, dus we zien voor nu eerst de komende reacties van de rest tegemoet. En wij, ja, daar zijn wij vooral nieuwsgierig naar.

De voorzitter: Dank u, mijnheer Sieders, met betrekking tot uw eerste inbreng. Zijn hier nog verduidelijkende vragen over? Niemand? Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Voorzitter, kan het zijn dat er iets openstaat want u echoot? De voorzitter: Dat hoor ik zelf ook dat we echoën. Ik hoop dat het nu beter gaat? Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja, is nu beter. De voorzitter: Prima, dank u. Mevrouw Van Hien: Voorzitter? De voorzitter: Ik zag een paar handjes? Mevrouw Van Hien, zag ik een handje, u wil een verduidelijkende vraag stellen aan de heer Sieders. Mevrouw Van Hien: Ja, ik weet niet of ik het niet helemaal goed heb meegekregen maar wat zijn de debatpunten voor GemeenteBelangen?

De voorzitter: Mijnheer Sieders? Mevrouw Van Hien: Helemaal niets? De heer Sieders: De debatpunten voor GemeenteBelangen, die zullen vooral zijn over de structureelheid van taakstellingen die nou ingevoerd worden en wat wij denken wat de effecten zouden kunnen zijn op termijn. De voorzitter: Voldoende? Ik zag nog meer handjes, mevrouw Oosting. Mevrouw Oosting: Ja, die vraag werd al door mijn voorgangers gesteld. Maar ik begrijp niet goed wat de heer Sieders nu inbrengt. De structureelheid van de taakstelling, kan hij verduidelijken wat hij daarmee bedoelt voor zo meteen bij het debat? De voorzitter: Mijnheer Sieders. De heer Sieders: Ja, dat kan ik wel. We zien maatregelen die hierin genomen worden, taakstellingen. We zitten nu in een financiële positie waarin wij ook een bepaalde taakstelling hebben gezet. Wij vragen ons af voor dit debat ook van, hoe de rest naar de toekomst naar deze dingen kijkt, en dat zal ook een stukje kerntakendiscussie zijn wat misschien nog later komt in de raad. Maar op die manier. De voorzitter: Dank u. Voldoende. Ik zag net een handje van mevrouw Pullen, maar later was het handje ook weer verdwenen dus ik geef u nog graag even de gelegenheid. Mevrouw Pullen-Muis: Ik had dezelfde vraag als mevrouw Oosting, dus meer zeg ik nog niet. De voorzitter: Prima, dank u, u houdt uw kaarten nog voor de borst.

Dan ga ik verder met de volgende partij, dat is het CDA. Wie kan ik van het CDA, ik zie de heer Koekoek in beeld. En mevrouw Bouius zie ik ook in beeld dus … Mevrouw Bouius-Feyen: Ja, we hebben het even opgeknipt. De voorzitter: U gaat het met zijn tweeën. De voorzitter: Mevrouw Bouius, gaat uw gang. Mevrouw Bouius-Feyen: Ja, we hebben het even opgeknipt. Ja, de agendapunt taakstelling sociaal domein. We hebben deze laatste jaren al heel veel moeilijke besluiten moeten nemen, snijden in de uitgaven. Wat kan er nog wel, wat kan er niet? We zitten met al het snijden zo goed als op het bot, dat gaat kraken en piepen. Nu staan we weer voor de keuze en veel bezuinigingen van de Participatie en Inkomen, Wmo en Jeugdhulp. Ik doe de Participatie en Inkopen en Wmo voor mijn rekening, en de heer Koekoek doet straks Jeugdhulp. We zijn hier over het college goed meegenomen en weten ook dat veel niet anders kan, maar het voelt wel als met de rug tegen de muur en met angst voor de toekomst. Maar nu is het politieke deel aan de beurt, en dat hebben wij als CDA intensief gedaan. Met het voorbereiden van de stukken en het lezen van de Participatie en Inkomen van bladzijde 8, 1 tot en met 4, dacht ik, dit kan niet, dit gaat te ver. En na fractieoverleg kwamen we als voltallige fractie tot de conclusie, dit kan niet, dit is te veel, dit gaat na alle besluiten over de minima ons te ver.

Het CDA kan wel akkoord gaan met de Wmo en een deel van de Participatie en Inkomen, maar met uitzondering van die 107.500 euro van de Participatie. Die moet eruit, dat kunnen wij onze kwetsbare inwoners niet aandoen. Bij al deze punten staat geschreven, voor deze groep kunnen de gevolgen groot zijn.

Dat kan niet. We hebben het altijd over het niet vallen tussen wal en schip, maar hiervoor halen we alle planken en netten die om het schip zijn eruit, zodat ze toch in het water vallen. Wij willen dit bedrag er dus uit hebben, daar komen we of met een amendement of dat we met meer zijn, dat we tot iets komen. Verder heb ik nog één heel klein puntje over de Wmo, dat staat niet in verhouding met ons vorige punt, maar daar staat over wooncomplexen tilliften pools realiseren, voor gezamenlijk gebruik. Bijvoorbeeld één tillift per vleugel. Hierover kregen wij van een inwoner een brief en een folder van de gemeente van vijf jaar geleden, met ook deze vraag, maar daar is niets mee gedaan. Dus daarvan zeggen we, pak het op. Verdere punten voor discussie hebben we ook niet, alleen ons voorstel dus van het stukje wat we niet willen. Dan geef ik nu het woord aan mijnheer Koekoek. De voorzitter: Dank u, mevrouw Bouius, wel graag via de voorzitter. U had u onder … Mevrouw Bouius-Feyen: O, sorry. De voorzitter: U had u ondertussen al een beetje verstopt achter de krant zag ik, maar ik geef met plezier het woord even aan de heer Koekoek die nu wel weet dat wel twee derde van de spreektijd al verloren, of nee, geweest is, laat ik het maar zo zeggen. Maar mijnheer Koekoek, aan u het woord. De heer Koekoek: Ja, dank u wel, voorzitter.

Ik kan het best wel kort houden, in dit stukje in ieder geval. Ik zit hierbij inderdaad zoals mijn collega al zei, voor het stukje Jeugdzorg. Dat weten jullie ook, dat het CDA daar een splitsing in heeft gemaakt in het woordvoerderschap, dus dat leek ons handig. Maar ik zit hier ook voor ons tweede debatpunt, en dat zal ik heel kort even noemen, dan lichten we het later wel verder toe. Dat gaat eigenlijk over, we zijn al jarenlang aan het bezuinigen. Persoonlijk zit ik zo ongeveer tien jaar hier in deze raad of ben ik erbij betrokken, en steeds zijn we aan het bezuinigen. En ons tweede debatpunt gaat over, hoe doen we dat nou eigenlijk, dat bezuinigen? En doen dat wel goed? Dus het gaat een behoorlijk stuk dieper dan één individuele maatregel, maar ik zal later toelichten waar het ons dan om gaat. De voorzitter: Dank u, mijnheer Koekoek. Vier verduidelijkende vragen naar het CDA. Ik zie de heer Van Rijn een handje. Mijnheer Van Rijn, aan u het woord. De heer Van Rijn: Ja, ik wou even een vraagje aan mevrouw Bouius doen want zij zegt, het CDA gaat niet met die 107.000 op Participatie instemmen, dus ik wil daar een amendement over indienen. Maar natuurlijk, we kunnen wachten totdat het amendement gestuurd wordt maar heeft, ziet zij dan zeg maar een dekking om die 107.000 rond te krijgen in dat amendement? Mevrouw Bouius-Feyen: Nee, die hebben we nog niet.

De voorzitter: Mevrouw Bouius. Mevrouw Bouius-Feyen: O, sorry. De voorzitter: Mevrouw Bouius. Mevrouw Bouius-Feyen: Die hebben wij nog niet, daar gaan we in overleg met de wethouder. Wij willen dit gewoon dus nu eruit hebben. En straks komt de hele hervorming van het sociaal domein, staat ook op de rit, en dan komen we daarmee en dan zullen we dat oppakken. De heer Van Rijn: Oké, mag ik daar nog een vervolgvraag op doen?

De voorzitter: Mijnheer Van Rijn, vervolgvraag. De heer Van Rijn: Ja, want dit was voor ons eigenlijk ook best wel een heel moeilijk puntje, dit, of punt kan ik beter zeggen, die Participatie wat inderdaad mevrouw Bouius, die het goed verwoord zeg maar, welke mensen daardoor geraakt worden. Maar daarom was ook mijn idee van, waar kunnen we dat halen? Maar goed, als daar overleg op is dan hoor ik dat graag, dan kan ik daar ook met de wethouder desnoods even over spreken. Dank je wel. De voorzitter: Dank u, mijnheer Van Rijn. Geef ik het woord aan mevrouw Pullen, die heeft ook haar hand opgestoken. Mevrouw Pullen-Muis: Ja, dat klopt. Ik heb, even kijken hoor, twee vragen. De hele korte is eigenlijk aan mevrouw Bouius, dat gaat over de activiteit, sorry, de Participatiefonds zeg maar, die maatregel. Dus dat is het enige wat jullie zeg maar niet willen, dat heb ik goed begrepen? Mevrouw Bouius-Feyen: Ja, dat heeft u goed begrepen. Mevrouw Pullen-Muis: Oké. Mevrouw Bouius-Feyen: Dat andere hebben wij ook gewoon heel moeilijk allemaal, maar daar zien we verder geen andere uitweg in. Dat zijn ook heel veel dingen die hier door praktische invullingen opgelost kunnen worden. En dus dat keuren we goed, alleen dit willen we eruit hebben. Mevrouw Pullen-Muis: Oké. Dan mag ik nog een vervolgvraag stellen, voorzitter? De voorzitter: Dank u, mevrouw Bouius. U had nog een tweede vraag.

Mevrouw Pullen? Mevrouw Pullen-Muis: Ja, maar die gaat voor mijnheer Koekoek. Mijnheer Koekoek die zegt, hij wil het debatpunt wat dieper maken en breder ten aanzien van de bezuinigingen. Maar mijn vraag is dan eigenlijk, voordat we in dat debat over doorspreken, maakt mijnheer Koekoek dan niet zeg maar dit onderwerp in het raadsvoorstel niet veel breder als dat wat nu voorligt? De heer Koekoek: Nou, dat is in ieder geval niet … O, sorry, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Koekoek, u mag hierop antwoorden. De heer Koekoek: Ja, dat is in ieder geval niet de bedoeling, voorzitter, om het raadsvoorstel veel breder te maken. Wij willen het wel naar aanleiding van dit raadsvoorstel hebben met u als raad over, hoe gaan we nou met bezuinigingen om en doen we dat wel goed? Want we hebben al jarenlang bezuinigingen, maar we constateren ook al jarenlang dat we geldtekort blijven houden, dus ergens gaat er volgens ons iets niet goed. De voorzitter: Dank u, mijnheer Koekoek. Voldoende, mevrouw Pullen? Mevrouw Pullen-Muis: Nog één, ja, ik begrijp dus dat de heer koekoek zegt dat het dus wel breder is dan dit raadsvoorstel. Dus dat is mijn conclusie wat u nu zegt. Maar daar gaan we het over hebben straks. De voorzitter: Prima, voldoende. Ik zie nog handjes ook mijnheer Sieders van GemeenteBelangen.

De heer Sieders: Ja, dank u, voorzitter. Ik heb nog even een vraag voor mevrouw Bouius, u heeft het over, u wou 107.000 van Participatie en Inkomen eruit halen. En u wilde het dan meenemen naar de discussie over de herinrichting van sociaal domein als ik dat net hoorde? Dat houdt dan in dat er een gat in de begroting wordt geschoten, of heb ik dat net verkeerd begrepen? De voorzitter: Mevrouw Bouius. Mevrouw Bouius-Feyen: Nee, dat heeft u goed begrepen. Dat heb ik ook net al tegen de heer Van Rijn gezegd, dat we nu even niet die oplossing hebben maar dat wij met de hervorming van het sociaal domein het dan recht moeten trekken. De voorzitter: Dank u, mevrouw Bouius. Verder geen opgestoken handjes meer. Mevrouw Bouius-Feyen: Ik zie nog een hand. Mevrouw Oosting: Voorzitter? De heer Koekoek: Mevrouw Oosting, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Oosting, ja, u hebt uw hand in beeld opgestoken, moest ik even naar kijken. Maar aan u het woord. Mevrouw Oosting: Nee, dat komt, ik heb het scherm aangepast dus ik kan het handje niet vinden zeg maar, dus vandaar dat het zo moest. Maar dank u wel. Ik wil graag even nog in navolging van mevrouw Pullen, want het debatpunt zeg maar wat de heer Koekoek inbracht, die zei van, ja, hoe doen we dat nu dat bezuinigen en doen we dat wel goed? En mevrouw Pullen die gaf aan van, ja, dan wordt het toch breder getrokken.

Ik wou dat wel graag helder hebben, voorzitter, voor het debat. Want wat nu voorligt, is het voorstel zeg maar van de ruim 1 miljoen om te bezuinigen, een specificatie ligt daaraan ten grondslag. En volgens mij moet daar het debat vanavond over gaan. Wat niet wegneemt dat de Partij van de Arbeid uiteraard graag het debat wil voeren op het punt wat de heer Koekoek aanvoert. Maar volgens mij moeten we er wel voor waken dat dan de aandacht niet af wordt geleid van de inhoud die op dit moment voorligt, want dat zijn volgens mij echt wel twee verschillende discussies. De voorzitter: Dank u, mevrouw Oosting. De verduidelijkende vraag is dus, of het niet te breed wordt en of we ons houden aan het raadsvoorstel? De heer Koekoek: Ja, ik zal het proberen, voorzitter, als ik mag, om het dan in een concrete vraag te vervatten zodat het meer aan dit raadsvoorstel gaat hangen. Onze vraag in het debat is eigenlijk, doen wij nu wel met deze bezuiniging de goede dingen? En volgens mij zit ik dan precies bij het raadsvoorstel en kunnen we het er prima hier vanavond over hebben. De voorzitter: Dank u, mijnheer Koekoek. Anders geen handjes meer of in beeld of iemand? Dan ga ik verder met de derde fractie, de fractie van de VVD. Mijnheer Bisschop, aan u het woord. De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter.

Nou, in ieder geval willen wij het college bedanken voor de uitgebreide documentatie, bij het raadsvoorstel. Het document uitwerking herontwerp sociaal domein heeft veel informatie op uitvoeringsniveau, terwijl de raad juist kaderstellende functie heeft. De kaders zijn vastgesteld in de begrotingsvergadering van 3 december 2020. CDA, GemeenteBelangen en SGP hebben de

begroting dusdanig uitgeknepen dat er geen ruimte is om tegenvallers op te vangen, en de vraag is of er überhaupt ruimte is voor nieuw beleid? Het raadsvoorstel van het college om de taakstelling van 1,5 miljoen is een voorbeeld van een feit dat het college en de raad met de rug tegen de muur is gezet door deze partijen. In ieder geval kunnen we dit voorstel niet steunen. Ten eerste vinden wij de periode van een kleine vier maanden na de woorden van wethouder Reneman in december, het is haalbaar en uitvoerbaar, wel heel erg kort. Het is een financiële taakstelling maar zijn we met de raad niet intensief in gesprek geweest met het college en de organisatie over grondige verandering van de dienstverlening rondom het sociaal domein. Paradigmashift werd een veel gebruikte term, Janny Bakker had mooie ideeën over die verandering, en de VVD heeft meerdere malen aangegeven om over te stappen op indicaties aan de poort door een triagecommissie, en vandaaruit de dienstverlening op een goede basis vorm te geven. Hoe staan we ervoor met de verandering in het sociaal domein? Graag willen we hier een antwoord op van de verantwoordelijke wethouders.

En hoe kan het dat op 3 december 2020, de wethouder van Financiën kon aangeven dat de taakstelling op het sociaal domein van 1,5 miljoen uitvoerbaar en haalbaar was? Terwijl de organisatie al had aangegeven dat de taakstelling van 2020, komt eigenlijk van 3,4 miljoen niet haalbaar was. En diezelfde organisatie die de wethouder voorhoudt op 3 december 2020, dat de nieuwe taakstelling 2021 van 1,5 miljoen euro uitvoerbaar en haalbaar is. Hoe kan dit? Wat is er gebeurd in de afgelopen drie maanden? Welke rol heeft de voorzitter van het college hierin gespeeld om zijn nieuwe collegeleden in te lichten dat de taakstelling in het sociaal domein 2020 van 3,4 miljoen niet haalbaar was, en zijn nieuwe collega’s mee te nemen inzake de haalbaarheid van de voorstellen in december van CDA, GemeenteBelangen en SGP? Graag willen wij een antwoord op deze vraag van de wethouder en de voorzitter van het college. Anderszins zijn we ook tegen dit raadsvoorstel omdat in Schone lei afgesproken dat incidentele meevallers niet ingezet gaan worden maar toegevoegd gaan worden aan de algemene reserve. Wethouder Reneman heeft diverse malen ons voorgehouden dat Schone lei wet was voor hem en het college. Nu wordt geld met bestemming, coronacrisis geld voor de arbeidsmarkt, 480.000 euro, en voogdijplaatsing vanuit Hoogeveen, 680.000 euro, ingezet om dit hiaat in de taakstelling op te vangen.

Ten eerste is het geld met een bestemming, dat we wel echt nodig hebben in de toekomst om die gaten te vullen. Zijn we nu niet bezig met het ene gat te voelen, met het andere? En ten tweede, als het toch blijkt dat het een meevaller blijkt te zijn, dan dient dit conform Schone lei toegevoegd te worden aan de algemene reserve. Als debatpunten richting de andere partijen, wat is jullie mening over het nog verder loslaten van de afspraken in de Schone lei? Want daar vind ik dat we als raad daar echt wel iets over mogen zeggen. En welke alternatieve ombuigingen zouden gedaan moeten worden als de afspraak uit Schone lei niet losgelaten wordt? Vraag voor CDA, GemeenteBelangen en SGP, waarom hebben jullie in december 2021 het sociaal masker afgedaan ten behoeve van het verlagen van de ozb verhoging? En nu in jullie bijdrage zeggen jullie dat jullie gewoon de zaken niet willen ombuigen. Het is voor mij een heel groot raadsel, ik zou daar graag in het debat van die drie partijen antwoord op willen hebben. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u, mijnheer Bisschop. Zijn hier verduidelijkende vragen? Zo niet, dan gaan wij verder met de volgende fractie, en dat is de fractie van de ChristenUnie. Mevrouw Pullen, aan u het woord. Mevrouw Pullen-Muis: Ja, dank u wel, voorzitter.

Voor wij ingaan op onze debatpunten, hebben wij ons als fractie bij deze taakstelling voor 2021 een belangrijke kernvraag gesteld. En die kernvraag is, doen we met dit raadsvoorstel ten aanzien van de Wmo, de Jeugdzorg en de Participatie wel het goede voor Hoogeveen? Nou, ik hoor de heer Koekoek daarnet ook al die vraag formuleren dus in die zin vinden wij elkaar, maar tegelijk zit daar ook een scherpte. Want de ‘…’ van de taakstelling die er nu voorligt, die wordt niet gehaald. En het college heeft in ieder geval ingezien dat dat op een aantal punten niet realistisch is en ook maatschappelijk niet te verkopen. En dat is best scherpt als we dat zo moeten constateren. Dat brengt toch ons bij de vraag in

hoeverre we in de zomer met Schone lei en met de begroting echt realistisch waren? Nou, dat sluit wel een beetje al aan bij de woorden van de VVD. U weet dat we als ChristenUnie op de inhoud en de bezuiniging ten aanzien van het sociaal domein, juist tegen de begroting hebben gestemd. Dat was voor ons het goede zoeken voor Hoogeveen en een afgewogen beslissing. Omdat we het goede voor de kwetsbaren in Hoogeveen willen, en we hebben een extra bezuinigen op de Jeugdzorg, een half miljoen, vonden wij toen ook al niet realistisch. Aangenomen ook met de steun van CDA, GemeenteBelangen en SGP. Achteraf hebben wij en bijna de helft van de raad hierin nu gelijk gehad, dat is onze constatering nu. Dat even vooraf. Wij willen we ingaan op twee, drie punten, deels vragen en deels debatpunten. Eerst denk ik dat het goed is om even naar de adviesraad sociaal domein te kijken en de cliëntenraad, we begrijpen de reacties van het college erop. Het college zegt ook iets over die toon van de cliëntenraad en dat is wat ons betreft terecht. Opvallend vinden we wel dat de constructieve houding van de adviesraad sociaal domein, dat daar zeg maar op basis van hun advies toch een aantal punten zijn overgenomen. Maar ik denk dat het wel belangrijk is dat ze dat werk blijven doen. Dat als eerste algemene. Dan komen we bij een debatpunt.

Beide reacties tonen de maatschappelijke gevolgen aan voor de zwakken in onze samenleving. En dan is het debatpunt wat ons betreft wel of we voldoende rekening houden met de maatschappelijke gevolgen voor onze inwoners? Met name de verlaging van het bedrag van de individuele inkomenstoeslag vinden we zeer bezwaarlijk. Het is een bezuiniging van een ton, maar dit raakt de mensen die het al financieel zwaar hebben. We gaan hier en we willen hier graag een amendement over indienen in de volgende raadsvergadering. Hopelijk zien meer partijen dit zo in de raad. Nou, we hebben het CDA op dat punt al gehoord. Maar wij kijken met name naar of die taakstelling naar beneden kan worden bijgesteld, omdat ook het college zegt dat de inkomsten van het Rijk naar verwachting hopelijk zullen toenemen dus waarschijnlijk zitten daar kansen. In tegenstelling ook tot de afspraken in Schone lei rekent het college ook daar nu mee ten aanzien van de bijstelling naar 1,5 miljoen, VVD refereerde daar voor een deel ook al aan. Als de raad vindt dat dit kan, dan kan wat de ChristenUnie betreft deze lijn worden doorgezet. Dan een punt, een algemeen punt naar de raad toe, wij waarderen wel dat het college niet de mantelzorg en Mantelzorg-Vitaal heeft meegenomen want dat blijft wat ons betreft een gemeentelijke taak.

Voor onze fractie zijn mantelzorgers en vrijwilligers van grote waarde, zeker binnen de Wmo. En we vragen hier ook aan de raad hoe zij kijken naar de waardering van vrijwilligers en mantelzorgers? En zouden we daar in de toekomst juist niet wat meer moeten investeren? Ik kwam onlangs een rapport tegen, een onderzoeksrapport, die bijvoorbeeld de maatschappelijke waarde van mantelzorg heeft berekend, het komt landelijk neer op 32 tot 44 miljard. Als we dat bedrag, dat is wat het gaat kosten, als we dat zouden moeten gebruiken voor de professionals. Nou, dat is even een kort voorbeeld. Dan afrondend, de adviesraad sociaal domein zegt ook dat, die vraagt eigenlijk naar een visie op het sociaal domein. Wij begrijpen dat er gezien de financiële opdracht daar nu snel gehandeld moet worden. Maar wat gaat het college doen, dus dat is een vraag aan het college, ten aanzien van de visieontwikkeling voor kwetsbaren binnen het sociaal domein in Hoogeveen? En ik hoop dat in geval de rest van de raad daar ook mee eens is, dat we daar wel op die weg moeten gaan. Dan tot slot, het moet ons wel van het hart dat de bezuinigingsopgave in de begroting volgens onze fractie zacht is gebleken. En misschien heel scherp gezegd, boterzacht. Het bezuinigingspakket blijkt opnieuw realistisch en de taakstelling ten aanzien van Jeugdhulp, het blijft een spannende realiteit.

Onze inschatting is dat het een grote opgave zal zijn bijvoorbeeld voor de organisatie, om de instroom voor Jeugdhulp terug te dringen. Dat wordt nu op 100.000 euro gerekend. En tegelijkertijd moeten we ook nog toewerken met een nieuwe denkwijze naar wat echt nodig is. Het is de goede route, daar zijn we het wel mee eens, maar ook hierin moeten we het goede blijven doen voor hen die dat nodig hebben. Wat ons betreft zijn dat de mensen die afstand hebben tot de arbeidsmarkt, mensen met een laag inkomen en jongeren in nood. En wat betreft ons voorlopig standpunt, dan zijn we zeer aarzelend, laat ik het maar even zo formuleren, om met dit raadsvoorstel in te stemmen. En we overwegen zelfs om tegen te stemmen. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u, mevrouw Pullen. Ik zag een handje voor een verduidelijkende vraag van mevrouw Van den Oord, van de SP. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja, dank u wel, voorzitter. Klopt het dat ik mevrouw Pullen hoorde zeggen dat zij de reactie van het college op de brief van de cliëntenraad, dat zij die passend vond? Want ik vraag me af of u zich realiseert dat uiteraard de cliëntenraad zelf, hoe zeg je dat, ervaringsdeskundigen zijn als het gaat om met minimuminkomen te moeten zien te overleven en die dus middenin tussen de mensen staan die vaak net boven of op de armoedegrens zitten. Kunt u zich voorstellen dat deze brief vanuit die emotie gesteld is, geschreven is? Mevrouw Pullen-Muis: Ja, ik begrijp … De voorzitter: Dank u, mevrouw Van den Oord. Het woord is nu aan mevrouw Pullen, als reactie. Mevrouw Pullen-Muis: Ja. De voorzitter: Voor de vraag met een ruimte toelichting. Mevrouw Pullen-Muis: Dank je wel. Wat ik vooral bedoel te zeggen, dat wij de inhoud waarderen van wat de cliëntenraad en ook de adviesraad sociaal domein zeg maar hebben ingebracht. Maar dat wij wel begrijpen dat het college wel reageert op de toon. En ik snap, en wij snappen zeker dat vanuit de ervaringen, en zeker de problemen waar ze mee te maken hebben, dat dan ook de toon soms scherp kan zijn. Nou, zo hebben wij zeg maar deze reactie bedoeld.

En begrijpen dus dat die lijn zeg maar in de reactie vanuit het college daarop gericht is, los van de inhoud. De voorzitter: Dank u, mevrouw Pullen. Is voldoende, mevrouw Van den Oord? Prima. Mijnheer Koekoek, zag ik ook een handje. Aan u het woord. De heer Koekoek: Dat klopt, voorzitter. Ook even ter controle, heb ik de ChristenUnie nou goed horen zeggen dat zij met een voorstel komen om het budget voor mantelzorgondersteuning te verhogen? De voorzitter: Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Dank u wel, voorzitter. Ik ben geneigd om direct al te reageren op zo’n scherm, dat heeft daarmee te maken denk ik. Nee, wij vragen eigenlijk gewoon van, nou, in het algemeen hoe de raad kijkt tegen de waardering van mantelzorgers en Mantelzorg-Vitaal en vrijwilligers? We hebben daar in het verleden wat vaker aandacht voor gevraagd. En het is niet zo dat wij daar een soort concreet voorstel nu op dit moment voor doen. De voorzitter: Dank u, mevrouw Pullen. U hebt hem ook ingebracht als een soort van debatpunt, dus daar komen we in de tweede termijn dan nog weer op terug. Mevrouw Van Hien, u hebt ook een handje opgestoken. Mevrouw Van Hien: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had inderdaad ook een vraag aan mevrouw Pullen.

Als ik het goed heb gehoord is de ChristenUnie het niet eens met de aanpassing van de individuele inkomenstoeslag, en overweegt u om daarvoor een amendement in te dienen, eventueel gezamenlijk met de CDA of iets dergelijks. Kunt u een tipje van de sluier oplichten over dat amendement? Want dat houdt dan in denk ik dat u het niet

eens bent met het bedrag wat ervoor staat, die 107.000. En heeft u daar dan ook al een dekking voor in gedachte? De voorzitter: Dank u, mevrouw Van Hien. Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Ja, dat is een bekende vraag, heeft u een dekking in gedachte? Dat is iets wat eerst, dat is bijna door de toonzet. Kijk, het college zoekt ook naar dekkingen en wij hebben gezien dat het college heeft geconstateerd dat ze die 1,5 miljoen niet hebben gehaald, en dat het 1,1 wordt nu geloof ik, zo even uit mijn hoofd. Dus die lijn, die kunnen wij dan gewoon doorzetten naar aanzien van dit onderwerp, dat is onze gedachte erbij. Maar we gaan hem nog concretiseren, en zeker op afstemming samen met … Als … Nou ja, wij horen nu dat het CDA daar ook nadenkt, dus en misschien ook terugkomt op eerdere besluiten dus die zoektocht die gaan we nog even verder aan. De voorzitter: Dank u, mevrouw Pullen. Is voldoende. Dan het volgende handje wat ik zie is mijnheer Van Rijn. Mevrouw Van Hien: Voorzitter? Mag ik daar nog even een aanvullende vraag op stellen aan mevrouw Pullen? De voorzitter: Dat mag, sorry dat ik u niet heb gezien. Mevrouw Van Hien, aan u het woord. Mevrouw Van Hien: Ja, dank u wel.

Mevrouw Van Pullen, begrijp ik nou goed, want ik meende namelijk dat de ChristenUnie in het verleden altijd nogal gesteld was op het juist aanleveren van dekking voor moties en dergelijke, begrijp ik dat dan goed dat de ChristenUnie dat in dit geval enigszins losgelaten heeft? De voorzitter: Mevrouw Pullen. De vraag is duidelijk. Mevrouw Pullen-Muis: In het verleden, dat is natuurlijk een heel breed begrip. Wat wij na Schone lei hebben afgesproken met elkaar, en wat zeg maar, wat we steeds ook wel horen vanuit het college nu is van, er moet dekking zijn, dat is wat ik bedoel nu op dit moment. En verder verleden hanteer ik nu even op dit moment niet nu. Mevrouw Van Hien: Oké. De voorzitter: Is het nu wel voldoende, mevrouw Van Hien? Dan ga ik naar mijnheer Van Rijn van de SGP. U praat, mijnheer Van Rijn, maar zonder microfoon denk ik. De heer Van Rijn: Oké, ik had mijn microfoon al aangezet maar helaas denk ik, nu wel? Is het nu wel te verstaan? Mevrouw …: Ja, u bent te horen. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Rijn: Oké. Ik had even een vraag aan de ChristenUnie, want wat hebben zij voor debatpunten, of ik heb het gemist? De voorzitter: Mevrouw Pullen, de debatpunten, onder andere mantelzorgers en …

Mevrouw Pullen-Muis: De individuele inkomenstoeslag, het amendement, om te kijken hoe de rest van de raad daarin zit. Plus, ik had nog een vraag aan het college gesteld ten aanzien van de visie op het sociaal domein. De voorzitter: Voldoende, mijnheer Van Rijn? De heer Van Rijn: Ja zeker. De voorzitter: Dan is er een hernieuwd handje van de heer Koekoek, u hebt nog een verduidelijkende vraag? De heer Koekoek: Ja, sorry, die was ik net vergeten, maar eigenlijk nog een belangrijkere vraag dan die ik net had. Mevrouw Pullen die sloot net af met, we overwegen tegen te stemmen. Maar ik zou dan wel heel graag willen weten, waar dat dan van afhangt, de tegen of de voor stem? Want daar kunnen we dan ook wat mee in het debat. De voorzitter: Mevrouw Pullen, waar hangt het van af dat u tegen gaat stemmen? Mevrouw Pullen-Muis: Heel flauw, dat hangt van het debat af en wat andere partijen inbrengen, op basis daarvan maken wij de komende weken een balans op. De voorzitter: Dank u, mevrouw pullen. Ik zie nu een handje bij mevrouw Bouius. Dit is een nadeel van dat we toch op verschillende locaties zitten anders had u even direct kunnen overleggen. Mevrouw Bouius. Mevrouw Bouius-Feyen: Ja, ik heb nog even een vraag aan mevrouw Pullen over de mantelzorg. Want die bezuiniging die voorgesteld is, is toch een streep doorgegaan dus daar wordt niet op bezuinigd.

Wat is dan nog de bedoeling van mevrouw Pullen? De voorzitter: Wat is de bedoeling dat u dat debatpunt mantelzorg inbrengt? Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Voorzitter: mag even een punt van orde? De voorzitter: Mevrouw Van den Oord, een punt van orde gaat altijd voor. Zegt u het maar. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja, ik wil uw werk niet overnemen maar ik krijg toch de indruk dat op dit moment eigenlijk al stukjes debat plaatsvinden, terwijl u nog met een inventarisatie van de standpunten bezig was en op deze manier gaat het wel heel erg lang duren. De voorzitter: Ik … Volgens mij zijn we nog steeds bezig met de verduidelijkende vragen, en in zoverre ik heb kunnen beoordelen vond ik dat ook nog steeds zo aan de orde. Ik zal daar even scherp op toezien, maar normaal gesproken zijn er nog steeds verduidelijkende vragen geweest over iets wat terugkomt in het debat straks. En misschien lang duren maar ach, ik had het idee dat het juist toch wel redelijk vlot ging. Maar om uw vraag even te versnellen, stel ik voor om naar de volgende spreker te gaan en de volgende partij. En dat is toevallig de SP. Mevrouw Van den Oord, aan u het woord. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Wat een toevalligheid vandaag allemaal. Zo ook de toevalligheid van de reacties die in de voorlopige standpunten die op dit moment door voorgaande fracties zijn gedeeld.

Daar word ik eerlijk gezegd heel erg blij van. Ter verduidelijking, de SP heeft altijd op het standpunt gestaan, indien de kwaliteit verbetert doordat wij een transformatie op het sociaal domein gaan toepassen, waarbij de cliënten

beter bediend worden, de zakelijke klant van het bedrijf, de protocollen, efficiënter zijn afgestemd, en daarbij als nevenvangst er een besparing plaatsvindt, dan zijn wij daar natuurlijk nooit op tegen. Echter, en daar citeer ik even een stukje uit de uitwerking van de taakstelling van het college, maatregelen van de taakstelling zijn zoveel mogelijk in lijn met de gedachten over herontwerp, maar de financiële opgave is nu leidend. Ik heb meerdere fracties inmiddels al horen zeggen, dat ook zij het gevoel hebben dat we nu toch wel aan de ondergrens van het humane karakter van Hoogeveen zijn aanbeland. En dat we vinden dat het met zijn allen eigenlijk haast niet meer uit kan. Nou, de SP heeft eigenlijk nu de streep getrokken na de bezuinigingen in de zogenaamde beruchte bijlage F, en we zijn van mening dat op zaken na zoals die ook door de adviesraad zijn benoemd in de zin van, een tillift, inname van ongebruikte scootmobielen, 100 procent facturaties, et cetera, daar kunnen wij ons helemaal in vinden. Maar als er zaken zijn zoals bij participatie, dat mensen niet meer geholpen kunnen worden met een projectje welke hun naar werk kan begeleiden, en daardoor een dertig tot veertig mensen per jaar langer in de bijstand blijven, dan vind ik dat eigenlijk wij ons moeten schamen.

En eigenlijk zouden wij als SP willen zeggen, we moeten nog de kerntakendiscussie met elkaar gaan voeren, die een aantal fracties zo belangrijk vindt. Maar toch zijn we nu al met zeer ingrijpende beslissingen, althans wat de financiële dekking betreft, voor het sociaal domein aan de gang. Wij willen eigenlijk heel graag inbrengen als punt van debat, zou de raad, want wij hebben zelf het budgetrecht en deze zaak zo besproken tijdens de Schone lei, inmiddels zijn we bijna twee jaar verder, nou nee niet overdrijven, een jaar ruim verder, en hebben we weer heel wat ervaring opgedaan van de maatschappelijke effecten van bezuinigingen binnen het sociaal domein, dus wij willen als fractie heel graag inbrengen in debat, zou de raad willen heroverwegen om deze taakstelling niet binnen het sociaal termijn op te lossen maar samen met het college te gaan zoeken naar alternatieven? En daar wilde ik het voor nu eventjes bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u, mevrouw Van den Oord. Eén punt voor debat, dat is de heroverweging en te zoeken naar alternatieven. Ik zie een handje bij de heer Van Rijn dacht ik. Aan u het woord.

De heer Van Rijn: Ja, ik wou even een verduidelijkende vraag aan mevrouw Van den Oord, gaat het alleen om die 107.000 of gaat het over het hele bedrag wat hier in het raadsvoorstel genoemd is? Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Nou, daar zijn natuurlijk nog wel wat uitsplitsingen op te maken, aangezien ik net al naar u aangaf, er zijn voorstellen, die zijn gewoon legitiem. En als je die gaat toepassen, dan verbetert dat alleen maar de kwaliteit van onze zorg aan de meer kwetsbare inwoners in Hoogeveen, maar ik heb dat niet in bedragen uitgesplitst. Eigenlijk zeg ik op dit moment namens mijn fractie, wij willen eigenlijk dat we met zijn allen opnieuw ons huiswerk gaan overdoen, met de kennis die we nu hebben, om de menselijke maat, zoals die hier ook al werd genoemd, niet tussen wal en schip vallen, de onderkant van wat nog haalbaar is bereiken, toch die pas op de plaats te maken om met elkaar te gaan zoeken buiten het sociaal domein, nogmaals, om te kijken of wij andere oplossingen kunnen vinden om onze begroting sluitend te maken. De heer Van Rijn: Oké, ja, nee maar daar zocht ik eigenlijk naar. De voorzitter: Dank u, mevrouw Van den Oord. U had nog een reactie hierop, mijnheer Van Rijn? De heer Van Rijn: Nee, dat zocht ik eigenlijk even, voorzitter, dat wat zij precies bedoelde.

Dus ik begrijp hieruit, ieder geval die Participatie, die 107.000, dat is ook een doorn in het oog voor de SP. En verder zou ze willen, ja, als er mogelijkheden zijn om nog meer doen, dan moeten we dat buiten het sociaal domein doen om deze bezuinigingen van tafel te krijgen. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u, mijnheer Van Rijn. Volgens mij heeft u het goed begrepen wat ze bedoelt. We gaan verder met de … Geen handjes meer. Dan gaan we weer verder met de volgende partij eerste inbreng, dat is de Partij van de Arbeid, mevrouw Oosting. Mevrouw Oosting: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, het voorstel wat nu voorligt, dat is de zoveelste in de rij. We hebben miljoenen, miljoenen bezuinigd op het sociaal domein en het sociaal beleid in Hoogeveen. We weten allemaal wat daar de oorzaak in is, gebrek aan financiën, als gevolg van het jarenlang gevoerde beleid wegens gebrek van inzicht. Visie ontbrak en tot op de dag van vandaag is dat nog voor een groot gedeelte zo. Er wordt gehandeld voor het moment, en handelen voor het moment betekent altijd dat de financiën leidend zijn en dat de mens op een zijspoor wordt gezet. Afgelopen zomer heeft deze raad unaniem ingestemd met het rapport Schone lei. Hiermee stelde de raad zichzelf de opdracht om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting. En aan het zakencollege was het vervolgens de opdracht om hier invulling aan te geven. Want dat is wat zij doen, zij voeren de opdracht van de raad uit. Net zolang totdat deze raad de opdracht anders bepaalt. Het voorstel wat nu voorligt betreft een bezuiniging van ongeveer 1 miljoen.

En u zult begrijpen, voorzitter, op basis van onze eerdere bijdrage en onze partij-uitgangspunten, dat een aantal Partij van de Arbeid behoorlijk tegen de borst stuit. Ik noem een voorbeeld, het schrappen van de individuele inkomenstoeslag, het verlagen van de koopkracht van de minima, maar ook het re-integratiebudget waardoor mensen in de bijstand zitten, dat de beweging eruit is. Want de kaalslag op de minima is nu na het schrappen ook nog van het activiteitenfonds, een voldongen feit. En daarom wil de Partij van de Arbeid voor het debat graag de andere partijen meenemen in een kort voorbeeld. De familie West is een eenoudergezin met drie kinderen. Moeder Els zit in de bijstand met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, ze maakt zich wekelijks zorgen of het haar wel lukt om eten op tafel te krijgen. Door het verlagen van de individuele inkomenstoeslag gaat het inkomen nog verder omlaag. Zoon Michiel ziet dat zijn moeder zich grote zorgen maakt. Ook heeft Els gezondheidsklachten, en het lukt haar daarom niet om de jongste van 5 zelf naar school te brengen. Die verantwoordelijkheid komt te liggen bij haar dochter van 9. Zoon Michiel van 17 besluit om hierdoor meer te gaan werken bij zijn bijbaan, om zo te zorgen voor het eten. Hij haalt daardoor zijn diploma niet en moet school voortijdig verlaten.

Ondertussen is thuis Jeugdhulp ingeschakeld omdat er zorgen zijn over de ontwikkeling van de kinderen. Daarnaast wordt er een schuldhulptraject gestart omdat het al geruime tijd niet meer lukt om de zorgverzekering te betalen. De familie Oost woont aan de overkant in een koopwoning, beide ouders werken en verdienen iets meer dan modaal. Ze zien dagelijks wat er aan de overkant van de straat gebeurt en ze maken zich zorgen. Wanneer de familie Oost een paar euro per maand meer had betaald aan de ozb, had de familie tegenover hen niet gekort hoeven te worden. Dat had zowel het gezin een hoop leed bespaard, als de gemeente een hoop extra kosten op termijn. Graag horen wij hierop de visie van andere partijen? Dat is ons eerste debatpunt, voorzitter. En dan ons tweede debatpunt. Er is vorig jaar, en een aantal andere partijen haalden het net ook al aan, ChristenUnie en VVD, overigens niet in lijn met het raadsbreed aangenomen rapport en de opdracht een motie of amendement aangenomen over een extra taakstelling van 500.000 op de Jeugdzorg. Partij van de Arbeid was in eerste instantie mede-indiener, maar wij hebben ons teruggetrokken op het moment dat het CDA, GemeenteBelangen met steun van SGP een amendement indienden om de ozb te verlagen. Want wat bleek, voorzitter, de extra taakstelling op de Jeugdzorg werd via de algemene reserve overgeheveld naar een verlaging van de ozb.

En de vraag van de Partij van de Arbeid aan GemeenteBelangen, CDA en de SGP is dan ook, of zij nog steeds een maatschappelijk verantwoord besluit vinden met hetgeen wat nu voorligt? En tegelijkertijd komt CDA nu voor de bühne dat ze 107.000 euro willen schrappen ‘…’ ver. En dan ons derde en laatste debatpunt, voorzitter, het instellen van adviescommissies zoals de cliëntenraad …

De heer Van Rijn: Voorzitter, mag ik even iets zeggen want het geluid van mevrouw Oosting hoor ik helemaal niks van, het galmt helemaal. De voorzitter: Er was inderdaad even wat problemen met de techniek, ik hoop dat het nu beter gaat. Mevrouw Oosting? Waarschijnlijk, ik hoor hier … Mevrouw Oosting: Volgens mij is het een … De voorzitter: Probeert u het nog een keer, mevrouw Oosting. Mevrouw Oosting: Ja, maar dan hoor ik graag even, voorzitter, waar het gestagneerd is? De heer Van Rijn: Ik hoorde nog net eventjes dat je wat wou gaan zeggen over dat amendement zeg maar wat wij ingediend hadden, en toen galmde alles constant, ik kon het niet volgen. Mevrouw Oosting: Nou, dan ga ik het herhalen, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Oosting: Er is voor, ja, overigens niet in lijn met het raadsbreed aangenomen rapport in de opdracht, een motie of amendement aangenomen voor een extra taakstelling van 500.000 euro op de Jeugdzorg. Zoals bekend was de Partij van de Arbeid in eerste instantie mede-indiener. Wij hebben ons echter teruggetrokken op het moment dat CDA en GemeenteBelangen, met steun van de SGP, een amendement indienen om de ozb te verlagen. Want wat bleek, de extra taakstelling op de Jeugdzorg werd afgestort in de algemene reserve, om er vervolgens weer uit te worden gehaald om de ozb-stijging te verlagen.

En graag horen wij van CDA, GemeenteBelangen en SGP, of zij dit nog steeds een maatschappelijk juist besluit vinden? Want tegelijkertijd komt het CDA nu voor de bühne om de 107.000 euro op het inkomen weer uit het raadsvoorstel te halen, en volgens mij is dat volledig in strijd met elkaar. En dan ons derde en laatste punt voor debat, voorzitter, het instellen van adviescommissies, zoals de cliëntenraad en de adviesraad sociaal domein, zijn bij wet geregeld. De uitvoering hiervan heeft deze gemeenteraad in Hoogeveen de cliëntenraad en de adviesraad middels een gemeentelijke verordening ingesteld, met als doel het vertegenwoordigen van de doelgroep en het adviseren van de gemeenteraad. En de uitgebreide adviezen liegen er niet om, de bodem is bereikt. De sociale adviesraad geeft duidelijk negatief advies af, dat is overigens niet de eerste keer. En ik heb het krantenartikel hier nog liggen, de cliëntenraad die komt met onverantwoord en onethisch, zij voelen zich met de rug tegen de muur geplaatst.

Onze vraag aan de andere partijen is, wat doe je als partijen eigenlijk met het advies van zowel de cliëntenraad als de adviesraad sociaal domein? Ik hoor dat heel veel partijen dat niet in hun bijdrage hebben meegenomen, dus mijn, onze vraag is vanuit de Partij van de Arbeid, hoe serieus nemen partijen deze twee organen, wat doen ze met het advies en zijn ze ook daadwerkelijk, zijn de partijen in deze raad ook daadwerkelijk bereid om met deze adviezen iets te doen? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u, mevrouw Oosting. Het laatste punt zullen we in ieder geval meenemen in debat, als vraag. Ik zie verder geen handjes. Dan gaan wij verder met de volgende partij, en dat is partij D66, mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Dank u wel, voorzitter. De afgelopen zomer heeft de raad goed gekeken naar alle uitgaven en inkomsten van de gemeente Hoogeveen en daarover al moeilijke en pijnlijke beslissingen genomen. Op basis van de input die we als raad toen kregen, is onder andere een stevige bezuiniging afgesproken voor het

sociaal domein. We maakten daarnaast een aantal andere afspraken, geen structurele problemen meer met incidenteel geld oplossen en realistisch begroten en niet gebaseerd op de hoop van wat mogelijk nog extra uit Den Haag zou kunnen gaan komen. Bij de begrotingsbehandeling in december meenden een aantal partijen dat er nog meer te halen zou zijn op de post Jeugdzorg. Een amendement die door CDA, GemeenteBelangen en SGP werd ingediend, werd met een nipte meerderheid aangenomen. D66 was geen voorstander, want in de zomer waren er immers al duidelijke en realistische afspraken gemaakt, en daar wilden we niet aan tornen. Nu blijkt ook dat die extra bezuinigingen op dit moment niet haalbaar zijn. In het verlengde hiervan lijkt het wellicht voor de hand te liggen dat wij voor dit raadsvoorstel zullen zijn, maar we zitten in een lastig pakket. Aan welke afspraak hechten we nou eigenlijk het meeste waarde? En ook, scheppen we geen precedent door nu al af te wijken van de uitgestippelde koers? Voordat wij ons standpunt definitief kunnen bepalen, zijn er dan ook een aantal overwegingen die wij willen delen en waarover wij graag de visie van andere partijen willen horen. Een aantal zijn ook al genoemd door anderen dus ze komen vast aan de orde, want het eerst is, we hebben het vanavond weer over geld. Bezuinigingen op basis van financieel ingegeven keuzes.

Hebben we het eigenlijk al wel voldoende gehad over de paradigmashift? Wordt deze al voldoende handen en voeten gegeven? Wanneer kunnen we resultaat verwachten? En dat is dan ook meteen een vraag aan de wethouder, hoe staat het met de paradigmashift? Daarnaast, willen we een verwachte incidentele bijdrage van het Rijk gebruiken om een structureel gat te dichten? En als we nu al niet kunnen voldoen aan de gestelde kaders, hoe zien de komende jaren er dan uit? Als laatste, waarom wordt er op bepaalde onderdelen geen uitspraak van de raad gevraagd, bijvoorbeeld het niet snijden in de meerkostenregeling terwijl de raad dat wel had bepaald, en moet de raad nu wel een uitspraak doen op het niet halen van de taakstelling? Kortom, genoeg om nog te overwegen en naar aanleiding van het debat gaan wij dus ook ons beraden op ons definitieve standpunt, en we zijn benieuwd naar de overwegingen van de andere partijen. Dat was het. De voorzitter: Dank u, mevrouw Rutgers. Het handje zit bij mevrouw Van Hien van GroenLinks, gaat uw gang. Mevrouw Rutgers: Ik hoor je niet. De voorzitter: Volgens mij heeft u niet de microfoon aan. Mevrouw Van Hien: Sorry, ja, dank u wel, voorzitter. Een laatste … De laatste … Ik had een vraag aan mevrouw Rutgers over de laatste debatvraag. Want hoe formuleert u dit precies, waar gaat die over? Die heb ik niet goed meegekregen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10068664/2